Eindrapport maatschappelijke effecten Flevodrome
Tekst van het document
Stap voor stap naar een betere toekomst Maatschappelijke effecten Flevodrome Lelystad
1
Stap voor stap naar een betere toekomst Maatschappelijke effecten Flevodrome Lelystad - eindrapport © 2020 Regioplan, in opdracht van de gemeente Lelystad
Jerzy Straatmeijer Miranda Witvliet Amsterdam, 12 november 2020 Projectnr. 20015 Regioplan Jollemanhof 18 1019GW Amsterdam Tel. +31 (0)20 531 53 15 www.regioplan.nl
Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Regioplan. Regioplan aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
Inhoudsopgave 1 Inleiding Aanleiding Doel- en vraagstelling van het onderzoek Werkwijze
5 5 6 7
2 Flevodrome voorziet in behoefte, beweging is nodig Uitstroomcijfers consistent met beoogde effecten Flevodrome levert meer op dan dat het kost Samenwerkingspartners ervaren meerwaarde van Flevodrome (en noemen ook verbeterpunten) Jongeren zijn positief over de begeleiding en opbrengsten Reflectie op de uitkomsten
9 10 12 16 17 19
3 Verbeteringen voor de toekomst Zoek meer de verbinding met wat er in de stad gebeurt Bredere scope Inzet op duurzaamheid
22 22 26 27
Bijlage – Onderzoeksverantwoording
30
Inleiding
1 Inleiding Aanleiding
Flevodrome
Het probleem
•Leer-, werk- en trainingscentrum in Lelystad •Begeleidt jaarlijks ongeveer 30 jongeren naar werk of opleiding •Jongeren tussen 16-27 jaar met een grote afstand tot de arbeidsmarkt •Onderdeel van Eduvier •Behalve Flevodrome Lelystad ook een apart georganiseerde locatie in Almere
•College van gemeente Lelystad stelt voor om subsidie af te bouwen: voorziening niet dekkend voor alle kwetsbare jongeren, aantal begeleide jongeren is teruggelopen, ESF-financiering gestopt •Gemeenteraad wil in plaats van bezuiniging eerst onderzoek naar de maatschappelijke effecten van Flevodrome
•In het onderzoek naar de maatschappelijke effecten van Flevodrome moet ook de verhouding tussen de kosten en baten van de voorziening meegenomen worden Behoefte aan •Onderzoek is uitgevoerd door Regioplan in opdracht van de gemeente Lelystad
onderzoek
5
Doel- en vraagstelling van het onderzoek Doel Het onderzoek moet leiden tot meer zicht op de maatschappelijke effecten van de voorziening Flevodrome in Lelystad en hoe deze effecten zich verhouden tot de kosten. Met behulp van deze inzichten kunnen het college en de gemeenteraad van Lelystad beslissen welke investeringen in Flevodrome gerechtvaardigd zijn. Daarnaast moet het onderzoek leiden tot aanknopingspunten voor verbeteringen. Hoofdvraag Wat zijn de maatschappelijke effecten van Flevodrome? Welk probleem tracht Flevodrome op te lossen? Wat zijn de te verwachten effecten? Welke output heeft Flevodrome in termen van uitstroom naar onderwijs en werk? Hoe verhouden de kosten en baten van Flevodrome zich tot elkaar? Wat zijn de ervaren opbrengsten van Flevodrome volgens samenwerkingspartners en volgens jongeren? Welke verbeteringen van de inzet van Flevodrome zijn er mogelijk?
6
Werkwijze Onderzoeksactiviteit Effectenarena met direct betrokkenen Flevodrome
Onderzoeksvraag Maatschappelijk probleem en te verwachten effecten Flevodrome
Deskstudie
Output
Interviews samenwerkingspartners Interviews jongeren
Inzicht in kosten en baten Ervaren opbrengsten
Analyse
Verhouding kosten en baten
Rapportage
Vergelijking ervaringen direct betrokkenen, samenwerkingspartners en jongeren Maatschappelijke effecten Verbeteringen voor de toekomst
In de bijlage lichten we onze werkwijze nader toe. 7
Flevodrome voorziet in behoefte, maar beweging is nodig
2 Flevodrome voorziet in behoefte, maar beweging is nodig De aanpak van Flevodrome wijst in de richting van positieve maatschappelijke opbrengsten, maar Flevodrome moet in beweging komen voor een betere aansluiting op mogelijkheden voor werk. Uit het onderzoek komt naar voren dat Flevodrome voorziet in een belangrijke behoefte in Lelystad. De ingezette methodiek sluit aan bij de doelgroep die centraal staat: jongeren die zijn vastgelopen in hun ontwikkeling. Meer inbedding in en verbinding met de stad en met de belevingswereld van jongeren is nodig om de inzet van de methodiek in de toekomst te kunnen verbeteren. Dit concluderen we op basis van de bevindingen: Uitstroomcijfers zijn consistent met de beoogde effecten. In de periode 2013-2019 stroomt 35 procent uit naar werk, 28 procent naar onderwijs, 29 procent naar een zorgtraject en 9 procent is niet meer in zicht. Flevodrome levert meer op dan het kost. Het kosten-batensaldo is positief een jaar na afronding van het traject. De netto opbrengsten zijn naar schatting circa €1.100 per deelnemer. Samenwerkingspartners en jongeren zijn positief, maar noemen ook verbeterpunten. Volgens samenwerkingspartners zijn de kleinschalige en persoonlijke aanpak, het gegeven dat voor veel jongeren Flevodrome de laatste voorziening is waar ze terechtkunnen en een goede samenwerkingsrelatie positieve punten van de aanpak.
Jongeren melden positieve ervaringen met de begeleiding en vinden dat aangeleerde vaardigheden van pas komen voor de toekomst. Als knelpunten worden door zowel samenwerkingspartners als jongeren genoemd een (te) smalle focus die vooral meisjes weinig aanspreekt, een soms beperkte aansluiting op vervolgtrajecten en de afgelegen locatie van Flevodrome. Om de aanpak van Flevodrome beter tot zijn recht te laten komen is beweging nodig. Flevodrome staat op relatief grote afstand van de stad. Letterlijk wat betreft de locatie, maar ook wat betreft de connectie met andere (onderwijs)voorzieningen en het Werkbedrijf. Daardoor, en doordat het aanbod niet altijd goed aansluit op de belevingswereld van jongeren, wordt nog onvoldoende de verbinding gelegd met mogelijkheden voor werk. Verbeterrichtingen voor de inzet komen verder aan bod in hoofdstuk 3.
9
Uitstroomcijfers consistent met beoogde effecten De werkwijze van Flevodrome, die we samen met de direct betrokkenen bij Flevodrome hebben gereconstrueerd in een ‘effectenarena’, lichten we hieronder schematisch toe: Probleem
Activiteiten
Mechanismen
Beoogde effecten
Jongeren (16-27 jaar) zijn vastgelopen in hun ontwikkeling. Ze zijn overvraagd in cognitieve en sociale competenties en weten niet hoe ze hun toekomst vorm kunnen of willen geven
Instroom via Talentmanagers gemeente (jongeren van de bank halen), Eropaf Team (overlastgevende jongeren), Reclassering (i.h.k.v. reclasseringsmaatregelen) of onderwijs (jongeren die uitgevallen zijn uit het onderwijs)
Versterken van zelfregie
Meer zelfredzaamheid bij de jongeren
Vergroten van zelfvertrouwen
Uitstroom naar vervolgopleiding of naar werk
Meer werknemersvaardigheden en studievaardigheden
Warme overdracht naar werkbedrijf of hulpverlening ➞ jongeren verdwijnen niet van de radar
Individuele begeleiding (maatwerk), gericht op ontdekken van eigen doelen en zelf verantwoordelijkheid nemen Activering en ontdekken eigen doelen via hout/consumptief
Contextfactoren en randvoorwaarden Staat van de arbeidsmarkt: genoeg werkgelegenheid Aanwezigheid andere voorzieningen en samenwerkingsverbanden in de stad
10
Op basis van uitstroomgegevens en gesprekken met samenwerkingspartners en ex-deelnemers van Flevodrome hebben we onderzocht in hoeverre deze werkwijze in de praktijk ook tot resultaten komt. Uitstroomgegevens afgeronde trajecten Uitstroom deelnemers Flevodrome 2013-2019 (jaarlijks gemiddelde Arbeid Arbeid en onderwijs Arbeid en begeleiding Onderwijs Zorgtraject Anders Aantal uitstromers
Aantal
Aandeel
6 1 3 7 7 2 26*
22% 2% 11% 28% 29% 9% 100%
*Het aantal uitstromers per jaar loopt uiteen van 15 tot 30
11
De uitstroomgegevens over de jaren 2013-2019 zijn consistent met de beoogde effecten: Ruim een op drie deelnemers vindt werk na Flevodrome. Dit betreft uitstroom naar regulier betaald werk (zonder uitkering), een combinatie van betaald werk en onderwijs of betaald werk met begeleiding (via het Werkbedrijf met jobcoaching en/of loonkostensubsidie). Bijna een op de drie deelnemers stroomt door naar onderwijs, veelal mbo entree (niveau 1). Bijna een op de drie deelnemers stroomt door naar een zorgtraject. Het gaat daarbij om begeleid wonen, 3-milieuvoorziening of een dagbestedingsplaats. Een klein deel van de jongeren (9%) is niet meer in zicht na Flevodrome (uitstroom ‘Anders’).
Flevodrome levert meer op dan dat het kost Positief kosten-batensaldo blijkt uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) De netto opbrengsten zijn circa € 1.100 per deelnemer een jaar na uitstroom. Daarbij gaan we uit van uitstroom van deelnemers naar werk en een verminderd zorggebruik (zie de uitstroomcijfers). Het saldo is gebaseerd op eenvoudig in geld uit te drukken opbrengsten. Het betreft hierbij onder andere besparingen op uitkeringen en zorgkosten en een verhoging van de inkomstenbelasting. Het saldo is exclusief de opbrengsten van deelnemers die eerst een opleiding volgen en daarna gaan werken. Het saldo kan hoger worden indien rekening gehouden wordt met lastig te monetarisen effecten, zoals meer zelfredzaamheid. De apparaatskosten van Flevodrome betreffen €350.000 per jaar.
12
Kwantificeerbare baten per deelnemer na afronding traject (jaarbasis Besparing op uitkering Inkomstenbelasting Werkgeverspremies Besparing op zorgtrajecten Besparing op verslavingszorg Besparing op kosten i.v.m. dakloosheid Besparing op handhaving (politie/justitie) Totale baten per deelnemer
€ € € € € € € €
4.100 590 1.690 6.380 860 310 950 14.880
Kosten per deelnemer Saldo
€ €
13.760 1.120
Het saldo van €1.120 en de bijbehorende kosten en ingeschatte baten zijn gebaseerd op de onderstaande berekeningen. De maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) waar het saldo op is gebaseerd en de aannames die hierbij zijn gehanteerd worden verder toegelicht in de bijlage van deze rapportage.
13
Berekening kosten per deelnemer: de totale apparaatskosten per jaar (€350.000) gedeeld door het gemiddeld aantal uitstromende deelnemers per jaar over de periode 2013 – 2019 (afgerond 26). Dit komt neer op gemiddelde kosten per deelnemer van €13.760 per jaar. Berekening baten per deelnemer: Besparing op de uitkering: een uitkering kost gemiddeld €14.000 per jaar (zie de bijlage). Jaarlijks stroomt gemiddeld 24% van de deelnemers uit naar werk of naar werk en onderwijs. Voor deze deelnemers geldt deze besparing. Bovendien stroomt jaarlijks gemiddeld 11% van de deelnemers uit naar werk met begeleiding. Ook voor deze groep geldt de besparing op de uitkering. Voor deze groep is daarbij ook de aanname gehanteerd dat zij een gemiddelde loonwaarde van 80% hebben en er gemiddelde jaarlijkse jobcoachkosten van €2.000 gelden. De totale besparing op de uitkering door uitstroom van deelnemers naar werk komt daardoor neer op gemiddeld €4.100 per deelnemer. Besparing op inkomstenbelasting en werkgeverspremies: Als aanname is gehanteerd dat de uitstromende deelnemers die naast werk ook een opleiding volgen (2%) in deeltijd werken en de overige uitstromende deelnemers naar werk (33%) fulltime. Ook is als aanname gehanteerd dat zij het WML verdienen en de deelnemers die onder begeleiding werken 80% van het WML.
Op basis van de kengetallen voor inkomstenbelasting en werkgeverspremies (zie bijlage) komt de totale besparing op deze posten neer op gemiddeld €590 + €1.690 per deelnemer.
Besparing op zorgtrajecten: 29% van de deelnemers stroomt in de periode 2013 - 2019 uit naar een zorgtraject. Op basis van de informatie verzameld in dit onderzoek hanteren we de aanname dat zonder Flevodrome een vergelijkbaar aandeel deelnemers dat nu naar werk uitstroomt in plaats daarvan naar een zorgtraject zou uitstromen. Gebaseerd op de beschikbare kengetallen over de gemiddelde kosten van (intensieve) zorgtrajecten (€65.000 gemiddeld per jaar; zie de bijlage), komt deze besparing uit op gemiddeld €6.380 per deelnemer. Besparing op verslavingszorg, dakloosheid en handhaving: Als aannames voor deze besparingen gelden dat deelnemers die uitstromen naar werk minder gebruik maken van verslavingszorg, geen ondersteuning bij dakloosheid nodig hebben en minder in aanraking komen met handhaving. De beschikbare kengetallen over bijbehorende kosten leiden tot een ingeschatte besparing op deze kosten van €860 (verslavingszorg) €310 (i.v.m dakloosheid) en €950 (handhaving) gemiddeld per deelnemer.
Het kosten-batensaldo is niet in beton gegoten Het kosten-batensaldo is gebaseerd op het eerste jaar na uitstroming. De opbrengsten van Flevodrome kunnen doorlopen indien de oud-deelnemers na afronding van het traject duurzaam aan het werk blijven, blijvend geen of minder beroep doen op zorgtrajecten of blijvend minder in aanraking komen met politie of justitie. Ook kunnen de opbrengsten op termijn doorlopen indien deelnemers na het volgen van een opleiding aan het werk gaan. Echter, de kans bestaat dat de opbrengsten van Flevodrome niet duurzaam zijn. Oud-deelnemers worden niet actief gemonitord na uitstroom uit het traject. Het is aannemelijk dat een deel van de oud-deelnemers terugvalt in de oude problematiek. We weten echter niet hoe groot dit aandeel is. Bij terugval is er sprake van vernieuwde maatschappelijke kosten, zoals zorgtrajecten en handhavingskosten. 14
Lastig of niet in geld uit te drukken effecten (maar niet minder van belang) Een aantal mogelijke effecten van Flevodrome is lastig te monetariseren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om een verhoogde zelfredzaamheid, meer zelfvertrouwen, opgedane vaardigheden, bijgebrachte normen en waarden en het verminderen van overerfbare armoede. Deze effecten zijn van belang, ook omdat ze essentieel zijn om uiteindelijk een goede en duurzame maatschappelijke positie te kunnen verwerven.1 Deze effecten zijn echter niet meegenomen in het kosten-batensaldo, omdat ze moeilijk in geld zijn uit te drukken. Ook van belang is het om te noemen dat effecten neerslaan op diverse partijen. Niet alleen deelnemers hebben hier baat bij, maar ook ouders, naasten, handhavende partijen en opvolgende generaties. Op termijn zijn deze baten minstens zo belangrijk als de in geld uitgedrukte effecten.
1 Zie bijvoorbeeld: Card, D., Kluve, J., & Weber, A. (2015). What works? A meta analysis of recent active labor market program
evaluations. NBER Working Paper No. 21431; Petit, R. & Sligte, H. (2016). Voortijdig schoolverlaten en risicojongeren. Kohnstamm Instituut; Taouanza, I. & Keuzenkamp, S. (2016). Mentoring tegen jeugdwerkloosheid: werkt deze aanpak bij migrantenjongeren? Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving.
15
Samenwerkingspartners ervaren meerwaarde van Flevodrome en noemen ook verbeterpunten Succes- en verbeterpunten De samenwerkingspartners die wij voor dit onderzoek hebben gesproken (zie de bijlage) noemen: + Kleinschalige en persoonlijke aanpak Flevodrome biedt maatwerk en houdt in de aanpak rekening met persoonlijke omstandigheden, behoeften en doelstellingen. Deelnemers wordt een gevoel van ‘welkom zijn’ meegegeven. Anders dan bij reguliere trajecten ligt de focus op hoe het gedrag in de toekomst kan worden verbeterd en minder op correctie van ongewenst gedrag. + Voor deelnemers laatste mogelijke vangnet Deelnemers zitten voorafgaand aan het traject veelal op de bank. Vaak hebben ze meerdere ander (zorg) trajecten doorlopen. Flevodrome is veelal de laatste voorziening waar ze nog terechtkunnen. + Goed contact met samenwerkingspartners Partners komen regelmatig over de vloer en onderhouden contacten met deelnemers. Ze leren handhavende partijen op andere en positievere manieren kennen.
16
- Focus is smal, betere aansluiting bij meisjes wenselijk Vooral meisjes, maar ook sommige jongens hebben geen affiniteit met houtbewerking of consumptief. Dat belemmert de motivatie. - Locatie afgelegen Flevodrome ligt op afstand van het centrum. De afgelegen locatie wordt als drempel ervaren. Vooral meisjes ervaren de tocht door het bos als knelpunt. - Korte duur van traject, niet altijd directe aansluiting op vervolg Voor sommige jongeren is een traject van zes maanden niet genoeg. Verlenging is nu niet altijd mogelijk. Na afronding van het traject is soms sprake van een gat tot bijvoorbeeld een nieuw schooljaar. Dat is niet wenselijk.
Jongeren zijn overwegend positief over de begeleiding en geven ook tips De jongeren die hebben deelgenomen aan een traject van Flevodrome en die we voor dit onderzoek hebben geïnterviewd (vier in totaal) melden overwegend positieve ervaringen met de begeleiding vanuit Flevodrome en vinden dat aangeleerde vaardigheden van pas komen na afronding van het traject en hen helpen om een betere positie in het onderwijs/op de arbeidsmarkt te verwerven. De jongeren die wij hebben gesproken kennen een verschillend uitstroomtraject. Deels zijn ze uitgestroomd naar onderwijs of werk, maar we hebben ook jongeren gesproken die niet succesvol zijn uitgestroomd. De geïnterviewde jongeren beschrijven de begeleiding als hartelijk en persoonlijk. Een aantal jongeren komt na afloop van hun traject nog af en toe op bezoek bij Flevodrome. Een van de jongeren meldt bijvoorbeeld: Als ik er morgen doorheen zit en het niet meer weet, dan staan ze nog voor me klaar. Ze willen echt dat je op je pootjes terechtkomt. De jongeren hebben niet in alle gevallen affiniteit met houtbewerking, maar het traject leert hen meer dan alleen met hout omgaan: Het gaat om het uit bed komen en bezig zijn en om het hebben van sociale contacten. Je leert wat van iets doen wat je eigenlijk niet zo leuk vindt.
De oud-deelnemers noemen als opbrengsten van hun traject bij Flevodrome dat ze meer zelfvertrouwen hebben gekregen, sociale vaardigheden hebben geleerd, meer ritme hebben opgebouwd en meer regie 17
hebben gekregen over hun eigen leven. Deze vaardigheden komen naar eigen zeggen van pas tijdens de vervolgopleiding, solliciteren en werk. Zo beschrijft een jongere bijvoorbeeld: Je leert om niet op te geven. Ik was een snelle opgever. Als iets niet meteen lukte tijdens het koken dan zei de begeleider: doe het nog een keer en toen lukte het. Een andere geïnterviewde jongere beschrijft wat hij aan het traject van Flevodrome heeft gehad voor zijn loopbaan: Ik ben uitgestroomd met Flevodrome naar fulltime werk als inpakker. Later heb ik zelf nieuw werk gevonden, maar wel met de werkethiek die ik bij Flevodrome heb gekregen. Bij mijn nieuwe baan heb ik mijn diploma gehaald.
18
Tips voor Flevodrome De jongeren noemen weinig knelpunten over de begeleiding. De tips die zij aandragen betreffen: De breedte van het aanbod: een jongere noemt dat er nu hout en keuken wordt aangeboden, maar als ze met excursies jongeren met nog andere dingen in contact kunnen laten komen, is de kans groter dat bij de jongeren “het knopje in hun hoofd omgaat”. De zomervakantie: een van de geïnterviewden meldt dat het onhandig kan zijn als iemand net in de zomer binnenkomt en Flevodrome dan verplicht dicht moet. Er zou voor de jongeren in die tijd iets anders moeten zijn, anders zakken ze echt af in die zes weken of komen niet meer opdagen. Bekendheid: een jongere noemt als tip dat Flevodrome zichzelf meer op de kaart zou moeten zetten. Onvoldoende (ouders van) jongeren die mogelijk tot de doelgroep van Flevodrome behoren zijn op de hoogte van het bestaan hiervan. Locatie: als laatste tip wordt genoemd dat de locatie minder afgelegen zou kunnen zijn.
Reflectie op de uitkomsten Ervaren uitkomsten in plaats van harde effecten De uitkomsten wijzen in de richting van positieve maatschappelijke opbrengsten van Flevodrome en geven input om knelpunten voor de toekomst aan te pakken. Van belang is om op deze plek te noemen dat dit een inschatting van de effecten betreft. We hebben in dit onderzoek, conform de Public Value benadering (Moore, 1995), ervaringen van verschillende betrokkenen opgehaald: samenwerkingspartners en jongeren. Direct betrokkenen bij Flevodrome hebben we gesproken om meer zicht te krijgen op de methodiek en om te verwachten effecten op te halen. Via deze benadering is nagegaan in hoeverre Flevodrome volgens belanghebbenden publieke waarde heeft. Dit is dus een ‘subjectief’ oordeel. We hebben echter geen onderzoek uitgevoerd waarbij we de ontwikkeling van jongeren voorafgaand en na afronding van hun traject bij Flevodrome hebben vergeleken en hebben de ervaren uitkomsten ook niet vergeleken met die van een controlegroep. We kunnen daarom ook niet ‘objectief’ vaststellen of jongeren als gevolg van Flevodrome zijn gaan werken, een opleiding zijn gaan volgen of zelfredzamer zijn geworden. Voor dergelijke uitspraken is experimenteel onderzoek nodig.
Indicatie van kosten-batensaldo Als tweede is het hier goed om te noemen dat de uitkomsten van de maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) een indicatie vormen van het kosten-batensaldo van Flevodrome. We zijn uitgegaan van relatief makkelijk te kwantificeren opbrengsten. Er zijn mogelijk andere batenposten te benoemen. Hoewel verschillende betrokken respondenten benadrukken dat de vaardigheden die jongeren tijdens hun traject bij Flevodrome opdoen belangrijk zijn om uiteindelijk een goede en duurzame maatschappelijke 19
positie te kunnen verwerven, en deze relatie ook in de onderzoeksliteratuur wordt onderbouwd (zie bijvoorbeeld Card et al., 2015; Petit & Sligte, 2016; Taouanza & Keuzenkamp, 2016), weten we op basis van dit onderzoek niet hoe duurzaam uitstroom van jongeren naar onderwijs en werk daadwerkelijk is en hoe de baten van Flevodrome doorwerken over de tijd.
20
Verbeteringen voor de toekomst
3 Verbeteringen voor de toekomst Flevodrome en de toekomst Vrijwel alle respondenten, inclusief samenwerkingspartners en jongeren, zijn het over eens dat de methodiek van Flevodrome een belangrijke toegevoegde waarde heeft voor Lelystad. Wel is het nodig dat Flevodrome in beweging komt. Voor verbeteringen van de inzet van Flevodrome in de toekomst komen de volgende rode draden naar voren: Zoek meer de verbinding met wat er in de stad gebeurt. Flevodrome speelt een belangrijke rol in het onderwijs- en arbeidsrijp maken van jongeren die zijn vastgelopen in hun ontwikkeling. Door beter ingebed te zijn in het voorzieningennetwerk kan Flevodrome effectiever opereren. Een herziene positie ten opzichte van andere (onderwijs)voorzieningen en het Werkbedrijf is nodig. Dit moet onderwerp zijn van bestaande bestuurlijke overlegstructuren, waarin ook de positionering en financiering van Flevodrome besproken moet worden. Voor een betere verbinding met de stad is het ook van belang om de locatie waar Flevodrome nu is gevestigd te heroverwegen. Zorg voor een breder aanbod. Hoewel houtbewerking een middel is en geen doel op zich, spreekt het een deel van de doelgroep niet aan. Met een breder aanbod zouden meisjes bijvoorbeeld beter bereikt kunnen worden. Ook sluit een breder aanbod beter aan op de mogelijkheden voor werk voor jongeren.
Voor een bredere scope dient een betere verbinding gelegd te worden tussen het aanbod van Flevodrome en kansrijke beroepen in kansrijke arbeidsmarktsectoren. Zet in op duurzaamheid. Het langer volgen van de doelgroep na uitstroom helpt om de duurzaamheid van de effecten van Flevodrome te vergroten. Ook is het van belang om beter zicht te bieden op de duurzaamheid van de uitstroomresultaten van Flevodrome.
22
Zoek meer de verbinding met wat er in de stad gebeurt Flevodrome wordt door alle respondenten genoemd als laagst liggende voorziening in Lelystad, waar jongeren terechtkunnen die zijn uitgevallen uit andere voorzieningen, waar jongeren ‘klaargestoomd’ kunnen worden voor andere voorzieningen of direct voor onderwijs/werk. Flevodrome werkt aan het onderwijs- en arbeidsrijp maken van jongeren en laat jongeren meer grip ervaren op hun eigen toekomst, aldus verschillende samenwerkingspartners en jongeren. De methodiek van Flevodrome zou beter ingebed kunnen worden in het voorzieningennetwerk in Lelystad, zodat de aanpak beter tot zijn recht komt. Beter ingebed in het voorzieningennetwerk Voorzieningen waar een betere verbinding mee gemaakt zou kunnen worden zijn: Het Werkbedrijf Als een van de beoogde effecten van Flevodrome wordt de warme overdracht naar het Werkbedrijf genoemd, waardoor jongeren niet van de radar verdwijnen. De link met het Werkbedrijf kan echter sterker dan nu het geval is. Een logische verbinding is bijvoorbeeld te maken met de voorziening de Bataviawerf, mede gezien de focus op hout. Flevodrome biedt ten opzichte van de Bataviawerf een andere methodiek en is door de intensieve persoonlijke aanpak geschikter voor de zwaardere doelgroep van jongeren die is vastgelopen in hun ontwikkeling.
Voor de toekomst is het raadzaam om te bekijken hoe de methodiek van Flevodrome beter verbonden en eventueel geïntegreerd kan worden met de Bataviawerf. 23
Een tweede verbinding met het Werkbedrijf heeft te maken met de Wet Banenafspraak. In deze wet zijn met bedrijven en overheden afspraken gemaakt over extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Een deel van de deelnemers van Flevodrome zou gezien de problematiek toegevoegd kunnen worden aan het doelgroepregister en daarmee in aanmerking komen voor de extra banen van de Banenafspraak. Voor deze groep is het van belang dat een goede matching met werkgevers plaatsvindt. Het Werkbedrijf heeft ten opzichte van Flevodrome een sterker en structureler netwerk van werkgevers. Flevodrome zou dit netwerk beter kunnen benutten en hiervoor meer de samenwerking met het Werkbedrijf kunnen opzoeken. LelyTalent Ook bij andere voorzieningen dan van het Werkbedrijf, zoals LelyTalent, zou Flevodrome beter aangehaakt moeten worden. Ook ten opzichte van deze voorzieningen geldt dat Flevodrome in Lelystad een uniek aanbod heeft in het onderwijs- en arbeidsrijp maken van de doelgroep. Passend onderwijs en vsv-beleid Niet alleen met werk, maar ook met onderwijs en de daarbij behorende wet- en regelgeving heeft Flevodrome een duidelijk link. Een groot deel van de jongeren stroomt immers uit naar het onderwijs en de voorziening wordt ook ingezet voor jongeren die (nog) niet klaar zijn voor onderwijstrajecten zoals LelyTalent.
Vanuit de onderwijsinvalshoek is er een verbinding te maken met de koers van het kabinet, dat ernaar streeft dat meer uitgevallen jongeren terug naar school worden begeleid of, wanneer dit niet haalbaar is, aan het werk gaan. Bovendien heeft Flevodrome raakvlakken met Passend onderwijs, waarbij gemeenten en Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de arbeidstoeleiding van jongeren in kwetsbare posities. 24
Onderwerp voor bestaande overlegstructuren arbeids- en onderwijstoeleiding jongeren De wijze waarop Flevodrome beter ingebed kan worden in het netwerk in de stad zou een onderwerp moeten zijn voor bestaande bestuurlijke overlegstructuren. Omdat ook het onderwijs baat heeft van de inzet van Flevodrome, is het van belang dat de toekomst van Flevodrome onderwerp van gesprek is in overleggen waarbij zowel de arbeids- als onderwijstoeleiding van jongeren in kwetsbare posities centraal staat, en waarbij dus zowel gemeentelijke als onderwijspartijen aangesloten zijn. Denk daarbij aan de VSV-stuurgroep, het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO tussen de gemeente en samenwerkingsverbanden gericht op afstemming passend onderwijs en gemeentelijke ondersteuning), de stuurgroep LelyTalent en overige bestuurlijke overleggen.
Onderwerpen zijn: Hoe kan de werking van de methodiek van Flevodrome beter benut worden via verbindingen/integratie met andere onderwijs- en werkvoorzieningen gericht op jongeren in kwetsbare posities? Hoe kan de samenwerking tussen gemeente en onderwijs in het kader van Passend onderwijs en het vsv-beleid beter benut worden om de methodiek van Flevodrome effectiever in te zetten? Op welke wijze moet Flevodrome gepositioneerd en gefinancierd worden om de ontwikkelde methodiek voor jongeren die zijn vastgelopen in hun ontwikkeling beter te benutten en te verduurzamen? Heroverweeg de locatie waar Flevodrome nu is gevestigd Uit de bevindingen komt naar voren dat de afgelegen locatie als een drempel wordt ervaren. Behalve dat de jongeren de locatie ver weg vinden, betekent dit ook dat Flevodrome letterlijk op afstand staat van werkgevers/stageaanbieder, het onderwijs en andere voorzieningen in de stad. Dat komt de verbinding met deze partijen niet ten goede. Het is daarom raadzaam om de locatie te heroverwegen. 25
Bredere scope Als tweede richting voor de toekomst komt naar voren dat Flevodrome een bredere scope zou kunnen hebben. De focus op houtbewerking is gezien de doelstelling van de voorziening prima, maar een deel van de potentiële doelgroep wordt hierdoor niet goed bereikt. Het gaat dan bijvoorbeeld om meisjes, die te weinig worden aangesproken door het huidige aanbod. Maar ook voor sommige jongens werkt houtbewerking niet motiverend omdat dat voor hen niet direct past in het toekomstbeeld dat zij voor zelfzelf hebben. Bij de verbreding van de scope zou gekeken kunnen worden naar kansrijke beroepen in kansrijke arbeidsmarktsectoren. Behalve dat jongeren gestimuleerd worden in hun ontwikkeling, is het immers ook van belang dat er voldoende werkgevers zijn die deze jongeren een kans willen bieden.2 Creëer een betere verbinding met kansen op de arbeidsmarkt Voor een bredere scope is het goed om de methodiek van Flevodrome beter te verbinden aan kansrijke beroepen in kansrijke arbeidsmarktsectoren. Specifiek voor Lelystad zijn de logistiek en de maakindustrie belangrijke sectoren. Landelijk gezien liggen er kansen op het terrein van de zorg en, ook gezien de energietransitie, in de installatiebranche (zie de arbeidsmarktanalyses van UWV). Het is van belang om nader te bekijken hoe in de aanpak van Flevodrome beter de link gelegd kan worden met opleidingen en werk in deze sectoren.
Daarbij is het raadzaam dat jongeren beter leren om sturing te geven aan hun eigen loopbaan, door ze een duidelijker beeld te geven over wat kansrijke beroepen en bijbehorende opleidingen zijn en hoe deze beroepen aansluiten bij wat zij willen en kunnen.3 Ook 2 Zie bijvoorbeeld Sol & Kok (2014). Fit or unfit: Theorie en praktijk van re-integratie. Amsterdam: UvA. 3 Zie bijvoorbeeld Meijers, Kuijpers, & Bakker (2006). Over leerloopbanen en loopbaanleren.
26
is het van belang dat jongeren een beter netwerk en gerichte werkervaring opdoen ten aanzien van de kansrijke beroepen. Dit kan helpen om de methodiek van Flevodrome beter aan te laten sluiten bij de vraagkant (behoeften van werkgevers) en bij de belevingswereld van jongeren.
Inzet op duurzaamheid Zicht op duurzame uitstroom Uit de uitstroomcijfers (zie p. 11 van deze rapportage) komt naar voren dat ongeveer een op de drie jongeren uitstroomt naar werk. Het is echter onbekend hoe duurzaam deze uitstroom is. Bij duurzaamheid kan gedacht worden aan het behouden van dezelfde baan, maar ook aan een vergrote kans op weer een nieuwe baan. De vaardigheden die in het traject bij Flevodrome opgedaan worden en de toename in zelfredzaamheid zijn volgens de respondenten van dit onderzoek en volgens inzichten uit de literatuur van belang om een goede en duurzame maatschappelijke positie te kunnen verwerven. In deze zin draagt Flevodrome in theorie bij aan duurzaamheid. Om beter zicht te krijgen op de effecten van Flevodrome zou het echter goed zijn om de duurzaamheid van de uitstroom in termen van positie op de arbeidsmarkt beter in beeld te krijgen.
27
Inzet op nazorg Er is nog een ander aspect van duurzaamheid waar voor de toekomst meer nadruk op zou kunnen liggen, aldus verschillende respondenten. Begeleiders van Flevodrome weten in veel gevallen een vertrouwensband met de jongeren op te bouwen en houden nu met sommige jongeren contact na uitstroom uit de voorziening. Door jongeren langere tijd te blijven volgen en nazorg te bieden kan de duurzaamheid van de inzet van Flevodrome voor de doelgroep vergroot worden.
28
Bijlage onderzoeksverantwoording
Bijlage – Onderzoeksverantwoording Opzet van het onderzoek Voor het onderzoek zijn de volgende respondenten gesproken: Direct betrokkenen bij Flevodrome: Harm ten Cate, directeur Flevodrome Esztike van der Meulen, Werkmeester Flevodrome Frits Telgen, Werkmeester Flevodrome J. Schaap, Werkmeester Flevodrome Daphne Melgers, gedragswetenschapper Flevodrome Samenwerkingspartners Angélica Ringeling, Leerplichtambtenaar Ronald van Beeren, Wijkjeugdagent Jeroen Kompagnie, medewerker jeugdreclassering SaVe, Mascha Drost, Talentmanager gemeente Lelystad Giny Smits, projectleider LelyTalent Gaatze Boersma, Talentmeester LelyTalent Onno Vermooten, directeur Werkbedrijf Lelystad Oud-deelnemers van Flevodrome Vier jongens die deel hebben genomen aan een traject bij Flevodrome, al dan niet met succesvolle uitstroom. 30
Opzet MKBA
31
Vergelijking projectalternatief (Flevodrome) met nulalternatief (geen Flevodrome) Vaststellen effecten Flevodrome (die er zonder Flevodrome niet of minder zouden zijn) Waar mogelijk effecten in geld uitdrukken (monetariseren) Rekening houden met lastig in geld uit te drukken effecten Analyse van resultaten: investeringen renderen bij hogere opbrengsten dan kosten (positief MKBA-saldo)
Kengetallen en aannames Belangrijkste kengetallen besparingen (jaarbasis): Uitkering: € 14.000 (gewogen gemiddeld bedrag per uitkering per huishouden, exclusief uitvoeringskosten. Bron: Divosa / Berenschot) Kosten (intensief) zorgtraject (o.a. begeleid wonen, 3-milieu, dagopvang): € 65.000 (bron: Maatschappelijke prijslijst)
Kosten verslavingszorg: € 5.000 (bron: Lysias) Kosten gemoeid met dakloosheid: € 4.500 (bron: Regioplan) Handhavingskosten per incident (politie/justitie): € 700 (bron: Maatschappelijke prijslijst) Belangrijkste aannames: 29 procent stroomt uit naar een zorgtraject. Zonder Flevodrome zou van de deelnemers die nu naar werk uitstromen een vergelijkbaar aandeel naar een zorgtraject uitstromen (conservatieve schatting). Deze schatting is gebaseerd op gesprekken met Flevodrome en met samenwerkingspartners. 50 procent van de deelnemers kampt met een verslaving (inschatting). Van deelnemers die uitstromen naar werk wordt aangenomen dat zij hun verslaving onder controle hebben en geen beroep doen op voorzieningen. 5-10 procent van de deelnemers heeft verhoogd risico op dakloosheid (inschatting). Van deelnemers die naar werk uitstromen wordt aangenomen dat zij dit risico niet meer lopen omdat inkomen en huisvesting nauw met elkaar zijn verbonden. 30 procent van de deelnemers is naar schatting in aanraking geweest met politie/justitie (2-3 keer per jaar). Van de deelnemers die uitstromen naar werk/opleiding wordt aangenomen dat zij aanzienlijk minder met handhavers in aanraking komen. Besparingen na afronding van FD gaan uit van een tijdspad van een jaar (dus na een jaar werk, lagere zorgkosten etc.).
Bij de berekening van inkomstenbelasting en werkgeverspremies wordt uitgegaan van het WML. Bij baten gemoeid met werk en begeleiding wordt een loonwaarde van 80 procent gehanteerd (inschatting) en jobchoachingskosten van € 2.000 per jaar. 32
Na afronding mbo entree (met en zonder diploma) stroomt 60 procent binnen een jaar door naar werk. De groep die na Flevodrome niet in zicht is (uitstroom ‘anders’) is niet in het KBA-saldo meegenomen.
33
Regioplan Jollemanhof 18 1019 GW Amsterdam T +31(0)20 531 53 15 www.regioplan.nl