DC Jysk_Toelichting_Bijlage 2 Vooronderzoek bodem.pdf
Tekst van het document
Rapport Projectnummer: 51005843 Referentienummer: NL21-648800269-2691 Datum: 05-08-2021
Vooronderzoek milieuhygiënische bodemkwaliteit JYSK Flevoland
Definitief
Opdrachtgever: HB Management & Consultancy
Sweco Robijnstraat 11 1812 RB Alkmaar Postbus 214 1800 AE Alkmaar Nederland
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Alkmaar Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Sandhya Maniram Adviseur Bodem en Ondergrond M +31 6 30 38 59 81
Verantwoording Titel
Vooronderzoek milieuhygiënische bodemkwaliteit
Subtitel
JYSK Flevoland
Projectnummer
51005843
Referentienummer
NL21-648800269-2691
Revisie
D1
Datum
05-08-2021
Auteur(s)
Sandhya Maniram
E-mailadres
Sandhya.maniram@sweco.nl
Gecontroleerd door
Hilke van den Berg
Paraaf gecontroleerd
Goedgekeurd door
Dimitri van de Vis
Paraaf goedgekeurd
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld bij welke werkzaamheden is afgeweken van de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen. De consequenties hiervan zijn dan toegelicht.
Inhoudsopgave 1
Inleiding .................................................................................................................. 4
1.1
Algemeen ................................................................................................................. 4
1.2
Aanleiding en doelstelling ........................................................................................ 4
1.3
Opbouw van het rapport .......................................................................................... 4
2
Vooronderzoek....................................................................................................... 5
2.1
Algemeen ................................................................................................................. 5
3
Resultaten .............................................................................................................. 6
3.1
Onderzoekslocatie ................................................................................................... 6
3.2
Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................ 6
3.3
Bekende bodemkwaliteit gegevens ......................................................................... 7
3.4
Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................... 9
3.5
Resultaten locatiebezoek ........................................................................................ 9
4
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................ 11
4.1
Samenvatting ......................................................................................................... 11
4.2
Deellocaties ........................................................................................................... 11
4.3
Noodzaak tot vervolgonderzoek ............................................................................ 11
4.4
Onderzoekshypothese en -strategie ..................................................................... 12
4.5
Aanbevelingen ....................................................................................................... 13
Bijlage 1
Topografische ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Situatie
Bijlage 3
Verzamelde gegevens
Bijlage 4
Locatie-inspectie
Bijlage 5
Toetsingskader bodemkwaliteit
Bijlage 6
Kwaliteitsborging
1
Inleiding
1.1 Algemeen In opdracht van HB Management & Consultancy heeft Sweco Nederland B.V. een vooronderzoek milieuhygiënische bodemkwaliteit uitgevoerd ter plaatse van Karperweg in Lelystad (Flevoland). Voor het verkennend bodemonderzoek is gebruik gemaakt van de volgende onderzoeksnorm: • NEN 5725:2017 nl – bodem – Landbodem – strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Het vooronderzoek is de eerste fase van bodemonderzoek. Uit het vooronderzoek volgt of sprake is van een verdachte locatie of niet. In combinatie met de aanleiding tot het onderzoek, bepaalt dit of een verkennend bodemonderzoek nodig is, de tweede fase. In het voorliggende rapport beschrijven wij of hiervoor een aanleiding aanwezig is. Mogelijk volgt uit het verkennend bodemonderzoek de noodzaak tot een derde fase, een nader onderzoek. Dit is afhankelijk van de mate van verontreiniging welke bij het verkennend bodemonderzoek is aangetoond. 1.2 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het vooronderzoek is bestemmingsplanwijziging. Doel van het vooronderzoek is het nagaan of in of in de nabijheid van de onderzoekslocatie bodembedreigende activiteiten plaatsvinden of hebben plaatsgevonden waardoor verontreinigende stoffen in de bodem zijn terecht gekomen.
Op basis van deze informatie moet blijken of verkennend bodemonderzoek nodig is en zo ja, welke onderzoeksstrategie bij het eigenlijke bodemonderzoek gehanteerd moet worden. 1.3 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • De wijze van uitvoering van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); • De resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 3); • De conclusies, beschrijving van deellocaties, bepaling hypotheses en de aanbevelingen (hoofdstuk 4). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.
2
Vooronderzoek
2.1 Algemeen Voor het vooronderzoek is de onderzoekssystematiek gevolgd, behorend bij aanleiding A ''opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'' uit de NEN 5725. Met het vooronderzoek worden de onderzoeksvragen zoals benoemd in de NEN 5725 beantwoord. De hiervoor verzamelde feiten zijn per onderzoeksvraag opgesomd in bijlage 3. De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn eveneens in bijlage 3 weergegeven. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.
3
Resultaten
3.1 Onderzoekslocatie De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Op basis van de topotijdreis blijkt dat de terreininrichting sinds 1975 niet is gewijzigd. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. De onderzoekslocatie bevindt zich in Lelystad en grenst ten noorden aan de Forellentocht, ten zuiden aan de Buitenhavenweg en ten oosten en westen aan braakliggende percelen. De onderzoekslocatie beslaat het noordwestelijk deel van het perceel wat kadastraal bekend staat als gemeente Lelystad, sectie H, nummer 2689. Het perceel heeft een oppervlakte van ruim 86 hectare. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 24,5 hectare. In tabel 3-1 zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 3-1:
Overzicht locatiegegevens
Adres locatie Kadastrale gegevens locatie Eigenaar locatie Coördinaten Lengte locatie (in m) Breedte locatie (in m) Oppervlakte locatie (in m²) waarvan bebouwd (in m²) Huidig gebruik Verhardingen
Karperweg 20 Lelystad LLS00 - H - 2689 x-min = 200777 x-max = 201114 y-min = 497441 y-max = 497760 337 m 319 m 245142 m² Agrarisch -
3.2 Bodemopbouw en geohydrologie In deze paragraaf is zowel hydrogeologisch als lithologisch in een doorsnede de bodemopbouw weergegeven (bron: TNO). Tabel 3-2:
Bodemopbouw
Globale diepte (m-mv)
Lithologie
0.00 m - 6.30 m
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind
6.30 m - 10.30 m
Hydrogeologische eenheid Holocene afzettingen, complexe eenheid
Formatie van Boxtel, zandige eenheid
10.30 m - 15.70 m
Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen
Formatie van Kreftenheye, zandige eenheid
De freatische, ondiepe grondwaterstand op de locatie bedraagt op basis van de Grondwatertrappenkaart circa tussen de <40 (GHG) en de >120 (GLG) cm-mv (grondwatertrap V) m - NAP. De regionale stromingsrichting van het grondwater (eerste watervoerend pakket) is globaal noordwest. De lokale stromingsrichting kan afwijken door drainerende elementen in de omgeving. 3.3 Bekende bodemkwaliteit gegevens Uit het bodemloket en de bodematlas van Provincie Flevoland (figuur 3-1) blijkt dat op de locatie bodemonderzoek is uitgevoerd. Er zijn bodemonderzoeksrapportages benoemd in het bodemloket. Deze rapportages zijn opgevraagd bij het bevoegd gezag, voor een volledig overzicht hiervan wordt verwezen naar bijlage 3.
Figuur 3-1: Bodematlas Flevoland
A5472: Ten oosten van de onderzoekslocatie heeft in 2019 een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden door Mol Ingenieursbureau. Hierbij zijn het
standaardpakket van grond en grondwater en PFAS onderzocht. Uit de analyseresultaten bleek dat er geen verhoogde gehalten in de grond voorkomen met uitzondering van één mengmonster van de ondergrond waar kobalt licht verhoogd was. In het grondwater is een sterk verhoogd gehalte aan barium gemeten en een overschrijding van de streefwaarde van de metalen barium, zink en nikkel. Aangezien in de ondergrond de achtergrondwaarde van barium, nikkel en zink niet worden overschreden, worden deze gehalten toegeschreven aan een van nature verhoogde achtergrondconcentratie. Op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS werd zowel de boven- als ondergrond aangeduid met bodemkwaliteitsklasse wonen/industrie. 14-2012: Uit een nulsituatie-bodemonderzoek van de ondergrondse huisbrandolie (hbo)tank van 2014 ten westen van de onderzoekslocatie bleek dat de grond en het grondwater niet zijn verontreinigd met minerale olie en/of vluchtige aromaten. RS12064: In 2012 heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden aan de Karperweg 8, het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie. Hierbij zijn de bodem en het grondwater onderzocht op het standaardpakket. Tijdens veldwerkzaamheden zijn geen relevante bijzonderheden of afwijkingen aangetroffen. Er is een licht verhoogd gehalte aan PCB in de grond en licht verhoogde gehalte aan barium in het grondwater gemeten.
FL099500176: Uit dit vooronderzoek van 2009 door Consulmij Milieu en MUG Ingenieursbureau is gebleken dat er verschillende bodembedreigende activiteiten (tabel 3-3) hebben plaatsgevonden nabij de onderzoekslocatie te Karperweg 8-10. Op basis van de resultaten van het voorgaand bodemonderzoek, waarbij alle bedrijfsactiviteiten voldoende zijn onderzocht, is er geen sprake van een spoedeisend of ernstig geval van bodemverontreiniging. Op basis van historische kaarten is niet aanemelijk dat deze acitviteiten plaatsvonden ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie. Tabel 3-3: Verdachte activiteiten
Verdachte activiteit
Jaar
Voldoende onderzocht in b.o.
Tracers
Potentieel spoedeisend
Benzinepompinstallatie
1965- 1992
Ja
benzeen, fluorantheen, lood, MTBE, n-decaan, n-octaan, naftaleen, tolueen, xyleen
Nee
hbo-tank (ondergronds)
1972-1985
Ja
Nee
hbo-tank bovengronds
1985-9999
Ja
benzeen, fluorantheen, n-decaan, n-octaan, naftaleen, tolueen, xyleen benzeen, fluorantheen, n-decaan, n-octaan, naftaleen, tolueen, xyleen
Nee
Visserij researchinstelli ng
1972-9999
Ja
Laboratorium
1972-999
Ja
Dieselpompinstallatie
1972-1992
Ja
aceton, dichloormethaan, koper, methanol, n-hexaan, tolueen, zink methanol, n-hexaan, tolueen, zink
Nee
benzeen, fluorantheen, n-decaan, n-octaan, naftaleen, tolueen, xyleen
Nee
Nee
0621801A: Uit een verkennend en naderonderzoek in 2006 ten zuidwesten van de onderzoekslocatie door P&J Milieuservices B.V. bleek dat in de grond licht verhoogde gehalten aan minerale olie en EOX aanwezig zijn. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan chroom, koper en nikkel aangetoond. Het grondwater had een pH-waarde van 11,4 wat nader is onderzocht. Mogelijk is aanwezigheid van hoge gehalte te verklaren aan betonresten of staalslakken in het stabilisatiemateriaal of in de aarden wal achter het perceel. Uit nader onderzoek bleek de verhoogde pH-waarde van geringe omvang te zijn. 16245-04441: In 2001 heeft een verkennend bodemonderzoek van een toekomstig slibdepot plaatsgevonden door Oranjewoud ten oosten van de onderzoekslocatie. Hierbij zijn de grond en slib onderzocht op het NVN-pakket, OCB’s en PCB’s. Hierbij is in de grond een licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten, wat waarschijnlijk te danken is aan de aanwezige humusachtige verbindingen. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan benzeen, xylenen en dichloormethaan aangetoond. 3.4 Bodemkwaliteitskaart Uit de bodemkwaliteitskaart van gemeente Flevoland blijkt dat de bodemfunctieklasse van de onderzoekslocatie industrie is. Voor zowel de boven- als de ondergrond geldt de bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur.
3.5 Resultaten locatiebezoek Het locatiebezoek is uitgevoerd door Thom Kester (Sweco) op 23 juli 2021. Een locatiebezoek betreft een inspectie van de locatie gericht op het huidige gebruik, kenmerken die kunnen duiden op bodemverontreiniging en het vaststellen van de mogelijke aanwezigheid van asbest. Tijdens het locatiebezoek zijn het maaiveld en de daarop aanwezige bouwwerken en objecten indicatief geïnspecteerd. De bevindingen van het locatiebezoek zijn in tabel 3-4 samengevat. Tabel 3-4: Bevindingen locatiebezoek Gebouwen geen Verhardingen geen Watergangen Tussen verschillende delen van het perceel Onderhoud geen
Ondergrondse infrastructuur Maaiveldveranderingen Aanwezigheid puin Aanwezigheid plastics Aanwezigheid piepschuim Aanwezigheid invasieve exoten Asbestverdacht materiaal Asbesthoudende toepassingen Aangrenzende locaties
Niet bekend Geen Ter plaatse van de bomenstroken tussen de landbouw/voormalige viskweek percelen Geen Geen Geen Asbestverdachte plaatmateriaal in toegangsdam A Niet bekend Geen
4
Conclusies en aanbevelingen
4.1 Samenvatting Uit de informatie die verzameld is, zijn de onderstaande conclusies getrokken over de beïnvloeding van de bodem en de verwachting van de bodemkwaliteit. Uit de geraadpleegde rapporten van eerdere bodemonderzoeken blijkt dat nabij de onderzoekslocatie licht verhoogde gehalten aan kobalt is aangetoond in de grond en een sterk verhoogde concentratie aan barium en een overschrijding van de streefwaarde van de metalen barium, zink en nikkel in het grondwater. Van barium is bekend dat vaak natuurlijk verhoogde gehalten kunnen voorkomen. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat activiteiten op aangrenzende percelen geleid hebben tot verhoogde gehalten ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie. Ook is ten oosten van de onderzoekslocatie asbest aangetoond bij een indicatief onderzoek. De exacte locatie hiervan is onbekend, wel is dit op geruime afstand (>25m) verwijderd van de onderzoekslocatie. Op basis van de bodemkwaliteitskaart van gemeente Lelystad wordt verwacht dat boven- en ondergrond voldoen aan bodemkwaliteitsklasse Landbouw/Natuur.
4.2 Deellocaties Op basis van deze bevindingen is de onderzoekslocatie verdeeld in de deellocaties zoals opgesomd in tabel 4-1: Tabel 4-1
Bevindingen vooronderzoek
Deellocatie Toegangsdam A Boomstroken Overig
Omschrijving en reden tot wel of niet verdenking van bodemverontreiniging Asbestplaatmateriaal aangetroffen tijdens locatiebezoek Puin aangetroffen tijdens locatiebezoek Onverdacht
4.3 Noodzaak tot vervolgonderzoek Of vervolgonderzoek nodig is, is afhankelijk van de aanleiding van het onderzoek en de verdenking van bodemverontreiniging In het kader van grondverzet, wordt de verwachte bodemkwaliteit vergeleken met de bodemkwaliteit zoals vastgelegd in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart (Bbk). Als de verwachte bodemkwaliteit beter of gelijk is aan de Bbk, dan vormt de Bbk het erkende bewijsmiddel voor hergebruik van grond. Bij een afwijkende slechtere kwaliteit is voorafgaande aan hergebruik een verkennend bodemonderzoek of een partijkeuring nodig om een erkend bewijsmiddel te verkrijgen. Om veilig te kunnen werken in en met grond, is bodemonderzoek nodig als bodemverontreiniging boven de interventiewaarde verwacht wordt of als een asbestverontreiniging verwacht wordt. Daarnaast wordt de noodzaak tot vervolgwerkzaamheden bepaald door de wettelijke verplichtingen in de Wet bodembescherming. In een (potentieel) ernstig geval van bodemverontreiniging mag niet zonder instemming van het bevoegd gezag gewerkt worden.
4.4 Onderzoekshypothese en -strategie Op basis van de noodzaak tot vervolgonderzoek, zijn de volgende deellocaties met hypotheses gedefinieerd: Tabel 4-2:
Hypothese en onderzoeksstrategie
Deellocatie
Oppervlakte (m2) N.t.b.
Bodemlaag (m -mv) 0,00-0,2,00
Boomstroken
N.t.b.
0,00-0,2,00
Overig gedeelte
N.t.b.
0,00-0,2,00
Toegangsdam A
Hypothese
Strategie
Op basis van locatiebezoek wordt verwacht dat mogelijk verhoogde gehalten aan asbest en/of chemische parameters aanwezig zijn in de bodem Op basis van locatiebezoek wordt verwacht dat mogelijk verhoogde gehalten aan asbest en/of chemische parameters aanwezig zijn in de bodem Op basis van de onderzoeksresultaten worden maximaal licht verhoogde gehalten verwacht in bovenen ondergrond.
Verdacht heterogeen
De deellocaties zijn aangegeven in onderstaand figuur.
Figuur 4-1:
Deellocaties
Verdacht heterogeen
Onverdacht
4.5 Aanbevelingen Op basis van de resultaten uit het milieuhygiënisch vooronderzoek worden geen belemmeringen verwacht voor de herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Voorafgaand aan verdere locatieontwikkeling dient milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Geadviseerd wordt om hierbij alle toegangsdammen en boomstroken als verdachte deellocaties voor zowel regulier milieukundig bodemonderzoek (NEN5740) als asbestbodemonderzoek (NEN5707) te beschouwen. Ondanks het feit dat Sweco Nederland B.V. bij de uitvoering van het vooronderzoek aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, maakt het karakter van het onderzoek het niet mogelijk om garanties af te geven ten aanzien van de beschreven bodemkwaliteit. Sweco Nederland B.V. accepteert dan ook geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever of derden naar aanleiding van het door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde vooronderzoek nemen.
Bijlage 1
Topografische ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Situatie
Bijlage 3
Verzamelde gegevens
Bijlage Milieuhygiënisch vooronderzoek 26-7-2021
Sweco Robijnstraat 11 1812 RB Alkmaar Postbus 214 1800 AE Alkmaar Nederland
1/14
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Alkmaar Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd in De Bilt
Sandhya Maniram Adviseur Bodem en Ondergrond M +31 6 30 38 59 81
maandag 26 juli 2021
1
Inleiding vooronderzoek
1.1 Algemeen In opdracht van HB Management & Consultancy heeft Sweco Nederland B.V. een vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van Ijsselmeerdijk . Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN 5725:2017 nl – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Aanleiding en doelstelling 1.2 Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herinrichting van de locatie en uitgifte met de bestemming wonen op het terrein. Daarom dienen onderzoeksvragen beantwoord te worden conform de NEN 5725, de onderzoeksvragen bij A: opstellen hypothese over de milieuhygienische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 1.3 Opbouw van het vooronderzoek In de onderliggende hoofdstukken worden de onderzoeksvragen per aspect beantwoord.
2/14
maandag 26 juli 2021
2
Vooronderzoek
Kaart: Overzicht onderzoekslocatie(s)
Legenda onderzoeksgebied perceelsgrenzen
2.1 Locatiegegevens In onderstaande tabel zijn de locatiegegevens samengevat. Op de hierboven getoonde kaart staat de topografische ligging van de onderzoekslocatie(s) weergegeven. Tabel: Overzicht locatiegegevens JYSK Aspect
Toelichting
Adres locatie / locatienaam Kadastrale gegevens locatie (max. 1000 tekens) Coördinaten (RD-new)
JYSK LLS00 - H - 2689
Lengte x breedte
x-min = 200777 x-max = 201114 y-min = 497441 y-max = 497760 337 x 319 m
Oppervlakte locatie
245142 m²
waarvan bebouwd
-
Huidig gebruik
Agrarisch
Verhardingen
geen
3/14
maandag 26 juli 2021
2.2 Bodemopbouw en geohydrologie 2.2.1 Bodemtype en geohydrologische gelaagdheid In Appendix II is zowel hydrogeologisch als lithologisch in een doorsnede de bodemopbouw weergegeven (bron: TNO). Tabel: Bodemopbouw Globale diepte (m-mv) Samenstelling
Geohydrologische eenheid
Formatie
0 - 6.3 6.3 - 10.3
Complexe eenheid
Complex
Holoceen
Zand
-
Boxtel
10.3 - 15.7
Zand
Kreftenheye
2.2.2 Grondwaterstanden en -stromingsrichting De freatische, ondiepe grondwaterstand op de locatie bedraagt op basis van de Grondwatertrappenkaart circa tussen de <40 (GHG) en de >120 (GLG) cm-mv (grondwatertrap V) m - NAP. De regionale stromingsrichting van het grondwater (eerste watervoerend pakket) is globaal noordwest. De lokale stromingsrichting kan afwijken door drainerende elementen in de omgeving.
4/14
maandag 26 juli 2021
2.3
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval 2.3.1 Hoogteverschillen maaiveld Op onderstaande kaart zijn de verschillen in maaiveldhoogtes op de onderzoekslocatie(s) in kleur weergegeven. De gemiddelde maaiveldhoogte ligt op -4,37 m + NAP. Kaart: Hoogteligging onderzoekslocatie
Legenda onderzoeksgebied verdacht aspect hoogte Hoogte maaiveld + NAP -1.94 m
-5.14 m
5/14
maandag 26 juli 2021
2.3.2 Historisch kaartmateriaal Bij het raadplegen van historisch kaartmateriaal zijn geen aanwijzingen aangetroffen met betrekking tot de aanwezigheid van ophogingen, dempingen, stortingen en/of opvullingen ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Jaar: 1975
Jaar: 1990
Jaar: 2000
Jaar: 2015
6/14
maandag 26 juli 2021
2.3.3 Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) De grootschalige toepassing van asbesthoudende producten bij de bouw van objecten uit een bepaalde periode kan indirect een bodemverontreiniging met asbesthoudend materiaal hebben veroorzaakt door bewerkingen van asbesthoudende materialen op de bouwplaats en/of de sloop van gebouwen. Uit raadpleging van (historisch) topografisch kaartmateriaal en de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) blijkt dat zich ter hoogte van de huidige onderzoekslocatie geen bouwwerken bevinden of hebben bevonden. Hiermee komt de verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem als gevolg van bouw-, sloopactiviteiten of verwering van asbesthoudende constructies te vervallen. Kaart: Mate van verdenking m.b.t. het voorkomen van asbest in gebouwen
Legenda onderzoeksgebied Mate van verdenking m.b.t. voorkomen van asbest in gebouwen Gebouwd na 1994: Geen Gebouwd tussen 1979 en 1994: Laag tot Matig Gebouwd tussen 1955 en 1979: Hoog Gebouwd voor 1955: Laag
7/14
maandag 26 juli 2021
2.4 Verwachtingen ten aanzien van de bodemkwaliteit 2.4.1 Bodemkwaliteitskaart De voor de onderzoekslocatie relevante gegevens zijn weergegeven in onderstaande tabel. Tabel: Bodemkwaliteit Titel, auteur, kenmerk, datum BKK
Resultaat
Zone onderzoekslocatie
Niet gezoneerd
Verwachte bodemkwaliteitsklasse bovengrond (0-5 m-mv) Verwachte bodemkwaliteitsklasse bovengrond (5-15 m-mv)
landbouw/natuur
8/14
landbouw/natuur
maandag 26 juli 2021
2.4.2 Bodemloket Op Bodemloket staan geen bodembedreigende activiteiten, bodemonderzoeken en/of saneringen op nabij de onderzoekslocatie geregistreerd. Voor ligging zie weergave op de kaart. Voor een overzicht van alle bodemloketlocatie op of nabij de onderzoekslocatie wordt verwezen naar appendix 1.
Kaart: Bodemloket
Legenda onderzoeksgebied verdacht aspect bodemloket verdacht onderzoek bodemloket
9/14
maandag 26 juli 2021
2.5 Terreinverkenning Het locatiebezoek is uitgevoerd door Thom Kester (Sweco) op 23 juli 2021. Tijdens het locatiebezoek zijn het maaiveld en de daarop aanwezige bouwwerken en objecten indicatief geïnspecteerd. Kaart: Loicatiebezoek
10/14
maandag 26 juli 2021
2.6 Conclusie, hypothese en strategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, zijn onderstaande dellocaties met hypotheses gedefinieerd. De ligging van de deellocaties zijn weergegeven op kaart 5. Kaart: Conclusie
Legenda onderzoeksgebied verdachte aspecten
Tabel: Conclusies Aspect/gebied
Oppervlak
Hypothese
Verdachte parameters
Plaats van voorkomen
Bossage A/B1 en in/oprit
n.t.b.
verdacht
asbest
in/oprit
JYSK
245142 m2
onverdacht
11/14
maandag 26 juli 2021
Appendix 1
Bodemloket lokaties
Locatie AA099500222 Status/vervolg: Omschrijving: Niet aanwezig
12/14
maandag 26 juli 2021
Appendix 2
13/14
Dinoloket doorsnee
maandag 26 juli 2021
Appendix 3 Disclaimer Sweco Nederland B.V. (hierna: “Sweco”) heeft alle zorgvuldigheid in acht genomen bij het samenstellen en onderhouden van de informatie in het werkproces ‘milieuhygiënisch vooronderzoek’ en daarbij gebruik gemaakt van bronnen die betrouwbaar geacht worden. In paragraaf 'Bronnen' wordt de bronhouder en actualiteit weergegeven. Ook wordt hier vermeld wanneer de informatie door Sweco is geraadpleegd en gepresenteerd in Geografische Informatie. Sweco is hierin echter afhankelijk van de juistheid, volledigheid, en actualiteit van de data bij de bronhouder en kan daardoor niet verantwoordelijk worden gehouden voor (de gevolgen van) het gebruik van de geboden informatie. Sweco aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor enige schade ontstaan uit verleende diensten, door het gebruik van aangeboden data of voor data waarnaar verwezen wordt. Ondanks het feit dat Sweco bij de uitvoering van deze werkzaamheden aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, die beogen een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te genereren, kan niet worden uitgesloten dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem plaatselijk kan afwijken van de geschetste verwachting.
Sweco wijst er nadrukkelijk op dat er aan de inhoud van het vooronderzoek – zoals hiervoor al aangegeven - geen enkel recht kan worden ontleend en dat de interpretatie en het gebruik van het onderzoek en de daaruit voortkomende informatie door Opdrachtgever en/of Gebruiker voor hun eigen risico is. Voor de productie van dit rapport is gebruik gemaakt van AMBER 2.0.
Appendix 4
Bronnen
Onderzoeksaspect Titel
Bronhouder
Actualiteit
Locatiegegevens BAG Bebouwing
Esri Nederland, Kadaster
26-09-2019
Locatiegegevens BAG Percelen
het Kadaster
27-02-2020
Locatiegegevens Topografische kaart
Esri Nederland, Community Map Contributors
30-03-2021
Geohydrologie
Grondwatertrappenkaart
Bodemkwaliteit
Bodemloket
Bodemkwaliteit
AHN2
Bodemkwaliteit
14/14
Historische topografische kaarten
Gemeenten en provincies 28-08-2019 (https://bodemloket.nl/bevoegd_geza g_wbb) Esri Nederland, AHN 24-01-2018 Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), Wegenkaart (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000)
n.v.t.
maandag 26 juli 2021
JYSK Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 30
-
26-07-2021
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding KARPERWEG 8-10 Kaarten Disclaimer Toelich ng
Pagina 2 van 30
-
26-07-2021
Leeswijzer In Flevoland worden regelma g verontreinigingen in de bodem aangetroffen. In het kader van de Wet Bodembescherming (WBB) hee de provincie Flevoland een aantal we elijke taken. De provincieverkrijgt in het kader van deze we elijke taken bodemgegevens. Deze administra eve gegevens worden opgeslagen in een bodeminforma esysteem. Bij het plannen en uitoefenen van werkzaamheden is het van belang dat men al vroeg jdig rekening houdt met de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. In dit document wordt een overzicht gegeven van loca es binnen het geselecteerde gebied, waarover bij de provincie Flevoland bodeminforma e bekend is. De informa e in dit document is verdeeld over twee delen: 1. Algemene informa e: Het geselecteerde gebied, Bodemverontreinigingloca es en Poten eel bodemverontreinigende ac viteiten 2. Detailinforma e (per loca e): Algemene gegevens, Afgegeven beschikking(en), Historische bedrijfsac viteit(en), Uitgevoerde bodemonderzoek(en), Aangetroffen verontreinigingen, Uitgevoerde saneringen en Restverontreiniging 3. Overige informa e: Topografie, Luch otos en Asbest Het kan voorkomen dat bepaalde informa e niet beschikbaar is. In dat geval wordt daar melding van gemaakt. Als u vragen hee over de geleverde bodeminforma e, kunt u emailen naar info@ofgv.nl of bellen naar 088-6333000.
Pagina 3 van 30
-
26-07-2021
Locatie: KARPERWEG 8-10
Loca e Adres
Karperweg 8 10 8221RB Lelystad
Loca ecode
AA099500222
Loca enaam
KARPERWEG 8-10
Plaats
Lelystad
Loca ecode bevoegd gezag WBB
FL099500176
Status Vervolg WBB
uitvoeren OO
Beoordeling
Status rapporten
Nul- of Eindsitua eonderzoek
Beschikking
Status besluiten Is van voor 1987
Ja
Niet erns g
Status asbest
Asbest aangetoond, onderzoek niet conform NEN 5707;
Eigenaar
Flevoland
Uitgevoerde onderzoeken Datum
Type
Naam
Auteur
Referen e
14-11-1990
Verkennend onderzoek NVN 5740
Verkennend Onderzoek 1
Fugro
F-7485
24-06-1994
Verkennend onderzoek NVN 5740
Verkennend Onderzoek 3
Heidemij Adviesbureau
635/EA94 /A098/33339
02-03-1999
Verkennend onderzoek NVN 5740
Verkennend Onderzoek 2
Fugro
D-9006/110
28-05-1999 Nader onderzoek
Nader Onderzoek 1
Fugro
82990136
15-07-2002 Orienterend bodemonderzoek
Orienterend Onderzoek 1
Grontmij
RAP/129641/an
Verkennend onderzoek NEN 21-09-2007 5740
Verkennend onderzoek NEN 5740 4
WMR Rinsumageest BV
073187/JZ
27-11-2009 Historisch onderzoek
Rapport Historisch Onderzoek Karperweg 8-10 te Lelystad
Combina e Consulmij MUG
HOFLC07
Verkennend onderzoek NEN 5740
karperweg 8
Wematech Bodem Adviseurs B.V.
RS121064
07-02-2014 Nul- of Eindsitua eonderzoek
karperweg 8
Linge milieu b.v.
14-2012
20-06-2012
Verontreinigende ac viteiten Ac viteit
Start
Einde
Vervallen
Benoemd
benzinepompinstalla e
1965
benzinetank (ondergronds)
1965
composteringsbedrijf dieselpompinstalla e
1992
Nee
Ja
Nee
9999
Ja
Nee
Nee
9999
8888
Niet van toepassing
Per defini e
Nee
1972
1992
Niet van toepassing
Per defini e
Nee
dieseltank (ondergronds)
1972
9999
Ja
Nee
Nee
hbo-tank (bovengronds)
1985
9999
Niet van toepassing
Per defini e
Nee
hbo-tank (ondergronds)
1972
1985
Nee
Ja
Nee
laboratorium
1972
9999
Nee
Ja
Nee
visserij researchinstelling
1972
9999
Nee
Ja
Nee
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Pagina 4 van 30
-
26-07-2021
Verontreinigd
Spoed
Sanering Saneringsoort Zorgstatus Uiterste start Werkelijke start Werkelijke einddatum
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 5 van 30
-
26-07-2021
Asbest loca es
Pagina 6 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 1947
Pagina 7 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 1949
Pagina 8 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 1960
Pagina 9 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 1971
Pagina 10 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 1981
Pagina 11 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 1989
Pagina 12 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2000
Pagina 13 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2003
Pagina 14 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2006
Pagina 15 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2008
Pagina 16 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2009
Pagina 17 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2010
Pagina 18 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2011
Pagina 19 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2012
Pagina 20 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2013
Pagina 21 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2014
Pagina 22 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2015
Pagina 23 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2016
Pagina 24 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2017
Pagina 25 van 30
-
26-07-2021
Luch oto 2018
Pagina 26 van 30
-
26-07-2021
De bodeminforma e is met de grootste zorg ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat deze informa e verouderd is, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Flevoland acht zich niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informa e. U helpt de provincie door eventuele geconstateerde fouten of gebreken te melden. Per 1 januari 2013 wordt, in opdracht van de provincie Flevoland, de bodeminforma e bijgehouden door de omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek.
Pagina 27 van 30
-
26-07-2021
Toelich ng Toelich ng op overzicht historisch bodembestand (HBB) Tussen 2005 en 2007 hee de provincie Flevoland een inventarisa e laten uitvoeren van poten eel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen. Voor de inventarisa e is gebruik gemaakt van twee archie ronnen, te weten: 1. Het archief van de Kamers van Koophandel in de provincie. 2. De op grond van de Hinderwet aan bedrijven verleende vergunningen. Met beide bronnen wordt ruwweg de jdsperiode 1950 tot 2000 gedekt. Uit de enorme hoeveelheid informa e die in de genoemde bronnen ligt opgeslagen, is een selec e gemaakt. Met deze inventarisa e kan worden bekeken of er in het verleden bodembedreigende bedrijfsac viteiten op een perceel hebben plaatsgevonden. Naast informa e over poten eel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen is bij de Provincie Flevoland ook andere informa e bekend over het (historische) bodemgebruik. Het betre de: De historische luch oto’s van Flevoland (h p://historische-luch oto.flevoland.nl); De asbestverdenkingenkaart (h p://kaart.flevoland.nl/asbestverdenkingen/).
Toelich ng op de Historische luch oto's In het verleden kan door bedrijfsac viteiten de bodem verontreinigd zijn. Hoe de bodem in het verleden gebruikt is, is terug te zien op de historische luch oto's.
Toelich ng op de Asbestverdenkingenkaart De provincie Flevoland hee in verband met mogelijke bodemverontreiniging in 2004 archiefonderzoek laten verrichten naar het (mogelijk) voorkomen van asbest in gebouwen en/of in de bodem. De doelstellingen van dit onderzoek waren: Inzich ekrijgen in de omvang van asbestverontreinigingin gebouwen en de bodem; De ligging van asbestverdachte loca es te bepalen. De loca es staan weergegeven op de provinciale website en zijn direct opvraagbaar via de link h p://kaart.flevoland.nl/asbestverdenkingen/. Het bijbehorende rapport “Asbestonderzoek Flevoland” is op deze pagina te raadplegen onder kopje “Achtergrondinforma e”. De asbestverdenkingenkaart is te gebruiken om te bepalen of er een kans bestaat dat asbest aanwezig is in gebouwen en/of in de bodem. Vooral bij de uitvoering van Historisch onderzoek, bijvoorbeeld in het kader van bodemonderzoek of gebiedsontwikkeling is deze informa e van belang. Op de kaart zijn asbestverdachte loca es of gebieden weergegeven. In de kaart worden de volgende categorieën onderscheiden: (Woning-)Bouwperiode Agrarische gebouwen Hinderwetvergunningen Historische bedrijfsac viteiten Vervolgonderzoek moet uitwijzen of daadwerkelijk asbest in gebouwen en/of in de bodem aanwezig is. Aanbevelingen voor verder onderzoek zijn: raadpleeg bouwvergunningen.
Dit kan op individueel perceelsniveau, maar ook op wijkniveau als een breder onderzoek naar de toepassing van asbest als bouwmateriaal relevant wordt geacht. voer gericht dossieronderzoek uit naar herstructureringsplannen, dossiers bouwrijp maken, eventueel in combina e met interviews met betrokken ambtenaren. Hieruit kan blijken waar asbestafval (sloop gebouwen, verwijderde wegfunderingen en waterleidingbuizen) terecht is gekomen. voer zonodig luch oto- en kaartonderzoek uit naar dempingen, erfverhardingen en afgebroken boerderijen (vooral interessant in combina e met nabijgelegen gedempte watergangen).
Toelich ng op detailinforma e WBB-loca es Algemene informa e In het kader van de Wet Bodembescherming (WBB) hee de provincie Flevoland een aantal we elijke taken. De provincie verkrijgt in het kader van deze we elijke taken bodemgegevens. Deze administra eve gegevens worden opgeslagen in een bodeminforma esysteem. Deze informa e betre : Algemene loca egegevens Afgegeven beschikking(en) Historische bodembedreigende bedrijfsac viteiten Uitgevoerde bodemonderzoeken Aangetroffen verontreinigingen
Pagina 28 van 30
-
26-07-2021
Uitgevoerde (deel-)saneringen Restverontreinigingen Historische bedrijfsac viteiten (HBB)
Algemene loca egegevens Basisgegevens Alle bij de Provincie bekende loca es, waar (mogelijk) sprake is van een geval van erns ge bodemverontreiniging (Wbb- loca es), zijn ingevoerd in het Bodem Informa e Systeem. Ook loca es, waarbij in een ander we elijk kader bodemverontreiniging is geconstateerd, worden door provincie geregistreerd. Van deze loca es worden de volgende gegevens geregistreerd: Ligging (adresgegevens); Kadervan aanpak (vrijwillige ofvan overheidswege onderzoek/saneringwordt uitgevoerd); Land- of waterbodemverontreiniging; Milieuhygiënische beoordeling (ernst, spoed, goedkeuring saneringsplan, instemming saneringsresultaat/nazorgplan); Vervolgac e. Fasering van de aanpak Bij de aanpak van een (vermoeden van) bodemverontreiniging, worden in het algemeen de volgende fasen doorlopen: 1. Het historisch onderzoek; daarin worden gegevens over het mogelijk ontstaan van bodemverontreiniging worden verzameld. 2. Het oriënterend onderzoek; daarin worden op de meest verdachte plaatsen monsters genomen, die in een laboratorium op de verdachte stoffen worden geanalyseerd. 3. Het nader onderzoek; daarin wordt de bodemverontreiniging afgebakend. 4. Het saneringsplan; daarin wordt de beschreven hoe de bodem gesaneerd gaat worden. 5. Het evalua everslag; daarin worden de bereikte saneringsresultaten vastgelegd
Afgegeven beschikking(en) Beschikking In een beschikking gee de overheid haar oordeel over onderwerpen als de ernst van een bodemverontreiniging, de urgen e en het jds p van de sanering, het saneringsplan en het evalua everslag van de sanering. De beschikking op het saneringsplan kan gezien worden als een vergunning. Erns ge bodemverontreiniging De Wet bodembescherming gee regels hoe om te gaan met een erns ge bodemverontreiniging. De provincies en de grote gemeenten zijn het bevoegde gezag; zij zijn door de wet aangewezen om toe te zien op een juiste aanpak. Spoedeisendheid sanering De Wet bodembescherming onderscheidt al dan niet spoedeisende erns ge bodemverontreinigingen. Om over de spoed te kunnen beslissen is informa e nodig over de risico’s van de bodemverontreiniging en de snelheid waarmee de verontreinigende stoffen zich met het grondwater verspreiden. De risico’s zijn gebaseerd op het huidige of het voorgenomen gebruik van de bodem. Een voorbeeld: de bodem is erns g verontreinigd met zware metalen. De zware metalen lossen niet op in het regenwater. De sanering is niet urgent als de bodem gebruikt wordt als parkeerterrein. De sanering is wel urgent als de bodem als kinderspeelplaats of groentetuin wordt gebruikt.
Tijdelijke beveiligingsmaatregelen Als een sanering spoedeisend is, maar nog niet direct kan plaats vinden, kan het bevoegde gezag jdelijke beveiligingen voorschrijven. Een voorbeeld daarvan is het plaatsen van een hek rondom de verontreiniging. Saneringsplan Bij de sanering kan het gaan om verschillende typen maatregelen om de bodem weer schoon of geschikt te maken. Soms wordt alle verontreiniging verwijderd, soms blij alle verontreiniging zi en en wordt die op een andere manier onschadelijk gemaakt. De ini a efnemer van de sanering is verplicht na het afronden van de sanering een evalua erapport bij de overheid in te dienen. Als er verontreiniging in de bodem achterblij , moet de ini a efnemer van de sanering een zorgplan opstellen. Daarin staat op welke manier controle plaats vindt en zonodig wordt bijgestuurd. Dit noemt men ook wel monitoring. De bevoegde gezagen, bijvoorbeeld de Provincie Flevoland, kunnen saneringsbevelen geven voor het opruimen van erns ge bodemverontreiniging waarvan de sanering spoedeisend is. In eerdere wetgeving werden spoedeisende saneringen urgente saneringen genoemd. In dit rapport bedoelen wij met spoedeisend en urgent hetzelfde.
Pagina 29 van 30
-
26-07-2021
Uitgevoerde bodemonderzoeken Alle bij de Provincie bekende bodemonderzoeksrapporten zijn ingevoerd in het Bodem Informa e Systeem. Het betreffen bodemonderzoeken op loca es waar (mogelijk) sprake is van een geval van erns ge bodemverontreiniging (Wbb-loca es). Bodemonderzoeken die in een ander we elijk kader zijn uitgevoerd worden niet door provincie geregistreerd, tenzij er sprake is van een bodemverontreiniging; bijvoorbeeld bodemonderzoeken in het kader van de Woningwet of de Wet milieubeheer.
Aangetroffen verontreinigingen Bij de mate van verontreiniging wordt onderscheid in schone grond, licht verontreinigde grond en erns g verontreinigde grond. Om de bodem schoon, licht verontreinigd of erns g verontreinigd te noemen is voor ruim honderd stoffen vastgesteld hoeveel van die stof in een bodem mag zi en. Om de bodemkwaliteit te beoordelen, moet dus worden bekeken hoeveel van een verontreinigende stof er in de bodem zit. Dit gebeurt door monsters van de bodem te nemen en die in een laboratorium te laten onderzoeken.
Uitgevoerde (deel)saneringen De saneringsvariant wordt vastgelegd op basis van het evalua erapport. Voor de beschrijving van de saneringsvarianten wordt gebruik gemaakt van de landelijk vastgelegde systema ek.
Restverontreinigingen Eventuele restverontreinigingen, die na sanering in de bodem achterblijven, worden geregistreerd.
Historische bedrijfsac viteiten op deze loca e De bodembedreigende (bedrijfs-)ac viteiten op de betreffende loca e, die zijn of moeten worden onderzocht.
Meer informa e Hee u vragen over de geleverde bodeminforma e? Mail dan uw vraag naar info@ofgv.nl.
Pagina 30 van 30
-
26-07-2021
Bijlage 4
Locatie-inspectie
Scheiding A
Scheiding B1
Scheiding B2
Scheiding C
Bijlage 5
Toetsingskader bodemkwaliteit
Algemene toelichting toetsingskader en toetsingsnormen De Wet bodembescherming (Wbb) geeft regels voor de bescherming en sanering van de bodem. In de Wbb is aangegeven wanneer sprake is van bodemverontreiniging en wanneer deze zodanig is dat sanering met spoed nodig is. Tevens is in de Wbb aangegeven waar de saneringsdoelstelling aan moet voldoen. De concrete uitwerking hiervan is vastgelegd in circulaires, besluiten en regelingen op grond van de Wbb. De toetsingskaders en normen voor landbodemkwaliteit zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit (Staatsblad 2007, nr. 469, met wijzigingen), de Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant 2007, nr. 247 met wijzigingen), de Circulaire bodemsanering 2013 (Staatscourant 2013 nr. 16675) en het Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 29 november 2019).
Chemische parameters Mate van verontreiniging Voor het toetsen van de mate van bodemverontreiniging met chemische parameters worden de volgende toetsingswaarden onderscheiden: • Streefwaarde grondwater: De Streefwaarde grondwater geeft aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. • Achtergrondwaarde voor grond: De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik. • Interventiewaarde bodemsanering voor grond en grondwater: De interventiewaarde geeft het milieukwaliteitsniveau aan waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem. De Interventiewaarden voor landbodems zijn gebaseerd op een uitgebreide RIVM-studie naar zowel humaan toxicologische als ecotoxicologische effecten van bode verontreinigende stoffen. De Interventiewaarden voor landbodems zijn daarom gekoppeld aan de potentiële risico's van een bodemverontreiniging op een bepaalde locatie. Of sprake is van actuele risico’s is afhankelijk van de specifieke locatie (inrichting van de locatie en soort gebruik).
Deze risico’s kunnen worden bepaald met behulp van de Risicotoolbox (Sanscrit). Meestal gebeurt een dergelijke risicobepaling pas in het stadium van een nader bodemonderzoek omdat dan voldoende gegevens voorhanden zijn. Voor PFAS zijn nog geen interventiewaarde en streef- of achtergrondwaarden vastgesteld. Bodemtypecorrectie Achtergrondwaarden en interventiewaarden met betrekking tot grond zijn getalswaarden die zijn afgeleid voor de zogenaamde standaardbodem. De standaardbodem is gedefinieerd als bodem die 25% lutum en 10% organische stof bevat. Toetsing van de gehalten aan geanalyseerde stoffen vindt plaats na omrekening van de gemeten gehalten naar gehalten in standaardbodem. Deze omrekening vindt plaats op basis van het lutum- en organische stofgehalte dat het betreffende bodemmonster is bepaald. De Interventiewaarden voor grondwater zijn afgeleid van de Interventiewaarden voor grond, maar zijn onafhankelijk van het bodemtype. Zorgplicht Los van het toetsingskader bodemkwaliteit is in 1987, bij de inwerkingtreding van de Wet bodembescherming, het zorgplichtartikel van kracht geworden. Iedereen die vanaf 1987 handelingen verricht die de bodem (verder) verontreinigen, is verplicht direct saneringsmaatregelen te treffen, zodat de oude situatie wordt hersteld.
Hergebruik grond voor chemische parameters Voor het toetsen van de hergebruiksmogelijkheden van grond, zijn in het Besluit bodemkwaliteit de volgende toetsingswaarden opgenomen: • Achtergrondwaarde: grond die voldoet aan de achtergrondwaarde is geschikt voor elke functie. Deze grond is altijd vrij toepasbaar. • Wonen: grond die voldoet aan de maximale waarde wonen is geschikt voor de functie wonen. Deze grond kan worden toegepast in gebieden die de functie ‘’Wonen’’ hebben in de gemeentelijke toepassingskaart • Industrie: grond die voldoet aan de maximale waarde industrie is geschikt voor de functie industrie. Deze grond kan worden toegepast in gebieden die de functie ‘’Industrie’’ hebben in de gemeentelijke toepassingskaart. Deze grond kan niet worden toegepast in gebieden met de toepassingskwaliteit Wonen of Natuur/landbouw (Achtergrondwaarde). • Niet toepasbaar: grond waarin de gehalten de maximale waarde industrie overschrijden maar de interventiewaarde niet. Deze grond kan niet worden toegepast zonder maatregelen te treffen om besmetting van de omgeving te voorkomen (IBC-maatregelen). • Nooit toepasbaar: grond waarin de gehalten de interventiewaarde overschrijden. Deze grond kan niet worden toegepast maar moet worden gereinigd of gestort.
In het Tijdelijke Handelingskader PFAS zijn de volgende toetsingswaarden opgenomen: • Schoon: grond waarin geen PFAS is aangetroffen is geschikt voor elke functie, waaronder toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden. • Landbouw/natuur: grond die voldoet aan de achtergrondwaarden (landelijke normen: PFOS 0,9, PFOA 0,8 en overige PFAS incl. GENX 0,8 µg/kg ds) is vrij toepasbaar, maar niet in grondwaterbeschermingsgebieden. • Wonen/Industrie: grond die voldoet aan de maximale waarde wonen/industrie (PFOS 3, PFOA 7, PFAS incl. GenX 3 µg/kg ds) kan worden toegepast op locaties die in de bodemkwaliteitskaart zijn benoemd als ontvangende klasse Wonen en ontvangende klasse Industrie. • Nooit toepasbaar grond die niet voldoet aan de maximale waarde wonen/industrie kan niet worden toegepast maar moet gereinigd of gestort.
Opgemerkt wordt dat de interventiewaarden niet voor alle stoffen gelijk is aan de maximale waarde industrie. Voor een aantal stoffen is deze waarde lager dan de maximale waarde industrie. Het gevolg is dat licht verontreinigde grond in enkele gevallen als niet toepasbaar wordt beoordeeld. Dit is met name het geval bij minerale olie. De toepassingsmogelijkheden zijn dus als volgt: bodemfunctie
Kwaliteit Grond
In grondwaterbeschermingsgebieden
Natuur/landbouw Boven
Onder
Wonen Boven
grondwater
Onder
Industrie Boven
onder
GBT boven
grondwater
grondwater
Achtergrondwaarde
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Wonen
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Industrie
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Niet toepasbaar
Nee
Nee
Nee
nee
Ja
Nooit toepasbaar
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Landbouw/natuur
Nee
Ja
Ja
ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Wonen/industrie
Nee
Nee
Nee
ja
Nee
Ja
Nee
Ja
Nee
Nooit toepasbaar
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Kwaliteit grond o.b.v. PFAS
Schoon
onder
grondwater
Ja
Daarnaast mag de grond: • Ten hoogste 20% m/m steenachtig materiaal of hout bevatten • Sporadisch ander bodemvreemd materiaal bevatten, voor zover redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat het uit de grond wordt verwijderd vóór de toepassing. Met ander bodemvreemd materiaal wordt met name plastics en piepschuim bedoeld. Dergelijke materialen mogen slechts sporadisch aanwezig zijn. Daarbij moet baggerspecie zorgvuldig worden ontgraven of bewerkt, zodat er zo min mogelijk bodemvreemd materiaal in de baggerspecie terecht komt. Voor zover in de baggerspecie bodemvreemd materiaal aanwezig is, moet dat vóór het toepassen daaruit worden verwijderd, voor zover dat redelijkerwijs kan worden gevergd.
Werken in en met verontreinigde bodem De CROW 400 geeft een methodiek voor het veilig, zorgvuldig en risico gestuurd werken met verontreinigde bodem. De systematiek om de veiligheidsklasse voor verontreinigde bodem vast te stellen is in het volgende schema weergegeven.
Voor de beoordeling van niet-vluchtige stoffen is de norm ‘’SRC’’ (Serious Risk Concentration) vastgesteld, zijnde niveau waarboven ernstige risico’s voor de veiligheid en gezondheid van volwassen personen kunnen optreden, inclusief een bepaalde veiligheidsmarge. De arbeidshygiëne maatregelen behorende bij de veiligheidsklassen zijn weergegeven in navolgende tabel.
Mogelijke beheersmaatregelen
Oranje Niet-
Vluchtig
vluchtig
Rood Niet-
Vluchtig
vluchtig
Zwart Niet-
vluchtig
vluchtig
Organisatie V&G-plan
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Logboek
Afwijking
Afwijking
Ja
Ja
Ja
Ja
rapport
rapport
MVK
MVK
HVK
HVK
HVK
HVK
Aansturing
MVK
MVK
MVK
HVK
HVK
HVK
Toezicht
DLP
DLP
DLP
R-DLP
R-DLP
R-DLP
Uitvoering
Basiskennis
Basiskennis
OPM
OPM
OPM
OPM
Deskundigheid
DLP
DLP
MVK
HVK
HVK
HVK
Startwerkinstructie
MVK
MVK
MVK
HVK
HVK
HVK
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Deskundigheid Definitieve vaststelling veiligheidsklasse en maatregelen
Voorlichting en onderricht
Geschiktheidsverklaring Metingen Bodemvocht
Optie
Lucht
Optie Optie
Ja
Ja
Materieel Sanitaire voorzieningen
Was/toilet
Was/toilet
Ja
Ja
Ja
Ja
Laarzenspoelbak
Optie
Optie
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Drietraps sanitaire unit Vonkenvrij systeem Filters materieel aanwezig Filters materieel te gebruiken
Ja Optie Optie
Optie Optie
Stof- en
Stof- en
koolfilter
koolfilter
Situatie-
Situatie-
afhankelijk
afhankelijk
Ja Ja
Ja
Ja
ja
Sproei-installatie
Optie
Optie
Ja
Ja
Ja
Ja
Wasplaats materieel
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Afscherming werkgebied
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Te bepalen
Te bepalen
Te
Te
door HVK
door HVK
bepalen
bepalen
door HVK
door HVK
Signalering Persoonlijke beschermingsmiddelen Filters persoon
Handschoenen
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Overall
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Veiligheidsschoenen
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
MVK: middel veiligheidskundige
V&G-plan: veiligheids- en gezondheidsplan
HVK: hogere veiligheidskundige
R-DLP: register Deskundig Leidinggevende Projecten
DLP: Deskundig Leidinggevende Projecten
OPM: Operationeel medewerker
Asbest Om het asbestgehalte in de bodem te kunnen toetsen zijn eerst de volgende stappen nodig: • omrekenen van het asbestgehalte in de aangetroffen asbestverdachte materialen naar een gehalte per kilogram grond. Voor het asbest op het maaiveld wordt hiervoor een fictieve bodemlaag van 0,02 m dikte gebruikt; • sommeren van het gehalte uit de materialen en het gemeten gehalte in de grond; • berekenen van het gewogen gehalte (gg), zijnde de concentratie serpentijn asbest vermeerderd met tien keer de concentratie amfibool asbest. Mate van bodemverontreiniging Voor het toetsen van de mate van bodemverontreiniging met asbest, gelden de volgende normen: • Interventiewaarde bodemsanering voor grond: Voor asbest in grond geldt alleen een interventiewaarde c.q. restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen). De Interventiewaarde voor asbest is bij vaststelling gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest. Bij overschrijding van de interventiewaarde is sprake van een geval van ernstige verontreiniging. • Helft van de Interventiewaarde (=Tussenwaarde): Deze waarde geeft, na uitvoering van een verkennend bodemonderzoek asbest, de noodzaak tot nader onderzoek aan.
Het betreft een rekenkundig gemiddelde, dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. Overschrijding van deze waarde heeft slechts een indicatieve functie, namelijk het aangeven van de noodzaak van een nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem. • Grenswaarde hechtgebonden asbest: In hechtgebonden asbest zitten de vezels stevig in het dragermateriaal verankerd; er komen daardoor nauwelijks vezels vrij. De grenswaarde voor hechtgebonden asbest is 1000 mg/kg d.s. gewogen. Bij gehalten hechtgebonden asbest in de grond lager dan deze grenswaarde, wordt, zo blijkt uit praktijkmetingen, geen asbest in de lucht aangetroffen boven de bepalingsgrens. • Grenswaarde niet-hechtgebonden asbest: De grenswaarde voor niet-hechtgebonden asbest is 100 mg/kg d.s. gewogen. Bij gehalten lager dan 100 mg/kg ds zal het aandeel aan respirabele vezels nooit meer zijn dan 5-10%. Bij overschrijding van deze waarde dient het gehalte aan respirabele vezels bepaald te worden. • Grenswaarde respirabele vezels: Respirabele vezels hebben een diameter < 3 µm en een lengte < 200 µm. Deze vezels kunnen in de longen terecht komen. De grenswaarde is gesteld op 10 mg/kg d.s. gewogen Zorgplicht Niet historische gevallen van bodemverontreiniging (zogenaamde nieuwe gevallen die zijn ontstaan na 1993) moeten op basis van de zorgplicht gesaneerd worden.
Nieuwe gevallen van bodemverontreiniging moeten (ongeacht het asbestgehalte) voor zover redelijkerwijs mogelijk is volledig verwijderd te worden. Locatiespecifieke risicobeoordeling De locatiespecifieke beoordeling van de risico’s van een asbestverontreiniging worden als volgt beoordeeld:
Hergebruik van asbesthoudende grond en baggerspecie Voor toepassingen van grond en baggerspecie op de land- en de waterbodem is de maximale waarde voor asbest in het Besluit bodemkwaliteit vastgelegd op 100 mg/kg d.s. (gewogen), mits het asbest niet opzettelijk aan de partij grond of baggerspecie is toegevoegd.
Werken in en met asbest verontreinigde bodem De CROW 400 geeft een methodiek voor het veilig, zorgvuldig en risicogestuurd werken met verontreinigde bodem. De beoordeling van met asbestverontreinigde grond is in het volgende schema weergegeven.
Als zich in de bodem lagen bevinden met bodemvreemde materialen oftewel secundaire bouwstoffen, zijn de concentraties niet eenduidig te bepalen. De samenstelling van de secundaire bouwstof kan aanzienlijk verschillen van de grond. De volgende situaties kunnen spelen: • Niet -verontreinigde grond met een secundaire bouwstof geproduceerd na 2005: geen veiligheidsklasse van toepassing; • Verontreinigde grond met een secundaire bouwstof geproduceerd na 2005: veiligheidsklasse bepalen; • Bodem met (secundaire) bouwstoffen van onbekende datum of vóór 2005: o Analyseren combinatie grond en bouwstof: toetsen tegen de SRC-waarde grond; o Analyseren grond en bouwstof separaat: toetsen grond tegen de SRC-waarde grond en toetsen bouwstof als secundaire bouwstof. Zwaarste klasse telt. De arbeidshygiëne maatregelen voor de klasse Zwart niet vluchtig en de beheersmaatregelen zijn weergegeven in navolgende tabel.
Zwart niet-vluchtig
‘’voorkomen stofvorming en verslepen bouwstoffen’’
V&G-plan
Ja
Project RI&E / TRA
Logboek
Ja
Afwijking rapport
HVK
veiligheidskundige
Mogelijke beheersmaatregelen
Deskundigheid Definitieve vaststelling veiligheidsklasse en maatregelen Aansturing
HVK
nvt
Toezicht
R-DLP
Nvt
Uitvoering
OPM
Nvt
Deskundigheid
HVK
Basiskennis
Startwerkinstructie
HVK
Ja
Geschiktheidsverklaring
Ja
Nvt
Voorlichting en onderricht
Metingen Bodemvocht
Ja
Lucht
Ja Nvt
Materieel Sanitare voorzieningen
Ja
Was/toilet
Laarzenspoelbak
Ja
Optioneel
Drietraps sanitaire unit
Ja
Nvt
Filters materieel aanwezig
Ja
Optioneel
Filters materieel te gebruiken
Ja
Optioneel
Sproei-installatie
Ja
Optioneel, bij vocht <10%
Voorziening reinigen materieel
Ja
Ja
Afscherming werkgebied
Ja
Ja
Signalering
Ja
Ja
Filters persoon
Te bepalen door HVK
Optioneel te bepalen door veiligheidskundige
Handschoenen
Ja
Ja
Overall
Ja
Ja
Veiligheidsschoenen
Ja
Ja
PBM
Invasieve exoten Een invasieve exoot is een plant, dier of ander organisme dat van nature niet in Nederland voorkomt en voor de natuur schadelijk is. Op bezit, handel, kweek, transport en import van een aantal schadelijke exotische planten en dieren geldt een Europees verbod. In de Europese verordening 'Invasieve Uitheemse soorten' (1143/2014) is vastgelegd voor welke invasieve exoten een importhandels- en bezitsverbod geldt. Op grond van de verordening is de Europese Unielijst invasieve exoten aangenomen met daarop ‘invasieve exoten van EU-belang’. Op de Unielijst staat, in relatie tot grond en toepassing van grond, onder andere de Reuzenberenklauw. De Japanse Duizendknoop staat niet op de Unielijst maar wordt over het algemeen wel beschouwd als een invasieve exoot. Voorbeelden van maatregelen ter voorkoming van verspreiding zijn: • Japanse Duizendknoop: o controleer en reinig kleding en machines na werkzaamheden; o voorkom transport van grond met daarin delen van wortelstokken of stengels o grond met delen van wortelstokken of stengels eerst industrieel composteren vóór toepassing o afvoer van besmette grond moet zorgvuldig gebeuren en langs vooraf vastgestelde routes • Reuzeberenklauw o Reinig machines en kleding na werkzaamheden o Voorkom transport van grond met daarin zaden van de berenklauw.
Zaden houden tot 7 jaar hun kiemkracht, bij de toepassing van grond dient hier rekening mee te worden gehouden.
Bijlage 6
Kwaliteitsborging
Sweco Nederland B.V. wil met haar producten en diensten zo goed mogelijk aan de behoeften, doelstellingen en eisen van haar opdrachtgevers voldoen. Voor het bewijsbaar en zichtbaar maken van de kwaliteit (kwaliteitsborging) beschikt Sweco Nederland B.V. over een kwaliteitssysteem. Dit kwaliteitssysteem is er mede op gericht de individuele kennis, kunde en activiteiten van de medewerkers zodanig te organiseren en af te stemmen, dat de kwaliteit van de gezamenlijk tot stand gebrachte producten en diensten zo goed mogelijk beheerst en gewaarborgd worden. De kwaliteit van de door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde onderzoeken en gegeven adviezen op het gebied van bodembeheer wordt gewaarborgd door onderstaande: NEN-EN-ISO 9001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 9001. Deze norm geeft een model voor externe kwaliteitsborging en certificatie. Hierin wordt een aantal activiteiten aangegeven, die zorgen voor vertrouwen in de relatie klant/leverancier. Dit omvat zowel randvoorwaarden voor kwaliteitsverbetering als eisen voor kwaliteitsborging. NEN-EN-ISO 14001 Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. is gecertificeerd voor NEN-EN-ISO 14001. Deze norm geeft eisen en richtlijnen voor het gebruik van milieuzorgsystemen.
Met het certificaat toont Sweco aan dat zij de zorg voor het milieu in haar dienstverlening en interne bedrijfsvoering goed heeft georganiseerd. Kernpunten daarbij zijn het naleven van wet- en regelgeving en de voortdurende verbetering van milieuprestaties. VKB Sweco Nederland B.V. is actief lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). Deze vereniging van milieuadvies- en veldwerkbureaus werkt aan de kwaliteitsborging van bodemonderzoek en bodemadvies door o.a. het stellen van eisen inzake opleiding en ervaring, toepassing van normen en voorschriften en certificatie. De advies- en veldwerkzaamheden van Sweco worden uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van deze vereniging. SIKB De Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer (SIKB) is een samenwerkingsverband van markt en overheid, die werk aan de kwaliteit binnen de praktijk van bodem en ondergrond (bodembeheer, bodembescherming, waterbeheer en archeologie). De SIKB-activiteiten bestaan o.a. uit het samen met betrokkenen ontwikkelen van (werk)methoden en het vastleggen van deze methoden in handreikingen of richtlijnen (BRL’s) en daaronder vallende protocollen. Daarnaast biedt zij een platform voor kennisoverdracht en kennisdeling. Sweco is actief betrokken bij het werk van SIKB en is gecertificeerd voor de BRL SIKB 2000 (uitvoeren ven veldwerk) en 6000 (milieukundige begeleiding van bodemsanering).