Brief opgaven taakstelling1e helft 2021
Tekst van het document
1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag
Aan de commissarissen van de Koning en burgemeesters
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/jenv
Ons kenmerk 3079494
Datum 3 november 2020 Onderwerp Opgaven Huisvesting vergunninghouders en Opvang
Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.
Geachte commissarissen en burgemeesters,
Begin november 2020 wordt de taakstelling huisvesting vergunninghouders voor de eerste helft van 2021 gepubliceerd. De totale taakstelling voor het jaar 2021 is met 27.000 te huisvesten vergunninghouders substantieel hoger dan de taakstelling van 2020 die totaal uitkwam op 12.000. We realiseren ons dat deze hoge taakstelling gemeenten voor een enorme opgave stelt, aanvullend op de opgaven op het terrein van opvang zoals gecommuniceerd in de brief van 19 juni jl. We hebben een gezamenlijke opgave om de doorgaande lijn van de fase van opvang naar integratie te verzekeren en dat gaat niet zonder uw medewerking. Wij constateren dat er vele opgaven bij u terecht komen; naast de vraag naar opvangplekken voor de korte termijn en het huisvesten van vergunninghouders moet er ook aandacht zijn voor inburgering. Voor de middellange termijn is uitwerking van de provinciale plannen cf. de Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen (zie onze brief van 19 juni jl.) cruciaal. Tijdens de Landelijke Regie Tafel van 28 oktober jl. is dan ook besloten tot een integrale benadering van dit complexe samenspel van opgaven, die we samen voorstaan. Een integrale benadering waarin we als één overheid optrekken met alle partners en de samenhang wordt geborgd.
We zullen de komende maanden deze integrale aanpak gezamenlijk nog verder vorm moeten geven, zodat er op al deze zaken één Samenhangende en Integrale Uitvoeringsagenda vanuit de LRT tot stand komt. Dit doen we met in ieder geval op de volgende onderdelen (inclusief financiën en ondersteuning): A. Opvang: de stand van zaken van de opvang-opgave; B1. Huisvesting: een toelichting op de taakstelling 2021; B2. Huisvesting: een set ondersteuningsmaatregelen: C. Gevolgen voor inburgering. Tot die tijd blijven we onverkort inzetten op de bestaande uitvoeringsagenda, en is het echt noodzakelijk dat daaraan resultaatgericht invulling wordt gegeven. De
Pagina 1 van 9
Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen wordt uiteindelijk onderdeel van de integrale uitvoeringsagenda aan het begin van het nieuwe jaar (januari).
A. Opvang: de stand van zaken van de opvang-opgave Bij brieven van 8 november 2019 en 19 juni jl. hebben we u verzocht om de Provinciale Regietafels (PRT’s) te revitaliseren teneinde aan de korte- en middellange termijnopgave op het terrein van opvang te voldoen. De directe aanleiding vormde en vormt de grote druk op het aantal beschikbare opvangplekken. Deze druk is terug te voeren op de achterstanden bij de IND: niet alle asielaanvragen worden binnen de vastgestelde termijnen afgehandeld, waardoor asielzoekers in afwachting van een besluit langer in de opvang blijven. Door middel van een toegewijde Taskforce bij de IND wordt deze problematiek verholpen. Daarnaast speelt het niet tijdig huisvesten van vergunninghouders als gevolg van krapte op de woningmarkt een niet te verwaarlozen rol. Verder sluit het aanbod vanuit het COA, grote gezinnen of alleenstaanden, soms lastig aan bij het aanwezige aanbod in de sociale huursector. De druk op de opvangcapaciteit bij het COA wordt verlicht door de aan de gemeenten gekoppelde vergunninghouders sneller te huisvesten (zie onder B2). Dit betekent voor de vergunninghouders bovendien het begin van hun integratie en participatie.
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen Datum 3 november 2020 Ons kenmerk 3079494
We waarderen het dat de PRT’s zijn opgestart en werken aan zowel de realisatie van de korte- als de middellange termijnopgave. De berichten die ons daarover bereiken stemmen hoopvol, maar we moeten tegelijkertijd constateren dat alle inspanningen vooralsnog niet voldoende en tijdig renderen. Vanwege de tegenvallende opbrengst met betrekking tot de korte termijnopgave (de 417 opvangplaatsen per provincie) en de sinds augustus weer stijgende bezetting zet het COA in op een aantal extra mogelijkheden om opvang te kunnen blijven bieden. Het gaat dan om de inzet van commercieel vastgoed, versoepelen van het programma van eisen en het versoepelen van de logeerregeling. Daarnaast wordt gewerkt aan een routekaart wanneer deze inzet onverhoopt niet toereikend blijkt. Het is goed om in dit verband op te merken dat de gebruikelijke mogelijkheden, zoals beschreven in het handelingsperspectief op- en afschalen, het COA niet zondermeer voorhanden staan. Door de RIVM-richtlijnen om verdere coronabesmettingen tegen te gaan kan bijvoorbeeld niet worden overgegaan tot noodopvang in evenementenhallen. Wel wordt nu onderzocht met betrokken partners hoe, binnen de RIVM-richtlijnen, gebruik kan worden gemaakt van crisisnoodopvang als uiterste redmiddel. Kortom, de urgentie om op korte termijn extra reguliere opvanglocaties te realiseren is toegenomen.
B1. Huisvesting: een toelichting op de taakstelling 2021 Inlopen achterstand asielaanvragen De landelijke taakstelling huisvesting vergunninghouders voor gemeenten wordt gebaseerd op het aantal te verwachten inwilligingen van de asielaanvragen door de IND. De IND heeft de afgelopen jaren een grote achterstand opgelopen in het behandelen van asielaanvragen. Op 3 maart 2020 is een Taskforce ingesteld die erop gericht is om voor het einde van 2020 de achterstanden bij de IND volledig weg te werken. Dit resulteert in een verwachte afgifte van 27.000 verblijfsvergunningen asiel in de periode oktober 2020 tot oktober 2021. Deze Pagina 2 van 9
productieplanning is ambitieus en wordt omgeven door onzekerheden zoals bijvoorbeeld het aantal kansrijke aanvragen, inwilligingspercentages en het aantal nareizigers. Ook de effecten van de coronacrisis spelen daarbij een rol. Dat geeft onzekerheid bij het bepalen van de taakstelling voor de eerste helft van 2021 (de periode waarover de taakstelling nu gepubliceerd wordt).
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen Datum 3 november 2020 Ons kenmerk
Evenredige spreiding over 2021 3079494 De inhaalslag van de Taskforce leidt ook tot meer aanvragen - en uiteindelijk meer inreis- van nareizigers. De komst van nareizigers kan gefaseerd worden uitgevoerd. Door de nareizigers de tweede helft van 2021 te laten arriveren, is het mogelijk om een piek in hun komst in de eerste helft van 2021 te voorkomen en kan een evenredige verdeling van de taakstelling over het jaar plaatsvinden. Voor alle partijen in de keten is een zo realistisch mogelijke taakstelling van belang. Het aantal te huisvesten vergunninghouders wordt daarom voor de eerste helft van 2021 vastgesteld op 13.500 te huisvesten vergunninghouders. De taakstelling voor de tweede helft van 2021 wordt uiterlijk 1 april 2021 vastgesteld en gepubliceerd en ligt naar alle waarschijnlijkheid – met de kennis van nu - ook op het aantal van 13.500. Tussentijdse evaluatie In januari 2021 zal worden gekeken of het aantal afgegeven vergunningen volgens de productieplanning loopt en of de taakstelling 2021-I op de juiste hoogte is vastgesteld. Bij een eventuele achterblijvende vergunningproductie, kan uiterlijk in februari 2021 een tussentijdse bijstelling van de taakstelling 2021-I plaatsvinden. Dat voorkomt dat het COA onvoldoende vergunninghouders aan gemeenten kan koppelen en dat de toezichthoudende taak van de provincies daardoor wordt ondermijnd.
Indien de vergunningproductie evident hoger blijkt dan de prognose dan ligt een verhoging van de taakstelling niet in de rede. De koppelingen komen dan weliswaar boven de gemeentelijke taakstelling uit maar wij gaan ervanuit dat gemeenten dan blijven huisvesten en een voorschot nemen op de taakstelling 2021II. Met de tussenevaluatie kan tevens een actuelere vooruitblik naar de taakstelling 2021-II worden gedaan. Hervestiging In de taakstelling 2021-I is de hervestigingsopgave 2021 (zowel vanuit Turkije als het nationaal quotum) nog niet verwerkt. De reden hiervoor is dat de hervestigingsopgave voor 2020 (die al meegerekend is in de taakstelling van 2020) nog grotendeels gerealiseerd moet worden. De realisatie van de hervestigingsopgave voor 2020 stagneert door de complicaties van het uitvoeren van bestaande hervestigingsprocedures door de corona-pandemie; onder meer vanwege reisbeperkingen en quarantaine-vereisten. 2021 zal daardoor zowel in het teken staan van de uitvoering van de restant hervestiging van 2020 als uitvoering van de inzet voor 2021. De inzet voor 2021 wordt dan in de taakstelling van 2021-II meegenomen. Huisvestingsopgave Gemeenten hebben, gezamenlijk met corporaties en maatschappelijk ondersteuningsinstanties, eerder in de jaren 2015-20181 ook hogere aantallen goed weten te huisvesten, dit met bestuurlijk commitment en een gezamenlijk gevoel 1
De taakstellingen in de periode 2015-2018 waren achtereenvolgens: 28.000, 43.000, 23.000 en 24.000 per jaar. Pagina 3 van 9
voor urgentie. We stonden hierbij schouder aan schouder. De huidige situatie is complex: gemeenten hebben, mede door de COVID-19 crisis, te maken met een achterstand in huisvesting van vergunninghouders. De druk op de (sociale) woningvoorraad is groot doordat diverse groepen aanspraak maken op een sociale huurwoning. Daarnaast staat de financiële slagkracht van gemeenten onder druk. Dit alles maakt de piek in de te huisvesten vergunninghouders een enorme uitdaging voor gemeenten.
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen Datum 3 november 2020 Ons kenmerk 3079494
B2. Huisvesting: een set ondersteuningsmaatregelen Set ondersteuningsmaatregelen Het aanbieden van een set ondersteuningsmaatregelen is niet gebruikelijk bij de halfjaarlijkse taakstelling, maar de komende taakstellingen zijn dermate hoog (ten opzichte van de afgelopen jaren) dat wij waar mogelijk gemeenten tegemoet willen komen om deze opgave in 2021 te kunnen realiseren. Deze maatregelen zijn door JenV, BZK, VNG, IPO en SZW gezamenlijk opgesteld. De ondersteuningsmogelijkheden worden in de komende weken in overleg met alle partijen verder uitgewerkt zodat deze zo goed mogelijk aansluiten bij de vragen en behoeften van de gemeenten en provincies. Deze uitwerking kunt u voor het einde van het jaar tegemoetzien. Deze set ondersteuningsmaatregelen bestaat uit verschillende categorieën die verder worden toegelicht: 1. 2. 3. 4.
Ondersteuning van het huisvestingsproces; Bredere mogelijkheden van huisvesting; Financiële impulsen; De systematiek rondom het huisvesten.
1. Ondersteuning van het huisvestingsproces Integrale aanpak De huisvestingsopgave vergunninghouders wordt integraal bekeken en uitgewerkt in de integrale uitvoeringsagenda met opvang, inburgering, zo mogelijk sociaal domein, ondersteuningsstructuur en financiën. Een snellere huisvesting leidt tot een minder urgente vraag aan opvangplekken bij het COA. Na de huisvesting doen nieuwkomers een beroep op sociale voorzieningen en moeten zij inburgeren. Wij streven naar een landelijke programmatische integrale ondersteuningsstructuur waarbij de PRT’s de regie hebben en waar zowel de opvang van asielzoekers als de huisvesting en integratie van vergunninghouders worden besproken. Dat betekent concreet dat het wenselijk is om (een delegatie van) de portefeuillehouders wonen en inburgering van gemeenten en provincies te laten aansluiten bij de PRT’s. Voornaamste doel van de ondersteuningsstructuur is om u praktische ondersteuning te bieden bij de uitvoering van de verschillende opgaven. Daarnaast kan worden gedacht over de inzet van een bestuurlijk zwaargewicht, die ervoor kan zorgen dat alle betrokkenen in het land het als een gezamenlijke opdracht zien, de urgentie benadrukt en werkt aan bestuurlijk commitment en de inspanning van de provincie en gemeenten ondersteunt.
Pagina 4 van 9
Programmamanager Directoraat-Generaal De LRT heeft in juni jl. de opdracht vastgesteld voor een programmamanager bij het Migratie Directie Regie Migratieketen ministerie van BZK tot eind december 2020 die inzet op het verkleinen van het aantal statushouders in de opvang. De insteek van de opdracht was de inzet als Datum ‘oliemannetje’, met behoud van de bestaande verantwoordelijkheden voor alle 3 november 2020 betrokken partijen. Bij de vaststelling van de opdracht was niet duidelijk dat de Ons kenmerk huisvestingsopgave zo sterk zou stijgen. Dit programma zal dan ook in combinatie 3079494 met bovenstaande maatregelen tot en met december 2020 worden ingezet.
Inzet van instrumentarium van tijdens de hoge instroom in 2015/2016 De mogelijkheid van de in het verleden gebruikte instrumenten waar goede ervaringen zijn opgedaan worden uitgewerkt, zoals bijvoorbeeld: Werkgroep procesverbeteringen; waarbij onder andere aandacht is voor verbeteringen in proces en communicatie vanuit IND en COA zoals een goed overdrachtsdossier van de te huisvesten vergunninghouders met name wat betreft: BSN-nummers, goede ID-pasjes en het vroegtijdig bekend zijn van de vereiste van een aangepaste woning; Verbeteren regionale en landelijke samenwerking tussen COA, provincie en gemeenten (systematiek); Regionale afstemming, regionale aanpak (rol provincie) waarbij er meer rekening wordt gehouden met lokale woningmarkt; Adequate informatievoorziening m.b.t. het doorstroomproces (kwantitatief en kwalitatief); Kennis en informatiepunt voor gemeenten.
2. Bredere mogelijkheden van huisvesting Meer dan 20% van de bezetting van het COA bestaat uit vergunninghouders en circa de helft daarvan zijn referenten en nareizigers. Zij verblijven significant langer in de opvang dan vergunninghouders die geen familie laten nareizen; grofweg 27 weken vs. 19 weken. Gemeenten wachten in de meeste gevallen met het huisvesten van de referent tot het moment dat de nareizende familie is gearriveerd. De referent tijdelijk in alleenstaandenhuisvesting plaatsen, doen gemeenten in de regel niet, omdat wordt opgezien tegen het twee keer moeten huisvesten en de daarbij komende kosten. Om structureel een kleiner aantal vergunninghouders in de opvang te hebben en de verblijfstermijnen te verlagen, zal de aandacht vooral op de groep referenten en nareizigers moeten worden gericht. Hierbij kan worden gedacht aan tussenvormen van huisvesting voor de referent en het organiseren van woonruimte voor het hele gezin op het moment dat duidelijk wordt dat de aanvraag tot gezinshereniging is ingewilligd. Idealiter is dan die woonruimte beschikbaar op het moment dat de nareizende familie arriveert in Nederland, waardoor zij rechtstreeks naar de woning kunnen, en geen gebruik hoeven te maken van opvang. Deze aanpak zal in de nabije toekomst nader worden uitgewerkt, in samenspraak met betrokken partijen.
Tussenvormen huisvesting Doel is de vergunninghouders zo snel mogelijk te huisvesten in gemeenten waaraan ze zijn gekoppeld; bijkomend voordeel is dat de gehuisveste vergunninghouders aan hun integratie en participatie kunnen beginnen. Deze huisvesting kan in tijdelijke onzelfstandige huisvestingsfaciliteiten (bijvoorbeeld tussenvoorzieningen) of woningen die gedeeld worden door een (klein) aantal referenten (doorstroomwoningen). De geplaatste personen kunnen na enige tijd doorstromen Pagina 5 van 9
naar zelfstandige woonruimte in de gemeente. Samen met gemeenten, provincies en corporaties en/of andere partijen op de vastgoedmarkt kunnen hiervoor een aantal concrete locaties worden gevonden. Het kan wellicht op korte termijn gaan over verbouw van leegstaand vastgoed/ verzorgingstehuizen. Gezamenlijk kunnen we gemeenten helpen bij het realiseren van tussenvoorzieningen, zowel inhoudelijk (denk aan regelgeving en uitwerking van kaders) als financieel (denk aan een percentage van een mogelijke regeling voor huisvesting kwetsbare groepen).
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen Datum 3 november 2020 Ons kenmerk 3079494
Inzet woningcorporaties Het is belangrijk dat BZK de Woningcorporaties deelgenoot maakt en actief laat participeren in het gehele proces. Het gaat namelijk om een combinatie van oplossingen. Als belangrijke partner kunnen zij, samen met gemeenten, hieraan meewerken. Corporaties doen in nauwe samenspraak met gemeenten en huurdersorganisaties, middels prestatieafspraken, al heel veel op dit gebied. Uiteindelijk maken corporaties in overleg met gemeenten een afweging (waarbij ook draagvlak en leefbaarheid een rol speelt) en willen een “gezonde mix” van verschillende doelgroepen in een wijk met hun corporatiebestand of in hun flat of straat. Corporaties kunnen betrokken worden bij afspraken over het uitbreiden van de woningvoorraad en dan bijvoorbeeld voor het huisvesten van specifieke doelgroepen, zoals alleenstaanden en grotere gezinnen.
3. Financiële impulsen Door gemeenten wordt in de praktijk nauwelijks gebruikt gemaakt van de mogelijkheid om, afhankelijk van de lokale woningmarktsituatie, de woningvoorraad (tijdelijk) uit te breiden met alternatieve (sobere) huisvesting. Bijvoorbeeld met nieuwbouw of leegstaande kantoren/gebouwen die zijn verbouwd of met snel te plaatsen modulaire bouw of via kamergewijze verhuur (flexwonen). Door gemeenten wordt veelal voor de huisvesting van vergunninghouders gebruik gemaakt van woningen in sociale huursector; in deze sector is de concurrentie tussen de urgent te huisvesten doelgroepen groot. Ter stimulering van versnelde huisvesting van vergunninghouders (in bijvoorbeeld flexwonen-projecten) wordt gekeken naar mogelijkheden van financiële tegemoetkomingen. Bonus bij snelle huisvesting Een snelle doorstroom van vergunninghouders, en met name referenten, heeft voordelen voor de opvangcapaciteit van het COA en voor vergunninghouders en gemeenten in het kader van integratie. Als gemeenten heel voortvarend huisvesting aan kunnen bieden – binnen de eerste 14 weken na vergunningverlening – dan heeft het COA minder huisvestingskosten voor deze vergunninghouder en meer ruimte voor de opvang van asielzoekers.
Deze ‘besparing’ bij de opvang en de ‘bonus’ aan gemeenten voor het versneld huisvesten van vergunninghouders levert winst op voor de vergunninghouder, de gemeente en het COA. Het Rijk onderzoekt een dergelijke financiële stimuleringsregeling voor versneld huisvesten van vergunninghouders door gemeenten binnen de kaders van de Rijksbegroting. Middelen voor huisvesting kwetsbare groepen Voor 2020 heeft het ministerie van BZK 50 mln. beschikbaar gesteld voor het huisvesten van kwetsbare groepen. Het ministerie van BZK beziet in hoeverre het Pagina 6 van 9
mogelijk is om een dergelijke regeling opnieuw beschikbaar te stellen voor 2021. Indien een dergelijke regeling opnieuw opgesteld wordt, kunnen gemeenten hiervoor projecten indienen. Gemeenten worden dan ook ten zeerste uitgenodigd om in dat geval projecten voor vergunninghouders in te dienen, zodat deze kunnen worden gehuisvest. 4. De systematiek rondom het huisvesten
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen Datum 3 november 2020 Ons kenmerk 3079494
Het proces van de taakstelling is al jaren hetzelfde terwijl ontwikkelingen in migratieketen ook het opvang- en huisvestingsproces raken. Het zou goed zijn om de huidige werkwijze (zowel proces als inhoud) tegen het licht te houden en te kijken welke verbetermogelijkheden er zijn. Op de korte termijn kan in ieder geval rekening gehouden worden met het volgende: Koppelen vergunninghouders en woningmarkt Sommige gemeenten kunnen door hun woningvoorraad makkelijker kleine gezinnen of alleenstaanden huisvesten dan andere gemeenten. Gemeenten en COA gaan kijken naar mogelijkheden of en hoe bij koppelingen betere aansluiting met de lokale woningmarkt kan plaatsvinden. Koppelen vergunninghouders en uitplaatsingsregio’s Provincies ondervinden dat het aantal vergunninghouders in de opvang in de uitplaatsingsregio niet altijd correspondeert met de taakstelling van de provincie. De provincies en het COA gaan kijken hoe deze mismatch in de toekomst voorkomen kan worden. Punt van aandacht hierbij is een goede spreiding van opvangplekken over Nederland zodat gemeenten ook daadwerkelijk versneld kunnen huisvesten omdat ze voldoende koppelingen hebben. Mogelijke verevening opvang 417 plekken korte termijn en versneld huisvesten vergunninghouders. Per provincie moeten in principe dit jaar 417 opvangplekken gerealiseerd worden. Realisatie van deze plekken blijft momenteel fors achter.
In plaats van extra opvangplekken te realiseren kan de druk op de opvang ook verminderd worden door vergunninghouders (bovenop de taakstelling) te huisvesten. Voor het operationaliseren van deze verevening tussen het realiseren van de 417 opvangplekken en de gehuisveste vergunninghouders zijn door de VNG en het IPO drie varianten voorgesteld. De combinatie van de drie voorgestelde scenario’s kan wellicht juist ruimte bieden en nodige flexibiliteit. De ministeries van JenV en BZK gaan met VNG, IPO en COA in gesprek om te kijken naar mogelijkheden om een additionele/extra realisatie op de taakstelling, bovenop bestaande verplichtingen, in mindering te kunnen brengen op de opvang-opgave. Normtijden voor huisvesting Conform afspraken met ketenpartners heeft het verblijf van een vergunninghouder in de opvang een normtijd van 14 weken (afspraak uit 2012); 2 weken voor de koppeling door het COA (fase 1), 10 weken voor het regelen van huisvesting door gemeenten (fase 2) en 2 weken voor de uitstroom uit COA (fase 3). Fasen 1 en 3 vinden plaats binnen de norm, maar fase 2 valt buiten de norm van 10 weken; zonder nareizigers is het verblijf gemiddeld 19 weken en met nareizigers gemiddeld 27 weken. In het licht van de huidige krappe woningmarkt (waarbij de concurrentie tussen doelgroepen die gehuisvest moeten worden steeds groter wordt) kan onderzocht Pagina 7 van 9
worden of de bestuurlijke afspraken uit 2012 van 2, 10 en 2 weken in deze woningmarksituatie nog wel houdbaar zijn. Voorrang vergunninghouders Gemeenteraden kunnen gebruik maken van hun bevoegdheid om vergunninghouders in de Huisvestingsverordening als een urgente categorie aan te merken inzake huisvesting. Tot 1 juli 2017 waren vergunninghouders in de Huisvestingswet opgenomen als verplichte urgentiecategorie. Met het in werking treden van de ‘Wet tot wijziging van de Huisvestingswet 2014 inzake de huisvesting van vergunninghouders’ 2 zijn de vergunninghouders als verplicht urgente categorie uit de Huisvestingswet geschrapt. Daardoor is de gemeenteraad, ingeval zij urgentiecategorieën in de huisvestingsverordening heeft opgenomen niet meer verplicht om vergunninghouders hierin op te nemen, maar kan dat wel. In veruit de meeste gemeenten is dat nog het geval.
C.
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen Datum 3 november 2020 Ons kenmerk 3079494
Gevolgen voor inburgering
De hoge productieplanning van de IND en Taskforce zal ertoe leiden dat er een aanzienlijke groep vergunningshouders nog moet starten onder de Wet inburgering 2013 vlak voordat de nieuwe inburgeringswet ingaat. Het ministerie van SZW brengt op dit moment in kaart welke gevolgen dit met zich meebrengt en de uitwerking hiervan zal onderdeel zijn van de integrale uitvoeringsagenda. Hierover volgt op korte termijn een nader gesprek tussen SZW en VNG. Via het ondersteuningspakket huisvesting worden gemeenten ondersteund om nieuwe vergunningshouders zo snel mogelijk te huisvesten. Een snelle doorstroom van vergunninghouders naar gemeenten is in het algemeen van belang voor de integratie van vergunninghouders. Daarbij geldt ook dat een snelle doorstroom van extra belang is om ervoor te zorgen dat gemeenten vanaf 1 juli 2021 zo snel mogelijk aan de slag kunnen met inburgeraars onder de nieuwe inburgeringswet. SZW stelt vanaf 2021 een bedrag van cumulatief €25,5 mln. voor gemeenten beschikbaar voor de ondersteuning van inburgeraars vallend onder het huidige stelsel. Over de precieze invulling van de middelen vindt nog overleg plaats met de VNG, zoals afgesproken in de bestuurlijke afspraken van 24 april dit jaar. Ook de hogere taakstelling zal onderdeel zijn van de bovengenoemde bespreking tussen SZW en de VNG.
De uitkomst van dit gesprek zal worden opgenomen in de integrale uitvoeringsagenda. Deze middelen zijn in aanvulling op de middelen die gemeenten per inburgeraar krijgen ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding en het participatieverklaringstraject. Tot slot Wij verwachten dat het met het aanbieden van deze set van maatregelen het realiseren van de taakstelling door gemeenten wordt ondersteund. In december zullen wij u informeren over de nadere uitwerking van bovengenoemd ondersteuningspakket.
2
Stb. 2016, 534 Pagina 8 van 9
Wij zien ernaar uit dit samen met u op te pakken, zodat wij als overheden gezamenlijk zorgen voor voldoende opvang van asielzoekers, voor snellere huisvesting en integratie van vergunninghouders.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Directoraat-Generaal Migratie Directie Regie Migratieketen Datum 3 november 2020 Ons kenmerk 3079494
Ankie Broekers-Knol
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Drs. K.H. Ollongren mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de voorzitters van het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten.
Pagina 9 van 9