brief cliëntenraad nav advies 2021-2 - getekend.docx
Tekst van het document
• ons kenmerk •
• datum • 19 januari 2022
• pagina • 1
• •
Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad t.a.v. mevrouw L. van Vliet Lemmerstraat 127 8244 DJ Lelystad
uw brief van 5 juli 2021
uw kenmerk
ons kenmerk
datum verzending 19 januari 2022
behandeld door I.N. Anroedh
doorkiesnummer 140320
bijlagen 1
dossiernummer
onderwerp Integraal advies Verordening en Beleids- en nadere regels Jeugdhulp 2021
pr-nummer
Geachte mevrouw Van Vliet, Allereerst willen wij u bedanken voor uw advies over de Verordening en Beleids- en nadere regels Jeugdhulp 2021. Naar aanleiding van het advies hebben wij zorgvuldig onderzocht of en welke van de door u aangedragen aanpassingen mogelijk zijn. Dit onderzoek nam veel tijd in beslag, waardoor de beantwoording ook langer duurde dan u van ons gewend bent. Wij kunnen u melden dat een aantal voorstellen door ons is overgenomen. In de bijlage vindt u deze terug in het voorgestelde wijzigingsbesluit dat het college aan de raad heeft aangeboden. Wij hebben in mei 2021 met (de werkgroep Jeugd van) de Cliëntenraad Sociaal Domein het jeugdbeleid besproken. Dit was, in onze ogen, een informatieve en constructieve bijeenkomst. Desondanks constateren wij naar aanleiding van de vragen die u heeft gesteld in uw brief, dat bepaalde zaken omtrent de uitvoering van de Jeugdwet u niet helemaal duidelijk zijn, Dat is, gezien de complexiteit van deze sector niet vreemd. Wij hebben dan ook geprobeerd uw vragen zo goed en volledig mogelijk te beantwoorden in deze brief. Mocht het toch nodig zijn dan lichten wij onze antwoorden graag nog mondeling toe. Gezien de omvang van uw advies hebben wij voor de overzichtelijkheid de door u gehanteerde volgorde aangehouden. Daarbij hebben wij per onderdeel aangegeven wat ons antwoord is c.q. wat wij met uw advies hebben gedaan.
In uw brief geeft u aan dat u niet kon reageren op de ‘Criteria voor inzet van jeugdhulp’ die als bijlage 1 bij de beleidsregels zijn gevoegd en die afgeleid zijn van de inkoopdocumenten met zorgaanbieders. De cliëntenparticipatie heeft als doel te bewerkstelligen dat (ervarings)deskundige inwoners, vanuit een onafhankelijke positie, optimaal betrokken zijn bij de voorbereiding, vaststelling, uitvoering, evaluatie en aanpassing van het gemeentelijk beleid op het gebied van de Participatiewet, Jeugdwet en Wmo en de algemene publicaties hiervan. Bij inkoop van producten gaat het niet om vaststellen van gemeentelijk beleid. Daarom is op de ‘Criteria voor inzet van jeugdhulp’ geen advies gevraagd aan de Cliëntenraad.
• ons kenmerk •
• datum • 19 januari 2022
• pagina • 2
• •
Het jeugdbeleid van de gemeente Lelystad stelt het belang van het kind centraal. Inwoners die hulp nodig hebben krijgen hulp. Wel kan de vorm hiervan anders zijn dan tot nu toe het geval is geweest. Met de Aanpak Sociaal Domein heeft de gemeenteraad maatregelen vastgesteld om een kwalitatief en betaalbaar stelsel te creëren, ook voor de toekomst. Alleen op deze manier blijft de zorg beschikbaar voor degenen die het nodig hebben. Het huidig jeugdbeleid is daarom vooral gericht op normaliseren van de gezinssituatie en het versterken van de basis. Kortom, het is niet onze intentie om met de verordening en de bijbehorende de beleids- en nadere regels gevraagde jeugdhulp aan banden te leggen. Hieronder gaan we per onderdeel in op uw aanbevelingen. Meldpunt Wij zijn het met u eens dat het belangrijk is om niet alleen bij zorgverleners te vragen hoe de hulp verloopt, maar vooral ook bij de jeugdigen en hun ouders. De gemeente laat jaarlijks een onderzoek uitvoeren naar de ervaringen van jongeren en hun ouders met de jeugdhulp die ze hebben ontvangen. Daarnaast is de Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad opgericht om de belangen van de inwoners te behartigen. Ouders en jeugdigen kunnen zich dan ook melden bij de cliëntenraad met hun verhalen, problemen en klachten.
Wij zullen de komende periode ook onderzoeken op welke manier wij de juridische ondersteuning aan inwoners kunnen verbeteren. Betrekken bij besluitvorming Wanneer de jeugdige en ouders zich na een verwijzing melden bij een jeugdhulpaanbieder, dan beoordeelt de jeugdhulpaanbieder welke specifieke jeugdhulp, hoe vaak en hoe lang nodig is. De jeugdhulpaanbieder moet zich vervolgens houden aan de afspraken met de gemeente, de regels in de verordening en de voorwaarden die de gemeente stelt. Dit is in het tweede lid van artikel 3 van de Verordening geregeld. In de afspraken met de jeugdhulpaanbieders is geregeld dat de opdrachtnemer de werkwijze toepast zoals de door de Opdrachtgever georganiseerde toegang (JEL) deze toepast en zoals uitgewerkt in de gemeentelijke Verordening en daarbij behorende beleids- en nadere regels. Hiermee is de samenspraak van jeugdige en zijn ouders geregeld. Desondanks zijn wij bereid om tegemoet te komen aan uw verzoek om de zinsnede “in samenspraak met de jeugdige en zijn ouders” in artikel 3.1. in te voegen. In artikel 7 lid 2 van de Verordening is geregeld dat de onderzoeksrapportage aan jeugdigen en/of ouders wordt verstrekt. Ouders kunnen reageren op de onderzoeksrapportage en eventuele opmerkingen of aanvullingen worden vervolgens aan de onderzoeksrapportage toegevoegd (art. 7 lid 3 Verordening).
Op basis van de onderzoeksrapportage wordt vervolgens een besluit genomen. Ouders kunnen tegen dat besluit in bezwaar gaan, als zij het niet eens zijn met de uitkomst. Hiermee hebben ouders voldoende mogelijkheden om hun standpunt kenbaar te maken. Onafhankelijke cliëntondersteuning De mogelijkheid van cliëntondersteuning in verband met jeugdhulp is geregeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Het college moet ervoor zorgen dat cliëntondersteuning beschikbaar is voor alle inwoners (artikel 2.2.4 Wmo 2015). Nadere uitwerking in beleidsregels is dan ook overbodig. Voor deze ondersteuning hebben wij de Stichting MEE IJsseloevers gesubsidieerd. Onafhankelijke cliëntondersteuning was en is nog steeds beschikbaar in Lelystad. In artikel 4 lid 2 van de Verordening is opgenomen dat het college de jeugdige en/of ouders wijst op de mogelijkheid gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. Na het indienen van een aanvraag ontvangen jeugdigen en/of ouders een ontvangstbevestiging waarin zij worden geïnformeerd over de mogelijkheid voor het gebruik van onafhankelijke cliëntondersteuning. Zorgvuldigheid PGB beleid We nemen uw advies om te schrappen dat men moet kunnen aantonen dat zorg in natura (ZIN) niet voldoet, als men kiest voor PGB, niet over. In de toelichting op de Jeugdwet is te lezen dat het
• ons kenmerk •
• datum • 19 januari 2022
• pagina • 3
• •
uitgangspunt is dat jeugdigen en ouders een voorziening in natura krijgen. Uit artikel 8.1.1 lid 2 van de Jeugdwet volgt o.a. dat de aanvrager zich gemotiveerd op het standpunt moet stellen dat de ingekochte ondersteuning van de gemeente niet passend is. Zoals uit artikel 2 lid 3 van de Verordening blijkt, wordt het overzicht van de in enig jaar beschikbare algemene (preventieve) en individuele voorzieningen op de website van gemeente Lelystad geplaatst. Daarnaast zijn in bijlage I van de Beleids- en nadere regels de voorwaarden en criteria per ingekochte voorziening opgenomen. Deze beleidsregels zijn openbaar. De gemeenteraad moet in de verordening regelen hoe de hoogte van een persoonsgebonden budget wordt vastgesteld. Het PGB-tarief voor informele hulp moet hoog genoeg zijn om tenminste het wettelijke minimumloon en vakantiegeld (8% vakantietoeslag) te betalen. Door het informeel tarief gelijk te stellen aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, wordt aan deze voorwaarde voldaan. Wij volgen uw advies om het informele PGB tarief te verhogen dan ook niet op. Op grond van de regeling Jeugdwet wordt onder hulp uit het sociale netwerk verstaan: natuurlijk persoon die jeugdhulp verleent die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen hem en de jeugdige of zijn ouders bestaande sociale relatie, tenzij die jeugdhulp beroeps- of bedrijfsmatig wordt verleend.
Het gaat dus niet alleen om naasten van de jeugdige. Voor informele zorg is altijd een zorgovereenkomst vereist, ook als deze wordt geleverd door naasten van de jeugdige. Hierna volgt onze reactie op bijlage I behorend bij advies Verordening Jeugdhulp 2021 Artikel 2 In de opsomming van vormen van jeugdhulp mist u individuele begeleiding en logeren. In de nieuwe aanbesteding is logeren ingekocht als respijtzorg of als kortdurend verblijf plus behandeling. In perceel 4a kan men individuele begeleiding krijgen als onderdeel van gezinsbegeleiding. Daarin is het volgende aangegeven: Gezinsbegeleiding bestaat uit het oefenen en/of eigen maken van vaardigheden of handelingen of het aanbrengen van structuur of het voeren/terugpakken van regie door de jeugdige en/of het systeem zelf Het is dus mogelijk om individuele ondersteuning aan te bieden aan de jeugdige met het product gezinsbegeleiding. Artikel 3 In de toelichting op de Jeugdwet is te lezen dat, na een verwijzing door een huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts, de jeugdhulpaanbieder inhoudelijk zal beoordelen welke zorg de jeugdige precies nodig heeft, met welke frequentie en voor hoe lang (de duur en de omvang).
Daarbij dient de jeugdhulpaanbieder zich te houden aan de afspraken die hij daarover met de gemeente heeft gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie en met de regels die de gemeente bij verordening stelt. In de afspraken met de jeugdhulpaanbieders is geregeld dat de opdrachtnemer de werkwijze toepast, zoals de door de Opdrachtgever georganiseerde toegang (JEL) deze toepast en zoals uitgewerkt in de gemeentelijke Verordening en daarbij behorende beleids- en nadere regels. Hiermee is de samenspraak van jeugdige en zijn ouders geregeld. Desondanks zijn wij bereid om tegemoet te komen aan uw verzoek om de zinsnede “in samenspraak met de jeugdige en zijn ouders” in artikel 3.1. in te voegen. Artsen mogen niet verwijzen naar een jeugdhulpaanbieder waar de gemeente geen contract mee heeft. Als dat toch gebeurt, dan hoeft de gemeente de zorg door de niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieder niet te vergoeden als de gemeente passende jeugdhulp kan bieden door de inzet van een jeugdhulpaanbieder die wèl is gecontracteerd.
• ons kenmerk •
• datum • 19 januari 2022
• pagina • 4
• •
Het is denkbaar dat de jeugdige of de ouder(s) toch willen dat de niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieder de zorg gaat leveren. Daartoe zouden ze bijvoorbeeld een PGB kunnen aanvragen bij de gemeente. Artikel 4 4.1 De datum waarop de aanvraag start, is de datum waarop een schriftelijke aanvraag is ontvangen. Als jeugdigen of ouders zich op een andere manier melden bij JEL of de gemeente, worden zij erop gewezen dat zij een schriftelijke aanvraag moeten indienen. 4.2 Zoals eerder aangegeven, worden jeugdigen/ouders in de ontvangstbevestiging gewezen op de mogelijkheid van cliëntondersteuning. 4.3 In de Jeugdwet is niets geregeld over de procedure rondom het aanvragen van jeugdhulp. Dat betekent dat de systematiek van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is. Daarin is bepaald dat een aanvraag in beginsel binnen 8 weken wordt afgehandeld. Daarnaast biedt deze wet de mogelijkheid om, indien nodig, die termijn te verlengen. Naast de professional van JEL kan expertise van andere professionals betrokken worden bij het onderzoek. Dit zijn professionals van andere instanties die betrokken zijn in het gezin. 4.4 Wij vinden het belangrijk dat jeugdigen die ondersteuning nodig hebben, zo snel mogelijk ondersteuning krijgen. Dit geldt zowel voor de ZIN als voor PGB.
Daarom vinden wij het van belang dat de indicatie van beide vormen van jeugdhulp binnen 3 maanden wordt ‘verzilverd’ door zich te melden bij de jeugdhulpaanbieder. Of, als het bijvoorbeeld gaat om hulp uit het sociale netwerk, het PGB binnen 3 maanden wordt ingezet voor de aangewezen jeugdhulp. Hiermee wordt ook voorkomen dat een indicatie veroudert en de situatie op termijn dusdanig is gewijzigd, dat eigenlijk een nieuwe indicatie nodig is. 4.5 Er zijn contactuele afspraken gemaakt met aanbieders over duur van wachttijd en overbruggingszorg tijdens de wachttijd. De maximale termijn waarbinnen Opdrachtnemer een intakegesprek heeft met een jeugdige die recht heeft op een dienst en waarvoor Opdrachtnemer een toewijzing heeft ontvangen is 4 weken na ingangsdatum van de betreffende toewijzing. De maximale termijn waarbinnen Opdrachtnemer op basis van en na het intakegesprek overgaat tot het uitvoeren van de diensten is 6 weken. Artikel 5 5.1. De termijn voor het indienen van een familiegroepsplan wordt in overleg met het gezin bepaald. Dit is in artikel 3 lid 1 van de Beleids- en nadere regels bepaald: In overleg met jeugdigen of hun ouders wordt vervolgens bepaald binnen welke termijn zij het familiegroepsplan inleveren. 5.2. De inwoners van gemeente Lelystad kunnen kosteloos gebruik maken van cliëntondersteuning door een medewerker van Stichting MEE IJsseloevers.
Wanneer een inwoner twijfelt aan de onafhankelijkheid van de ondersteuning door een medewerker van MEE IJsseloevers, kan een medewerker van MEE van een andere regio worden benaderd. Hiermee is de onafhankelijkheid van cliëntondersteuning voldoende geborgd in de gemeente Lelystad. Daarnaast is er ook een mogelijkheid om kosteloos gebruik te maken van mediation. Artikel 6 Uw suggestie om dit artikel “Onderzoek bij aanvraag via de gemeente” te noemen geeft meer duidelijkheid over de inhoud van dit artikel. Dit gaan wij wijzigen in de verordening. Zoals eerder aangegeven wordt voor de afhandelingstermijn aangesloten bij de bepalingen van de Awb. Uiteraard zal JEL proberen om het gesprek met jeugdigen/ouders binnen enkele weken na de aanvraag te voeren. Echter is dit van allerlei omstandigheden afhankelijk. Het streven is in ieder geval om binnen te wettelijke afhandelingstermijn een besluit te nemen. Zoals eerder aangegeven worden ouders actief gewezen op de mogelijkheid van cliëntondersteuning door dit in de ontvangstbevestiging op te nemen.
• ons kenmerk •
• datum • 19 januari 2022
• pagina • 5
• •
Artikel 7 Zoals in artikel 7 lid 1 is aangegeven vindt de schriftelijke verslaglegging plaats in een onderzoeksrapportage. Deze wordt vervolgens, zoals in lid 2 is aangegeven, aan jeugdigen/ouders verstrekt. Ouders en jeugdigen kunnen hun opmerkingen over de onderzoeksrapportage kenbaar maken, voordat het besluit wordt genomen. Het is aan ouders/jeugdigen om te bepalen of zij een extern deskundige inschakelen. Artikel 8 Aanspraak op een voorziening kan per geval verschillen. Wanneer de ondersteuning al gestart is voor het indienen van de aanvraag en uit onderzoek blijkt dat de ingezette ondersteuning passend is, dan bestaat aanspraak vanaf de datum van de aanvraag. Wanneer de ondersteuning nog niet is gestart, bestaat aanspraak op een voorziening vanaf het afgeven van de beschikking. Artikel 9 Gebruikelijke zorg is de hulp en zorg waarvan naar algemeen aanvaardbare maatstaven gangbaar wordt geacht dat ouders die aan hun kind bieden. Daarbij wordt niet gekeken naar de tijdsinvestering, maar naar de soort zorg. Wanneer blijkt dat ouders door dreigende overbelasting deze niet meer kunnen bieden, dan is het mogelijk om voor die zorg jeugdhulp toe te kennen, zodat ouders worden ontlast. Artikel 10 10.1 Deze vraag is reeds beantwoord bij artikel 4.4. 10.2 De jeugdhulpplicht is resultaatsgericht geformuleerd.
Dat betekent onder meer dat bij het toekennen van een individuele voorziening de activiteit als zodanig niet leidend is, maar dat het gaat om het resultaat dat ermee bereikt wordt. 10.3 Dit kunnen bepaalde opleidingseisen of registraties zijn, waaronder registratie in Kwaliteitsregister jeugd (SKJ). Daarnaast kunnen er aan bepaalde vormen van jeugdhulp beroepscodes en richtlijnen gelden. Artikel 11 Deze vraag is reeds in het algemene deel onder het kopje ‘Zorgvuldigheid PGB beleid’ beantwoord. Artikel 12 12.1 Het college moet vaststellen of de kwaliteit van de informele hulp, passend en toereikend is gelet op de problematiek en ontwikkelingsdoelen van de jeugdige. Voor de gecontracteerde aanbieders geldt ook de eis dat deze een SKJ of een BIG-registratie moeten hebben. Deze eis geldt daarom eveneens voor voorzieningen die in de vorm van een PGB worden toegekend. Een MBO-geschoolde hulpverlener mag wel onder toezicht van een HBO of hoger geschoolde hulpverlener zorg bieden. De verordening wordt aangepast om dit laatste mogelijk te maken. Als zorgverleners via modelcontracten van de SVB rechtstreeks voor de PGB-houder werken, dan gelden de voorwaarden van artikel 12 lid 1a. 12.2 Artikel 12 lid 2 is voor de duidelijkheid opgenomen. Dit om te voorkomen dat er misverstand bestaat over het tarief voor de informele hulp.
Artikel 13 Deze vragen zijn reeds in het algemene deel onder het kopje ‘Zorgvuldigheid PGB beleid’ beantwoord. 13.3 ‘Dienstbetrekking’ is naar aanleiding van het overleg met de werkgroep Jeugd van de Cliëntenraad Sociaal Domein vervangen door ‘Zorgovereenkomst’. 13.6 Naar aanleiding van het overleg met de werkgroep Jeugd, is in dit artikellid toegevoegd dat het budget voor logeeropvang aangevuld kan worden met kosten van begeleiding en/of persoonlijke verzorging. Het tarief voor respijtzorg (logeren) is in 2021 € 122,89 per etmaal en voor kortdurend verblijf plus behandeling is € 254,21 per etmaal.
• ons kenmerk •
• datum • 19 januari 2022
• pagina • 6
• •
Artikel 14 In artikel 8 van de beleids- en nadere regels is opgenomen in welke situaties jeugdhulp geboden door het sociaal netwerk doelmatig en effectief worden geacht. De door u genoemde voordelen zijn daarin ook opgenomen. 14.1b Wij vinden zorgcontinuïteit ook in de vakantieperiode van belang. 14.1c De kosten van een VOG worden door de gemeente betaald. Voor de volledigheid nemen wij dit op in artikel 14 lid 2 van de verordening. 14.1e De professionals van JEL beoordelen of de beoogde doelen en resultaten behaald zijn. Om die reden wordt een evaluatieverslag gevraagd aan de informele zorgverlener. Wij vinden een professionele beoordeling van belang omdat jeugdhulp doelmatig en effectief moet zijn. 14.1f Dit kunnen bepaalde opleidingseisen of registraties zijn, waaronder registratie in Kwaliteitsregister jeugd (SKJ). Daarnaast kunnen er aan bepaalde vormen van jeugdhulp beroepscodes en richtlijnen gelden. Het college heeft als taak om bij de PGB-aanvraag te beoordelen of de in te kopen jeugdhulp van de juiste kwaliteit is. Dat houdt in dat het college moet vaststellen of de hulp die de jeugdprofessional/jeugdhulpaanbieder zal verlenen een passende oplossing biedt voor de hulpvraag van de jeugdige/ouder. Het gaat hier vooral om een toets op de doelmatigheid: gaat de in te zetten jeugdhulp een oplossing bieden voor de ontwikkeldoelen van de jeugdige of ouder.
Dit heeft het college uitbesteed aan professionals van JEL. 14.2 Zoals hierboven aangegeven moeten gemeenten de doelmatigheid van de jeugdhulp beoordelen. Hiervoor is het van belang dat er een zorgplan en een evaluatieverslag wordt aangeleverd. Op basis hiervan kan worden beoordeeld of de in te kopen zorg/ingekochte zorg passend, dat wil zeggen doelmatig en effectief, is. 14.3 Het gaat hier om de werkgever volgens de belastingwetgeving. Als een zorgverlener meer dan vier dagen voor eenzelfde budgethouder werkt, dan wordt de budgethouder door de belastingdienst aangemerkt als werkgever en moet hij werkgeverslasten afdragen. Artikel 19 19.5 De toezichthoudende ambtenaren zijn in het kader van rechtmatigheidsonderzoeken bevoegd tot inzage in dossiers. Hierbij is medewerking verplicht en men kan zich niet beroepen op enige wettelijke geheimhoudingsplicht. 19.6 De jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen zijn verplicht om jaarlijks verantwoording af te leggen over hun prestaties. Dat doen zij in een verslag. In het verslag gaan zij in op de kwaliteit van de jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, het klachtrecht en de medezeggenschap. Het toezicht op naleving van de Jeugdwet gebeurt gezamenlijk door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Veiligheid en Justitie.
Toezicht houden betekent dat de inspecties informatie verzamelen, zich een oordeel vormen en zo nodig ingrijpen. De inspecties doen onderzoek bij instanties waarop zij toezicht houden. Van de bevindingen uit het onderzoek maakt de betreffende inspectie een rapport, dat in ieder geval naar de onderzochte instantie wordt gestuurd. U heeft vorig jaar geadviseerd om ouders te betrekken bij het controleren van de zorguren als deze via ZiN worden bekostigd. Dit krijgt invulling via het jaarlijkse steekproefsgewijs onderzoek over de inzet van zorguren door aanbieders. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door Toetspraktijk. Zij benaderen ouders telefonisch dan wel persoonlijk voor de toetsing van de zorguren. Artikel 21 De Jeugdwet bepaalt dat jeugdigen, ouders en andere belanghebbende organisaties worden betrokken bij de vormgeving van beleid. De gemeenteraad moet in de verordening vastleggen op welke wijze ingezetenen, waaronder in ieder geval jeugdigen en hun ouders, worden betrokken bij de totstandkoming van het beleid. Dit is geborgd in de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein en door het instellen van een cliëntenraad sociaal domein.
• ons kenmerk •
• datum • 19 januari 2022
• pagina • 7
• •
Bijlage 2 behorend bij advies Beleids- en nader regels Jeugdhulp Een verordening is een algemeen verbindend voorschrift waar inwoners rechten en plichten aan kunnen ontlenen. Een beleidsregel is een nadere uitleg over de wijze waarop een bevoegdheid wordt uitgeoefend. Dit maakt dat sommige bepalingen in de verordening zijn opgenomen en niet in de beleids- en nadere regels. Alleen daar waar nadere uitwerking noodzakelijk is, worden bepalingen uitgewerkt in beleids- en nadere regels. Artikel 2.3 De producten catalogus is bijlage I bij de beleids- en nadere regels. Dit is tot stand gekomen op basis van privaatrechtelijke overeenkomsten met zorgaanbieders. Artikel 3 Het toegangsproces tot jeugdhulp is zowel op de website van Jeugd Lelystad als van Gemeente Lelystad beschreven. Artikel 4 4.1 en 4.3 Wij vinden het van belang dat de inzet van een voorziening doelmatig en effectief is. Daarom vinden wij het belangrijk dat het effect van de inzet van een bepaalde vorm van hulp wetenschappelijk is aangetoond. Een medisch-wetenschappelijk onderzoek vindt plaats volgens vooraf vastgestelde richtlijnen. 4.2.c Als het kind achteruit gaat, moet worden onderzocht wat de oorzaak daarvan is. Als blijkt dat de inzet van de hulp niet leidt tot het gewenste resultaat, wordt een andere vorm van hulp overwogen.
4.2.d Als de jeugdige nooit zelfstandig en zelfredzaam wordt, dan is stabilisatie van de situatie het beoogde resultaat. Dit kan worden bereikt door inzet van jeugdhulp of door de eigen kracht van de jeugdige en/of het sociale netwerk. Artikel 5 5.2 Het huidige jeugdbeleid is vooral gericht op normaliseren van de gezinssituatie en het versterken van de basis. Dit betekent dat meer verantwoordelijkheid wordt neergelegd bij jeugdigen en ouders. Artikel 7 Dit artikel is in de definitieve versie geschrapt uit de beleids- en nadere regels vanwege een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin bepaald is dat financiële toets geen onderdeel is van de eigen kracht. Hierdoor was dit artikel in strijd met de bedoeling van de wet. Artikel 9 Door het wegvallen van artikel 7, betreft dit het huidige artikel 8. In dit artikel is geen verwijzing naar de verordening. 9.b In dit artikel worden voorbeelden genoemd die aanleiding kunnen geven om inzet van jeugdhulp door iemand uit het sociale netwerk als doelmatig en effectief te achten, waaronder de noodzaak om de zorg op flexibele momenten in te zetten. Dit wil echter niet zeggen dat de zorg niet op vaste momenten geboden kan worden. 9.d De professional van Jeugd Lelystad beoordeelt op basis van aangeleverde informatie of de jeugdhulp doelmatig en effectief is.
Artikel 11 Door het wegvallen van artikel 7, betreft het huidige artikel 10. Doordat de percelen met de daarbij behorende voorwaarden als bijlage bij de beleids- en nadere regels zijn opgenomen, zijn deze samen met de beleids- en nadere regels bekendgemaakt en dus openbaar. Perceel 1 tijdelijke opvang en/of zorg tijdens onderwijstijd Het niet kunnen reageren op de Criteria voor inzet van jeugdhulp is reeds in het algemene deel beantwoord.
• ons kenmerk •
• datum • 19 januari 2022
• pagina • 8
• •
Deze indeling in percelen en hoofdaannemerschap is een bewuste keuze. De raad heeft met de Aanpak Sociaal Domein besloten om met een beperkt aantal aanbieders voor een langere periode partnerschap aan te gaan. Het is zo dat de hoofdaannemer het gehele perceel zelf of dan wel met onderaannemer moet kunnen bieden. Voor deze constructie is gekozen om het gehele zorgaanbod te kunnen garanderen binnen Lelystad. Blz. 12 GD. staat voor gedragsdeskundige. De functie van toetser is op dit moment belegd bij de gemeente. In de productencatalogus zijn bij meerdere producten geen leeftijden opgenoemd. Alleen bij producten die leeftijdgebonden zijn, is de leeftijd aangegeven. Blz 13 Ouders maken deel uit van het netwerk/systeem van het kind. Daarom is dit aspect ook meegenomen in het product begeleiding groep en maakt ouderbegeleiding integraal onderdeel uit van Begeleiding groep. De begeleiding groep moet zo dicht mogelijk bij een onderwijslocatie uitgevoerd worden omdat dit betrekking heeft op perceel 1 Tijdelijke opvang/zorg onder onderwijstijd. Kinderen horen op school te zitten. Daarom is het van meerwaarde dat men iets op school (of zo dichtbij mogelijk) organiseert, omdat dit naar school gaan stimuleert. Een onafhankelijk arts moet bevestigen dat een kind geen onderwijs kan volgen. De arts moet een onafhankelijke beoordeling kunnen maken van de situatie.
Bij een behandelend arts kan de vertrouwensrelatie met de patiënt onder druk komen te staan wanneer de arts een voor de patiënt ongunstig oordeel geeft en er een belangenconflict ontstaat. In perceel 1 vindt er afbouw van hulp plaats, tot er geen hulp meer nodig is. Als er langer of blijvend hulp nodig is, dan is perceel 2, Langdurige dagbesteding of -behandeling, van toepassing. Blz 14 De begeleiding terug naar onderwijs heeft een maximale inzet van 5 uur per week. Deze uren zijn niet bedoeld om de onderwijsprofessionals te begeleiden maar zijn bedoeld voor de jeugdige. Blz 15 Bij de criteria staat dat de inzet in dagdelen van 4 uur wordt gedaan. Als een kind na onderwijstijd nog naar een dagbehandeling gaat is dat vaak minder dan vier uur. De zorgorganisatie kan per uur afrekenen. De afrekening moet per dagdeel plaatsvinden. Blz 16 Begeleiding groep: Respijtzorg dagbesteding In de criteria staat dat er een pedagogisch medewerker op maximaal acht jeugdigen met een vastgestelde beperking én gedragsproblematiek aanwezig is. U vindt dat te weinig en adviseert ons dat er twee pedagogisch medewerkers aanwezig zijn op maximaal acht jeugdigen.
De bij de inkoop betrokken deskundigen van gemeente Lelystad en de aanbieders, zijn van mening dat een pedagogisch medewerkers op maximaal acht jeugdigen met een vastgestelde beperking én gedragsproblematiek volstaat om de juiste begeleiding te kunnen bieden. Perceel 2 Langdurige dagbesteding of – behandeling Blz 17 Langdurige dagbegeleiding is het voorportaal voor de Wet langdurige zorg (WLZ). We begrijpen dat dit een ingrijpend proces is. De aanvraag voor een WLZ wordt alleen gedaan als van tevoren duidelijk is dat er een zeer grote kans van slagen is.
• ons kenmerk •
• datum • 19 januari 2022
• pagina • 9
• •
BLz 18 In de criteria staat dat begeleiding en ondersteuning aan ouders een integraal onderdeel is van dit product. Met integraal wordt hier bedoeld dat het tarief all-inclusive is. Daarnaast is het zo dat er altijd wordt gekeken of het van meerwaarde is om ouders mee te nemen in het zorgtraject. Blz 27 Perceel 4b Vaktherapie Het is te allen tijde mogelijk om vaktherapie los te koppelen van problemen met ouders zodat de therapie alleen gericht is op het kind. Ook hier wordt gekeken of het van meerwaarde is om het systeem/netwerk van het kind mee te nemen in het zorgtraject. Wij hopen dat wij u met deze brief hebben kunnen uitleggen waarom bepaalde keuzes in de verordening en de beleids- en nadere regels zijn gemaakt. Hoogachtend, Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris,
de burgemeester,
A.N. van den Bergh
A.E.H. Baltus
ons kenmerk
datum
pagina 10
Bijlage 1. Voorgestelde wijzigingsbesluit A. In artikel 3 lid 1 van de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 wordt na ‘verwijzing’ ingevoegd ‘in samenspraak met de jeugdige en/of diens ouders’. B. De titel van artikel 6 van de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 ‘Onderzoek’ te vervangen door ‘Onderzoek bij aanvraag via de gemeente’. C. Onder vernummering van het tweede lid en derde lid van artikel 12 van de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. In afwijking van het eerste lid kan een hulpverlener die niet staat ingeschreven in het BIGregister van de betreffende beroepsgroep of het Kwaliteitsregister jeugd (SKJ) als formele hulpverlener worden aangemerkt als deze onder toezicht van een formele hulpverlener de werkzaamheden uitvoert. D. In artikel 12 lid 3 van de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 wordt na ‘1’ toegevoegd ‘en lid 2’ E. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid van artikel 14 van de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Op verzoek van de informele zorgverlener betaalt het college de kosten van de in het eerste lid onder c bedoelde verklaring. F. Onder vernummering van het tweede en derde lid van artikel 12 van de toelichting op de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 wordt een toelichting toegevoegd, luidende: 2.
Het college moet vaststellen of de kwaliteit van de geboden jeugdhulp, passend en toereikend is gelet op de problematiek en ontwikkelingsdoelen van de jeugdige. Voor de gecontracteerde aanbieders geldt de eis dat de hulpverlener een SKJ of een BIG-registratie moet hebben. Deze criteria gelden daarom eveneens voor voorzieningen die in de vorm van een pgb worden toegekend. Wanneer een hulpverlener die niet geregistreerd is in de SKJ of BIG-register onder toezicht van een geregistreerde hulpverlener werkzaamheden verricht, kan deze hulpverlener eveneens worden aangemerkt als een formele hulpverlener, mits wordt voldaan aan de overige voorwaarden van het eerste lid. G. Deze verordening treedt op de dag na de datum van bekendmaking in werking, en werkt terug tot 1 juli 2021