CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief beantwoording aanvullende vragen FvD 13 09 22 social return tegenprestatie bijstand - getekend

Raadsvergadering 22 november 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 319. Beantwoording aanvullende vragen raad FvD 13 09 22 social return tegenprestatie bijstand735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Fractie Forum voor Democratie T.a.v. Jolanda Loijenga

uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk

datum verzending 7 oktober 2022

behandeld door

doorkiesnummer

bijlagen

dossiernummer

T.J.H. Donker

0

onderwerp beantwoording aanvullende vragen social return - tegenprestatie bij bijstand

Geachte mevrouw Loijenga, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de aanvullende vragen over de social return – tegenprestatie bij bijstand. Deze vragen hebt u gesteld in de raadsvergadering van 13 september jongstleden waar onze beantwoording van de schriftelijke vragen van uw fractie op 27 juni 2022 geagendeerd stond. Aanvullende vraag 1. Bij de voorwaarden staat dat het gaat om 55+. Waarom alleen 55+? Antwoord: Met het vaststellen van de kaders in de nota “Verplicht Vrijwillig” heeft de raad een afweging gemaakt bij de inzet van het aanvullende instrument de tegenprestatie die passend is, c.q. niet in de weg staat bij de toeleiding naar werk. Daarbij is de focus gelegd op 55+ met een beperkte arbeidscapaciteit, waarbij overigens mensen jonger dan 55 jaar met een lange afstand tot de arbeidsmarkt ook in aanmerking komen indien arbeidstoeleiding geen optie is. De motivatie is dat de Participatiewet al uitgaat van wederkerigheid: in ruil voor de uitkering verwachten we van mensen dat zij hun uiterste best doen om weer aan de slag te komen. Naast de zelfstandige verantwoordelijkheid hiervoor wordt ook verwacht dat zij meewerken aan een passend re-integratietraject. Dit is door de raad bevestigd o.a. met de “Aanpak Sociaal Domein”.

De focus ligt dan ook primair op arbeidstoeleiding bij de inzet van de schaarse re-integratiemiddelen door begeleiding te realiseren voor een zo groot mogelijke groep. Juist ook om een zo groot mogelijke groep het perspectief op duurzame, financiële zelfredzaamheid te geven. Zo zijn in 2021 ruim 800 cliënten gestart met een re-integratievoorziening (en 395 plaatsingen in betaald werk gerealiseerd). Zo bezien is (meewerken aan) re-integratie de belangrijkste (of “echte”) tegenprestatie die in beginsel alle cliënten moeten leveren.

Het college hecht waarde aan de tegenprestatie maar de inzet hiervan moet niet ten koste gaan van de duurzame uitstroom bij de inzet van de gelimiteerde re-integratiemiddelen.

Aanvullende vraag 2. Vraag over de termijn: maximaal een half jaar. Wat is daar de reden voor? Antwoord: Deze termijn sluit aan bij de kaders die bij de invoering van de wetsartikel hiervoor zijn gegeven. Toelichting: Bij de tegenprestatie naar vermogen gaat het niet om een re-integratie-instrument, maar gaat het puur om een tegenprestatie voor de uitkering. Uit de Memorie van Toelichting (MvT) van het wetsvoorstel Wet Werk en Bijstand (WWB) / Participatiewet, onderdeel “Tegenprestatie naar vermogen” blijkt dat het moet gaan om onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden. Naar hun aard zullen deze niet direct gericht hoeven te zijn op toeleiding tot de arbeidsmarkt. Verder mogen de werkzaamheden niet in de weg staan aan acceptatie van algemeen geaccepteerde arbeid of aan re-integratie gericht op arbeidsinschakeling, omdat het uitgangspunt werk boven uitkering voorop staat. Het college zal aan de hand van de indviduele omstandigheden en de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijke nuttige werkzaamheden de aard, de duur en de omvang van de tegenprestatie moeten bepalen. De omvang van de werkzaamheden en de duur in de tijd dienen daarom in de regel beperkt te zijn. Dit is ook nog opgenomen in de notitie van de Minister: “wat gaat er veranderen in de wet WWB”, waarin staat vermeld dat het moet gaan om werkzaamheden voor een paar uur per dag of per week.

In de MvT is verder nog opgenomen dat het leveren van een tegenprestatie vaak werkzaamheden van korte duur omvat, terwijl een participatieplaats voorziet in werken voor een langere periode van maximaal twee jaar. Bij een tegenprestatie naar vermogen gaat het om het opleggen van normale burgerlijke verplichtingen dan wel kleine gemeenschapsdiensten. Aanvullende vraag 3. Per jaar worden er aantallen genoemd, maar wat zijn de percentages van de bijstandsuitkeringen? Antwoord: In totaal is sprake van circa 2100 bijstandsgerechtigden, waarvan circa 600 55+. Gemiddeld leveren 50 mensen per jaar een tegenprestatie. Van het aantal 55+ is het percentage 8,3%. Dit komt neer op ongeveer 1 op de 12 mensen van 55+ per jaar. Zoals bij de beantwoording van vraag 1 is uiteengezet betreft dat de mensen voor wie arbeidstoeleiding niet echt meer aan de orde is en wordt voor de meeste mensen primair ingezet op re-integratie/arbeidstoeleiding.

Hoogachtend, Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris, A.N. van den Bergh *Deze brief is digitaal vastgesteld en ondertekend

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=2ca5f771-9f4a-4705-b88c-3da60203da39