Brief aan de raad - Achtergrondinformatie fietsenstalling
Tekst van het document
Raad van de gemeente Lelystad Stadhuisplein 2 8200 AB LELYSTAD
uw brief van
uw kenmerk
ons kenmerk 211061717
datum verzending 29 september 2021
behandeld door R. Michels
doorkiesnummer
bijlagen 0
dossiernummer
onderwerp Achtergrondinformatie raadsvoorstel investeringskrediet stalling station
pr-nummer
Geachte leden van de raad, Naar aanleiding van de tot nu toe gevoerde discussies en ingediende amendementen over het collegevoorstel aan de raad om akkoord te gaan met het vaststellen van een investeringskrediet (nummer 231), wil het college u aanvullend voorzien van een nadere toelichting. Daarbij zijn de diverse gestelde vragen en ingediende amendementen in enkele categorieën gebundeld. U geeft aan enige twijfels te hebben bij de verdeling tussen de diverse (mogelijke) financiers, de hoogte van de investering, en de mogelijkheden van uw raad om haar kaderstellende en toetsende taak te kunnen uitoefenen. Kostenverdeling U heeft aangegeven vraagtekens te plaatsen bij de kostenverdeling tussen partijen. De grondslag voor deze verdeling stoelt op landelijke afspraken tussen Ministerie van IenW, ProRail, NS, VNG en IPO: Belangrijke voorwaarden van IenW om in aanmerking te komen voor een bijdrage uit het Klimaatakkoordgeld zijn de genoemde 60/40 verhouding in investerings- en beheerkosten, een sober en doelmatig ontwerp en een snelle realisatie en nadruk op circulariteit en duurzaamheid. De taak- en rolverdeling, alsmede eigendomsverdeling op stations tussen ProRail en NS is vastgelegd bij de splitsing van NS door het Rijk in de jaren ‘90 van de vorige eeuw in de Definitie en Zeggenschap Infrastructuur (DZI), alsmede nadere uitwerkingen daarvan.
Daaruit blijkt dat NS slechts investeert in stations ten behoeve van eigen commerciële voorzieningen. De basisinfrastructuur, zoals ook fietsenstallingen bij treinstations wordt gefinancierd door ProRail, waarbij ProRail meestal ook het beheer en onderhoud van de stalling op zich neemt.
NS is verantwoordelijk voor exploitatie en treft in dat kader een regeling met de gemeente over verdeling van de exploitatieresultaten, zoals u bekend. In het Bestuursakkoord Fietsparkeren uit 2016 tussen Rijk, IPO, VNG, NS en ProRail zijn de kostenverdelingsafspraken en rolverdeling voor fietsparkeren bij stations vastgelegd. De verhouding tussen 40% Rijksbijdrage (via ProRail) en 60% bijdrage lagere overheden (in het algemeen: gemeenten) is dus een gegeven dat lokaal niet kan worden gewijzigd. Het college heeft begrip voor uw standpunt, dat gemeenten een onevenredig grote bijdrage dienen te leveren, maar wij kunnen als gemeente niet anders dan ons conformeren aan de 60-40 verdeling, teneinde cofinanciering te ontvangen. NS is niet gehouden aan bijdragen in het publieke deel van stationsgebouwen. Het college heeft op uw verzoek nogmaals onderzocht of er bij de Provincie Flevoland mogelijkheden zijn een aanvullende bijdrage te leveren. Gedeputeerde De Reus heeft ons aangegeven dat de Provincie geen directe bijdrage zal leveren aan dit specifieke deelproject, maar dat zij al bijdraagt aan de verbetering van het stationsgebied door haar investeringsaandeel in o.a. het busstation en de snelbus. Kostenopbouw Uit de ingediende technische vragen en amendementen blijkt dat uw raad de investeringsraming hoog vindt en daarmee dus ook het gedeelte dat Lelystad dient bij te dragen.
U wenst nader inzicht in het ontwerp en de opbouw van de kostenramingen. Ten aanzien van het ontwerp is het college van mening dat u kennis hebt kunnen nemen van het Voorkeursalternatief en het Voorlopig Ontwerp. Bij eerdere informatieverstrekking is ons niet gebleken dat u de uitgangspunten van de oplossingen en de uitwerkingen als zodanig ter discussie stelt. Om tijdig – dat wil zeggen begin september - een verzoek om cofinanciering bij de Stuurgroep Fietsparkeren van het Ministerie van IenW te kunnen doen, was het noodzakelijk om reeds in juli uw raad een voorstel te doen voor vaststelling van het krediet. Behandeling is voorzien in oktober. Het college diende zich bij het raadsvoorstel en de aanvraag te baseren op de informatie, die op dat moment beschikbaar was: een concept-Voorlopig Ontwerp en een bijbehorende investeringsraming dd 17-6-2021, uitkomend op € 18,2 mln. Bekend en op dat moment ook geïnitieerd door ProRail was dat dit ontwerp en de raming (van het door haar gecontracteerde adviesbureau) aan een review door alle betrokken organisaties werd onderworpen. Dit reviewtraject loopt op dit moment nog. Een gunstige ontwikkeling die wij u kunnen melden, is dat inmiddels de eerste indicaties zijn afgegeven van een behoorlijke verlaging van de raming.
Uw raad geeft aan een nadere onderbouwing van de ramingen te willen ontvangen, mede in relatie tot de hoogte van de bedragen. ProRail heeft ons echter meegedeeld, dat haar inkoop- en aanbestedingsregels niet toestaan dat kostenramingen gedeeld worden met andere partijen. De reden hiervoor is dat dit marktgevoelige informatie bevat, die tot hogere inschrijvingen bij aanbestedingen kan leiden. Ondanks herhaalde verzoeken van onze kant wenst zij niet aan dit beleid te tornen en staat alleen toe geaggregeerde informatie vertrouwelijk te delen.
In de projectorganisatie is detailinformatie wel gepresenteerd, doch niet verstrekt. Op soortgelijke wijze zal worden omgegaan met de formele kostennotitie, die nog zal worden gemaakt als de review van het ontwerp zal zijn afgerond. ProRail heeft, opererend als uitvoeringsorganisatie van het ministerie, de verplichting om de middelen op een doelmatige en doeltreffende manier uit te geven. Kostenramingen toetst zij aan soortgelijke stallingsprojecten, marktomstandigheden en kennis van de bouwmarkt. De transformatie naar nieuwe stallingen in het bestaande stationsgebouw is een ingrijpende operatie, maar qua kosten geheel vergelijkbaar met soortgelijke projecten. Aan het einde van het reviewtraject en het ontwerptraject wordt de officiële kostennotitie door ProRail opgemaakt ten behoeve van het aanbestedingsdossier. Toetsing Uw raad vraagt zich af hoe zij haar kaderstellende en toetsende taak voldoende kan uitoefenen. Wij zijn van mening hieraan tegemoet te kunnen komen door een heldere fasering in de besluitvorming te schetsen. 1. Het is van groot belang dat de gemeente nu aangeeft aan de Stuurgroep Fietsparkeren dat zij voldoende geld gereserveerd heeft om aan de eis van het ministerie van IenW van een 60% gemeentelijke bijdrage te kunnen voldoen.
De middelen uit het Klimaatakkoordbudget (totaal €75 mln.) zijn voor het grootste deel al toegezegd aan andere fietsenstallingprojecten in het land, maar Lelystad dingt mee naar het restantbedrag uit het Klimaatbudget. In de deze week gepresenteerde rijksbegroting 2022 staat geen nieuw budget voor fietsparkeren vermeld, waarmee aannemelijk is dat voorlopig geen nieuwe cofinancieringsregeling wordt aangeboden. 2. Tegelijkertijd met het aanvraagtraject dat loopt via de Stuurgroep Fietsparkeren, wordt het Voorlopig Ontwerp-plustraject inclusief definitieve review afgerond. Wij zullen u dan informeren over de uitkomsten. 3. Uitgaande van een positief besluit over cofinanciering wordt het aanbestedingstraject opgestart. De werkelijke gemeentelijke bijdrage zal naar verwachting overigens pas bepaald worden na aanbesteding (gepland in 2022). Parallel aan deze stappen wordt ook door de gemeente gewerkt aan de verdere integrale planvorming van het stationsgebied, waar deze fietsenstallingen een belangrijk onderdeel van gaan uitmaken. Over de samenhang en de gehele herinrichting zal de raad ook besluiten gaan nemen. Wij verzekeren u, dat de totstandkoming van het Voorlopig Ontwerp in nauwe samenspraak met de spoorsector gebeurt.
Wat de inpandige inrichting en vormgeving betreft, hebben ProRail en NS het primaat, aangezien zij dienen te werken met de Ontwerpvoorschriften Fietsparkeren bij Stations, een eis van het Ministerie van IenW voor financiering van realisatie en beheer. Dat betekent dat ook de Lelystadse stallingen een hoog kwaliteitsniveau krijgen (volgens de landelijke standaard), met voldoende capaciteit voor reguliere en buitenmodelfietsen, en voldoende aanbod van huurfietsen. De raakvlakken met de omgeving (ligging ingangen, aansluiting op het fietsnetwerk, voldoende en veilige op- en afstapgelegenheid, voorkomen van kruisende bewegingen met andere verkeersdeelnemers is met name een aangelegenheid voor de Gemeente. Zo wordt optimaal eenieders expertise benut. Het Voorlopig Ontwerp, dat is vastgelegd in de plattegronden en zogenaamde visuals, wordt uitgebreid beschreven in een zogenaamde Ontwerpnota, waarin alle keuzen worden toegelicht. Wanneer deze beschikbaar is, zullen wij u deze graag ter hand stellen.
Resumerend, wij achten het van het grootste belang nu de eerste stap te zetten en het huidige gereserveerde budget van € 10,5 miljoen te handhaven. Met de recente indicaties, dat de ramingen mogelijk lager zullen worden, geeft dit een solide basis om verder te gaan. Wij hechten er aan u het maximaal mogelijk inzicht te geven in het verdere proces en het ontwerp. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, het college van de gemeente Lelystad, de loco secretaris,
de burgemeester,
C.J Schelling
A.E.H. Baltus