BL3 Mer-anmeldnotitie Karveel 39
Tekst van het document
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Aan: College van B&W van de gemeente Lelystad Van: MEES Ruimte & Milieu Betreft: Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling voor de ontwikkeling Karveel 39 15-17
Projectnr.: 24016 Auteurs: N.A. Heuseveldt & M.F. Bleekers MSc Datum: 26 november 2024
1. INLEIDING De projectlocatie beslaat het ‘Triade-terrein’ aan Karveel 39, 15-17 te Lelystad en heeft een grootte van circa 1,3 hectare. Het doel is om de gehele locatie te herontwikkelen naar woningen en een huisartsenpraktijk. Omdat de activiteit ‘wonen’ volgens het geldende omgevingsplan niet is toegestaan en de beoogde bebouwing niet voldoet aan het opgenomen bouwvak is de ontwikkeling niet mogelijk op basis van het geldende omgevingsplan. Gezien voorgaande dient een planologische procedure te worden doorlopen. Opgemerkt wordt dat een huisartsenpraktijk wel is toegestaan op basis van het geldende omgevingsplan. Volledigheidshalve wordt in voorliggend rapport ingegaan op de compleet beoogde ontwikkeling met wonen en een huisartsenpraktijk. (Tijdelijk deel) omgevingsplan Ter plaatse van het projectgebied geldt het “Omgevingsplan gemeente Lelystad”( /akn/nl/act/gm0995/2020/omgevingsplan), zoals gepubliceerd op 27 februari 2024 (in werking getreden vanaf 28 februari 2024). Het projectgebied valt onder het tijdelijk deel van het omgevingsplan, aangezien de voormalige bestemmingsplannen (en voorbereidingsbesluiten) nog niet zijn omgezet naar het definitieve omgevingsplan. Onderstaande figuur toont een uitsnede van de verbeelding behorend bij het geldende omgevingsplan (tijdelijk deel). figuur 1. Uitsnede bestemmingsplan “Boeier – Karveel” (bron: Qgis, eigen bewerking)
Mees Ruimte & Milieu | 24016.AN/MER
Pagina | 1
Op basis van het bestemmingsplan “Boeier – Karveel” kent de projectlocatie de bestemming ‘Maatschappelijk’. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van het opgenomen bouwvlak. Ter plaatste van dit bouwvlak geldt een maximale bouwhoogte van 10 meter. Aanleiding aanmeldnotitie Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken wordt een omgevingsvergunning voor een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ (verder: BOPA) aangevraagd. In het kader van de BOPA aanvraag is een goede onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving (GoFlo) opgesteld. Het bevoegd gezag zal besluiten op de BOPA aanvraag. Op dergelijke besluiten is de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit van toepassing. In afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit is de wetgeving rond de milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. Door het bevoegd gezag dient een afzonderlijk besluit genomen te worden of een m.e.r.-beoordeling volstaat. Deze aanmeldnotitie is de eerste stap in de procedure voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling. In voorliggende aanmeldnotitie wordt gemotiveerd dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten, waardoor een m.e.r.-beoordeling volstaat. In hoofdstuk 2 wordt de relatie met het projectplan beschreven. Deze aanmeldnotitie wordt in hoofdstuk 3 afgesloten met een verzoek aan het bevoegd gezag.
2. RELATIE MET PROJECTPLAN In bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn de projecten aangewezen waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt (zie onderstaande tabel). Het voorgenomen project is onder J.11 opgenomen in kolom 1 van bijlage V, maar uit kolom 2 blijkt dat een mer-plicht niet van toepassing is. Op grond van kolom 3 is een m.e.r.beoordeling wel nodig. Tabel 1. Relevant onderdeel J.11 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit
Kolom 1 Projecten
J.11
Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen
Kolom 2 Gevallen waarin de mer-plicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet) Niet van toepassing
Kolom 3 Gevallen waarin de mer-beoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet) Aanleg, wijziging of uitbreiding
Kolom 4 Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit Het omgevingsplan
In het kader van de m.e.r.-beoordeling dient een mededeling te worden gedaan van het aangewezen project bij het bevoegd gezag, waarin een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten zijn opgenomen. De vorm van een m.e.r.-beoordelingsbesluit is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (mer richtlijn, 2014/52/EU). In de milieueffectbeoordeling dient de volgende inhoud te zijn vermeld: 1. 2. 3.
Kenmerken van de projecten; Locatie van de projecten; Soort en kenmerken van het potentiële effect.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.AN/MER
Pagina | 2
Onderstaand worden deze onderdelen nader toegelicht.
2.1 Kenmerken van het project Voor een weloverwogen beoordeling is het van belang dat de kenmerken van het project vermeld zijn. Het projectgebied is gesitueerd op het adres Karveel 39 15-17 te Lelystad. De projectlocatie is gelegen in sectie M en heeft de volgende percelen: 4283, 4285, 4286, 5872, 7729 en 7730. Onderstaande figuur toont de ligging van de projectlocatie. De locatie wordt aan alle zijden begrensd door straten waaraan woningen met tuinen zijn gelegen. In onderstaande afbeelding is het projectgebied weergegeven. figuur 2. Ligging projectlocatie (bron luchtfoto: Qgis, eigen bewerking)
Omvang van het project Het voornemen bestaat om de gehele locatie te herontwikkelen. Het programma bestaat uit 48 (koop)woningen en een gebouw ten behoeve van een huisartsenpraktijk. Daarin worden maximaal twee huisartsenpraktijken gevestigd met maximaal 9 behandel-/spreekkamers. De woningen zijn allemaal grondgebonden rijwoningen en worden voorzien van een tuin. Parkeergelegenheid voor de woningen is voorzien tussen de bebouwing in koffers, zoals weergegeven in figuur 3.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.AN/MER
Pagina | 3
figuur 3. Programma toekomstige situatie (bron: Stedenbouwkundig ontwerp, d.d. 12 september 2024)
Cumulatie met andere projecten Vooralsnog zijn er geen andere projecten in de omgeving bekend, die dermate concreet zijn dat cumulatie van effecten te verwachten is. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal zoals hout en beton. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij het voorgenomen project is geen sprake van productieprocessen. Productie van afvalstoffen Binnen het projectgebied wordt een woonfunctie voorzien, waarbij voornamelijk sprake zal zijn van huishoudelijk gerelateerd afval. Eventueel bedrijfsmatig afval(water) van huisartsenpraktijk zal worden afgevoerd volgens de geldende eisen zoals uit het Besluit activiteiten leefomgeving. De afvoer van regen- en vuilwater zal via een gescheiden rioleringsstelsel worden afgevoerd. Verontreiniging en hinder Wat betreft milieuhinder wordt voldaan aan de wettelijke normen dan wel maatregelen getroffen om gevolgen te voorkomen/beperken. Risico van zware ongevallen en/of rampen Er is bij het voorgenomen project geen sprake van realisatie van risicovolle inrichtingen. Het aspect omgevingsveiligheid is beschouwd in de GoFlo.
Daaruit volgt dat het projectgebied op een dermate afstand van risicobronnen is gesitueerd dat externe veiligheid niet leidt tot nadelige effecten voor de voorgenomen ontwikkeling. Risico’s voor de menselijke gezondheid Bij het voorgenomen project worden risico’s voor de menselijke gezondheid als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling niet verwacht.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.AN/MER
Pagina | 4
2.2 Locatie van het project Voor een weloverwogen beoordeling is het van belang dat, naast de locatiekenmerken, de plaats van het project nader beschouwd wordt. Bestaande grondgebruik Op de projectlocatie staat een gebouw met maatschappelijke functie, sloop van dit gebouw is beoogd. De omliggende gronden rondom het gebouw zijn deels verhard en deels onverhard. Het totale oppervlak aan verharding neemt in de toekomstige situatie af, wat een verbetering in de waterhuiskundige situatie teweeg zal brengen. Opnamevermogen van het natuurlijke milieu Van belang is om het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied te beschouwen. Dit hangt samen met de nabijheid tot natuurbeschermingsgebieden. Het projectgebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, NNN gebied, weidevogelleefgebied of ander kwetsbaar gebied.
2.3 Kenmerken van het potentiële effect De diverse milieuaspecten die een rol kunnen spelen, worden hieronder toegelicht. Mogelijke effecten worden in ogenschouw genomen voor wat betreft het bereik, grensoverschrijdend karakter, waarschijnlijkheid, duur, frequentie en onomkeerbaarheid. Verkeer en parkeren Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling Volgens de Nota Parkeernormen Lelystad 2023 geldt in Lelystad wat betreft de stedelijkheidsgraad de categorie “matig stedelijk” gelet op de adressendichtheid. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’ geraadpleegd. Op basis van ‘koop, huis, tussen/hoek’ wordt worst case van een maximale verkeersgeneratie van 7,5 mvt/etmaal per woning. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie voor de huisartsenpraktijk is de maximale verkeersgeneratie van 3,2 mvt/etmaal voor één behandelkamer. De beoogde ontwikkeling voorziet in 48 woningen en 9 behandel/spreekkamers. Derhalve komt de totale verkeersgeneratie uit op maximaal 610,2 mvt/etmaal. De ontsluiting van de projectlocatie vindt plaats via de westzijde en zuidoostzijde van het projectgebied. De capaciteit van de omliggende wegen is naar voldoende om het verkeer af te wikkelen. Auto- en fietsparkeren De gemeente Lelystad heeft in de bijlage bij de Nota Parkeernormen Lelystad 2023, parkeernormentabellen opgenomen.
Op basis van het parkeerbeleid kan berekend worden hoeveel autoparkeerplaatsen er nodig zijn en of er derhalve voldoende parkeergelegenheid voor auto’s aanwezig is of gerealiseerd kan worden. Het beoogde programma voorziet in de realisatie van 48 woningen en een huisartsenpraktijk. De ontwikkeling is volgens het parkeerbeleid gelegen in zone III wat duidt op ‘rest bebouwde kom’, zie ook onderstaande figuur. Uitgangspunt is dat de parkeervraag van een ontwikkeling niet wordt afgewenteld op het openbare gebied in de omgeving of in ieder geval geen problemen veroorzaakt in de openbare ruimte in de omgeving.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.AN/MER
Pagina | 5
figuur 4. Begrenzing typering gebieden (bron: Nota Parkeernormen Lelystad 2023)
Het parkeren vindt geclusterd plaats in enkele parkeerkoffers, op korte loopafstand van de woningen. In de parkeertelling is rekening gehouden met dubbelgebruik voor gebruikers van de huisartsenpraktijk. Door voldoende parkeerplaatsen bij de huisarts te realiseren wordt tegengegaan dat buiten het projectgebied geparkeerd wordt. In onderstaande parkeerbalans is door middel van het aanwezigheidspercentage de parkeervraag naar parkeerplaatsen berekend voor zowel de woningen als de huisartspraktijk. Hieruit blijkt dat de parkeerbehoefte op een werkdagavond het hoogste is. De parkeerbehoefte bestaat op dat moment uit 78 parkeerplaatsen. Hier wordt met de beoogde ontwikkeling in voorzien. Opgemerkt wordt dat er in aanvulling op deze 78 parkeerplaatsen voor vier woningen de mogelijkheid bestaat om een parkeerplaats te realiseren op eigen terrein. Opgemerkt wordt dat ondanks dat binnen de projectlocatie in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien volledigheidshalve en parkeerdrukonderzoek is uitgevoerd, zie bijlage 10 van de GoFlo. Daaruit volgt dat de parkeerdruk in het openbaar gebied binnen het onderzoeksgebied over alle meetmomenten beperkt is, namelijk 57,8 procent. Knelpunten worden dan ook niet verwacht.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.AN/MER
Pagina | 6
Conform de meest recente kengetallen van het CROW dient rekening te worden gehouden met een aandeel oplaadpunten van 5-8% per woning. Hier zal invulling aan worden gegeven. Op dit moment wordt ernaar gestreefd 8 laadpunten te realiseren. Daarnaast is het uitgangspunt in het parkeerbeleid dat de parkeereis voor fietsen op eigen terrein moet worden opgelost. Hier wordt per woning in voorzien. Ze krijgen allemaal de beschikking over een berging waar fietsen kunnen worden gestald. Een huisartsenpraktijk is niet specifiek opgenomen in de tabel voor fietsparkeernormen. Bij de huisartspraktijk wordt echter ook voldoende ruimte gecreëerd om fietsen te plaatsen. Ten aanzien van het aspect verkeer en parkeren worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Geluid In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient bij het toestaan van nieuwe woningen een afweging te worden gemaakt over de aanvaardbaarheid van geluid. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 48 woningen en een huisartsenpraktijk. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling nieuwe geluidgevoelige objecten mogelijk maakt, is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is in 2024 uitgevoerd door Alcedo (zie bijlage 8 bij de GoFlo).
Uit het onderzoek volgt dat het geluid van de gemeentewegen ten hoogste 48 dB bedraagt en daarmee voldoet aan de standaardwaarde van 53 dB volgens de Omgevingswet. Van belangrijke nadelige milieueffecten is geen sprake. Activiteiten en milieuzonering In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient bij het toestaan van de huisartsenpraktijk een afweging te worden gemaakt over geluid door activiteiten. In het geldende omgevingsplan “Omgevingsplan gemeente Lelystad” zijn (nog) geen normen vastgesteld ten aanzien van de milieuwaarden op de thema’s geluid, geur en licht. Voor de beoogde ontwikkeling is een gericht onderzoek naar ‘geluid door activiteiten huisartsenpraktijk’ uitgevoerd op 24 oktober 2024. Hieruit is gebleken dat:
Het geluid van de huisartsenpraktijk is lager dan de standaardwaarden volgens het Bkl en lager dan de richtwaarden voor een geluidgevoelig gebouw in de gebiedstypering ‘gemengd gebied met wonen’. Er is sprake van een aanvaardbare geluidsituatie en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; De maximale geluidniveaus bedragen ten hoogste 76 dB(A) bij de nieuwe woningen en 64 dB(A) bij de bestaande woningen. Het betreft piekgeluiden als gevolg van dichtslaande portieren. In het Bkl en in de
Mees Ruimte & Milieu | 24016.AN/MER
Pagina | 7
handreiking ‘VNG-handreiking activiteiten en milieuzonering’ zijn voor de dagperiode geen waarden voor het maximale geluidniveau opgenomen. Het equivalente geluidniveau ten gevolge van inrichtingsgebonden verkeer bedraagt ten hoogste 48 dB(A) in de dagperiode ter plaatse van de nieuwe woningen. Bij de bestaande woningen is dit 46 dB(A) in de dagperiode. Hiermee wordt overal voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A).
Gezien voorgaande is het geluid afkomstig van de huisartsenpraktijk aanvaardbaar voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie. Van belangrijke nadelige milieueffecten is geen sprake. Luchtkwaliteit Toetsen aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is niet nodig indien een project of activiteit niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Dan gaat het bijvoorbeeld om een ruimtelijk project of activiteit waarvoor een omgevingsvergunning nodig is maar waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is. Indien dit het geval is, is er geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor (NO2) en fijnstof (PM10) nodig. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
In artikel 5.54 van het Bkl staan standaardgevallen niet in betekenende mate aangegeven, waaronder: Gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan: 1.500 woningen netto bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen; Gebouwen met een kantoorfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak en een gelijkmatige verkeersverdeling bij twee ontsluitingswegen; Zowel gebouwen met een kantoorfunctie als gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties van die gebruiksfuncties, met: o één ontsluitingsweg: het aantal woningen maal 0,0008 en een bruto-vloeroppervlakte van kantoorfuncties en nevengebruiksfuncties daarvan in vierkante meter maal 0,000012 dat samen opgeteld kleiner is dan of gelijk is aan 1,2; of o twee ontsluitingswegen: een evenredig aantal woningen en een evenredig grote brutovloeroppervlakte van kantoorfuncties. In onderhavig geval is sprake van de realisatie van 48 woningen en een huisartsenpraktijk. Op basis van bovenstaande voorbeelden en tevens berekeningen zoals weergegeven in onderstaand figuur kan geconcludeerd worden dat de grenswaarden van 3% niet wordt overschreden en daarmee in het niet betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Toetsing aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Van belangrijke nadelige milieueffecten is geen sprake.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.AN/MER
Pagina | 8
figuur 5. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de beoogde ontwikkeling op de luchtkwaliteit (bron: www.infomil.nl)
Ecologie In het kader van natuurbescherming dient de aan- of afwezigheid van beschermde soorten vastgesteld te worden en de invloed op beschermde natuur bepaald te worden. Soortenbescherming De beoogde ontwikkeling heeft, vanwege de aard en omvang van de beoogde werkzaamheden, mogelijk gevolgen voor beschermde dier- en plantsoorten. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt de huidige bebouwing gesloopt en komt hiervoor nieuwbouw in de plaats. Derhalve is het uitvoeren van een onderzoek noodzakelijk. Er is door van der Goes en Groot op 21 februari 2024 een ecologische QuickScan uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage 4 bij de GoFlo. Uit de QuickScan is gebleken dat aanvullend nader onderzoek benodigd is naar vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen. Een dergelijk aanvullend onderzoek is dan ook uitgevoerd (zie ook bijlage 5 bij de GoFlo). De resultaten worden hieronder kort weergegeven. In het projectgebied is essentieel leefgebied van jaarrond beschermde vogels aanwezig, namelijk dat van Huismus. Indien werkzaamheden worden verricht aan ‘essentieel leefgebied’, dan dient een plan van aanpak gemaakt te worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten die kunnen optreden teniet te doen. De betreffende groenstrook blijft echter grotendeels behouden.
De werkzaamheden zien met name toe op het plaatsen van een vijftal bergingen in/nabij deze groenzone. Deze werkzaamheden zullen in een ecologisch werkprotocol worden opgenomen. In het projectgebied zijn verblijvende vleermuizen aangetroffen. Het gaat om twee zomerverblijven van Gewone dwergvleermuis. Indien werkzaamheden worden verricht aan gebouwen waarin verblijfplaatsen van vleermuizen zijn aangetroffen, dan dient een plan van aanpak gemaakt te worden waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten die kunnen optreden teniet te doen. Vanwege de beoogde sloop van de bestaande bebouwing zal een activiteitenplan worden opgesteld waarin de te mitigeren en compenserende maatregelen worden uitgewerkt. Aan de hand daarvan zal een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Het foerageergebied voor vleermuizen binnen het projectgebied maakt slechts een klein deel uit van een veel groter foerageergebied en is geen ‘essentieel’ deel van het leefgebied. De vleermuizen kunnen derhalve uitwijken. Teneinde het naleven van de algemene en specifieke zorgplicht voor kwetsbare en bedreigde soorten kan men gebruikmaken van genoemde passende preventieve maatregelen zoals benoemd in hoofdstuk 6 van het vervolgonderzoek.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.AN/MER
Pagina | 9
Gebiedsbescherming Het projectgebied is niet begrensd als een bijzonder te beschermen weidevogelleefgebied of belangrijk weidevogelgebied. Het projectgebied ligt niet binnen de begrenzing van het NNN, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden. Er kunnen geen negatieve effecten door de plannen op het NNN-gebied optreden. Het projectgebied ligt op zes kilometer afstand van Natura 2000-gebied Oostvaardersplasssen en twee kilometer van Natura 2000-gebied IJsselmeer. Gezien de afstand, afscherming door stedelijk gebied en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Gelet op voorgaande is door van der Goes en Groot op 22 oktober een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage bij de GoFlo. De maximale projectbijdrage van de aanleg en gebruik van de planlocatie is 0,00 mol/ha/jaar op Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect stikstofdepositie er geen belemmeringen zijn voor de realisatie van het plan. Overige milieuaspecten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling die heeft plaatsgevonden in de onderbouwing op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot aanzienlijke milieueffecten.
3. VERZOEK Middels voorliggende aanmeldnotitie wordt het bevoegd gezag verzocht het besluit te nemen dat, gezien de kenmerken van het potentiële effect, geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig is.
Mees Ruimte & Milieu | 24016.AN/MER
Pagina | 10