CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL1. Omgevingsvisie Lelystad 2050

Raadsvergadering 17 februari 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.079 Omgevingsvisie Lelystad 205026.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Voorgenomen maatregelen rondom het thema cultuurhistorie Het college bereidt een kadernota erfgoedbeleid voor waarmee de gemeenteraad keuzes kan maken over de omgang met ondergronds en bovengronds erfgoed en de wijze waarop de thema’s behouden, benutten/beleven en betrekken vorm krijgen. De kaders worden uitgewerkt in activiteiten en maatregelen die kunnen worden opgenomen in een omgevingsprogramma. 6.2 Natuurlijk raamwerk In het natuurlijk raamwerk wordt het gehele groen-blauwe systeem opgenomen waarop Lelystad gebouwd is. Alle zichtbare natuur en waterstructuren, maar ook de onzichtbare elementen in de bodem en in het ecosysteem. In de Omgevingsvisie is het ruimtelijk raamwerk een belangrijke basis. Hierin zit de kracht en de ruimte om te groeien naar een klimaatbestendige, gezonde en natuurlijke stad. De basis daarvoor is ruimschoots aanwezig. Lelystad is ontworpen als stad waar veel groen en water nabij te vinden is. Het is daarmee zelfs één van de groenste steden van Nederland. Deze natuurlijke elementen dragen in grote mate bij aan het gevoel van rust dat zoveel inwoners waarderen. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien hoe we inzetten op de groenblauwe structuren in de stad. In dit hoofdstuk gaan we nog wat dieper in op de thema’s bodem, natuur en ecologie, water en klimaatadaptatie.

Deels gaat het hier om het doorzetten van de lijn zoals die al in de Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021) is ingezet en deels enkele nieuwe maatregelen om deze te versterken of om nieuwe inzichten het hoofd te bieden. Bij ontwikkelingen nabij het natuurlijk raamwerk worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht. 6.2.1 Bodem Toelichting De bodem in en rond Lelystad heeft een goede kwaliteit. Door zetting zal de bodem in de polder overal nog wat zakken, vooral ten noorden van Lelystad is door enkele dunne veenlagen tot 2050 bodemdaling voorzien. Door de lage ligging op -4,5 meter N.A.P. speelt langs de randen van de Flevopolder ook kwel een rol. Vanwege een zoutwater laag in de ondergrond leidt dit tot verzilting, zowel in het stedelijke gebied als ten noorden van de stad. Door het vasthouden van regenwater in de

42

ondergrond kan het gebruik van zout of brak water worden tegengegaan en de verzilting verder worden afgeremd. Door de gevarieerde opbouw van de ondergrond leidt de kweldruk op sommige plaatsen in Lelystad tot opbarsting. Daarbij wordt water vanuit de ondergrond naar boven geduwd. Bij nieuwe bodemingrepen wordt dit zoveel mogelijk voorkomen, bijvoorbeeld door waterpartijen aan te leggen op plaatsen waar het opbarstrisico laag is. Binnen de gemeente zijn ook archeologisch (waardevol) aangeduide gebieden. Dit betreft onder andere de Swifterbantcultuur in het noorden van Lelystad en de maritieme archeologie in de voormalige zeebodem. Deze waardevolle gebieden zijn aangegeven in het Omgevingsplan. Het beleid waarop dit is gebaseerd wordt vernieuwd en zal leiden tot een aanpassing van het Omgevingsplan. Archeologische kwaliteiten worden beschermd en benut bij ruimtelijke vraagstukken. Voorgenomen maatregelen rondom het thema bodem • Lelystad streeft naar een afgewogen gebruik en behoud van de kwaliteiten van de bodem en ondergrond. • Omgeklapte benadering o De bodem meenemen in basishouding bij nieuwe ontwikkelingen en altijd in relatie zien tot het groen-blauwe raamwerk.

o Zorgdragen dat ondergrondse infra en parkeervoorzieningen de ruimte voor klimaatadaptatie niet beperken en de mogelijkheid om te voldoen aan de Natuurherstelverordening (Europese regelgeving gericht op het herstel van beschadigde ecosystemen). 6.2.2 Natuur en ecologie Toelichting In de Agenda Natuur 2030 van Lelystad wordt ‘natuur’ breed opgevat. Het omvat niet alleen de traditionele wettelijke beschermde gebieden, maar ook natuur in de stedelijke omgeving zoals parken en bermen. Deze inclusieve benadering benadrukt het belang van zowel beschermde natuurgebieden als het groen in de directe leefomgeving van inwoners. In de Agenda Natuur 2030 wordt gewerkt aan concrete maatregelen die bijdrage aan de doelen voor

natuur. Zoals bijvoorbeeld het op orde brengen van de basis door het hanteren van een Basiskwaliteit Natuur (BKN). Natura2000 (N2000) en Natuur Netwerk Nederland (NNN) zijn beschermde natuurgebieden waar, naast BKN soorten, ook andere veelal beschermde soorten voorkomen. Het is voor een goed functionerend en veerkrachtig ecosysteem belangrijk dat er aaneengesloten robuuste verbindingen zijn tussen de verschillende buitenstedelijke en binnenstedelijke gebieden. Er is in Lelystad veel natuur, zeker in vergelijking met andere steden. Ondanks de omvang van de natuur, is de kwaliteit aan verbetering toe. Met name in het stedelijk gebied is een grote kwaliteitsslag te maken in het beter en ecologisch inrichten en beheren van de natuur (groen en blauw). Natuur is belangrijk voor Lelystad en draagt ook positief bij aan het leef- en vestigingsklimaat, doordat natuur een positieve invloed heeft op de gezondheid van mensen en een aantrekkelijke woonomgeving. Bij groei van de stad zal de gebruiksdruk op het groen meer toenemen dan het oppervlak, daarom is het belangrijk dat de kwaliteit verbeterd en wordt er ingezet op recreatiezonering, waardoor de groenvoorziening toekomstbestendig is.

43

Daarom is er in hoofdstuk 4 beschreven hoe de natuur in en om de stad “ingedeeld” wordt. Bescherming van gebieden die dat nodig hebben, maar op andere plekken juist ruimte geven aan diverse functies zodat de gebruikswaarde voor inwoners toeneemt. Hieronder zijn enkele meer specifieke maatregelen benoemd die daarop voortborduren. Voorgenomen maatregelen rondom het thema natuur en ecologie Natuurlijk raamwerk algemeen: • Het doel is een robuust natuurlijk raamwerk. Dit is te bereiken door het realiseren van ontbrekende ecologische verbindingen en het oplossen van gesignaleerde knelpunten. Een essentiële ecologische verbinding zorgt voor de instandhouding van populaties van soorten, zowel lokaal als internationaal. Een voorbeeld hiervan zijn de verbindingen tussen de NNNgebieden. • Het doel is een divers en toekomstbestendig ecosysteem. We zetten in op gezonde, biodiverse ecosystemen die weerbaarder zijn tegen uitbraken van ziekten of plagen. Onderdeel daarvan is het aanplanten van nieuw bos en het revitaliseren van bestaande bosstructuren. Door bijvoorbeeld monotone structuren te diversifiëren. Nu diverse boomsoorten hun volwassen leeftijd bereiken en sommige veel voorkomende soorten door ziekte worden verwijderd (bijv. essentaksterfte) ontstaan hier ook noodzaak en kansen voor.

• De uitwerking van het natuurlijk raamwerk vindt plaats in de Agenda Natuur 2030 en het programma van Groen Dromen naar Groen Doen. Hierbij haken we aan op provinciaal en landelijk beleid en programma's. • Het Uitgangspunt is natuurinclusief ontwerpen en ontwikkelen. Buitengebied • Het polderlandschap is van oudsher grootschalig en open. De functie is hoofdzakelijk agrarisch afgewisseld met concentraties en verbindingen van natuur. Het buitengebied geeft ruimte aan nieuwe opgaven (waarvan de energietransitie een belangrijke is). Waardevolle open delen van het polderlandschap willen we open houden. In bepaalde gebieden kan het landschap mogelijk fijnmaziger om naast natuur ook inpassingsruimte te bieden aan grootschalige ruimteclaims. • Inzetten op robuuste landschappelijke inpassing van (grootschalige) nieuwe functie om zo bij te dragen aan landschappelijke omgevingskwaliteit en natuurdoelen. Denk bijvoorbeeld aan voorzieningen nodig voor energietransitie zoals opslag- enopweklocaties. • Inzetten op behoud en herstel van erfsingels. 6.2.3 Water en watersysteem Toelichting De waterstaatkundige geschiedenis van Lelystad vormt een belangrijke kwaliteit en is beeldbepalend voor het landschap. Denk hierbij aan de dijken, vaarten, tochten, sloten en grote wateren.

Grote wateren Het overgrote deel van het Markermeer en een deel van het IJsselmeer maken onderdeel uit van de gemeente Lelystad. Deze meren tezamen hebben een belangrijke functie in het IJsselmeergebied en voor Nederland. Een belangrijke functie van het IJsselmeer en Markermeer is het vasthouden van zoetwater voor onder meer drinkwater en droogteperiodes. Daarnaast wordt het water gebruikt voor onder meer landbouw, scheepvaart, natuur, doorspoeling polders en (water) recreatie. Overtollig water wordt via het IJsselmeer en de Afsluitdijk afgevoerd naar de Waddenzee. Door klimaatverandering worden de zomers in Nederland steeds droger. Bij hoge temperaturen, weinig neerslag en weinig aanvoer van water uit de rivieren dreigt er een watertekort en verzilting. Met 44

behulp van peilbeheer kan Rijkswaterstaat de waterstand reguleren. Lelystad onderschrijft de belangen van waterkwaliteit, -kwantiteit, -veiligheid, ecologie en biodiversiteit. Maar we blijven streven naar een gewogen samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen in het IJsselmeergebied zoals bijvoorbeeld wonen, recreatie economie en energieproductie. Het IJsselmeergebied voorziet, als onderdeel drager van het ‘Blauwe Hart’ van Nederland, in vele maatschappelijke gebruiksfuncties. De combinatie van deze gebruiksfuncties en het cultuurhistorische karakter en (inter-)nationale natuurwaarden, maken dit gebied complex; een verandering in een van de functies kan een verrassend effect hebben op andere functies. Wij werken samen met onder meer ministeries, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer mee aan de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met dit programma werken we aan het verbeteren van de kwaliteit van water en het versterken van de natuur. De projecten Oostvaardersoevers en Marker Wadden maken hier onderdeel van uit. Deze projecten hebben een positief effect op de waterkwaliteit en de natuurwaarde van het Markermeer. Door het creëren van een ondiepe zone als overgangsgebied tussen het meer en de plassen (binnendijks) krijgt de biodiversiteit in het Markermeer een impuls. De Marker Wadden worden verder uitgebreid.

Waterkwaliteit Waterkwaliteit is niet alleen van belang voor de grote wateren, maar ook de binnenwateren en het water in het buitengebied kennen een opgave. Momenteel voldoet de kwaliteit niet aan de richtlijnen die hiervoor gelden. In het project Oostvaardersoevers wordt de verhoging van de visstand en toename van nutriënten in het Markermeer nagestreefd door water uit het Markermeer in te laten in de Oostvaardersplassen nabij de Knardijk. Rondom gemaal De Blocq van Kuffeler wordt dit rijke water weer uitgelaten op het Markermeer. Voor Lelystad biedt de ingreep nabij de Kop van de Knardijk een kans en gelegenheid om een recreatieve invulling toe te voegen. Water in het buitengebied Doordat Lelystad in de polder ligt kan het waterpeil goed gereguleerd worden. Dit peil wordt gereguleerd door het Waterschap. Omdat een groot deel van het buitengebied in Flevoland uit landbouw bestaat is het waterpeil gericht op de behoefte vanuit de landbouw. Voorgenomen maatregelen rondom het thema water en watersysteem: • Natuurvriendelijke oevers zijn een belangrijke oplossing voor de water- en natuurkwaliteit in en om de stad. Dit geldt voor binnendijks, maar ook buitendijks ontbreken landwaterovergangen. Door middel van projecten als Marker Wadden worden deze gerealiseerd.

• Kwel kan worden voorkomen door goed waterbeheer, inclusief effectieve drainage- en irrigatiesystemen die de waterstand in de bodem reguleren. • Zandpakket kust behouden voor stabiliteit en tegen erosie van het kustgebied. • Tijdig anticiperen op afvalwater (toename woningen en bedrijvigheid in relatie tot knelpunten rioleringen en waterzuivering). • Water zichtbaar, ook in de wijken zodat we toewerken naar waterpositieve wijken. o Benut het water en ontsluit (nieuwe) woonwijken op het water voor recreatie zonder de beleving van de openheid te beperken. o Capaciteit van het stedelijk water wordt zoveel mogelijk afgestemd op de afkoppelambitie van de gemeente. o Meer ruimte voor waterretentie in bebouwd- en buitengebied. o Ambities en mogelijkheden afstemmen met waterschap.

45

6.2.4 Drinkwater Toelichting Drinkwater is een eerste levensbehoefte en een randvoorwaarde voor gezondheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling. Met de groei van de stad, zowel in inwoners als economie zal de vraag naar drinkwater verder toe nemen. Lelystad vindt het belangrijk dat er in de toekomst voldoende en schoon drinkwater is voor iedereen in Lelystad. Tegelijkertijd ontstaat er in de nabije toekomst een drinkwatertekort (in Nederland). Dit drinkwatertekort is in Lelystad is nu al merkbaar. Voor bedrijven die veel zoet (drink)water nodig hebben is aansluiting nu al niet mogelijk. Voor de woningbouwopgave tot 2030 (10.000 woningen volgens de Woondeal) geeft Vitens aan nog voldoende ruimte te hebben om bestaande win- en zuiveringscapaciteit te vergroten, echter onder voorbehoud van vergunningverlening in verband met stikstof etc. Na 2030 kunnen zij geen leveringszekerheid bieden en moet gezocht worden naar ruimte voor nieuwe wingebieden en transportleidingen. Lelystad stimuleert duurzaam watergebruik en onderzoekt mogelijkheden om grijs water (bijvoorbeeld van douche of wasmachine) lokaal te hergebruiken voor toepassingen zoals toiletspoeling en tuinirrigatie. Hierdoor wordt de druk op het drinkwatersysteem verlaagd. Dit geldt zeker voor toekomstige gebiedsontwikkelingen.

6.2.5 Klimaatadaptatie Toelichting Het Lelystad van 2050 is een klimaatadaptieve stad waarin rekening gehouden wordt met water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen. De stad is bestand tegen extreme weersomstandigheden zoals hitte, droogte en wateroverlast. Groene en waterrijke gebieden worden strategisch ingezet om de leefomgeving te verkoelen, water vast te houden, biodiversiteit én beleving te bevorderen. De Lelystadse Adaptatiestrategie (LAS) wordt in 2027 herijkt om klimaatadaptatie als norm blijvend te verankeren. Regionale samenwerking binnen het Deltaprogramma Regionale Adaptatie (DPRA) en de uitwerking van een duidelijke strategie zijn essentieel om Lelystad toekomstbestendig te ontwikkelen. Voldoende berging van zoetwater en beschikbaarheid van drinkwater krijgen een plek in de bebouwde omgeving. Voorgenomen maatregelen rondom het thema klimaatadaptatie: • Bij het ontwerp of herinrichting van gebieden is het nodig om altijd vanuit een klimaatadaptieve blik te werken om zo de stad stapsgewijs te verbeteren. Inzicht krijgen in die gebieden waar klimaateffecten, zoals wateroverlast of hittestress, kunnen optreden, zodat daar extra aandacht naar uitgaat. • Vergroening voor een prettig klimaat o Ruimte voor verbinding en verblijf voor mens en dier, draagt bij aan een klimaatbestendige stad en biedt ruimte aan natuur en biodiversiteit.

Onder andere door het toevoegen van groensoorten en het maken van zachte oevers. o Er is een meerjarenplan vergroening van tuinen (in uitvoering). o Stadsbreed het 3-30-300 principe toepassen. o Op langzaam-verkeersroutes (fietsen en wandelen) is er 40% schaduw door bomen, gebouwen of structuren. o Rondom belangrijke functies voor ouderen en jongeren is vergroening en boomkroonbedekking voor schaduw wenselijk. Bijvoorbeeld bij scholen, speeltuinen en zorglocaties. • Met name bedrijventerreinen hebben een grote risicofactor voor hittestress. Om een gezonde werkomgeving te kunnen waarborgen moet er bij ontwerp en inrichting van dergelijke terreinen aandacht zijn voor klimaatadaptatie in de breedste zin. Daarnaast zullen 46

•

•

de mogelijkheden onderzocht worden om bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken. Uitgangspunt is afvoeren omzetten in insijpelen. Daarvoor is voldoende bergingscapaciteit nodig, zodat bij hevige regenval het regenwater afdoende naar groenstructuren en oppervlaktewater kan stromen. Hierbij moet extra aandacht uitgaan naar de toegankelijkheid voor hulpdiensten op ontsluitingswegen. Zo min mogelijk verharden in de openbare ruimte, tenzij verharding nodig is voor het gebruik.

6.2.6 Landbouw Toelichting Een van de belangrijkste redenen om Flevoland in te polderen was het tekort aan voedsel in Nederland. Bij de inrichting van het landschap lag de nadruk allereerst op de akkerbouw en veeteelt. Pas later kwam de behoefte aan woningen en de nieuwe opgave voor Lelystad als nieuwe groeikern. Een groot deel van het gemeentelijk grondgebied, wordt benut voor landbouw. Flevoland heeft de meest vruchtbare landbouwgronden van Nederland. Het landschap wordt gekenmerkt door de functionele inrichting. Het aantal banen in de landbouw (ca 300) is vrij constant. Er spelen momenteel en in de toekomst diverse opgaven rondom klimaat en natuur. Klimaatverandering heeft effect op het boerenbedrijf door bijvoorbeeld schade door droogte en watertekorten voor de productie. Door (brak) water uit diepere bodemlagen op te pompen en te gebruiken voor beregening kan de bodem verder verzilten. Het gebruik van water voor beregening van het landerijen moet worden gewonnen uit voorraden die voorkomen dat brak water wordt opgepompt. Gemeente Lelystad wil de samenwerking en communicatie vergroten ten behoeve van toekomstbestendige, energieneutrale en gezonde landbouwbedrijven met kleinschalige windmolens, zonnepanelen op het dak, batterijen en elektrolyse.

Onze ambitie is dat de land- en tuinbouw in 2050 is ingespeeld op klimaatverandering en dat we rekening houden met water en bodem-sturende principes. Op deze manier heeft de landbouw zo min mogelijk last van de gevolgen van klimaatverandering (wateroverlast, droogte, hitte, bodemdaling en verzilting). Ook wil de gemeente samen met de agrarische sector en andere partners de transformatie richting kringlooplandbouw faciliteren (het zoveel mogelijk denken in kringlopen en hergebruik van reststoffen). Onderwerpen als circulariteit, biodiversiteit (kwaliteit van natuur, bodem en water), duurzame energie (zonnevelden of windturbines) en klimaatadaptatie (waterberging) komen hierin samen. Een belangrijk deel aan de oostkant van Lelystad is in eigendom van de Wageningen University Research (WUR). Zij richten zich hier onder meer op biowetenschappen, bio-informatica, duurzame energie en agrofood. Daarnaast houden zij zich bezig met de boerderij van de toekomst: ontwikkelen van innovatieve landbouwmethoden. Voor Lelystad is de landbouw, zeker in termen van grondgebruik, een belangrijk onderdeel van de gemeente. De hoge kwaliteit van landbouwgrond in Flevoland (waaronder Lelystad) is uniek en schaars in Nederland. In combinatie met de aanwezigheid van de WUR zien we kansen voor onderwijs, innovatie, en dus goede vestigingsfactoren voor de aan de agro verwante bedrijvigheid.

Momenteel zien we verdere schaalvergroting, waarbij boerenerven vrijkomen. Op de langere termijn verwachten we echter een schaalverkleining door de opkomst van de kringlooplandbouw. Voorgenomen maatregelen voor het thema landbouw: • Het landelijk gebied staat onder druk door meerdere opgaven, waarvan de energietransitie een van de belangrijkste is. We willen gebiedszonering opstellen waarin mogelijke functies aangegeven worden per zone en waar de focus op ligt. Zo kunnen de opgaven landen op de 47

•

juiste plekken.In lijn met de provinciale beleidsregel ‘ontwikkelingen landelijk gebied Flevoland’ we alleen ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in het buitengebied wanneer dit de agrarische bedrijfsvoering niet belemmert en geen versnippering van het landschap veroorzaakt. Toekomstbestendige en gezonde landbouwbedrijven stimuleren. o Transformatie richting kringlooplandbouw faciliteren. Het stimuleren van de geïntegreerde landbouw biedt mogelijkheden voor werkgelegenheid in de secundaire agrofood sector. o Samenbrengen circulariteit, biodiversiteit, kwaliteit water en bodem, duurzame energie en klimaatadaptatie (waterberging). o Stimuleren om landbouw te verbinden aan woningbouwopgave (biobased bouwmaterieel). o (Agrarische) bedrijven in het buitengebied moeten energetisch zelfvoorzienend kunnen zijn met zon op dak, boerderij windmolens, kleinschalige batterij en elektrolyser.

6.3 Economische drager De economische drager beschrijft hoe de stad zich positioneert ten opzichte van de regio, maar ook hoe de gemeente zichzelf ontwikkelt en versterkt. Zoals gesteld in de visie, ontwikkelt de stad zich in de volgende fase meer als een sterke stad met een robuuste en sterke economie. Dit betekent dat Lelystad zich richt op het creëren van voldoende arbeidsplaatsen om zowel de bestaande als de toenemende beroepsbevolking te ondersteunen. Om dit te realiseren, is niet alleen aandacht nodig voor werkgelegenheid, maar ook voor de ontwikkeling van scholing en talent binnen de gemeente en de omgeving. Investeringen in horeca, culturele voorzieningen en evenementen dragen bij aan een omgeving waarin zowel ondernemers als inwoners kunnen floreren. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor de woningbouw en centra in de stad. Hier gaan we nog wat dieper in op de thema’s economie, onderwijs, toerisme en recreatie. Bij ontwikkelingen rondom verschillende transities die bijdragen aan een sterke en beleefbare economie worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht. 6.3.1 Economie Toelichting Bij een groei van de stad, behoort ook een groei van de werkgelegenheid en het voorzieningenniveau.

Het is belangrijk dat de arbeidsmarkt zo veel mogelijk aansluit bij de beroepsbevolking van Lelystad en op de gewenste ontwikkeling van de stad. Groei van de economie draagt ook bij aan de aantrekkelijkheid van de stad (en andersom). Hierbij sturen we ook op een goede woon-werkbalans. Meer mensen die wonen waar ze werken, vermindert mobiliteitsproblemen en draagt bij aan het verminderen van uitstoot. Welke economie is belangrijk voor Lelystad In het Economisch Perspectief Lelystad 2030 (EPL) stond de doelstelling “Logistieke Hotspot Lelystad” centraal, mede gevoed door de strategische ligging midden in het land en multimodale ontsluiting over weg, water, spoor en door de lucht. De basis voor deze hotspot is nu gelegd. Lelystad stond in 2023 zelfs samen met Almere en Zeewolde op de 2e plaats van alle logistieke hotspots in Nederland. Met de verwachte groei van de bedrijven en arbeidsplaatsen in deze logistieke sector zijn de bedrijventerreinen Flevokust Haven, LAB-I en Zuiderpark nagenoeg uitgegeven. Deze positie biedt de mogelijkheid om via onder andere smartification (slimmer maken) van de sector onze economie verder te versterken. 48

De focus voor komende periode staat in het teken van een verdere doorontwikkeling van de stedelijke economie. Een stedelijke economie die het welzijn en de welvaart van de inwoners bevordert, door voldoende banen te creëren, waardoor meer inwoners werk in de eigen omgeving kunnen vinden. Doorontwikkeling van de stedelijke economie door voort te bouwen op waar Lelystad goed in is en de groeiende innovatieve dynamiek in de regio en ons te richten op de versterking van een economisch ecosysteem rond Tech & Transitie die aansluiten bij de transities rond energie en circulariteit. Uit het traject van de Groeiagenda Nieuw Land komen een aantal sectoren naar voren die interessant zijn voor Lelystad. Met name, biobased en circulair bouwen, duurzame luchtvaart, energie, voedselverwerking, voertuigtechnologie en duurzame maakindustrie. Lelystad Airport Lelystad Airport is een vliegveld dat nu alleen geopend is voor general aviation (kleine vliegtuigen). Lelystad werk al jaren met provincie en het Rijk aan het openen van het vliegveld voor groothandels verkeer (vakantievluchten). De landelijke politiek heeft tot dusver geen definitief besluit genomen. Lelystad hecht grote waarde aan het openen van het vliegveld voor groothandelsverkeer. Dit vergroot de werkgelegenheid, naamsbekendheid en heeft aantrekkingskracht op nieuwe bedrijven om in Lelystad te vestigen.

Lelystad zet zich in om de opening van Lelystad Airport te realiseren. Voorgenomen maatregelen rondom het thema economie: Innovatie een plek geven: • Doorontwikkeling aanpakken op de thema’s uit de Groeiagenda Nieuw Land. • Verder uitbouwen maakindustrie geënt op transities. • Triple Helix samenwerking: Triple helix is een samenwerkingsmodel waarbij overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen samenwerken om innovatie en economische groei te stimuleren. • Onderzoek en benutten kansen in relatie tot aansluiting op het waterstofnetwerk of productie in de buurt. • In te zetten op behoud van strategisch gelegen bedrijventerreinen die van belang zijn voor de transitie naar een circulaire economie zoals geadviseerd door het PBL in het rapport “Ruimte voor circulaire economie” (2023). • Inzetten op doorgroeimogelijkheden Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Waar dat mogelijk is, vermengen met andere functies zoals wonen in de nieuwe woongebieden. • Bestaanszekerheid en inclusieve arbeidsmarkt: o Vergroten van het perspectief voor iedereen die mee kan doen. Banenkansen creëren voor inwoners van Lelystad, toekomstige bewoners en de bewoners van de regio. o Faciliteren van instrumenten gericht op het mobiliseren van arbeidsvermogen. o Concern voor Werk en het Werkbedrijf door ontwikkelen.

6.3.2 Werklocaties Toelichting Lelystad kent de volgende typen werklocaties: binnenstedelijke werklocaties, reguliere bedrijventerreinen en specifieke bedrijventerreinen (bijvoorbeeld logistiek of productie). De binnenstedelijke werklocaties hebben een belangrijke functie in de stad. Zij grenzen aan de woonwijken, vaak zijn er lokale ondernemers gevestigd. De bezettingsgraad is hoog. Het is van belang dit type werklocaties te behouden. Onderzocht kan worden of er bij herstructurering transformatie mogelijk is met bijvoorbeeld wonen, zonder dat dit ten koste gaat van het aantal meters bedrijvigheid.

49

Lelystad kent een aantal bedrijventerreinen die bedoeld zijn voor bedrijfsmatige activiteiten die voor overlast of hinder aan de omgeving (kunnen) zorgen en daarom niet in nabijheid van woningen gewenst zijn. Ook zijn er bedrijventerreinen waar bedrijven gevestigd zijn die minder hinder veroorzaken en mogelijk wel gecombineerd kunnen worden met andere functies zoals bijvoorbeeld voorzieningen. Met het oog op de toekomst en de ontwikkeling van de stad is het goed om na te denken over de posities van deze locaties in relatie tot de functie die zij hebben. Om zo te werken aan een gezonde en beleefbare stad. Met de groei van de stad en de hiermee gewenste groei van de economie is er ook meer behoefte aan werklocaties. In eerste instantie is er ruimte op LAB II. Hier is ook voor de langere termijn voldoende ruimte. In aansluiting op deze ontwikkeling is er een traject gestart om op Lelystad Airport (LA) een fieldlab (innovatiedistrict) rondom technieken als elektrisch vliegen en smart grids (slim elektriciteitsnet) tot ontwikkeling te krijgen. Werkgelegenheid die zich goed leent voor een menging met woningbouw kan bijdragen aan levendigheid en nabijheid van de wijken. Daarom houden we de blik open om ook binnen het stedelijk weefsel ruimte te maken voor werk.

De voorkeur gaat daarbij uit voor bestaande binnenstedelijke werklocaties, wijkcentra of langs belangrijke ontsluitingswegen. Voorgenomen maatregelen rondom werklocaties: • Aantrekkelijke en toekomstbestendige werklocaties: o Aantrekkelijke en toekomstbestendige werklocaties met ruimte op de terreinen voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, energieopwekking, natuur inclusieve inrichting met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit van de terreinen. o Door ontwikkelen Flevokust Haven en Lelystad Airport Businesspark (naar fase 2). Met aandacht voor een goede bereikbaarheid met alle verkeersmodaliteiten. o Zoeken naar extra areaal voor te realiseren van een regulier bedrijventerrein. o Behoud en versterken door aanvullende functies van binnenstedelijke bedrijventerreinen. Maatwerk hiervoor mogelijk maken. Dit kan op kleine bedrijventerreinen in Jol, Kempenaar en Griend. o Campusontwikkeling met ruimte voor innovatieve bedrijven en onderwijs. 6.3.3 Wijk- en stadscentra Toelichting Voor Lelystad wordt ingezet op een evenwichtige structuur, waarbij alle afzonderlijke centra (Stadshart, wijkcentra en thematische centra als Palazzo en Bataviakwartier) complementair zijn aan elkaar en ieder centrum afzonderlijk een bepaalde functie binnen deze structuur vervult.

Hierbij wordt gestreefd naar een duurzame aanbodstructuur, bestaande uit, ook op de langere termijn, levensvatbare en elkaar aanvullende centra. Binnen de gewenste structuur wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende gebieden (type) op basis van bezoekmotief, branchering en verzorgingsgebied. Voor Lelystad geldt dat op dit moment alleen Batavia Stad een regionale- of (inter)nationale functie kent. De overige gebieden moeten het anno 2025 vooral hebben van de lokale markt. Het goed functioneren van deze centra is van essentieel belang voor Lelystad. Het draagt bij aan de gewenste leefomgeving en aantrekkelijkheid van de stad als geheel. Diverse trends en ontwikkelingen zorgen ervoor dat centra van functie dienen te veranderen, van monofunctionele locaties waar de nadruk op winkels lag, naar locaties met een bredere functiemix. De voorgestane structuur verandert daardoor echter niet. Het Stadshart ontwikkelt zich tot het gewenste Hart van de Stad met een brede functiemix en verblijfskwaliteit gericht op de gehele stad, terwijl de wijkcentra zich met name richten op de dagelijkse voorzieningen van de buurt dan wel de wijk.

50

De verschillende wijkcentra hebben een ondersteunende, meer verzorgende rol en bevorderen de sociale cohesie. Mede gelet op het uitgangspunt dat mensen langer thuis blijven wonen is het van belang dat dagelijkse voorzieningen op afzienbare afstand beschikbaar zijn. Met naar de toekomst toe levensvatbare wijkcentra wordt in deze behoefte voorzien. In deze centra ligt dan ook de focus op dagelijkse voorzieningen zoals boodschappen, huisarts en apotheek, basisonderwijs en kinderopvang, een wijkhub, sociale voorzieningen, speelruimte en kleinschalige horeca. Binnen Lelystad bestaan meerdere wijkcentra die variëren in betekenis (verzorgingsgebied) en grootte (aantal functies en vestigingen). Zo hebben het Lelycentre en de Tjalk op dit moment een groter verzorgingsgebied, echter de voorgestane functie zoals hierboven beschreven van die wijkcentra ten opzichte van bijvoorbeeld de Botter verschilt niet. Een meer gedetailleerd onderscheid wordt in een programma verder uitgewerkt. Nieuwe centra die worden gerealiseerd in de nieuwe wijken voldoen aan de beschreven structuur en zijn complementair aan het stadscentrum. Het stadcentrum is het belangrijkste centrum voor Lelystad. Voorgenomen maatregelen rondom centra: Stadscentrum • Blijven inzetten op het stadshart als Hart van de Stad met verblijfskwaliteit en een bredere functiemix als belangrijke pijlers.

Wijkcentra • Over het algemeen functioneren de wijkcentra goed. Deze centra zijn van groot belang voor de ontmoeting en binding tussen de wijkbewoners. Daarvoor is naar de toekomst toe een kwaliteitsimpuls nodig ten behoeve van de leefbaarheid en levensvatbaarheid van deze centra. • In het Lelycentre staan veel kantoorgebouwen leeg. Deze worden voor een belangrijk deel getransformeerd naar woningen. Overige centra • Outletcentrum Bataviastad heeft een belangrijke toeristische functie vanwege haar concept. Lelystad wil deze outletfunctie behouden en zo mogelijk versterken. Door o.a. in te zetten op de gehele ontwikkeling van Bataviakwartier. • Het Palazzo blijft een locatie voor grootschalige detailhandel (PDV-locatie(volumineuze detailhandel)). 6.3.4 Onderwijs Toelichting Lelystad vindt goed onderwijs enorm belangrijk. Onderwijs is een middel om gelijke kansen te bieden aan jongeren en een mogelijkheid voor talentontwikkeling. Zo creëren we kansen om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving en een sociaal sterke samenleving te bouwen. Daarnaast is onderwijs belangrijk voor de economie van Lelystad. Het juiste onderwijs dat aansluit op de aanwezige bedrijven stimuleert een sterke economie. Basis en voortgezet onderwijs Het creëren van gelijke kansen begint op de basisschool, waar iedereen recht heeft op goed onderwijs en gelijke beoordeling voor vervolgonderwijs.

Basisonderwijs wordt geboden op korte afstand van de woonomgeving van leerlingen, zodat leerlingen veilig en zelfstandig naar school kunnen. Schoolgebouwen dragen bij aan onder meer een gezonde leef- en werkomgeving, opgroeien en ontwikkelen van het kind, ontmoeten en verbinden in de buurt en wijk, het bieden van inclusief en passend onderwijs en de kwaliteit van het onderwijs. Daarom voert de gemeente Lelystad haar taak 51

voor onderwijshuisvesting met beleid uit. Dit betekent dat we niet alleen zorgen voor voldoende en geschikte onderwijshuisvesting, maar dat we ook duurzame, onderscheidende en moderne voorzieningen realiseren. De uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in het beleidskader onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs. Dit kader, samen met de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs en leerlingenprognoses, vormt de basis voor de beoordeling van de aanvragen voor onderwijshuisvesting. Het voortgezet onderwijs wordt nu georganiseerd door Porteum, Aeres en Eduvier, waarbij Porteum een brede school is het onderwijs biedt op alle niveaus, Aeres groen onderwijs biedt op VMBOniveau en Eduvier een school voor voortgezet speciaal onderwijs is. Ook voor het voortgezet onderwijs geldt dat zij een essentiële bijdrage levert aan de stad. Een dekkend aanbod van onderwijsvoorzieningen waar ook ruimte is voor inclusief en passend onderwijs speelt een belangrijke rol. Met de groei van de stad, zal ook het voortgezet onderwijs uitgebreid moeten worden. Hiervoor is ruimte gereserveerd in Zuiderhage. Lelystad wil dat de kwaliteit van het onderwijs op orde is en dat er een dekkend aanbod is. Om dit te bereiken moet Lelystad onderwijs op alle niveaus garanderen en inzetten op een passend en dekkend aanbod van onderwijs en onderwijsvoorzieningen.

Beroepsonderwijs en hoger onderwijs In Lelystad zijn twee mbo-scholen aanwezig. MBO College Lelystad (onderdeel van ROC van Flevoland) is een volwaardig mbo en Landstede MBO biedt onderwijs- en zorgopleidingen aan. In tegenstelling tot de landelijke trend van daling van het aantal mbo-studenten is de verwachting voor Lelystad dat er sprake zal zijn van groei van het aantal mbo-studenten. Door de sterke relatie tussen onderwijs en bedrijfsleven in het beroepsonderwijs is het niet alleen belangrijk kwalitatief goed onderwijs na te streven, maar ook verbinding tussen ondernemers en studenten te faciliteren. Opleidingsfaciliteiten die het mogelijk maken om te ontwikkelen, te trainen, te experimenteren en te onderzoeken zijn daarbij essentieel. Hiervoor willen we ruimte creëren op de bedrijventerreinen en in Zuiderhage. Waar mbo-scholen een lokale en regionale functie hebben, hebben hbo-scholen en universiteiten (hoger onderwijs) een landelijke en regionale functie. In Lelystad zitten twee universitaire instellingen; de WUR BioScience Center en Wageningen Bioveterinary Research. Op reisafstand bevinden zich verschillende onderwijsinstellingen voor hoger onderwijs. Toch willen we ruimte bieden aan specifieke opleidingen en onderzoeksprogramma’s die aansluiten bij het DNA van de stad en de groei die we doormaken.

Ook voor deze studenten is de combinatie van ontwikkelen, trainen, experimenteren en onderzoeken essentieel. Het vervolmaken van het systeem door in te zetten op een vestiging van het HBO hoort daarbij. Naast de waarde die beroepsonderwijs en hoger onderwijs aan onze jongeren bieden, voegt beroepsonderwijs ook waarde toe aan de economische ontwikkeling van de stad. Bedrijven hebben te maken met vele transities, naast een krappe arbeidsmarkt, waarbij investeren in jongeren maar ook personeel (leven lang ontwikkelen) essentieel is. Voorgenomen maatregelen voor thema onderwijs: • Lelystad zet zich in voor een HBO vestiging binnen de gemeente. • Het organiseren van onderwijshuisvesting maakt integraal onderdeel uit van nieuwe gebiedsontwikkelingen. • Lelystad zet zich in op het laten aansluiten van beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt. • Lelystad zet zich in op het verminderen van de werkloosheid.

52

6.3.4 Toerisme en recreatie Toelichting Zowel toerisme als recreatie zijn van belang voor Lelystad. Beiden dragen bij aan een sterke economie en aantrekkingskracht voor de stad. Hierbij kan er onderscheid gemaakt worden tussen mensen van buiten Lelystad die de gemeente één of meerdere dagen bezoeken en recreatie voor de inwoners. Lelystad is een stad met potentie op het gebied van toerisme en recreatie, met bekende bestemmingen, zoals de Oostvaardersplassen, Aviodrome, Batavia Stad Fashion Outlet en Bataviahaven als bestemming voor charterschepen en riviercruises die jaarlijks duizenden bezoekers trekken. Lelystad kan bijdragen aan het opvangen van een deel van de recreatieve druk in de noordwestelijke Randstad, waar de druk leidt tot negatieve effecten op de omgeving. Met een goede ontwikkeling draagt dit bij aan het versterken van de vrijetijdseconomie. Voor de toerist kan een bezoek aan Lelystad een onderdeel zijn van een netwerk van interessante bestemmingen in de omgeving. Toerisme en recreatie is in Lelystad sterk gekoppeld aan de natuur en water, bijvoorbeeld de bossen en parken rondom de stad, de Oostvaardersplassen en het Markermeer met de Markerwadden. Vanuit het Nationaal Park Nieuw Land worden deze gebieden met eenzelfde blik ontwikkeld en gepromoot.

De nieuwe kustontwikkeling biedt kansen om hier een nieuw gebied aan toe te voegen waar stedelijkheid gekoppeld is aan natuurbeleving en waterrecreatie. Buiten het Bataviakwartier heeft de kust nog een aantal aantrekkelijke plekken met in totaal vier jachthavens en twee stranden, waarvan één deels een strand is voor kites-, wing- en windsurfers. De kust heeft de potentie om verder uit te groeien tot een aantrekkelijk toeristische en recreatieve zone. Voor zowel de (nieuwe) inwoners als bezoekers uit de wijde omgeving. Tegelijkertijd zien we in de onderzoeken dat juist de plezierzoeker als type het meest is vertegenwoordigd onder de inwoners van Lelystad. Voor deze personen staat lol maken centraal. Dat vraagt een bruisende stad waar veel georganiseerd wordt en te beleven valt. Dit aanbod is nu nog te weinig te vinden in Lelystad. Het Stadshart en het Waterfront bieden voldoende draagvlak qua inwoneraantal om voorzieningen een plek te geven. Ook bij de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte moet er aandacht komen voor deze groep gebruikers. Voor de komende jaren richting 2040 moeten we sterk rekening houden met de groei van het aantal inwoners binnen Flevoland en specifiek binnen Lelystad. Met deze groei van het aantal inwoners en meer huizenbouw zal rekening moeten worden gehouden met de ruimte die nodig is om te recreëren.

Voorgenomen maatregelen voor het thema toerisme en recreatie: • In het Stadshart werken aan een uitnodigende binnenstad met een mix aan (belevings)retail, specifieke uitgaansgebieden, cultuur en aantrekkelijke openbare ruimtes. • De kust verbindt niet alleen de stad met het water, maar is ook een schakel voor de natuur in en rondom de stad. Door wonen, natuurontwikkeling, recreatie en toeristische voorzieningen in samenhang te ontwikkelen laat Lelystad zien hoe mens en natuur zich goed met elkaar kunnen verhouden. Met het Waterfront wordt aan de kust ingezet op een combinatie van wonen, recreatie, toerisme en natuur. Hiermee maken we Lelystad aantrekkelijker voor bezoekers en nieuwe woningzoekenden. Dit draagt bij aan de schaalsprong die Lelystad gaat maken. We realiseren een levendige boulevard met een bijzondere woonwijk aan het water, een stedelijke recreatieve voorziening met o.a. een grote zwemlocatie waaromheen ook veel vertier plaats kan vinden. Ook wordt het toerisme maar een ander level getild door een boost te geven aan de grootschalige vrijetijdsbesteding in Bataviakwartier, bijvoorbeeld door de doorontwikkeling van Batavialand, uitbreiding van het outletcentrum Bataviastad, een hotel en een Avonturenpark. 53

• • •

•

Met het ontwikkelen van de kustzone in combinatie met het aantrekkelijker maken van natuur voor bezoekers wordt Lelystad ook aantrekkelijker voor nieuwe woningzoekenden. Toegankelijkheid van stadsbossen zoneren en verbeteren met goede routes vanuit de stad naar buiten, verbinden van solitaire gebieden en duidelijke entrees rondom bezoekerscentra. Recreatie voor de inwoner afstemmen op de behoefte van de inwoners. Een groot deel van de inwoners hebben een andere behoefte dan groene recreatie. Meer kunst en cultuur in de stad is nodig. In de diverse centra liggen kansen om ruimte te bieden aan initiatieven rondom dit thema ten behoeve van gemeenschapsgevoel-vorming. In de openbare ruimte bieden kunst en cultuur kansen om een plek op de kaart te zetten. Het Nationaal Park Nieuw Land omvat grootschalige natuurgebieden als de Oostvaardersplassen, Het Markermeer met de Markerwadden en Lepelaarplassen. Stuk voor stuk natuurgebieden die door mensenhanden zijn gemaakt en daarmee op ongekend grote schaal ruimte bieden aan nieuwe ecosystemen. Hier is ruimte voor diverse vormen van (educatieve) natuurbeleving. Het park laat op een ontspannen, recreatieve manier ervaren hoe dit unieke, door de mens gevormde landschap bijdraagt aan de identiteit en leefkwaliteit van Lelystad. Van belang is dat de diverse toegangen tot het park duidelijk en goed te bereiken zijn voor bezoekers.

6.4 Duurzame ontwikkeling De duurzame ontwikkeling heeft ruimte nodig om tot verwezenlijking van nationale doelen te kunnen komen. Soms is dat nu al duidelijk zichtbaar. Zo vindt elektriciteitsopwekking steeds vaker decentraal plaats, in plaats van een enkele grote centrale komt energie uit diverse windturbines en zonnevelden. In de toekomst verwachten we ook veranderingen in het netwerk en de opslag van energie, in het verbouwen van andere gewassen, het anders omgaan met ons afval en vooral in het besparen op het gebruik. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor de duurzame ontwikkeling. Hier gaan we nog wat dieper in op de thema’s energie, circulariteit, duurzaamheid en milieu. Bij het realiseren van duurzame ontwikkelingen worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht. 6.4.1 Energie Toelichting Ook in Lelystad is er op dit moment sprake van netcongestie. Dit heeft impact op de kortere termijn op de vestiging van nieuwe bedrijven en we hebben te maken met een maximaal aantal te realiseren woningen. Hiervoor heeft dit onderwerp urgentie. Realisatie van nieuwe energie heeft impact op het ruimtegebruik in de stad en het buitengebied. Opwek van hernieuwbare elektriciteit en duurzame warmte vindt plaats op diverse plekken in het stedelijk en het buitengebied.

Soms op de schaal van een gebouw, soms een hele wijk en soms grootschalig in het buitengebied. Er lopen lokaal diverse trajecten, zoals programma Warmtetransitie om Lelystad aardgasvrij en energiezuinig te maken. Dit wordt verder uitgewerkt in het verplichte omgevingsprogramma Warmtetransitie. In 2050 worden er geen fossiele brandstoffen meer gebruikt (gas en olie/benzine). Woningen en andere gebouwen worden verwarmd met energie uit duurzame bronnen als geothermie, aquathermie, restwarmte, de buitenlucht en de ondiepe bodem. Waar het kan, zijn alle daken van woningen en bedrijven voorzien van zonnepanelen net als grote parkeerterreinen. Op een bedrijventerrein kan eventueel een windturbine nodig zijn om voldoende energie te produceren. De opgewekte stroom wordt opgeslagen in een buurtbatterij die eveneens is aangesloten op het lokale netwerk dat in verbinding staat met het gesloten distributiesysteem in het buitengebied. In dit gebied wordt zoveel mogelijk groene stroom opgewekt als het gebied aan kan. Batterijen en 54

waterstoffabrieken in het buitengebied zijn aanvullend en maken gebruik van het overschot van duurzame stroom dat op sommige momenten kan worden geproduceerd, en voorkomen daarmee stilstand van duurzame opwek. De geproduceerde elektriciteit en waterstof kunnen bijdragen aan het verduurzamen van de vervoerssector en het verduurzamen van processen in de industrie. Bedrijven in het buitengebied zijn energieneutraal. Zonnepanelen op daken en waar nodig een kleine windturbine om jaarrond voldoende energie te produceren. Batterijen en elektrolysers kunnen nodig zijn om ook het materieel fossielvrij te hebben. Ook de landelijke energiebehoefte heeft zijn weerslag op de gemeente. Al deze afzonderlijke eigenaren/ontwikkelaars hebben ruimtevragen rondom opwek, transport (waterstof- en hoog- en middenspanningstracé) en opslag (batterijen) van energie om voorbereid te zijn op de toekomst. Hierbij wil de gemeente ruimte geven aan energievragers die noodzakelijk zijn voor het hoogspanningsnet dan wel voor de lokale behoefte. Dit heeft genoeg impact op de omgeving. Daarbij speelt ook de ruimtelijke inrichting van het landschap een rol. Lelystad biedt geen ruimte aan commerciële ontwikkelingen die geen toegevoegde waarde hebben voor Lelystad.

Voorgenomen maatregelen rondom het thema energie: Landelijke energieopgave • Ten behoeve van het toekomstbestendig maken van het landelijke energienetwerk tot 2050 moet dit netwerk versterkt worden. Hiervoor werkt TenneT in combinatie aan het versterken van deze infrastructuur. Dit houdt in ieder geval in dat een nieuw hoogspanningstracé (380 kV) en nieuwe hoogspanningsstation zullen worden aangelegd. • Er is ruimte nodig in het buitengebied voor de aanleg van deze netwerken. We voorzien in het net noordelijke deel van het buitengebied een cluster van energieopgaven. • In de omgeving van het nieuwe hoogspanningsstation zal ook ruimte moeten zijn voor grootschalige energieopslag door middel van batterijen voor het balanceren van het landelijk netwerk. • Het opwekken van hernieuwbare energie door wind of zon en opslag/conversie door middel van batterij/waterstof. Lelystad algemeen • In een nieuw omgevingsprogramma wordt nader uitgewerkt hoe Lelystad uiterlijk in 2050 aardgasvrij is en waar mogelijk lokale energiebronnen worden ingezet. • Windplan West is een uitwerking/uitvoering van het Regioplan Windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland. De bestaande turbines in dit gebied moeten worden gesaneerd ten behoeve van minder, maar grotere turbines; opschalen en saneren. De invulling van Windplan West wordt op basis van de huidige kennis herijkt tot een Energielandschap West.

• Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan of bereiden zich voor om aan te sluiten op bestaande of nieuwe collectieve warmtesystemen vanwege energie efficiëntie, verhogen van de betaalbaarheid en vermindering van de druk op het elektranetwerk. • Ondergrondse infrastructuur en bovengrondse impact ruimtegebruik op elkaar afstemmen (daarbij spelen ook de ruimtelijke inrichting van het landschap een rol). • Zon A6 Woningen • Verduurzamen van woningen om de energievraag te verminderen: o Checken waar verduurzaming nodig is in relatie tot eigendom en inkomen en inzetten op een wijkgerichte aanpak in samenhang met sociale problematiek. Veel corporatie bezit is verkocht aan minder draagkrachtige bewoners die nu geen geld of kennis hebben voor verbetering of verduurzaming;

55

o

•

Mogelijk kan het Volkshuisvestingsfonds benut worden voor aankoop en verduurzaming van woningen in combinatie met het verbeteren van het openbaar gebied eromheen. Het verbruik van energie in de wijk is in balans.

(Agrarische) bedrijven in buitengebied • (Agrarische) bedrijven in het buitengebied moeten voor 2050 zelfvoorzienend kunnen zijn met zonnepanelen op het dak, boerderijmolen, kleinschalige batterij en/of elektrolyser. Landschappelijke inpassing • Ten noorden van Lelystad komen veel ruimtelijke (energie)ontwikkelingen samen. Naast nog een hoogspanningsleiding is hier ook voorzien in een tracé voor de Lelylijn. Het is ook de noordelijk entree van de stad. • Lelystad zet in om al deze ontwikkelingen integraal in het landschap in te passen. 6.4.2 Circulariteit Toelichting Eén van de grote komende transities is de grondstoffentransitie. Deze transitie werkt toe naar een volledig circulaire economie in 2050. In plaats van verbruik schuift de behoefte naar hergebruik. In een circulaire economie gaan we zorgvuldig om met onze grondstoffen, we gebruiken bestaande materialen en producten zo lang mogelijk, door bijvoorbeeld te delen, te verhuren, te repareren of op te knappen. We gebruiken niet meer grondstoffen dan de aarde kan regenereren en maken daarom zoveel mogelijk gebruik van biologisch afbreekbaar of hernieuwbaar materiaal. Dat betekent van tevoren nadenken over ontwerp, materiaal, losmaakbaarheid en einde levensduur.

Er ligt een nationale doelstelling om toe te werken naar een volledig circulaire economie in 2050 waarin vraag en aanbod van grondstoffen op elkaar afgestemd moeten worden en bij voorkeur dicht bij elkaar plaatsvinden. De overheid heeft een zorgplicht om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en moet nodige maatregelen te nemen om klimaatverandering tegen te gaan. De overheid kan de transitie naar een circulaire economie versnellen. Dat zal namelijk ook leiden tot een minimale uitstoot van broeikasgassen. De gemeente Lelystad zet zich momenteel in op een circulaire economie door samen te werken met ondernemers en andere partijen. De focus ligt hierbij op vijf pijlers die verder uitgewerkt worden in het omgevingsprogramma klimaat namelijk: • Circulaire buitenruimte • Circulair bouwen • Circulair consumeren • Circulair ondernemen • Circulaire bedrijfsvoering De gemeente stelt circulaire eisen aan inkoop, om transities te versnellen en de innovatieve rol van het bedrijfsleven te stimuleren. De transitie naar circulaire bedrijvigheid wordt gestimuleerd door te bouwen met biobased en hergebruikte materialen en we zijn een proeftuin voor innovatieve bouwtechnieken. De gemeente speelt een actieve rol door daar waar mogelijk circulaire principes te integreren in aanbestedingen en het beheer van de openbare ruimte.

Dit vraagt echter om het maken van scherpe keuzes, waarbij deze afwegingen zowel op financiële gronden als op maatschappelijke waarden plaats dienen te vinden. We stimuleren duurzaam gedrag en faciliteren de inwoners hun grondstoffen duurzaam opnieuw te gebruiken. In de wijk vindt de inwoner makkelijk zijn weg om zijn grondstoffen op een duurzame

56

wijze aan te bieden. De gemeente geeft het goede voorbeeld door zoveel mogelijk circulaire principes toe te passen binnen de eigen bedrijfsvoering. Voorgenomen maatregelen rondom het thema circulariteit: • Woningbouw wordt meer biobased en circulair. Het gebruik van hernieuwbare en biobased materialen wordt gestimuleerd. Een voorbeeld hiervan is het gebied Zuiderhage, waar de ambitie is 30% van de woningen te bouwen met minimaal 30% biobased materialen, zoals lokaal geteelde vezelgewassen. Dit vermindert de CO₂-uitstoot en bevordert een duurzame bouwsector. • Huishoudens stimuleren om duurzame keuzes te maken. Dit kan bijvoorbeeld door te faciliteren in een deel-economie via wijk-hubs. Ook meer stimuleren van het scheiden van bruikbare grondstoffenstromen in het huishoudelijk afval aan de bron of in de afvalketen afhankelijk van de specifieke stroom. • Bij een groei van de bevolking zal ook geïnvesteerd moeten worden in de capaciteit van de milieustraat via uitbreiding of nevenlocaties. Deze locaties worden zodanig gesitueerd dat de inwoner met een enkel bezoek zijn grondstoffen voor zowel hergebruik als recycling kan aanbieden. • De beroepsbevolking wordt voorbereid op een circulaire samenleving. De gemeente werkt samen met het (beroeps)onderwijs om de vaardigheden te versterken.

6.4.3 Duurzaam bouwen Toelichting Natuurinclusief en duurzaam ontwikkelen en bouwen wordt de norm. Dit maakt de weg vrij voor duurzamere bouw met bijvoorbeeld Cross Laminated Timber (CLT), houtskeletbouw (HSB) en andere houtbouw mogelijkheden. De gemeente heeft het convenant toekomstbestendige woningbouw getekend. Daarnaast heeft Lelystad inspanningsverplichtingen binnen de Metropool Regio Amsterdam (MRA) en neemt de gemeente de doelstellingen over. Hier ligt een kans om naast de woningbouwopgave ook duurzame bedrijvigheid op het gebied van woningbouw te binden aan de stad in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte aan vakmensen met materiaalkennis. Voorgenomen maatregelen rondom het thema duurzaamheid: • Bij nieuwe ontwikkelingen ligt de nadruk sterk op duurzame woningen, gebouwen en energieopwekking. Lelystad wil conform de afspraken in de klimaatwet klimaatneutraal zijn in 2050. • Natuur inclusief: We maken concreet wat er nodig is om de stedelijke groenstructuren van hoogwaardigere kwaliteit te behouden en stimuleren. 6.4.4 Milieu Toelichting Geluid kent verschillende aspecten: geluid vanwege verkeer (weg/rail/luchtvaart) en het geluid van bedrijven, sport en recreatie. Lelystad kent door de ruime opzet een relatief gunstige geluidsituatie doordat woningen op ruime afstand van de dreven en radialen zijn gesitueerd.

Op een aantal locaties zijn de woningen dichter bij de dreef gesitueerd in combinatie met een lagere toegestane snelheid. Ook bij toekomstige ontwikkelingen houdt de gemeente rekening met de geluidssituatie, waarbij de afstand tot de dreven in combinatie met snelheid relevante aspecten zijn. Er zijn de drie belangrijke verbindingen waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt: de Hoofdvaarweg Amsterdam-Lemmer, de A6 en het spoor. Enkele woningbouwlocaties liggen aan die verbindingen nabij het spoor, rondom enkele wegen en/of nabij industrie. Er zal altijd rekening 57

worden gehouden met de wettelijke vereisten die van toepassing zijn. De luchtkwaliteit van Lelystad is goed, en dat willen we op het huidige niveau handhaven. Bij sommige locaties spelen mogelijk conflicten met geluid, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid, waarbij niet alle belasting kan worden weggenomen. Bij het ontwerp en uitwerken van dit soort gebieden is het van belang rekening te houden met deze beperkingen en eventueel aanvullende maatregelen te nemen om bewoners te beschermen. Voorgenomen maatregelen rondom het thema milieu: • Consolideren van de goede luchtkwaliteit. De komende jaren zal Lelystad zich voorbereiden op het aanscherpen van de luchtkwaliteitseisen in 2030. • Bij een aangename leefomgeving hoort ook een aanpak voor geuroverlast. Met het in werking treden van de Omgevingswet is de beleidsmatige verankering daarvan overgegaan van de provincie naar de gemeente. De komende tijd wordt onderzocht welk beleid daar het beste bij past. • In de nabije toekomst zal Lelystad een basiskaart van geluid voor de hele stad opnemen als nulmeting voor toekomstige monitoring. • Stapeling van overlast: vaak wordt er rondom milieubeleid naar de thema’s afzonderlijk gekeken. Per thema kunnen deze op orde zijn, maar er kan toch sprake zijn van overlast bij een cumulatie of stapeling van milieuaspecten.

Van belang is deze bij nieuwe ontwikkelingen in kaart te brengen en locatie specifieke maatregelen te nemen. • Lelystad omarmt ook in de toekomst het principe dat vervuiling van de leefomgeving bij de bron van de verontreiniging moet worden aangepakt en dat de vervuiler verantwoordelijk is voor de kosten die gemaakt worden bij het voorkomen, beperken en verwijderen van verontreiniging. • Strategische bestemming van bedrijvigheid met hogere milieucategorie als integraal onderdeel van de ruimtelijke ontwikkeling: liggen de activiteiten nog op de goede plek? • Omgevingsveiligheid beschrijft de mate waarin de inwoners worden blootgesteld aan risico’s uit de omgeving en de mate waarin ze daartegen worden beschermd. In Lelystad zijn diverse risicobronnen aanwezig, verdeeld over bedrijven, vervoer over weg, water en spoor, buisleidingen en luchtvaart. Lelystad wil een veilige stad zijn voor haar inwoners. Nog op te stellen beleid zal bepalen welke combinaties van risicobron/ontvanger worden geaccepteerd en hoe om te gaan met aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken. Dit beleid zal per gebiedstype gedifferentieerd worden. 6.5 Bereikbare basis Bij bereikbaarheid ligt de focus op hoe mensen en goederen door de stad heen bewegen, om makkelijk van a naar b komen. Lelystad is een functioneel ingerichte stad. Alles heeft een eigen plek.

Voor het mobiliteitssysteem betekent dat dat de fietser, de voetganger en de auto elk eigen ruimte toebedeeld heeft gekregen. Ruimte die bovendien genereus is opgezet. Naar de toekomst toe zien we dat het niet houdbaar is om op deze manier de ruimte in te delen. Daarnaast legt dit ook een druk op de financiën van de stad. De beheerskosten zijn onevenredig hoog. De blik op gezondheid helpt ons hier om over te stappen van kwantiteit naar kwaliteit. Verdichting in combinatie met nabijheid van voorzieningen zorgt voor een beperkte groei van de mobiliteit. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor het brede mobiliteitsconcept. Hier gaan we nog wat dieper in op het thema mobiliteit. Bij het realiseren van de bereikbare basis worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht. 58

6.5.1 Mobiliteit Toelichting Lelystad is gelegen op het knooppunt van spoor, water, weg en lucht. De gehele regio is goed en snel te bereiken (zowel Metropool Regio Amsterdam als Regio Zwolle). Daarmee ontwikkelt Lelystad zich van forensenstad naar netwerkstad centraal gelegen in Nederland. Lelystad kent een unieke structuur van vrij liggende fiets- en voetpaden en ongelijkvloerse fiets- en wandelbruggen, die de woonbuurten en het groen ontsluiten en met elkaar verbinden. Daarnaast is en blijft de karakteristieke drevenstructuur een essentieel onderdeel van de identiteit en ruimtelijke kwaliteit van Lelystad. Lelystad is daarmee een geweldige fietsstad die zeker ook nog verdere kansen biedt voor het verder ontwikkelen tot volwaardige ‘15 minuten stad’, waarbij je binnen 15 minuten alle benodigde voorzieningen kunt bereiken. Daarbij kent het ook een aantal aandachtspunten. Deze structuur is zeer verkeersveilig, maar niet altijd sociaal veilig door het ontbreken van ‘ogen’ op het fietspad. Ook zijn routes voor nieuwe inwoners of bezoekers, moeilijk herkenbaar of vindbaar. Ondanks de opkomst van de e-bike kunnen de bruggen voor de ouder wordende inwoners een belemmering zijn om gebruik te maken van het fietsnetwerk. Het scootmobiel- en scooterbezit in Lelystad is hoog. Hiermee moet ook rekening gehouden worden ten aanzien van de infrastructuur.

Naast de rijks en provinciale wegen bestaat het buitengebied uit smalle landwegen met grote snelheidsverschillen tussen langzaam verkeer en snelverkeer. Daarbij zorgt de toename van functies in het buitengebied voor een toename in (langzaam) verkeer wat nadelige gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid. Voorgenomen maatregelen rondom het thema mobiliteit: Algemeen mobiliteit • In Lelystad hanteren we het STOMP principe als uitgangspunt (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten, Priveauto). Dit ordeningsprincipe houdt in dat we prioriteit geven aan meer duurzame vormen van mobiliteit (lopen, fietsen en openbaar vervoer) en minder prioriteit aan minder duurzame mobiliteitsvormen. In veel gevallen kunnen de verschillende modaliteiten naast elkaar een plek krijgen maar soms zijn doordachte keuzes en beperkingen nodig om iedere modaliteit de juiste plek te geven. De mens staat hierbij centraal. • Gezien ook de doelen voor uitstoot van fijnstof en CO2 blijft Lelystad inzetten op verduurzaming van het verkeerssysteem. Enerzijds door in te blijven zetten op fiets en OV anderzijds door het verduurzamen van de automobiliteit (faciliteren van laadmogelijkheden, emissievrij belevering van het Stadshart).

Deelmobiliteit biedt ook mogelijkheden om de groei van het autobezit en – gebruik terug te dringen Voet- en fietspaden • Bij aanleg en beheer rekening houden met de 7 factoren voor prettig fietsen: een samenhangend, direct, aantrekkelijk, comfortabel, herkenbaar, vindbaar en veilig stelsel. • Verbeteren sociale veiligheid door te zien en gezien te worden: vanuit bebouwing, goed doorzicht in tunnels, geen zichtbeperkende begroeiing. • Huidige fietspadennet is niet goed vindbaar en herkenbaar. We streven naar een beter bestaand fietsnetwerk. • Onderzoek doen naar het uitbreiden van het hoofdnetwerk fiets in de stad. Waarbij we kijken naar de gebieden waar de afstand tot het hoofdnetwerk te groot is en waar missende connecties moeten worden toegevoegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=53f1a5ee-79f3-4cd3-9c2b-366d8341a8d6