BL1 24.317 INFO Uitvoering motie 24.229 Actieplan Stadshart
Tekst van het document
INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD Nummer: 24.317 Portefeuillehouder: Portefeuille: Programma: Taakveld:
P. van Dijk Stadshart 8 Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 8.1 Ruimtelijke ordening
Datum:
17 september 2024
Onderwerp: Uitvoering motie 24.229 Actieplan Stadshart DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: Uitvoering van de motie M 24.229 behorende bij de besluitvorming op 16 juli 2024 omtrent het Actieplan Stadshart INLEIDING Op 16 juli 2024 heeft het college het Actieplan Stadshart samen met het Rekenkameronderzoek “Stadshart Lelystad – Ontwikkeling, beleidsinterventies en rol van de raad” aangeboden aan de Raad. In dit rekenkameronderzoek worden naast een grondige analyse en bijbehorende conclusies in een laatste hoofdstuk aanbevelingen gedaan over wat het gemeentebestuur kan doen ten aanzien van de doorontwikkeling van het Stadshart, hoe de raad kan anticiperen op haar rol bij die doorontwikkeling en wat eventuele vervolgstappen zijn. In de collegereactie op dit onderzoek heeft zij aangegeven dat het de conclusies en aanbevelingen goed kan volgen en voornemens is deze over te nemen in het Actieplan Stadshart. Omdat het voor de raad niet helder is hoe de verschillende aanbevelingen zijn verwerkt in dit actieplan en hij het voor een succesvolle ontwikkeling van het Stadshart noodzakelijk vindt om zowel een sturende als controlerende rol te vervullen, heeft uw Raad het college verzocht om inzichtelijk te maken op welke wijze elk van de genoemde aanbevelingen is opgevolgd in het Actieplan Stadshart, of nog zal worden opgevolgd. In de bijlage vindt u hier een uitgebreid overzicht van.
KERNBOODSCHAP De aanbevelingen van de Rekenkamer die betrekking hebben op wat het gemeentebestuur kan doen ten aanzien van de doorontwikkeling van het Stadshart zijn in het Actieplan Stadshart opgevolgd, maar de aanbevelingen betreffende hoe de raad kan anticiperen op haar rol bij die doorontwikkeling nog onvoldoende. Het college voert graag de genoemde vervolgstappen in het rekenkameronderzoek uit om daarmee ook opvolging te geven aan die aanbevelingen. VERVOLG Het college nodigt de raad graag via een agendaverzoek uit om de aanbeveling omtrent sturings- en monitoringsindicatoren uit het rekenkameronderzoek gezamenlijk verder uit te werken om in samenspraak tot indicatoren te komen waarmee de raad haar controlerende functie beter uit kan voeren. Bijlage - Uitwerking motie M.24.229 VVD Opvolgen adviezen Rekenkamer Stadshart
Bijlage: uitwerking motie M.24.229 VVD Opvolgen adviezen Rekenkamer Stadshart Inleiding Tijdens de behandeling van het Actieplan Stadshart in de raadsvergadering op 16 juli 2024 heeft de raad het college met een motie verzocht om de raad van Lelystad te informeren over de wijze waarop elk van de in hoofdstuk 5 genoemde aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek is opgevolgd in het Actieplan Stadshart, of nog zal worden opgevolgd. In onderstaande uiteenzetting heeft het college dit inzichtelijk gemaakt. Aanbevelingen Rekenkameronderzoek Wat kan het gemeentebestuur nu doen of laten t.a.v. doorontwikkeling Stadshart? •
Beantwoord als gemeente, met private partners, de vraag voor wie het Stadshart er is c.q. wil zijn en waarom men, primair de inwoners van Lelystad, het Stadshart zouden willen bezoeken. Tijdens verschillende sessies met stakeholders (private partners) is gesproken over specifieke doelgroepen voor het Stadshart. De uitkomsten hiervan staan op pagina’s 14 tot en met 16 van het Actieplan Stadshart. Naast doelgroepen op basis van demografische kenmerken is ook gekeken naar leefstijlen. Aan de hand van leefstijlen kan bepaald worden wat deze mensen aantrekt en dus welk aanbod zij waarschijnlijk interessant vinden. Door hier inzicht in te verkrijgen kan gekeken worden welk aanbod welke doelgroep aanspreekt om zo het Stadshart voor de verschillende doelgroepen aantrekkelijker te maken. In de uitwerking van de gebiedsprofielen op de pagina’s 40 tot en met 62 is hier een voorschot op genomen.
•
Zet een proces op gericht op de concretisering van het toekomstperspectief voor de deelgebieden van het Stadshart waarvoor dit perspectief momenteel nog onvoldoende aanwezig en helder is (met name omgeving Stadhuisplein en oostzijde Stadshart rondom Neringpassage/Neringweg). In het Actieplan zijn gebiedsprofielen opgenomen voor verschillende deelgebieden van het stadshart (pp. 40-62). Die gebiedsprofielen bevatten een kenschets, ambitie en bijbehorende acties om tot die ambitie te kunnen komen. Verdere uitwerking vindt plaats binnen de actielijn ‘breed en attractief programma’ waar op pagina 70 de volgende actie geformuleerd is: gezamenlijk (met de private partners) concretiseren van gebiedsprofielen en inventarisatie van passende concepten, benodigde conceptaanpassingen en te maken keuzes en inspanningen. Daarnaast zijn binnen een aantal projecten, zo ook bij het deelproject nummer 8, ‘Opstellen leidraad ontwerpprincipes en oplossingen toekomstbestendig Stadshart’ (p.75), de Neringpassage en het Stadshuisplein expliciet aangewezen als prioriteitsgebieden.
•
Concretiseer de ambitie om het Stadshart te vergroenen en de beleving in het Stadshart te stimuleren. Deze aanbeveling komt terug binnen diverse actielijnen. Actielijn ‘levendige natuurinclusieve openbare ruimte’ (pp.75-76) is gericht op het natuurinclusief maken van de openbare ruimte. Een van de specifieke acties binnen die actielijn is het opstellen van een ontwerpleidraad voor de openbare ruimte (p. 75) en die zal de ambitie om het Stadshart te vergroenen bevatten. Dit project is reeds opgezet en zal op korte termijn eerste resultaten opleveren. Zo wordt de Neringpassage op korte termijn op basis van verschillende vergroeningsprincipes heringericht en wordt een vergroeningsplan uitwerkt voor het Stadhuisplein. Binnen de actielijn ‘breed en attractief programma’ (p.70) wordt gekeken naar passende concepten en/of aanpassen van concepten om de beleving van het centrum te vergroten. Als laatste wordt met
de actielijn ‘proeftuin voor nieuw initiatief’ (p.79) ingezet op meer beleving door middel van placemaking. Placemaking is een samenwerkingsvorm voor het creëren van openbare ruimtes waar mensen van houden en zich mee verbonden voelen. Een plek om trots op te zijn.
•
Formuleer concrete doelen en benoem potentiële ‘doorbraakprojecten’, zoals mogelijk de verplaatsing van horeca van het horecapleintje ten noorden van het Stadshart naar Agorahof en omgeving of de herhuisvesting van poppodium Corneel richting Theaterkwartier. Deze aanbeveling is deels uitgewerkt in de verschillende gebiedsprofielen (pp.40-62) en zal ook verder concreet worden uitgewerkt in de actielijn ‘breed en attractief programma’ met de acties stimuleren verplaatsingen ondernemers binnen Stadshart (en vanuit omliggende gebieden) en inventariseren passende concepten (pp. 70-71).
•
Blijf inzetten op een betere samenwerking van ondernemers, en ook vastgoedeigenaren, onderling en van gemeente met de private sector in en om het Stadshart. De gemeente kan dit niet afdwingen maar kan werken aan vertrouwen onderling en samenwerking stimuleren door perspectief te bieden en extra inspanningen van de gemeente afhankelijk te stellen van een minimum inzet vanuit de private zijde. Het Actieplan Stadshart is tot stand gekomen in samenwerking met diverse stakeholders. Zo werken we aan een gedeeld gevoel van eigenaarschap over het Actieplan. De gemeente is nauw betrokken geweest bij de oprichting van de nieuwe ondernemersvereniging LelyStadsHart en treedt faciliterend op bij het vormen van een ‘kopgroep’ vastgoed voor het stadshart. In de uitvoeringsagenda (pp. 64-79) is aangegeven dat bij diverse acties uit de actielijnen ook verschillende stakeholders betrokken worden. Ook is op de pagina’s 65-67 onder het kopje Samenwerking uitgewerkt op welke wijze projecten uit het actieplan gerealiseerd moeten worden – enkel samen met deze ‘Gouden Cirkel’ van ondernemers(vereniging), vastgoedeigenaren, en maatschappelijke partners. De gewenste organisatiestructuur hiervoor is op pagina 67 uiteengezet. Bij de werkgroepen zullen waar mogelijk ook de externe partners betrokken worden.
Ook door een goed communicatie- en participatieplan op te stellen, onderdeel van de actielijn propositie en storytelling (p.69), blijven we inzetten op samenwerking met ondernemers, eigenaren en andere stakeholders.
Hoe kan de raad anticiperen op zijn rol bij doorontwikkeling Stadshart? •
Geef als raad het college opdracht om de ambities voor het Stadshart, in samenspraak met de raad, te concretiseren en waar mogelijk te voorzien van concrete sturings- en monitoringsindicatoren. Formuleer doelen en bijpassende indicatoren voor zowel het Stadshart als geheel als voor thematische invalshoeken en (een beperkt aantal nader te kiezen) deelgebieden binnen het Stadscentrum. De ambities voor het Stadshart als geheel en verschillende deelgebieden komen terug in het actieplan, maar zijn (nog) niet voorzien van concrete sturings- en monitoringsindicatoren. Dit blijkt onder andere uit het aangenomen amendement ‘A. 24.229 Jaarlijks beknopte voortgangsrapportage Actieplan Stadshart’. Indieners stellen voor om jaarlijks een beknopte SMART-voortgangsrapportage ten aanzien van de in het actieplan geformuleerde ambities aan de raad aan te bieden, zodat de raad haar controlerende rol kan uitoefenen. Uit dit amendement blijkt dat dit onvoldoende in het actieplan is opgenomen en nog voor opvolging in aanmerking komt. In de informatienota aan de raad nodigt het college de raad uit om dit onderdeel gezamenlijk verder uit te werken.
•
Geef als raad het college opdracht zich over de ontwikkeling van het Stadshart als geheel en relevante thematische invalshoeken en deelgebieden periodiek te verantwoorden aan de hand van deze set van doelen en indicatoren en zorg voor continuïteit in deze set van doelen en indicatoren. In het raadsvoorstel is opgenomen dat het college periodiek ter verantwoording een voortgangsrapportage in de vorm van een informatienota aan de raad zal aanbieden. De vorm en op basis van welke concrete (SMART) sturings- en monitoringsindicatoren dit zal gebeuren wordt niet benoemd en is niet duidelijk. Dit onderdeel uit de aanbevelingen komt dan ook nog voor opvolging in aanmerking. In de informatienota aan de raad nodigt het college de raad uit om dit onderdeel gezamenlijk verder uit te werken.
•
Waarborg de integraliteit van (de aansturing van) de doorontwikkeling van het Stadshart door vanuit het overkoepelende doel (versterking van het Stadshart) langs een beperkt aantal lijnen (bijvoorbeeld verduidelijken profiel, compacter maken, beleving stimuleren en vergroenen) te komen tot steeds concretere doelen en indicatoren. De methodiek van de ‘doelenboom’ kan daarbij behulpzaam zijn. De overkoepelende ambities van het Actieplan worden uitgewerkt in een aantal specifieke actielijnen, die alle een of meerdere hoofddoelen voor het versterken van het stadshart bevatten. Voor de uitwerking van de actielijnen is tevens een organisatiestructuur voorzien, waarmee de integraliteit in de aansturing van de doorontwikkeling bewaakt kan worden.
•
Verbind als raad het kaderstellen beter met de controlerende taak en vice versa. Als kaders scherper c.q. SMART-er worden geformuleerd, vergemakkelijkt dit het toezien op voortgang. Als beter kan worden toegezien op de voortgang, kan er ook beter worden bijgestuurd. Verder is het van belang dat de raad scherp blijft op het nakomen van door het college ten aanzien van de kaderstelling gedane toezeggingen. Dit is een aanbeveling die de raad met het aannemen van het amendement op zich genomen heeft.
•
Verzoek als raad het college bij belangrijke keuzes op zijn minst twee alternatieven voor te leggen, met van deze alternatieven een nadere uitwerking met zowel de verwachte voordelen als eventuele minpunten en risico’s. Deze aanbeveling blijkt niet direct uit het actieplan, maar indien aan de orde bij uitwerking binnen deelprojecten kan deze zeker opgevolgd worden.
Conclusie Op basis van deze uiteenzetting kan geconcludeerd worden dat de aanbevelingen die betrekking hebben op wat het gemeentebestuur kan doen ten aanzien van de doorontwikkeling van het Stadshart in het Actieplan Stadshart zijn opgevolgd, maar dat de aanbevelingen betreffende hoe de raad kan anticiperen op haar rol bij die doorontwikkeling nog onvoldoende opvolging hebben gekregen. Het college voert graag genoemde vervolgstappen in het rekenkameronderzoek (p.86) uit om daarmee ook opvolging te geven aan die aanbevelingen. In een vervolgsessie kan vervolgens nader ingegaan worden op de mogelijkheden om de aangescherpte doelen te voorzien van bijpassende sturings- en monitoringsindicatoren. Om die vervolgstappen te zetten nodigt het college de raad uit om de aanbeveling omtrent sturings- en monitoringsindicatoren uit het rekenkameronderzoek verder uit te werken om in samenspraak met de raad tot indicatoren te komen waarmee de raad haar controlerende functie uit kan voeren.