CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Was Wordt Lijst Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning 2024

Raadsvergadering 23 april 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: 24.103 Wmo-verordening, Besluit Maatschappelijke Opvang Lelystad (MOL) en Nadere regels Maatschappelijke Opvang 20243.108 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was Art. 1 lid 1 sub: a. algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover ook als hij geen beperkingen had, kon beschikken, omdat: • de voorziening niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking; • algemeen verkrijgbaar is en; • niet (veel) duurder is dan vergelijkbare producten.

Artikel 2. Melding Een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. Artikel 6. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: 1. (…) 2. (…) 2. Een cliënt komt slechts in aanmerking voor beschermd wonen voor zover: • de cliënt 18 jaar of ouder is; • 24 uurs toezicht en begeleiding noodzakelijk is; • cliënt bij aanmelding gediagnosticeerd is met een psychiatrisch ziektebeeld; de psychiatrische diagnose gesteld en ondertekend is door een daartoe bevoegde professional. 3. Indien een maatwerkvoorziening als bedoeld in het tweede lid noodzakelijk is, kan gekozen worden voor het verstrekken van: a. Beschermd wonen hoog; b. Beschermd wonen midden; c. Beschut Wonen. 4. Als een maatwerkvoorziening of een pgb noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a. tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 5.

Als een maatwerkvoorziening of een pgb noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. 6. Het college kan nadere regels stellen over de maatwerkvoorzieningen of een pgb die op

Wordt Art. 1 lid 1 sub: a. algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening waarvan het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat de cliënt daarover ook als hij geen beperkingen had, kon beschikken;

h. Lokaal vervoer: verplaatsingen tot een afstand van 15 tot 20 kilometer vanaf het woonadres; q. woning: een woning, een woonwagen of een woonschip. Artikel 2. Melding Een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning kan door of namens een cliënt bij het college of bij een door het college aangewezen instantie worden gemeld. Artikel 6. Criteria voor een maatwerkvoorziening 1. Een maatwerkvoorziening wordt in natura, als pgb of als een financiële tegemoetkoming verstrekt. 2. Een cliënt komt slechts in aanmerking voor een maatwerkvoorziening: a. ter compensatie van de beperkingen in zijn zelfredzaamheid of participatie, als de cliënt deze beperkingen niet kan verminderen of wegnemen met inzet van: - eigen kracht; - met een algemeen gebruikelijke voorziening; - met gebruikelijke hulp; - met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; of - met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, of b.

ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt met psychische of psychosociale problemen, als de cliënt deze problemen niet kan verminderen of wegnemen met inzet van: - eigen kracht; - met een algemeen gebruikelijke voorziening; - met gebruikelijke hulp; - met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; of - met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het in het voorgaande hoofdstuk

grond van lid 1, lid 2, 3 en lid 4 beschikbaar zijn.

bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving; c. ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving van de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor zijn veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, als de cliënt deze problemen niet kan verminderen of wegnemen met inzet van: - eigen kracht; - met een algemeen gebruikelijke voorziening; - met gebruikelijke hulp; - met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk; of - met gebruikmaking van algemene voorzieningen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in het voorgaande hoofdstuk bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte van de cliënt aan opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld zo zich snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving. 3. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven, a.

tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen; b. tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of c. als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 4. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. 5. Als een cliënt recht heeft op een maatwerkvoorziening, wordt deze toegekend vanaf de datum van melding, tenzij het recht op een latere datum is ontstaan. Het college kan nadere regels stellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van lid 1, lid 2, 3 en lid 4 beschikbaar zijn. Artikel 7. Aanvullende criteria maatwerkvoorziening 1. Het college kan een maatwerkvoorziening als financiële tegemoetkoming inzetten voor de volgende kosten. a. Verhuis- en/of herinrichtingskosten;

b. Kosten van vervoer per eigen auto; c. Woningsanering. 2. Een financiële tegemoetkoming als bedoeld in het tweede lid moet een passende bijdrage leveren aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. 3. Een financiële tegemoetkoming in de kosten van lokaal vervoer die verplaatsingen van 1500 tot 2000 kilometer per jaar mogelijk maakt, voldoet aan de criteria zoals bedoeld in het derde lid. 4. Het college kan nadere regels stellen over de financiële tegemoetkoming die op grond van lid 2 beschikbaar zijn. Artikel 8. Aanvullende criteria voor Beschermd wonen 1. Beschermd wonen kent de volgende ondersteuningsprofielen: a. Beschermd wonen midden: biedt 24-uurs ondersteuning in een veilige en weinig eisende accommodatie van een Beschermd Wonen instelling. Is gericht op stabilisatie van de psychische en/of psychosociale problematiek, herstel van de zelfredzaamheid en zelfstandig wonen met eventueel ambulante ondersteuning. b. Beschermd wonen hoog: biedt voor de cliënt zeer intensieve ondersteuning, begeleiding, bescherming en stabiliteit in een veilige en weinig eisende woonomgeving.

Deze intensieve ondersteuning is gericht op het (in de eerste instantie) overnemen van taken op alle levensterreinen, waar mogelijk leren omgaan met beperkingen en het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblemen. c. Beschut wonen: Is een lichtere vorm waarbij de client woont in een accommodatie van de aanbieder. Begeleiding is 24/7 beschikbaar en kan binnen 30 minuten aanwezig zijn. d. Gewoon thuis: de client woont zelfstandig met een intensieve vorm van ambulante begeleiding. 2. Een cliënt komt slechts in aanmerking voor beschermd wonen wanneer de cliënt: a. 18 jaar of ouder is; b. beperkingen ervaart door: Psychische en/of psychosociale problemen, mogelijk in combinatie met een verstandelijke beperking, verslaving, gedragsproblematiek, somatische aandoening en/of lichamelijke beperking; c. beperkt inzicht heeft in de eigen problematiek en/of gevolgen van eigen handelen/gedrag; d. onvoldoende in staat is zijn hulpvraag zelf te formuleren en uit te stellen; e. problemen ervaart bij het onderhouden van sociale relaties en het invullen van de dag; f. beperkte vaardigheden bezit om problemen op te lossen of besluiten te nemen; g. ondersteuning bij één of meerdere taken van de basale algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL) nodig heeft;

h. ondersteuning of overname bij één of meerdere taken van de instrumentele ADL nodig heeft; i. intrinsiek gemotiveerd is; j. beperkt gevoelig -kan zijn voor begeleiding; k. ondersteuning nodig heeft bij het opstarten en/of vasthouden van dagbesteding. 3. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en omvang van beschermd wonen en de toegang daartoe. Artikel 9. Aanvullende criteria voor Maatschappelijke opvang 1. Een cliënt komt in aanmerking voor maatschappelijke opvang wanneer de cliënt: a. de thuissituatie heeft verlaten, al dan niet in verband met risico's voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; én b. feitelijk of residentieel dakloos is; én c. zich niet op eigen kracht kan handhaven in de maatschappij, er sprake is van beperkte zelfredzaamheid op meerdere leefgebieden als gevolg van een verslavings-, psychisch of psychosociaal probleem, dan wel een combinatie van deze problemen, én d. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen, én e. niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene of andere voorzieningen de zelfredzaamheid of participatie kan verbeteren. 2.

De cliënt die aanspraak maakt op maatschappelijke opvang, wordt opgevangen in de regio waar de voorwaarden voor een succesvol traject voor de cliënt optimaal zijn of waar de cliënt aantoonbare binding heeft. 3. Het college kan nadere regels stellen inzake de aard, inhoud en omvang van de te verstrekken maatschappelijke opvang en de toegang daartoe. Artikel 10. Gebruikelijke en niet-gebruikelijke hulp 1. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening als bedoeld in artikelen 2.3.5 van de wet wanneer sprake is van gebruikelijke hulp. 2. Wanneer een huisgenoot overbelast is of dreigt te raken, wordt van hem geen gebruikelijke hulp verwacht, tot dat deze (dreigende) overbelasting is opgeheven, mits er een verband is tussen de overbelasting en de hulp die de huisgenoot aan de cliënt biedt. 3. Wanneer een huisgenoot medische beperkingen ervaart en daardoor niet in staat is om gebruikelijke hulp te bieden, wordt van hem geen gebruikelijke hulp verwacht. 4. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening als bedoeld in artikel 2.3.5 van de wet wanneer sprake is van nietgebruikelijke hulp zolang: a. een huisgenoot in staat is de nietgebruikelijke hulp te bieden, en

Artikel 7. Voorwaarden 1. Een maatwerkvoorziening of een pgb wordt slechts verstrekt indien deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt . 2. Een cliënt komt alleen voor een maatwerkvoorziening in aanmerking als: a. de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs niet vermijdbaar was, en b. de voorziening voorzienbaar was, maar van de cliënt redelijkerwijs niet verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de ondersteuningsvraag overbodig had gemaakt. Artikel 8. Weigeringsgronden 1. Geen maatwerkvoorziening of pgb wordt verstrekt: a. als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. als de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen; c. als deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht; d. als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. 2.

Geen maatwerkvoorziening of pgb gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt als: a. deze niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij de huishoudelijke ondersteuning, ondersteuning thuis en dagbesteding; b. de cliënt geen ingezetene is van de gemeente Lelystad. 3. (…) Artikel 13. Hoogte pgb 1. De hoogte van een eenmalige pgb wordt maximaal vastgesteld op: a. Het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier

b. een huisgenoot de niet-gebruikelijke hulp kan bieden; en c. een huisgenoot niet overbelast is of dreigt te raken door het bieden van de nietgebruikelijke hulp. 5. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot situaties waarin van huisgenoten gebruikelijke hulp wordt verwacht. Artikel 11. Voorwaarden 1. Een voorziening wordt alleen verstrekt, als deze langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij de huishoudelijke ondersteuning, ondersteuning thuis en dagbesteding; 2. Een voorziening wordt alleen verstrekt als deze gezien de beperkingen van de cliënt, veilig voor hemzelf en zijn omgeving is, geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en niet anti-revaliderend werkt . 3. Een voorziening wordt alleen verstrekt aan een cliënt die ingezetene is van de gemeente Lelystad.

Artikel 12. Weigeringsgronden 1. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt: a. als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; b. als de cliënt de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning vóór de melding op eigen kracht heeft opgelost, waardoor geen noodzaak meer is tot ondersteuning; c. als de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven; d. als deze niet hoofdzakelijk op het individu is gericht; e. als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan; f. als de noodzaak tot ondersteuning voor de cliënt redelijkerwijs vermijdbaar was; g. als de voorziening voorzienbaar was én van de cliënt redelijkerwijs verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de ondersteuningsvraag overbodig had gemaakt. 2. (…) Artikel 17. Hoogte pgb 1. De hoogte van een eenmalige pgb wordt maximaal vastgesteld op: a. Het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo

waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering of; b. Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. 2. De hoogte van een periodiek uit te betalen pgb voor formele hulp is gelijk aan 75% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. 3. De hoogte van een periodiek uit te betalen pgb voor informele hulp is gelijk aan het minimum uurloon inclusief vakantiebijslag, voor een persoon van 22 jaar of ouder met een 36-urige werkweek en indien van toepassing aangevuld met een surplus voor de werkgeverslasten, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. 4. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt bepaald door de indicatiestelling beschermd wonen. Er geldt een apart tarief voor de indicatiestelling beschermd wonen midden en beschermd wonen hoog. Het tarief wordt bepaald op basis van het pgb-plan en is maximaal 95% van het desbetreffende tarief voor zorg in natura minus de zogenaamde Normatieve Huisvestingscomponent (NHC).

Met het van toepassing zijnde tarief moet de inkoop van de individuele begeleiding, groepsbegeleiding, dagbesteding en toezicht worden bekostigd. 5. Indien het op basis van lid 1, lid 2 en lid 3 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. 6. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.

2.

3.

4.

5.

6.

Artikel 19. Bijdrage in de kosten maatwerkvoorzieningen of pgb 3. Voor gebruik van het collectief vervoer wordt aan de cliënt een ritprijs in rekening gebracht. De ritprijs bedraagt het gemiddelde van het tarief voor gebruik van het openbaar vervoer binnen de stad en het tarief voor gebruik van het openbaar vervoer voor gebruik ten oosten van de A6.

nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering of; b. Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. De hoogte van een periodiek uit te betalen pgb voor formele hulp is gelijk aan 75% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. Indien het op basis van lid 1 en lid 2 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. De hoogte van het pgb voor informele hulp wordt voor: a. huishoudelijke ondersteuning bepaald op het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. b. begeleiding bepaald op het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao VVT, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren.

De hoogte van het pgb voor beschermd wonen wordt bepaald door de indicatiestelling beschermd wonen. Er geldt een apart tarief voor de indicatiestelling beschermd wonen midden en beschermd wonen hoog. Het tarief wordt bepaald op basis van het pgb-plan en is maximaal 90% van het desbetreffende tarief voor zorg in natura minus de zogenaamde Normatieve Huisvestingscomponent (NHC). Met het van toepassing zijnde tarief moet de inkoop van de individuele begeleiding, groepsbegeleiding, dagbesteding en toezicht worden bekostigd. Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.

Artikel 19. Bijdrage in de kosten maatwerkvoorzieningen of pgb 3. Voor gebruik van het collectief vervoer wordt aan de cliënt een ritprijs in rekening gebracht. Het college bepaalt de hoogte van de ritprijs.

Artikel 20. Bijdrage in de kosten maatschappelijke opvang 1. Bij verblijf in maatschappelijke opvang locatie is een cliënt van 18 jaar of ouder die langer dan één etmaal gebruik maakt van een 24uurs verblijfsvoorziening een bijdrage verschuldigd. 2. De hoogte van de bijdrage is een vast bedrag per dag en nooit hoger dan de werkelijke kostprijs of feitelijke woonlasten. 3. De hoogte van de bijdrage voor maatschappelijke opvang kan jaarlijks worden geïndexeerd. 4. Bij verblijf in de maatschappelijke opvang dient een cliënt minimaal zak- en kleedgeld over te houden plus de nominale premie ziektekosten minus de zorgtoeslag en waar nodig geld voor voeding, volgens artikel 3.20 lid 1 en 2 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 5. De bijdragen in de kosten voor opvang worden door de zorgaanbieder vastgesteld en geïnd. 6. Het college kan nadere regels stellen inzake de hoogte en het innen van de eigen bijdrage van de te verstrekken maatschappelijke opvang.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=95562e3d-b699-4201-a54a-8e95f44e2886