CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Was wordt lijst 2e wijzigingsverordening def

Raadsvergadering 26 maart 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: 24.037 2e wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening 20216.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel 2e Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2021 Artikel 1:1, Definities, het tweede en het vijfde aandachtspunt, worden als volgt gewijzigd: Betreft een technische/tekstuele wijziging in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1:1, tweede aandachtspunt • bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

Artikel 1:1, tweede aandachtspunt • bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;

Artikel 1:1, vijfde aandachtspunt • gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de Woningwet;

Artikel 1:1, vijfde aandachtspunt • gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

Artikel 2:24, Definities, eerste lid, onder a, wordt als volgt gewijzigd: Betreft een technische/juridische wijziging

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:24, eerste lid, onder a a. bioscoop- en theatervoorstellingen;

Artikel 2:24, eerste lid, onder a a. bioscoop en theatervoorstellingen in de reguliere bedrijfsvoering;

Artikel 2:24 definities, eerste lid, onder f, wordt als volgt gewijzigd: Betreft een technische/tekstuele wijziging Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:24, eerste lid, onder f Artikel 2:24, eerste lid, onder f f. activiteiten als bedoeld in de artikel 2:39; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39; Artikel 2:24, vierde lid, wordt als volgt gewijzigd: Het betreft een technische/tekstuele wijziging

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:24, vierde lid 4. Evenementen worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. Klein evenement: evenement dat voldoet aan de criteria van het derde lid; b. A- evenement: laag risico; evenement waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en beperkte gevolgen voor het verkeer; c. B-evenement: gemiddeld risico; evenement waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer; d. C-evenement: hoog risico; evenement waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer. (L)

Artikel 2:24, vierde lid 4. Evenementen worden onderscheiden in de volgende categorieën: a. Klein evenement: evenement dat voldoet aan de criteria van het derde lid; b. A- evenement: evenement waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en beperkte gevolgen voor het verkeer; c. B-evenement: evenement waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer; d. C-evenement: evenement waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer. (L)

Artikel 2:25 Evenementenvergunning, negende lid, wordt als volgt gewijzigd: Het betreft een technische/tekstuele wijziging Bestaande tekst Nieuwe tekst

1

Artikel 2:25, negende lid 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester kan een vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien: (L)

Artikel 2:25, negende lid 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren indien: (L)

Artikel 2:25A, Nadere regels, wordt als volgt gewijzigd: Het betreft een technische/tekstuele wijziging.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:25A Nadere regels De burgemeester kan in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu; nadere regels stellen ten aanzien van de in artikel 2:24, eerste lid, bedoelde activiteiten en evenementen en categorieën evenementen zoals bedoeld in de artikel 2:24, tweede en vierde lid.

Artikel 2:25A Nadere regels De burgemeester kan in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu; nadere regels stellen ten aanzien van de in artikel 2:24, eerste lid, bedoelde activiteiten en evenementen en categorieën evenementen zoals bedoeld in artikel 2:24, tweede en vierde lid.

Artikel 2:27, eerste lid, onder c, wordt als volgt gewijzigd: Het betreft een technische/juridische wijziging. De nieuwe bepaling sluit aan bij het leidinggevende begrip van de Alcoholwet

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

c.

c. leidinggevende: 1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; 2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin de openbare inrichting wordt uitgeoefend in een of meer inrichtingen; 3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van een openbare inrichting.

exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een openbare inrichting wordt uitgeoefend;

Artikel 2:27, eerste lid, onder d. wordt geschrapt.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

d. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een openbare inrichting; Artikel 2:28A, wordt als volgt gewijzigd. Betreft technische/juridische wijziging i.v.m. wijziging van begrip beheerder/exploitant naar leidinggevende en de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:28A Weigerings- en intrekkingsgronden exploitatievergunning (L) 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1:6 en 1:8 weigert de burgemeester de vergunning of trekt deze in indien: a. de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmings- of omgevingsplan, beheersverordening,

Artikel 2:28A Weigerings- en intrekkingsgronden exploitatievergunning (L) 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1:6 en 1:8 weigert de burgemeester de vergunning of trekt deze in indien: a. de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan;

2

exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; b. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. de exploitant of beheerder niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; d. de exploitant of beheerder onder curatele is gesteld; e. de ingediende vergunningaanvraag niet of niet langer overeenstemt met de feiten, welke relevant zijn voor de door de burgemeester te nemen of genomen beslissing; 2. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1:6 en 1:8, kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren of intrekken, indien: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting; b. aannemelijk is dat de exploitant of beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; c. de exploitant of beheerder strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; d. de exploitant of beheerder zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; e.

zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; f. in strijd met artikel 2:28D wordt gehandeld; g. er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd.

b. de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. de leidinggevende niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; d. de leidinggevende onder curatele is gesteld; e. de ingediende vergunningaanvraag niet of niet langer overeenstemt met de feiten, welke relevant zijn voor de door de burgemeester te nemen of genomen beslissing; 2. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1:6 en 1:8, kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren of intrekken, indien: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting; b. aannemelijk is dat de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; c. de leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; d. de leidinggevende zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; e.

zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; f. in strijd met artikel 2:28D wordt gehandeld; g. er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd.

3

Artikel 2:28B Wijziging beheerder (L), de koptekst en het artikel wordt als volgt gewijzigd. Betreft technische/juridische wijziging i.v.m. wijziging van begrip beheerder/exploitant naar leidinggevende.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:28B Wijziging beheerder (L) 1. Een exploitant als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, onder c, meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als beheerder, als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, onder d, te laten bijschrijven of door te halen op de aan hem verleende vergunning. 2. De melding als genoemd in het eerste lid geldt als aanvraag tot wijziging van de vergunning. 3. De in het eerste lid aangemelde nieuwe beheerder mag werkzaam zijn in de openbare inrichting waarvoor de vergunning

Artikel 2:28B Wijziging leidinggevende (L) 1. Een leidinggevende als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, sub c, onder 1, meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als leidinggevende, als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, sub c, onder 2 en/of 3, te laten bijschrijven of door te halen op de aan hem verleende vergunning. 2. De melding als genoemd in het eerste lid geldt als aanvraag tot wijziging van de vergunning. 3. De in het eerste lid aangemelde nieuwe leidinggevende mag werkzaam zijn in de openbare inrichting waarvoor de vergunning is verleend, mits de ontvangst van die melding is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is besloten. 4. Het bepaalde in artikel 2:28A, is van overeenkomstige toepassing.

is verleend, mits de ontvangst van die

melding is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is besloten. 4. Het bepaalde in artikel 2:28A, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2:28C, Vergunningaanvraag (L), de koptekst en het artikel wordt als volgt gewijzigd. Inhoudelijke wijziging dat vergunning ook locatie gebonden is. De praktijk is hiermee geformaliseerd. Verder is de bepaling aangevuld met de mogelijkheid om een vergunning voor bepaalde tijd te verlenen.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:28C Vergunningaanvraag (L) 1. De burgemeester kan nadere regels vaststellen omtrent de gegevens en de bescheiden die bij een vergunningaanvraag als bedoeld in artikel 2:28 moeten worden overgelegd. 2. Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag tegelijk in behandeling genomen 3. De vergunning wordt uitsluitend verleend aan de exploitant en op naam gezet van de exploitant en de beheerder van de inrichting. De vergunning is niet overdraagbaar.

Artikel 2:28C Vergunningaanvraag en vergunning (L) 1. De burgemeester kan nadere regels vaststellen omtrent de gegevens en de bescheiden die bij een vergunningaanvraag als bedoeld in artikel 2:28 moeten worden overgelegd. 2. Per inrichting wordt niet meer dan één aanvraag tegelijk in behandeling genomen. 3. De vergunning is persoons- en locatiegebonden en is niet overdraagbaar. 4. In afwijking van artikel 1:7, eerste lid en onverminderd het bepaalde in artikel 1:7, tweede lid, kan een vergunning voor bepaalde tijd verleend worden in het belang van de openbare orde.

4

Artikel 2:28D Aanwezigheid exploitant of beheerder, de koptekst en artikel 2:28D, onder a, wordt als volgt gewijzigd. Betreft technische/juridische wijziging i.v.m. wijziging van begrip beheerder/exploitant naar leidinggevende.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:28D Aanwezigheid exploitant of beheerder (L) Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is: a. een exploitant of beheerder die vermeld staat op de vergunning, als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid;

Artikel 2:28D Aanwezigheid leidinggevende (L) Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is: a. een leidinggevende die vermeld staat op de vergunning, als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid;

Artikel 2:39, lid 3, onder b, Speelgelegenheden, wordt als volgt gewijzigd. Betreft technische/tekstuele wijziging in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:39, lid 3, onder b b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingplan.

Artikel 2:39, lid 3, onder b b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan.

Artikel 2:40D, onder d, Vergunningaanvraag exploitatievergunning, wordt als volgt gewijzigd. Betreft technische/juridische wijziging i.v.m. kansspelenwetgeving

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:40D, lid d d. wettelijke bewijsstukken, ingevolge artikel 6 van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, van alle leidinggevenden.

Artikel 2:40D, lid d d. wettelijke bewijsstukken, ingevolge artikel 30d, vierde lid, onder b, van de wet, van alle leidinggevenden.

Artikel 2:40G, Weigeringsgronden, wordt als volgt gewijzigd. Betreft technische/tekstuele wijziging waardoor de bepaling duidelijker wordt en beter uitvoerbaar en de bepaling wordt gewijzigd in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet

Bestaande tekst Artikel 2:40G, lid 1, onder b b. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan, behoudens in het geval een gerede kans bestaat dat functiewijziging op de locatie planologisch ingepast kan worden en het college de principebereidheid heeft uitgesproken om een procedure tot afwijken het bestemmingsplan voor de locatie te starten. Artikel 2:40G, lid 2, onder b b. de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg voor het publiek toegankelijk is

Nieuwe tekst Artikel 2:40G, lid 1, onder b b. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het omgevingsplan, behoudens in het geval een gerede kans bestaat dat functiewijziging op de locatie planologisch ingepast kan worden en het college de principebereidheid heeft uitgesproken om een procedure tot afwijken het bestemmingsplan voor de locatie te starten. Artikel 2:40G, lid 2, onder b b. de speelautomatenhal toegankelijk is voor het publiek via een andere inrichting en niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg of een centrale hal. De speelautomatenhal heeft een eigen toegang.

5

Artikel 2:40H, intrekkingsgronden wordt als volgt gewijzigd. Betreft een inhoudelijke wijziging waarbij twee verplichte intrekkingsgronden zijn opgenomen. Dit is in overeenstemming met de bepalingen van het exploitatiestelsel van de openbare inrichting van artikel 2:28. Ook is de bepaling onder h, geschrapt. Deze bepaling volgt al uit de wet zelf.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:40H Intrekkingsgronden De burgemeester kan een vergunning intrekken indien: a. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming is; b. de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend, zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:40G, tweede lid, onder a.; c. aannemelijk is dat de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal; d. de leidinggevende strafbare feiten pleegt in de speelautomatenhal, dan wel toestaat of gedoogt dat in de speelautomatenhal strafbare feiten worden gepleegd; e. zich in of vanuit de speelautomatenhal anderszins feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de speelautomatenhal gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal; f. gedurende een periode van tenminste zes maanden geen gebruik van de vergunning wordt gemaakt; g. in strijd met deze verordening of met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wordt gehandeld; h.

de bepalingen bij of krachtens titel VA, paragraaf 2, van de wet zijn overtreden.

Artikel 2:40H Intrekkingsgronden 1. De vergunning wordt ingetrokken indien: a. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming is; b. niet voldaan wordt aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, van de wet gestelde eisen. 2. De vergunning kan worden ingetrokken indien: a. de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend, zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:40G, tweede lid, onder a.; b. aannemelijk is dat de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal; c. de leidinggevende strafbare feiten pleegt in de speelautomatenhal, dan wel toestaat of gedoogt dat in de speelautomatenhal strafbare feiten worden gepleegd; d. zich in of vanuit de speelautomatenhal anderszins feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de speelautomatenhal gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal; e. gedurende een periode van tenminste zes maanden geen gebruik van de vergunning wordt gemaakt; f.

in strijd met deze verordening of met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wordt gehandeld.

6

Artikel 2:40N Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen, wordt als volgt gewijzigd. Betreft een technische wijziging omdat deze bepaling nu in de model APV van de VNG is opgenomen. Deze bepaling is nu overgenomen om uniformiteit na te streven.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:40N Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen (L) 1. De burgemeester kan een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet in het belang van de openbare orde, veiligheid, gezondheid of zedelijkheid of als er naar zijn oordeel sprake is van bijzondere omstandigheden voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten. 2. Onverminderd hetgeen in artikel 5:24 van de Algemene Wet bestuursrecht is bepaald omtrent de bekendmaking, wordt het bevel tot sluiting tevens bekend gemaakt door een schrijven, waaruit van dat bevel tot sluiting blijkt, aan te brengen op of nabij de toegang(en) van het gebouw of het erf. 3. Een sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 4. Het is de rechthebbende op het gebouw en/of het erf, verboden om, nadat het bevel tot sluiting bekend is gemaakt op de in het tweede lid aangegeven wijze, daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven. 5.

Het is een ieder verboden om, nadat het bevel tot sluiting openbaar bekend gemaakt is op de in het tweede lid aangegeven wijze, in een bij dit bevel gesloten gebouw en/of erf als bezoeker te verblijven. 6. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het onderwerp van de regeling van het eerste lid elders wordt voorzien in deze verordening of in artikel 13b van de Opiumwet.

Artikel 2:40N Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Een ieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

7

Artikel 2:40O, Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (L), wordt als volgt gewijzigd. Betreft een technische wijziging omdat deze bepaling nu in de model APV van de VNG is opgenomen. Deze bepaling is nu overgenomen om uniformiteit na te streven.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:40O Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (L) 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c. bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken.

Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:

Artikel 2:40O Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28, 2:39, 2:40B of 3:3; b. beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit; c. exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied. 4. De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt: a.

voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd; b. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder; c. het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; d. het nummer van inschrijving in het Handelsregister; e. voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder; f. voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en

8

a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens het vijfde en zesde lid gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. 5. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b.

het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 6. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij

5.

6.

7.

8.

9.

beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten; g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; d. als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f. als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.

De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare

9

verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of d. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of e. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of f. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of g. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of h. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of i.

de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. 8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, onder a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een

feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c. er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:40N, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Een ieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13.

Het is een ieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 15. In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem

10

gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 11. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 12. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 13. In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 14. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:48A, Verkoop en gebruik lachgas(L) wordt geschrapt. Lachgas valt onder de Opiumwet en kan nu gehandhaafd worden via het Damoclesbeleid of op grond van artikel 2:74A openlijk drugsgebruik

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:48A Verkoop en gebruik lachgas (L) 1. Onder lachgas wordt verstaan: een anorganische verbinding van stikstof en zuurstof met als bruto formule N2O (distikstofmonoxide), waarvan de verkoop en het gebruik - al dan niet in combinatie met gaspatronen, ballonnen, (slagroom)spuiten of een tank - voor recreatieve doeleinden plaatsvindt. 2. Het is verboden op openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen lachgas te gebruiken als dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken. 3. Het is verboden bij evenementen, zoals bedoeld in artikel 2:24, lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten, of al dan niet tegen betaling aan te bieden. 4. Het is verboden op openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen, die deel uitmaken van een door de burgemeester aangewezen gebied, lachgas te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of al dan niet tegen betaling aan te bieden.

11

Artikel 2:50A, Messenverbod en andere voorwerpen als steekwapen wordt nieuw toegevoegd. Betreft een inhoudelijke wijziging en is conform de model APV van de VNG. Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:50A Messen en andere voorwerpen als steekwapen 1. Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben. 2. Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn. 3. Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

Artikel 2:71, Definitie wordt als volgt gewijzigd. Betreft een technische/juridische wijziging. Bestaande tekst Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in het Vuurwerkbesluit.

Nieuwe tekst Artikel 2:71 Definitie In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Artikel 2:78, Gebiedsontzeggingen wordt als volgt gewijzigd. Betreft een inhoudelijke wijziging die beter aansluit op de jurisprudentie. De bepaling sluit aan bij model APV van de VNG.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden. 2. De burgemeester beperkt de krachtens het eerste gegeven bevel, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een bevel.

Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 3x24 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 2. Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid, kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om

12

gedurende ten hoogste aantal acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn. 3. De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod. 4. Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid. Artikel 3:7, lid 1, onder i, Weigeringsgronden wordt als volgt gewijzigd. Betreft een technische/tekstuele wijziging in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bestaande tekst Artikel 3:7, lid 1, onder i i. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op zal leveren met een geldend bestemmingsplan of een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd.

Nieuwe tekst Artikel 3:7, lid 1, onder i i. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op zal leveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.

Artikel 3:9, lid 1, onder g, Intrekkingsgronden wordt als volgt gewijzigd. Betreft een technische/tekstuele wijziging in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bestaande tekst Artikel 3:9, lid 1, onder g g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan;

Nieuwe tekst Artikel 3:9, lid 1, onder g g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met het omgevingsplan;

Artikel 5:23, lid 3, Organiseren van een snuffelmarkt wordt als volgt gewijzigd. Betreft een technische/tekstuele wijziging in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bestaande tekst Artikel 5:23, lid 3 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

Nieuwe tekst Artikel 5:23, lid 3 3. De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met het omgevingsplan.

Artikel 6:5 Overgangsbepaling wordt als volgt gewijzigd. Betreft een technische wijziging waarbij het tweede lid wordt geschrapt. Deze bepaling is niet meer van toepassing. Bestaande tekst Artikel 6:5 Overgangsbepaling 1. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en

Nieuwe tekst Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige

13

waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2. Vergunningsbesluiten, genomen op grond van artikel 2:40B, eerste lid, van de in artikel 6:4 genoemde in te trekken verordening, blijven onverminderd van kracht tot het einde van de looptijd van die vergunning.(L)

besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=450c3c0a-57da-4543-853c-c78223482f7e