BL Strategie_agenda_natuur
Tekst van het document
STRATEGIE AGENDA NATUUR 2030
‘Van groen dromen naar groen doen’
Gemeente Lelystad 2023
INHOUD
1. INTRODUCTIE
3
2. AMBITIES
6
3. GEBIEDSFOTO NATUUR IN LELYSTAD
8
4. OPGAVEN: WAT KOMT ER OP ONS AF?
15
5. VISIE HOOFDSTAD VAN DE NIEUWE NATUUR
18
6. STRATEGIE: VAN GROEN DROMEN NAAR GROEN DOEN
19
7. VERVOLG
23
Beleidsvisie voor het Cultuurbeleid 2024- 2030
2
1. INTRODUCTIE Lelystad hoofdstad van de nieuwe natuur
Bij vaststelling van het raadsakkoord 2022-2026, de strategische agenda, Lelystad Next Level, Omgevingsvisie en Koersdocument zijn er stevige ambities en doelstellingen geformuleerd voor Lelystad als hoofdstad van de nieuwe natuur (HNN). Hiermee is natuur een belangrijke drager geworden voor verdere ontwikkeling van de stad en het benutten hiervan voor de realisatie van meerdere maatschappelijke opgaven. Lelystad is een groene stad met veel (nieuwe) natuur. De basiskwaliteit voor het behouden en verder ontwikkelen van natuur in en om Lelystad is goed. De bestaande groenstructuren met onder andere Nationaal Park Nieuw Land (incl. Marker Wadden en Oostvaarderplassen), Natuurpark, Zuigerplasbos, de stadsbossen en parken zijn iconisch en maken deel uit van onze identiteit. Lelystad hecht waarde aan de wisselwerking tussen mens, stad en natuur. Natuur is altijd dichtbij. Er is een opgave om een beter evenwicht te creëren zodat Lelystad op een goede manier bij kan dragen aan én gebruik kan maken van de natuur. Zo zijn de stad en haar inwoners beter bestand tegen huidige, maar vooral ook toekomstige uitdagingen in een stad met groeiambities.
Biodiversiteit onder druk
Al tientallen decennia dunt het planten- en dierenrijk in hoog tempo uit en worden ecosystemen steeds kleiner en van lagere kwaliteit. Als deze neerwaartse trend niet stopt, komt o.a. de voedselvoorziening onder druk te staan. Ook zal schoon water en schone lucht schaars worden. Door toenemende verstedelijking wordt de druk op de aanwezige ruimte en biodiversiteit steeds groter. Stedelijke ontwikkelingen gaan hard, waarbij flora en fauna niet de aandacht krijgen die ze verdienen. Net als de negatieve gevolgen hiervan voor de mens en haar leefomgeving. De hoge dichtheid van wonen, werken, recreëren en mobiliteit brengen ook andere problemen met zich mee. Te denken valt aan hittestress en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering, toenemende CO2-uitstoot, (lucht)vervuiling, onveiligheid en psychische klachten zoals stress, eenzaamheid en depressie. Daarnaast richten we ons vaak vooral op de voordelen van natuur voor ons als mens, maar de natuur heeft ook een intrinsieke waarde. Dit heeft betrekking op het welzijn van planten en dieren.Niet voor niets staat biodiversiteitsherstel hoog op de agenda bij verschillende overheidslagen. We kunnen nog veel doen voor het Strategie Agenda Natuur 2030
behoud van dier- en plantensoorten die door toedoen van de mens snel verdwijnen (WUR, 2020). En daarin heeft ook de gemeente een rol. Natuur lost de problemen die verstedelijking met zich meebrengt niet volledig op, maar het kan wel veel voordelen bieden. Een natuurlijke leefomgeving maakt ons weerbaarder tegen stress en negatieve gevoelens, draagt bij aan sneller herstel na ziekte, draagt bij aan een klimaatrobuuste omgeving en biedt verkoeling in de zomer. Daarnaast draagt een natuurrijke omgeving bij aan het zuiveren van de lucht, beperken van geluidsoverlast, heeft het een positief effect op vastgoedwaarde van woningen en kantoren, zorgt het voor een beter sociaal klimaat en het stimuleren van beweging (De Groene Stad, 2017).
Natuur Als we het in deze Agenda hebben over de natuur in en om de stad spreken we nadrukkelijk van natuur in plaats van groen. Hierbij sluiten we aan op het recent verschenen onderzoek van PBL ‘Natuur in en om de stad’ (2023). Bij het spreken over ‘natuur’ voorkomen we de klassieke scheiding van ‘stad’ en ‘land’ en gaan we uit van een natuurinclusieve benadering, waarbij stad en land juist verweven zijn. Internationaal onderzoek benadrukt dat er tal van waarden zijn die de natuur levert, ook wel ecosysteemdiensten genoemd. Deze diensten bestaan uit de intrinsieke (verscheidenheid aan planten- en diersoorten zijn waardevol op zichzelf) en instrumentele (zoals verkoeling van de stad of opvang van water door natuur) waarden van natuur, maar ook de relationele waarden (zoals zingeving, sociale cohesie en de zorg die men draagt en voelt voor natuur) en economische waarden (zoals producten en recreatie). Het erkennen van deze verschillende waarden is van bijzonder belang in de stedelijke leefomgeving, waar de ruimte schaars is en natuur de mogelijkheid biedt om via één ruimtelijke ingreep meerdere opgaven (en belangen) aan te pakken (PBL, 2023).
3
1. INTRODUCTIE
Rollen in het natuurbeleid EU en het Rijk Het Rijk, de provincie en de gemeenten hebben verschillende taken op het gebied van natuur en landschap. Het Rijk stelt de doelen voor het natuurbeleid vast en moet ervoor zorgen dat voldaan wordt aan de Europese weten regelgeving (bv. de Vogel- en Habitatrichtlijn). Hoewel het natuurbeleid grotendeels in handen is van de provincies blijft het Rijk nog steeds de eindverantwoordelijke voor natuur, zorgt voor wettelijke natuurbescherming en het nakomen van (internationale) afspraken. Op rijksniveau is er momenteel veel aandacht voor de staat van de natuur in Nederland. Dit is onder andere te merken aan de hoeveelheid rijksprogramma’s waar natuur een belangrijke rol speelt, zoals Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), Deltaprogramma en Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW).
Agenda Natuur
Om invulling te kunnen geven aan de bestaande ambities en doelen, binnen de complexiteit van de verschillende opgaven, is er een duidelijke focus en een stevig fundament nodig. De Agenda Natuur vormt deze basis en biedt de vertaling naar gemeentelijke inzet van maatregelen. Om tot deze Agenda te komen is een proces ingericht waarbij verschillende producten worden opgeleverd: 1. de strategie en 2. het uitvoeringsprogramma. De Strategie Agenda Natuur moet dan ook gezien worden als het raamwerk waarbinnen de verdere concretisering plaatsvindt. Gedurende het gehele proces vindt er participatie plaats. De opgave die de stad heeft, kan immers niet alleen door de gemeente worden aangepakt. Daar is een groot netwerk van partners voor nodig.
Provincie Provincie Flevoland wil de biodiversiteit binnen én buiten natuurgebieden herstellen. Het bestaande Natuur Netwerk Nederland (NNN) vormt het fundament voor behoud van de (internationale) natuurwaarden. Het behalen van de (internationale) natuurdoelen is echter niet alleen afhankelijk van de Natura 2000- en NNN-gebieden. De andere natuur in Flevoland is minstens zo belangrijk voor het behalen van die doelen en voor biodiversiteitsherstel. Werkelijke biodiversiteitswinst is alleen te behalen is als we de kwaliteit van natuur in het agrarisch gebied, de stad en in de randen van de natuurgebieden verbeteren. Het Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen werken samen aan de ontwikkeling van een ‘natuurinclusieve’ samenleving. Gemeente De gemeente Lelystad heeft een aantal wettelijk vastgelegde taken op het gebied van natuur en biodiversiteit die hun basis kennen in de wet Natuurbescherming. Deze hebben betrekking op het afgeven van een omgevingsvergunning, waarbij de gemeente relevante ecologische informatie aanbiedt, adviseert en toetst. De gemeente is vervolgens ook nog verantwoordelijk voor het controleren en handhaven van de werkzaamheden. In aanvulling daarop heeft de gemeente een wettelijke zorgplicht voor alle inheemse soorten die van belang zijn voor een goed functionerend ecosysteem.
Strategie Agenda Natuur 2030
4
Proces Agenda Natuur De Agenda Natuur wordt in 5 fasen opgesteld. In de eerste fase zijn enkele analyses uitgevoerd. In de beleidsanalyse is een overzicht gemaakt van het bestaande natuurbeleid Lelystad. Aan de hand van de ‘lagenbenadering’ is het landschap en de natuur in en rondom Lelystad in kaart gebracht. Tot slot zijn de inwoners, via een enquête, gevraagd naar hun mening en beleving van natuur in en rondom de stad. In de tweede fase zijn de resultaten van fase 1 vertaald naar een strategie (dit document). Hiervoor zijn meerdere bijeenkomsten georganiseerd met experts, gebiedspartners en met verschillende beleidsdomeinen binnen de gemeentelijke organisatie om tot een aanscherping van de opgaven, visie en uitgangspunten te komen. Dit vormt samen het raamwerk van de strategie. In de derde fase wordt de strategie met bijbehorende uitgangspunten concreet uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma Agenda Natuur. Daarin staat centraal wat de gemeente kan doen om de visie te verwezenlijken. Ook dit doen we met de gebiedspartners en inwoners van Lelystad. Het uitvoeringsprogramma wordt in het najaar van 2023 voorgelegd aan de gemeenteraad. Vervolgens worden de specifieke projecten of maatregelen uitgewerkt met de partners in fase 4. Tot slot begint vanaf 2024 de uitvoering van de Agenda Natuur in fase 5.
Strategie Agenda Natuur 2030
Leeswijzer
De Agenda Natuur is niet een losstaand document maar een nadere uitwerking van reeds bestaande ambities en doelen. Welke dat zijn wordt toegelicht in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt de ‘Gebiedsfoto Natuur in Lelystad’ beschreven aan de hand van de resultaten uit de analyses. Het geeft inzicht in de huidige situatie van natuur in en rondom de stad. In hoofdstuk 4 worden enkele grote (ruimtelijke) opgaven benoemd die op ons afkomen, die specifiek Lelystads zijn en waar we met de Agenda Natuur (deels) een antwoord op moeten geven. Denk hierbij aan opgaven als biodiversiteitsherstel, de Lelystadse groeiambitie en klimaatadaptatie. Hoofdstuk 5 bevat de visie op natuur in Lelystad dat richting geeft voor de verdere uitwerking van de Agenda Natuur. Om deze visie te verwezenlijken zijn er vijf uitgangspunten geformuleerd, die in hoofdstuk 6 worden geduid. In bijlage 1 is een begrippenlijst opgenomen met veelvoorkomende begrippen in dit document en in bijlage 2 een lijst van gebiedspartners en betrokkenen bij het proces.
5
2. AMBITIES
‘’Lelystad, hoofdstad van de nieuwe natuur, is in 2040 een zelfstandige, sociaal veerkrachtige, duurzame, aantrekkelijke en economisch sterke stad met 100.000 inwoners. Hiervoor gaat Lelystad haar potentie volop benutten en kiest voor haar unieke kwaliteiten én de onderscheidende regionale positie’’. Bovenstaande ambitie is vastgelegd in het Koersdocument Lelystad 2040. Dit Koersdocument bevat een samenhangende koers voor de fysieke, sociale en economische ontwikkeling van Lelystad. Een eenduidige koers voor de gemeentelijke organisatie, die de richtinggevende kaders biedt, focus aanbrengt en een kapstok is voor programma’s en projecten in de stad. Als kaderstellende uitgangspunten wordt het volgende meegegeven: meer inwoners een hogere economische status te laten verkrijgen; meer balans en draagkracht van de bevolking en voldoende kwantitatieve en kwalitatieve publieke en commerciële voorzieningen; het regionaal potentieel als vestigingsplaats voor ondernemers en aantrekkelijke woongemeente meer en beter te benutten. De stad benut de kracht van haar sterke elementen zoals het water, de natuur en de ruimte. Lelystad is hoofdstad van de nieuwe natuur en onderscheidt zich daarmee.
De inzet richt zich onder andere op het ontwikkelen van een beleefbare natuur- en kustzone, natuurinclusief ontwikkelen en bouwen, een duurzame klimaatbestendige stad en door een kwaliteitsimpuls van het bestaande groen. Strategie Agenda Natuur 2030
Hoofdstad van de Nieuwe Natuur in 2040 (Omgevingsvisie) ‘De stad biedt ruimte voor duurzame ontwikkeling. Er is fors geïnvesteerd in natuur rond de stad en deze is verbonden en verweven met het wonen in de bestaande stad door groene inprikkers en stadsparken. Lelystad heeft het groen benut voor de verduurzaming van de stad. Lelystad biedt een gezonde leefomgeving: enerzijds door gezondheidsbescherming (milieueffecten en externe veiligheid) en anderzijds door gezondheidsbevordering (stimuleren van gezond gedrag door bijvoorbeeld meer beweging in de stad te stimuleren). De groene verstedelijking is hiervan de ruimtelijke uitwerking.’ In de Omgevingsvisie 1.0 (2021) is deze ambitie vertaald in ruimtelijke hoofdprincipes, waaronder een verwevenheid tussen stad en landschap. Een hoofdstad van nieuwe natuur met aantrekkelijke woonbuurten en vitale bewoners waarbij als algemene strategie is gekozen voor groene verstedelijking. Momenteel wordt er gewerkt aan een doorontwikkeling van deze visie. Daarin blijven de ruimtelijke hoofdprincipes leidend en zijn er richtinggevende principes op stads- en gebiedsniveau gemaakt die vooral moeten inspireren om vanuit bepaalde waarden een afweging te kunnen maken voor ruimtelijke ontwikkelingen. De groenstructuren zijn aangemerkt als 6
belangrijke ruimtelijke structuren en hebben een stevige positie in het afwegingskader voor de verdere ontwikkeling van de stad. Voor de kortere termijn is er door de Gemeenteraad in haar raadsprogramma het belang van natuur voor de stad onderschreven. Zij heeft uitgesproken trots te zijn op Lelystad als de hoofdstad van de nieuwe natuur en wenst er daarom meer bekendheid aan te geven en te investeren in projecten en maatregelen die deze status versterken. Dit wil de gemeente onder andere doen door in te zetten op natuurbeleving, de realisatie van een Kenniscentrum Nieuwe Natuur, versterking van de natuur in de stad, te zorgen voor soorten die belangrijk zijn voor het ecosysteem, duurzaam beheer en klimaatadaptatie.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de relevante beleidsdocumenten en hun relatie onderling. De gestelde ambities en doelen uit voorgaande beleidsdocumenten worden meegenomen in het opstellen van de Agenda Natuur. Zo staan bijvoorbeeld de ruimtelijke hoofdprincipes uit de omgevingsvisie (OVI) aan de basis van de Agenda Natuur. De inspanningen die voortvloeien uit de Strategie Agenda Natuur worden afgestemd met gebiedspartners en vastgelegd in een Uitvoeringsprogramma. Vervolgens zullen de inspanningen ook daadwerkelijk uitgevoerd moeten worden in projecten of beheer.
Afbeelding 1: Relevante beleidsdocumenten
Strategie Agenda Natuur 2030
7
3. GEBIEDSFOTO NATUUR IN LELYSTAD
Lelystad is de hoofdstad van de nieuwe natuur; de jonge stad ligt midden in de natuur en ontleent hier haar identiteit aan. Groen in en rond de stad is vanaf het prille begin een belangrijke kwaliteit van Lelystad geweest. Het groen in de stad vormt een basiskwaliteit voor het wonen in Lelystad. De aantrekkelijke natuurgebieden en bossen om de stad heen beschermen de jonge polderstad. De natuur is wezenlijk onderdeel van het DNA van de stad.
scheid tussen hoofd- en bijzaken. De herhaling van de identieke dreven en van het vele groen met eenzelfde karakter waren hier de oorzaak van. In het groenstructuurplan is daarom een hoofdgroenstructuur voorgesteld bestaande uit vlakken, lijnen, plekken en ecoroutes. Zodat uitwisseling kon plaatsvinden van planten- en diersoorten. Een belangrijk rol hierin speelden de IJsselmeerdijk, spoordijk en groenzones langs dreven.
De veranderende rol van groen in de stad
Lelystad is ontworpen als een functionalistische stad met inspiratie uit de Garden Cities en New Towns van Amerika, met een kleinschalig en tuinstadachtige karakter. Dit ging gepaard met grote woningproductie in de vorm van verdichting door hoogbouw, standaardisatie, platte daken en eenvormigheid in bouwprojecten met repeterend gebruik en moderne materialen en strakke bouwvormen. Er moesten omstandigheden geschapen worden voor meer vrije tijd, spontane ontmoeting en omgang tussen mensen. Hier was het motto: rustig en groen wonen voor iedereen met gemeenschappelijke parken in de nabijheid! Zo werd de basis gelegd voor het huidige groenblauwe raamwerk. Bij het opstellen van het groenstructuurplan in 1997 werd geconstateerd dat de oorspronkelijke opzet werd bepaald door monotonie en het ontbreken van onderStrategie Agenda Natuur 2030
8
Afbeelding 2: Natuur in Lelystad Vandaag de dag is Lelystad nog steeds een van de groenste steden van Nederland (plek 7 in 2023). Het gaat daardoor relatief goed met de biodiversiteit in de stad. Tegelijkertijd bevindt Lelystad zich in een periode van omvorming, van snelle groeiers (zoals populieren) uit het verleden naar robuuste bossen en groenstructuren van de toekomst.
Analyse landschap & natuur
Aan de hand van de ‘lagenbenadering’ is de stad geanalyseerd in de OVI. Eenzelfde methodiek is gebruikt om de natuur in de verschillende (stads)landschappen te analyseren. Bij de lagenbenadering wordt het landschap traditioneel verdeeld in 3 verschillende lagen (zie afb. 3). Steeds vaker wordt daar een vierde sociaal-culturele laag aan toegevoegd. Afbeelding 3: Lagenbenadering Strategie Agenda Natuur 2030
9
Laag 1 ondergrond In de jaren 50 is Lelystad ingepolderd, waarbij de bodem voornamelijk bestaat uit lichte klei. Aan de noordzijde van de stad vind je nog lichte zavel en fijn zand. Dit zijn restanten van de voormalige monding van de IJssel. Lelystad ligt op circa -4.5m N.A.P. Hierdoor is het gebied gevoelig voor verzilting en bodemdaling. Dit effect wordt vergroot door toenemende klimaatverandering. Het watersysteem wordt gevormd door een fijnmazig netwerk van sluizen en gemalen. De waterstaatkundige geschiedenis vormt een belangrijke kwaliteit en is beeldbepalend voor het landschap. Denk hierbij aan de dijken, waterwegen en grote wateren. De waterwegen vormen ook belangrijke verbindingen voor mens en dier. De grote hoeveelheid groen (213m2/inwoner) en belangrijke natuurgebieden rondom de stad geven Lelystad een goede uitgangspositie op het gebied van biodiversiteit. Uit recentelijk onderzoek blijkt dat de huidige omstandigheden voor biodiversiteit zeer goed zijn (zie afb.4). Tegelijkertijd laten trendanalyses zien dat het met bepaalde soorten minder goed gaat, is de kwaliteit van de natuur aan een forse verbetering toe en staan steeds meer (ecologische) verbindingen onder druk door stedelijke ontwikkeling, versnippering en recreatie. Afbeelding 4 laat ook zien dat de toekomstige omstandigheden onder druk staan door klimaatverandering.
De verwachting is dat toegenomen hitte en droogte in de stad een negatieve impact hebben op het ecosysteem.
Laag 2 netwerklaag Bij de netwerklaag wordt ook wel gesproken over groenblauwe netwerken, waarbij groen staat voor o.a. de beplantingsstructuren, parken en bossen en blauw voor water(verbindingen). Dit netwerk is van essentieel belang voor het verbinden van verschillende natuurgebieden en parken. Het verbindt de verschillende leefgebieden (biotopen) van planten en dieren. Hierdoor kunnen diersoorten migreren van de ene naar de andere plek, onder andere voor voedsel en voortplanting. Het groenblauwe netwerk van Lelystad staat niet op zichzelf maar is, afhankelijk van de soorten, zelfs regionaal en (inter)nationaal verbonden. Ontwikkelingen elders, kunnen dus ook een effect hebben op het Lelystadse ecosysteem en vice versa. De gemeente heeft hier dan ook een bepaald belang bij. Op basis van de ‘groen en omgevingskwaliteit 2040’ kaart (zie volgende pagina) uit de omgevingsvisie 1.0 wordt er vanuit de Agenda Natuur, in samenwerking met de omgevingsvisie 2.0, aan een nieuwe kaart gewerkt om het groenblauwe raamwerk in beeld te brengen. Daarnaast is er reeds een ‘trek-routekaart’ ontwikkeld. Deze kaart toont op welke manier Lelystad onderdeel is van een groter netwerk, aan de hand van een aantal belangrijke (trek)routes voor verschillende diersoorten. Onder andere door stedelijke ontwikkeling is het huidige groenblauwe netwerk versnipperd geraakt.
Een hernieuwde blik op het groenblauwe netwerk kan helpen om de huidige knelpunten op te lossen (denk bijvoorbeeld aan faunapassages) en om kansen te verzilveren (denk bijvoorbeeld aan een verbinding tussen de stad en de Oostvaardersplassen).
Afbeelding 4: Huidige (links) en toekomstige (rechts) omstandigheden voor biodiversiteit (biodiversiteitsstresstest, 2019)
Strategie Agenda Natuur 2030
10
Groen en omgevingskwaliteit 2040 Omgevingsvisie 1.0
Afbeelding 5: Groenstructuren OVI 1.0
Afbeelding 6: (trek)routes 11
Laag 3 occupatielaag Laag 3 richt zich op de bewoning en het grondgebruik van de stad en het landschap. Vergeleken met andere Nederlandse steden heeft Lelystad een redelijk hoog percentage groen per buurt en inwoner, hoewel dit percentage verschilt per buurt (zie afb.7). Zo ligt het percentage groen in het stadscentrum tussen de 10-20% terwijl dit in de wijken aan de rand tot 75% is (klimaateffectatlas, 2023). Op basis van recentelijk onderzoek (groene stad challenge, 2021) zien we vergelijkbare resultaten. Langs de randen van de stad liggen een aantal grote bosgebieden, zoals het Zuigerplasbos, Natuurpark Lelystad en het Hollands Hout. Het buitengebied bestaat voornamelijk uit landbouwgronden en een aantal grotere (nieuwe) natuurgebieden, zoals de Oostvaardersplassen en de Marker Wadden.
Boswijk en Atolwijk gemiddeld de hoogste score, terwijl Warande het laagste scoort. Inwoners van Lelystad vinden natuur in en om de stad erg belangrijk. Zo vinden Lelystedelingen dat een groene stad er aantrekkelijk uitziet, het bijdraagt aan de biodiversiteit en beter is voor het klimaat. Daarnaast benoemen de inwoners dat zij zich gezonder voelen in de buurt van natuur en maken ze er op veel verschillende manieren gebruik van. Er wordt veel gewandeld, de hond uitgelaten, gefietst, gesport en gespeeld in de natuur door Lelystedelingen. In de natuur zijn werkt ontspannend, inwoners genieten van het groen en de dieren en om ‘er even tussenuit te zijn’. Hoewel de inwoners hun stad al als groen ervaren, valt er nog genoeg te dromen over de natuur. In de enquête is aan de inwoners gevraagd: als jij mag dromen over de natuur in Lelystad, wat zou je dan willen? Veel Lelystedelingen dromen over méér natuur in en om de stad, waaronder meer bomen, meer bloemen en meer diversiteit in de natuur. Daarnaast is er behoefte aan goed onderhouden natuur, meer speelplekken, meer parken in de stad en meer paden om de natuur optimaal te kunnen ervaren.
Afbeelding 7: Groen per buurt (klimaateffectatlas, 2023) Laag 4 sociaal culturele laag De vierde laag gaat over de sociale en culturele waarden die we toekennen of ontlenen aan de omgeving. Om inzicht te krijgen in wat inwoners belangrijk vinden aan natuur in en om de stad is eind 2022 een vragenlijst onder inwoners verspreid. In totaal hebben 1.194 inwoners de vragenlijst ingevuld. In de rapportage Groene Stad, Inwonerspeiling (2023) van de gemeente Lelystad wordt verslag gedaan van de resultaten. Uit de enquête blijkt onder andere dat inwoners Lelystad ervaren als een groene stad. Gemiddeld krijgt het groen in Lelystad een rapportcijfer van een 7,7. Ook de eigen wijk wordt door Lelystedelingen als groen ervaren, met gemiddeld een 7,3. Er zitten echter wel verschillen tussen woonwijken van Lelystad. Zo hebben
Strategie Agenda Natuur 2030
Afbeelding 8: Dromen over groen (Inwonerspeiling, 2023)
12
Resultaten participatie Analysefase In de eerste fase van het participatieproces is vooral opgehaald wat er in de Agenda Natuur moet komen te staan: aan welke doelen moet de gemeente werken en met welke aspecten moet er rekening gehouden worden? Hier zijn een aantal belangrijke conclusies uit voortgekomen: • Er is al veel natuur met hoge ecologische waarde te vinden in en om Lelystad. Dit kan worden verklaard door de goede natuurcondities in Lelystad. We moeten de bestaande natuur koesteren en goed onderhouden. Het beheer van natuur moet aan de voorkant geregeld worden. Daarnaast werd er opgeroepen om deze groenblauwe identiteit van Lelystad sterker uit te dragen. • Over soorten is ook veel gezegd. Tastbaar maken, meten aan de hand van soorten. Verhalen vertellen met bepaalde soorten die mensen helpen meer van de natuur te houden, te verbinden. Daarnaast is het belangrijk de soorten te benoemen die voor Lelystad van grote waarde zijn: waar zetten we op in? Deze soorten werken exemplarisch en inspirerend om een helder verhaal te communiceren en draagvlak voor natuurbehoud en ontwikkeling te creëren. Het benoemen van doelsoorten kan helpen in het meten van de natuurkwaliteit in Lelystad: is de populatie gegroeid of afgenomen? • De boeren rondom Lelystad voelen zich gastheer van het buitengebied.
Zij zijn bereid om een rol te spelen in recreatie in het buitengebied om de natuurbeleving en -educatie te bevorderen. Geef aandacht aan goede wandel- en fietspaden om het buitengebied aantrekkelijker te maken. Dit versterkt de verbinding met de inwoners van de stad. Een mooi voorbeeld hiervan is het Toeristisch Overstappunt (TOP) Boer en Natuur. Daarnaast zijn veel Lelystadse boeren al bezig met het vergroenen van hun erven om zo een bijdrage te kunnen leveren aan de biodiversiteit. • Er zijn echter nog flinke stappen te zetten in het meenemen van natuur in de verschillende opgaven waar Lelystad voor staat. Natuurlijke processen moeten aan de basis staan voor alle ruimtelijke ontwikkelingen: geef de natuur een stem. Een ruimtelijke ontwikkeling die geambieerd wordt is de vervlechting van de stad met de groene omgeving. Hiervoor zijn meerdere aspecten van belang: het creëren van hoogwaardige natuur in de stad, het verweven van deze stadsnatuur met de natuur
Strategie Agenda Natuur 2030
•
• •
•
•
•
•
rondom de stad en het benoemen van natuur op verschillende schaalniveaus. De waterkwaliteit van het oppervlaktewater in en rondom Lelystad is slecht; het zoutgehalte is te hoog. De natuurkwaliteit is sterk afhankelijk van de waterkwaliteit. Het is daarom belangrijk deze te verbeteren. Daarnaast is de hoogte van het grondwater een vraagstuk in en rondom Lelystad. Op sommige plekken zou de grondwaterstand verhoogd moeten worden, terwijl deze op andere plekken nu al te hoog is. Dit is een puzzel. Het is belangrijk om bij het oplossen van deze puzzel rekening te houden met het effect van de grondwaterstand voor natuur. Om draagvlak te creëren voor een natuurrijke stad, zijn natuureducatie en natuurbeleving van belang. Lelystad heeft een forse woningbouwopgave, dit brengt een uitdaging met zich mee. Er zijn zorgen dat de beoogde aantallen betekenen dat er belangrijke groenstructuren verdwijnen, zoals stadsparken of stedelijke uitloopgebieden. Dit ondanks dat er in de Woonvisie is opgenomen dat Lelystad verdicht waar wenselijk en daarbij voldoende groene delen en openbare voorzieningen in de woonwijken behoud. Ook is nadrukkelijk benoemd dat in het bijzonder niet onze natuurparken worden gevuld met gebouwen. Bewoners ervaren dit anders.
De ondergrondse infrastructuur en parkeerplaatsen beperken de ruimte om in de openbare ruimte groen aan te leggen terwijl dit voor klimaatadaptatie, gezondheid en biodiversiteit juist zo belangrijk is. Dit moet omgedraaid worden: waar je mag bouwen in de stad moet afhankelijk worden van de natuur. Koppel natuur aan andere opgaven. Natuur is van belang voor gezondheid, jeugdzorg, een goed vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven, sport en beweging, etc. Neem andere beleidsterreinen letterlijk mee naar buiten, de natuur in. Bied hierbij ook experimenteerruimte, bijvoorbeeld voor vormen van natuurinclusief bouwen. In het oude gemeentelijke beleid lag voornamelijk de focus op natuurkwaliteit, maar niet zo zeer op natuurbeleving. Houd bij het ontwikkelen van natuur in en rondom Lelystad rekening met de bewoners. Sterker nog: ontwikkel het samen met bewoners! Het haalbaar maken van de ambities hangt ook nauw samen met de financiering. Niet alleen voor de initiële investeringen maar ook de beheerkosten. Natuur is nu vaak een sluitpost.
13
• •
Neem beheer aan het begin van je proces of ontwerp mee, zodat het in de uitvoering en onderhoud ook goed gaat. Om de ambities te realiseren is er benadrukt dat er in de gemeentelijke organisatie een cultuurverandering nodig is om natuur zwaarder mee te laten wegen in de ruimtelijke vraagstukken. Er is intern behoefte aan eenduidigheid, richtlijnen, ontwerpprincipes en concrete kaders waaraan getoetst kan worden of die als vertrekpunt kunnen dienen. De gemeente moet zelf het goede voorbeeld geven.
Conclusie gebiedsfoto
Lelystad is al vanaf haar ontstaan een groene woonstad met een stevig groenblauw raamwerk. De stad kenmerkt zich door dit groene DNA. Dit biedt een goede uitgangspositie voor een gezonde natuur in en rondom de stad. Het groen in en rondom de stad wordt door de bewoners hoog gewaardeerd, ondanks verschillen tussen wijken. Er is vanuit verschillende partners en bewoners een hoge bereidheid om samen aan de slag te gaan met groen en natuur in de stad, alhoewel er ook wordt aangegeven dat er focus nodig is. Behoud en koester de bestaande natuur en werk samen aan een gezond ecosysteem. Enkele manieren om dit te doen zijn het definiëren van belangrijke soorten en door natuur ‘een stem’ te geven. Alhoewel Lelystad een goede uitgangspositie heeft voor het behouden en ontwikkelen van een gezond ecosysteem is het belangrijk dat men anticipeert op toekomstige opgaven. Het systeem komt onder druk te staan door toenemende klimaatverandering en verstedelijking. In het volgende hoofdstuk leest u hier meer over.
Strategie Agenda Natuur 2030
14
4. OPGAVEN
Nederland staat voor een aantal complexe, urgente maatschappelijke vraagstukken. Het gaat onder andere om het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering, de overstap naar hernieuwbare energie, het nijpende woningtekort, de verduurzaming van de landbouw en een aanzienlijke uitbreiding van het natuurareaal. Stuk voor stuk opgaven die niet alleen impact hebben op onze leefstijl, maar ook op ons landschap. Ze leggen een stevige claim op de schaarse en intensief gebruikte ruimte in ons dichtbevolkte land. Ook Lelystad krijgt hiermee te maken. Er is in Nederland veel energie om te werken aan verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving, perspectief voor de landbouw en het welbevinden van de mensen. Het is lastig zoeken naar de beste manieren om dit te doen, omdat veel samenhangend en daarom complex is. De tot nu toe gekozen benaderingen (strategieën), die steeds focussen op de korte termijn en reageren op de problemen die voorbijkomen, werken niet meer. Er zal veel meer vanuit een systeemblik gekeken moeten worden. Er zijn veel (inter)nationale visies, programma’s en beleidsvoornemens die een breed palet aan maatschappelijke opgaven verkennen en richting proberen te geven aan beleid. Hierin worden ambities en doelen genoemd die de kaders schetsen waarbinnen we zouden moeten Strategie Agenda Natuur 2030
werken aan de eerdergenoemde opgaven. Er zijn ambities en doelen genoeg, maar de onderlinge afstemming en integraliteit ontbreekt vaak. Voor een goede aanpak is focus en een integrale aanpak onvermijdelijk. Voor de Agenda Natuur zien we een aantal hoofdopgaven waar we een bijdrage aan zouden kunnen leveren of simpelweg iets mee moeten. 1. Natuur- en biodiversiteitsherstel Nederland heeft verschillende soorten beschermde natuurgebieden, zoals het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Natura 2000-gebieden. Verschillende wetten en regels beschermen deze gebieden. De Natura 2000 gebieden (vogel- en habitatrichtlijnen) zijn in Nederland vertaald in de Wet Natuurbescherming. Op Europees niveau is een biodiversiteitsstrategie ontwikkeld. In de strategie spreekt men over ‘ten minste’ 30 procent beschermde natuur in 2030. De opgave in Nederland is 4,1% meer natuur. Ook is er op EU-niveau afgesproken dat al het water in Europa in 2027 schoon en gezond is. In Nederland vertaalt de Rijksoverheid de Kaderrichtlijn Water (KRW) in landelijke beleidsuitgangspunten, kaders en instrumenten. Daarnaast werken we op nationaal niveau aan natuurherstel en versterking, verbetering van de bodem en waterkwaliteit en de vermindering van stikstofuitstoot in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Verder heeft het Rijk het voornemen om water en bodem sturend te laten zijn bij 15
beslissingen over de inrichting van ons land. Dit heeft bijvoorbeeld gevolgen voor de manier waar en waarop we huizen bouwen en hoe we omgaan met natuurlijke hulpbronnen en de natuur. Verschillende overheden, waaronder gemeente Lelystad, werken samen aan biodiversiteitsherstel in onder andere het Deltaplan Biodiversiteits-herstel (o.a. opgave 10% groenblauwe dooradering landelijk gebied) en de Bossenstrategie (opgave 10% meer bos). Ook is een opgave voor gemeente Lelystad om te werken aan een (nieuwe) balans in het ecosysteem. 2. Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is van groot belang voor de toekomst om hitte, droogte en wateroverlast te voorkomen. Veel sectoren krijgen hiermee te maken en het heeft gevolgen voor zowel de landelijke als de regionale infrastructuur en beheer. In het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (DPRA) is afgesproken dat we in Nederland voor 2050 klimaatadaptief ingericht zijn. De concrete klimaatopgaven en maatregelen voor Lelystad zijn recentelijk vastgelegd in de Lelystadse Adaptatiestrategie (LAS). Uit de stresstesten van de LAS blijkt bijvoorbeeld dat wateroverlast en hittestress de belangrijkste risico’s zijn voor de stad. Hittestress speelt vooral op een aantal sterk versteende locaties, zoals bedrijventerreinen, het stadscentrum en een aantal oudere sterk versteende wijken.
Bij zware buien, blijft op veel plekken in de stad water staan en worden sommige wegen in wijken onbegaanbaar waardoor hulpdiensten worden gehinderd. Voor wat betreft droogte ligt een hoog risico bij gemeentelijk groen: met name in nieuwbouwwijken en herinrichting is hier een hoog risico op verdroging doordat nieuw aangeplant groen nog niet voldoende diep heeft kunnen wortelen. 3. Verstedelijking en recreatiedruk Door de urgentie van het landelijke woningbouwtekort, de ruimte die Lelystad heeft én de (groei)ambities van Lelystad ontstaat er druk om de woningambitie verder te verhogen. De raad heeft hiertoe een amendement aangenomen met de ambitie om tot 2040 met 40.000 nieuwe woningen te groeien. In de Woonvisie 20222027 en het raadsprogramma 2022-2026 staat tevens dat Lelystad zich ontwikkelt als klimaatadapatieve en natuurinclusieve stad. Het bouwen van extra woningen, en daarmee meer inwoners, geeft extra druk op de bestaande infrastructuur en recreatie- en natuurgebieStrategie Agenda Natuur 2030
den. Het vraagt enerzijds om zorgvuldig om te gaan met ruimte voor natuur en natuurbeleving. Anderzijds betekent dit dat het gebruik van de buitenruimte intensiever wordt. Aanvullend hierop zet Lelystad in op het versterken van de Vrijetijdseconomie door onder andere meer aanbod te realiseren dat resulteert in meer bezoekers van buiten de stad. Dit vraagt bijvoorbeeld om een andere inrichting en andere beheer. 4. Gezondheid en gezonde leefomgeving Voor de gezondheid van de inwoner van Lelystad is beweging en contact met natuur en landschap van groot belang. De Gezondheidsraad adviseert in en om steden meer groen voor recreatie aan te leggen aangezien de aanleg van ‘gezond groen’ is achtergebleven bij de groei en veranderde samenstelling van de stedelijke bevolking. Lelystad heeft een opgave om meer inwoners naar een hogere economische status te helpen en meer balans en draagkracht van de bevolking te krijgen. Vooral in de oudere wijken van de 70- en 80-er jaren wonen relatief veel kwetsbare groepen inwoners. Meer groen kan bijdragen aan een gezonde leefomgeving, door o.a. verkoeling, stressvermindering en het stimuleren van ontmoetingen. 5. Landbouwtransitie De land- en tuinbouw is van wezenlijk belang voor onze voedselvoorziening, ons landschap, de sociale cohesie en leefbaarheid op het platteland.
Een krachtige landbouwsector, die economisch sterk genoeg is om de omslag naar duurzame landbouw te maken, is een voorwaarde en een deel van de oplossing voor het realiseren van de natuur- en milieudoelen. De grote opgaven in de landbouw worden met veel partijen uitgewerkt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Binnen Lelystad zijn dat bijvoorbeeld Wageningen University & Research, de Lelystadse Boer en Flevolands Agrarisch collectief. Agroforestry, groenblauwe dooradering in het landelijk gebied, agrarische natuurbeheer en natuurinclusief boeren zijn slechts enkele voorbeelden waar op ingezet wordt. 6. Energietransitie Voor de energietransitie is het benodigde ruimtebeslag sterk afhankelijk van de te volgen koers. De Regionale Energie Strategieën (RES) zoeken naar een combinatie van de productie van windenergie en zonne-energie. Waar het Nationaal Programma RES streeft naar een 16
50/50-verhouding tussen zon en wind, komen de RES’en nu uit op een verhouding 80/20 zon/wind. Met de Agenda Natuur kijken we hoe natuur(maatregelen) kunnen bijdragen aan de inpassing van duurzame energie-opwek. 7. Borging in beleid In de gemeentelijke organisatie is een cultuurverandering nodig om natuur zwaarder mee te laten wegen bij ruimtelijke vraagstukken. Er is intern behoefte aan richtlijnen, ontwerpprincipes en concrete kaders waaraan getoetst kan worden. Ook is het belangrijk om aan te haken bij bestaand en nog op te stellen beleid, onder andere de Omgevingsvisie 2.0. In de Agenda Natuur is de opgave om te onderzoeken welke wettelijke mogelijkheden er zijn om natuur zwaarder te laten meewegen (bijvoorbeeld een groennorm) en hoe de Agenda Natuur geborgd kan worden in kaders en richtlijnen (bijvoorbeeld in het strategische beleidsplan Openbare Ruimte en het Digitale Handboek Openbare Ruimte).
Strategie Agenda Natuur 2030
17
5. VISIE: HOOFDSTAD VAN DE NIEUWE NATUUR
’Lelystad staat bekend om haar hoge natuurwaarden. De stad en het omliggende landschap zijn nauw verweven en onderscheiden zich door natuur van internationale allure. Lelystad heeft mede daardoor een gezond en prettig leefklimaat, waardoor nieuwe bewoners en bedrijven zich er graag vestigen’. Bovenstaande visie bestaat uit verschillende elementen die de volgende invulling kennen: Hoge natuurwaarden: een gezond, robuust en biodivers ecosysteem in en buiten de stad welke bestand is tegen klimaatverandering. We zorgen goed voor onze soorten, waarbij een natuurinclusieve aanpak bij elke ontwikkeling het uitgangspunt is. Stad en omliggend landschap zijn nauw verweven: waarbij de ruimtelijke hoofdprincipes uit de Omgevingsvisie centraal staan. Zo ontleent de stad haar identiteit aan het landschap met natuur in en rondom de stad. Groenstructuren sluiten zoveel mogelijk op elkaar aan, van hof tot horizon, waardoor planten, dieren en mensen makkelijk in hun eigen biotoop kunnen komen en leven. De groenstructuur is hierarchisch opgebouwd, welke bepalend is voor programmering van verschillende functies. Natuur van internationale allure: In Lelystad maken we (nieuwe) natuur. Een rivierdelta binnendijks, dynamische eilanden in een voormalige zeearm en zeer biodiverse bossen op voedselrijke kleibodems. We zijn Strategie Agenda Natuur 2030
vooruitstrevend en bieden experimenteerruimte. We dragen de groene identiteit van de stad uit. Gezond en prettig leefklimaat: Natuurlijke omgevingen leveren op verschillende manieren een bijdrage aan het verhogen van de betrokkenheid van mensen en hun gezondheid. Meer natuur in de directe woonomgeving verbetert het welzijn van de mens en kan bijdragen aan sociale cohesie in de buurt. De vitaliteit en weerbaarheid van onze inwoners wordt verhoogd en positieve gezondheid wordt gestimuleerd. Er is een duidelijke samenhang tussen verduurzamingsopgaven, natuurherstel en versterking van de biodiversiteit. Klimaatadaptatie betreft de inzet om hittestress te vermijden en wateroverlast beter op te kunnen vangen. (Stedelijke) soorten zijn in evenwicht, zodat het ontstaan van ziekten en plagen tot een minimum beperkt wordt. Natuur draagt bij aan een aantrekkelijker vestigingsklimaat: Vestigingskeuzes worden in steeds sterkere mate bepaald door een aantrekkelijke woonomgeving en de nabijheid van recreatieve voorzieningen. Lelystad biedt groene, onderscheidende woonmilieus en recreatie- en natuurgebieden van internationale allure. Als groene stad vormt Lelystad een aantrekkelijk alternatief voor drukkere gebieden van de Randstad, ook voor bedrijven waarvan de medewerkers graag in een groene omgeving wonen en werken.
Daarom moet de belevingskwaliteit van het groen en water in balans blijven met de groei van de stad. Dat geldt voor de wijken, maar ook voor de grotere groengebieden. 18
6. STRATEGIE: VAN GROEN DROMEN NAAR GROEN DOEN
Om de visie te verwezenlijken en samen aan de opgaven te werken waar Lelystad voor staat, werken we vanuit 5 uitgangspunten. Deze zijn leidend voor de verdere concretisering naar inspanningen:
We vullen dit aan met soorten die een indicator zijn voor succesvolle inrichting en beheer van de openbare ruimte.
1. Natuurlijke processen krijgen een stevigere positie bij ruimtelijke ontwikkelingen 2. Stad en natuur zijn beter met elkaar verweven 3. Mens en natuur zijn meer met elkaar verbonden 4. Klimaatadaptieve maatregelen en versterken biodiversiteit gaan hand in hand 5. Betere borging van natuur in de organisatie 1. Natuurlijke processen krijgen een stevigere positie bij ruimtelijke ontwikkelingen Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zetten we in op natuurinclusief, waarbij maatschappelijke en economische activiteiten ‘verweven’ zijn met de natuur. Hiervoor kijken we naar de gesteldheid van bodem-, water- en ecosysteem en zetten we in op activiteiten die geen negatieve effecten mogen hebben op natuurwaarden, dat er optimaal gebruik wordt gemaakt van wat de natuur te bieden heeft en dat bijgedragen wordt aan versterking van de natuur. Door een ‘Basiskwaliteit Natuur’ te hanteren geven we de natuur een stem. We creëren een set van condities die als basis nodig zijn om algemene soorten algemeen te laten zijn binnen het Lelystadse ecosysteem. Het soortenmanagementplan (SMP) is hierbij het wettelijke minimum.
Strategie Agenda Natuur 2030
Inspiratie: basiskwaliteit natuur Vogelbescherming Mogelijke inspanningen • Een 0-meting (en monitoring) uitvoeren voor de gezondheid en het functioneren van het ecosysteem van Lelystad. • Het benoemen van indicator- en icoonsoorten om focus aan te brengen in ontwerp, beheer en onderhoud. En om te inspireren en draagvlak te creëren bij gebiedspartners en bewoners. • Biotopen voor Lelystad inzichtelijk maken die als basis dienen voor natuurinclusief ontwerp en ontwikkelen.
19
2. Stad en natuur zijn beter met elkaar verweven We verstevigen de positie van (stads)natuur door het ontwikkelen van nieuwe groenblauwe verbindingen in de stad en van de stad naar het omliggende landschap. We werken de knelpunten en kansen voor natuur in deze ecologische verbindingen verder uit. De knelpunten- en kansenkaarten dienen als input voor het vernieuwde groenblauwe raamwerk dat wordt vastgelegd in de Omgevingsvisie 2.0. Deze verbindingen dienen zowel de mens (recreatie, verkoeling etc.) als plant en dier (migratie, leefgebieden etc.). Ook lossen we bestaande knelpunten in verbindingen op. In de stad geven we invulling aan een natuurinclusieve samenleving en optimaliseren we het groen(beheer). Groene buitenruime is immers belangrijk in (hoogstedelijke) woongebieden.
Mogelijke inspanningen • Het uitwerken van een knelpunten en kansenkaart en het oplossen van huidige knelpunten en benutten van kansen. • Aanleggen en inrichten van meer (gebruiks)groen in de wijken en daarbuiten. • Opstellen kaders en richtlijnen Natuurinclusief Lelystad. • Stimuleringsmaatregelen voor natuurinclusieve bebouwing. • Inzetten op allianties met gebiedspartners zoals het programma ‘Groene Metropool’ van Staatsbosbeheer. 3. Mens en natuur zijn meer met elkaar verbonden We dragen de groene identiteit van Lelystad uit en zetten in op een gezond leefklimaat voor onze inwoners. Natuurbeleving en natuureducatie zijn belangrijk om de inwoners en bezoekers (vroegtijdig) in contact te laten komen met de natuur. Daarom zetten we in op ontwikkelingen die dit versterken, zoals Nationaal Park Nieuw Land, Poort Oostvaardersplassen Lelystad en Kenniscentrum Nieuwe Natuur. En krijgen verschillende groenstructuren zoals parken en bossen een eigen inrichting en functie. Daarnaast betrekken we inwoners bij het beheer en onderhoud van groen.
Inspiratie: hoofdgroenstructuur Amsterdam
Inspiratie: Natuureducatie NatuurWijs
Inspiratie: natuurinclusief bouwen & ontwerpen Arnhem klimaatbestendig
Strategie Agenda Natuur 2030
20
Mogelijke inspanningen • Icoonsoorten inzetten om het verhaal te vertellen over de natuur in Lelystad . • Kenniscentrum Nieuwe Natuur realiseren. • Opstellen gebiedsprogramma Nationaal Park Nieuw Land Lelystad. • Recreatieve voorzieningen en verbindingen ten behoeve van natuurbeleving realiseren. • Verkennen mogelijkheden oprichting Stichting stadsparken Lelystad (verbreding stichting Bultpark). • Structurele communicatie inzetten via een overkoepelend platform (voorbeeld: Arnhem-Klimaatbestendig.nl). • Structurele inzet op natuureducatie onder andere op basisscholen en vergroenen van schoolpleinen (in uitvoering).
4. Klimaatadaptieve maatregelen en versterken biodiversiteit gaan hand in hand We sluiten aan op de principes en doelen uit de Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS). Deze zijn onder te verdelen in vier thema’s: de woonomgeving, werklocaties, groenblauwe structuren en toekomstbestendige landbouw. Vanuit het leidende principe dat klimaatadaptieve maatregelen hand in hand gaan met het versterken van de biodiversiteit hanteren we ‘groen, tenzij’. Om integraliteit te waarborgen en het meeste effect te bereiken, streven we naar gezamenlijke inspanningen.
Inspiratie: Rooftop Revolution Rotterdam Mogelijke inspanningen • Het aanleggen van klimaat/waterbuffers, groene daken en groene gevels met zoveel mogelijk inheemse robuuste soorten. • Diversifiëring van bestaande bossen met zoveel mogelijk inheemse klimaatrobuuste soorten. • Omvorming van gazon en bermen naar biodiverse vegetatie. • Omvorming van ‘zinloze’ verharding naar groen • Pilotproject ‘werklandschappen van de toekomst’ • Meerjarenplan vergroening van tuinen (in uitvoering).
Inspiratie: natuurinclusief ontwerp uitkijktoren Poort Oostvaardersplassen Lelystad (in opdracht van gemeente, provincie en Staatsbosbeheer) Strategie Agenda Natuur 2030
21
4. Betere borging van natuur in de organisatie We zetten in op een betere borging van natuur in beleid, processen en projecten. Dit vraagt om een andere manier van (samen)werken binnen de organisatie en daarbuiten met onze gebiedspartners en bewoners. Hierbij is het van belang dat er voldoende capaciteit, kennis en financiering aanwezig is.
Inspiratie: Leidraad leefkwaliteit openbare ruimte Groningen Mogelijke inspanningen • Verkenning naar wettelijke mogelijkheden om natuur zwaarder mee te laten wegen. • Opstellen Digitaal Handboek Openbare Ruimte (DHOR) (in uitvoering). • Het verankeren van het robuuste groenblauw raamwerk voor het functioneren van het ecosysteem in het omgevingsplan.
Strategie Agenda Natuur 2030
22
7. VERVOLG
Na vaststelling van de Strategie Agenda Natuur wordt deze verder uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma Agenda Natuur. Het bevat de concrete projecten en maatregelen die de gemeente kan nemen om de beoogde ambities en doelen te behalen. Omdat de gemeente dit niet alleen kan doen worden gebiedspartners en inwoners betrokken zowel bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma als de uitwerking per project of maatregel. Dit betekent dat er vanaf 2024 gestart kan worden met de uitvoering van Agenda Natuur indien er voldoende financiële dekking is. Werkwijze De Strategie Agenda Natuur biedt een meerjarig perspectief. Het is een opgavegericht programma waarbij de focus ligt op het ‘doen’. De inspanningen die uit de strategie voortkomen en opgenomen worden in het uitvoeringsprogramma vragen om samenwerking binnen de gemeente, maar vooral ook met de gebiedspartners. Dit betekent bijvoorbeeld dat we langdurige samenwerkingsrelaties aan moeten gaan en kiezen voor andere werkwijze. Opgavegericht werken betekent namelijk een andere houding voor alle partijen. Niet alleen voor de ambtelijke organisatie en voor externe partijen, maar ook het college en de gemeenteraad moeten durven loslaten. De gemeente is vaak niet leidend bij het realiseren van een Strategie Agenda Natuur 2030
natuuropgave. Daarom werkt de gemeente samen vanuit partnerschap en hangt het van de opgave af welke rol de gemeente op zich neemt. Het partnerschap begint bij de gezamenlijke urgentie. Bij de start van de uitvoering wordt het opgavegericht werken geïntroduceerd waarbij teams (bestaande uit interne en externe partners) met elkaar per periode opgaven uitwerken. Het samen invullen van de opgaven, eigenaarschap, het nemen van risico’s, vertrouwen in de professional en het scheppen van randvoorwaarden intern en extern zijn belangrijke uitgangspunten rondom de werkwijze. Financiering In het vervolgproces wordt verkend welke concrete inspanningen er in Lelystad genomen kunnen worden die bijdragen aan het behalen van de visie en passen bij de uitgangspunten. Nog niet duidelijk is wat de bijbehorende effort (incl. bijbehorend budget) gaat zijn, omdat dit afhankelijk is van het te lopen proces met partners en inwoners. In de programmabegroting 2023-2026 is incidenteel € 2.000.000 beklemd voor de uitvoering van het integrale plan voor de opgave Natuur. Wanneer er duidelijkheid is over de benodigde inspanningen wordt er, als onderdeel van het uitvoeringsprogramma, een financieringsstrategie opgesteld. In deze 23
financieringsstrategie worden een aantal kernprincipes met betrekking tot de financiering beschreven. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het nemen van een financiële voorbeeldrol door de gemeente: investeringen die de gemeente doet moeten zorgen voor een vliegwieleffect. Maar ook het slimmer inzetten van bestaande budgetten. Ook wordt er waar mogelijk aansluiting gezocht bij regionale en landelijke regelingen en subsidiemogelijkheden. Het gaat daarbij vaak om incidentele bijdragen, vandaar dat we ook gaan onderzoeken of er voor de vervolgfase na 2027 structureel budget nodig is. Monitoring De Agenda Natuur is een verandertraject van meerdere jaren, waarbij doorlopend goed gemonitord moet worden of we met elkaar bereiken wat we willen bereiken. Het doel hiervan is om de effecten te meten en ontwikkelingen goed in beeld te brengen om te zien of de resultaten worden behaald of dat bijsturing eventueel nodig is. Dit betekent dat in de volgende fase de doelen zo concreet mogelijk geformuleerd moeten worden en dat er heldere keuzes nodig zijn in de wijze van monitoring. De Agenda Natuur kent vooralsnog een uitvoeringsperiode van 2024-2027. Veel resultaten worden echter pas bereikt op de langere termijn. Ondanks dat het helpt om KPI’s te benoemen gaat het er vooral om dat er een grotere beweging in gang gezet wordt.
Communicatie De Agenda Natuur richt zich op samenwerking met partners en bewoners. Daarbij is goede communicatie een randvoorwaarde. We kennen verschillende doelgroepen die elk hun eigen benadering nodig hebben. Voor dit proces is er een communicatie- en participatieplan opgesteld waarin is beschreven waarom en hoe de verschillende doelgroepen worden betrokken. Er is daarin bewust ruimte gelaten om, afhankelijk van de behoefte, te kiezen voor een ander of aangepast proces. Daarbij verliezen we de principes ‘samen, betrokken en duidelijk’ niet uit het oog. Ook gedurende de looptijd van de uitvoering moet communicatie op een goede manier vormgeven worden. Deze uitwerking maakt deel uit van het uitvoeringsprogramma.
Strategie Agenda Natuur 2030
24
BIJLAGE 1 BEGRIPPENLIJST Biodiversiteit Biodiversiteit, ofwel soortenrijkdom, is waaruit onze natuurlijke wereld bestaat. Het omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, en de genetische variaties daarin. Al deze soorten werken samen in een ecosysteem en zorgen zo voor evenwicht in de natuur. Biodiversiteit heeft een dempende werking op invloeden die een gebied onder druk zetten, zoals plagen, vervuiling en klimaatverandering. Kortgezegd, een biodivers systeem is een robuust systeem. Ecosysteem Een ecosysteem bestaat uit organismen (biodiversiteit), hun abiotische omgeving en de wisselwerkingen tussen beide, binnen een afgebakende, bijvoorbeeld geografische, eenheid. Ecosysteemdienst Een ecosysteemdienst is een dienst die door een ecosysteem aan mensen wordt geleverd, zoals zuiver drinkwater, schone lucht en recreatiemogelijkheden. Buitengebied Alle ruimte buiten de bebouwde kom van Lelystad, inclusief landbouw en natuurgebieden. Basiskwaliteit van natuur Basiskwaliteit natuur (BKN) is de set van condities die nodig is om algemene soorten algemeen te laten zijn. BKN gaat niet direct over de soorten zelf, maar om wat die soorten nodig hebben om te kunnen leven in een gebied. Het gaat over de kwaliteit van hun leefgebied. Voor sommige soorten beperkt hun gehele leefgebied zich tot een specifieke bodem, een plas, meer of moeras.
Voor andere soorten, vaak de grotere, strekt het leefgebied zich uit tot een heel landschap, een aantal landschappen of, bij migrerende vogels, zelfs tot in Afrika of Siberië (Naturalis, 2021). Natuur Als we het in deze Agenda hebben over de natuur in en om de stad spreken we nadrukkelijk van natuur in plaats van groen. Hierbij sluiten we aan op het recent verschenen onderzoek van PBL ‘Natuur in en om de stad’ (2023). Bij het spreken over ‘natuur’ voorkomen we de klassieke scheiding van ‘stad’ en ‘land’ en gaan we uit van een natuurinclusieve benadering, waarbij stad en land juist verweven zijn. Internationaal onderzoek benadrukt dat er tal van waarden zijn die de natuur levert, ook wel ecosysteemdiensten genoemd. Deze diensten bestaan Strategie Agenda Natuur 2030
uit de intrinsieke (verscheidenheid aan planten- en diersoorten zijn waardevol op zichzelf) en instrumentele (zoals verkoeling van de stad of opvang van water door natuur) waarden van natuur, maar ook de relationele waarden (zoals zingeving, sociale cohesie en de zorg die men draagt en voelt voor natuur) en economische waarden (zoals producten en recreatie). Het erkennen van deze verschillende waarden is van bijzonder belang in de stedelijke leefomgeving, waar de ruimte schaars is en natuur de mogelijkheid biedt om via één ruimtelijke ingreep meerdere opgaven (en belangen) aan te pakken (PBL, 2023). Groenblauw raamwerk Het hanteren van het bovenstaande natuurperspectief betekent dan ook dat ‘groene’ (droge) en ‘blauwe’ (natte) verbindingen niet los van elkaar worden gezien. De groenblauwe benadering betekent dat de diverse vormen van natuur in meer stedelijke en meer landelijke gebieden met elkaar worden verbonden. Het biedt daardoor de mogelijkheid om na te denken over hoe de baten van natuur effectief en op een grotere schaal dan alleen die van het stedelijke gebied tot hun recht kunnen komen. Natuurinclusief Natuurinclusiviteit heeft betrekking op de mate waarin maatschappelijke en economische activiteiten ‘verweven’ zijn met de natuur.
Dit houdt in dat bij de uitvoering van de activiteiten (en ook van tevoren, bij de besluitvorming erover) goed rekening is gehouden met de natuur. Het doel daarvan is: (a) dat activiteiten geen negatieve effecten hebben op natuurwaarden, (b) dat optimaal gebruikgemaakt wordt van wat de natuur te bieden heeft en (c) dat wordt bijgedragen aan versterking van de natuur. Het gaat bij natuurinclusief handelen dus om drie componenten: voorkomen van natuurschade, benutten van natuur-lijke kansen en verbeteren van natuurkwaliteit. Bij natuurinclusief bouwen wordt rekening gehouden met de natuur in de bouwprojecten en gebiedsontwikkeling: in de verkenning, initiatiefase, ontwerp, inrichting en beheerfase. Dit betekent dat biodiversiteitsontwikkeling als een opgave wordt meegenomen in het hele plangebied. Indicatorsoort Een indicatorsoort betreft een soort wiens voorkomen staat voor een specifieke kwaliteit van het ecosysteem. Icoonsoort Een icoonsoort betreft een karakteristieke, herkenbare soort binnen de leefomgeving van mensen. 25
BIJLAGE 2 PARTNERS & BETROKKENEN AGENDA NATUUR Projectteam Linda Seikritt-Evers Arjan van der Veen Ronald Lanters Ties Blaauw Juul Kappelhof
Programmamanager Natuur (gem. Lelystad) Stadsecoloog (gem. Lelystad) Senior adviseur (WING) Medior adviseur (WING) Junior adviseur (WING)
Kernteamleden gemeente Lelystad Projectteamleden Anne Kok Duurzaamheidsregisseur Michel Soomers Adviseur stedelijke strategie Mark Brinkbäumer Beleidsadviseur milieu Joost Stoffers Communicatieadviseur participatie Klankbordgroep ambtelijk Projectteamleden Jacco Maissan Provincie Flevoland Ronald Spanier Landschapsbeheer Flevoland IJsbrand Zwart Staatsbosbeheer Philip Makkink Natuurmonumenten Pauline de Haas Flevolandschap Melanie Kuilder Waterschap Zuiderzeeland Annemarie van Raalten De Lelystadse Boer Thijs Maartens NMFF Flevoland Peter Kouwenhoven IVN Jeroen Reinhold KNNV Chris de Visser WUR Betrokken experts Yvette Oostendorp Maike van Stiphout Niels de Zwarte Angelique Vermeulen Rens de Boer
RLI natuur DS Landscape architects Bureau Stadsnatuur NBTC WUR
Beleidsvisie voor het Cultuurbeleid 2024- 2030
26
COLOFON
STATUS DEFINITIEF TEKST PROJECTTEAM AGENDA NATUUR BEELDMATERIAAL GEMEENTE LELYSTAD WING DISCLAIMER Er is getracht de rechten van beeldmateriaal optimaal te waarborgen. Mocht u van mening zijn dat deze toch geschonden wordt, neem dan contact op met gemeente@ lelystad.nl