CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Partiele herziening DC JYSK_vastgesteld

Raadsvergadering 28 mei 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: 24.125 Bestemmingsplan 'Partiële herziening DC JYSK'12.147 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Partiële herziening DC JYSK

Ontwerp

Partiële herziening DC JYSK

Lelystad

bestemmingsplan

identificatie identificatiecode:

NL.IMRO.0995.BP00097-VG01 projectnummer:

20220848 opdrachtleider:

planstatus datum:

05-10-2022 08-11-2023 06-03-2024

status:

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

(vastgesteld)

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2

Inleiding

7

Aanleiding Plangebied Planologische regeling Leeswijzer

7 7 8 9

Beschrijving herziening

11

Inleiding Beoogde herziening Beleidskaders

11 11 12

Juridische planbeschrijving

13

Algemeen Toelichting planregels Toelichting verbeelding

13 13 13

Uitvoerbaarheid

15

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

15 15

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Archeologisch onderzoek

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Artikel 4 Hoofdstuk 3

Bijlagen regels Verbeelding

(vastgesteld)

Anti-dubbeltelbepaling Algemene aanduidingsregels

Overgangs- en slotregels

Artikel 7 Artikel 8

Bijlage 1

Bedrijventerrein Waarde - Archeologie

Algemene regels

Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 4

Van toepassing verklaring Begrippen

Overgangsrecht Slotregel

Beeldregieplan

29 29 30 31 31 32 33 33 34 35 35 36

(vastgesteld)

Toelichting

(vastgesteld)

(vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bestaande bedrijventerrein Flevokust Haven heeft een geluidzone waardoor geluidgezoneerde bedrijven zich kunnen bevestigen op het bedrijventerrein. Recent heeft de gemeente het bestemmingsplan 'DC JYSK' als eerste uitbreiding op dit bedrijventerrein vastgesteld. Nu is echter gebleken dat in de planregels geluidgezoneerde bedrijven per abuis niet uitgesloten zijn, waardoor het in theorie mogelijk is om ter plaatse een geluidgezoneerd bedrijf te vestigen. De bedoeling was echter om op deze uitbreiding(en) geen geluidsgezoneerd bedrijventerrein te maken. Een dergelijke ontwikkeling is onwenselijk en bovendien niet meegenomen in het geluidsmodel van het bedrijventerrein. Om deze reden dient het bestemmingsplan 'DC Jysk' dan ook te worden gewijzigd. In aanvulling hierop is geconstateerd dat sprake is van enkele andere onvolkomenheden in het bestemmingsplan die herstel behoeven. Zo is een te strikt beschermingsregime opgenomen ten aanzien van archeologie en is de bouw van windmolens toegestaan, terwijl dit in strijd is met (provinciaal) beleid. Tot slot wordt de beschermingszone uit het parapluplan 'Beschermingszone Centraal Veterinair Instituut (WBVR/CVI)' voor de volledigheid in deze partiële herziening verwerkt. Met een partiële herziening kan het vigerende bestemmingsplan 'DC Jysk' op deze specifieke punten worden gewijzigd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Plangebied

Het plangebied bevindt zich ter hoogte van de Buitenhavenweg 40 t/m 46 te Lelystad. Het gaat om een perceel wat is gelegen op het bedrijventerrein Flevokust Haven, dat ten noorden van Lelystad ligt. In figuur 1.1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

(vastgesteld)

blz. 8

Figuur 1.1 Begrenzing plangebied (bron: kadastralek aart.com)

1.3

Planologische regeling

Het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'DC Jysk', die is vastgesteld door de gemeenteraad van Lelystad op 8 maart 2022. Het plangebied kent de enkelbestemming 'Bedrijventerrein' en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. Verder gelden de gebiedaanduidingen 'geluidzone - industrie' en 'vrijwaringszone - dijk' voor (delen van) het plangebied.

(vastgesteld)

blz. 9

Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding horende bij het bestemmingsplan 'DC Jysk' (bron: ruimtelijk eplannen.nl)

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de beoogde herziening, waarbij onder andere de relevante omgevingsaspecten aan bod komen. Hoofdstuk 3 omvat de juridische planbeschrijving en hoofdstuk 4 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

(vastgesteld)

blz. 10

(vastgesteld)

blz. 11

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving herziening

Inleiding

In deze paragraaf worden de herzieningen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan beschreven.

2.2

Beoogde herziening

Ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'DC Jysk' van kracht. In dit bestemmingsplan zijn enkele onvolkomenheden ontdekt die onwenselijke ontwikkelingen mogelijk maken of juist wenselijke ontwikkelingen onmogelijk maken. Om deze onvolkomenheden te herstellen is het noodzakelijk een herziening door te voeren zodat per specifiek onderdeel de nodige aanpassingen gedaan kunnen worden. Het gaat om de volgende onvolkomenheden: Geluidzoneringsplichtinge inrichting Het bestaande bedrijventerrein Flevokust Haven heeft een geluidzone waardoor geluidgezoneerde bedrijven zich kunnen bevestigen op het bedrijventerrein. In het bestemmingsplan 'DC Jysk', welke een uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein mogelijk maakt, is de nieuwvestiging van geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet uitgesloten. In theorie is het daardoor mogelijk om ter plaatse een geluidgezoneerd bedrijf te vestigen. Een dergelijke ontwikkeling is onwenselijk en bovendien niet meegenomen in het geluidsmodel van het bedrijventerrein, waardoor een herziening van de regels noodzakelijk is. Archeologisch beschermingsregime Verder is in het bestemmingsplan 'DC Jysk' een te stikt beschermingsregime ten aanzien van archeologie opgenomen. In het kader van deze bestemmingsplanherziening is bureau- en veldonderzoek uitgevoerd (Van Keulen 2022).

Op basis van dit onderzoek wordt er gesteld dat in een deel van het betreffende gebied oever- en geulafzettingen aangetroffen zijn die duiden op de aanwezigheid van een krekensysteem waarop archeologische resten te verwachten zijn. De mogelijke aanwezigheid van archeologische resten is nader onderzocht en vastgelegd in de notitie 'Archeologisch onderzoek Plangebied Karperweg (JYSK) te Lelystad', d.d. 26 mei 2022. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Uit het aanvullend onderzoek komt naar voren dat in het plangebied geen archeologische niveaus zijn aangetroffen en er geen indicaties zijn dat bewoning mogelijk was in de Swifterbant periode. De tijdens het booronderzoek aangetroffen sedimenten zijn afgezet in een nat en dynamisch milieu dat niet geschikt was voor menselijke bewoning. Bovenstaande bevindingen zijn in lijn met het beleid van de gemeente Lelystad ten aanzien van archeologie (Archeologische monumentenzorg in Lelystad). Op de

(vastgesteld)

blz. 12

archeologische beleidskaart Lelystad bevindt het plangebied zich in een zone met lage verwachtingswaarde. Voor het gebied met een lage archeologische verwachting geldt dat er geen archeologisch onderzoek uitgevoerd hoeft te worden. De archeologische dubbelbestemming kan hierdoor worden verwijderd. Een herziening van de verbeelding en regels is derhalve noodzakelijk. Hoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde In het bestemmingsplan is een specifieke regeling opgenomen voor de bouw van windmolens. Dergelijke windmolens moeten integraal onderdeel zijn van een gebouw en de maximale mastlengte bedraagt 8 meter. Een dergelijke regeling is niet van toepassing op het overige gedeelte van het bedrijventerrein, met uitzondering van het bestemmingsplan "Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West. In dit plan is recent een nieuwe regeling vastgesteld voor de bouw van (kleine) windturbines. Hier wordt op aangesloten. Een herziening van de regels is derhalve noodzakelijk. Beschermingszone evenhoevigen en pluimvee In het parapluplan 'Beschermingszone Centraal Veterinair Instituut (WBVR/CVI)' is een beschermingszone opgenomen die bepaalt dat op de gronden binnen deze beschermingszone het niet is toegestaan om gronden en/of bouwwerken te gebruiken voor het houden van evenhoevigen en/of pluimvee. Het plangebied waar de partiële herziening betrekking op heeft is gelegen in deze beschermingszone.

Volledigheidshalve wordt de algemene aanduiding 'vrijwaringszone - verbod houden van evenhoevigen en/of pluimvee' overgenomen in dit bestemmingsplan. Een herziening van de verbeelding en de regels is derhalve noodzakelijk.

2.3

Beleidskaders

In het kader van deze partiële herziening vindt geen toetsing plaats aan de geldende beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. De ontwikkelingsmogelijkheden zijn reeds getoetst aan de geldende beleidskaders bij opstelling van het moederplan 'DC Jysk'.

(vastgesteld)

blz. 13

Hoofdstuk 3 3.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Deze partiële herziening bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Om na te gaan welke regeling geldt, zal deze herziening steeds in samenhang met het oorspronkelijke plan 'DC Jysk' (moederplan) moeten worden gelezen. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen en uitgangspunten die aan deze partiële herziening ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

3.2

Toelichting planregels

In de regels is opgenomen dat de regels van het bestemmingsplan 'DC Jysk' van overeenkomstige toepassing zijn, met dien verstande dat: 1. het begrip 'geluidzoneringsplichtige inrichting' is toegevoegd; 2. geluidzoneringsplichtige inrichtingen worden uitgesloten binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' waardoor het niet mogelijk is een geluidzoneringsplichtige inrichting te realiseren of in stand te laten; 3. de bouw van (kleine) windturbines is onder voorwaarden toegestaan. Een voorwaarde is dat de voorzieningen (installaties) niet zichtbaar mogen zijn vanaf de openbare weg; 4. de juridische regeling met betrekking tot 'archeologie' is verwijderd; en 5. de specifieke regeling geldt ten aanzien van het houden van evenhoevigen en pluimvee uit het parapluplan 'Beschermingszone Centraal Veterinair Instituut (WBVR/CVI)' is overgenomen.

3.3

Toelichting verbeelding

De verbeelding van het bestemmingsplan 'DC Jysk' wordt gewijzigd in die zin dat de dubbelbestemming 'Waarde - archeologie' wordt verwijderd en de algemene aanduiding 'vrijwaringszone - verbod houden van evenhoevigen en/of pluimvee' wordt toegevoegd.

(vastgesteld)

blz. 14

(vastgesteld)

blz. 15

Hoofdstuk 4 4.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd, dat inzicht gegeven moet worden in de (economische) uitvoerbaarheid van een project. Afdeling 6.4 Wro schrijft voor dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Met voorliggend bestemmingsplan worden geen bouwplannen mogelijk gemaakt. Het is daarom niet noodzakelijk een exploitatieplan op te stellen. Het plan wordt economisch uitvoerbaar geacht.

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

4.2.1 Vooroverleg Dit plan betreft een reparatie van het bestemmingsplan 'DC Jysk', dat recent door de gemeenteraad is vastgesteld. In het voorliggende geval wordt gezien de geringe planologische wijziging geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. De gemeente heeft het plan wel voor overleg toegezonden aan de overlegpartners. Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek heeft gereageerd op het voorontwerpplan. De Omgevingsdienst is akkoord met de hoofdopzet van het plan. Op 17 oktober 2023 is het bestemmingsplan "Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West" vastgesteld. In dit plan is een specifieke regeling opgenomen voor de bouw van (kleine) windturbines. De regeling voor (kleine) windturbines in deze partiële herziening is afgestemd op de regeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Uitbreiding Flevokust Haven Zuid West". De eigenaar van de gronden waarop deze partiële herziening van toepassing is, wordt geïnformeerd over de herziening en de aangebrachte wijzigingen. 4.2.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpbestemmingsplan, met de daarop betrekking hebbende stukken zijn op 6 december 2023 gepubliceerd en hebben vanaf 7 december 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen.

Een ieder is daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijzen op de stukken naar voren te brengen bij de gemeenteraad. Hiervan is geen gebruik gemaakt. 4.2.3 Vaststelling Vervolgens wordt het bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld. De publicatie van het vaststellingsbesluit vindt (over het algemeen) plaats binnen twee weken na de vaststelling. Tijdens de daarop volgende inzagetermijn van zes weken is het voor een ieder mogelijk om beroep in te stellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Het bestemmingsplan treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij er een voorlopige voorziening is aangevraagd.

(vastgesteld)

blz. 16

(vastgesteld)

Bijlagen toelichting

(vastgesteld)

(vastgesteld)

blz. 19

Bijlage 1

(vastgesteld)

Archeologisch onderzoek

ADVIES ARCHEOLOGISCHE MONUMENTENZORG Beoordeling namens Conrato (dhr. R. Henderix) door:

Drs. E.E.A. van der Kuijl; senior KNA archeoloog/beleidsadviseur Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem Doc.nr: 0223897 d.d. 26 mei 2022 Onderwerp

Archeologisch onderzoek Plangebied Karperweg (JYSK) te Lelystad Plan

Op verzoek van dhr. R. Henderix van Conrato B.V. hebben wij het conceptrapport van het archeologisch onderzoek voor JYSK beoordeeld (second opinion). De aanleiding voor het onderzoek is het voornemen van Jysk om een distributiecentrum in Nederland te realiseren. De oppervlakte van het plangebied bedraagt in totaal 25,6 ha. Onderzoek

In het kader van de geplande ontwikkeling heeft Sweco een bureauonderzoek uitgevoerd voor de geplande bouw van een distributiecentrum in Lelystad. Het verkennend booronderzoek (aqualockboringen) is uitgevoerd door Transect. Op 9 april 2022 hebben wij de conceptversie van het rapport van Sweco ontvangen met de titel: “Archeologisch onderzoek plangebied Karperweg te Lelystad, gemeente Flevoland. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende boringen”. Het rapport is opgesteld door F. van Keulen en geaccordeerd door J. van Rooij. Het betreft een conceptversie van het Sweco-rapport van 5 april 2022 met rapportnummer 2542. Resultaten

Uit het bureauonderzoek is gebleken dat er binnen het plangebied voor de top van het dekzand een middelhoge verwachting is op vindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. Deze verwachting is middelhoog omdat er nog basisveen aanwezig lijkt op het dekzand, wat indicatief is voor gunstige conserveringscondities van eventuele vindplaatsen in het dekzand. De verwachting op scheepswrakken is niet gewijzigd. Vanwege de aanwezigheid van uitgestrekte visvijvers in het plangebied lijkt deze kans vrij gering te zijn. Tijdens het verkennend booronderzoek is volgens Sweco in bijna alle boringen, met uitzondering van boring 1 en 2, dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden aangetroffen. De eerste twee boringen laten zien dat er op deze locatie het begin van deze dekzandopduiking te zien is. De boringen laten zien dat er nog geen bodemvorming in 1

het dekzand heeft plaatsgevonden in het plangebied. Mogelijk lag het plangebied in een lagergelegen gebied waardoor het relatief snel is vernat en er veenvorming heeft opgetreden. In een enkele boring was er sprake van een incomplete podzol (A-horizont – C-horizont). Vanwege het aantreffen van een enkele boring met een A-horizont lijkt het hier te gaan om een mogelijke inspoeling van de bovengelegen Basisveen Laag. De verwachting op archeologische resten voor het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum is laag omdat er geen bodemvorming heeft opgetreden in het dekzand. Mogelijk lag het gebied toen al lagergelegen en heeft er relatief snel veenvorming opgetreden, wat het gebied onaantrekkelijk voor bewoning maakt. In het plangebied zijn in het Laagpakket van Wormer sterk siltige lagen aangetroffen die door Sweco zijn geïnterpreteerd als oeverafzettingen. In twee boringen zijn deze oeverafzettingen zwak humeus en kalkloos, wat kan betekenen dat er bodemvorming heeft plaatsgevonden. Naast het aantreffen van oeverafzettingen is er in een enkele boring een pakket van meer dan 2 m dik in het Laagpakket van Wormer aangetroffen dat is geïnterpreteerd als zandige/kleiige geulafzettingen. Er is hier sprake van een fossiele geul van een kreek.

De bovengenoemde oeverwallen zijn volgens Sweco dus wel degelijk aangetroffen in het gebied, en gezien er in het Holoceen bewoning mogelijk was op deze oeverwallen van de getijdegeulen in het gebied is er een middelhoge verwachting op archeologische sporen en resten gerelateerd aan de Swifterbant cultuur. Het betreft hier mogelijk resten van de aanvulling op het krekensysteem zoals te zien is op de Afbeelding hieronder. Aangezien er maar in een enkele boring zandige/kleiige geulafzettingen zijn aangetroffen gaat het om hoogstwaarschijnlijk een relatief smalle geul van een kreek.

Afbeelding (afb. 2 rapport Sweco): Rivierduinen, kreekgeulen en oeverwallen, met archeologische vindplaatsen in het Rivierduingebied Swifterbant. Het plangebied ligt direct westelijk van dit gebied.

2

Selectieadvies Sweco Op grond van de onderzoeksresultaten wordt door Sweco vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van een karterend booronderzoek. Doel van het karterend booronderzoek is om eventueel aanwezige vindplaatsen te karteren. Geadviseerd wordt om in totaal 16 boringen te zetten in een grid van 20x25 m rondom boring nummer 14 en 19 (de boringen waar volgens Sweco oeverafzettingen aangetroffen zijn) om eventueel archeologische resten en/of zones te karteren. Beoordeling resultaten en selectieadvies Sweco Bij de beoordeling van het rapport van Sweco door Hamaland Advies zijn vraagtekens gezet bij de onderzoeksresultaten van het verkennend booronderzoek dat door Transect is uitgevoerd en vervolgens door Sweco gerapporteerd is. -In paragraaf 2.4.3. van het rapport wordt door Sweco het volgende gesteld “De verwachting op archeologische resten gerelateerd aan de Swifterbant cultuur is middelhoog. Afbeelding 2 laat zien dat er door het plangebied een aanvulling op het krekensysteem van het Rivierduingebied Swifterbant loopt. In het plangebied zijn in twee boringen (resp. boring 14 en boring 19) oeverafzettingen aangetroffen die zwak humeus en kalkloos zijn, wat kan betekenen dat er bodemvorming heeft opgetreden.

Zoals in paragraaf 1.4 van het rapport is aangegeven, was er in het Holoceen bewoning mogelijk op deze oeverwallen van de getijdegeulen in het gebied en op de rivierduinen. -Vervolgens zijn de individuele boorbeschrijvingen (boorstaten) door Hamaland Advies bestudeerd, met name boring 14 en boring 19 waar sprake zou zijn van oeverafzettingen van het Laagpakket van Wormer. De beschrijving van deze boringen luidt als volgt:

3

Boring 14: 565 cm -Mv / 10,40 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: abrupt Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, matig slap, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer.

4

Boring 19: 450 cm -Mv / 9,18 m -NAP Algemeen: aard bovengrens: geleidelijk (0,3-3 cm), aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm) Lithologie: klei, sterk siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, matig stevig, kalkloos, interpretatie: oeverafzettingen Litho-stratigrafie: Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer.

5

Conclusie Hamaland Advies Op basis van de onderzoeksresultaten van het verkennend booronderzoek zijn er vraagtekens over in hoeverre is er in het plangebied (boring 14 en boring 19) daadwerkelijk sprake is van bodemvorming als gevolg van menselijk handelen. De oeverafzettingen liggen namelijk relatief diep en de consistentie duidt erop dat ze slecht tot matig ontwikkeld zijn, dus niet erg geschikt voor menselijke bewoning. In het rapport van Sweco wordt verwezen naar een bureauonderzoek uit 2016 van Transect dat ook betrekking heeft op het huidige plangebied1. Volgens het voor dit plangebied relevante bureauonderzoek zouden met name de hogere toppen bewoonbaar geweest zijn in de Swifterbant periode. De top van eventuele Wormeroeverwallen worden volgens Transect verwacht van 1,5 tot 3 m – mv. Dat is hier niet het geval, ze liggen veel dieper en kunnen naar ons inzicht niet als oeverafzettingen geïnterpreteerd worden. Het vermoeden is dat hier geen oeverwallen aangeboord en beschreven zijn, maar wadafzettingen. Naar aanleiding van deze constatering is telefonisch en per e-mail contact gezocht met Transect, waarbij het onderzoeksrapport van Sweco gedeeld is met Transect. Opmerkelijk is dat Transect aangaf zelf niet gekend te zijn in de beschrijving van de resultaten van het verkennend booronderzoek2. De bovenstaande constatering en twijfels t.a.v.

de vermeende ‘oeverafzettingen’ en het selectieadvies van Sweco zijn voorgelegd aan de onderzoekers van Transect. Op 21 april 2022 is de onderstaande reactie ontvangen van dhr. T. Nales (sr. KNA prospector) van Transect: “Wat mij direct opviel is de grote diepteligging van de ‘oeverwallen’. Deze liggen op -9/-10 m NAP. Als deze vergeleken worden met de grondwater/zeespiegelverdrinkingscurve zitten we flink in het mesolithicum, niet in de Swifterbant periode. Uit mijn hoofd liggen die op een diepte van circa -6,0 m NAP of zo? Wellicht zou een koppeling van die dieptewaarden met de resultaten van het onderzoek de interpretaties kunnen verbeteren of tot andere inzichten leiden. Dit geldt overigens ook voor de aanwezige kreek, de ligging van een kreek betekent niet per definitie bewoning in de Swifterbant-periode. Ook hiervoor geldt relevante diepteligging. Mijns inziens zijn de afzettingen te nat voor bewoning. Ik zie inderdaad kalkloze oeverafzettingen in de boringen staan (op twee plekken), maar ik denk dat dit eerder wadafzettingen/getijdeafzettingen zijn als onderdeel van het Wormer Laagpakket. De afzettingen zijn als humeus en slap beschreven: ik verwacht eerder dat de afzettingen ontkalkt zijn”.

Eindconclusie De onderzoeksresultaten van het door Transect uitgevoerde maar door Sweco gerapporteerde verkennend booronderzoek bevestigen het vermoeden dat de afzettingen in het plangebied te diep liggen voor de Swifterbant periode. De interpretatie van de ‘oeverwallen’ in boring 14 en 19 is eveneens niet juist. Er dient een goede koppeling te zijn tussen enerzijds de hoogtes in NAP waarop de afzettingen aangetroffen zijn en de beschikbare literatuur, hetgeen beslist tot andere inzichten zal leiden. Ons advies is om het rapport op basis van dit advies aan te vullen met de ontbrekende informatie en het selectieadvies te herzien.

Nales, T. 2016. Lelystad Flevokust – Binnendijks gemeente Lelystad. Een archeologisch bureauonderzoek. Transect rapport 1011. 2 Mededeling van dhr. T. Nales. 1

6

Selectieadvies Hamaland Advies Naar ons idee is een vervolgonderzoek (karterende boringen) op basis van de onderzoeksresultaten niet gerechtvaardigd. In het plangebied zijn geen relevante archeologische niveaus aangetroffen en er zijn geen indicaties dat bewoning mogelijk was in de Swifterbant periode. De tijdens het booronderzoek aangetroffen sedimenten zijn afgezet in een nat en dynamisch milieu dat niet geschikt was voor menselijke bewoning. Voorbehoud Het uiteindelijke selectiebesluit naar aanleiding van de onderzoeksresultaten en het onderliggende advies is voorbehouden aan het bevoegd gezag, gemeente Lelystad (dhr. F. Boon).

7

Regels

(vastgesteld)

(vastgesteld)

blz. 29

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Van toepassing verklaring

Op deze partiële herziening zijn de regels van het bestemmingsplan 'DC Jysk', vastgesteld op 8 maart 2022 door de gemeenteraad van Lelystad van toepassing, voor zover in de regels van dit plan niet anders is bepaald.

(vastgesteld)

blz. 30

Artikel 2

Begrippen

2.1 het plan het bestemmingsplan 'Partiële herziening DC JYSK' van de gemeente Lelystad; 2.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat NL.IMRO.0995.BP00097-VG01 met de bijbehorende regels;

in

het

GML-bestand

2.3 bestemmingsplan DC Jysk het bestemmingsplan 'DC Jysk', met identificatienummer NL.IMRO.0995.BP00092-VG01, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Lelystad op 8 maart 2022; 2.4 geluidzoneringsplichtige inrichting een inrichting, zoals bedoeld in artikel 2.1, derde lid, juncto onderdeel D, bijlage I van het Besluit omgevingsrecht, bij welke ingevolge artikel 41, derde lid, van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone als bedoeld in die wet moet worden vastgesteld.

(vastgesteld)

blz. 31

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Bedrijventerrein

Artikel 3 van het bestemmingsplan DC Jysk wordt als volgt gewijzigd: 3.1 Bestemmingsomschrijving a. wordt gewijzigd naar: havengebonden (o.a. logistieke) bedrijven, genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 3.1 en 3.2, alsmede naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijven, met dien verstande dat: 1. explosiegevaarlijke bedrijven op een afstand van ten minste 100 m uit de teen van de dijk moeten liggen; 2. geluidzoneringsplichtige inrichtingen niet zijn toegestaan; 3.2 Bouwregels Lid 3.2.3 onder a wordt als volgt gewijzigd: a. bouwwerken voor windenergie zijn uitsluitend toegestaan indien ze voldoen aan de volgende regels: 1. de bouwhoogte bedraagt maximaal 25,00 m, met dien verstande dat de bouwwerken voor windenergie niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; 2. bouwwerken voor windenergie voldoen aan de eisen gesteld in het beeldregieplan, zoals opgenomen in bijlage 1.

(vastgesteld)

blz. 32

Artikel 4

Waarde - Archeologie

De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' vervalt in zijn geheel.

(vastgesteld)

blz. 33

Hoofdstuk 3 Artikel 5

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

(vastgesteld)

blz. 34

Artikel 6

Algemene aanduidingsregels

In artikel 7 van het bestemmingsplan DC Jysk wordt onderstaande regel toegevoegd: 7.3 vrijwaringszone - verbod houden van evenhoevigen en/of pluimvee Op de met 'vrijwaringszone - verbod houden van evenhoevigen en/of pluimvee' aangeduide gronden is het niet toegestaan om gronden en/of bouwwerken te gebruiken voor het houden van evenhoevigen en/of pluimvee.

(vastgesteld)

blz. 35

Hoofdstuk 4 Artikel 7

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

7.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: 1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 7.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in het eerste lid te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

(vastgesteld)

blz. 36

Artikel 8

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Partiële herziening DC JYSK'.

(vastgesteld)

Bijlagen regels

(vastgesteld)

Bijlage 1

Beeldregieplan

(vastgesteld)

BEELDREGIEPLAN FLEVOKUST HAVEN FASE 2 FLEVOKUST HAVEN VERBINDT

GROENE HUB Flevokust ligt ten noorden van Lelystad aan diep vaarwater, in de directe nabijheid van een groeiende luchthaven (Lelystad Airport), de drukke scheepvaartroute Amsterdam-Lemmer, autowegen (Rijksweg A6) en een spoorweg (Hanzelijn/Flevolijn). Hier vindt import en export van goederen plaats van en naar de grote (zee)havens. Flevokust Haven is een goede en duurzame vestigingslocatie.

“Flevokust Haven is een goede en duurzame vestigingslocatie met een containerterminal die logistieke verbindingen legt naar de grote (zee)havens. Hier zullen toonaangevende en innovatieve logistieke bedrijven floreren die duurzaamheid en circulaire economie hoog in het vaandel hebben staan. Kortom: Flevokust Haven is voorbereid op de toekomst.”

Sinds begin 2018 is de haven volledig operationeel voor de op- en overslag van containers uit de regio Flevoland. Naast de containerterminal biedt Flevokust Haven ruimte voor de overslag van bouwgrondstoffen, natte en droge bulkgoederen, stukgoed, agrarisch productenvervoer en projectvervoer. De haven heeft een (inter)nationale en regionale functie voor nabije economische en industrieel-logistieke centra en biedt toegang tot het Europees vervoernetwerk via water, spoor, weg en lucht.

2

3

Op geen andere plek in Nederland zijn meer mogelijkheden voor kavels waar tot 40 meter hoog kan worden gebouwd in de hogere milieucategorieën. Dit maakt Flevokust Haven geschikt voor innovatieve bedrijven die volop inzetten op de circulaire economie, zoals de logistieke maakindustrie en bedrijven met hoge duurzaamheidsambities.

“Bij de realisatie van de bedrijfsbebouwing en kavelinrichting is veel aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing, duurzaamheid en de menselijke maat. De ambitie voor Flevokust Haven is natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en inrichten. Zo wordt de harde verkaveling verzacht dankzij groene corridors. Op deze wijze creëren we een integrale en multifunctionele oplossing voor mens, dier en plant.” Ronnie Zijp, stedenbouwkundige

Dit beeldregieplan biedt een kader voor ontwikkelende partijen van de tweede fase van Flevokust Haven en daagt hen uit om bij de realisatie van de bedrijfsbebouwing en kavelinrichting voldoende aandacht te besteden aan de ambities ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, landschappelijke inpassing en duurzaamheid (natuurinclusief en klimaatadaptief).

INHOUDS OPGAVE INLEIDING Aanleiding Plangebied en reikwijdte

5 6

STEDENBOUWKUNDIG KADER Analyse vanuit de grote schaal Stedenbouwkundig plan

9 12

WELSTANDSCRITERIA Ambitie Welstandscriteria nieuwbouw Welstandscriteria viskwekerijwoningen Welstandscriteria reclame en verlichting

22 24 29 32

BIJLAGEN Bijlage 1: Algemene welstandscriteria

34

Bijlage 2: Bouwenvelop kavel

36

Bijlage 3: Materiaalvoorbeelden en kleurenspectrum

38

Bijlage 4: Plankaart en profielen

40

Bijlage 5: Begrippenlijst

45

INLEIDING AANLEIDING De ontwikkeling van Flevokust is in volle gang. Voor de buitendijkse containerterminal en een aangrenzend binnendijks gebied van 43 hectare is in 2014 een beeldregieplan vastgesteld. In de welstandsnota is aangegeven dat voor de ontwikkeling van het overige binnendijkse deel van Flevokust (fase 2) een beeldregieplan wordt opgesteld waarin de welstandscriteria worden opgenomen. Daarin voorziet dit document. Daarnaast zijn er drie belangrijke ontwikkelingen waarop dit beeldregieplan inspeelt: 1. De schaalvergroting van de bedrijven 2. De gewijzigde stedenbouwkundige opzet 3. Het gemeentelijk ambitieniveau ten aanzien van natuurinclusief bouwen

5

Inleiding / Plangebied en reikwijdte

PLANGEBIED EN REIKWIJDTE Het plangebied van dit beeldregieplan omvat het zuidelijke deel van Flevokust binnendijks en sluit aan op de plangrens van beeldregieplan Flevokust fase 1 (circa 43 hectare). Aan de oosten zuidoostzijde wordt het gebied begrensd door het water van de Snoektocht en aan de zuid- en de noordwestzijde door de Karpertocht. Deze loopt parallel aan respectievelijk Houtribweg en IJsselmeerdijk. Het plangebied heeft een omvang van circa 160 hectare.

6

Inleiding / Plangebied en reikwijdte

Dit beeldregieplan richt zich op de verschijningsvorm van de gebouwen, gekoppeld aan de stedenbouw­ kundige hoofdopzet. Samen bepalen die in hoge mate de sfeer en de identiteit van het bedrijventerrein. Ook zijn de erfafscheidingen onderdeel van het beeld­ regie­plan, omdat deze medebepalend zijn voor de ruimtelijke kwaliteit van het gebied. Naast de formele welstandscriteria biedt het plan ook inzicht in het ambitieniveau.

7

De ambities met betrekking tot de openbare ruimte worden in een later stadium verder uitgewerkt in Inrichtingsplannen. De ambities aangaande de bebouwing kunnen worden beschouwd als richtinggevende uitgangspunten voor initiatiefnemers. Onderdeel van dit beeldregieplan is het steden­ bouwkundig kader. Hierin wordt het stedenbouwkundig plan toegelicht en wordt ingegaan op hoe bebouwing,

groeninrichting, waterberging en parkeren op de kavel zullen worden georganiseerd. Het plan regelt geen functies of bestemmingen. Daar waar in het beeldregieplan bouwhoogten, bebouwingspercentages of minimale afstanden ter sprake komen, is het bestemmingsplan leidend.

PLANGRENS BEELDREGIEPLAN FLEVOKUST, FASE 2

rd ij

k

Maxima-centrale

A6

IJ

ss e

lm ee

Containerterminal

Poldergebied

IJsselmeer

Houtribbos

Visvijverbos

Plangrens beeldregieplan Fase 2

A6

Lelystad Airport c.a . 12km

N307

1

UNDER THE SKY OF TOMORROW

01 STEDENBOUWKUNDIG KADER ANALYSE VANUIT DE GROTE SCHAAL Vanuit de grote schaal zijn twee zaken van belang voor het stedenbouwkundig plan.

9

Stedenbouwkundig kader / Analyse vanuit de grote schaal

KRALENSNOER

“In de stedenbouwkundige opzet is gekozen voor het leggen van een stevige,

Flevokust is onderdeel van een kralensnoer langs de IJsselmeerdijk, dat zich uitstrekt vanaf de Maximacentrale in het noorden tot aan de Oostvaarderplassen in het zuiden. Daartussen bevindt zich een afwisseling van landschap en bebouwing. De ontwikkeling op Flevokust dient op een logische manier te passen in dit kralensnoer. De opgave is om de grootschalige bebouwing zo goed mogelijk in te voegen, waarbij het bomenlandschap van het Houtribbos en de buitendijkse Maximacentrale als landmark zullen worden gerespecteerd.

ht. Het lijk door

groene corridor rondom het bedrijventerrein. Hiervoor wordt aan de zuidkant een nieuw bos aangelegd. Door natuurinclusief te ontwikkelen wordt deze groene kwaliteit doorgetrokken tot op het bedrijventerrein. Zo ontstaat er een prettig klimaat.” Ronnie Zijp, stedenbouwkundige

Kralensnoer

aren 80 rijen. In bekkens gesloten met de ar in het sstrook. n in het

port ligt westen arachter n en de md door

10

Flevokust vormt onderdeel van een kralensnoer langs de IJsselmeerdij Maxima centrale

uitstrekt vanaf de Maximacentrale in het noorden tot aan de Oostvaard in het zuiden. Tussen genoemde locaties bevindt zich van noord

Flevokust

Houtribbos Flevo Marina

een afwisseling van landschap en bebouwing. De ontwikkeling op

dient zich op een logische manier te voegen in dit kralensnoer. De

om de grootschalige bebouwing zo goed mogelijk in te voegen, w

bomenlandschap van het Houtribbos en de buitendijkse Maximace landmark zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Parkhaven

Bataviahaven

Werkeiland Oostvaardersplassen

7

Stedenbouwkundig kader / Analyse vanuit de grote schaal

STRUCTUUR VAN HET LANDSCHAP Ook is de oorspronkelijke functie van Flevokust als viskwekerijcomplex van belang. Het gebied bestond tot begin jaren tachtig uit grote vijverbekkens die het gehele gebied omvatten. Na het stopzetten van de viskwekerij zijn de bekkens drooggezet. De structuur ervan is nog duidelijk zichtbaar in de aanwezige kades loodrecht op de IJsselmeerdijk en centrale toegangskade evenwijdig aan die dijk.

Het viskwekerijcomplex is rondom ingekaderd door een stevige bosstrook. Tevens bevindt zich parallel aan de IJsselmeerdijk een veertigmeter brede bomenstrook, die deels voorzien is van zonnepanelen. Deze dient als groenzone te worden gerespecteerd. Aan weerzijden van Flevokust bevinden zich het Houtribbos en het Visvijverbos. Oostelijk van Rijksweg A6 bevindt zich een relatief open polderlandschap. De interne visvijverstructuur met bosstrook en begrenzende watergang rondom én de ligging van Houtribbos en Visvijverbos vormen de basis voor het stedenbouwkundig plan.

OORSPRONKELIJKE VISVIJVERSTRUCTUUR EN LANDSCHAPPELIJKE CONTEXT

11

Stedenbouwkundig kader / Stedenbouwkundig plan

STEDENBOUWKUNDIG PLAN Het stedenbouwkundig plan vormt de basis­ structuur van het groene en blauwe raamwerk, de infrastructuur en de verkaveling. Bij de ontwikkeling van de diverse bouwprojecten wordt de basisstructuur gerespecteerd en versterkt.

“We kiezen voor een stevige, groene corridor rondom het bedrijventerrein. Hiervoor wordt aan de zuidkant een nieuw bos aangelegd. Door natuurinclusief te ontwikkelen wordt deze groene kwaliteit doorgetrokken tot op het bedrijventerrein. Zo ontstaat er een prettig klimaat.” Ronnie Zijp, functie

12

- EN WATERSTRUCTUUR

Stedenbouwkundig kader / Stedenbouwkundig plan

GROEN RAAMWERK Rondom het gehele binnendijkse gebied van Flevokust bevindt zich een groen raamwerk bestaande uit bomenrijen en bosschages. De bomenrijen rondom het gebied geeft een afschermend effect en creëert een zachtere overgang tussen landschap en bedrijventerrein. Deze beplantingsstrook kan interessanter worden gemaakt door nieuwe bomen aan te planten en in te zetten op variatie in soortkeuze. Aan de zuidzijde van Flevokust zal een compleet nieuw bosgebied worden aangelegd die het Visvijverbos bos met het Houtribbos gaat verbinden.

De interne structuur van Flevokust wordt gevormd door een centrale as (Buitenhavenweg) met een groene middenberm en bomenrijen. Haaks op de centrale as zijn drie vizieren gepland gericht op IJsselmeerdijk. Vizieren zijn brede openbare ruimten die deels samenvallen met de verkeersinfrastructuur.

ZACHTERE OVERGANG TUSSEN LANDSCHAP EN BEDRIJVENTERREIN Een van de vizieren verbindt de centrale as met de buitendijkse containerterminal. Het tweede vizier is een ruim veertig meter brede openbare ruimte,

ur keling van Flevokust Haven is de groene buitenruimte integraal in het inrichtingsplan. In Flevokust Haven wordt meer gedaan invullen van groenzones. Er wordt gestreefd naar een robuuste, roenstructuur voor Flevokust Haven waarin iedere kans om te ordt benut. De totale groenstructuur is verdeeld in verschillende

oenstructuur vormt de belangrijkste groene drager van het plan hoofdwegen en de boslocatie. De centrale as door het gebied ers richting de entrees van het plangebied. Het brede profiel oor waterberging, struwelen, zoomvegetatie en bomenlanen. In het plangebied wordt een bosgebied gerealiseerd. Het bos kent atie in natuurtypen die tezamen een ecologisch, divers gebied ns functioneert het bosgebied als ecologische verbinding tussen ebieden zoals het Visvijverbos en het Houtribbos

e groenstructuur omvat twee brede profielen en de groene het plangebied. Deze structuur omvat bos, poelen, laanbomen, loemrijk gras.

ructuren kennen een smaller profiel met een enkele rijbaan. In is ruimte voor zoomvegetatie, laanbomen en struwelen.

an de invulling van de kavels geldt dat deze aan bovenstaande es bijdragen. De (randen van de) kavels worden landschappelijk aken hiermee aan op de groene uitstraling van de openbare ruimte.

nde natuurtypes in het plangebied vormen samen met de ke inpasing van de kavels een rijke biotoop waarin diverse dierorten foerangeren en verblijven.

ur en is rondom begrensd door de Karpertocht (langs de Houtribweg eerdijk) en de Snoektocht (langs de Rijksweg A6 en de Karperweg). terpartijen bestaan uit smalle afwateringssloten.

an te leggen bos is een aanzienlijk deel gereserveerd voor een artij. Daarnaast biedt de middenberm van de hoofdroute tezamen n' de mogelijkheid tot het bergen van water middels wadi's en/of oelen.

Primaire groenstructuur

Zichtas / vizier naar het (omliggend) landschap

Secundaire groenstructuur

Ecologische verbinding

Tertiaire groenstructuur Groenstructuur buiten plan Waterstuctuur

13

bestaande uit beplanting met bomenrijen. Het derde vizier ligt tussen het nieuwe bosgebied en zuidelijke kavels en verbindt het Visvijverbos met het Houtribbos. De vizieren geven ruimte en doorzicht vanuit de IJsselmeerdijk richting het binnendijkse bedrijventerrein. Zij maken de orthogonale opzet van het gebied leesbaar. Daarnaast vormen deze openbare ruimten de verbindingen voor dieren vanuit het omringende bosgebied en het open landschap.

Stedenbouwkundig kader / Stedenbouwkundig plan

BLAUW RAAMWERK Flevokust is rondom begrensd door de tien meter brede Karpertocht (langs Houtribweg en IJsselmeerdijk) en de Snoektocht (langs Rijksweg A6 en Karperweg). De overige waterpartijen bestaan uit smalle afwateringssloten. De gemeente is verantwoordelijk voor de watercompensatie ten behoeve van de toename van verharding in de openbare ruimte. De toename van verharding in relatie tot de watercompensatie eigen terrein dient door de initiatiefnemers te worden opgelost op eigen terrein.

STEDENBOUWKUNDIG PLAN Waterstructuur

Waterstructuur

In het nieuw aan te leggen bos aan de zuidzijde van het uitgeefbare gebied komt een nieuwe watergang. Dit betreft de watercompensatie die door de gemeente wordt uitgevoerd als gevolg van de toename van de verharding in de openbare ruimte.

FRAAIE LANDSCHAPPELIJKE EN NATUURVRIENDELIJKE BEGRENZING

14

Hiermee wordt voldaan aan de uitgangspunten in de waterparagraaf zoals aangegeven in bestemmingsplan Flevokust fase 2. Daarnaast voorziet de nieuwe hoofdroute vanaf de Houtribweg tot aan de tweede rotonde in een 9.0 m brede middenberm met daarin een wadi: een met grind en zand gevulde sloot waarin het (regen)water kan infiltreren. Tot slot kan het vizier van ruim 20 meter breed tussen de centrale as en de Karpertocht worden ingezet voor waterberging.

e richting van de voormalige visvijvers. isvijvers opgepakt als hoofdroute en n aan weerzijden. Hierdoor ontstaat troon, gebaseerd op het orthogonale de schaalvergroting van de bebouwing Flevokust Haven willen vestigen is de tare per bedrijf naar 10-12 hectare en svestiging.

Stedenbouwkundig kader / Stedenbouwkundig plan

VERKAVELING EN KORRELGROOTTE

15

bouwstijl en bijzondere typologie. Viskwekerwoning aan Karperweg 8 is inmiddels helemaal opgeknapt en weer in gebruik. In de tweede viskwekerwoning aan Karperweg 10 brak op 9 mei 2015 brand uit. De woning

De oudste gebouwen in het gebied zijn de twee viskwekerwoningen aan de Karperweg uit 1962. De woningen zijn cultuurhistorisch van belang als de eerste woningen van Lelystad, die gekoppeld waren aan de aangrenzende viskwekerij. Architectuurhistorisch zijn de woningen waardevol vanwege hun modernistische

DE VISKWEKERIJWONINGEN ZIJN ARCHITECTUURHISTORISCH VAN BELANG

bevindt zich in zeer slechte staat. Het is van groot belang de dienstwoningen een erfgoedstatus te geven. Daarnaast dient de voormalige structuur herkenbaar te blijven. Na het vertrek van de viskwekerij kreeg het terrein een bestemming voor vestiging van bedrijven. In 1996 vestigde composteringbedrijf Orgaworld er een vergistingsinstallatie voor de verwerking van organische reststoffen (Biocel). In 2014 startte het bedrijf 3D Metal Forming met het maken van aluminium plaatmateriaal.

VERKAVELING

A

B

C

F

G

H

A:

28.8 ha.

Locatie oorspronkelijke viskwekerwoning

B:

26.3 ha

C:

12.4 ha

D:

11.8 ha

oorspronkelijke viskwekerwoningen es. De woningen zijn cultuurhistorisch lystad. Architectuurhistorisch zijn de dernistische bouwstijl en bijzondere ing Karperweg 8 is inmiddels helemaal skwekerwoning aan de Karperweg 10 evindt zich in zeer slechte staat.

E:

10.4 ha

F:

26.0 ha

G:

20.2 ha

H:

12.0 ha

D

E

Kavels niet meegenomen in oppervlakte staat

¹ Cultuurhistorie in Lelystad, Leon van Meijel en Pauline Opmeer (2007) ² Waardestelling voormalige viskwekerij, erfgoedcommissie Lelystad 14-11-2014

Gerestaureerde viskwekerwoning Karperweg 8

Stedenbouwkundig kader / Stedenbouwkundig plan

De verkavelingsrichting is afgestemd op de richting van de voormalige visvijvers. Zo is de centrale as van de voormalige visvijvers opgepakt als hoofdroute en vervolgens verkaveld met haakse straten aan weerszijden. Hierdoor ontstaat er een helder orthogonaal verkavelingspatroon, gebaseerd op het orthogonale patroon van de voormalige visvijvers. Door de schaalvergroting van de bebouwing en de bedrijven die zich de laatste jaren in Flevokust Haven willen vestigen is de kavelgrootte toegenomen van circa 1 hectare per bedrijf (3D Metal Forming en Orgaworld) naar 10-12 hectare en uiteindelijk naar

CENTRALE AS VAN DE VOORMALIGE VISVIJVERS ALS HOOFDROUTE EN VERVOLGENS VERKAVELD 25-28 hectare per bedrijfsvestiging. De korrelgrootte van de gebouwen is hierbij evenredig meegegroeid. Van noordoost naar zuidwest neemt de korrelgrootte toe van 10 hectare op de kavel tegenover de maximacentrale tot aan 28 hectare op de kavel

SCENARIO BIJ SCHAALVERKLEINING

ch de rootte ndelijk

undig n het pas op n door kavels aat uit daarin hoort bij een

(Vooralsnog te handhaven) locatie met zonnevelden

16

tegenover het geplande boscompensatiegebied. Drie kavels grenzend aan het Visvijverbos zijn tijdelijk in gebruik als zonneveld. Hierop kunnen bedrijven met een kleinere korrel worden gevestigd. Bij een schaalvergroting van deze kavels is de voorwaarde dat de overgebleven openbare ruimte wordt gebundeld in een robuust vizier tussen de centrale as en het visvijverbos. Deze openbare ruimte kan worden benut voor waterberging en groenvoorzieningen als corridor voor dieren en recreatief medegebruik.

Stedenbouwkundig kader / Stedenbouwkundig plan

INFRASTRUCTUUR Door de schaalvergroting van de bedrijven met een logistieke functie neemt ook de verkeersdruk toe. Om goed te kunnen aansluiten op de grote schaal van de gebouwen en om de hoeveelheid (vracht) verkeer te kunnen verwerken, wordt de nog aan te leggen hoofdroute uitgevoerd in 2x2 rijstroken met herkenbare, groene middenberm voorzien van bomen en een wadi.

UUR

n de bedrijven met een logistieke ersdruk toe. Om goed te kunnen aal van de gebouwen en om de r te kunnen verwerken wordt de ute uitgevoerd in 2x2 rijstroken ene middenberm voorzien van

de aansluiting bij de Houtribweg mt vervolgens de centrale as. De deel van de hoofdroute en wordt n. Het bestaande tracé tussen de ntrale as vormt tevens onderdeel gprofiel wordt gehandhaafd op ne middenberm. Langs/door het hoofdontsluiting doorgetrokken de IJsselmeerdijk. an de verschillende kruispunten n het plangebied dient nog nader

hoeve van het openbaar vervoer de hoofdroute. Langs deze route enodigde halten opgenomen te

uctuur bestaat uit een beperkt wegen. Er wordt geen rekening e openbare ruimte. Het parkeren terrein. g grenst aan het bedrijventerrein eplanting.

n twee richtingen, gekoppeld vormt een belangrijke drager De fietsstructuur verbindt het stad met het fietsnetwerk van

minste één trottoir gerealiseerd nnen wandelen.

INFRASTRUCTUUR FLEVOKUST HAVEN

Voetpaden

Fietspaden

Wegen

De hoofdroute loopt vanaf de rotonde bij de Houtribweg over de Karperweg en vervolgens linksaf richting de centrale as. De gehele centrale as is onderdeel van de hoofdroute en wordt daarom ook uitgevoerd met 2x2 rijstroken. Het bestaande tracé tussen de containerterminal en de centrale as maakt eveneens deel uit van de hoofdroute. Dit wegprofiel wordt gehandhaafd op 2x1 rijstrook met groene middenberm. Daar waar de openbare weg grenst aan het bedrijventerrein komt flankerende heesterbeplanting.

17

De overige ontsluitingsstructuur bestaat uit een netwerk van secundaire wegen, geflankeerd met dubbele bomenrijen en heesterbeplanting. Er wordt geen rekening gehouden met parkeren in de openbare ruimte. Het parkeren wordt afgewikkeld op eigen terrein. Een vrijliggend fietspad in twee richtingen, gekoppeld aan de hoofdontsluiting, vormt een belangrijke drager voor het langzaamverkeer. De fietsstructuur verbindt het hoofdfietspadennet van de stad met het fietsnetwerk van de polder. In alle straten wordt tenminste één trottoir gerealiseerd, zodat voetgangers veilig kunnen wandelen.

Stedenbouwkundig kader / Stedenbouwkundig plan

De overige ontsluitingsstructuur bestaat uit een netwerk van secundaire wegen, geflankeerd met dubbele bomenrijen en heesterbeplanting. Er wordt geen rekening gehouden met parkeren in de openbare ruimte. Het parkeren wordt afgewikkeld op eigen terrein.

18

Een vrijliggend fietspad in twee richtingen, gekoppeld aan de hoofdontsluiting, vormt een belangrijke drager voor het langzaamverkeer. De fietsstructuur verbindt het hoofdfietspadennet van de stad met het fietsnetwerk van de polder. In alle straten wordt tenminste één trottoir gerealiseerd, zodat voetgangers veilig kunnen wandelen.

VERBINDING HOOFDFIETSPADENNET VAN DE STAD MET FIETSNETWERK VAN DE POLDER

LELYSTAD FLEVOKUST-HAVE Boombeplanting

INFRASTRUCTUUR

PRINCIPEPROFIELEN Principeprofielen

A

A

C

A D

B

B INFRASTRUCTUUR Principeprofielen

B C

C D

INFRASTRUCTUUR Principeprofielen

12

Lelystad Flevokust Haven | Stedenbouwkundig Plan | 11.05.2023

C

D

C D

D 13

Lelystad Flevokust Haven | Stedenbouwkundig Plan | 11.05.2023

³ Omgevingsvisie Lelystad 2040, juli 2021

Stedenbouwkundig kader / Stedenbouwkundig plan

NATUURINCLUSIEF BOUWEN EN INRICHTEN Bij natuurinclusief bouwen en inrichten wordt de natuur integraal meegenomen in een ontwerp. Natuurinclusief bouwen en inrichten vergroot niet alleen de biodiversiteit, het verminderd hittestress en wateroverlast en het zorgt voor een gezonde, prettige leefomgeving. Op steeds meer bedrijventerreinen is aandacht voor natuurinclusief bouwen en inrichten. Het belang hiervan is groot omdat maar liefst een zesde deel van Nederland is bebouwd met bedrijventerreinen. De ambitie voor Lelystad is om een iconisch bedrijventerrein neer te zetten als het gaat om natuurinclusief bouwen en natuurinclusief inrichten. Dit betekent dat zowel bij het ontwerp van gebouwen als bij de inrichting van de buitenruimte natuurinclusiviteit centraal staat en dus een integraal onderdeel is van het gehele proces. Het groen in Lelystad bestaat uit een drietal bouwstenen die leiden tot een ecosysteem, een symbiotisch geheel. • Natuurversterkende maatregelen in, op, of aan het gebouw: Denk hierbij aan verblijfsruimten of nestelstenen in de gevels en op daken voor gebouwbewonende soorten, zoals vleermuizen. • Natuurversterkende maatregelen rondom het gebouw. Dit betreft de inrichting van de kavel die gericht is op het versterken van de natuurlijke habitat van de gebouwbewonende soorten, door middel van groene elementen.

Deze groene elementen zorgen weer voor nestgelegenheid voor solitaire bijen en broedvogels en een habitat voor amfibieën. Het dient ook als foerageergebied. • Natuur in de buurt: Dit betreft de groene openbare ruimte die kansen biedt als verbindingsroute voor dieren, maar ook voor rust en recreatie.

WATERGANGEN, EVENALS DE VERBINDING NAAR WATEREN BUITEN FLEVOKUST VAN BELANG VOOR BEVERS, OTTERS EN RINGSLANGEN

MIGRATIE TUSSEN DE VERSCHILLENDE BOSSEN VAN BELANG VOOR DE BOOMMARTER Flevokust Haven ligt buiten bestaand bebouwd gebied. Tezamen met de ligging tussen het polderlandschap en het IJsselmeer biedt dit kansen om bij te dragen aan de uitbreiding van het leefgebied voor de huidige flora en fauna. Flevokust is belangrijk voor onderstaande beschermde soorten: • Bever; • Otter; • Boommarter; • Bunzing; • Hermelijn; • Wezel; • Vleermuis; • Ringslang.

19

het Zuigerplasbos. Belangrijk is dat de boommarter via Flevokust-zuid kan migreren tussen de verschillende bossen. Dit vraagt om inrichtingsmaatregelen. Niet helemaal duidelijk is of de boommarter ook foerageert in Flevokust-zuid, maar een extensieve inrichting en beheer van het groen kan wel een bijdrage leveren. Voor wat betreft de verlichting in de openbare ruimte en op de kavels is het van belang dat strooilicht beperkt wordt en dat voor een lichtkleur gekozen wordt die het minst verstoring veroorzaakt. De kleine marterachtigen, bunzing, hermelijn en wezel, houden van een wat rommelig terrein. Dit wordt bereikt door bijvoorbeeld dode takken achter te laten, door dichte beplanting af te wisselen met open stukken en door af te wisselen in droge en natte plakken.

WE BOUWEN NATUUR IN, OP- OF AAN HET GEBOUW, RONDOM HET GEBOUW EN IN DE BUURT

Er wordt een koppeling gerealiseerd tussen Flevokust Haven en het IJsselmeer. In Flevokust Haven zal een verblijfsruimte komen voor vogelsoorten die voorkomen rond en op het IJsselmeer. Verblijfruimte is primair voor de meervleermuis maar ook gebouwbewonende vogelsoorten als de huismus en de huis- en boerenzwaluw. Ook komen er ‘bruine daken’ op de gebouwen als broedgebied voor kustvogels. Bruine daken zijn goed te combineren met zonnepanelen. Voor de bever, de otter en de ringslang zijn de watergangen van belang, evenals de verbinding naar wateren buiten Flevokust. Deze verbinding kan bijvoorbeeld een duiker met looprichel zijn. De toepassing van zoveel mogelijk natuurlijke oevers zijn daarbij van belang, zoals wilgenstruweel langs het water. Bevers knagen in de wilgenstruwelen voor voedsel en vroege bijensoorten halen er hun stuifmeel en nectar. De boommarter is een wat gevoeliger soort. Rond Lelystad bevindt zich een metapopulatie. Een metapopulatie kan in afzonderlijke bossen en bosjes niet voortbestaan, maar wel in het grootschalige natuurnetwerk in de omgeving. Flevokust vormt een schakel tussen het Visvijverbos, het Houtribbos en

Combinatie van groen dak met zonnepanelen.

Stedenbouwkundig kader / Stedenbouwkundig plan

KAVELINRICHTING De eerste vijftien meter vanuit de kavelgrens is bedoeld als vrijwaringszone. Deze zone heeft als hoofdfunctie het creëren van voldoende ruimte voor robuuste groenvoorzieningen en compenserend water als gevolg van de toename van verharding van het oppervlak in het gebied. Daarnaast is het de bedoeling dat de inrichting van de kavel een bijdrage levert aan de vergroening en de biodiversiteit van het gebied. Zo kan met bermen, bomenrijen en flankerende heesterbeplanting ook een goede landschappelijke aansluiting op de openbare ruimte worden gecreëerd. Daarnaast heeft de vrijwaringszone, grenzend aan de openbare weg, een representatieve entreefunctie. De zone dient te worden vrijgehouden van bebouwing en opslag. In de vrijwaringszone wordt geen parkeermogelijkheid gerealiseerd, tenzij dit landschappelijk wordt ingepast.

20

Achter de vrijwaringszone begint Bouwvlak Laag. Bouwvlak Laag is 25 meter diep en er geldt een bouwhoogte van maximaal 20 meter. De bebouwing grenzend aan de vrijwaringszone en gekoppeld aan de openbare weg is representatief van karakter en bevat gevelopeningen in de vorm van ramen en deuren. Aan de representatieve voorzijde wordt de kantoor- of ontvangstruimte georiënteerd. Daar waar de kavel grenst aan de bosstrook is het van belang dat met name de hogere bebouwing zorgvuldig wordt ontworpen. Deze bebouwing is namelijk goed zichtbaar vanuit het IJsselmeer en het polderlandschap.

een hekwerk (max. 2.0 m) nodig zijn, dan wordt deze meegenomen in de ontwerpopgave en transparant vormgegeven, zodat het zicht naar de bebouwing niet wordt afgesloten. Vanwege de typologie van bedrijvigheid en veiligheid wordt in sommige gevallen een hoger hekwerk verlangd. Deze mag in uiterste gevallen max. 3.0 m hoog worden en dient expliciet te worden meeontworpen.

Op een afstand van veertig meter vanaf de kavelgrens bevindt zich Bouwvlak Hoog. Hier geldt een maximale bouwhoogte van veertig meter. Opslag bevindt zich buiten het zicht van de openbare weg. De kavel wordt bij voorkeur op een natuurlijke wijze begrensd, bijvoorbeeld door kavelsloten, hagen of grondlichamen van maximaal 1,40 meter hoog. Mocht

eneerd is de eerste zone bedoeld als wezige functie buiten de kavelgrens te - naastliggende kavel) is deze zone eeft als hoofdfunctie het creëren van envoorziening en watercompensatie oppervlak in het gebied. Daarnaast de kavel een bijdrage levert aan de ebied. Hiermee kan tevens een goede are ruimte met bermen, bomenrijen en creëerd. enzend aan de openbare weg een dient te worden vrijgehouden van ne wordt geen parkeren gerealiseerd,

wvlak laag'. In deze zone, variërend whoogte van maximaal 20 meter. De ne gekoppeld aan de openbare weg is elopeningen in de vorm van ramen en wordt de kantoor- of ontvangstruimte an de bosstrook is het van belang dat g wordt ontworpen.

velgrens bevindt zich 'bouwvlak hoog' an 40 meter. Dit is toegestaan voor n het aangegeven bouwvlak) en dient uwingsbeeld.

uurlijke wijze begrensd, bijvoorbeeld n van maximaal 1,40 meter hoog. Een m) dient meegenomen te worden in rden vormgegeven. Indien een hoger n uiterste gevallen max. 3,00 m hoog mee-ontworpen.

Bestaande kavels

Bebouwingsvrije zone

Bestaande bebouwing

Bouwhoogte max 20 m Bouwhoogte max 40 m (1) (toegestaan voor een ondergeschikt gedeelte (max. 45% van het aangegeven bouwvlak) indien passend binnen het straat- en bebouwingsbeeld)

Ontsluiting kavel bij voorkeur aan hoofdontsluting Bebouwingsvrije zone

werknemers geheel op eigen terrein te

hoofdontsluiting

grenzend aan hoofdontsluiting • 15 meter

van de verschijningsvorm van de

Bebouwingsvrije zone

Bouwhoogte max. 20 meter

NATURAL

21

ENERGY

02 WELSTANDSCRITERIA AMBITIE Uitgangspunt voor de bebouwing in Flevokust Haven is ‘natuurlijk-eigentijds en representatief’. De bebouwing is qua schaal, maat en situering logisch onderdeel van de totale kavelruimte, waarbij er een goede afstemming is tussen groenvoorzieningen, waterpartijen, bebouwing en parkeren. Zie voor kavelinrichting hoofdstuk Stedenbouwkundig kader, paragraaf ‘kavelinrichting’. WE BOUWEN NATUUR IN, OP- OF AAN HET GEBOUW, RONDOM HET GEBOUW EN IN DE BUURT.

22

Welstandscriteria / Ambitie

De bebouwing voegt zich op een natuurlijke wijze in het landschap door materiaalgebruik, kleurstelling en gevelaanzicht. Saaie grijze, gesloten dozen dienen hierbij te worden vermeden. Dit kan worden bereikt door gebruik te maken van materialen met een natuurlijke uitstraling, zoals hout, ongekleurd beton, groene gevels of cortenstaal. Plaatmateriaal of sandwichpanelen zijn toegestaan, maar vormen dan onderdeel van een totaalontwerp waarbij een natuurlijk-eigentijds, representatief en natuurinclusief ontwerp ontstaat, in combinatie met groene gevels of natuurlijke materialen. Installaties op de daken dienen in het ontwerp te worden geïntegreerd en aan het zicht op de menselijke schaal worden onttrokken.

23

Gevels openen zich zo veel mogelijk naar de openbare weg door te voorzien in voldoende raampartijen, in het bijzonder van de kantoor/ontvangstruimte bij de hoofdentree. Bij blinde geveldelen wordt voldoende reliëf of plasticiteit aangebracht. Zowel de kavel als de bebouwing dient natuurinclusief te worden ontworpen. Partijen worden uitgedaagd om de daken van gebouwen zoveel mogelijk als groen daken uit te voeren en te voorzien van zonnepanelen.

materialen. Is dit niet mogelijk, dan dient voor de gevel te worden aangesloten op het kleurenspectrum Flevokust Haven. Om te voorkomen dat hierdoor een monotoon beeld ontstaat, kan gebruik worden gemaakt van gradiënten. Daarnaast wordt extra aandacht gevraagd voor bebouwing georiënteerd op de hoofdroute, IJsselmeerdijk en het omliggende polderlandschap.

Om ervoor te zorgen dat de forse gebouwen zich goed voegen in het landschap wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de natuureigen kleur van de toegepaste

“De bebouwing dient zich op een natuurlijke wijze in het landschap te voegen door materiaalgebruik, kleurstelling en gevelaanzicht. De reclame op de private kavels dient op subtiele wijze in de architectuur worden opgenomen.” Ronnie Zijp, stedenbouwkundige

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=b16bbf0c-ad4e-4536-b567-37d427186f6e