BL Ontwerp programmabegroting 2023 - 2026
Tekst van het document
Vanuit de jeugdgezondheidszorg wordt ingezet op normalisering van beginnende zorgen en problemen, zowel op het gebied van ontwikkeling als op het gebied van opvoeding. We zullen, conform het raadsakkoord, blijven inzetten op een volwaardig zorgaanbod. Gerelateerde beleidsnota's GGD begroting 2023 Nota Samen gezond in lelystad (2020-2024)
Gerelateerde verbonden partijen GR GGD Flevoland
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
61
7.2
Riolering
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Onderdeel begrotingsmonitor 2023:
Lasten Baten
Nee
2023 -5.691 6.678
2024 -5.690 6.678
Bedrag x €1.000
2025 -5.690 6.678
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
2026 -5.690 6.678
Wettelijk [0%] [0%]
Context Op basis van de Wet Milieubeheer hebben gemeenten een afvalwaterzorgplicht en op basis van de Waterwet hebben gemeenten een hemelwaterzorgplicht en een grondwaterzorgplicht. De uitwerking van deze zorgplichten dient iedere gemeente uit te werken in een zogeheten Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), waarin de bijbehorende kosten inzichtelijk worden gemaakt evenals de dekking (in de vorm van rioolheffing). Wat willen we bereiken? Voldoen aan de wettelijke zorgplichten op gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater zonder dat er overlast onstaat voor bewoners en gebruikers. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die samenhangen met de taken op het gebied van afvalwater en waterhuishouding. Het gaat hierbij om de opvang, transport en verwerking van afval- en hemelwater, de inzameling en het transport van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater en het voorkomen van grondwaterproblemen, onder meer door afvoer van overtollig grondwater. Naast het dagelijks onderhoud en het uitvoeren van inspecties gaat het hierbij ook om het voorzien van kosten die horen bij het groot onderhoud. De baten hebben betrekking op de inkomsten uit de rioolheffing, die geheven wordt bij particulieren. De bijdrage voor het riool vanuit de bedrijven c.q. de niet-woningen ontvangt de gemeente via de ozb.
Bij de berekening van de kostendekkendheid van de rioolheffing worden naast bovenstaande directe kosten, ook de indirecte kosten zoals kwijtscheldingen rioolheffing, de toerekenbare BTW, een deel van de reinigingskosten en de bedrijfsvoeringskosten betrokken. Op basis van het GRP 2022 zal jaarlijks een actualisatie van de tarieven worden doorgevoerd waarin, minus de ICLbijdrage op dit taakveld, 100% kostendekkendheid het uitgangspunt is. Gerelateerde beleidsnota's Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2022 Rioolbeheerplan 2020 - 2025 Integraal Grootonderhoud Openbare Ruimte (IGOR)
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
62
Bedrag x €1.000
7.3
Afval
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Onderdeel begrotingsmonitor 2023:
Lasten Baten
Nee
2023 2024 2025 2026 -10.034 -10.033 -10.033 -10.032 12.337 12.575 12.574 12.573
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval, de handhaving van het afvalbeleid en de inningskosten. HVC voert een belangrijk deel van deze wettelijke taken uit op het gebied van inzameling en verwerking. De baten hebben betrekking op de inkomsten uit de afvalstoffenheffing en de inkomsten uit waardevolle afvalstromen, zoals oud papier en plastic. Wat willen we bereiken? Uitvoering geven aan de ambities als vastgelegd in het beleidskader Van Afval Naar Grondstof (VANG), die moeten leiden tot 75% afvalscheiding met maximaal 100 kg restafval per inwoner. Beoogd effect: vermindering hoeveelheid restafval en toename hoeveelheid ingezamelde grondstoffen. Omdat nog niet alle fase van het Nieuwe Inzamelen uitgevoerd zijn is de doelstelling nog niet behaald. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de inzameling en verwerking van huishoudelijk afval, de handhaving van het afvalbeleid en de inningskosten. HVC voert een belangrijk deel van deze wettelijke taken uit op het gebied van inzameling en verwerking. De baten hebben betrekking op de inkomsten uit de afvalstoffenheffing en de inkomsten uit waardevolle afvalstromen, zoals oud papier en plastic.
Bij de berekening van de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing worden naast bovenstaande lasten (directe kosten), ook de kwijtscheldingen afvalstoffenheffing, toerekenbare BTW en bedrijfsvoering kosten betrokken en vindt een doorbelasting plaats op het gebied van Handhaving en Reiniging. De beïnvloedbaarheid van de lasten is beperkt en de beïnvloedbaarheid van de baten wordt beperkt door de maximaal toegestane kostendekkendheid van 100%. In 2022 is de evaluatie over het beleid met de raad opgestart en deze zal dienen als basis voor actualisatie van het beleid. Dit proces wordt in 2023 afgerond. In 2022 is fase 3 van het Nieuwe inzamelen afgerond. Fase 4 en 5 zullen zijn opgestart en dit zal in 2023 worden afgerond. Gerelateerde beleidsnota's Afvalstoffenbeleidsplan 2015
Gerelateerde verbonden partijen NV HVC
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
63
7.4
Milieubeheer
Hoofdopgave raadsakkoord: 5. Wonen Portefeuillehouder(s): S. Kruis Onderdeel begrotingsmonitor 2023:
Lasten Baten
Nee
2023 -4.522 -
2024 -4.332 -
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2025 -4.252 -
2026 -4.202 -
Wettelijk [ 20 % - 40 %] [0%]
Context De gemeente heeft diverse wettelijke verplichtingen op grond van de Wet milieubeheer, de Woningwet, de Wet bodembescherming en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Daarnaast worden binnen dit taakveld diverse activiteiten uitgevoerd op het gebied van duurzaamheid (met als hoofddoelen in willekeurige volgorde de energietransitie, het bereiken van een circulaire economie en bewerkstelligen van een klimaatadaptieve stad) en ondersteunt de gemeente inwoners op het gebied van asbestsanering van dakbedekking. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van milieu. Daarnaast maakt de gemeentelijke inzet op het gebied van duurzaamheid en de ondersteuning van inwoners bij de sanering van asbestdaken ook onderdeel uit van dit taakveld. Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) De OFGV verzorgt sinds 1 januari 2013 milieutaken en brandveilig gebruik op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Onder de taken van de omgevingsdienst vallen: het uitvoeren van de (coördinatie van)milieutoezicht, het toezicht op brandveilig gebruik en asbestverwijdering, het behandelen van milieuklachten en de toezicht op bodemkwaliteit, plus het juridisch vervolg op overtredingen.
De OFGV is gemandateert het Risicoregister gevaarlijke stoffen (Rrgs) te beheren namens de gemeente. Daarnaast ondersteunt de OFGV bij het verduurzamen van het bedrijfsleven. Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet (2022) wordt de gemeente bevoegd gezag voor een aantal bodemtaken. Op dit moment is de Provincie bevoegd gezag en zijn de taken belegd bij de omgevingsdienst. Het is nog onduidelijk wat de bijdrage uit het gemeentefonds zal zijn voor deze 'bodemtaken' en of deze aansluit bij de kosten van de omgevingsdienst. Handhaving en toezicht Een deel van de taken die voortvloeien uit het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) maken eveneens onderdeel uit van dit taakveld. Het gaat daarbij in dit taakveld om het uitvoeren van ondermeer toezicht kamerverhuur, wet kinderopvang en woningwet. Daarnaast gaat het over bouw- en slooptoezicht in combinatie met nieuwbouw, het uitvoeren van controles op constructieve veiligheid van bouwwerken en dergelijke. Daarnaast hebben de lasten betrekking op juridische ondersteuning, bijvoorbeeld bij complexe vergunningaanvragen. Hier is ook nadrukkelijk een link met het taakveld wonen en bouwen (8.3) waar de omgevingsvergunningen worden verleend. Duurzaamheid In 2020 is begonnen met de uitvoering van het door het college vastgestelde Actieplan Duurzaamheid.
Daaronder vallen de projecten die we uitvoeren om de doelstelling te bereiken die vastliggen in de Kadernota Duurzaamheid en daarnaast geven we invulling aan de opgaven die onder meer door het Rijk zijn opgelegd. De energietransitie, klimaatadaptatie en de overgang naar een circulaire economie vallen daaronder. Bij de energietransitie is bepaald dat deze haalbaar en betaalbaar moeten zijn voor de inwoners, maar zeker ook voor de gemeentelijke organisatie. Er is inmiddels een start gemaakt met het op meer structurele basis beschikbaar stellen van middelen vanuit de landelijke overheid via de afgelopen december- en meicirculaires. Ook in 2023 zal er voortdurend aandacht moeten zijn om voldoende capaciteit en middelen ter beschikking te hebben die past bij de huidige fase van de energietransitie, maar die ook garantie biedt voor de continuiteit die nodig is. Klimaatadaptatie en circulaire economie zijn eveneens thema's die steeds vaker op wettelijke basis uitgevoerd worden en waarbij de gevraagde inzet van capaciteit en middelen zal groeien. Asbestproblematiek De gemeente heeft de taak om inwoners te informeren over de asbestproblematiek.
Hiervoor zijn er ter ondersteuning van inwoners middelen geraamd voor de dekking van advies- en ondersteuningskosten en biedt de gemeente huiseigenaren de mogelijkheid een lening af te sluiten en subsidie aan te vragen voor de vervanging van asbesthoudende daken.
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
64
7.4
Milieubeheer (vervolg)
Lasten Baten
2023 -4.522 -
2024 -4.332 -
Bedrag x €1.000
2025 -4.252 -
2026 -4.202 -
Wat gaan we daarvoor doen? De energietransitie wordt ook in Lelystad steeds concreter en daarom bereiden we de overgang voor naar een aardgasvrije samenleving. De periode tot 2050 staat in het teken van het voorbereiden van woningen / bedrijven, bijvoorbeeld door naisolatie en het uiteindelijk overstappen naar een aardgasloze energievoorziening. De opgave, de mogelijkheden en de relaties met andere opgaven in de stad worden vastgelegd in de Transitievisie warmte die uit drie onderdelen bestaat: de spelregels (kadernota), de volgorde der wijken en de wijkuitvoeringsplannen. Uit de wijkuitvoeringsplannen zal voor elke wijk blijken welke vorm de energietransitie krijgt en wat de gevolgen daarvan zullen zijn voor bewoners en bedrijven. Naar verwachting zal begin 2023 in de eerste wijken gestart worden met het gezamenlijk opstellen van Wijkuitvoeringsplannen. Deze plannen worden door de raad vastgesteld. Tegelijkertijd worden voor de wijken die nog niet aan de beurt zijn collectieve inkoopacties georganiseerd voor gevelen vloerisolatie, zonnepanelen en HR++ glas. Bewoners kunnen voor vragen over de energietransitie terecht bij het Energieloket Lelystad. Naast de energietransitie wordt ook verder gebouwd aan het klimaatadaptief maken van de stad. De Lelystadse Adaptatie Strategie is hier een belangrijke spil in. Deze visie zal o.a.
beschrijven wat de rol van de gemeente is in haar beleid en uitvoerende activiteiten. Net als bij de warmtevisie zullen er uiteindelijk op wijkniveau klimaat adaptatie plannen opgesteld worden die zo veel als mogelijk samen lopen met GO. Ook de circulaire economie zal in 2030 (50% reductie van primaire abiotische grondstoffen) en 2050 landelijk vorm gekregen moeten hebben. De gemeente zet daarin in op de eigen verantwoordelijkheid in het hoofdstuk economie. Lokaal voedsel wordt daarnaast meer gewaardeerd en veelvuldig gebruikt. Verspilling in de keten wordt zoveel mogelijk beperkt en ook in de productie daarvan vinden transities plaats en worden kringlopen gesloten. Gerelateerde beleidsnota's Kadernota duurzaamheid Actieplan duurzaamheid 2021-2024 Kadernota op weg naar nieuwe energie, transitievisie warmte Lelystadse Adaptatie Strategie (LAS) Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP)
Gerelateerde verbonden partijen Omgevingsdienst Flevoland, Gooi- en Vechtstreek
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
65
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
Hoofdopgave raadsakkoord: Portefeuillehouder(s): S. Kruis Onderdeel begrotingsmonitor 2023:
Lasten Baten
Nee
2023 -277 349
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
2024 -277 349
Bedrag x €1.000
2025 -277 349
2026 -265 349
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [ 0 % - 20 %]
Context Op basis van de Wet op de lijkbezorging heeft de gemeente diverse wettelijke verplichtingen, zoals het hebben van een begraafplaats. Wat willen we bereiken? Een gemeentelijke begraafplaats die voldoende ruimte biedt voor het respectvol begraven van overledenen, het bijzetten van asbussen/-urnen, het verstrooien van as en het bieden van een voor de nabestaanden nette en rustige omgeving om hun overledenen te herdenken. Wat gaan we daarvoor doen? In dit taakveld zijn de lasten en baten opgenomen die verband houden met de exploitatie van de gemeentelijke begraafplaats. Bij de berekening van de kostendekkendheid van de begraafexploitatie worden naast directe kosten, ook de toerekenbare bedrijfsvoeringskosten betrokken en vindt egalisatie plaats via de voorziening. De beïnvloedbaarheid van de lasten hangt samen met het nagestreefde kwaliteitsniveau van de begraafplaats. De beïnvloedbaarheid van de baten wordt beperkt door de maximale kostendekkendheid van 100%. Gerelateerde beleidsnota's Begraafplaatsexploitatie 2015 - 2035
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
66
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing De taakvelden binnen het cluster ‘8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing’ hebben betrekking op ruimtelijke ordening, grondexploitaties van niet- bedrijventerreinen en de beleidsterreinen wonen en bouwen. In de overzichten hieronder wordt per taakveld inzicht geboden in de bijbehorende lasten en baten. Vervolgens wordt per taakveld aanvullende informatie geboden, bijvoorbeeld over de aard van de activiteiten, de beïnvloedbaarheid van de budgetten en de verantwoordelijke portefeuillehouder(s). Indien van toepassing wordt er ingegaan op de concrete doelstellingen voor 2023 en de bij het taakveld betrokken verbonden partijen.
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en
(Bedragen x €1.000)
Lasten 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen) 8.3 Wonen en bouwen Totaal Lasten Baten 8.1 Ruimtelijke ordening 8.2 Grondexpl. (niet-bedr.terreinen) 8.3 Wonen en bouwen Totaal Baten Eindtotaal
2023
2024
2025
2026
-3.351 -25.478 -6.739 -35.568
-3.137 -23.746 -6.469 -33.352
-2.615 -26.499 -6.337 -35.451
-2.560 -14.189 -6.110 -22.860
358 25.425 5.540 31.322 -4.246
358 23.693 5.480 29.531 -3.822
50 26.446 5.480 31.976 -3.475
50 14.136 5.480 19.666 -3.194
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
67
8.1
Ruimtelijke ordening
Hoofdopgave raadsakkoord: 3. Natuur & 7. Stedelijke Vernieuwing Portefeuillehouder(s): P. van Dijk Onderdeel begrotingsmonitor 2023: Nee
Lasten Baten
2023 -3.351 358
2024 -3.137 358
Bedrag x €1.000
2025 -2.615 50
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
2026 -2.560 50
Wettelijk [0%] [0%]
Context Op basis van de Wet Ruimtelijke ordening hebben gemeenten diverse taken gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu. De gemeente richt zich in dit kader op onderzoeken van maatschappelijk relevante ontwikkelingen en het formuleren, monitoren en actualiseren van strategisch ruimtelijk beleid in de integrale (desgewenst intergemeentelijke) structuurvisie, bestemmingsplannen of aspecten daarvan. Per 1 januari 2023 treedt voor zover nu bekend de Omgevingswet in werking, deze vervangt (onder meer) de Wet ruimtelijke ordening. Na inwerkingtreding wordt het strategisch ruimtelijk beleid opgenomen in de Omgevingsvisie en het omgevingsplan ter vervanging van structuurvisies en bestemmingsplannen. De invoering van de Omgevingswet gaat een grote verandering betekenen, een stelselherziening van het omgevingsrecht. De Omgevingswet gaat 26 wetten (o.a. op het gebied van Ruimtelijke Ordening, Wonen en Bouwen, Natuur, Milieubeheer, Cultureel Erfgoed), vier AMvB's en tien ministeriële regelingen vervangen. Daarnaast zijn aanhaakwetten zoals de natuurwet en de Wet Grondeigendom in procedure. De Omgevingswet heeft een sterk integraal karakter en introduceert nieuwe thema's in het fysieke domein zoals gezondheid en duurzaamheid.
De wet kent 6 nieuwe kerninstrumenten: de omgevingsvisie, het programma, het omgevingsplan, algemene rijksregels, de omgevingsvergunning en het projectbesluit. De wet gaat uit van het principe één overheid, één overheidsloket en één omgevingsvergunning. Dit betekent zoeken naar nieuwe samenwerkingsvormen, bestuurlijke afstemming over rollen en bevoegdheden en een andere architectuur van systemen om data overzichtelijk te houden en beschikbaar te stellen. Wat willen we bereiken? Tot dit taakveld behoren de lasten die verband houden met de uitvoering van wettelijke taken op grond van de Wet ruimtelijke ordening (na 1 januari 2023 de Omgevingswet). Het gaat hierbij om de voorbereiding- en vaststelling van structuurplannen en visies, het opstellen en actualiseren van bestemmingsplannen, gebiedsontwikkeling en het uitvoering geven aan een faciliterend grondbeleid. Ook het planologisch mogelijk maken van nieuwe initiatieven en afhandelen van bezwaar en beroep Wr (in verband met bestemmingsplannen en planschade) hoort tot dit taakveld. Daarnaast wordt gewerkt aan het voorbereiden van de gemeentelijke organisatie op de invoering van de Omgevingswet met als doel om op moment van inwerkingtreding conform deze wet te kunnen handelen.
De beïnvloedbaarheid van de lasten is zeer beperkt, aangezien hier uitvoering wordt gegeven aan een wettelijke taak en er een directe relatie bestaat met andere beleidsterreinen. Zo dienen de bestemmingsplannen op orde te zijn om leges voor omgevingsvergunningen te kunnen innen en heeft dit taakveld grote raakvlakken met de invoering van de Omgevingswet. Wat gaan we daarvoor doen? Tot 1 januari 2023 staat de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet centraal. Uitgangspunten daarvoor zijn: Koersvast Er wordt uitgegaan van een pragmatische aanpak, waarbij het bestaande en de Lelystadse situatie als uitgangspunt dient voor verdere ontwikkelingen. Leren door te doen, waarbij de burger als gebruiker centraal staat Veel zaken zijn nog in ontwikkeling en het werken in geest van de wet zal gaandeweg vorm en inhoud moeten krijgen. Tijdige implementatie Vanuit de ambities is gekozen voor een middenpositie. Dat houdt in dat wij het minimale regelen om te kunnen werken binnen de Omgevingswet plus een extra inspanning verrichten om ons huidige gewenste dienstverleningsniveau op peil te houden. Prioriteiten Concreet wordt in het traject doorontwikkeling Omgevingsvisie gekomen tot een Omgevingsvisie (op basis van de vastgestelde strategische hoofdopgaven) die voldoet aan de eisen zoals gesteld in de Omgevingswet.
Andere prioriteiten zijn het uitvoeren van het plan van aanpak omgevingsplan en het implementeren van het digitale programma. Gerelateerde beleidsnota's Structuurplan Lelystad 2015 Lichte actualisatie structuurplan 2015 Nota stedelijke vernieuwing op uitnodiging 2015 - 2018 Woonvisie Lelystad 2016 - 2020 Startnota Omgevingsvisie Lelystad 2030
Gerelateerde verbonden partijen OFGV Veiligheidsregio GGD
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
68
Bedrag x €1.000
8.2
Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)
Hoofdopgave raadsakkoord: 5. Wonen & 7. Stedelijke Vernieuwing Portefeuillehouder(s): S. Kruis D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor 2023: Nee
Lasten Baten
2023 2024 2025 2026 -25.478 -23.746 -26.499 -14.189 25.425 23.693 26.446 14.136
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Gemeentelijk [0%] [0%]
Context De gemeente heeft in het verleden geïnvesteerd in (bouw)grondposities die in de komende jaren worden ontwikkeld en verkocht. Voor zowel grondexploitaties voor bedrijvigheid als voor woningbouw geldt dat ze zijn gebaseerd op een door de raad vastgesteld ruimtelijk en inhoudelijk programma. Dit programma wordt uitgewerkt in een bouwgrondbegroting die als basis dient voor inkomsten en uitgaven. Het resultaat van de grondexploitaties wordt naast de doorlooptijd eveneens beïnvloed door diverse andere parameters. Op grond van wettelijke regels is een degelijke en realistische onderbouwing noodzakelijk van alle kosten, baten en de looptijd van de exploitatie. Wat willen we bereiken? Activiteiten die gericht zijn op het scheppen van fysieke condities voor woningbouw zijn, behoudens sociale woningbouw, geen wettelijke taak. Zij dragen wel bij aan de (verdere) ontwikkeling van de stad. Het zorgdragen voor een goede ruimtelijke ordening is daarentegen wel een wettelijke taak. Wat gaan we daarvoor doen? De gemeentelijke grondexploitatie woningbouw is in essentie gericht op de verwerving, productie en levering van bouwrijpe grond als ondersteuning van de ruimtelijke doelen op het gebied van wonen en leven. Het draagt zorg voor bedrijfseconomische optimalisatie bij het ontwikkelen van plannen en advisering over de financieel-economische gevolgen.
Hierbij heeft de gemeente de taak om voor het actieve grondbeleid voldoende grond beschikbaar te hebben, waarbij er verantwoord wordt omgegaan met de risico’s die samenhangen met het exploiteren van gronden. Het grondbeleid ondersteunt de ruimtelijke doelen die de gemeenteraad heeft gesteld. De directe beïnvloedbaarheid van de gemeentelijke grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) is beperkt en verloopt via de gemeentelijke woningbouwprogrammering. Wijzigingen kunnen aanzienlijke gevolgen hebben voor de balanspositie en risico's. De inkomsten zijn sterk afhankelijk van de marktontwikkelingen. De huidige productiecapaciteit (gronden in voorraad) is gebaseerd op 350 woningen per jaar. De verhoging van de productie vraagt dan ook om vergroting van de productiecapaciteit. Voor nadere toelichting zie paragraaf 7 grondbeleid. Gerelateerde beleidsnota's MPG Nota grondbeleid gecombineerd met uitgifte en grondprijsbeleid Verordening grond- en grondontwikkeling
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
69
8.3
Wonen en bouwen
Hoofdopgave raadsakkoord: 5. Wonen & 7. Stedelijke Vernieuwing Portefeuillehouder(s): D. Grimbergen Onderdeel begrotingsmonitor 2023: Ja
Lasten Baten
2023 -6.739 5.540
2024 -6.469 5.480
Aard activiteiten: Beinvloedbaarheid lasten Beinvloedbaarheid baten:
Bedrag x €1.000
2025 -6.337 5.480
2026 -6.110 5.480
Wettelijk [ 0 % - 20 %] [0%]
Context Op basis van de Woningwet en de Huisvestingswet hebben gemeenten diverse wettelijke taken uit te voeren op het gebied van wonen en bouwen. Zo moeten gemeenten beschikken over een actueel en vastgesteld woonbeleid, bijvoorbeeld in de vorm van een woonvisie. Daarnaast schrijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gemeenten voor hoe om te gaan met de omgevingsvergunningen voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. De wet- en regelgeving op dit terrein is volop in beweging, zo werken het Rijk en gemeenten al enkele jaren aan een stelselherziening van het omgevingsrecht. Op dit moment wordt uitgegaan van de inwerkingstreding van de Omgevingswet in 2023, zie ook taakveld 8.1. Ruimtelijke Ordening. Het taakveld wonen en bouwen heeft relaties met diverse andere taakvelden waaronder maatwerkvoorzieningen (WMO), grondexploitatie en openbaar groen en (openlucht) recreatie. Er wordt binnen dit taakveld samengewerkt met woningcorporaties, bewoners, projectontwikkelaars, particuliere verhuurders, makelaars, institutionele beleggers, bouwbedrijven, andere gemeenten, de provincie, huurdersorganisaties etc. Het raadsakkoord is vastgesteld door de gemeenteraad en is de overkoepelende opdracht waarmee de raad, het college en de ambtelijke organisatie in de raadsperiode 2022 – 2026 aan de slag gaan.
Wonen is één van de negen hoofdopgaven van de gemeente, daarnaast heeft Wonen een regierol op het fysieke aspect van de hoofdopgave stedelijke vernieuwing. Wat willen we bereiken? In dit taakveld zijn de baten en lasten opgenomen die samenhangen met de beleidsterreinen wonen en bouwen. Wonen Er wordt binnen dit taakveld uitvoering gegeven aan het gemeentelijk woonbeleid, door middel van de woonvisie Lelystad 20222027. De woonvisie vormt de basis voor het maken van nieuwe jaarlijkse prestatieafspraken met de woningcorporaties en huurdersorganisaties en wordt onder andere gebruikt voor de totstandkoming van de woningbouwprogrammering die gebruikt wordt als onderlegger voor het Meerjaren Perspectief Grondbedrijf (MPG). De uitvoering van de woonvisie vindt plaats in nauwe samenwerking met tal van partners en het gemeentelijk handelen is erop gericht plannen en initiatieven van anderen zo goed mogelijk te ondersteunen en te stimuleren. Daarnaast verstrekt het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) diverse leningen in opdracht van de gemeente Lelystad, denk aan de starterslening en de lening toekomstbestendig wonen. Het raadsakkoord is de overkoepelende opdracht waarmee de raad, het college en de ambtelijke organisatie in de raadsperiode 2022 – 2026 aan de slag gaan.
Wonen is één van de negen hoofdopgaven van de gemeente, daarnaast heeft Wonen een regierol op het fysieke aspect van de hoofdopgave stedelijke vernieuwing. Bouwen Er wordt uitvoering gegeven aan de Wabo, waarbij de gemeente diverse taken heeft op het gebied van omgevingsvergunningverlening, zoals constructieve veiligheid, ruimtelijke inpasbaarheid en rekeninghoudend met milieuaspecten. Naast deze uitvoeringskosten ontvangt de gemeente legesopbrengsten vanuit de verstrekte omgevingsvergunningen. De beïnvloedbaarheid van de lasten en baten is vrij beperkt, aangezien het voornamelijk de uitvoering van wettelijke taken betreft.
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
70
8.3
Wonen en bouwen (vervolg)
Lasten Baten
2023 -6.739 5.540
2024 -6.469 5.480
Bedrag x €1.000
2025 -6.337 5.480
2026 -6.110 5.480
Wat gaan we daarvoor doen? Er wordt een substantiële bijdrage geleverd aan de doelstellingen uit de woonvisie Lelystad 2022-2027; 'Een leven lang wonen in Lelystad'. In lijn met het raadsakkoord streven we een versnelde kwalitatieve groei na, we willen dat Lelystedelingen hun woonomgeving minstens net zo goed blijven scoren als op dit moment. Het doel is om wijken te bouwen met de juiste woning op de juiste plek met alle voorzieningen die daarbij horen. We zoeken naar een evenwicht met gemixte wijken en voldoende draagkrachtige bewoners. We zetten in op het substantieel terugdringen van de zoekduur voor het verkrijgen van een (sociale) huurwoning en het toevoegen van betaalbare woningen. Uitgangspunt voor Lelystad is gemengde wijken waarbij op wijkniveau de verschillende prijsklassen en woningcategorieën evenwichtig vertegenwoordigd zijn. We versnellen de woningbouw en we willen daarnaast dat woningen beschikbaar blijven voor mensen die er hun thuis van willen maken. Opkopen van en speculeren met woningen wordt daarom actief tegengegaan, met gebruik van instrumenten zoals de zelfbewoningsplicht, opkoopbescherming en sociale koop conform het “Haarlems Model” waarbij de NHG-grens leidend is. Dit doen we door o.a. het opstellen en uitvoeren van een huisvestingsverordening ten behoeve van de opkoopbescherming.
Hiervoor wordt aanspraak gemaakt op de €250.000 (A12 Huisvestingsverordening) zoals geraamd in de meerjarenraming 2023- 2025. Daarnaast zetten wij in op doorstroming in de wijken en het levensloopbestendig maken van wijken en woningen. Er ligt een belangrijk opgave in de revitalisering van de ‘70/’80 wijken. Met name wijken die grotendeels in de jaren ’70 en ’80 zijn gerealiseerd hebben een kwaliteitsimpuls nodig. Als het gaat om de kwaliteit van de woonomgeving dan moet deze toekomstbestendig, prettig en toegankelijk zijn. We gaan daartoe wijkvisies opstellen, waarin we dit integraal meenemen. Leefbaarheid en veiligheid zijn belangrijke aspecten als het gaat om het goed kunnen wonen in Lelystad. Naast de aanpak van sociale problemen zetten we in op het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid door fysieke ingrepen te plegen. De rijksbijdrage uit het Volkshuisvestingsfonds helpt om deze plannen een impuls te geven. Lelystad ontwikkelt zich tot slot als een klimaat adaptieve en natuur inclusieve stad door goed beheer en de bewustwording van de Lelystedeling voor natuurbelang te vergroten. Er wordt ingezet om de woningvoorraad te verduurzamen en asbestsanering te stimuleren. De manier van verduurzaming voor de bestaande stad is uitgewerkt in de transitievisie warmte. Deze mondt vervolgens uit in de wijkvolgorde en de Wijkuitvoeringsplannen.
Gerelateerde beleidsnota's Woonvisie 2022-2027 Beleidskaders huisvesting arbeidsmigranten
Gerelateerde verbonden partijen -
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
71
3.2
Paragrafen
1. Lokale heffingen In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de verschillende gemeentelijke belastingen, heffingen en rechten die door de gemeente Lelystad worden geheven en geïnd, waarbij wordt ingegaan op de consequenties daarvan voor onze inwoners en bedrijven. De gemeentelijke belastingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. Volgens artikel 10 van het BBV bevat deze paragraaf tenminste de onderstaande punten: -
-
de geraamde inkomsten; het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; een aanduiding van de lokale lastendruk; een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.
Beleidsuitgangspunten In deze programmabegroting 2023 – 2026 geeft de gemeenteraad richting aan de inhoudelijke en financiële strategie van de gemeente Lelystad voor de komende jaren. De eerder door de gemeenteraad aangegeven richting leidt tot de volgende uitgangspunten voor de verschillende tarieven: -
-
-
De OZB-opbrengst wordt gecorrigeerd met het indexpercentage van 3,4 % en een correctie voor de areaalvergroting; De tarieven voor de rioolheffing worden berekend op basis van een 100% kostendekkende rioolheffing; De tarieven voor de afvalstoffenheffing worden berekend op basis van een 100% kostendekkende afvalstoffenheffing; In deze programmabegroting is besloten de hondenbelasting niet te verhogen. De legestarieven 2023 worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 3,4%, tenzij wettelijke voorschriften dit verhinderen of hiervan gemotiveerd wordt afgeweken. De maximale kostendekkendheid bedraagt voor de leges eveneens 100%. Bij het redigeren van deze paragraaf is nog niet helder of de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging op 1 januari 2023 ingaan. Die beslissing valt in de Eerste Kamer naar verwachting pas na het vaststellen van deze programmabegroting. Bij de tarievennota in december wordt u daarom ter besluitvorming een ‘hybride’ legesverordening aangeboden, waarbij zowel het oude omgevingsrecht is opgenomen, maar ook de regelgeving in het kader van de Omgevingswet is uitgewerkt. De tekst wordt zodanig geformuleerd dat de oude regeling geldt tot het moment dat de Omgevingswet intreedt. Vanaf het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden dan de nieuwe regels.
Daarmee is ook gewaarborgd dat wanneer de Omgevingswet in de loop van 2023 in werking treedt uw raad niet een nieuw besluit hoeft te nemen; De tarieven lijkbezorgingrechten worden gecorrigeerd met het indexpercentage van 3,4%; De tarieven marktgelden worden niet gecorrigeerd. De huidige tarifering leiden tot de begrote opbrengst; De tarieven liggelden Bataviahaven overeenkomstig te laten zijn met de tarieven van omliggende Lelystadse havens; De Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Larserpoort is in 2022 met vijf jaar verlengd. De BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar naar een vast bedrag per belastingobject voor een periode van 5 jaar. De verordening wordt in 2023 niet gewijzigd; De reclamebelasting Stadshart Lelystad is in 2018 ingegaan. Het Ondernemersfonds wordt gevoed vanuit het instellen van een reclamebelasting, waarbij de gemeente een heffing instelt en de opbrengst, onder inhouding van de gemeentelijke kosten, als subsidie uitkeert;
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
72
-
-
Met ingang van 2021 is de toeristenbelasting ingevoerd. De tarieven hoeven niet te worden bijgesteld. Wel zal er in de verordening een passage worden opgenomen waardoor voor arbeidsmigranten niet het hoge, maar het lage tarief geldt; Bij de kadernota 2021 – 2024 heeft de raad besloten tot herinvoering van de OZBgebruikersbelasting niet-woningen. Deze herinvoering vindt gefaseerd plaats in vijf jaar. 2023 is jaar drie.
Toelichting op de diverse gemeentelijke belastingen Binnen de gemeente kennen we verschillende soorten gemeentelijke belastingen, namelijk algemene belastingen, heffingen en rechten (leges). De algemene belastingen De gemeente is vrij in de besteding van de opbrengst van de algemene belastingen. Bij het innen van deze belastingen bestaat er geen directe relatie tussen wat de burger betaalt en de door de gemeente geleverde dienst. Tot de lokale belastingen die bij de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente horen, behoren de OZB, de parkeerbelastingen, de hondenbelasting en de precariobelasting. Collectieve dienstverlening (heffingen) De heffingen behoren niet tot de algemene dekkingsmiddelen, maar dienen ter dekking van de kosten van de algemene dienstverlening. De belangrijkste heffingen zijn de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Individuele dienstverlening (rechten) Naast belastingen heft de gemeente rechten in de vorm van leges voor de individuele dienstverlening aan haar burgers. Leges worden geheven als vergoeding voor een door de gemeente te verlenen individuele dienst, waarom de burger of het bedrijf heeft verzocht. Het verzoeken om een bepaalde individuele dienst of product is wel voorwaarde om leges te kunnen heffen.
Deze dienstverlening kan bestaan uit het verstrekken van een paspoort of een uittreksel uit het bevolkingsregister, maar ook bijvoorbeeld uit de verlening van een bouwvergunning of een gebruiksvergunning. Een aantal tarieven wordt door de Rijksoverheid voorgeschreven (wettelijk vastgestelde tarieven). In dit kader kan gedacht worden aan de te heffen leges voor het aanvragen van het eerder genoemde paspoort, een identiteitskaart, een verklaring omtrent gedrag, een uittreksel uit de registers van de burgerlijke stand en de leges voor het aanvragen van het Nederlanderschap. Daarnaast zijn er tarieven waaraan de Rijksoverheid een maximum gesteld heeft. De tarieven voor reisdocumenten zijn hiervan een voorbeeld. De geraamde opbrengst van de leges mag maximaal gelijk zijn de geraamde kosten ter zake. Een van de speerpunten is ook het percentage kostendekkendheid van de leges te verhogen. Op dit moment zijn de geraamde opbrengsten ten opzichte van de geraamde kosten, in de vorm van de in rekening gebrachte tarieven, niet voor alle leges kostendekkend.
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
73
Geraamde inkomsten In onderstaande tabel zijn de inkomsten uit de lokale heffingen opgenomen zoals die binnen de gemeente Lelystad begroot zijn. Deze worden vervolgens per onderdeel toegelicht.
Gemeentelijke belastingen (bedragen x € 1 miljoen)
Begroting 2023
Procentueel 2023
28,09 2,19 0,32 0,30
50,2% 3,9% 0,6% 0,5%
12,67 8,72 0,13 0,15
22,7% 15,6% 0,2% 0,3%
2,87 0,35 0,13 55,91
5,1% 0,6% 0,2% 100%
Algemene belastingen 1. Onroerende zaakbelasting 2. Parkeerbelastingen 3. Hondenbelasting 4. Toeristenbelasting Collectieve dienstverlening (heffingen) 5. Afvalstoffenheffing 6. Rioolheffing 7. Bedrijveninvesteringszone Larserpoort(1) 8. Reclamebelasting (ondernemersfonds Stadshart)(2) Individuele dienstverlening (rechten) 9. Leges 10. Lijkbezorgingrechten 11. Marktgelden Totaal 1. 2.
De BIZ-opbrengst wordt als een subsidie uitgekeerd onder inhouding van de gemeentelijke kosten. De opbrengst reclamebelasting wordt als een subsidie uitgekeerd onder inhouding van de gemeentelijke kosten.
De algemene belastingen 1. Onroerende zaakbelastingen (OZB) De OZB is een belangrijke eigen inkomstenbron van de gemeente. Deze inkomsten worden onder andere gebruikt voor zaken als: wegen, cultuur, openbare verlichting, maatschappelijke dienstverlening en onderwijs. Onder de naam ‘onroerende zaakbelasting’ worden ter zake van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken de eigenarenbelasting geheven: • •
een eigenarenbelasting van degene die aan het begin van het kalenderjaar eigenaar is van een onroerende zaak (bijvoorbeeld woning en/of bedrijf); een gebruikersbelasting van degene die aan het begin van het kalenderjaar gebruiker is van een niet-woning.
Die laatste categorie wordt gefaseerd (in vijf jaar) heringevoerd, nadat deze categorie vanaf belastingjaar 2012 in vijf jaar gefaseerd werd afgeschaft. 2023 is het derde jaar van overheveling. De OZB wordt in 2023 verhoogd met een peilaanpassing van 3,4%. Op basis van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) wordt er voor elke individuele onroerende zaak een waarde vastgesteld. Aan de hand van de waarde wordt het te betalen bedrag aan onroerende zaakbelasting berekend. Middels een aanslag wordt het te betalen bedrag aan de belastingplichtige opgelegd. 2. Parkeerbelasting In het kader van de parkeerregulering worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen op een door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangeven plaats en wijze.
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
74
De opbrengsten uit deze belastingsoort zoals in deze paragraaf weergegeven zijn gebaseerd op de huidige vastgestelde tarieven voor straatparkeren, garageparkeren en vergunningen. De vaststelling van de tarieven wordt in de tarievennota aan de raad voorgelegd. 3. Hondenbelasting Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente Lelystad. In tegenstelling tot andere algemene belastingen worden van deze opbrengst onder meer maatregelen ter bestrijding en voorkoming van hondenoverlast bekostigd, zoals het afschermen van kinderspeelplaatsen, zandbakken en speelweides, het aanbrengen van borden, uitlaatplaatsen voor honden en het maken van voorlichtingsmaterialen. Om naleving van hetgeen is gesteld in de verordening hondenbelasting om eventuele hondenoverlast zo veel mogelijk te beperken ziet de milieupolitie toe op de naleving van de door de gemeente vastgestelde regels. In deze programmabegroting 2023 – 2026 worden geen voorstellen gedaan om de begrote opbrengsten of de gehanteerde tarieven aan te passen. Collectieve dienstverlening (heffingen) 4. Afvalstoffenheffing Vanuit de wet is de gemeente belast met de inzamelverplichting van huishoudelijk afval.
Het betreft hier bijvoorbeeld de wekelijkse inzameling aan huis van rest- en gft-afval en de inzameling en verwerking van andere huishoudelijke afvalstromen zoals papier, glas, textiel, grof huishoudelijk afval, etc. De afvalstoffenheffing stijgt in 2023 door een toename van de uitvoeringskosten voor het verwerken van afval en daarmee ook de toerekenbare BTW. Het gaat om in totaal zo’n €0,6 mln. In 2022 heeft de raad besloten de begrotingsruimte van €480.000 aan indirecte kosten die is ontstaan door stijging van de directe kosten niet door te belasten in de heffing en dit in de eerste twee begrotingsjaren deels te compenseren. Met de door HVC gegeven incidentele kortingen leidt dit in 2023 tot een kostendekkendheid van 98%. 5. Rioolheffing Vanuit de wet is de gemeente belast met verschillende zorgplichten op het terrein van water. Het betreft de zorgplicht voor afvalwater en de zorgplicht voor hemel- en grondwater. Het resultaat en de doelmatigheid van de maatregelen staat voorop, niet meer de wijze waarop de gemeente haar zorgplicht nakomt. De opbrengsten van de rioolheffing dienen te worden aangewend voor de nakoming van deze zorgplichten. Onder de naam "rioolheffing" wordt een heffing opgelegd aan, in Lelystad, gebruikers van woningen (naar het aantal personen in het huishouden) en eigenaren van niet-woningen (naar de WOZwaarde van de onroerende zaak).
De kosten voor de gemeentelijke zorgplichten nemen in 2023 toe. Daarnaast neemt de ICL-bijdrage af. Dat resulteert in een tariefsverhoging van ruim 15%. 6. Bedrijveninvesteringszone Larserpoort (BIZ-Larserpoort) Gemeenten hebben met de Wet op de bedrijveninvesteringszones (Wet BIZ) de bevoegdheid om een gebied aan te wijzen als bedrijveninvesteringszone (BIZ). Het gebruik van de BIZ is bedoeld om activiteiten en voorzieningen te realiseren op verzoek van de gezamenlijke ondernemers, maar die niet behoren tot het basisvoorzieningenniveau van de gemeente. In deze zone mag een bestemmingsbelasting (de BIZ-bijdrage) worden geheven ter financiering van door een meerderheid van de bijdrageplichtigen gewenste extra voorzieningen. De BIZ-opbrengst wordt als een subsidie uitgekeerd aan de BIZ-stichting. Voor 2023 hoeft geen wijziging van de verordening plaats te vinden, omdat deze voor 5 jaar is vastgesteld. De verordening loopt nog door tot en met 2026. 7. Reclamebelasting (Ondernemersfonds Stadshart) Door invoering van de reclamebelasting betalen de ondernemers in het Stadshart een specifieke belasting.
De belangrijkste reden om te komen tot invoering van de reclamebelasting was de wens van de ondernemers in het centrum om zich te organiseren, financiële slagkracht te realiseren en daarmee activiteiten in het centrum uit te voeren die het economisch functioneren en de aantrekkelijkheid voor inwoners, ondernemers en bezoekers verbeteren.
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
75
De opbrengst van de reclamebelasting wordt onder inhouding van de gemeentelijke kosten uitgekeerd als subsidie. Een te houden draagvlakmeting moet uitwijzen of de reclamebelasting in 2023 wordt gehandhaafd. Individuele dienstverlening (rechten) 8. Leges 8a. Leges omgevingsvergunning Begin november 2022 wordt pas besloten of de Omgevingswet in werking treedt op 1 januari 2023. Dat betekent dat in de huidige begroting de (mogelijke) effecten daarvan nog niet terug komen. Als de invoering definitief is, zal zowel de begroting als de verordening leges daarop worden aangepast. 8b. Leges burgerlijke stand Dit betreffen de leges voor het sluiten van een huwelijk of geregistreerd partnerschap (burgerlijke stand). De kostendekkendheid van de leges burgerlijke stand heeft onze aandacht. 9. Lijkbezorgingrechten Op basis van de Verordening Lijkbezorgingrechten worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De tarieven zullen conform de vastgestelde inflatiecorrectie worden verhoogd. Dit leidt op begrotingsbasis tot een kostendekkendheid van 100%. 10. Marktgelden Marktgeld is een vergoeding voor het innemen van een standplaats op een plaatselijke markt. De hoogte hiervan wordt opgenomen in de verordening op de heffing en invordering van marktgelden.
Lokale lastendruk Hieronder wordt indicatief aangegeven wat de lastendruk zal zijn voor het jaar 2023. De definitieve lasten zullen de raad bij de vaststelling van de tarievennota en de belastingverordeningen worden gepresenteerd.
Belastingsoort (bedragen x €1) Afvalstoffenheffing, 3 personen Rioolheffing, 3 personen Onroerende- zaakbelasting
Lastendruk 2022 348 186 353
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
Lastendruk 2023 385 214 365
76
Lastendruk- vergelijking woonlasten 2022 De “Atlas van de lokale lasten” van het COELO is een jaarlijks overzicht van de heffingen van gemeenten, provincies en waterschappen. Het geeft onder andere een overzicht van de hoogte en ontwikkeling van de lokale belastingen. Onderstaande tabel laat de woonlasten voor eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens zien. De rangorde is gekoppeld aan de meerpersoonshuishoudens. Het is goed om te weten dat gemeenten met duur onroerend goed hoge woonlasten kennen, echter gemeenten met goedkoop onroerend goed hebben niet altijd navenant lagere woonlasten. Het eerste is geheel volgens verwachting, omdat gemeenten met duur onroerend goed minder geld uit het gemeentefonds ontvangen. Gem eente bedragen x €1
Woonlasten eenpersoonshuishoudens
Woonlasten rangnum m er: 1 m eerpersoons= laagste huishoudens w oonlasten
Flevoland
876
932
Dronten
850
920
189
Noordoostpolder
796
838
85
Zeew olde
1032
1111
321
Lelystad
827
976
251
Almere
900
920
191
Urk
942
942
214
Leidschendam - Voorburg
800
867
114
Vlaardingen
857
938
210
Roosendaal
906
938
209
Rijssen-Holten (goedkoopste gemeente)
615
667
1
Bloemendaal (duurste gemeente)
1.599
1.736
349
Vergelijkbare gem eenten(1)
Laagste en hoogste w oonlasten
Kwijtschelding Kwijtschelding particulieren Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te kunnen voldoen, kan onder bepaalde voorwaarden kwijtschelding van belasting worden verleend. De kwijtscheldingsnorm die in Lelystad wordt gehanteerd bedraagt 100%. Dit betekent dat alle belastingplichtigen die een inkomen hebben op bijstandsniveau (= gelijk aan de norm van 100%) of lager, in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Kwijtschelding wordt alleen verleend voor de onroerende zaakbelasting, afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor de overige belastingen, zoals bijvoorbeeld de hondenbelasting of de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Daarnaast bestaat binnen de Participatiewet de kostendelersnorm, deze norm houdt in dat als men een woning deelt met meer volwassenen, de bijstandsuitkering daarop wordt aangepast of wel naar beneden wordt bijgesteld. Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in de woning, hoe lager uw bijstandsuitkering. De redenering hierachter is dat wanneer er meer personen in één woning wonen, de woonkosten gedeeld kunnen worden.
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
77
Kwijtschelding ondernemers Net als natuurlijke personen kunnen er kleine ondernemers zijn die op een minimuminkomen uitkomen. Ze verkeren daarmee in dezelfde situatie als natuurlijke personen op bijstandsniveau. Om de kleine ondernemers die van een minimuminkomen dienen rond te komen de kans te geven om het ondernemerschap verder te ontwikkelen, zodat ze niet op een uitkering hoeven terug te vallen, is het wenselijk om kwijtschelding te kunnen verlenen. Daarnaast zou deze mogelijkheid de drempel van uitkeringsgerechtigde naar startende ondernemers kunnen verlagen en tevens de armoedeval. De uitkeringsgerechtigde geniet immers al kwijtschelding. De regels van de inkomens- en vermogenstoets voor particulieren geldt ook voor de ondernemers.
Gemeentelijke belastingen bedragen x € 1.000
1. Afvalstoffenheffing 2. Rioolheffing 3. Onroerende zaakbelasting
Begrote kwijtschelding 2023 773 400 35
Kostendekkendheid heffingen en rechten De kostendekkendheid van de heffingen/rechten verschaft inzicht in de procentuele over- of onderdekking van de diensten en producten gemeente breed. Hierbij wordt inzichtelijk gemaakt dat de gemeente niet meer aan inkomsten/baten geniet (in rekening brengt) dan dat zij hiervoor aan kosten/lasten maakt om de diensten en producten te verwerken/leveren. De inkomsten/baten en de kosten/lasten zijn ontleend aan de begroting. De geraamde kosten zijn conform de nieuwe BBV-regels berekend. Uitgangspunten- directe kosten en indirect toerekenbare kosten De uitgangspunten die gehanteerd worden bij de berekening van de kosten bij ieder onderdeel zijn uit te splitsen in directe- en indirect toe te rekenen kostencomponenten. Dit zijn kosten die in meer of mindere mate verbonden zijn aan het proces dat leidt tot het gewenste product of vorm van dienstverlening. Voorbeelden hiervan zijn: • • • • •
Personeelskosten; Hard- en software; Vakinhoudelijke abonnementen; Kapitaallasten; Groot- en dagelijkse onderhoudskosten.
Naast de directe kosten is er nog een aantal ‘indirect’ toe te rekenen kostencomponenten, die eveneens onderdeel uitmaken van de totale berekening. Dit zijn kosten die in mindere mate zijn verbonden aan het hierboven genoemde proces. Het gaat daarbij om: • • •
Toerekenbare BTW (alleen over de directe uitvoeringskosten, dit laat deze kosten met 21% toenemen); Toerekenbare concernoverhead (zie de paragraaf bedrijfsvoering); Toerekenbare overige kosten (afhankelijk van de soort heffing worden bepaalde aanpalende kostencomponenten toegerekend, zo wordt bijvoorbeeld een deel van de reinigingskosten toegerekend aan de rioolheffing (straatvegen) en wordt een deel van de kosten voor toezicht toegerekend aan de afvalstoffenheffing.
In de passage hieronder wordt op basis van bovenstaande uitgangspunten ingegaan op de kostendekkendheid van elk van de (geclusterde) terreinen.
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
78
Heffingen De afvalstoffenheffing en rioolheffing mogen op begrotingsbasis maximaal 100% kostendekkend zijn. Onderstaande tabellen geven inzicht in de geraamde inkomsten, de geraamde kosten en de mate van kostendekkendheid.
Leges De kostendekkendheid van de leges ligt op 47%. Mogelijkheden om dit percentage te verhogen worden voornamelijk beperkt door wettelijk vastgelegde maximum tarieven, bijvoorbeeld voor rijbewijzen en reisen identiteitsdocumenten.
Leges kostendekkendheid 2023 Bedragen x €1.000
Titel 1 - Algemene dienstverlening Titel 2 - Dienstverlening vallende onder de fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Titel 3 - Dienstverlening vallende onder de europesche dienstenrichtlijn Totaal
Geraamde baten 964 1.700 207 2.871
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
Geraamde Kostenlasten dekkendheid 2.595 2.827 632 6.054
37% 60% 33% 47%
79
Titel 1, Hoofdstuk 1: Burgerlijke Stand Titel 1, Hoofdstuk 2 t/m 6 en 9: Reisdocumenten, rijbewijzen, overige
Lasten 194.864 168.586 2.000
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
191.428
Baten - Leges
Baten
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
-150.246
Totaal
556.877
-150.246
27%
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
Lasten 801.317 43.478 42.000
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
787.188
Baten - Leges - Rijksleges
362.600
-450.000 -362.600
2.036.583
-812.600
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Titel 1, Hoofdstuk 1: Burgerlijke Stand
40%
Titel 1, Hoofdstuk 7 t/m 8 en 10 t/m 20 Lasten 746
Indirect toe te rekenen kosten - Concernoverhead
660
Baten - Leges
Totaal
Baten
Percentage kostendekkendheid
Direct toe te rekenen kosten - Personeelskosten
-1.058
1.406
-1.058
75%
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
80
Titel 2, Dienstverlening vallende onder de fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen Titel 2, Hoofdstuk 1 t/m 10: Omgevingsvergunningen
- Toerekenbare BTW - Concernoverhead
1.219.466 440.173 35.581 0 0 99.908 1.031.938
- Leges
-
Totaal
2.827.066
Percentage kostendekkendheid
- Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
-1.700.000
-1.700.000
60%
Titel 3, Dienstverlening vallende onder de Europese dienstenrichtlijn.
51.437
- Concernoverhead
45.485
- Leges
Percentage kostendekkendheid
- Personeelskosten
-19.442
Totaal
96.922
-19.442
- Personeelskosten - Uitvoeringskosten - Overig
188.626 10.828 25.000
- Concernoverhead
156.118
- Leges evenementen - Baten/leges marktgelden
20%
Totaal
Percentage kostendekkendheid
Titel 3, Hoofdstuk 2: Organiseren evenementen, markten
Titel 3, Hoofdstuk 1: Toezicht op horecabedrijven
-19.252 -159.426
380.571
-178.678
47%
- Personeelskosten
81.789
- Concernoverhead
72.325
Percentage kostendekkendheid
Titel 3, Overige hoofdstukken
- Leges
-
-8.680
Totaal
154.114
-8.680
6%
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
81
2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf gaan we in op de actuele risico’s en het weerstandsvermogen dat beschikbaar is om de gevolgen van deze risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit enerzijds en de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit anderzijds. Risico’s
Beschikbare weerstandcapaciteit Gewenste weerstandcapaciteit
Weerstandsvermogen
In december 2019 heeft de Raad de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. Hierin is het beleid ten aanzien van risicomanagement en weerstandsvermogen terug te lezen. Leeswijzer Deze paragraaf start met een inventarisatie van de risico’s (2.1), In paragraaf 2.2 wordt op basis van de inventarisatie de gewenste weerstandscapaciteit in beeld gebracht en in paragraaf 2.3 wordt de beschikbare weerstandscapaciteit in beeld gebracht. Wanneer de gewenste weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit kan het weerstandsvermogen van de gemeente worden bepaald, dit wordt in paragraaf 2.4 in beeld gebracht.
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
82
2.1 Inventarisatie risico’s In deze paragraaf wordt de inventarisatie van de risico’s weergegeven. Dit zijn de risico’s waarvan we als organisatie op dit moment kunnen inschatten dat ze zich wellicht gaan voordoen. Risico’s lopen in de uitvoering van ons werk is niet altijd te voorkomen. Wel zorgen we voor een goede administratieve organisatie. Dit is de basis voor het voorkomen van risico’s. Het systeem van risicomanagement wordt toegelicht in de Nota weerstandsvermogen en risicomanagement. Hierna gaan we in op financiële en niet-financiële risico’s. Bij niet-financiële risico’s gaat het om mogelijke gebeurtenissen die weliswaar geen direct financieel gevolg hebben maar die bijvoorbeeld wel de reputatie van de gemeente schaden. Of risico’s die wel een financieel gevolg hebben, maar waarvan het risicobedrag nog niet in te schatten is. Deze niet-financiële of niet te kwantificeren risico’s zijn hieronder weergegeven. Daarna volgt het overzicht met de top 10 van financiële risico’s. Bij ieder risico is gekeken naar het mogelijke schadebedrag en de kans dat het risico zich voordoet. Het gaat hier om risico’s die niet anders te ondervangen zijn dan door het aanwenden van weerstandscapaciteit.
Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren. Een meer dynamisch overzicht van risico’s gedurende het lopende jaar is terug te vinden in de begrotingsmonitor waarbij risico’s op overschrijding van een aantal majeure budgetten wordt weergegeven in bandbreedtes.
Ontwerp programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026
83
Inventarisatie niet-financiële of niet te kwantificeren risico’s Naam risico
Omschrijving
Beheersmaatregel
Opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Fiscaliteiten
Met ingang van 1 januari 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor wat betreft de vennootschapsbelasting (Vpb). Gemeenten dienen binnen dit taakveld een raming te maken van de fiscale winst, die per saldo wordt gerealiseerd op ondernemersactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar, na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. Over het boekjaar 2020 is voor het eerst sprake van feitelijk te betalen vennootschapsbelasting voor een bedrag van € 119.871. De aanslag komt ten laste van het boekjaar 2022 en zal worden gedekt uit het resultaat grondexploitaties 2022. Ook voor de daaropvolgende jaren zal, op basis van de huidige inzichten, sprake zijn van te betalen vennootschapsbelasting. Per boekjaar is de hoogte van het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting moeilijk in te schatten. Dit als gevolg van wijzigende omstandigheden zoals: ontwikkelingen in de markt (vraag, prijsontwikkeling en bouwcapaciteit), het beleid van de belastingdienst, wetgeving en jurisprudentie. Bij de bepaling van de verschuldigde belasting is rekening gehouden met reclame inkomsten. Als gemeente hebben wij bij de belastingdienst bezwaar aangetekend tegen de belastbaarheid van deze activiteit. Wij zijn van mening dat het hierbij gaat om normaal vermogensbeheer en om die reden niet als belastbare activiteit in de aangifte hoort.
Meerdere gemeenten hebben evenzo gehandeld. In samenwerking met de VNG zal aan de rechter de vraag worden voorgelegd of reclame een belaste activiteit betreft. Tevens is er een procedure gestart voor de verstrekking van personeelshypotheken. Tot 2009 konden personeelsleden een hypotheek afsluiten bij de gemeente, nadien was dat niet meer mogelijk. Bestaande hypotheken zijn sindsdien nagenoeg allemaal overgegaan naar andere geldverstrekkers of zijn afgelost. Eind 2021 bestonden er nog een 4-tal hypotheken met een geringe omvang. Ook bij dit dossier ligt de vraag voor of sprake is van een belaste activiteit of dat sprake is van normaal vermogensbeheer. Gemeenten zijn van mening dat er, net als bij de reclame activiteiten, sprake is van normaal vermogensbeheer. Mocht uit de rechtspraak volgen dat er toch sprake is van een belaste activiteit, dan kan dit mogelijk ook gevolgen hebben voor andere vormen van verstrekte leningen, zoals bijvoorbeeld de starters- of duurzaamheidsleningen. Rechtszekerheid over deze dossiers kan enkele jaren op zich laten wachten.
De gemeente Lelystad en de belastingdienst hebben voor de vennootschapsbelastingplicht een vaststellingsovereenkomst gesloten, om vooraf met de op dat moment geldende voorschriften en kennis, de gezamenlijke uitgangspunten zo goed mogelijk te bepalen. Deze overeenkomst eindigt uiterlijk op 1 januari 2026. Daarnaast wordt voor de fiscale optimalisatie getoetst of de inbrengwaarde van gronden vanuit de materiële vaste activa naar de grondexploitaties middels een nieuwe externe taxatie zinvol is. Ook wordt de belastingplicht voor de gemeente in een rekenblad in Excel voor het huidige jaar en de toekomstige jaren berekend. Deze berekening wordt getoetst door een extern fiscaal bureau.
Wmo
De vraag naar Wmo ondersteuning neemt toe als gevolg van het abonnementstarief, de vergrijzing en de extramuralisering. Deze ontwikkelingen leiden tot een groter beroep op de Wmo waarmee de betaalbaarheid onder druk kan komen te staan. Medio 2020 is de Aanpak Sociaal Domein vastgesteld en inmiddels zijn de daarin opgenomen maatregelen waar mogelijk ingevoerd. Ook de prognoses zijn geactualiseerd, maar er blijven diverse onzekerheden waardoor er een risico is dat de prognose toch anders uitvalt dan nu voorzien. Onzeker is bijvoorbeeld in hoeverre de coronapandemie het beroep op de Wmo de afgelopen twee jaar heeft gedempt en er komende periode sprake zal zijn van een wederom toenemend beroep op de Wmo. Een andere onzekerheid zijn de effecten van de invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage inclusief samenhangende korting op de rijksbijdrage per 2025. Ook de doordecentralisatie regionale Wmo taken is een onzekerheid. Op 1 januari 2024 wordt het woonplaatsbeginsel en een nieuw financieel objectief verdeelmodel van kracht voor Beschermd Wonen. De gemeenten zullen hiervoor naar verwachting vanaf 2024 (via een ingroeipad) lokaal bijbehorende financiële middelen ontvangen via het nieuwe financieel verdeelmodel. Het toekomstig objectieve verdeelmodel heeft een ingroeipad van 10 jaar.