BL MRA Journaal 2022
Tekst van het document
Infonummer: 1
Datum: 04-08-2022
MRA Journaal Onder aanvoering van de coördinerend MRA-wethouder, en op verzoek van de raad, stellen wij intern in Lelystad periodiek dit MRA Journaal samen. Het geeft weer waar we in de afgelopen periode in MRA-verband mee bezig zijn geweest, wat de betekenis voor Lelystad is, en hier en daar een vooruitblik van wat er komen gaat. We beginnen vanuit het brede MRA-verband, en lopen dan langs de gebruikelijke Platform-indeling Economie, Ruimte en Mobiliteit de lopende zaken langs. 1. MRA Breed Afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van de vorming van de nieuwe MRA Samenwerkingsafspraken. In dat jaar is de raad drie keer geraadpleegd, c.q. betrokken bij de vorming van die afspraken. In december 2021 heeft de raad de eindversie van de MRA Samenwerkingsafspraken behandeld. Vanaf 1 januari 2022 is daarmee ook de nieuwe structuur van de MRA-samenwerking begonnen. Er is nu een MRA-directie, een MRA-Bestuur, een MRA Algemene Vergadering, een Raadtafel, en de drie bestaande MRA Platforms Economie, Ruimte en Mobiliteit. Ook is er meer gewicht bij de MRA Deelregio’s komen te liggen. Lelystad vormt samen met Almere en de provincie Flevoland één van de zeven deelregio’s. Het is de bedoeling dat in elk van de drie MRA Platforms er één bestuurder namens de deelregio deelneemt, en dat er vanuit elke deelregio één bestuurder in het MRA Bestuur deelneemt.
Voorts heeft elke gemeente die deelneemt in de MRA één raadslid in de MRA Raadtafel. In 2022 wordt gekeken of deze structuur en werkwijze bevalt. Bestuurlijke posities Namens Lelystad neemt burgemeester Baltus deel aan de MRA AV (Algemene Vergadering) Vanuit onze deelregio neemt de coördinerend wethouder deel in het MRA Bestuur, en vertegenwoordigt hij de deelregio (incl. Lelystad) in het Bestuurlijk Overleg Platform economie. De afgelopen jaren is de portefeuillehouder Economische Zaken één van de twee bestuurlijk trekkers van Plabeka (Platform bedrijventerreinen en kantoren). Daarmee zijn we in balans met de posities die Almere invult. De bestuurlijke deelregionale samenwerking is intussen behoorlijk intensief. Elke 6 à 8 weken hebben burgemeester Baltus en de coördinerend wethouder een MRA bespreking met CdK Verbeek, gedeputeerde Fackeldey, en met burgemeester Bijleveld (Almere) en wethouder Veeningen (Almere). MRA-Directie Onder de nieuwe samenwerkingsafspraken is het MRA-Bureau nu MRA-Directie gaan heten. De bemensing moet komen van de deelnemende gemeenten en provincies. Dit om te voorkomen dat er alleen personeel van gemeente Amsterdam en provincie Noord-Holland het kantoor van de MRA bevolkt, en daarmee alle strategische posities bezet. Op dit moment wordt uitgewerkt hoe Lelystad hier vorm aan gaat geven. De raad heeft in april 2021 al kaders meegegeven hiervoor.
1
Meerjarenbegroting Wat eraan komt is het concept voor de meerjarenbegroting van de MRA. De Meerjarenbegroting is een onderdeel van de nieuwe samenwerkingsafspraken. In wezen hoort deze begroting gelijk te lopen met de looptijd van de MRA Agenda. De huidige MRA agenda betreft de periode 2020-2024. De meerjarenbegroting die eraan komt, betreft het restant van de periode van de lopende MRA-Agenda. Het concept van de meerjarenbegroting wordt binnenkort aan de raad voorgelegd.
2. Economie 2.1 Plabeka Tot nu toe is naast Gedeputeerde Zaal van Noord-Holland de portefeuillehouder economische zaken één van de twee bestuurlijk trekkers van Plabeka. Monitor Plabeka Binnenkort wordt Monitor Plabeka 2021-2022 afgerond (deze verschijnt op Home metropoolregioamsterdam.). In 2021 is 7,1 hectare grond uitgegeven op bedrijventerreinen in AlmereLelystad. De uitgiften in Almere-Lelystad behoorden de laatste jaren tot de hoogste binnen de MRA. Het jaar 2021 lijkt een tussenjaar te worden. Vorig jaar kende de deelregio nog een uitgifte van 31,7 ha. Dat was toen 40% van alle uitgiftes binnen de MRA. Atlas: net zoals vorig jaar is er ook dit jaar een Atlas ontwikkeld, waarin data over ontwikkelingen per deelregio van de MRA (maar ook binnen de provincies Flevoland en Noord-Holland) op elk gewenst niveau in beeld kunnen worden gebracht (locatie, gemeente, regio). Door nieuwe kaartlagen in een digitale omgeving kan er tot op werklocatieniveau worden ingezoomd, met ook inzicht in tijdreeksen, zodat de dynamiek in elke vorm of richting zichtbaar kan worden gemaakt (werkgelegenheid, verandering van functies van gebouwen, leegstand, etc.). De trends kunnen daardoor worden geduid op locatieniveau en zijn daarmee ook te benutten voor lokale besluitvorming en uitvoering van het werklocatiebeleid. Dit product is uniek in Nederland.
(Atlas Plabeka) Dashboards: uiteraard zijn er ook dit jaar uiteenlopende overzichtstabellen en -figuren binnen drie verschillende Dashboards samengesteld. Hierdoor is het mogelijk om gedetailleerde ontwikkelingen op het gewenste schaalniveau (MRA, regio, gemeente of werklocatie) op maat te presenteren. Uitgiftes bedrijventerreinen, opnames kantoren, ontwikkeling werkgelegenheid per werklocatie, energieverbruik per bedrijventerrein. Alles is meerjarig terug te zien met één druk op de (juiste) knop. (Dashboard werklocaties Noord-Holland en Flevoland: bedrijventerreinen). Herijking Vraagraming In 2022 wordt de raming voor de ruimtebehoefte van kantoren en bedrijventerreinen herijkt. Met de kennis van nu kan gesteld worden dat de vorige vraagraming uit 2018 structureel te laag zat met haar prognoses. Onderdeel van de huidige uitvraag is een evaluatie van de vraagraming uit 2018. Deze vraagraming wordt ambtelijk getrokken door de provincie Noord-Holland en de gemeente Lelystad. 2.2 Economische Ontwikkelperspectief MRA In opdracht van het Bestuurlijk Overleg Economie van de MRA wordt momenteel aan een economisch ontwikkelperspectief voor de MRA gewerkt. De achtergrond ervan is de aanhoudend relatief snelle groei van de regionale economie van de MRA en de keuzes die dat qua toekomstig ruimtegebruik, leefbaarheid en vestigingsklimaat met zich mee brengt.
De kwantitatieve en kwalitatieve bouwstenen van dit perspectief zijn ingebracht in het traject van de verstedelijkingsstrategie MRA-Rijk, waardoor voor het Economisch Ontwikkelperspectief het poly-centrische verstedelijkingsstructuur het uitgangspunt vormt. 2
2.3 Economische Verkenningen MRA De economische verkenningen prognosticeren een economische groei voor de gehele MRA van 4,1% en 4,2% voor respectievelijk 2021 en 2022. De EVMRA laat zien wat het (tijdelijke) effect is geweest van Corona. Met een krimp van 0,9% van de productie is de schade in Almere-Lelystad beperkt gebleven.
2.4 ROM InWest Na een lange periode is de regionale ontwikkelingsmaatschappij ROM InWest (de nieuwe naam) van start gegaan. Almere en Lelystad maken geen onderdeel van uit van deze ROM uit. Afgesproken is dat Almere en Lelystad desgewenst als nog kunnen toetreden en dat in de komende periode de samenwerking en afstemming met Horizon wordt versterkt. 2.5 Regionale investeringsagenda De gezamenlijke overheden in de MRA investeren en werken samen aan verstedelijking van de regio waarbij de groei van woningen en de bijbehorende publieke fysieke ruimtelijke investeringen in samenhang worden opgepakt. Daarnaast werken MRA en Amsterdam Economic Board -binnen de kaders van de MRA-agenda- aan de vorming van een investeringsagenda voor de regio die publiek-private verbindingen legt tussen bijvoorbeeld economie, duurzaamheid en innovatie, onderwijs & arbeidsmarkt en digitalisering. De investeringsagenda zal de regionale investeringsbehoefte in beeld brengen die prioriteit heeft in relatie tot de doelstellingen van de nationale en EU fondsen. Met een focus op de tranisitieopgaven op (deel) regionaal niveau benoemt de investeringsagenda de relevante thema’s, waarin de komende jaren wordt geïnvesteerd en publiek-private samenwerkingen worden vormgegeven.
Een startdocument voor deze agenda zal in 2022 worden opgeleverd, waarin een aantal prioritaire investeringslijnen worden benoemd gerelateerd aan duurzame en digitale transitie (bijvoorbeeld met betrekking tot waterstof, slimme elektriciteit, circulaire bouw). 2.6 Toerisme Herijking strategische agenda toerisme in de MRA De afgelopen periode is er gewerkt aan een herijking van de strategische agenda toerisme in de MRA. De Uitvoeringsstrategie Toerisme & Recreatie 2022-2030, de opvolger van deze agenda, wil bijdragen aan de ambitie zoals geformuleerd in de MRA agenda; ‘Werken aan een internationale topregio met hoge leefkwaliteit’ én aan de principes van de MRA verstedelijkingsstrategie. Hierin geeft de MRA aan te willen uit groeien tot ‘een meerkernige regio met vitale kernen met daartussen aantrekkelijke landschappen’. Deze uitvoeringsstrategie erkent dat elke deelregio zijn eigen unieke bestemmingen heeft en wil de kansen en uitdagingen per deelregio én MRA breed aanpakken. 3
Duurzaamheid is een belangrijk onderdeel in alle programmalijnen van de MRA agenda. In deze nieuwe uitvoeringsstrategie is duurzaam en toekomstbesteding toerisme en recreatie hét uitgangspunt. Een van de bouwstenen is het ontwikkelperspectief recreatie en toerisme in de MRA. Bijgevoegd filmpje geeft de conclusie op hoofdlijnen weer. Verdiepende informatie is te vinden op Toerisme en recreatie - metropoolregioamsterdam
2.7 Onderwijs-arbeidsmarkt Het Bouw Technologisch Innovatiecentrum (BTIC), heeft een consortium opgericht en een aanvraag gedaan bij het Nationaal Groeifonds “Toekomstbestendige Leefomgeving: Transitie naar Emissievrije, Circulaire en Klimaatbestendige Gebouwen en Infrastructuur. De BITC aanvraag voor het Nationaal Groeifonds is toegewezen. Vanuit de MRA zijn wij door de gemeente Amsterdam en het House of Skills uitgenodigd te participeren in dit consortium. Gemeente Amsterdam en House of Skills zijn penvoerder voor het thema‘ “Nieuwe Renovatieketens & Skills’. De komende periode zal onderzocht worden op welke wijze Lelystad kan participeren en profiteren van dit programma.
2.8 Cultuur Cultuurmonitor MRA In opdracht van de MRA wordt door de Boekmanstichting een Cultuurmonitor uitgevoerd. De monitor geeft inzicht in het cultuuraanbod en de cultuurparticipatie in de MRA en de ontwikkelingen hier in. De Cultuurmonitor MRA vormt daarmee een bovenregionale aanvulling op de lokale cultuurparticipatieonderzoeken die de gemeente in het kader van de beleidscyclus uitvoert. Herijking Cultuurprogramma MRA In 2018 is het Cultuurprogramma Kunst, Cultuur en Erfgoed van de MRA vastgesteld. Momenteel vinden de voorbereidingen plaats voor een traject voor de herijking van dit programma. Uitvoering programmaonderdelen. De afgelopen twee jaar is de uitvoering van het Cultuurprogramma aanzienlijk verstoord door de effecten van de Covid-19 maatregelen op de culturele sector. Desalniettemin zijn stappen gezet met betrekken tot de uitvoering van de programmaonderdelen gericht op broedplaatsenbeleid, cultuureducatie en verduurzaming,
3. Ruimte 3.1 Verstedelijkingsstrategie Stand van zaken verstedelijkingsstrategie De Verstedelijkingsstrategie MRA bestaat uit drie elementen: het verstedelijkingsconcept, fasering en programmering. Afgelopen winter hebben alle gemeenteraden en de provinciale staten het verstedelijkingsconcept onderschreven. Van het voorjaar is er ambtelijk een slag gemaakt om tot programmering en fasering te komen. Het voornemen is om in de BO MIRT van komend najaar de Verstedelijkingsstrategie vast te stellen inclusief programmatische afspraken met het rijk en de gouvernance.
4
Via het programma ‘Woningbouw en Mobiliteit’ is het Mobiliteitsfonds van het Rijk beschikbaar voor mobiliteitsinvesteringen ten behoeve van de woningbouwversnelling. Er zit 7,5 miljard in die pot voor heel Nederland, voor de periode 2022-2031. - De eerste tranche zou gaan over projecten die uiterlijk in 2025 gereed komen. - Inmiddels heeft rijk gevraag ook de projecten die uiterlijk 2026 starten op te voeren. •
Via de MRA hebben we een gezamenlijke voordracht voor locaties tot 2026 ingediend. Dit bod voor de eerste tranche bestaat uit projecten uit het traject Bereikbare Steden, aangevuld met projecten uit Amsterdam. Het aanbod is in lijn met het (door onze raad) onderschreven Verstedelijkingsconcept. In totaal gaat het voor de MRA om een bedrag van 220 miljoen euro, waarmee zo’n 50.000 woningen versneld gebouwd kunnen worden.
Daarnaast wordt in het BO Leefomgeving van juni wordt het volgende ingebracht: • Het MRA Verstedelijkingsconcept is het gezamenlijk inhoudelijk kader en vertrekpunt. • We werken aan de uitvoering van de verstedelijkingsopgave vanuit een integrale programmasturing. We kijken niet alleen naar uitvoering de komende 3 tot 5 jaar, we werken nu ook aan de voorbereiding van de uitvoering voor daarna. • We werken gezamenlijk en met een integrale blik aan de cruciale randvoorwaarden: stikstof, geluid, energie, klimaatadaptatie, water- en bodemsysteem, natuur, gezondheid, betaalbaarheid en doorstroming. Wat betekent dit voor Lelystad? Voor de aanvraag voor het mobiliteitsfonds zijn de projecten uit het Programma bereikbare steden opgevoerd. Lelystad is een van de 9 steden binnen het programma Bereikbare steden. Bereikbare Steden richten we ons op de verdichtingsopgave op en rondom de stedelijke openbaar vervoersknopen met een straal van ongeveer 1.200 meter rondom het station, waaronder dus ook het stadshart van Lelystad. Hiervoor is een gebiedsplan opgesteld, waarmee we voor de ontwikkelstrategie van ons stadshart de benodigde inzet van regio en Rijk inzichtelijk hebben gemaakt. Dat heeft ons in staat gesteld snel aanvragen voor bijvoorbeeld het mobiliteitsfonds in te dienen. Vorig jaar is de raad in kennis gesteld van dit gebiedsplan.
Gelet op de wens vanuit de raad om verder te versnellen is voor deze aanvraag een extra aantal woningen ten opzichte van het gebiedsplan opgevoerd. De aanvraag gaat uit van in totaal 2500 woningen voor het stadshart (inclusief Campuszone) met 36 miljoen aan mobiliteitsinvesteringen. Denk daarbij aan de investeringen als het verplaatsen van het bussstation, en het realiseren van fietsenstalling bij het station. Op basis van dit inzicht kan ook bij het Rijk, de MRA en andere partners besluitvorming plaatsvinden over (financiële) bijdragen, zodat de projecten uit het gebiedsplan daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. Hiermee wordt een versnelde realisatie van woningen, werkgelegenheid en voorzieningen op en rondom de/het OV-knooppunt(en) in de periode tot en met 2030 mogelijk.
3.2 Wonen In reactie op het Nationale Woon- en Bouwagenda komt er een actualisatie van de Woondeal rijkregio. Deze zal inhoudelijk aansluiten op de prestatieafspraken rijk-provincie, waar het rijk het toezicht op de woningbouwproductie wil gaan regelen. Het rijk wil hiervoor de nieuwe “wet regie op de volkshuisvesting” invoeren. De wet moet eind dit jaar klaar zijn. De Woondeal geeft richting aan de stedelijke ontwikkeling in de MRA. Omdat Lelystad de plannen zelf goed op orde heeft worden onze plannen goed opgenomen in de deal. Belangrijk hierbij zijn de subsidies die het rijk wil inzetten om de stedelijke ontwikkeling op een hoger tempo te brengen. 5
Landelijk is dat 7,5 miljard voor mobiliteit, 1,25 miljard Woningbouwimpuls en 138 miljoen voor aandachtsgroepen en ontmoetingsruimten ouderen. De MRA heeft het programma toekomstbestendige bouw opgesteld. Hiermee is samen opgetrokken met Utrecht om zoveel mogelijk een standaard te bereiken. Doel is duurzaamheidseisen gestandaardiseerd in tenders te kunnen verwerken. In het najaar volgen er standaard uitvraagdocumenten. De MRA houdt een mooie monitor plancapaciteit bij via Kaart | Monitor plancapaciteit. Lelystad heeft de actuele bouwplanning daarin staan per locatie en ook de doorzicht naar de LNL opgave en de ambitie 40.000 woningen. Om de invoer van de data te verbeteren sluit Lelystad aan op een standaard systeem voor de bouwplanning van de projectmanagers (in MS Projects). Door deze integratie worden de gegevens nauwkeuriger en wordt dubbel werk beperkt. Afgelopen kwartaal is het onderzoek WiMRA (Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) 2021 - metropoolregioamsterdam) weer uitgebracht met veel interessante informatie over de positie van Lelystad in de omgeving.
3.3. Landschap Het PHO MRA landschap heeft opdracht gegeven voor een onderzoek ‘Impact energietransitie op het landschap’. Het staat vast dat energie-infrastructuur of -opwekking op grote schaal in meer of mindere mate gevolgen heeft voor het landschap. Het onderzoek ‘Energietransitie metropoolregio Amsterdam’ laat zien dat de energietransitie een grote impact op het landschap in de Metropoolregio Amsterdam zal hebben. Naast windturbines en zonnevelden, die in het kader van de Regionale Energie Strategie zijn onderzocht, geldt dit ook voor alle bijkomende infrastructuur. Om de discussie te kunnen voeren, zijn in de verkenning ontwikkelprincipes opgezet. Met deze ontwikkelprincipes kan het gesprek over de locatiebepaling en een goede positionering en inpassing in het landschap gestart worden. De ontwikkelprincipes geven richtlijnen over de inpassing van bovengrondse energiebouwstenen van groot naar klein. Het belangrijkste principe hiervan is het volgen van de energieladder. De energieladder bestaat uit vijf treden, waarbij gestart wordt met de locatie waar landschappelijk gezien de meeste ruimte is: 1. Verïndustrialiseerde landschappen: hier is een goede inpassing mogelijk en liggen vraag en aanbod dicht bij elkaar. 2. Stedelijke randen: wanneer hier ruimte is voor uitbreiding van stedelijk gebied, is dit goed te koppelen aan nieuwe energiebouwstenen.
Aandachtspunt hierbij is dat ook voor veel andere opgaven naar deze randen gekeken wordt, waardoor ze onder druk staan. 3. Landschappen met opgaande beplantingsstructuren: binnen of grenzend aan hogere groene structuren zijn energiebouwstenen minder zichtbaar en eenvoudiger in te passen. 4. Open landschap: hier hebben de energiebouwstenen veel impact en is zorgvuldige inpassing nodig. Hierbij zijn jonge landschappen beter geschikt dan oude landschappen voor robuuste en grootschalige vormen van energiebouwstenen. 5. Bijzondere landschappen met beschermingsregimes: deze landschappen moeten zoveel mogelijk ontzien of gevrijwaard blijven van energiebouwstenen.
6
Bedoeling is om deze verkenning te agenderen in het Bestuurlijk Overleg Platform Ruimte en de Stuurgroep Verstedelijkingsstrategie. Voorstel plan van aanpak Landschapsinclusief verstedelijken en Groene Zones van april 2022 Een verbindend groen- blauw landschap van hoge kwaliteit wordt in het MRA Verstedelijkingsconcept als een van de kernwaarden van de metropoolregio genoemd. Het landschap moet mee-ontwikkelen als de verstedelijking toeneemt (groen groeit mee principe). Uit de samenvatting van het Verstedelijkingsconcept (passages over groene zones en landschaps-en natuurinclusieve verstedelijking): “Het gevarieerde en samenhangende landschap is een unieke, onderscheidende kwaliteit van de metropoolregio. Uitgangspunt bij de ontwikkeling van het groenblauwe netwerk is dat functionele ingrepen in het landschap ook de beleving vergroten en dat ingrepen die de landschappelijke beleving moeten vergroten, ook andere doelen dienen. Landschappen met bijzondere waarden: kwaliteitsimpuls Een aantal gebieden binnen de MRA met bijzondere natuur-, erfgoed- of recreatiewaarden, vraagt om een kwaliteitsimpuls. Zo zijn de komende jaren veel inspanningen nodig om het Natuurnetwerk Nederland - inclusief Natura 2000 - af te ronden, waarna beheer en verbetering nodig blijven. Ook goede landbouwgronden blijven nodig, daarom moet bij afwegingen over ruimteclaims het behoud daarvan altijd meewegen.
Landschappelijke versterking Onze landschappen dragen bij aan gezondheid, recreatie, verduurzaming en klimaatadaptatie. Daarom willen we de landschappen versterken en zorgen dat ze voor iedereen bereikbaar en toegankelijk zijn. Groene zones: landschappelijke verbindingen De landschappen in de MRA zijn niet alleen divers, maar hebben ook een aaneengesloten karakter. Menging van functies is hier een uitgangspunt, zodat de landschappelijke verbindingen - ‘groene zones’- aan verschillende ambities kunnen bijdragen. Veel verbindingen - ook ecologische - moeten worden verbeterd om goed te functioneren. Landschaps- en natuurinclusieve verstedelijking Bij de aanleg van bijvoorbeeld wegen, woonwijken en bedrijventerreinen zorgen we dat die meehelpen om het landschap te versterken, in plaats van dat ze het landschap aantasten. Daarom werken we met een ‘landschapsinclusieve ontwikkeling’. Uitbouwen van een MRA-dekkende recreatieve structuur We willen door de hele MRA een recreatieve structuur ontwikkelen die het mogelijk maakt het landschap te ‘beleven’, van voordeur tot buitengebied. We werken daartoe aan een schaalsprong via versterking en doorontwikkeling van de bestaande recreatieve structuur, rekening houdend met groei van de bevolking en van de recreatiebehoefte.” Dit biedt voor Lelystad, als Hoofdstad van de nieuwe Natuur, ideale handvaten om het landschap verder te versterken.
We zijn dan ook vanuit de gemeente bezig met de doorontwikkeling van de OVI 1,0 via een ontwikkelstrategie. Binnen de ontwikkelstrategie laten we in een analysefase/catalogus zien hoe de stad met onderdelen ruimtelijk is opgebouwd en welke stedelijke en landschappelijke kwaliteiten en identiteiten er zijn en verder versterkt moeten worden. De New Town / tuinstad legde de basis voor de verweving van stad en landschap door de schalen heen. Voor Lelystad betekent dat niet alleen dat er sterke verbindingen tussen de landschappen mogelijk gemaakt moeten worden (Nationaal Park Nieuwland, stadsparken, groene vingers, dreven, wijk-buurtparken, hoven), maar dat deze landschappen steeds gekoppeld dienen te worden aan de verstedelijking, dus koppeling aan bebouwingsstructuren. Leven in handbereik van de natuur is belangrijk voor de gezondheid, ondersteunt de klimaataspecten / biodiversiteit en heeft recreatieve en toeristische waarde.
7
4. Mobiliteit 4.1 Lelystad nu via de deelregio aan tafel met mobiliteitsvraagstukken Bestuurlijk overleg over mobiliteit, en bereikbaarheid vindt in de MRA plaats in het Platform Mobiliteit. Sinds de nieuwe MRA Samenwerkingsafspraken zijn alle zeven deelregio’s in dit MRA Platform vertegenwoordigd. Onze deelregio, dus ook Lelystad, wordt vertegenwoordigd door Almere. De provincie Flevoland zit qualitate qua in dit Platform. 4.2 MRA Elektrisch Samen met gemeenten in Flevoland, Noord-Holland en Utrecht werkt Lelystad samen aan het plaatsen van laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen in MRA Elektrisch. Via MRA Elektrisch is het leveren, plaatsen, onderhouden en exploiteren van laadinfrastructuur Europees aanbesteed.De kosten worden volledig uit subsidie betaald. In Lelystad zijn inmiddels ca 120 openbare laadpalen geplaatst en dat aantal neemt nog wekelijks toe. 4.3 Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB)
Wat Flevoland betreft ligt de focus van SBAB vooral op Amsterdam Bay Area. Het MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area 2020-2021 is in februari 2022 vastgesteld in de Programmaraad Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB). In dit onderzoek is de haalbaarheid van de ontwikkeling van de Amsterdam Bay Area als integrale woningbouw en werkgelegenheidslocatie onderzocht. Hierbij hebben toekomstbestendigheid, bereikbaarheid, natuur en ecologie een grote rol. Komende periode worden er op delen verdiepende studies gedaan. Belangrijk onderdeel -en wat Almere betreft ook voorwaarde- is de IJmeerverbinding. Naast het versterken van de bestaande spoorverbinding over de Hollandsebrug is er ook gekeken naar een nieuwe metrolijn tussen Almere en Amsterdam, de IJmeerverbinding. De IJmeerlijn kan verschillende stations en locaties zoals IJburg, Almere Pampus en Station Zuid met elkaar verbinden, zodat de lijn voor veel reizigers aantrekkelijk is. Uit het onderzoek komt naar voren dat veel mensen gebruik gaan maken van deze metrolijn, omdat deze goed aansluit op het Amsterdamse openbaarvervoernetwerk. Zo levert het een belangrijke bijdrage aan een duurzame ontsluiting van het gebied en verbetert de bereikbaarheid in de MRA. Ook creëert de IJmeerverbinding ruimte op het bestaande treinspoor, dat op dit moment overvol is. Daarmee profiteert ook Lelystad van deze verbinding.
8
4.4 Regionaal verkeersmodel VENOM Een soepel functionerend verkeer- en vervoersysteem is een essentiële voorwaarde voor de bereikbaarheid en leefbaarheid in de Randstad. VENOM is een initiatief van vijftien partners in de Metropoolregio Amsterdam (regio’s, gemeenten en provincies) en is een rekenkundig hulpmiddel waarmee effecten van projecten, maatregelen en beleid op de beschikbare ruimte, de mobiliteit en de infrastructuur onderzocht kunnen worden. De regionale samenwerking m.b.t. VENOM bestaat sinds 2007 en wordt nu gevormd door vijftien partners: Vervoerregio Amsterdam, provincies Noord-Holland en Flevoland, Rijkswaterstaat (regio's WestNederland Noord en Midden-Nederland), ProRail, regio Zuid-Kennemerland, regio IJmond, regio Gooi en Vechtstreek en de gemeenten Almere, Amstelveen, Amsterdam, Haarlemmermeer, Lelystad, Purmerend en Zaanstad. Ten behoeve van de samenwerking is een overeenkomst opgesteld die periodiek wordt geëvalueerd en verlengd of vernieuwd.
Het verkeersmodel van Lelystad STRAVELA (STRAtegisch Verkeersmodel Lelystad Almere) is een nadere uitwerking en verfijning binnen VENOM voor Zuidelijk en Oostelijk Flevoland. 4.5 MRA Spoor OV Toekomstbeeld 2040 Noord-Holland en Flevoland.: De vraag naar een passend OV-systeem voor de toekomst is groot. In de stedelijke gebieden loopt het OV tegen de capaciteitsgrenzen aan. In de landelijke gebieden moeten voorzieningen bereikbaar blijven. Daarom hebben Rijk en regio de handen in één geslagen om het totale OV-systeem voor het jaar 2040 te creëren. In Noord-Holland en Flevoland bundelen de ambities onder regie van vijf partijen van het Platform Mobiliteit van de Metropoolregio Amsterdam. Noord-Holland, Flevoland, Vervoerregio Amsterdam, Amsterdam en Almere werken gezamenlijk aan het regionale OV-systeem van de toekomst. Lelystad vertegenwoordigde hierin de gemeenten NOP, Urk, Dronten en Zeewolde (overig Flevoland). Het OV Toekomstbeeld 2040 Noord-Holland en Flevoland is vastgesteld in 2019.
9
5. Duurzaamheid 5.1 Duurzaamheid voortaan integraal in de MRA: Het Portefeuillehouders overleg Duurzaamheid van de Metropoolregio Amsterdam heeft zichzelf opgeheven. In de governance van de MRA heeft het thema ‘duurzaamheid’ een andere plek gekregen. Duurzaamheid wordt voortaan belegd bij de bestuurlijke platforms Economie, Ruimte en Mobiliteit. Een zogenoemd transitieteam gaat zorgen voor de overdracht van het thema duurzaamheid aan de bestuurlijke platforms. Voor het einde van 2023 wordt geëvalueerd of de integratie van duurzaamheid in de platforms voldoende heeft plaatsgevonden. 5.2 Duurzaamheid: Convenant Toekomstbestendige Nieuwbouw Vanuit duurzaamheid wordt gewerkt aan de ondertekening van het Convenant Toekomstbestendige Nieuwbouw. Dit convenant stelt in de MRA gelijkwaardige eisen aan woningbouw op het gebied van duurzaamheid. Gemeenten kunnen op basis van diverse niveaus (brons, zilver, goud) op diverse aspecten zoals natuurinclusiviteit, circulair, energie, klimaatadaptatie, eisen opgeven aan ontwikkelaars. Belangrijk om te vermelden is dat elke gemeente daarin voor elk project de eigen ambities, passend bij het project, kan opgeven. Na ondertekening van dit convenant wordt gewerkt aan de implementatie daarvan.
5.3 Duurzaamheid Top Het MRA bestuur heeft er onlangs mee ingestemd dat de MRA in het najaar van 2022 twee symposia organiseert: Op 21 september een symposium over the State of Sustainability (in Almere), Op 14 oktober een symposium over verstedelijking, met name in het fysieke domein (ruimte, wonen, werken, mobiliteit, landschap, klimaat). Voorlopig programma van de Duurzaamheid Top - Bestuurlijke sessie: Woensdag 21 september 2022, 10.30 – 17.00 uur, - Walking Dinner voor bestuurders en raads- en statenleden, 17.30 – 19.00 uur - Sessie voor raads- en statenleden: 19.00-21.30 uur. - Beoogde locatie voor deze top is de Floriade Doel/scope van de Duurzaamheid Top Het met een nieuwe lichting bestuurders en raads- en statenleden bespreken van de stand van verduurzaming in de MRA, het vieren van een aantal behaalde successen en het herbevestigen van de noodzaak van een integrale aanpak en samenwerking op regionaal niveau en een gezamenlijke inzet richting het Rijk. Het symposium moet verder helpen om richting te geven aan vervolgstappen bij het monitoren van de verduurzaming van de MRA. 5.4 Werkgroep Biogrondstoffen In de werkgroep biogrondstoffen zijn sessies geweest voor beheerders en beleidsmedewerkers inzake het beter/hoogwaardiger verwerken van reststromen afkomstig van de gemeenten, in dit geval maaisel en GFT.
Op basis van deze sessies zal vanuit MRA gekomen worden tot een voorstel waarbij Lelystad eventueel kan aansluiten om hoogwaardigere verwerking verder te onderzoeken en mogelijk te maken.
===
10