BL Keuzenota Cultuurvisie 2022 - 2025
Tekst van het document
KEUZENOTA BELEIDSVISIE CULTUUR 2022-2025
INHOUD
1. ALGEMEEN 3 2. STAND VAN ZAKEN 6 3. VISIE, AMBITIE EN UITGANGSPUNTEN 9 4. STRATEGISCHE THEMA’S 14 5. PRIORITEITEN 17 7. FINANCIERING EN STURING 18 8. MONITORING 21 BIJLAGE 1 22 BIJLAGE 2 27 BIJLAGE 3 28
2
1. ALGEMEEN
Waarom deze keuzenota? Met de vaststelling van de startnota door de raad is een route uitgestippeld die moet leiden tot een breed gedragen beleidsvisie op het gemeentelijk cultuurbeleid voor de periode 2022 – 2025. Deze route kent aan de hand van de ‘schijf van vijf’ onderweg een aantal pleisterplaatsen. Deze keuzenota is als eerste tussenstop een richtinggevend document. De stad en haar culturele klimaat zijn constant in ontwikkeling. Om die reden worden de doelstellingen en maatregelen voor het gemeentelijk cultuurbeleid binnen de beleidscyclus periodiek tegen het licht gehouden. Daarmee wordt beoordeeld of het gemeentelijk cultuurbeleid nog voldoende aansluit bij de ontwikkeling die de stad doormaakt. Hoewel het zeker niet nodig is om het gemeentelijk cultuurbeleid volledig te herzien, is het goed om het beleid periodiek tegen het licht te houden en te toetsen aan nieuwe prioriteiten. Vanuit een integrale visie op de functie kunst en cultuur voor de lokale samenleving, kunnen keuzes worden gemaakt waarop het cultuurbeleid kan bijdragen aan de actuele ontwikkeling van de stad en individuele ontplooiing van zijn inwoners.
voor het bereiken van nieuwe publieksgroepen en de ontwikkeling van aanvullend (digitaal) aanbod, waarmee de cultuursector kan uitpakken! Om tot een beleidsnota te komen is binnen de gemeente de ‘schijf van vijf’ opgesteld. Aan de hand van verschillende tussenproducten wordt het beleid door de raad vastgesteld. In het traject naar de nieuwe cultuurvisie vormt het opstellen van een keuzenota de tweede stap. Het doel van de keuzenota is dat een kaderstellend debat plaatsvindt over de hoofdlijnen en de koers voor het gemeentelijk cultuurbeleid voor de periode 2022 – 2025. Daarom worden in de keuzenota geen concrete maatregelen opgenomen. De kadernota die op de keuzenota volgt geeft een nadere uitwerking van de hoofdlijnen die op basis van de keuzenota zijn vastgesteld.
De impact van de coronacrisis op het culturele leven is momenteel nog onzeker. Het daadwerkelijke effect zal op langere termijn blijken. Duidelijk is wel dat de cultuursector zich eerst nog moet herpakken. Culturele organisaties moeten zich heroriënteren en anticiperen op een nieuwe werkelijkheid en hun positie in de samenleving weer oppakken. Dit zal gevolgen hebben voor hun werkwijze en organisatie. Gelijktijdig biedt het kansen
Keuzenota beleidsvisie cultuur 2022-2025
3
Rol van de overheid Hoewel dit niet zeer bekend is, biedt de Grondwet een belangrijke legitimering voor de betrokkenheid van de overheid bij kunst en cultuur. Artikel 22 bepaalt de overheidsrol bij de bevordering van volksgezondheid, woongelegenheid en ontplooiing. In lid 3 staat: ‘Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.’ Deze verantwoordelijkheid voor culturele ontplooiing is door het Rijk nader uitgewerkt in de Wet op het specifiek cultuurbeleid. Artikel 2 van die wet belast de verantwoordelijke bewinds¬persoon ‘met het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden van cultuuruitingen’. Het cultuurbeleid van de overheid heeft dus een dubbele taakstelling. Het gaat zowel om instandhouding, ontwikkeling en spreiding van kunst en cultuur, als om het stimuleren van de betrokkenheid daarbij onder brede lagen van de bevolking. Binnen deze verantwoordelijkheid is de rol en de autonomie van gemeenten op het terrein van kunst en cultuur niet alleen groot, van alle overheden dragen gemeenten financieel ook het meest bij. Zo’n 60% van de totale overheidsuitgaven op het gebied van cultuur¹.
kunnen ontwikkelen èn onderscheiden tot een aantrekkelijke woon- en leefstad. Het opent kansen voor extra betrokkenheid, inbreng, financiering en vooral draagvlak3. Met de Cultuurnota 2004 – 2007 is het cultuurbeleid van de gemeente Lelystad voor het eerst integraal vastgesteld. Sinds die nota is het centrale uitgangspunt voor het gemeentelijk cultuurbeleid dat het bijdraagt aan de maatschappelijke ontwikkeling van Lelystad. Het beleid heeft daarbij specifieke aandacht voor maatschappelijke participatie en persoonlijke groei van inwoners en voor de ontwikkeling van een aantrekkelijke stad. Met de drie beleidsnota’s die daarna volgden is het gemeentelijk cultuurbeleid periodiek herijkt. Hierbij is continuïteit geboden waar dit kon en ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen waar dat moest.
Afbakening Kunst en cultuur
Er is relatief weinig wet- en regelgeving die voorschrijft wat gemeenten met betrekking tot kunst en cultuur moeten doen. Dit betreft in de praktijk de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Erfgoedwet en de Mediawet aangaande de lokale omroep. De Auteurswet brengt verplichtingen met zich mee voor kunst in de openbare ruimte.
In alle beleidsnota’s over cultuurbeleid staat het wel op enige wijze verwoord: cultuur heeft waarde voor iedereen. Cultuur laat ons in allerlei vormen genieten, maakt vrolijk, stemt soms tot reflectie of verwart ons wel eens. In elk geval leiden cultuur- en kunstuitingen tot bijzondere en betekenisvolle ervaringen die boven het dagelijkse bestaan kunnen uitstijgen. Waar cultuur bijdraagt aan creativiteit en de overdracht van maatschappelijke waarden, codes, tradities en culturele conventies, prikkelen kunstuitingen onze verbeeldingskracht, laten ons lachen, bieden troost, zijn voer tot nadenken over bestaande ideeën en opvattingen en stimuleren het onafhankelijk denken.
Het landelijke cultuurbeleid zet er daarnaast op in dat de culturele arbeidsmarkt gezonder wordt en de betaling van werkenden in de sector op peil wordt gebracht. Een belangrijke maatregel hiertoe is de onderschrijving van de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Culturele Diversiteit². De beleidsvrijheid voor gemeenten biedt kansen. Cultuurbeleid is bij uitstek een beleidsterrein waar gemeenten zich positief
De begrippen ‘kunst en cultuur’ worden vaak door elkaar heen gebruikt. De breedste betekenis heeft het begrip ‘cultuur’ in het antropologisch en sociologisch gebruik van dat woord. Daar omvat cultuur alles wat de mens doet met en toevoegt aan de natuur: het in cultuur brengen van natuur, de artefacten die mensen voortbrengen en de activiteiten die zij ontplooien. Oftewel: alledaagse gebruiksvoorwerpen en alledaagse omgangs-
1 Rijksgesubsidieerde instellingen kennen doorgaans een relatief grote subsidieafhankelijkheid, bij podia en festivals is het aandeel eigen inkomsten veel groter. Presentatie-instellingen die onderdeel uitmaken van de landelijke culturele Basisinfrastrutuur (BIS) kennen de grootste subsidieafhankelijkheid. De vrije theaterproducenten ontvangen geen subsidie en halen het overgrote deel van hun inkomsten uit kaartverkoop. Hierna is het aandeel subsidie bij festivals het laagst, gevolgd door de poppodia. Beide halen haar inkomsten voor driekwart uit de markt. De Nederlandse filmproductie wordt voor een relatief groot deel bekostigd uit bijdragen uit private middelen. 2Een toelichting op deze codes is opgenomen in de bijlage, pagina 26. 3 Een beschrijving van de verdeling van verantwoordelijkheden van de overheden op het gebied van kunst – en cultuur is opgenomen in de bijlagen.
Keuzenota beleidsvisie cultuur 2022-2025
4
vormen en gebruiken. Het onderzoeksbureau Motivaction liet mensen in hun eigen woorden antwoorden op de vraag: ‘Wat betekent kunst en cultuur voor u?’ De uitkomsten zijn weergegeven in de volgende woordenwolk:
Gerangschikt naar kunst, ontwerp en erfgoed gaat het om de volgende tien domeinen: KUNST (ARTISTIEKE DIMENSIE): • podiumkunst; • beeldende kunst; • literatuur; • film en videokunst;
ONTWERP (ESTETISCHE DIMENSIE) • architectuur; • design; • digitale cultuur;
In hetzelfde onderzoek4 is van een dertigtal activiteiten gevraagd of men die wel of niet tot kunst en cultuur rekent. Het bleek dat mensen (bezoek aan) erfgoed en voorstellingen in grote meerderheid tot kunst en cultuur rekenen, maar zaken als koken, uit eten gaan en woninginrichting meestal niet. Van de ‘geijkte’ vormen rekent men gecanoniseerde vormen als musea en opera veel vaker tot kunst en cultuur dan populaire vormen zoals popmuziek en bioscoopbezoek. Dit laatste is relevant omdat daardoor blijkbaar een grote groep mensen wellicht onterecht meent niet aan cultuur te doen of dat cultuur voor hen niet relevant is. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) kiest in haar publicatie ‘Het culturele leven’5 voor de volgende afbakening van het culturele leven: kunst, ontwerp en erfgoed. Het gaat daarbij om gecanoniseerde en populaire kunst, om materieel en immaterieel erfgoed, om gesubsidieerde en ongesubsidieerde cultuur, om professionele kunstenaars, programmeurs of curators en om bezoekers, vrijwilligers of vrijetijdbeoefenaars.
ERFGOED (HISTORISCHE DIMENSIE) • roerend erfgoed; • onroerend erfgoed; • immaterieel erfgoed. Deze afbakening van het SCP is ook goed toepasbaar voor het gemeentelijk beleid, met dit verschil dat in Lelystad ook media (in casu de publieke lokale omroep) onderdeel is van het gemeentelijk cultuurbeleid. Tevens is binnen het gemeentelijk cultuurbeleid aandacht voor amateurkunst en cultuureducatie.
4 Tepaske, E., T. van Groenestein, F. Spangenberg en R. Schoemaker (2010). Betekenis van kunst en cultuur in het dagelijks leven. 5 Sociaal Cultureel Planbureau (2018). Het culturele leven
5
2. STAND VAN ZAKEN IN LELYSTAD
In de praktijk is Lelystad als new town in cultureel perspectief een bescheiden speler. Zeker ook in vergelijking met andere provinciale hoofdsteden. Vanwege het ontbreken van culturele instellingen uit de basisinfrastructuur van het Rijk of een kunstvakopleiding in de nabijheid, is er geen omvangrijk professioneel productieklimaat. Daarentegen is in de afgelopen decennia een goed en breed georiënteerd lokale culturele infrastructuur opgebouwd, die aansluit bij de ontwikkeling van de stad. Dit aanbod bevat ook enkele grote museale instellingen die niet door de gemeente worden gesubsidieerd zoals Batavialand en het Aviodrome. Er zijn daarnaast tal van (nieuwe) initiatieven in de stad die zorgen voor verdere ontwikkeling en verbreding van het lokale cultuurklimaat; veelal geïnitieerd en ondersteund door actieve creatieve vrijwilligers. Er worden diverse bijzondere culturele manifestaties en festivals georganiseerd die bijdragen aan de levendigheid van de stad. De Lelystadse kunstenaarsgemeenschap is weliswaar niet omvangrijk, maar ontwikkelt zich gestaag. Op het gebied van de amateurkunst zijn tientallen verenigingen actief, vooral koren. De grootste groep amateurkunstenaars is overigens ongeorganiseerd actief. Met projecten zoals ‘Age friendly cultural city’ wordt de maatschappelijke functie
van cultuur uitgenut en street art projecten dragen bij aan de vitalisering van het stadshart. De samenwerking in de Metropool Regio Amsterdam ( MRA)6 en het opstellen van een cultureel regioprofiel van Flevoland7 heeft gezorgd voor een bovenlokale impuls. De tevredenheid onder onze inwoners over het cultureel klimaat is de afgelopen jaren verder toegenomen, waardoor een meerderheid van de inwoners (zeer) tevreden is over het lokale culturele aanbod8. De cultuurparticipatie van onze inwoners ligt op een landelijk niveau. Onder meer vanwege haar relatief geïsoleerde ligging en de aanwezigheid van overeenkomstige culturele instellingen in nabij gelegen gemeenten, beperkt het publieksbereik van de culturele infrastructuur in Lelystad zich in hoofdzaak tot de eigen inwoners; met als uitzondering het Aviodrome en Batavialand. Het relatief kleine verzorgingsgebied (80.000 inwoners) heeft invloed op het exploitatiemodel van de lokale culturele instellingen en de mate van afhankelijkheid van overheidsbijdragen. Het cultuurbeleid was het afgelopen decennium noodzakelijkerwijs vooral financieel gestuurd. Diverse taakstellingen op het gemeentelijk cultuurbudget hebben er toe geleid dat de financiële kaders voor het gemeentelijk
6 De overheden in de MRA werken sinds 2018 samen op het gebied van cultuur in het programma Kunst, Cultuur en Erfgoed. Dit programma richt zich op het bevorderen van cultuurparticipatie en het faciliteren van toekomstbestendige cultuur en erfgoedsectoren in de regio. 7 In het Flevoprofiel staat wat in cultureel opzicht kenmerkend is voor onze provincie, wat er al gebeurt op cultureel gebied en wat de toekomstplannen zijn. 8 Gemeente Lelystad. Cultuurpeiling 2019. (2020). Een factsheet met een overzicht van de Cultuurpeiling 2019 is opgenomen in de bijlagen.
6
cultuurbeleid beklemmend zijn geworden en geen ruimte meer biedt voor ontwikkeling. Ambitie en de financiële positie van de gemeente waren daardoor vooralsnog moeilijk te verenigen.
Aandachtspunten Een aandachtspunt binnen de lokale culturele infrastructuur is de fragiele financiële positie van de – met name grotere – culturele instellingen. De noodzaak tot diverse bezuinigingen hebben in de afgelopen jaren de gemeente en de culturele organisaties ertoe genoopt om steeds te bekijken waar en hoe bespaard kon worden. Ook de inflatiecorrectie kon niet jaarlijks in de subsidie worden verwerkt. De subsidiekortingen zijn in de sector als ingrijpend ervaren. Desondanks hebben de gesubsidieerde organisaties steeds getracht om het effect op de culturele output te minimaliseren opdat inwoners nog steeds in voldoende mate aan cultuur konden deelnemen. Dit heeft wel grote consequenties gehad voor hun weerstandsvermogen. De reserves van de culturele instellingen zijn tot aan een kritische grens teruggelopen. Financiële tegenvallers kunnen niet meer altijd zelfstandig worden opgevangen en de ruimte voor inhoudelijke ontwikkeling ontbreekt. Vanuit het perspectief van het gemeentelijk beleid zijn investeringen noodzakelijk voor een verdere ontwikkeling van de culturele infrastructuur van de stad. De infrastructuur op het gebied van beeldende kunst is in Lelystad beperkt. Er zijn weinig expositiemogelijkheden en er is een beperkt aanbod aan ateliers en werkruimten. Een beleid voor de plaatsing kunst in de openbare ruimte is afwezig.
Gelijktijdig is het budget voor culturele projecten en onderhoud van kunstwerken door bezuinigingen aanzienlijk teruggebracht. Tussen de verschillende lokale culturele organisaties is weliswaar contact, maar dit is nog niet optimaal. Met als gevolg dat nog onvoldoende wordt samengewerkt en kansen voor een levendig cultuurklimaat slechts beperkt worden benut. Er is winst te behalen bij betere afstemming. Ook de samenwerking tussen cultuur en
andere maatschappelijke sectoren en het bedrijfsleven is ondanks enkele veelbelovende initiatieven nog oppervlakkig; er is meer van elkaar te leren. Het aanbod voor jongeren is duidelijk een punt van aandacht, zeker in het licht van de beperkte uitgaansmogelijkheden die de stad biedt. Bij een relatief nieuwe stad is het besef dat erfgoed waarde kan bieden aan ruimtelijke kwaliteit en identiteit nog niet sterk ontwikkeld. Maar ook wanneer de focus wordt gelegd op een sterke groei, moet goed worden omgegaan met bijzondere parels uit het verleden. Dit is een verantwoordelijkheid die we ook dragen voor de toekomstige inwoners van de stad. Dit geldt zowel voor het gebouwde als voor het minder onzichtbare ondergrondse erfgoed.
Participatie Het bezoek aan de verschillende culturele voorzieningen in de stad is door de jaren heen redelijk stabiel9. Het Agora theater wordt door veel Lelystedelingen bezocht (rond de 60%). Het Centrum voor Kunst en Cultuur Kubus, het poppodium Corneel en exposities met beeldende kunst worden door 10 tot 25% van de Lelystedelingen bezocht. Het aandeel bezoeken aan beeldende kunst exposities is wel wat afgenomen, maar poppodium Corneel wordt juist door een groter aandeel Lelystedelingen bezocht dan in voorgaande jaren. De Kubus heeft bij de ondersteuning van cultuureducatie in het onderwijs een bereik van bijna alle scholen in het primair onderwijs en is ook actief in het voortgezet onderwijs en in het MBO. Het Aviodrome, Batavialand en theater Agora staan in de top 10 van de sterkste culturele merken van Flevoland10. Van alle Lelystedelingen doet 48% op een of andere manier actief iets cultureels. Conform het landelijk beeld is de actieve cultuurparticipatie niet voor alle groepen gelijk. Laag opgeleiden en mensen onder de 40 doen dit minder vaak dan hoger opgeleiden en ouderen11.
9 Gemeente Lelystad. Cultuurpeiling 2019. (2020). Hendrik Beerda Brand Consultancy. Cultuursector merkenonderzoek (2021) 11 Gemeente Lelystad. Cultuurpeiling 2019 (2020). 10
7
Zicht op groei
Corona
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteert een ringenmodel12 dat inzicht geeft in de gemiddelde lokale infrastructuur bij gemeenten. Op grond van dit schema valt waar te nemen dat gemeenten met tussen de 30.000 en 90.000 inwoners veelal beschikken over een cultureel voorzieningenniveau bestaande uit: een openbare bibliotheek, een centrum voor kunstzinnige vorming, een multifunctionele podiumaccommodatie, een jazz/poppodium, een oudheidskamer of museum, een lokale omroep, kleinere filmvertoners en een archief. In gemeenten met deze omvang zijn bovendien voorzieningen aan te treffen op het terrein van de beeldende kunst: een percentageregeling, een kunstuitleen, een aankoopfonds en een tentoonstellingsruimte. De gemeenten van deze omvang besteden daarbij zorg aan vormgeving van de openbare ruimte, monumenten, amateurkunst, bouwkunst, literaire activiteiten en een aanbod van festivals. Op basis van dit ringenmodel kan worden geconcludeerd dat Lelystad momenteel beschikt over een cultureel voorzieningenniveau dat bij een gemeente van 80.000 inwoners kan worden verwacht. (zie bijlage 1).
De impact van de coronacrisis op het culturele leven is deels nog onzeker en het daadwerkelijke effect zal op de langere termijn moeten blijken. Duidelijk is dat de sector zich zal moeten herpakken en het publiek weer voor zich moet winnen. De culturele organisaties zullen zich moeten heroriënteren op hun rol en positie in de samenleving en anticiperen op een mogelijk nieuwe werkelijkheid. Dit zal gevolgen hebben voor hun werkwijze en de organisatie. Het biedt gelijk ook weer kansen voor het bereiken van nieuw publieksgroepen en aanvullend (digitaal) aanbod, waarmee de cultuursector kan uitpakken!
Groei en cultuur Met het Koersdocument13 is de ambitie vastgelegd dat Lelystad groeit naar 100.000 inwoners. Uit het VNG-model blijkt duidelijk dat wanneer de stad groeit, de culturele infrastructuur in de breedte mee zal moeten groeien. Uit analyses die in het kader van Lelystad Next Level (LNL)14 zijn gedaan is duidelijk geworden dat het culturele voorzieningenniveau nu niet het niveau heeft van vergelijkbare Next Level gemeenten en zelfs verhoudingsgewijs dun is voor een gemeente die wil doorgroeien naar minimaal 100.000 inwoners.
Het schema van het ringenmodel is opgenomen in bijlage 1, pagina 25. Gemeente Lelystad. Koersdocument 2040. (2020). 14 In verband met de afbouw van de ICL-bijdrage, vinden het Rijk, de gemeente Lelystad en de provincie Flevoland het belangrijk zich te richten op het toekomstperspectief voor Lelystad. In een gezamenlijk traject dat de naam ‘Lelystad Next Level’ draagt, werken gemeente Lelystad, provincie Flevoland en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan dit perspectief. 12 13
8
3. VISIE, AMBITIE EN UITGANGSPUNTEN
Het cultureel vermogen van de stad De dichter Gerrit Komrij zei ooit: “Kunstenaars zijn zwanen, geen ezels die pakjes dragen”. En in de kern gaat het bij cultuur natuurlijk nog steeds om de intrinsieke waarden die kunst en cultuur bieden, zoals verbeeldingskracht en creativiteit en identiteit en pas in tweede instantie om de instrumentele rol van cultuur om bij te dragen aan andere beleidsdoelstellingen zoals economie en het sociale domein. Echter de samenleving verandert steeds sneller: economisch, technologisch en cultureel. Het is van belang dat we met die veranderingen omgaan, elkaar begrijpen, ons kunnen uiten en in openheid de samenleving van de toekomst kunnen vormgeven. Cultuurbeleid kent van oudsher een ingebouwde spanning tussen het ondersteunen van bijzondere culturele uitingen die zonder subsidie niet mogelijk zijn omdat de markt daar niet in voorziet en het tegelijk bevorderen van de belangstelling daarvoor. Voor dit alles hebben we cultureel vermogen nodig: het vermogen om elkaar cultureel te verstaan en zo een breed draagvlak voor kunst en cultuur te organiseren. Het begrip ‘Cultureel Vermogen’, biedt een nieuwe, praktische kijk op de betekenis van cultuur voor de samenleving. Bij de digitale kick-off bijeenkomst van het traject 15
naar de cultuurvisie 2022 - 2025 die op 11 mei 2021 plaats vond15 , besprak key speaker Otto Berk in zijn inleiding het cultureel vermogen en de betekenis daarvan voor de samenleving. Niet de vraag wat cultuur is staat hierbij centraal, maar wat cultuur doet. Daarmee verandert ook het perspectief op cultuureducatie en cultuurdeelname: de focus verschuift van cultuurproduct naar culturele ontmoeting.
Het vermogen zelfst.naamw. UITSPRAAK: VERBUIGINGEN:
[ver’moxe(n)] ver-mogen|s (meerv.)
1) dat wat iemand of iets kan VOORBEELDEN: doen wat in je vermogen ligt motorvermogen voorstellingsvermogen ANTONIEM: onvermogen SYNONIEMEN: kunnen, potentie, capaciteit, naar mijn beste vermogen (zo goed als ik kan) 2) bezittingen VOORBEELD: Zijn vermogen wordt geschat op meer dan vijf miljoen euro.
https://www.youtube.com/watch?v=9BT2-QbSYNo
9
SYNONIEM: rijkdom De publicatie ‘Wat hebben mensen met cultuur’16 van het SCP geeft een inzichtelijk beeld van de betrokkenheid van de Nederlanders bij kunst en cultuur. De overgrote meerderheid (circa 85%) is tamelijk of sterk in een of meer kunstvormen geïnteresseerd, het meest in film (bijna twee derde), popmuziek (ruim de helft) en cabaret (een derde). In de loop van een jaar brengt 90% van de bevolking minstens één cultuurbezoek. Dat kan een bezoek aan de opera zijn, maar ook aan een popconcert of een historische locatie. Bijna 60% van de bevolking is jaarlijks eens of vaker als cultuurbeoefenaar actief, het meest met musiceren, schilderen/tekenen, foto/film of historisch onderzoek. Deze mate van betrokkenheid bij kunst en cultuur blijkt al jaren stabiel. Een belangrijk uitdaging voor de komende jaren vormt de opgave dat ondanks deze brede maatschappelijke betrokkenheid bij kunst, ontwerp en erfgoed, het cultuurbezoek ongelijk over de bevolking is verdeeld. De belangrijkste factor voor de mate van cultuurdeelname vormt iemands cultureel kapitaal of cultureel vermogen: de mate van culturele kennis en ontwikkeling om met de cultuurvormen en de bijbehorende codes en mores vertrouwd te zijn, en de competenties om culturele codes en mores te kunnen doorgronden. Het opgebouwde culturele vermogen is echter niet voor iedereen gelijk.
Het SCP constateert dat deze verschillen worden bepaald door respectievelijk: het opleidingsniveau van mensen zelf en van hun ouders; migratie-achtergrond en leeftijd; in bijzonder het geboortejaar. De mentale afstand tot cultuur blijkt daarbij belangrijker dan de geografische afstand tot cultuur of het inkomen. Hoe langer de onderwijscarrière, hoe groter de kans dat iemand interesse heeft in cultuur en vervolgens ook actief deelneemt aan het culturele leven. Dat geldt niet alleen voor gecanoniseerde17 podiumkunst, musea en beeldende kunst, maar ook voor populaire podiumkunst, festivals en film. Maar bij gecanoniseerde podiumkunst, beeldende kunst en musea zijn de verschillen in bereik naar opleiding wel het grootst. Het bereik van cultuur is kleiner onder inwoners met een niet-westerse migratieachtergrond, met als uitzonderingen de film en de
bibliotheek. Bij de actieve cultuurdeelname blijken hoger opgeleiden vaker cultuurbeoefenaar en zijn jongeren vaker kunstbeoefenaar. Cultureel mediagebruik kent op hoofdlijnen dezelfde patronen als cultuurbezoek. Het bereik is groot (circa 90%) en dat van kunst (circa 85%) is groter dan dat van erfgoed (circa 65% in 2018). De groeiende digitale beschikbaarheid van cultuuruitingen, niet zelden tegen geen of lage kosten, leidde echter niet tot een groeiende culturele interesse of tot een daling van het fysieke bezoek aan cultuur. Het gebruik van digitale mogelijkheden voor cultuurspreiding heeft vanwege de recente corona-maatregelen in het afgelopen jaar een extra impuls gekregen. Cultureel mediagebruik ligt wat lager onder laagopgeleiden en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. Internettoepassingen hebben minder ingang gevonden onder het oudste deel van de bevolking. Het inzicht in de verschillen in cultureel vermogen en het effect op het bereik van cultuur, heeft er ook voor gezorgd dat in het kader van bevorderen van de belangstelling voor cultuur, het thema diversiteit steeds meer aandacht heeft gekregen. Vanuit de democratisering van cultuur is het onderscheid tussen gecanoniseerde cultuur en populaire cultuur verminderd.
Hierbij is het besef gegroeid dat cultureel vermogen een breder perspectief heeft, waarbij de betrokkenheid bij cultuur en de kennis over de codes en mores, toeneemt naarmate cultuuruitingen meer tot de eigen leefwereld behoren. Bij culturele instellingen groeit de aandacht voor diversiteit binnen de p’s van programmering, publiek, personeel en partners. Daarmee willen ze het cultureel vermogen verbreden en de ontmoeting met en door cultuur bij zo veel mogelijk groepen bevorderen. Gemeenten bezitten ook cultureel vermogen. Dit vermogen wordt gevormd door het bezit (of beter gezegd de aanwezigheid, want eigendom is hier niet bepalend) van de aanwezige culturele infrastructuur. Het ringenmodel van de VNG geeft weer waar dit deel van het cultureel vermogen van gemeenten uit bestaat. Maar naast het fysieke culturele vermogen (hardware), hebben steden ook een maatschappelijk cultureel vermogen. Dit ver-
16 SCP. 2021. Wat hebben mensen met cultuur. 17 Canon: het geheel van de zaken, werken, personen enz. die algemeen als belangrijk worden erkend, zodat iedereen ze eigenlijk zou moeten kennen.
10
mogen wordt vooral bepaald door de aanwezigheid van kunstenaars, culturele ondernemers, initiatiefnemers en beoefenaars (orgware) van culturele activiteiten en evenementen (software) en de financiële positie van de stad (finware). En net als bij mensen is het cultureel vermogen van gemeenten niet gelijk. De historie, de omvang, de geografische ligging, de demografische kenmerken, het financiële draagvlak en de aanwezigheid van BIS-instellingen en flankerende instellingen zoals (kunstvak)opleidingen, zijn van grote invloed op de verschillen tussen het opgebouwde culturele vermogen en de manier waarop dit vermogen kan worden ingezet.
Het cultureel vermogen van gemeenten is in de eerste plaats nodig om uitvoering te kunnen geven aan de grondwettelijke taak om voorwaarden te scheppen voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding. Het cultureel vermogen biedt ook toegevoegde waarde voor gemeenten. Uit diverse onderzoeken blijkt telkens dat de aanwezigheid van een breed aanbod aan culturele instellingen en een levendig cultureel klimaat een relevante factor is voor de aantrekkelijkheid van steden voor (nieuwe) inwoners en bedrijven. Ook wordt de potentie gezien van de betekenis van kunst en cultuur in het sociale domein. De betekenis van het culturele vermogen voor de inwoners en de stad kan als volgt schematisch worden
DE INTRINSIEKE WAARDE EN BETEKENIS VAN KUNST EN CULTUUR Cultureel vermogen inwoners - kennis - ontwikkeling - competenties - excelleren
Culturele ontmoeting stimuleert individuele verbeeldingskracht en creativiteit.
Culturele ontmoeting leidt tot een creatieve en een vitale stedelijke dynamiek.
Culturele ontmoeting bevordert maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid bij inwoners.
Culturele voorzieningen dragen bij aan de groei en economische ontwik-keling van steden.
Cultureel vermogen stad - aanbod - voorzieningen - organisatie - financiën
DE EXTRINSIEKE WAARDE VAN KUNST EN CULTUUR
11
weergegeven.
Wat is de betekenis van cultureel vermogen voor Lelystad?
voor het gemeentelijk cultuurbeleid voor de periode 2022 – 2025.
In lijn met wat in de Grondwet staat over de betrokkenheid van de overheid bij kunst en cultuur, heeft de inzet van het gemeentelijk cultuurbeleid zich in de afgelopen beleidsperioden gericht op de bijdrage van kunst en cultuur aan de maatschappelijke ontwikkeling van Lelystad, met specifieke aandacht voor brede maatschappelijke participatie, persoonlijke groei en de ontwikkeling van een aantrekkelijke stad. Ter voorbereiding op deze keuzenota zijn daags na de kick off bijeenkomst van 11 mei 2021 digitale werksessies georganiseerd over het lokale cultuurbeleid. Aan deze werksessies kon iedereen die hier belangstelling voor had deelnemen. Een breed spectrum van culturele en andere maatschappelijke organisaties nam de uitnodiging aan.
En hoewel bij elke werksessie een ander onderwerp centraal stond - van culturele stadsprogrammering tot erfgoed in een post 65 stad - was in alle gesprekken duidelijk eenzelfde rode draad op te merken, namelijk de vraag hoe kan cultuur en erfgoed relevant worden voor alle inwoners van de stad? En op welke wijze kunnen we samen nieuwe doelgroepen betrekken bij het culturele leven?18 Of anders geformuleerd: hoe kunnen we de culturele ontmoeting in de stad beter tot stand te brengen en de waarde die kunst en cultuur bieden voor de stad en de inwoners verbreden en het maatschappelijk draagvlak voor cultuur versterken? Gelijktijdig is vanuit de doelstelling van LNL ook het besef en de wens aanwezig om het cultureel vermogen van de stad voor te bereiden en in te zetten op de groeiimpuls die de stad de komende decennia door gaat maken. De Strategische Agenda van LNL is de strategie waarmee Lelystad zich ontwikkelt tot een aantrekkelijke en duurzame stad, die financieel gezond en zelfstandig is. Een stad waarin alle inwoners meedoen, het onderwijs goed is en waarin je prettig woont. Een zelfbewuste, economisch dynamische stad. Met een succesvolle verdere ontwikkeling van de stad wordt het mogelijk om de ICL-bijdrage af te bouwen19. Dit leidt tot de volgende voorstellen voor de visie, de ambitie en uitgangspunten
Visie Op grond van het bovenstaande komen we tot het volgende voorstel voor de visie voor het gemeentelijk beleid op het gebied van cultuur, kunst en media in 2022 – 2025. Culturele ontmoeting geeft waarde aan de stad en haar inwoners. Om deze waarde goed te benutten, willen we het cultureel vermogen van inwoners en stad maximaal laten renderen en de betekenis van kunst en cultuur voor de inwoners versterken.
Ambitie Hoewel de inhoud van het beleid richtinggevend is, bepaalt het financiële draagvlak van de gemeente in belangrijke mate de reikwijdte van het beleid. Maar niet uitsluitend. Als gemeente rekenen we ons ook een ondersteunende, faciliterende en verbindende rol toe, door de samenwerking binnen de stad te stimuleren. Met de mogelijkheden die de gemeente heeft, wordt ingezet op
De sheets met de uitkomst van de mentimeter-vragen van de werksessies in mei zijn opgenomen in de bijlagen. Strategische agenda LNL (2019)
18 19
12
een cultureel voorzieningsniveau dat inwoners mogelijkheden geeft om volwaardig deel te nemen aan het culturele leven. Dit kan door als gemeente verschillende rollen te vervullen: in financiële zin als subsidient; of procesmatig als aanjager of regisseur. Daarmee ligt nu de keuze voor een van de volgende drie scenario’s voor:
• een op continuïteit gericht scenario waarbij we in hoofdlijnen blijven voortzetten wat we op dit moment reeds doen. • een op herstel gericht scenario, waarbij de cultuursector als geheel de mogelijkheid krijgt om financieel en organisatorisch weerbaar te worden en waarin ruimte is voor andere keuzes. • een op ontwikkeling gericht scenario waarbij wordt geïnvesteerd in een op de toekomst gerichte culturele infrastructuur en kunst- en cultuuraanbod, met een bijpassende intensivering van het financiële kader.
Een uitwerking van het voorkeursscenario zal in de kadernota als keuze worden opgenomen. In verband met de effecten die de covid-epidemie op de cultuursector heeft gehad, kan vooral het herstelscenario op dit moment het culturele klimaat in de stad de komende jaren perspectief bieden. Wanneer de groei van de stad zich daadwerkelijk doorzet is het ontwikkelscenario het meest voor de hand liggend.
zelfstandig gerealiseerd kunnen worden en activiteiten waarvoor dit (nog) niet geldt. Dit vergt goede samenwerking tussen cultuuraanbieders, vrijwilligers-organisaties, het bedrijfsleven en overheden.
Beleidsdoelstellingen Op basis van het bovenstaande kan het doel van het gemeentelijk cultuurbeleid als volgt worden omschreven: Het realiseren van een cultureel voorzieningenniveau en activiteitenaanbod dat: a] bewoners en bezoekers van Lelystad stimuleert om kennis te nemen van en deel te nemen aan een breed aanbod van culturele activiteiten; b] bijdraagt aan een aantrekkelijk woon- en leefklimaat; c] de ontwikkeling van Lelystad tot een open, levendige en volwaardige stad ondersteunt. Om te zien in welke mate de beleidsinspanningen bijdragen aan de doelstellingen van het beleid worden de volgende indicatoren gehanteerd: % inwoners dat tevreden is met het aanbod van culturele voorzieningen in Lelystad % inwoners dat een kunstzinnige activiteit heeft gedaan (18+)
Uitgangspunten De reikwijdte van het gemeentelijk cultuurbeleid beperkt zich in de regel tot die delen van het culturele leven die van belang worden geacht voor de Lelystadse samenleving, maar zonder gemeentelijke steun niet tot stand zouden komen. Maar dit betekent niet dat kunst- en cultuuruitingen die zonder gemeentelijke steun tot stand komen daarmee onbelangrijk zijn voor de Lelystadse samenleving. Een vitaal lokaal cultuurklimaat is een juiste mix van bijzondere culturele activiteiten die volledig
13
4. STRATEGISCHE THEMA’S
In deze paragraaf wordt de vraag voorgelegd welke strategische thema’s voor het gemeentelijke cultuurbeleid het beste aansluiten op de ontwikkeling die de stad doormaakt. Het gaat hierbij nog niet om concrete toekomstplannen en uitwerkingen, maar om het bepalen van strategische proposities voor het gemeentelijk cultuurbeleid. Bij het benoemen van de strategische thema’s proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij de actuele (landelijke, regionale en lokale) positie van Lelystad en de ambities van de stad zoals met LNL en de te verwachten maatschappelijke ontwikkelingen (groei, digitalisering en innovatie) en urgenties. Op grond van de voorafgaande hoofdstukken komen we tot de volgende drie strategische thema’s: • Intrinsieke cultuurstad • Verbonden cultuurstad • Groeiende cultuurstad
Intrinsieke cultuurstad De intrinsieke waarde van cultuur voor mens en samenleving is niet eenduidig te bepalen. Maar het is duidelijk dat beleving van kunst en cultuur specifieke waarde heeft voor de ontplooiing van mensen en voor de samenleving als geheel. Cultuur is in zichzelf van grote waarde voor Lelystad en haar inwoners, zonder dat het expliciet bij hoeft te dragen aan de realisatie van doel-
stellingen op andere beleidsterreinen. Of het nu gaat om de plaatsing van een kunstwerk in de openbare ruimte van een (inter)nationaal befaamde kunstenaar, een operette-uitvoering van een amateurgezelschap, of een gedichtenbundel van inwoners met een migratieachtergrond. Cultuur in al haar uitingsvormen draagt bij aan inspiratie, creativiteit, verbeeldingskracht en individuele expressie. Die waarde voldoet en vormt de legitimering voor de inzet van de gemeente met betrekking tot kunst en cultuur. De intrinsieke cultuurstad biedt een culturele stadsprogrammering op basis van samenwerking tussen culturele organisaties met veel variatie en afwisselend aanbod; gericht op alle leeftijden, leefstijlen en interesses. Er wordt ruimte geboden aan jonge talenten om te kunnen experimenteren in urban arts. Culturele broedplaatsen waar wordt samengewerkt en nieuwe ideeën ontstaan, dragen bij aan een vitaal productie- en presentatieklimaat voor kunstenaars en creatievelingen. De aandacht die besteed wordt aan de culturele ontwikkelingsm-gelijkheden voor kinderen en jongeren, stimuleert talentontwikkeling en cultuurdeelname op latere leeftijd. Ruime aandacht voor het behoud van cultuurhistorische artefacten. De culturele instellingen handelen naar de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Culturele Diversiteit.
14
Samenvattend: we zetten vooral in op een vitaal cultureel klimaat met een diversiteit aan kunst- en cultuuruitingen, waarmee iedereen in Lelystad de gelegenheid heeft om volwaardig aan kunst en cultuur deel te nemen en zijn of haar cultureel vermogen te ontplooien. Beoogd effect: Toename van het aantal inwoners dat actief of passief deelneemt aan cultuuruitingen. Indicator: Percentage inwoners dat actief of passief deelneemt aan cultuuruitingen. De positie op de ranglijst van Atlas voor gemeenten voor podiumkunsten.
Verbonden cultuurstad ‘Te veel Lelystedelingen hebben een lage sociaal economisch status. We zetten gericht in op de buurten waar dit speelt. We accepteren niet dat mensen aan de kant staan en zetten in op het leven lang ontwikkelen om het meedoen duurzaam te maken20.’ Daarmee streeft Lelystad naar een samenleving die open staat voor iedereen in termen van diversiteit en inclusie. Cultuur heeft daarbij een belangrijke rol: het activeert mensen, brengt mensen samen en levert specifieke vaardigheden en competenties op waardoor mensen meer de regie over hun leven krijgen. Cultuur is een sociaal-maatschappelijke investering in mensen die dat nodig hebben en bevordert kansengelijkheid. Cultuur werkt hierbij ook als preventief middel. Het biedt binnen het jeugdbeleid perspectief en kansen aan jongeren en verlicht de eenzaamheid bij ouderen, is een boost voor inwoners in armoede en biedt mogelijkheden om uit een maatschappelijk isolement te komen. Het geeft het signaal: je hoort er ook bij en je doet ertoe. Wij vormen samen Lelystad! Dat is goed voor het welzijn en welbevinden van mensen, en voor de samenhang in de wijken en in de stad. Daarmee verbinden we het cultuurbeleid aan opgaven in het sociaal domein en vooral in de wijken en dicht bij de mensen.
Culturele organisaties gaan de samenwerking aan met maatschappelijke partners om een bredere doelgroep te bereiken en deze aan zich te binden. Met cultuuractiviteiten in de wijk krijgen bewoners de kans andere cultuurvormen te ontdekken, jongeren kunnen hun talenten ontwikkelen en zelf het podium bestijgen.
Inwoners met een andere achtergrond worden gestimuleerd hun eigen cultuur te tonen. Culturele projecten die bijdragen aan de maatschappelijke doelstellingen worden mede vanuit het sociaal domein gefinancierd. Samenvattend: we gaan cultuur inzetten als middel om sociaal-maatschappelijke doelen te bereiken. Beoogd effect: Toename van het welbevinden van en de samenhang tussen onze inwoners. Indicator: Toename van het aantal inwoners uit specifieke doelgroepen dat actief of passief deelneemt aan cultuur uitingen. Het verloop van het aantal ondersteuningsplannen WMO.
Groeiende cultuurstad Met het Koersdocument is in 2020 de ambitie vastgelegd dat Lelystad groeit naar 100.000 inwoners. Voor deze groei van Lelystad, is een sterk cultureel klimaat een voorwaarde en aanjager tegelijk. Een aantrekkelijke stad biedt mensen meer dan alleen prettige woonmilieus, banen en goede bereikbaarheid. Een aantrekkelijke stad biedt een stedelijke omgeving die ook inspeelt op het (toenemende) belang van beleving, levendigheid en ontmoeting. Sinds 2003 wordt met de publicatie van de ‘Atlas voor gemeenten’ een jaarlijks overzicht gegeven van de ontwikkeling van wijken, steden en regio’s van de 50 grootste gemeenten in Nederland. Lelystad bevindt zich in de atlas momenteel op plek 39 op de woonaantrekkelijkheid index21. In 2009 promoveerde de verantwoordelijk onderzoeker Gerard Marlet op zijn onderzoek naar de aantrekkelijke stad22. Zijn voornaamste bevinding is dat steden die een gunstige ligging ten opzichte van werk en natuur combineren met een gevarieerd aanbod aan stedelijke voorzieningen de grootste aantrekkingskracht hebben op huishoudens. Dit zijn steden met veel historie, cultuur, horeca en andere woonattracties. Steden die een aantrekkelijke woonomgeving bieden slagen erin kansrijke mensen aan te trekken en vast te houden.
Het blijkt dat new towns en groeikernen (waaronder Lelystad) hier niet – of mogelijk nog niet - in voldoende mate aan kunnen voldoen en daardoor hun aantrekkingskracht op de midden- en hogere inkomensgroepen dreigen te verliezen. Tevens is een stevige
Gemeente Lelystad. Koersdocument 2040. (2020). VOC Uitgevers. Atlas voor gemeenten 2020 (2020) 22 Gerard Marlet. De aantrekkelijke stad. (2009) 20 21
15
relatie gesignaleerd tussen het culturele aanbod in de stad en de werkgelegenheidsontwikkeling. Hoogopgeleide, creatieve mensen komen af op het culturele aanbod, waardoor in steden met veel cultuur de voorraad menselijk kapitaal groter is, bedrijven zich er vestigen en de economie groeit. Kunst in de openbare ruimte draagt bij aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de woonomgeving. Cultuurbeleid heeft daarmee directe relaties met de beleidsvelden als wonen, economie, toerisme, citymarketing, ruimtelijke ordening en beheer openbare ruimte. Cultuurprojecten die bijdragen aan de doelstellingen van deze beleidsvelden worden hier (mede) uit bekostigd. Samenvattend: we gaan het culturele voorzieningenniveau inzetten als middel om de groei van de stad naar 100.000 inwoners te faciliteren. Beoogd effect: Toename van het aantal inwoners van de stad. Indicator: Groei aantal inwoners in combinatie met het percentage inwoners dat (zeer) tevreden is over het culturele voorzieningenniveau. De positie op de ranglijst van Atlas voor gemeenten woonaantrekkelijkheid index.
Hoewel binnen een integraal cultuurbeleid de drie strategische thema’s uiteraard interne samenhang vertonen, gaat het in het kader van deze keuzenota om een richtinggevende keuze voor de belangrijkste accenten van het beleid, waarbij de flankerende thema’s vooral ondersteunend zijn aan het centrale thema.
Verbonden cultuurstad
Intrinsieke cultuurstad
Groeiende cultuurstad
Een uitwerking van het centrale thema wordt in de kadernota als keuze opgenomen. Ook hier is een keuze voor een volgordelijkheid van de thema’s denkbaar.
In de fase waarin de stad zich nu bevindt met de opgaven als Gebiedsaanpak Lelystad Oost (IGLO), aanpak eenzaamheid en ontplooiingsmogelijkheden voor jongeren en vraagstukken met betrekking tot diversiteit inclusie, is een keuze voor de Verbonden cultuurstad, met een verbinding met maatschappelijke ontwikkelingen en vraagstukken vooralsnog een logische keuze. Wanneer de groei van de stad zich duidelijk ontwikkelt is vanuit het perspectief van onder meer LNL richting 2030 het thema Groeiende cultuurstad het meest voor de hand liggend. Het thema Intrinsieke Cultuurstad is daarbij ondersteunend voor beide andere thema’s.
16
5. PRIORITEITEN
In de kadernota die na deze keuzenota volgt, zal een nadere uitwerking van de keuzes worden gemaakt. Hierbij zullen onderwerpen die vanuit het werkveld en bij de behandeling van de Startnota door de raad als belangrijke aandachtspunten zijn genoemd als prioriteit worden opgenomen.
Bereik
Versterking infrastructuur beeldende kunst.
Nieuwe doelgroepen worden betrokken bij het culturele leven.
Er wordt ingezet op een verbetering van expositiemogelijkheden voor beeldende kunst en vormgeving en op de mogelijkheden voor het plaatsen van kunst in de openbare ruimte.
Samenwerking De samenwerking tussen cultuurorganisaties onderling en de samenwerking met andere maatschappelijke sectoren en het bedrijfsleven wordt versterkt.
Jongeren
Erfgoed Actualisatie van het erfgoedbeleid, met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van een groeiende stad.
Verbreding van het cultuuraanbod voor jongeren. Dit heeft zowel betrekking op het bezoek aan cultuuruitingen in het licht van de uitgaansmogelijkheden voor jongeren, als op individuele en maatschappelijke ontplooiing van jongeren.
17
6. FINANCIERING EN STURING
Naast de eigen inkomsten en bijdragen van inwoners en ondernemers en overige partners, vormt de financiële ondersteuning die de gemeente biedt een belangrijk onderdeel van de financiering van het culturele leven in de stad. In deze paragraaf wordt de vraag voorgelegd of de huidige financieringsystematiek voor de ondersteuning van culturele activiteiten nog voldoende aansluit op de ontwikkeling die de stad doormaakt, of dat gekeken moet worden naar mogelijkheden hoe dit op een andere wijze te organiseren met mogelijke aanknopingspunten voor nieuw en innovatief beleid. Moet er meer meerjarige zekerheid worden geboden voor de ontwikkelingsmogelijkheden van instellingen of moet juist ruimte worden geboden aan flexibilisering? Moet de subsidiering volledig bij de gemeente blijven, of biedt het op afstand plaatsen meer ruimte voor innovatie en verbreding van het draagvlak inclusief aanvullende financiering. Subsidieverlening is het belangrijkste beleidsinstrument om invulling te geven aan het gemeentelijk cultuurbeleid. Subsidies zijn voorzien van een wettelijke basis (Algemene wet bestuursrecht (Awb), Afdeling 4.2) en zijn daarmee een formeel instrument. In de Awb is bepaald dat de subsidie voor bepaalde (dat wil zeggen con-creet aangeduide) activiteiten wordt verstrekt. Niet de subsidieontvanger of het bedrag staan centraal, maar de te subsidiëren activiteiten.
In onderstaande grafiek is een globale relatieve verdeling van de beschikbare budgetten voor de verschillende onderdelen in het gemeentelijk cultuurbeleid weergeven.
Amateurkunst 2%
Podiumkunsten 27% Lokale filmtheater <1%
Beeldende kunst 2%
Bibliotheekwerk 40%
Cultuureducatie 29% Cultureel erfgoed <1%
Naast de culturele activiteiten en voorzieningen die worden gefinancierd binnen de begrotingspost cultuur, worden ook uit andere gemeentelijek begrotingsposten incidenteel culturele activiteiten ondersteund.
18
Meerjarige subsidieafspraken Verschillende lokale culturele instellingen en organisaties worden voor hun activiteiten op basis van een begrotingssubsidie jaarlijks door de gemeente gesubsidieerd. Voor de volgende culturele instellingen is in de programmabegroting een begrotingssubsidie opgenomen. • • • • • •
Agora theater Centrum Kunst en Cultuur De Kubus FlevoMeer Bibliotheek Poppodium Corneel Lokale publieke omroep Radio Lelystad Overige begrotingssubsidies cultuur (erfgoedcommissie, kunstuitleen, filmtheater)
Bij het verlenen van subsidie aan deze instellingen wordt in de beschikking voor de jaarlijkse subsidie een afsprakenkader opgenomen met betrekking tot de gesubsidieerde faciliteiten en activiteiten binnen het betref-fende werkgebied van de instelling. Tussentijds en bij de vaststelling van de subsidie wordt gekeken of de beleidsdoelstellingen en presta¬tieafspraken gerealiseerd worden. Daarvoor wordt immers subsidie verstrekt. De bijdrage aan het gemeentelijk beleid staat hierbij voorop. Deze continue - lees structurele - subsidie kan als een bijdrage worden beschouwd voor het in stand houden van de basisvoorzieningen en de infrastructuur in de stad. Daarnaast kan vooraf duidelijk zijn dat meerdere jaren nodig zijn om een vastgestelde beleidsambitie te bereiken. De subsidies vormen zo onderdeel van vastgesteld meerjarenbeleid. De meerjarige beleidsperiode kan worden vertaald naar een meerjarige zekerheid voor subsidiëring, waardoor de organisatie meer zekerheid krijgt over de subsidieverlening en zo de aandacht volledig kan richten op de inhoudelijke realisatie en innovatie. Dit is zeker van belang voor organisaties die voor hun culturele programmering met meerjarige afspraken met derden moeten werken. Deze overwegingen zijn voor diverse gemeenten reden geweest om aan culturele instellingen en organisaties meerjarige subsidie te verlenen.
Het gaat daarbij vooral om organisaties waarmee de gemeente al een langere subsidierelatie
25
heeft en waarbij de activiteiten waarvoor ze subsidie ontvangen jaarlijks nagenoeg gelijk blijven. Het meerjarig verstrekken van subsidie heeft een aantal voordelen. Zo hoeft de subsidieontvanger niet meer voor elk subsidiejaar een uitgebreide aanvraag in te dienen. Dit betekent een vermindering van administratieve lasten. Daarnaast draagt meerjarige subsidieverstrekking bij aan rechtszekerheid. Subsidieontvangers weten voor langere tijd waar zij aan toe zijn. Ook voor de gemeente betekent het veelal minder administratie. Subsidies worden verleend voor de gehele beleidsperiode (bijvoorbeeld voor 4 jaar). Het meerjarig toekennen van subsidie sluit niet uit dat voor de betreffende activiteiten jaarlijks inhoudelijke (prestatie-)afspraken kunnen worden gemaakt. De maximaal te verstrekken begrotingssubsidie wordt jaarlijks in de gemeentebegroting door de raad vastgesteld.
Het op afstand plaatsen van subsidieverlening Voor projecten op het gebied van cultuur zijn momenteel 5 subsidieregelingen van toepassing. Met deze subsidieregelingen zijn de criteria, methode en verdeelregels voor de subsidieverlening op het gebied van het cultuurbeleid formeel vastgesteld. Op de regeling voor de deskundigheidsbevordering amateurkunstverenigingen na, zijn de subsidieregelingen direct gericht op ondersteuning van incidentele culturele activiteiten zoals voorstellingen, uitvoeringen, tentoonstellingen en evenementen. • • • • •
Subsidieregeling deskundigheidsbevordering amateurkunstverenigingen Subsidieregeling beeldende kunsten en vormgeving Subsidieregeling podiumkunsten Subsidieregeling amateurkunst Subsidieregeling letteren
In het cultuurbeleid in Nederland is het een basisregel dat de overheid geen oordeel heeft over de inhoud van kunst. Dit is de zogenaamde ‘Thorbecke-doctrine’25. Dit betekent dat de overheid wel de beleidsrandvoorwaarden kan bepalen, maar dat de artistieke beoordeling van kunst zelf buiten de invloed van de politiek wordt gehouden. Bij subsidieverlening voor kunstuitin-
Thorbecke (1798-1872): ‘ de regering is geen oordelaar van kunsten en wetenschap
19
gen wordt daarbij veelal gebruik gemaakt van onafhankelijke adviseurs. Accenten verleggen richting adviescommissies betekent echter ook meer overhead. Vanwege de relatief beperkte omvang van de beschikbare subsidiebudgetten heeft Lelystad op grond van kostenoverweging geen externe adviescommissie in Lelystad en worden subsidieaanvragen ambtelijk beoordeeld. In navolging van het rijksbeleid, waarbij sinds enkele decennia de verlening van incidentele subsidies uitgevoerd wordt door zelfstandige fondsen, hebben diverse gemeenten de financiering van culturele projecten en activiteiten op afstand geplaatst. Hierbij is de uitvoering van de subsidieverlening ondergebracht in een lokaal cultuurfonds, waarbij de financiële ondersteuning voor culturele projecten sneller, flexibeler en efficiënter plaats kan vinden. Het accent is daarbij komen te liggen op een zo flexibel mogelijke financiering van cultuuruitingen. Aan zo’n fonds is soms ook een inhoudelijke aanjaagfunctie verbonden in de vorm van een cultuur-makelaar, die ondersteuning biedt aan lokale culturele initiatieven of projecten met elkaar in verbinding brengt. Voorbeelden van lokale cultuurfondsen zijn onder meer te vinden in Tilburg, Roosendaal, Leiden en Almere.
Op grond van bovenstaande overwegingen wordt voorgesteld te onderzoeken of het instrument van meerjarige subsidie en het op afstand plaatsen van de subsidieverlening betere mogelijkheden biedt om het culturele leven in Lelystad te versterken.
20
7. MONITORING
Om het gemeentelijk cultuurbeleid te monitoren vindt periodiek een cultuurpeiling plaats onder inwoners. In dit onderzoek wordt op basis van landelijke richtlijnen onder meer de cultuurparticipatie bij de inwoners en de tevredenheid bij de inwoners gemeten over het voorzieningenniveau op het gebied van kunst en cultuur. Daarnaast zal gebruik worden gemaakt van de uitkomsten van onderzoeken van derden. De data van deze onderzoeken dient als input voor de monitoring en actualisatie van het gemeentelijk cultuurbeleid. De jaarlijkse publicatie van de Atlas voor gemeenten en andere onderzoeken bieden mogelijkheden voor benchmarken met overeenkomstige gemeenten. Conform hetgeen de Awb daarover stelt26 worden de begrotingssubsidies en de subsidieregelingen periodiek geëvalueerd op effect en bijdrage aan beleid.
26 Artikel 4.24 Awb: Indien een subsidie op een wettelijk voorschrift berust, wordt ten minste eenmaal in de vijf jaren een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
21
BIJLAGE 1 CULTUURBELEID OVERHEDEN De relatie tussen Rijks- en gemeentebeleid is sterk nationaal georiënteerd. De afstemming tussen het Rijk en overige overheden wordt ingevuld in de vorm van convenanten met de andere overheden. De verdeling van taken en bevoegdheden verschilt wel per discipline. Met betrekking tot de podiumkunsten en de musea is het Rijk verantwoordelijk voor de landelijke culturele basisinfrastructuur, inclusief de aansturing van de cultuurfondsen,- zie het schema in de bijlage pagina 21 - en voor de financiering van het beheer van de Rijkscollectie en de financiering van provinciale collecties. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor accommodaties voor podiumkunsten, beeldende kunst en het beheer van gemeentelijke collecties. In de praktijk houden veel gemeenten en provincies zich echter ook bezig met onder andere de productie van cultuur. Hierin verschillen regio’s onderling wel sterk. Het bibliotheekwerk is wettelijk verankerd.
Het Rijk is verantwoordelijk voor het totale netwerk van voorzieningen en enkele kerninstituten; gemeenten zijn verantwoordelijk voor lokale openbare bibliotheken om invulling te kunnen geven aan de vijf basisfuncties van openbare bibliotheken: - Kennis en informatie ter beschikking stellen; - Ontwikkeling en educatie bieden; - Lezen bevorderen en het laten kennismaken met literatuur; - Ontmoeting en debat organiseren; - Kennis laten maken met kunst en cultuur. Voor cultuureducatie geldt een gedeelde verantwoordelijkheid. Het Rijk regelt de bekostiging en het wettelijk kader van het onderwijs, de opdracht aan culturele instellingen met rijkssubsidie en de landelijke ondersteuning (innovatie, kennis en netwerken). Provincies spelen een rol in de tweedelijns ondersteuning. Gemeenten zorgen voor cultureel aanbod voor scholen, bemiddeling van het aanbod, aansluiting tussen binnen- en buitenschoolse activiteiten en afspraken met scholen.
provinciaal of gemeentelijk belang. Provincies zorgen voor steunfuncties op het gebied van monumentenzorg, archeologie en musea. Daarnaast zijn zij verantwoordelijk voor het verdelen van de rijkssubsidie voor de restauratie van rijksmonumenten. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de bescherming van het onroerend cultureel erfgoed verder verankerd worden in de ruimtelijke ordening.
Rijk Voor het cultuurbeleid voor de periode 2021 – 2024 hanteert de rijksoverheid de volgende vier uitgangspunten.
Verbreding en vernieuwing Om het draagvlak voor cultuur te versterken wordt er meer ruimte geboden aan genres die een breder, gevarieerder publiek bereiken (o.a. design, mode, e-cultuur, urban arts, popmuziek, musical of hedendaagse muziek). Verbreding en vernieuwing is een noodzaak om het cultuuraanbod bij de tijd en aantrekkelijk voor de gehele bevolking te houden.
Een sterke cultuursector Het Rijk werkt aan een eerlijke beloning en goede arbeidsvoorwaarden in de cultuursector. Hiervoor worden sectorbrede maatregelen op landelijk niveau genomen. Ook benoemt het Rijk nadrukkelijk de onderschrijving van de Fair Practice Code, de Governance Code Cultuur en de Code Culturele Diversiteit als subsidievoorwaarden. Het belang van kunst en cultuur van en voor iedereen Samen met lokale overheden wil het Rijk cultuur voor zoveel mogelijk mensen betekenis geven. Dit door cultuur te bevorderen die uitnodigend en laagdrempelig is. Het Rijk richt zich hierbij op cultuurparticipatie (combi met zorgen, welzijn, ouderen), immaterieel erfgoed (gebruiken, feesten en ambachten) en cultuuronderwijs (gelijke kansen, integraal cultuuronderwijs en curriculumherziening).
Op het gebied van erfgoed zijn de verschillende taken wettelijk verankerd in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet stelt het Rijk, provincies en gemeenten in staat monumenten aan te wijzen van respectievelijk nationaal,
22
Cultuur is grenzeloos
• Route 2 Cultuur maken.
Het belang van internationale uitwisseling van cultuur voor een meer open blik op de wereld, de ontwikkeling van talenten en de rijkdom van geest. Het buitenland heeft grote belangstelling voor onder meer Nederlandstalige literatuur en erfgoed.
Bij cultuur maken staat de maker centraal. Dit kan de kunstenaar zijn, maar ook de amateur of het gezelschap. Het provinciaal beleid richt zicht daarbij op de pijlers: Cultuurparticipatie, Versterken makersklimaat, Podiumkunsten. Met het Erfgoedprogramma worden nieuwe manieren verkend om met erfgoed om te gaan. De provincie heeft hiervoor vijf thema’s geformuleerd voor het Erfgoedprogramma.
Provincie Flevoland De provincie Flevoland bouwt met de cultuurnota ‘Ruimte voor Cultuur’ in de periode 2021-2024 voort op de basis die eerder is gelegd. In de nota Cultuurbeleid 2021-2024 richt het provinciale beleid zich langs twee routes, met daaronder de bijpassende pijlers. Beide routes en de pijlers dragen bij aan het Verhaal van Flevoland en zijn er onderdeel van.
1. 2. 3. 4. 5.
Flevoland erfgoed van de toekomst Inpolderingsgeschiedenis Iconen van vernieuwing en experiment Geschiedenis van de Zuiderzee Landschap in de ondergrond
• Route 1 Cultuur beleven Bij cultuur beleven staat de toeschouwer/het publiek centraal. Het provinciaal beleid richt zicht daarbij op de pijlers Landschapskunst; Cultuureducatie, Bibliotheken, Museaal beleid
23
In Flevoland zijn het Kunstmuseum Flevoland (i.o.) en het Theatergezelschap BonteHond in de BIS opgeno-men. De Flevolandse instellingen Suburbia, Vis A Vis, Gouden Haas en Black Pencil worden gefinancierd uit
een cultuurfonds. Aanvullend investeert het kabinet ook twee miljoen euro extra in cultuur in de regio. Dat geld is bedoeld voor cultuurarme regio’s in Friesland, Drenthe, Flevoland, Zeeland en Limburg.
24
25
DE GOVERNANCE CODE CULTUUR, DE CODE CULTURELE DIVERSITEIT EN DE FAIR PRACTICE CODE Governance Code Cultuur De Governance Code Cultuur is in 2014 geïntroduceerd. De Governance Code Cultuur biedt een normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties. Governance gaat over het besturen en de continuïteit van organisaties. Daarnaast speelt governance een belangrijke rol in het vertrouwen en de legitimiteit die de organisaties in de buitenwereld genieten. Bewust omgaan met governance is essentieel voor de versterking van culturele organisaties en voor een gezonde sector. Door de code te hanteren laten de verantwoordelijke bestuurders en toezichthouders in de cultuursector aan de buitenwereld zien dat zij de gangbare standaarden voor goed bestuur en toezicht volgen. De code komt niet in de plaats van de eigen verantwoordelijkheid van bestuurders en toezichthouders. De code is juist bedoeld om bewustwording en kritische reflectie door bestuur en toezicht te stimuleren. De code is ook een instrument voor financiers in de cultuursector (overheden, fondsen en private financiers). Zij gebruiken de code als referentiekader bij het beoordelen van een aanvraag om financiële middelen en de verantwoording over de besteding ervan door de culturele organisatie.
Code Culturele Diversiteit Om een brug te slaan naar het cultureel diverse deel van de samenleving, heeft de sector in 2011 de Code Culturele Diversiteit (CCD) gelanceerd. De Nederlandse bevolking bestaat anno 2019 voor ruim 1,9 miljoen uit mensen met een ‘niet-westerse’ migrantenafkomst. In de grote steden liggen die percentages beduidend hoger (rond de 35%) en bovendien is de derde generatie migranten niet in deze percentages meegenomen. Dit is een relatief grote en jonge bevolkingsgroep waarvan ongeveer 80 procent jonger is dan 15 jaar. Een groep die instellingen nu al aan zich kunnen binden als personeel, publiek of partner. Van origine was de code gericht op culturele diversiteit maar er was binnen de sector behoefte om die code verder te verbreden. De code richt zich nu op alle vormen van verschil, zoals gender, beperking, seksuele oriëntatie, religie, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd. Het culturele veld is zelf verantwoordelijkheid om