BL Collegereactie advies_Geredigeerd
Tekst van het document
Cliëntenraad Sociaal Domein De heer P.D. Postuma Kamp 1903 8225 DP LELYSTAD
uw brief van 21 februari 2024
uw kenmerk
ons kenmerk
datum verzending 14 maart 2024
behandeld door
doorkiesnummer
bijlagen
dossiernummer
I.N. Anroedh
0
onderwerp Advies t.a.v. Wmo-verordening en Besluit MOL
Geachte heer Postuma, Allereest hartelijk dank voor het advies met betrekking tot de Verordening- en Besluit maatschappelijke ondersteuning 2024. Namens de cliëntenraad sociaal domein en met name de werkgroep Wmo merkt u op dat u in het voortraject geadviseerd heeft de transparantie en leesbaarheid van de documenten te vergroten. U merkt op dat in het voortraject vooruitgang is geboekt, maar dat u nog enkele verbeterpunten heeft. U adviseert de transparantie van de documenten en de rechtszekerheid van de cliënten verder te verbeteren door onderstaande punten over te nemen. Hieronder treft u de door u aangedragen punten aan met daaronder een reactie van het college: 1. In artikel 2.3.2 van de Verordening wordt een termijn voor de cliënt geformuleerd, terwijl voor het college een ‘redelijke termijn’ geldt. U adviseert ook voor het college een concrete termijn te formuleren. Reactie college Uw verwijzing naar artikel 2.3.2. van de Verordening kunnen wij niet volgen. Vermoedelijk heeft u artikel 4 lid 2 van de Verordening bedoeld, waarin staat dat het college binnen een redelijke termijn na het onderzoek aan de cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger een verslag van de uitkomsten van het onderzoek verstrekt. Zoals eerder met u besproken, zijn voor het afhandelen van aanvragen in het kader van de Wmo 2015 termijnen opgenomen in de wet.
Daarbij is voor het onderzoek een termijn van 6 weken gegeven en voor het nemen van een besluit een termijn van 2 weken.
ons kenmerk
datum verzending
pagina
12 maart 2024
2
In de wet zijn geen termijnen opgenomen, waarbinnen een cliënt moet reageren op het verslag. Om te waarborgen dat een aanvraag spoedig wordt afgehandeld, is deze termijn in de verordening opgenomen. Daarmee is de evenwichtigheid gewaarborgd. 2. U adviseert om in de toelichting van artikel 30.3 van de Verordening de naam van de Cliëntenraad Sociaal Domein Lelystad op te nemen en aanvullend de cliëntenraad voldoende te faciliteren in zijn werkzaamheden. Reactie college Hoe de cliëntenparticipatie binnen gemeente Lelystad is vormgegeven is in de Verordening cliëntenparticipatie sociaal domein Lelystad 2019 uitgewerkt. Daarin is tevens opgenomen dat het college voor adequate ondersteuning van de cliëntenraad zorgt. 3. U adviseert de lijst met begripsbepalingen in artikel 1.1.2 compleet en transparant te maken in plaats van te verwijzen naar de wet, het uitvoeringsbesluit, de verordening en de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast bent u in de veronderstelling dat het Uitvoeringsbesluit gelijk is aan het Besluit MOL Reactie college In de genoemde regelgeving staan veel begrippen. Het is niet gebruikelijk om alle begrippen in het Besluit MOL over te nemen. Dit om te voorkomen dat begrippen per abuis niet worden opgenomen die wel worden gebruikt of andersom begrippen worden opgenomen, die niet worden gebruikt.
De genoemde regelingen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden bij de uitvoering ook zo toegepast. Het Uitvoeringbesluit Wmo 2015 (afgekort het Uitvoeringsbesluit) is een landelijke regeling en is dus niet hetzelfde als het Besluit MOL. 4. In artikel 7.4 van het Besluit MOL wordt verwezen naar artikel 7.3i van datzelfde besluit. Artikel 7.3 eindigt bij punt h. u adviseert de verwijzing kloppend te maken. Reactie college Wij hebben de verwijzing aangepast. Dank voor het opmerken. 5. Onder verwijzing naar artikel 1.6.1, lid 15 t/m23 (?) en de toelichting bij hoofdstuk 5.4 vraagt u aandacht voor kinderen die buiten de stad studeren en thuis wonen. U adviseert de uitdagingen van deze kinderen te bespreken met betrokkenen en gezamenlijk te bekijken wat mogelijk is en daar in redelijkheid over te beschikken. Reactie college Zoals eerder met u besproken, moet er bij het onderzoek naar de gehele situatie van het gezin worden gekeken. Daarbij moet per geval worden beoordeeld in hoeverre kinderen een bijdrage kunnen leveren. De insteek is en blijft om maatwerk te leveren. 6. Ook vraagt u om maatwerk voor cliënten als het gaat om gebruikelijke zorg. Ook in die gevallen adviseert u met betrokkenen te bekijken wat mogelijk is en daarin redelijkheid te beschikken. Reactie college Zoals eerder aangegeven, is de insteek om maatwerk te leveren.
Daarbij is het de bedoeling om de persoonlijke omstandigheden mee te wegen. Uit de wet vloeit voort het college o.a. de persoonskenmerken van de cliënt onderzoekt. Per geval wordt dan ook beoordeeld in hoeverre huisgenoten gebruikelijke zorg kunnen leveren.