BL Beleidskader Financiele participatie hernieuwbare energie Lelystad
Tekst van het document
Ontwerp Beleidskader Financiële participatie Hernieuwbare Energie Lelystad Fonds voor Klimaat en Energietransitie
1
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................2 1
Voorwoord ........................................................................................................................................3
2
Financiële participatie Hernieuwbare Energie Lelystad ...................................................................5 2.1
Aanleiding ...................................................................................................................................5
2.2
Doel ............................................................................................................................................5
2.3
Scope .........................................................................................................................................5
2.4
Huidige afspraken .......................................................................................................................5
Klimaatakkoord.................................................................................................................................5 3
Windparken ......................................................................................................................................6 Regioplan Windenergie Flevoland ...................................................................................................6 Windplan Blauw................................................................................................................................7 Windkoepel Groen............................................................................................................................8 3.1
Actieve financiële participatie windparken ..................................................................................8
Kader Actieve financiële participatie ................................................................................................8 3.2
Passieve financiële participatie windparken ...............................................................................8
Kader Passieve financiële participatie..............................................................................................8 4
Zonneparken ....................................................................................................................................8 4.1
Actieve financiële participatie zonneparken ...............................................................................8
Kader Actieve financiële participatie ................................................................................................9 Kader Passieve financiële participatie..............................................................................................9 5
Overige vormen van energie opwek en opslag ................................................................................9 5.1
Actieve financiële participatie overige vormen van opwek en opslag.........................................9
Kader Actieve financiële participatie ................................................................................................9 5.2
Passieve financiële participatie overige vormen van opwek en opslag ......................................9
Kader Passieve financiële participatie grootschalige batterijenopslag .............................................9 6
Participatieplan ...............................................................................................................................10
7
Bijlagen...........................................................................................................................................11 7.1
Bijlage 1 ....................................................................................................................................11
7.2
Bijlage 2 ....................................................................................................................................12
2
1
Voorwoord
In het Klimaatakkoord (2019) is afgesproken dat bij de opwekking van duurzame energie op land (zon op land- en windprojecten) burgers voor minstens de helft moeten kunnen profiteren van het project. Voor windprojecten is dit reeds vastgelegd in het Regioplan Wind (2016), maar voor zon op landprojecten, grootschalige batterijen, waterstoffabrieken en mestvergistingsinstallaties etc. heeft de gemeente Lelystad nog geen beleidskader. In Deel I zullen de kaders voor financiële participatie worden toegelicht en vastgelegd. Onderdeel van de financiële participatie is het afdragen van een gebiedsgebonden bijdrage (GGB). De wijze van besteding (structuur, doel, middel) wordt in Deel II nader uitgewerkt. Deel II wordt op een later moment uitgewerkt en vastgesteld.
3
DEEL I Financiële participatie
4
2
Financiële participatie Hernieuwbare Energie Lelystad
2.1
Aanleiding
In het Klimaatakkoord (2019) is afgesproken dat bij de opwekking van duurzame energie op land (zon op land- en windprojecten) burgers voor minstens de helft moeten kunnen participeren in het project. Voor windprojecten is dit reeds vastgelegd in het Regioplan Wind (2016), maar voor zon op landprojecten, grootschalige batterijen, waterstoffabrieken en mestvergistingsinstallaties etc. heeft de gemeente Lelystad nog geen beleidskader. Op dit moment is een beleidskader voor grootschalige batterijen in ontwikkeling bij de provincie. Middels dit kaderdocument wordt ook voor deze projecten een kader geschapen voor de financiële participatie, zodat het voor de initiatiefnemer duidelijk is aan welke kaders zijn project/participatieplan moet voldoen. Om lusten en lasten van hernieuwbare energie projecten evenredig te verdelen, wordt financiële participatie verplicht gesteld. Bij financiële participatie wordt onderscheid gemaakt tussen actieve en passieve financiële participatie; 1. Actieve financiële participatie (AFP) middels een voorinvestering, aandelen of lokaal eigendom via een energiecoöperatie. Er wordt een investering verwacht en is hiermee risicodragend. 2. Passieve financiële participatie (PFP), Gebiedsgebonden bijdrage (GGB).
In dit geval wordt een deel van de opbrengst middels een fonds en/of (subsidie)regeling besteedt aan specifieke doelen of kan men participeren middels obligaties. 2.2
Doel
Het doel van dit kaderdocument is om te komen tot een set van afspraken, spelregels en kaders zodat het voor een ieder, en dan met name de omwonenden, medeoverheden en initiatiefnemers helder is hoe de gemeente Lelystad om gaat met financiële participatie bij zon op land- en windprojecten, grootschalige batterijenopslag, waterstoffabrieken en mestvergistingsinstallaties etc. 2.3
Scope
Het uitgangspunt is dat er financiële participatie moet plaatsvinden bij projecten waarbij omwonden landschappelijke impact ondervinden. Dit heeft tot gevolg dat bij zon op land- en windprojecten het gaat om elk project in de gemeente. Bij grootschalige batterijenopslag, waterstoffabrieken en mestvergistingsinstallaties etc. gaat het om projecten die gesitueerd zijn in het buitengebied in verband met de impact op de omgeving en het landschap. Buiten de scope van dit beleidskader ligt de afweging of de gemeente Lelystad medewerking wil verlenen aan een dergelijke project. Eerst zal de gemeente een (principe)uitspraak doen over de wenselijkheid van het project op basis van ruimtelijke, landschappelijke en energetische afwegingen alvorens afspraken (op basis van dit document) kunnen worden gemaakt over financiële participatie. 2.4
Huidige afspraken
Klimaatakkoord In het Klimaatakkoord van 2019 is het streven opgenomen dat nieuwe energieprojecten voor 50% in eigendom komen van omwonenden (AFP). Het gaat daarmee om wind- en zonprojecten groter dan 15kW. Lokaal eigendom gaat over het deel eigen vermogen; daarvoor geldt het streven naar 50%. Het geldt over het eigendom van de productie-installatie. Vaak is er circa 80-90% vreemd vermogen; daar geldt het 50%-streven niet voor. De participatiewaaier (zie bijlage 1) bevat een overzicht van verschillende vormen van projectparticipatie (zowel ontwerp- als financiële participatie). De participatiewaaier is bedoeld als 5
menukaart van mogelijke bovenwettelijke participatieopties. Bij deze opties worden ook voorbeelden gegeven van toepassing in de praktijk. Alle opties uit de waaier staan naast elkaar, er is dus geen sprake van prioritering.
3
Windparken
Regioplan Windenergie Flevoland Bewoners en ondernemers in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland krijgen gelegenheid om financieel te participeren in de nieuwe windturbines. Dat is een middel om het lokale en regionale draagvlak te vergroten en om de eigenaren van de te saneren windturbines een gelijkwaardig alternatief te bieden. Participatie draagt bij aan de economische structuurversterking, een van de doelstellingen van het Regioplan, want de revenuen van de windenergie blijven hiermee minstens voor een deel binnen de provincie. Er is een onderscheid tussen de bewoners en ondernemers in het werkingsgebied van het Regioplan, onder wie de eigenaren van bestaande windturbines, en andere bewoners en ondernemers in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland. Dit onderscheid vloeit voort uit de twee verschillende doelstellingen: een alternatief voor huidige eigenaren en lokale en regionale draagvlak. AFP; In ieder geval de bewoners en ondernemers die gevestigd zijn in een projectgebied, krijgen gelegenheid om financieel te participeren in de ontwikkeling van nieuwe windturbines binnen dat projectgebied, vanaf de eerste risicodragende fase (de fase voordat de vergunningen zijn verleend) en per projectgebied op basis van gelijkheid.
PFP; In ieder geval de bewoners en ondernemers in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland krijgen gelegenheid om financieel te participeren in de exploitatie van nieuwe windturbines (de fase vanaf ingebruikname). De initiatiefnemer moet bereid zijn om minimaal 2,5% van de initiële totale investeringsomvang (de totale waarde van alle activa die met de nieuwe windturbineopstelling te maken hebben) op deze manier te financieren. Het staat de initiatiefnemers vrij zelf de vorm te kiezen van de beide soorten financiële participatie en de participatiemogelijkheden uit te breiden naar andere doelgroepen. Voorwaarde is dat ze de financiële participatie in hun projectplan op een evenwichtige, eenvoudige en eerlijke manier uitwerken en vervolgens uitvoeren.
Eerlijk, eenvoudig en evenwichtig betekent voor de ontwikkel- en bouwfase (AFP) in ieder geval dat: alle bewoners en ondernemers uit het betreffende projectgebied risicodragend kapitaal (eigen vermogen) kunnen inbrengen, ongeacht het eigendom van de gronden waarop gerealiseerd wordt, redelijkerwijs gedeeld wordt in dividend en zeggenschap, gekoppeld aan de gedragen verantwoordelijkheden bij de ontwikkeling en eventuele inbreng voor de invulling van de saneringsopgave, de kandidaat-participanten te allen tijde worden gewezen op de aan participatie verbonden risico’s, een eventueel verlangd lidmaatschap of belang bij een initiatiefnemer geen onnodige belemmeringen opwerpt. Eerlijk, eenvoudig en evenwichtig betekent voor de exploitatiefase (PFP) in ieder geval dat: alle bewoners en ondernemers in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland kunnen participeren, waarbij minimaal 2,5% van de totale initiële investeringsomvang (de totale waarde van alle activa die met de nieuwe windturbineopstelling samenhangen) – ongeacht de vorm waarin dit gebeurt – open moet staan voor deelname voor een periode van minimaal tien jaar vanaf de aanvang van de exploitatie, dat kandidaat-participanten te allen tijde worden gewezen op de aan participatie verbonden risico’s en daarvoor een redelijke vergoeding ontvangen, 6
-
dat deze participaties, eventueel na een beperkte lock-in periode van maximaal twee jaar, verhandelbaar dienen te zijn, dat de initiatiefnemer eventuele achterblijvende belangstelling in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland voor invulling van de financiering moet kunnen aantonen, alvorens een invulling wordt toegestaan die afwijkt van het genoemde minimumpercentage van 2,5%.
Hoewel het totale aantal windturbines in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland afneemt door de strategie van opschalen en saneren, zoveel als mogelijk aansluiting wordt gezocht bij landschappelijke structuren en er uitgangspunten zijn geformuleerd voor de beeldkwaliteit van de nieuwbouw, is een nieuwe, hoge windturbine in de omgeving op zichzelf geen landschappelijke vooruitgang. Dat kan het maatschappelijk draagvlak voor windenergie aantasten. De impact van een nieuwe opstelling moet maatschappelijk worden gecompenseerd. Die compensatie is noodzakelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Deze compensatie houdt in dat de initiatiefnemer een ‘gebiedsgebonden bijdrage’ (GGB) moet leveren voor een aantoonbare en uitvoerbare kwaliteitsverbetering in de omgeving. Vaak zal de kwaliteitsverbetering de vorm hebben van een fysieke, maatschappelijke voorziening voor bijvoorbeeld natuur, recreatie of cultuur. Het is denkbaar om GGB in te zetten om het landschappelijke casco te versterken, om te voorkomen dat de nieuwe windturbines het landschap te zeer gaan domineren. Andere bestedingsdoelen dan fysieke, maatschappelijke voorzieningen zijn echter ook denkbaar.
Het Regioplan zelf heeft een te hoog abstractieniveau om al uitgewerkte bestedingsdoelen te noemen; de bedoeling is dat de initiatiefnemer en de gemeente komen tot maatwerk dat past bij de omgeving van de betreffende windturbines en de duur van de exploitatie. Uitgangspunt is dat de initiatiefnemer en de gemeente vooraf, voor een in onderling overleg te bepalen periode, afspraken maken over de besteding. De besteding moet op het moment van de betaling geborgd zijn. De hoogte van deze GGB bedraagt jaarlijks € 1.050,- per MW opgesteld vermogen in de betreffende opstelling, gedurende de looptijd van de exploitatie, iedere vijf jaar te indexeren (met peiljaar 2015; € 1.121,- / MW per jaar (2020)). De initiatiefnemer en de gemeente kunnen er in onderling overleg voor kiezen om de bijdrage per jaar variabel te maken, zolang dat geen invloed heeft op het totale bedrag over een termijn van meerdere jaren. Zo is het denkbaar de jaarlijkse bijdrage te koppelen aan de werkelijk geproduceerde hoeveelheid MWh. Dit beperkt het financiële risico voor de initiatiefnemer. De koppeling met de beoogde kwaliteitsverbetering in de omgeving staat steeds voorop. De initiatiefnemer en de gemeente werken hun afspraken over de GGB uit in een anterieure overeenkomst.
Windplan Blauw In overeenstemming met de kaders uit het Regioplan hebben de bewoners en ondernemers die gevestigd zijn in een projectgebied Blauw de gelegenheid gekregen om financieel te participeren in de ontwikkeling van nieuwe windturbines binnen dat projectgebied (AFP). Overeenkomstig het Regioplan heeft Windplan Blauw 2,5% van de investering beschikbaar gemaakt in de vorm van obligaties (PFP). In september-oktober 2020 konden inwoners en bedrijven zich inschrijven om te investeren, waarbij het doel was om in totaal voor maximaal €10 miljoen aan obligaties op te halen. Voor het toekennen van de obligaties werkt WPB met schillen. Inschrijvers uit Swifterbant, Lelystad, Dronten, Ketelhaven, Urk en Nagele krijgen in deze volgorde als eerste obligaties toegekend. Overgebleven obligaties werden vervolgens verdeeld onder de rest van Flevoland en Nederland. Voor de besteding van de GGB is afgesproken dat de gemeente Lelystad een subsidieregeling ten behoeve van het fossielvrij maken van maatschappelijke organisaties vaststelt. Deze subsidieregeling is nog niet in werking getreden. Aangezien Windplan Blauw over 2 gemeenten is verdeeld (Lelystad 7
en Dronten) is er een onderlinge verdeelsleutel afgesproken, waarbij 26,25 % van de totale GGB aan Lelystad is toegekomen. Windkoepel Groen Gezien de ervaringen bij Windplan Blauw en Windpark Zeewolde is bij Windkoepel Groen gekozen om 1,0% beschikbaar te stellen voor obligaties. De inschrijving liep tot medio november 2023 en bedroeg maximaal bijna €5 miljoen ten behoeve van inwoners van de gemeente Dronten en Lelystad. De overige 1,5% (ca. €7,5 miljoen) wordt beschikbaar gemaakt door middel van een maatschappelijk fonds, ingesteld door Windkoepel Groen. Aangezien er geen turbines in de gemeente Lelystad zijn geplaatst van Windkoepel Groen ontvangt Lelystad ook geen GGB vanuit dit park. 3.1
Actieve financiële participatie windparken
In het Regioplan Windenergie (2016) ligt de basis voor de actieve financiële participatie bij windprojecten. Zo is bepaald dat alle bewoners en ondernemers actief en risicovol moeten kunnen investeren in het betreffende project. Dit heeft tot gevolg dat er kan worden gesproken van 100% lokaal eigendom. Dit neemt niet weg dat een windproject er voor kan kiezen om ook in de investeringsfase omwonenden uit de kern actief te laten participeren (d.m.v. energiecoöperatie). Kader Actieve financiële participatie Windparken; ca. 20% van totale initiële investeringsomvang (100% eigen vermogen). 3.2
Passieve financiële participatie windparken
Ook in het Regioplan Windenergie is de basis voor de passieve financiële participatie vastgelegd en wel op 2 manieren; 2,5% in de exploitatiefase en de GGB. Kader Passieve financiële participatie alle bewoners en ondernemers in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland kunnen participeren, waarbij minimaal 2,5% van de totale initiële investeringsomvang (de totale waarde van alle activa die met de nieuwe windturbineopstelling samenhangen) – ongeacht de vorm waarin dit gebeurt – open moet staan voor deelname voor een periode van minimaal tien jaar vanaf de aanvang van de exploitatie; jaarlijks € 1.050,- per MW (prijspeil 2015) opgesteld vermogen in de betreffende opstelling, gedurende de looptijd van de exploitatie, iedere vijf jaar te indexeren. 4
Zonneparken
Medio 2020 is het ontwerp Beleidskader Zonneparken Lelystad besproken in de raad. Dit stuk is destijds niet voorgelegd aan de raad ter vaststelling. De Omgevingsverordening van de provincie stond zonneparken op landbouwgrond niet langer toe. Een eigen beleidskader heeft daarmee geen toegevoegde waarde. Hiermee is echter ook geen kader rondom financiële participatie gevormd. 4.1
Actieve financiële participatie zonneparken
Net als in het ontwerp Beleidskader Zonneparken Lelystad is beschreven, wordt aangesloten bij het Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord is het streven naar 50% lokaal eigendom opgenomen. Dit is ook benoemd tijdens de stakeholdergesprekken. In lijn hiermee nemen wij dit streven over. Aangezien zonneparken over het algemeen gerealiseerd worden op de gronden van één eigenaar is er sprake van een andere situatie. Lokaal eigenaarschap kan ook zijn dat deze grondeigenaar tevens aandeelhouder is van het zonnepark. Hierbij moet wel overwogen worden of dit niet ten koste gaat aan het idee dat lusten en de lasten van een zonnepark worden gedeeld door de omgeving. Hierom moet voorafgaand aan het project bepaald worden op welke wijze invulling gegeven wordt aan het lokaal eigendom Bij de beoordeling van initiatieven wordt gekeken of dit voldoende wordt 8
aangeboden. Uiteraard beseffen we dat lokaal eigendom op basis van vrijwilligheid berust. Per project moet gekeken worden welke vorm(en) van actieve en passieve financiële participatie toegepast worden. Kader Actieve financiële participatie Zonneparken; streven naar 50% van het eigen vermogen. 4.2
Passieve financiële participatie zonneparken
In het ontwerp Beleidskader Zonneparken Lelystad zijn ten aanzien van PFP 3 mogelijkheden opgenomen welke passen binnen het Klimaatakkoord en hieronder worden vastgelegd. Er is geen sprake van prioritering. Ieder project is maatwerk, dat betekent dus ook dat er meerdere opties kunnen worden toegepast bij één project. De gekozen vorm moet worden vastgelegd in de anterieure overeenkomt. Kader Passieve financiële participatie 1. Gebiedsgebonden bijdrage met een hoogte van een vast bedrag per MWp op basis van €X/MWp per jaar (prijspeil 2024, iedere vijf jaar te indexeren); 2. Financiële deelneming: mensen nemen financieel deel mee aan een zonnepark. Dit kan bijvoorbeeld door aandelen of obligaties, maar ook door crowdfunding. 3. Omwonendenregeling: bij deze optie ontvangen de direct omwonenden voordeel, bijvoorbeeld door korting op groene stroom. 5
Overige vormen van energie opwek en opslag
Naast zon en wind is de vraag naar grootschalige opwek en opslag groot. Zo ligt er vanuit TenneT een wens voor 1000-2000 MW batterijopslag tot 2030 met als doel om balans te creëren op het net en pieken enigszins op te vangen (bron: “Batterijen op het hoogspanningsnet 2030”, TenneT, gepubliceerd juni 2023). Vanuit de markt ligt er de wens om batterijopslag te ontwikkelen gekoppeld aan de opwek van windmolens en zonne-energie in de polder. Verder kan er ook gedacht worden aan waterstoffabrieken, mestvergisters, etc. Aangezien iedere vorm van opwek/opslag invloed heeft op het landschap, dient ieder project te voldoen aan de eisen voor actieve en passieve financiële participatie. Net als voor zon op land geldt voor overige vormen van energie opwek en opslag, dat als de grondeigenaar mede aandeelhouder is van het project er voorafgaand aan het project bepaald moet worden op welke wijze invulling gegeven wordt aan het lokaal eigendom 5.1
Actieve financiële participatie overige vormen van opwek en opslag
Deze overige vormen van energie opwek en opslag in combinatie met financiële participatie wordt niet benoemd in het Klimaatakkoord en er zijn (vooralsnog) geen regionale kaders hieromtrent vastgesteld. Uit verschillende onderzoeken en rapporten blijkt dat (op dit moment) de businesscase voor veel projecten lastig is. Daarom wordt aan de voorkant geen hard percentage benoemd. Kader Actieve financiële participatie Maatwerk, projectafhankelijk 5.2
Passieve financiële participatie overige vormen van opwek en opslag
Aansluitend op 4.1 geldt dit ook voor PFP. Overeenkomstig met zonneparken worden voor overige opwek/opslag projecten maatwerk toegepast, dat betekent dus ook dat er meerdere opties kunnen worden toegepast bij één project. Kader Passieve financiële participatie grootschalige batterijenopslag 1. Gebiedsgebonden bijdrage met een hoogte van een vast bedrag per MW op basis van x/MW per jaar (prijspeil 2024, iedere vijf jaar te indexeren);
9
2. Financiële deelneming: mensen nemen financieel deel mee aan een grootschalige batterijenopslag. Dit kan bijvoorbeeld door aandelen of obligaties, maar ook door crowdfunding.
6
Participatieplan
Bij alle projecten levert de initiatiefnemer aan het begin van het proces een participatieplan aan waarin wordt omschreven hoe wordt omgegaan met financiële participatie (zowel actieve als passieve). Dit participatieplan wordt onderdeel van een door het college te sluiten overeenkomst, welke op zijn beurt randvoorwaardelijk is voor medewerking vanuit de gemeente. De initiatiefnemer werkt in het participatieplan uit hoe de proces- en financiële participatie vorm krijgt. Hierin staat in ieder geval: Hoe en wanneer omwonenden en andere belanghebbenden betrokken worden bij de ontwikkeling van het project; Welke middelen gebruikt worden voor het informeren en betrekken van de omgeving; Hoe de afstemming met eventuele andere initiatieven in de omgeving heeft plaatsgevonden en tot welke aanpassingen dat geleid heeft; Hoe de uitkomsten meegenomen en verwerkt worden in het proces en de ontwikkeling van het project; Welke mogelijkheden er zijn voor actieve en passieve financiële participatie. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van het participatieplan, hierbij kan de initiatiefnemer gebruik maken van de leidraad participatie voor initiatiefnemers (zie bijlage 2). De gemeente denkt mee en bewaakt.
10
7
Bijlagen
7.1
Bijlage 1
Participatie waaier
11
7.2
Bijlage 2
Leidraad participatie voor initiatiefnemers
12