CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Beleid Onderwijsachterstanden (def)

Raadsvergadering 26 september 2023, gemeente LelystadBij agendapunt: 208. Onderwijsachterstandenbeleid6.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gelijke kansen in Lelystad Gelijke onderwijskansenbeleid 2024-2026

Inhoudsopgave Inleiding

2-3

Financiering en indicering

4-5

Baby’s & peuters

6-7

Kinderopvang & voorschoolse educatie

8-9

Primair onderwijs

10-11

Overkoepelende thema’s

12

Monitoring en evaluatie

13-14

Bijlage 1: Overzicht doelen en resultaatafspraken

15-17

Bijlage 2: Scholen met achterstanden

18

Bijlage 3: Begripsbepaling

19-20

1

Inleiding Voor u ligt het plan ‘Gelijke kansen in Lelystad’, het onderwijskansenbeleid van gemeente Lelystad 20242026. Dit komt voort uit het landelijk onderwijsachterstandenbeleid en de ambitie voor Lelystad zoals verwoord in Lelystad next Level en de Maatschappelijke Agenda. Landelijke kaders De gemeente is, vanuit het rijk, verantwoordelijk voor de vormgeving van het onderwijsachterstandenbeleid en daarnaast voor het gesprek dat samen met haar partners wordt gevoerd. In dit gesprek wordt besproken waardoor de integratie van kinderen wordt bevorderd, segregatie wordt voorkomen en onderwijsachterstanden vroegtijdig worden gesignaleerd en bestreden. Ook heeft de gemeente een verplichting tot het aanbieden van voldoende voorzieningen met voorschoolse educatie, in zowel het aantal als ook de spreiding voor kinderen met een risico op een onderwijsachterstand.1 Het doel van het onderwijskansenbeleid is om kinderen te ondersteunen die op basis van hun omgevingskenmerken een vergroot risico lopen op een onderwijsachterstand.2 Lelystadse kaders Vanuit ‘Lelystad next Level’ wordt duidelijk als ambitie gesteld dat Lelystad een solide sociaaleconomische basis heeft die het fundament vormt voor een vitale, duurzame ontwikkeling van de stad. Elke inwoner doet hier in mee. De ambitie is om het onderwijs kwalitatief hoogstaand, aantrekkelijk en onderscheidend te laten zijn.

Daarvoor is nodig dat de bevolking goed is opgeleid, aansluitend bij het economische profiel van de stad: een belangrijke vestigingsplaatsvoorwaarde voor bedrijven.3 Zo richt Lelystad next Level zich op de toekomstige generaties. De stad investeert in de jeugd, in het onderwijs en zorgt dat de stad aantrekkelijk is voor nieuwe generaties. Maar hierin zijn uitdagingen: er is een tekort aan professionals, de kwaliteit van onderwijs, jongeren stromen minder vaak op de hogere niveaus uit en adviezen en resultaten zijn gemiddeld lager dan elders.4 Ook in ‘de Maatschappelijke Agenda’, onder ‘Leren en ontwikkelen’, is verwoord dat ieder kind in Lelystad recht heeft om mee te doen in de maatschappij, ook als het niet vanzelf gaat. De kansrijke ontwikkeling van een kind begint al bij de zwangerschap. Een krachtige samenleving begint daarom bij de basis dat kinderen en jongeren gezond en veilig opgroeien; zowel thuis, op school, als in hun vrije tijd. Daarbij is de overtuiging dat iedereen talenten heeft – jong of oud, vitaal of kwetsbaar. Daarom is het doel vanuit de maatschappelijke agenda dat alle kinderen een goede start kunnen maken in het onderwijs en hun talenten ontwikkelen, ongeacht hun achtergrond, beperking of financiële situatie 5. Naast een kansrijke start hebben kinderopvang en onderwijs een steeds grotere rol in dit ontwikkelen naarmate kinderen ouder worden.

Samenwerking tussen diverse partners vanuit het jeugd- en maatschappelijke veld is dan ook essentieel. Voorschoolse voorzieningen en scholen in de stad hebben grote opgaven om gelijke kansen te bieden aan kinderen. Middels het onderwijskansenbeleid ondersteunt de gemeente de (voor)scholen in de stad om achterstanden te verminderen en tegen te gaan. Vanuit wettelijke kaders en de Maatschappelijke Agenda 1 Wet Primair Onderwijs, artikel 158-161 2 Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden (2018), editie 315 3 Koersdocument Lelystad next Level 2040, maart 2020 4 Onderwijsmonitor Lelystad, maart 2023 5 Maatschappelijke Agenda, Lelystad 2023

2

krijgt het onderwijskansenbeleid vorm vanaf de geboorte tot en met het eind van de basisschool om zo de kansen voor kinderen te vergroten en hun talenten optimaal te ontwikkelen en te benutten. Een belangrijk wettelijk onderdeel van het onderwijskansenbeleid is de voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Het doel van VVE is dat alle kinderen met gelijke kansen kunnen doorstromen naar groep drie van de basisschool. Eenmaal op de basisschool kunnen alle scholen met achterstanden, die bepaald worden door criteria en cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), aanspraak maken op onderwijsachterstandengelden. Om de samenwerking te bevorderen kunnen andere partners, onder regie van de kernpartners van de voorschoolse voorzieningen en primair onderwijs, aanspraak doen op deze gelden voor zowel de voorschool als ook de basisschool. De kernpartners zijn hierin de aanvragende partij richting de gemeente. Flevomeer Bibliotheek geldt als kernpartner voor het aanbod aan geïndiceerde kinderen van 0-2,5 jaar en is ondersteunend in de doorgaande lijn van het taal/leesaanbod op en naar de basisschool. Hierbij wordt aangesloten bij de vernieuwde maatschappelijke opdracht6 van de bibliotheek om taal en lezen te bevorderen zoals benoemd het masterplan basisvaardigheden7 van het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW).

Dit sluit aan bij het voorkomen en verkleinen van onderwijsachterstanden en de gezinsaanpak laaggeletterdheid. Maatschappelijk hoofddoel onderwijskansenbeleid Leerlingen starten of stromen met gelijke kansen uit in het onderwijs. Aan het eind van het basisonderwijs wordt, in Lelystad, een onderwijsniveau behaald zoals dat in Nederland gemiddeld is voor een gelijke populatie aan leerlingen. Door deze gelijke (onderwijs)kansen en uitstroom wordt de integratie in de maatschappij verhoogd en segregatie voorkomen.

6 Kamerbrief van staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (4 november 2022) Uslu. 7 Masterplan basisvaardigheden (12 mei 2022) Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

3

Financiering en indicering Financiering Om onderwijsachterstanden tegen te gaan ontvangen gemeenten, voorschoolse voorzieningen en scholen middelen van de Rijksoverheid. De overheid verdeelt de middelen voor de aanpak onderwijsachterstanden aan de hand van indicatoren. De indicatoren van het Centraal Bureau Statistiek (CBS) worden gebruikt om kinderen met een risico op een onderwijsachterstand in beeld te brengen. Het CBS concludeert dat er vijf belangrijke kenmerken zijn die bepalen of een kind een onderwijsachterstand kan oplopen. Dat zijn: het opleidingsniveau van beide ouders, het herkomstland van de moeder, de verblijfsduur van de moeder in Nederland, het gemiddelde opleidingsniveau van alle moeders op de school en of de ouders in de schuldsanering zitten. In de regeling bepalen deze kenmerken hoe de overheid de beschikbare middelen voor gemeenten en scholen verdeelt. Een voordeel is dat scholen niet hoeven te bewijzen dat ze in aanmerking komen voor de middelen, omdat het CBS de berekening uitvoert. Zowel de voorschoolse-, primair onderwijsinstellingen als ook de gemeente Lelystad ontvangen middelen voor onderwijsachterstanden. De middelen voor het onderwijs wordt uitbetaald middels een lumpsumfinanciering van het rijk, waarin ook een bedrag is verwerkt voor onderwijskansenbeleid.

Scholen kunnen daarnaast een beroep doen op de gemeentelijke middelen voor onderwijskansenbeleid middels het aanvragen van een subsidie. Dit beleid is gericht op de gemeentelijke middelen. In 2023 zijn de rijksgelden, van het onderwijskansenbeleid voor de gemeente Lelystad, €5,3 miljoen. Daarbovenop komt een deel van voorgaande jaren, dat niet besteed is, namelijk €2,6 miljoen en daarmee komt het totale bedrag op €7,9 miljoen. In de jaren 2024-2026 zullen de middelen voor de gemeente, op basis van de voorlopige toekenning, €5,3 miljoen per jaar zijn. De gelden, die voor de voorschoolse plekken en het primair onderwijs, beschikbaar komen zijn jaarlijks terug te vinden op de website van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en zijn gekoppeld aan het BRIN-nummer van de school. De gemeente heeft, als wettelijke verplichting, genoeg VE-plekken beschikbaar te stellen. Daarom zullen de subsidieaanvragen van specifiek de VE-plekken allereerst voorrang krijgen op andere aanvragen mocht dit budgettair nodig blijken te zijn. VVE-indicatie In Lelystad stelt Icare JGZ, het consultatiebureau, vast welke kinderen (risico hebben op) een onderwijsachterstand. Deze kinderen krijgen een zogenaamde Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE)indicatie.

De eerste mogelijkheid waarop een VVE-indicatie verstrekt kan worden is elf maanden na de geboorte, de laatste mogelijkheid waarop dit vastgesteld wordt door het consultatiebureau is vier jaar. In Lelystad wordt een brede doelgroepdefinitie gebruikt voor indicatiestelling. Door de brede definitie wordt een bredere doelgroep van kinderen in beeld wordt gebracht die mogelijk onderwijsachterstanden oplopen en daardoor krijgen zoveel mogelijk kinderen aanbod om te starten met kansengelijkheid. Lelystad is hierin geen uitzondering, omdat meerdere gemeenten de brede doelgroepdefinitie handhaven. Landelijk is de volgende doelgroep definitie gangbaar: Kinderen van 0 tot 4 jaar die het risico lopen op een ontwikkelingsachterstand, met name op het gebied van spraak-/taalontwikkeling en/of waarbij kind-, ouder- of omgevingsfactoren de spraak-/taalontwikkeling negatief beïnvloeden.

4

Voor Lelystad is de definitie aangevuld met: • opleidingsniveau van 1 ouder geen onderwijs / (speciaal) basisonderwijs / ZMLK of verzorgende ouder lager dan MAVO of VMBO TL (VMBO praktijkonderwijs, VMBO LWOO, LBO, VBO, VMBO BBL en KBL) • thuistaal: de verzorgende ouder spreekt geen Nederlands (of minder dan 50%) • kinderen waarvan het consultatiebureau of de voorschoolse voorziening heeft geconstateerd dat zij risico hebben op taal-/ontwikkelingsachterstanden, anders dan achterstanden ten gevolge van verstandelijke of fysieke beperkingen. Indicering Lelystad Icare JGZ stelt de indicaties vast op basis van een consultatiebezoek door ouders. De afgelopen jaren is er een stabiele indicatiestelling te zien van rond de 200 kinderen per jaar. In de Coronaperiode is een afname op te merken in het jaar 2020, die echter nu weer terugkomt op het oude niveau van aantal indicaties. Jaar

2018

2019

2020

2021

2022

Aantal indicaties

208

215

169

191

232 Bron: Icare JGZ

Vanuit de sessie met de partners lijkt er een kloof te zitten tussen het aantal geïndiceerde kinderen en de kinderen die aanbod vanuit voorschoolse educatie krijgen. Er is nog winst te behalen in de monitoring van de indicatiestelling en leerlingen, zodat de doelgroep beter in beeld komt. De aantallen geven nu nog weinig beeld van het bereik en non-bereik en de reden waardoor dit wordt veroorzaakt. Daarbij is het de vraag hoeveel kinderen er niet bereikt worden door het consultatiebureau en daardoor niet geïndiceerd kunnen worden. De wens is om dit beter in beeld te brengen en zo alle geïndiceerde kinderen toe te leiden naar voor- en vroegschoolse educatie (VVE). Door leeftijd en herkomst in de stad in kaart te brengen kan er op doelgroep en wijkniveau ingespeeld worden op toeleiding naar voorschoolse educatie. Doel indicering Er is zicht op het bereik en non-bereik van (geïndiceerde) kinderen, gespecificeerd op basis van leeftijd, reden waarop geïndiceerd is en herkomst in de stad. Resultaatafspraken o Icare JGZ indiceert en monitort de VVE-indicaties op verschillende indicatoren (leeftijd en wijk van herkomst). o De gemeente brengt, met behulp van de onderwijsmonitor, het aantal en percentage peuters en basisschoolleerlingen in beeld. Deze kinderen, met VVE-indicatie, zijn gedifferentieerd op leeftijd en wijk van herkomst.

o Jaarlijks vindt er een gesprek plaats tussen Icare, gemeente en de voorschool om de indicatiestelling te optimaliseren.

5

Baby’s en peuters Binnen het gemeentelijk onderwijskansenbeleid zijn 0-2,5 jarigen en hun ouders in beeld als het gaat om taal- en leesprojecten, indicering en toeleiding naar voorschoolse educatie. Het wettelijk kader geeft ruimte voor de realisatie van aanbod voor 0-2,5 jarigen gericht op het voorkomen van achterstanden door ondersteuning van de ouders. Zo wordt, door ouders vroegtijdig te betrekken, de ouderbetrokkenheid gedurende het hele onderwijsproces verhoogd.8 Het GOAB heeft, in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, onderzoek gedaan naar de effectieve methodes van preventieve interventies voor deze doelgroep, zowel in de literatuur als de praktijk.9 In dit onderzoek worden een aantal succesfactoren benoemd voor aanbod voor ouders van 0 - 2,5 jarigen, namelijk: o Regie in de toeleiding is belangrijk, omdat het bereiken van de doelgroep een uitdaging blijkt. o Het is zeer effectief om ouders te helpen bij het zetten van de eerste stap. Over het algemeen zijn ouders daarna meer betrokken. o Het is belangrijk om de resultaten van het programma in kaart te brengen door middel van monitoring. Hierdoor kan er beter invulling worden gegeven aan het beleid.

Een randvoorwaarde van het aanbod aan baby’s en peuters is dat de doelgroep eerder in beeld is bij het consultatiebureau, die een inschatting maakt van mogelijke risico’s op (onderwijs)achterstanden. Deze beschikbaarheid en bereik van het consultatiebureau is onderdeel van de opdracht van Icare JGZ. Lelystad De afgelopen jaren is er, in Lelystad, niet of nauwelijks (structureel) aanbod geweest vanuit het onderwijsachterstanden beleid voor baby’s en peuters, behalve de algemene stimulatie van taal door Flevomeer Bibliotheek, Boekstart en project ‘Opstapje’ van Go! Kinderopvang. Daarbovenop kan echter vanuit het onderwijskansenbeleid ingezet worden op de toeleiding en preventief voorkomen van mogelijke onderwijsachterstanden bij kinderen die een risico lopen. Daarbij is het belangrijk om op te merken dat algemene opvoedondersteuning voor ouders hier bijvoorbeeld niet onder valt, maar activiteiten rondom indicering, toeleiding, activiteiten die het bereik van voor- en vroegschoolse educatie vergroten en de taalontwikkeling stimuleren wel.

Evaluatie Uit de evaluatie met verschillende partners blijkt dat de wens leeft om al op vroege leeftijd aan de slag te gaan met het voorkomen en verkleinen van onderwijsachterstanden, dit sluit aan bij de ‘Maatschappelijke Agenda’ die stelt dat een kansrijke start bij de zwangerschap begint. In de toeleiding wordt aangegeven door een aantal partners, vanuit de voorschoolse voorziening, dat er een ontbrekende schakel lijkt te zijn. Een centrale vraag vanuit de evaluatie is dan ook hoe ouders begeleidt kunnen worden in taal- en leesontwikkeling en op 2,5 jarige leeftijd doorverwezen worden naar VE-locaties. De gedachte is om het gesprek, over de uitvoering, tussen de verschillende partners te faciliteren vanuit de gemeente. Daarbij komt vanuit de gesprekken de gedachte om al vroegtijdig in te zetten op ouderbetrokkenheid en de taalleesbevordering door ouders te begeleiden in taal- en leesaanbod. Samenwerking met het consultatiebureau is in deze projecten een vereiste. 8 Kansen van jonge kinderen vergroten met een samenhangend VVE-ouderbeleid: en nu ouders! (2013) Karin Hoogeveen en

Heleen Versteegen: Sardes. 9 Inspiratieboek 0-2,5 jarigen (april 2021) GOAB-ondersteuningsteam; Marije Magito en Iris Wierdsma & Robine Mens: CEDgroep & Sardes

6

Doel baby’s en peuters Ouders, van een baby of peuter die mogelijke achterstanden kan opbouwen, worden begeleid naar voorschoolse educatie en in contact gebracht met vroege taal/leesstimuleringsprojecten. Resultaatafspraken o Icare JGZ, het consulatiebureau, brengt kinderen die geïndiceerd worden tussen 11 maanden en 2,5 jaar in beeld om ouders deel te laten nemen aan lees- en taalbevorderingsprojecten. o Jaarlijks is er een gesprek tussen Icare JGZ, de Kinderopvang, de Flevomeerbibliotheek en de gemeente met als doel de toeleiding en taalondersteuning van baby’s en peuters af te stemmen en te optimaliseren.

7

Kinderopvang & voorschoolse educatie Voorschoolse educatie is een programma voor kinderen van 2,5 tot 4 jaar dat de ontwikkeling stimuleert op verschillende gebieden. Om peuters met risico op een achterstand te ondersteunen wordt een methodisch programma aangeboden. Het doel is om door voorschoolse educatie peuters in de ontwikkeling te stimuleren waardoor er een betere startpositie ontstaat voor in het basisonderwijs. De beschikbaarheid van voorschoolse educatie is een wettelijke taak van de gemeente.10 Dat betekent dat er voor alle geïndiceerde peuters voldoende, bereikbare en kwalitatieve voorschool moet zijn. De GGD controleert de voorzieningen, in opdracht van de gemeente, op een vast aantal kwaliteitseisen die wettelijk zijn vastgelegd. Als dit onvoldoende blijkt te zijn geeft de GGD advies tot handhaving aan de gemeente en zal deze handhaven, mits daarop een beleidsuitzondering is gemaakt. De wettelijke eis voor het aantal uur voorschoolse educatie is 16 uur, verdeelt over vier dagdelen. Zo krijgt een kind in totaal, gerekend over anderhalf jaar, 960 uur voorschoolse educatie. Landelijk wordt deze eis echter vaak niet behaald en is het gemiddeld gebruik van voorschoolse educatie ongeveer 13 uur.

In sommige gemeentes bouwt het aantal uren op naar mate het kind ouder wordt en meer onderwijs kan ontvangen.11 Lelystad Binnen Lelystad zijn er vier aanbieders die reguliere peuteropvang aanbieden. Daarbij zijn er drie aanbieders die voorschoolse educatie verzorgen namelijk; Go! Kinderopvang, Prokino, Fitte Kanjers en Avonturiers. Dit zijn de kernpartners met betrekking tot voorschoolse educatie. In totaal wordt op 15 locaties in de stad voorschoolse educatie aangeboden met een totaal aantal beschikbare VE-plekken van 239, waardoor er voor 2023 genoeg VE-plekken waren. In het aanbod is GO! Kinderopvang de grootste organisatie met meerdere locaties (12), waarbij Prokino en Avonturiers beide met 1 locatie en Fitte Kanjers met 2 locaties kleiner zijn. In Lelystad vormt peuteropvang en voorschoolse educatie een belangrijke schakel in het vormgeven van de doorgaande ontwikkelingslijn van nul tot zes jaar. Pedagogisch medewerkers in Lelystad hebben een signalerende en verwijzende taak ten aanzien van opvoedingsondersteuning, jeugdhulp en zorg. Daarbij is de peuteropvang op kindniveau verantwoordelijk voor een goede overdracht van gegevens naar (onderwijs)instellingen om zo de gelijke kansen blijvend te waarborgen.

Voor de uitvoering kunnen de kernpartners andere partijen inzetten die zich bezighouden met de ontwikkeling van kinderen (schilpartners), te denken valt aan partners op het gebied van kunst- en cultuur, sport, bibliotheek enzovoorts. Samenwerking met de Flevomeer bibliotheek met betrekking tot taalstimulatie is hierin wenselijk en wordt momenteel ook al vormgegeven door leesprojecten. Voor de ontwikkeling van het kind is het essentieel dat ouders worden betrokken bij het onderwijs. Een van de doelen van VVE, naast het bevorderen van integratie en voorkomen van segregatie, is dan ook het verhogen van de ouderbetrokkenheid. Zo wordt er in de voorschool ingezet op pedagogisch partnerschap waarbij ouders en opvang op gelijkwaardig niveau zijn betrokken bij de ontwikkeling van het kind. Doordat ouders en opvang gezamenlijk optrekken ontstaan er optimale omstandigheden die de ontwikkeling van het kind stimuleren, thuis en bij de opvang.

10 Wet Primair Onderwijs (WPO), artikel 166 11 Kennisnetwerk GOAB (juni 2023): Sardes

8

Vanuit de gemeente Lelystad is een subsidieregeling per kind opgesteld. Dit betekent dat ouders een inkomensafhankelijke bijdrage betalen. Ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag, door verschillende oorzaken, betalen een inkomensafhankelijke bijdrage die gelijk is aan de netto bijdrage van ouders met hetzelfde inkomen mét een recht op kinderopvangtoeslag. Er hoeft dus geen financiële belemmering te zijn om geen voorschoolse educatie te volgen. Evaluatie Vanuit de evaluatiesessie en gesprekken, met de betrokken partners, kwamen diverse positieve onderdelen van het VE-aanbod naar voren zoals het stimuleren van de ouderbetrokkenheid en de ontwikkelingsgroei van kinderen met een VVE-indicatie. Daarbij is er een beredeneerd aanbod door professionals die zijn geschoold in het geven van voorschoolse educatie. Echter zijn er ook diverse uitdagingen binnen de voorschoolse voorzieningen. Eén van de uitdagingen is de ketensamenwerking met Icare JGZ en het primair onderwijs. Dit kan bemoeilijkt worden als ouders bijvoorbeeld geen overdracht tussen de ketenpartners willen. Daarbij wordt aangegeven dat er daardoor ook verbetering mogelijk is in de samenwerking tussen partners. Door niet of nauwelijks overdracht is het zicht op non-bereik nu nog onvoldoende.

De wens vanuit de evaluatie is om deze samenwerking te borgen door regelmatig met elkaar in gesprek te zijn rondom diverse thema’s van de voorschoolse educatie. Doelen kinderopvang en voorschool 1. 100% van de geïndiceerde kinderen wordt bereikt en volgt voorschoolse educatie. 2. Er is voldoende, gevarieerd en gespreid, aanbod van voorschoolse educatie binnen de gemeente Lelystad. 3. Kinderen krijgen 16 uur per week en in totaal 960 uur voorschools aanbod. 4. Voorschoolse voorzieningen bieden een kwalitatief en onderbouwd VE-aanbod wat is gericht op het stimuleren van de (onderwijs)ontwikkeling. Daarnaast werken ze aan het bevorderen van de integratie, voorkomen van segregatie en het verhogen van de ouderbetrokkenheid. Resultaatafspraken o De gemeente monitort de beschikbaarheid van voorschoolse educatie door, elk kwartaal met partners, te evalueren op aanbod en mogelijke wachtlijsten. o Voorschoolse voorzieningen verantwoorden een keer per jaar middels een presentatie, en aan het eind van het jaar met een schriftelijke verantwoording hoe aan de doelen is gewerkt.

9

Primair onderwijs Scholen hebben een belangrijke taak in het voorkomen en bestrijden van ontwikkelachterstanden. Hiervoor ontvangen zij rechtstreeks middelen van het rijk en zijn ze kernpartner binnen het gemeentelijk onderwijskansenbeleid. Scholen met achterstanden, volgens de indicatie van het CBS, kunnen met de beschikbare middelen werken aan het gezamenlijke doel om achterstanden tegen te gaan. Nadat kinderen het VVE-programma op de voorschool hebben doorlopen maken zij, op vierjarige leeftijd, de overstap naar de basisschool. De doorgaande lijn, vanuit de voorschool, is hierin belangrijk, omdat dit de resultaten en kansen voor een goede start versterkt. Deze doorgaande lijn wordt geborgd in de overleggen die plaatsvinden tussen diverse partijen in de LEA-werkateliers. Op de basisschool wordt vervolgens vroegschoolse educatie aangeboden aan kleuters uit groep 1 en 2 van het basisonderwijs, die geïndiceerd zijn met een VE-indicatie. Het doel van vroegschoolse educatie is om iedere leerling met gelijke kansen te laten starten in groep 3 van de basisschool. De basisscholen zijn vrij in hun VVE-programmakeuze. Voorwaarde is echter dat zij met een onderbouwd en beredeneerd aanbod werken aan het meetbaar verhogen van de ontwikkeling van een kind. De resultaten van het aanbod worden gemeten aan de hand van een leerlingvolgsysteem dat de ontwikkeling van een kind in beeld brengt.

Net als bij de voorschool zijn ouders hierin een belangrijke partner en worden betrokken bij de ontwikkeling van hun kind en het onderwijs. Het aanbod van vroege educatie is niet specifiek voor kinderen die door individuele (intellectuele, gedragsmatige of fysieke) handicaps of beperkingen problemen ondervinden in het primair onderwijs. Voor deze kinderen zijn er speciale voorzieningen die vallen onder het beleid ‘Passend Onderwijs’, onder verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband passend onderwijs. Lelystad In Lelystad zijn er 13 basisscholen, die op basis van de CBS-cijfers, aangemerkt worden als school met onderwijsachterstanden. Deze basisscholen bieden vroegschoolse educatie aan om deze onderwijsachterstanden tegen te gaan. Er zijn verschillende besturen bij deze scholen betrokken, namelijk stichting SchOOL (7 scholen), SCPO (3 scholen), SKO (2 scholen) en Stichting NOOR (1 school). Daarnaast is het samenwerkingsverband POLD inhoudelijk betrokken bij de overgang tussen de voorschoolse voorzieningen en het stimuleren van taal voor kinderen waarbij Nederlands de tweede taal is. Bij het tegengaan en voorkomen van onderwijsachterstanden hebben de kernpartners, de voorscholen en basisscholen, de regie. Zij zijn de professionals die dagelijks met de kinderen uit Lelystad werken op het gebied van ontwikkeling en onderwijs.

Dit betekent dat er een gevarieerd aanbod wordt gegeven wat aansluit bij de ontwikkeling van de kinderen en het onderwijs, dat ook per school kan verschillen. De kernpartners kunnen bij de uitvoering andere partijen inzetten die zich bezighouden met de ontwikkeling van kinderen, te denken valt aan partners op het gebied van kunst- en cultuur, sport, bibliotheek enzovoorts. Deze partners noemen we de schilpartners. Voor Leesondersteuning van professionals en de Bibliotheek op School is de Flevomeer Bibliotheek een gelijkwaardige partner, waarbij echter de samenwerking met het primair onderwijs nodig is. Hierdoor kan het initiatief bij de Flevomeer Bibliotheek liggen voor de subsidieaanvraag, maar moet er wel samenspraak en afstemming met het bestuur en de school zijn geweest.

10

Evaluatie: Vanuit de sessie en overleg met de partners blijkt dat het belangrijk wordt gevonden dat alle scholen en iedere leerling kan profiteren van het aanbod, kennis, kunde en ervaringen die ingezet worden om achterstanden te voorkomen of te verkleinen. Dit betekent dat de middelen beschikbaar zijn voor iedere school met achterstanden en gelden voor leerlingen tot en met groep 8. Tegelijkertijd wordt het belang gezien van inzet op die scholen waar de achterstanden het grootst zijn en hierin focus aan te brengen richting de scholen met grote achterstandsscores. De schoolbredeaanpak is daarom mogelijk op de scholen met grote achterstanden, maar daarnaast kan er ook gericht ondersteuning worden aangevraagd voor leerlingen op de andere scholen. Het eerste doel vanuit de kadernota, 2019-2023, was het verhogen van de referentieniveaus, namelijk het beheersen van basisniveau 1F voor alle kinderen, dus ook de doelgroep-leerlingen, aan het eind van de basisschool. Dit doel is niet behaald, wat ook te zien is in de onderwijsmonitor. De oorzaak hiervoor is (bijna) niet vast te stellen, omdat er veel factoren meespelen met een goede uitstroom zoals het lerarentekort, kwaliteit van het onderwijs enzovoorts. Dit maakt dat de wens is om een betere monitoring van VVEgeïndiceerde kinderen voor de nieuwe periode aan te wenden.

Het tweede doel vanuit de kadernota, ‘Inzicht in en verhoging van de kwaliteit en effectiviteit van de inzet van middelen, met daarbij expliciet aandacht voor zelfvertrouwen, deelname aan de maatschappij en ouderbetrokkenheid’, is deels behaald. Vanuit de verantwoordingen van de kernpartners blijkt dat er actief aan deze onderdelen is gewerkt, maar dat het lastig meetbaar is en de relatie naar onderwijskansenbeleid moeilijk te maken is. De partners geven aan dat de monitoring met behulp van de onderdelen van de matrix waardevol is, maar dat het weinig concreet wordt. De wens is om de subsidieaanvraag en verantwoording effectiever te maken. Daarbij komt de wens vanuit het ministerie om meer datagestuurd te werken en dat uitgangspunt te laten zijn voor het (aanpassen van) beleid. Doelen basisonderwijs 1. De leerling met VVE-indicatie laat een groei zien in ontwikkeling naar groep 3. Eind groep 3 heeft 75% van de leerlingen geen significant verschil in ontwikkeling ten opzichte van leeftijdsgenoten. 2. In groep 8 stroomt 100% van de leerlingen, met een VVE-indicatie, uit met minimaal het basisniveau van rekenen en taal (referentieniveau 1F). 3. Er worden effectieve, evidence en practise based, methodieken en interventies ingezet om de cognitieve en sociale onderwijsachterstanden te voorkomen en/of te verkleinen. 4.

De scholen werken aan het bevorderen van de integratie, voorkomen van segregatie en het verhogen van de ouderbetrokkenheid. Resultaatafspraken o De scholen vullen jaarlijks, in maart, april of mei, een monitor in voor de leerlingen die overgaan naar groep 3, die geïndiceerd zijn. o In de tussenevaluatie wordt de matrix, uit de vorige kadernota en zoals getoond in bijlage 4, besproken middels een presentatie door de bestuurder en een professional van de stichting. o Er is, minimaal, een keer per jaar een bestuurlijk overleg tussen de bestuurder en de gemeente waarin de resultaten en trend in referentieniveaus te zien is. o Middels het Bestuurlijk Overleg Jeugd Onderwijs Lelystad (BOJOL) wordt de voortgang van het onderwijskansenbeleid en effectieve interventies gedeeld tussen schoolbesturen en de gemeente.

11

Overkoepelende thema’s Naast het voorkomen en verkleinen van de cognitieve onderwijsachterstanden richt het achterstandenbeleid zich ook op het voorkomen en verkleinen van sociaal-emotionele problematiek, het bevorderen van de integratie, voorkomen van segregatie en verhogen van de ouderbetrokkenheid. Daarvoor is het belangrijk dat de doorgaande lijn wordt geborgd en de samenwerking tussen verschillende partijen goed is gefaciliteerd en plaatsvindt zodat de overkoepelende thema’s samen worden opgepakt. Sociaal-emotionele achterstanden Sociaal-emotionele achterstanden krijgen aandacht op de basisscholen door sociaal-emotioneel onderwijs en trainingen, maar ook door bijvoorbeeld de inzet van schoolmaatschappelijk werk. Een voorwaarde voor het onderwijskansenbeleid is echter dat dit voor geïndiceerde kinderen met (risico op) onderwijsachterstanden wordt ingezet. Bevorderen van integratie en voorkomen van segregatie Vanuit de wet Primair Onderwijs (WPO) en het ministerie van OCW worden het bevorderen van integratie en voorkomen van segregatie als hoofdthema’s gezien. Ook werd in de evaluatie, door partners, benoemd dat het goed zou zijn om hier met elkaar een vervolg aan te geven door het gesprek aan te gaan in de verschillende overleggen. Ouderbetrokkenheid In de evaluatiesessie komt naar voren dat er oog is voor de ouderbetrokkenheid en de waarde daarvan.

Diverse partners geven aan dat een verschil is te merken tussen de tijd voor Corona en daarna. De wens is om verschillende initiatieven rondom ouderbetrokkenheid, zoals koffieochtenden, weer op te pakken en uit te bouwen. In de samenwerking, tussen partijen, ligt het initiatief en regie bij de voorschoolse voorzieningen en het primair onderwijs. De overtuiging is dat de scholen ontwikkelprofessionals zijn en goed beeld hebben welke organisatie kan aansluiten bij de ontwikkeling van de leerling en behoefte van ouders. Doorgaande lijn Overdracht en samenwerking is een belangrijk thema om consultatiebureau, kinderopvang en primair onderwijs samen te laten werken aan thema’s rondom de voor- en vroegschool en de doorgaande lijn te borgen. Eerder was een expertise adviesgroep opgericht, deze is echter door omstandigheden sinds 2020 niet meer bij elkaar geweest. In evaluatiegesprekken en sessie is de wens om deze weer op te starten en vanuit de inhoud de samenwerking op te zoeken en te stimuleren. Doel overkoepelende thema’s Er is een doorgaande lijn in het aanbod, voor baby’s, peuters, kleuters en basisschoolleerlingen, op het gebied van sociaal-emotionele achterstanden, bevorderen van integratie, voorkomen van segregatie, ouderbetrokkenheid en overdracht tussen professionele partners.

Resultaatafspraken o Minimaal 1 keer per jaar wordt ieder onderdeel; sociaal-emotionele achterstanden, bevorderen van integratie, voorkomen van segregatie, verhogen van de ouderbetrokkenheid en overdracht tussen partners, tussen partners vanuit de voorschool, primair onderwijs en de gemeente in een overleg op uitvoerend en bestuurlijk niveau besproken.

12

Doelen en monitoring Het onderwijsachterstanden beleid is (klein) onderdeel van het integrale aanbod van de onderwijspartners, maar ook de gemeente heeft een bredere betrokkenheid in het onderwijs dan alleen het onderwijskansenbeleid. Dat maakt dat de monitoring van het onderwijskansenbeleid complex is, maar het daardoor nog belangrijker is om de juiste gegevens te meten en het gesprek daarover te voeren. Daarnaast krijgt datagestuurd werken steeds meer nadruk vanuit het ministerie van OCW en sluit de wens tot effectieve monitoring hierbij aan. Kaderstelling Iedere vier jaar stelt de raad de kaders vast voor het onderwijskansenbeleid in Lelystad. Dit beleidsdocument is daar onderdeel van. De gemeenteraad is tevens verantwoordelijk voor het controleren van het beleid. Om deze taak te kunnen vervullen zal het college de raad via een lokale onderwijsmonitor informeren. Halverwege de beleidsperiode vindt een tussenevaluatie plaats, indien nodig vergezeld van een bijstelling van het beleidskader, en na afloop een gehele evaluatie van het beleid. Monitoring Concrete monitoring en beschreven doelen zijn belangrijk om de kwalitatieve en kwantitatieve inzet van het onderwijskansenbeleid te monitoren. In de bijlage staat een overzicht van de doelen en resultaatafspraken zoals deze ook beschreven zijn in de eerdere hoofdstukken.

Er zijn verschillende indicatoren die data genereren waardoor er inzicht komt in het bereik en de ontwikkeling van kinderen met (een risico op) onderwijsachterstanden. Daardoor kunnen onderdelen van het beleid doorontwikkeld, aangepast en geëvalueerd worden. Er wordt in de monitoring een verschil gemaakt tussen kwalitatieve en kwantitatieve data, zoals hieronder te zien is. Kwantitatieve data Voorschool o Consultatiebureau: brengt risico op mogelijke achterstanden in beeld & geeft VVE-indicaties af. Centrale vraag: hoeveel kinderen, per leeftijdsgroep, hebben (risico op) onderwijsachterstanden? o Voorschoolse voorziening: registreert het aantal en de leeftijd van kinderen met een VE-indicatie. Centrale vraag: hoe groot is het bereik en non-bereik van VE binnen gemeente Lelystad? o Voorschoolse voorziening: registreert het aantal uur dat een kind VE-aanbod ontvangt. Centrale vraag: wordt de richtlijn van 16 uur VE-aanbod per geïndiceerd kind behaald? Basisschool o Basisschool: registreert het aantal, de groei en scores van VE-geïndiceerde kinderen die overgaan naar groep 3. Centrale vraag: hoe start de leerling met VVE-indicatie in groep 3? o Basisschool: registreert de groei en score eind groep 8. Centrale vraag: met welk niveau stroomt de leerling met VVE-indicatie uit in groep 8?

13

Kwalitatieve data Overleg Voor de effectiviteit, monitoring en kwaliteit is het belangrijk om in contact te blijven met de verschillende betrokken partijen. Vanuit dit contact komt, door overleg, kwalitatieve data naar voren. Er vinden drie soorten (formele) overleggen plaats waarin het onderwijskansenbeleid besproken wordt, namelijk: o Bestuurlijk Overleg Jeugd en Onderwijs Lelystad (BOJOL): 6 keer per jaar is er een bestuurlijk overleg tussen de partners vanuit de voorschoolse voorzieningen, primair onderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en de gemeente. In dit overleg wordt op bestuurlijk niveau gesproken over (onderdelen van) het onderwijskansenbeleid. o Lokaal Educatieve Agenda – werkatelier: 6 keer per jaar is er een overleg met uitvoerders / kwaliteitsmedewerkers vanuit Icare, de voorschoolse voorzieningen, primair onderwijs en de gemeente. In dit overleg wordt op uitvoerend niveau gesproken over het onderwijskansenbeleid. o Bestuurlijk Overleg (BO): minimaal 1 keer per jaar is er een bestuurlijk overleg tussen een bestuurder van een partner en de gemeente, waarbij het onderwijskansenbeleid een onderdeel van het gesprek is. Daarbij zullen er afstemmingsgesprekken plaatsvinden tussen de diverse partners en de gemeente, waarbij (onderdelen van) het beleid besproken worden.

Voortschrijdend inzicht kan leiden tot een andere inzet of een verschuiving van accent van inzet. Subsidieverantwoording Vanuit de subsidieaanvraag, tussenevaluaties en verantwoording komen ook informatie en evaluatiepunten rondom onderwijskansenbeleid naar voren. De wens vanuit evaluatie, met de partners, is het vereenvoudigen van de verantwoording van de subsidiedocumentatie. Daarbij wordt aangegeven hierin het gesprek tussen de partners en de gemeente te stimuleren en dit zal leiden tot inhoudelijk sterke samenwerking. Doel monitoring De kwantitatieve en kwalitatieve data geven input in het onderwijskansenbeleid waardoor het complexe proces beter te sturen is, dit is te zien door meer inzicht in cijfers en ontwikkeling. Resultaatafspraken o Een keer per jaar wordt de monitoring geëvalueerd in het bestuurlijk overleg en de bijeenkomst van de LEA-werkatelier.

14

Bijlage 1: Overzicht doelen en resultaatafspraken

Hoofddoel Leerlingen starten of stromen met gelijke kansen uit in het onderwijs. Aan het eind van de basisschool wordt, in Lelystad, een onderwijsniveau behaald zoals dat in Nederland gemiddeld is voor een gelijke populatie aan leerlingen. Door deze gelijke (onderwijs)kansen en uitstroom wordt de integratie in de maatschappij verhoogt en segregatie voorkomen. Onderdeel OABbeleid

Doel

Indicering & toeleiding

Er is zicht op het bereik en non-bereik van (geïndiceerde) kinderen, gespecificeerd op basis van leeftijd, reden waarop geïndiceerd is en herkomst in de stad.

Baby’s en Peuters

Kinderopvang en Voorschoolse Educatie

Resultaatafspraken

o

Icare JGZ indiceert en monitort de VVEindicaties op verschillende indicatoren (leeftijd en wijk van herkomst).

o

De gemeente brengt, met behulp van de onderwijsmonitor, het aantal en percentage peuters en basisschoolleerlingen in beeld. Deze kinderen, met VVE-indicatie, zijn gedifferentieerd op leeftijd en wijk van herkomst.

o

Jaarlijks vindt er een gesprek plaats tussen Icare, gemeente en de voorschool om de indicatiestelling te optimaliseren.

o

Icare JGZ, het consulatiebureau, brengt kinderen die geïndiceerd worden tussen 11 maanden en 2,5 jaar in beeld om ouders deel te laten nemen aan lees- en taalbevorderingsprojecten.

o

Jaarlijks is er een gesprek tussen Icare JGZ, de Kinderopvang, de Flevomeerbibliotheek en de gemeente met als doel de toeleiding en taalondersteuning van baby’s en peuters af te stemmen en te optimaliseren.

100% van de geïndiceerde kinderen wordt bereikt en volgt voorschoolse educatie.

o

De gemeente monitort de beschikbaarheid van voorschoolse educatie door, elk kwartaal met partners, te evalueren op aanbod en mogelijke wachtlijsten.

Er is voldoende, gevarieerd en gespreid, aanbod van voorschoolse educatie binnen de gemeente Lelystad.

o

Voorschoolse voorzieningen verantwoorden 1 keer per jaar middels een presentatie, en aan het eind van het jaar met een schriftelijke verantwoording hoe aan de doelen is gewerkt.

Ouders, van een baby of peuter die mogelijke achterstanden kan opbouwen, worden begeleid naar voorschoolse educatie en in contact gebracht met vroege taal/leesstimuleringsprojecten.

15

Kinderen krijgen 16 uur per week en in totaal 960 uur voorschools aanbod. Voorschoolse voorzieningen bieden een kwalitatief en onderbouwd VE-aanbod wat is gericht op het stimuleren van de (onderwijs)ontwikkeling. Daarnaast werken ze aan het bevorderen van de integratie, voorkomen van segregatie en het verhogen van de ouderbetrokkenheid. Primair onderwijs

De leerling met VVE-indicatie laat een groei zien in ontwikkeling naar groep 3. Eind groep 3 heeft 75% van de leerlingen geen significant verschil in ontwikkeling ten opzichte van leeftijdsgenoten. In groep 8 stroomt 100% van de leerlingen, met een VVEindicatie, uit met minimaal het basisniveau van rekenen en taal (referentieniveau 1F). Er worden effectieve, evidence en practise based, methodieken en interventies ingezet om de cognitieve en sociale onderwijsachterstanden te voorkomen en/of te verkleinen.

o

De scholen vullen jaarlijks, in maart, april of mei, een monitor in voor de leerlingen die overgaan naar groep 3, die geïndiceerd zijn.

o

In de tussenevaluatie wordt de matrix, uit de vorige kadernota en zoals getoond in bijlage 4, besproken middels een presentatie door de bestuurder en een professional van de stichting.

o

Er is, minimaal, een keer per jaar een bestuurlijk overleg tussen de bestuurder en de gemeente waarin de resultaten en trend in referentieniveaus te zien is.

o

Middels het Bestuurlijk Overleg Jeugd Onderwijs Lelystad (BOJOL) wordt de voortgang van het onderwijskansenbeleid en effectieve interventies gedeeld tussen schoolbesturen en de gemeente.

De basisscholen werken aan het bevorderen van de integratie, voorkomen van segregatie en het verhogen van de ouderbetrokkenheid.

16

Overkoepelende Thema’s

Er is een doorgaande lijn in het aanbod, voor baby’s, peuters, kleuters en basisschoolleerlingen, op het gebied van sociaal-emotionele achterstanden, bevorderen van integratie, voorkomen van segregatie, ouderbetrokkenheid en overdracht tussen professionele partners. De kwantitatieve en kwalitatieve data geven input in het onderwijskansenbeleid waardoor het complexe proces beter te sturen is, dit is te zien door meer inzicht in cijfers en ontwikkeling.

o

Minimaal 1 keer per jaar wordt ieder onderdeel; sociaal-emotionele achterstanden, bevorderen van integratie, voorkomen van segregatie, verhogen van de ouderbetrokkenheid en overdracht tussen partners, tussen partners vanuit de voorschool, primair onderwijs en de gemeente in een overleg op uitvoerend en bestuurlijk niveau besproken.

o

Een keer per jaar wordt de monitoring geëvalueerd in het bestuurlijk overleg en de bijeenkomst van de LEA-werkatelier.

17

Bijlage 2: Scholen met achterstanden

Bron: CBS, 2023

Richtlijn 1. Een school heeft een totale achterstandsscore die groter dan de waarde 100 is. 2. En daarbij is de waarde voor de individuele leerling groter dan 1. De achterstandsscore voor de school geeft een indicatie van het totaal aantal leerlingen, binnen de school, die een risico lopen op een achterstand. De individuele score geeft een indicatie van het percentage leerlingen, die een risico lopen, ten opzichte van de schoolgrootte. Op basis van deze systematiek zijn 13 scholen aan te wijzen als scholen met een grotere concentratie aan VVE-leerlingen van de totale populatie. De scores van deze scholen zijn zowel op achterstandsscore per school als op gemiddelde achterstandsscore per leerling significant hoger dan andere scholen.

18

Bijlage 3: begripsbepaling Referentieniveaus: Referentieniveaus omschrijven duidelijk welke vaardigheden leerlingen op bepaalde momenten moeten hebben. Scholen kunnen zo beter hun doelen stellen en hun onderwijs hierop afstemmen. Het basisniveau 1F is het niveau voor taal en rekenen dat het overgrote deel van de leerlingen aan het einde van de basisschool tenminste zou moeten beheersen. Daarnaast heeft de overheid de ambitie dat een groot deel van de basisschoolleerlingen een hoger niveau haalt: het streefniveau. Voor taal is dat het 2F-niveau en voor rekenen is het 1S-niveau. Bereik: het aantal door het consultatiebureau geïndiceerde peuters dat daadwerkelijk voorschoolse educatie volgt. Doelgroeppeuter: kind van 2,5 tot 4 jaar dat een, door het consultatiebureau vastgesteld, (risico op een) onderwijsachterstand heeft en in aanmerking komt voor voorschoolse educatie. Gelijkwaardigpartner: partner, vanuit het werkveld, die in samenspraak met een andere partner een subsidieaanvraag kan doen. Eén van de gelijkwaardig partners kan hierin regie voeren. Harmonisatie: het verkleinen van de verschillen tussen peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. Peuterspeelzaalwerk en kinderopvang zijn per 1 januari 2018 geharmoniseerd in kwaliteit, toezicht en financieringsstructuur (voor werkende ouders). Kansenbeleid: het onderwijsachterstandenbeleid in Lelystad.

Het is een beleidsplan waarin beschreven staat hoe de gemeente Lelystad met haar partners onderwijsachterstanden wil voorkomen, signaleren en bestrijden. En daarbij de integratie bevorderen, segregatie te voorkomen en ouderbetrokkenheid te verhogen. Ook andere verwante begrippen worden genoemd, zoals gelijke kansensbeleid en/of onderwijskansenbeleid. Kernpartner: partners, vanuit het werkveld, die zelfstandig een subsidieaanvraag kunnen doen en de regie over de aanvraag voeren. Kinderdagverblijf: in een kinderdagverblijf worden kinderen van werkende ouders tussen 0 en 4 jaar opgevangen. Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. Kinderopvangtoeslag: ouders (tweeverdieners, alleenstaande eenverdieners en ouders die zorg combineren met studie of werk) kunnen aanspraak maken op vergoeding van een deel van de kosten voor kinderopvang door kinderopvangtoeslag van de Rijksoverheid aan te vragen. NT2: een niveau-indeling van beheersing van het Nederlands als tweede taal, gebaseerd op de kwalificatiestructuur zoals die in 1997 is vastgelegd in de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB).

19

Peuteropvang: kortdurende kinderopvang voor kinderen van 2 tot 4 jaar (voorheen peuterspeelzaalwerk). Reguliere peuter: kinderen van 2 tot 4 jaar die geen (risico op een) onderwijsachterstand hebben. Samenwerkingsverband passend onderwijs: het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Lelystad Dronten (SWV PO 2403) is een samenwerking van 11 schoolbesturen in Lelystad en Dronten. Zij ondersteunen scholen en hun schoolbestuur bij het realiseren van passend onderwijs voor een optimale ontwikkeling van elke leerling, met oog voor de leerkracht. Schilpartner: partner die niet zelfstandig een subsidieaanvraag kan doen en regie kan voeren. Voorschool: aanbod gericht op peuters met (risico op) een taalachterstand Peuters worden gestimuleerd in hun ontwikkeling waardoor zij een betere startpositie hebben binnen het basisonderwijs. Voorschoolse voorziening met voorschool: een voorschoolse voorziening biedt kinderdagverblijf en/of peuteropvang aan. Daarbij is sprake van peuteropvang, voorschoolse educatie en/of reguliere kinderopvang. Voorschoolse educatie: aan peuters met risico op onderwijsachterstand wordt voorschoolse educatie aangeboden door de kinderopvang. De gemeente faciliteert dit middels subsidie en is verantwoordelijk voor voldoende bereik en beschikbaarheid.

Vroegschoolse educatie: door het basisonderwijs worden, aan de hand van een specifieke methodiek, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten aangeboden voor kinderen met een (risico op een) onderwijsachterstand in groep 1 en 2 van de basisschool. Vroegsignalering: vroegtijdig opsporen en ondersteunen van kinderen met een (risico op) onderwijsachterstanden

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=8aba040b-86cf-4294-84a0-2548b4b00aff