BL B Plan van aanpak ontwikkelstrategie Lelystad Airport Businesspark - fase 2
Tekst van het document
ONTWIKKELSTRATEGIE LAB FASE 2 Plan van Aanpak
Colofon: Ontwikkelstrategie Lelystad Airport Businesspark fase 2, in opdracht van GS Flevoland en B&W Lelystad, namens hen: J.N. Appelman, J. de Reus en A. Elzakalai, J. Schoone Opdrachtnemers: Afdeling Gebiedsprogramma’s en Europa van de provincie Flevoland en Team Ruimte van de gemeente Lelystad Datum: 28 februari 2022 1
Inhoudsopgave
Aanleiding - Waarom deze opdracht? - Wat is de opdracht? Doelen, ambities en resultaat - Doel - Bestuurlijke ambities - Stakeholdersanalyse Vervolg op de Bestuursopdracht - Nota van Uitgangspunten - Ontwikkelstrategie Samenwerking - Samenwerkingsovereenkomst - Andere belangrijke partners - Uitvoeringsorganisatie OMALA - Bedrijfsleven, onderwijs, kennisinstellingen en maatschappelijke partners Organisatie, planning en kosten - Organisatie - Planning - Kosten
2
Aanleiding Op 26 oktober 2021 hebben gedeputeerden Appelman en De Reus, namens GS van de provincie Flevoland en wethouders Schoone en Elzakalai namens B&W van de gemeente Lelystad opdracht gegeven een Bestuursopdracht op te stellen voor het gezamenlijk voorbereiden van een Ontwikkelstrategie voor LAB fase 2. De bestuursopdracht bestaat uit een Samenwerkingsovereenkomst en een Plan van Aanpak. Voor u ligt het plan van aanpak. Waarom deze opdracht? - stad en regio staan voor een aantal majeure opgaven voor wonen, werken, energie, natuur en sociaal-maatschappelijke cohesie; - er ruimte is nabij de luchthaven voor de integrale ontwikkeling van een gebied van ca. 200 ha met kansen voor een vestigingsmilieu dat een substantiële bijdrage levert aan het – veranderende - economisch profiel van Flevoland in het algemeen en Lelystad in het bijzonder; - een gezamenlijke en langjarige inzet van partijen van belang is om een betekenisvolle kwalitatieve impuls te geven; - gemeente en provincie reeds samenwerken aan de gebiedsontwikkeling van Lelystad Airport en omgeving, waaronder Lelystad Airport Businesspark (LAB); - de eerste fase van Lelystad Airport Businesspark – ontwikkeld door OMALA NV, waarvan de gemeenten Lelystad en Almere en de provincie Flevoland aandeelhouder zijn – zijn voltooiing nadert.
Wat is de opdracht? Provincie en gemeente hebben op 26 oktober 2021 geconstateerd dat ze een sterk vergelijkbare visie hebben op gebiedsontwikkeling van LAB fase2: - waarbij de aanwezigheid van Lelystad Airport wordt benut als ‘unique selling point’ voor bedrijven die het economisch profiel van stad en regio versterken; - de aantrekkingskracht van het gebied verder wordt versterkt door de uitstekende bereikbaarheid over de weg, het spoor en het water; - dit mogelijkheden biedt voor het ontwikkelen van een propositie met een hoge kwaliteit en een profilering die uniek is in Nederland, waarbij zorgvuldig met de beschikbare ruimte wordt omgegaan en er gericht wordt op bedrijven en onderwijsinstellingen die het toekomstig economisch profiel van stad en regio versterken en die onderscheidend zijn ten opzichte van wat er nu al is; en - er bereidheid is om (lange) tijd te nemen om een dergelijke propositie te ontwikkelen en tot wasdom te brengen, om daarmee ook selectief te kunnen zijn en zodat wordt bijgedragen aan een gebalanceerde groei van stad en regio. Naar aanleiding daarvan hebben de bestuurders gevraagd om een bestuursopdracht voor het opstellen van een gezamenlijk gedragen ontwikkelstrategie voor LAB fase 2.
De bestuursopdracht zal voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 door hen worden vastgesteld en aan het provinciebestuur en het nieuwe gemeentebestuur worden aangeboden.
3
Doelen, ambities en resultaat Doel Doel van de ontwikkelstrategie van LAB fase 2 is richting en strategie te bepalen en het afwegingskader te schetsen voor de ontwikkeling van een uniek vestigingsmilieu nabij Lelystad Airport met een op nationaal niveau onderscheidende positionering en profilering, waarmee: - wordt bijgedragen aan een gebalanceerde groei van Lelystad en Flevoland zoals verwoord in Lelystad Next Level en de Strategische Agenda Flevoland; - optimaal gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de directe nabijheid van Lelystad Airport biedt; - experimenteerruimte wordt geboden voor innovaties op het gebied van transitieopgaven van regionaal en nationaal belang zoals naar een toekomstbestendige luchtvaart, energie, logistiek en voedselketen; en - het aanbod van, de toegang tot en de relatie met het hoger en wetenschappelijk onderwijs(aanbod) wordt verbreed. Bestuurlijke ambities: De bestuurders hebben onder meer de volgende ambities voor gebiedsontwikkeling in de omgeving van Lelystad Airport naar voren gebracht: 1. De mogelijkheden die Lelystad Airport nu al biedt, evenals de uitstekende bereikbaarheid van LAB fase 2, ten volle benutten voor het ontwikkelen van een propositie die onderscheidend is ten opzichte van het huidige economische profiel van stad en regio. 2.
Ontwikkeling van LAB fase 2 dient als proeftuin om ruimte te bieden aan innovaties bij luchtvaart gerelateerde bedrijvigheid, in combinatie met transitieopgaven op het gebied van energie, voedsel en logistiek. 3. Ontwikkeling van LAB fase 2 draagt bij aan verschillende majeure opgaven waar de gemeente Lelystad en de provincie Flevoland voor staan, welke onder andere via Lelystad Next Level,, Nieuw economisch beleid (provinciaal ruimtelijk economisch perspectief) en de Strategische Agenda Flevoland worden geadresseerd. 4. Stad en regio zitten op een scharnierpunt in hun ontwikkeling en zullen belangrijke bijdragen leveren aan nationale opgaven, zoals die voor de woningbouw. Dat vraagt om een gebalanceerde groei met verantwoorde afwegingen tussen economie, onderwijs, grond, ruimte en energie. De gebiedsontwikkeling waar LAB fase 2 onderdeel van uit maakt anticipeert op ontwikkelingen die de komende jaren gaan plaats vinden. 5. LAB fase 2 wordt ontwikkeld met een lange termijn perspectief met hoge kwaliteit en een profilering en positionering die onderscheidend is in Nederland. Een hoog ambitieniveau wordt nagestreefd qua clustervorming, toekomstbestendigheid, waarde-creatie, duurzaamheid, circulariteit en innovatie. 6.
Integrale afwegingen bij de ontwikkeling van LAB fase 2 dragen bij aan de versterking van en toegang tot hoger en universitair onderwijs, noodzakelijk voor een evenwichtige ontwikkeling van de regio. 7. LAB fase 2 kan niet alleen door overheden succesvol gerealiseerd kan worden. Bedrijfsleven, onderwijs, kennisinstellingen en maatschappelijke partners spelen een belangrijke rol bij de integrale gebiedsontwikkeling.
4
Stakeholdersanalyse Om de bestuurlijke ambities verder te concretiseren is een stakeholdersanalyse verricht, waarbij een aantal interviews is afgenomen, die gericht zijn op inspiratie, kansen voor de ontwikkeling van LAB fase 2 en potentiële ontwikkelrichtingen. Uit de interviews is het belang naar voren gekomen van: -
-
initieel een duidelijke propositie te kiezen en daar aan vast te houden; de propositie gezamenlijk met onderwijsinstellingen en bedrijfsleven te ontwikkelen; ervoor te zorgen dat de bedrijven en instellingen die zich vestigen op LAB fase 2 met elkaar samenhangen en elkaar versterken, zodat zij – gezamenlijk - van invloed zijn op de prestaties van hun omgeving; rekening te houden met de lange adem, die nodig is om tot een cluster te komen en te beginnen met een realistische grootte (denk aan ca. 40 ha) van het gebied.
Kansrijke thema’s voor clustervorming zijn (hieronder) schematisch weergegeven door WesselinkvanZijst:
*Hoogwaardige logistiek Hoogwaardige logistiek is logistiek waarbij het bedrijf waarde toevoegt in de keten, alvorens het transport van goed of dienst te vervolgen. Digitalisering, robotisering en hightech innovatie van de logistiek staan daarbij centraal. Denk daarbij aan assemblage, warehousing, just-in-time concepten (voor zowel business-to-business als voor consumenten) en dergelijke. Deze vormen van logistieke dienstverlening vergen kennis van datamanagement, routing/track-and-trace, financieringsmechanismen, die een beroepsbevolking vergen die past bij de ambitie van provincie en gemeente met LAB 2. 5
Vervolg op de bestuursopdracht De ontwikkelstrategie wordt na het vaststellen van de samenwerkingsbijeenkomst met het bijbehorende plan van aanpak door de volgende stappen verder uitgewerkt: Nota van Uitgangspunten In de nota van uitgangspunten (NvU) worden de onder de omgevingsanalyse in dit PvA benoemde ontwikkelrichtingen verder uitgewerkt. Daarmee wordt de beoogde positionering en profilering van LAB fase 2 vastgelegd. Vervolgens worden het programma en de beleidskaders (ruimtelijk, economisch, grond, energie & duurzaamheid, verkeer en vervoer en landschap) vastgelegd waaraan de gebiedsontwikkeling van LAB fase 2 moet voldoen. Tevens wordt een businesscase opgesteld, waarin de financiële haalbaarheid van de onderneming wordt getoetst en uitgewerkt. Beleidskaders, programma en businesscase worden vastgesteld door gemeenteraad en provinciale staten. De rol van de uitvoeringsorganisatie van OMALA is in deze fase vooral gelegen in het inbrengen van expertise bij het bepalen van positionering en profilering van LAB fase 2. Voorts kan OMALA de in eerdere fasen onderzochte opties voor ontwikkeling van LAB fase 2 in brengen. Ontwikkelstrategie In de ontwikkelstrategie worden de gemaakte keuzen over positionering en profilering van LAB fase 2 verder uitgewerkt in een fasering en aanpak van de gebiedsontwikkeling.
Als deze vastliggen wordt verkend hoe de verdere samenwerking tussen gemeente en provincie kan worden vormgegeven. Daarbij wordt bekeken of en zo ja hoe een andere/derde partij, bijvoorbeeld het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), bij de samenwerking kan worden betrokken. Overwegingen daarbij zijn de mate waarop gemeente en provincie sturing aan de ontwikkeling kunnen en/of willen geven, de mate waarin zij risico willen lopen en hoe de derde partij bij de ontwikkeling betrokken wil/kan zijn. Voor de verdere uitwerking van de gebiedsontwikkeling worden omgevingsplannen met bijbehorende exploitatieplannen opgesteld. Deze worden door de gemeenteraad en – eventueel - provinciale staten vastgesteld. De rol van de uitvoeringsorganisatie van OMALA kan met name bij de uitwerking van de ontwikkelstrategie groter zijn dan in voorgaande fasen. Nadat de benodigde kaders zijn vastgesteld kunnen gemeente en provincie als opdrachtgevers besluiten om het opstellen van omgevingsplannen met bijbehorende exploitatieplannen in handen van OMALA te leggen. Voor de uitvoering van gebiedsontwikkeling van LAB fase 2 kan worden besloten om een juridische entiteit op te richten, zoals eerder voor LAB fase 1 is gedaan. Daarbij kan overwogen worden om andere partijen als RVB en Lelystad Airport te betrekken. Ook de uitvoeringsorganisatie van OMALA kan onderdeel van de juridische entiteit uitmaken.
Aan het voorbereiden van de juridische entiteit kan parallel aan het opstellen van de ontwikkelstrategie worden gewerkt.
Samenwerking Samenwerkingsovereenkomst Aan het opstellen van de ontwikkelstrategie voor LAB fase 2 werken provincie en gemeente nauw met elkaar samen. Hoe gemeente en provincie met elkaar samenwerken wordt vastgelegd in de bij dit plan van aanpak gevoegde samenwerkingsovereenkomst. Deze wordt samen met het plan van aanpak ter besluitvorming aan de bestuurders voorgelegd.
6
Uitvoeringsorganisatie van OMALA Naar aanleiding van de bestuursopdracht geven provincie en gemeente opdracht aan de uitvoeringsorganisatie van OMALA om bijdragen te leveren aan het opstellen van de nota van uitgangspunten, de ontwikkelstrategie en de daadwerkelijke uitvoering. Andere belangrijke (toekomstige) partners Naast gemeente en provincie is het RVB een belangrijke partner bij de gebiedsontwikkeling van LAB fase 2. Het RVB heeft ca. 70 % van het te ontwikkelen gebied in eigendom. Daarnaast is het RVB al betrokken bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties in de regio. De vraag is hoe actief het RVB betrokken wenst te zijn bij de ontwikkeling van een bedrijfsterrein. En ook in hoeverre het RVB voor LAB fase 2 – hoe belangrijk voor de regio ook - maatschappelijke doelstellingen kan/wil nastreven.
Om goed de gesprekken met het RVB te kunnen voeren, moeten gemeente en provincie ‘weten’ in hoeverre zij zelf bereid zijn om risico te lopen, bijvoorbeeld door het aankopen van gronden, om optimale sturing aan de gebiedsontwikkeling te kunnen geven. Lelystad Airport.is een andere belangrijke partner. Zij kan bij positionering en profilering van LAB fase 2, met name daar waar het gaat om luchthaven gerelateerde bedrijvigheid mee denken en doen, gezien de relaties met andere (regionale) luchthavens. Er komen ook veel initiatieven bij Lelystad Airport binnen. Bedrijfsleven, onderwijs, kennisinstellingen en maatschappelijke partners Met name in de verkenningsfase van de ontwikkelstrategie kunnen deze partners veel toegevoegde waarde leveren bij het onderzoeken van de mogelijkheden voor positionering en profilering van LAB fase 2 en het samenstellen en toetsen van ontwikkelingsrichtingen. Naarmate de gebiedsontwikkeling vastere vorm aanneemt zullen deze partners een andere positie en ook andere belangen 7
vertegenwoordigen. Overigens kunnen zij dan door het entameren van initiatieven en het afnemen van grond nogmaals een waardevolle bijdrage leveren. Deze partners zullen nu al goed mee worden genomen, bijvoorbeeld bij de omgevingsanalyse.
Organisatie, planning en kosten Organisatie Bijgaand een schets van de (interne) organisatie, die invulling geeft aan het planontwikkelingstraject in vervolg op het vaststellen van de bestuursopdracht:
Planning De te nemen stappen kunnen als volgt in de tijd worden gezet:
8
Kosten Vooralsnog worden in dit Plan van Aanpak alleen de kosten voor het opstellen van de Nota van Uitgangspunten geraamd. Met het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten zal ook de financiële haalbaarheid van de onderneming worden onderzocht, waardoor kosten en baten in de vervolgfasen beter kunnen worden geraamd. Voor het doorlopen van de verschillende stappen om tot de Nota van Uitgangspunten te komen, is naar verwachting gedurende 40 weken, ca. 40 uur per week capaciteit nodig voor het projectmanagement, gezamenlijk door provincie en gemeente in te vullen. Voor de in te zetten beleidscapaciteit wordt zowel bij de gemeente als bij de provincie ca. 24 uur per week gedurende 30 weken geraamd. Daarmee bedraagt de in te zetten capaciteit in totaal tot eind februari 2023 1.520 uur door de provincie en 1.520 uur door de gemeente. Deze capaciteit zal door provincie en gemeente ‘om niet’ worden ingezet. Voor inhuur en advies wordt zowel vanuit de gemeente als vanuit de provincie € 75.000 ingebracht.
9