CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL 6. Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling

Raadsvergadering 17 februari 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.056 Bindend advies BOPA realisatie van een waterstoffabriek aan de Edelhertweg voor het transporteren van waterstof naar externe gebruikers2.243 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie project-mer-beoordeling Project Referentie Datum Status

: Waterstofinstallatie Edelhertweg Lelystad : CA240025.007.R01.V2.1 : 28-04-2024 : Definitief

1. Inleiding 1.1. Aanleiding Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden bepaald of er bij het project aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Door middel van een mer-beoordeling wordt dit in beeld gebracht. Hiertoe dient een notitie te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende project-mer-beoordeling is opgesteld ten behoeve van de realisatie van een waterstofinstallatie grenzend aan het zonnepark op de voormalige bioscience locatie aan de Edelhertweg in Lelystad.

Projectlocatie aan de Edelhertweg in Lelystad

CA240025.007.R01

1 van 9

Deze waterstofinstallatie zet stroom van het net om in waterstof. Dit gebeurt middels een containerized systeem waarmee stroom middels electrolizers omgezet wordt naar groene waterstof. De geproduceerde waterstof zal worden afgevoerd door een bestaande leiding richting de Wageningen UR locatie Edelhertweg 1 en middels tube trailers naar eindgebruikers. Om dit plan te kunnen uitvoeren wordt de aanwezige waterpartij verlegd richting de Edelhertweg.

Ontwerp waterstofinstallatie met nieuwe waterpartijen

In deze notitie zijn de milieueffecten in relatie tot het project geïnventariseerd en gebundeld weergegeven. Op basis van voorliggende project-mer-beoordeling dient het bevoegd gezag een besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage.

2. Mer-beoordeling 2.1. Algemeen In een mer-beoordeling beoordeelt het bevoegd gezag of de milieugevolgen van een plan of project zo groot zijn dat het noodzakelijk is om een milieueffectrapport op te stellen. Bij een plan (zoals een omgevingsvisie of omgevingsplan) heet deze beoordeling de ‘plan-mer-beoordeling’ en bij een project (zoals een projectbesluit of omgevingsvergunning) de ‘project-mer-beoordeling’.

2.2.

Noodzaak mer-beoordeling

In de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit is vastgelegd of een mer-beoordeling noodzakelijk is. Op hoofdlijnen geldt:

CA240025.007.R01

2 van 9

Uit de kolommen 2 en 3 van bijlage V Omgevingsbesluit volgt per project in welke gevallen direct een mer plicht geldt of een project-mer-beoordelingsplicht. In de eerste kolom van bijlage V staat de omschrijving van een project. In de vierde kolom staan de besluiten waarvoor mer-verplichtingen gelden. In kolom 2 zijn vaak drempelwaarden opgenomen voor het in kolom 1 genoemde project. Als het voorgenomen project boven de drempelwaarde in kolom 2 uitkomt, moet er een milieueffectrapport gemaakt worden. Voor een plan mag een plan-mer-beoordeling uitgevoerd worden als het plan: • kaders stelt over mer-beoordelingsplichtige projecten in bijlage V Omgevingsbesluit of een Passende beoordeling nodig is (binnen de natuurwetgeving), én • over een klein gebied op gemeentelijk niveau gaat of een kleine wijziging van een plan omvat. Een plan-mer-beoordeling is ook verplicht als een plan kaders stelt voor andere projecten dan de projecten uit bijlage V Omgevingsbesluit.

2.3.

Toetsing initiatief

Het initiatief heeft betrekking op het project genoemd in de bijlage V, categorie F5, ‘Behandeling van tussenproducten en vervaardiging van chemicaliën’. Zoals aangegeven in kolom 3 geldt voor een dergelijk project een mer-beoordelingsplicht. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of het project daadwerkelijk geen aanzienlijke negatieve milieueffecten kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde project-mer-beoordeling.

2.4.

Project-mer-beoordeling

In een project-mer-beoordeling wordt getoetst of een project aanzienlijke negatieve milieueffecten kan hebben. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Het betreft de volgende drie algemene criteria met elk hun sub criteria: ▪ kenmerken van het project: omvang van het project, cumulatie met andere projecten, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en risico op ongevallen; ▪ plaats van het project: bestaand gebruik van de locatie, natuurlijke hulpbronnen en opnamevermogen/gevoeligheid van het milieu; ▪ kenmerken van het potentiële effect: bereik, grensoverschrijdend karakter, orde van grootte en complexiteit, waarschijnlijkheid en duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.

CA240025.007.R01

3 van 9

3. Kenmerken van het project Kenmerken van het project Omvang van het project

Cumulatie van andere projecten

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

Productie afvalstoffen

Verontreiniging en hinder

Het project betreft het groen produceren van waterstof. Een elektrolyser zorgt ervoor dat water gesplitst wordt in waterstof en zuurstof. De nominale productiecapaciteit per jaar bedraagt ruim 16.000 ton waterstof bij 8.760 vollasturen. De elektriciteit, die hiervoor gebruikt wordt, wordt opgewekt vanuit groene bronnen, zoals bijvoorbeeld zonne- of windenergie. De milieueffecten in totaliteit zijn gering. Er zijn geen autonome ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied bekend, waardoor geen sprake is van cumulatie van milieueffecten met andere projecten. Deze activiteit zal niet leiden tot een toename van het overige gebruik van natuurlijke hulpbronnen, zoals water, land, bodem en biodiversiteit. Voor dit onderwerp is er geen aanleiding tot het verlangen van een milieueffectrapport. Er wordt verwacht dat huishoudelijk afval en afval vanuit onderhoudswerkzaamheden vrijkomt. Waarschijnlijk gaat dit om enkele honderden kilogrammen. Deze afvalstromen worden apart ingezameld en afgevoerd naar erkende verwerkers. Hierdoor is voor dit aspect geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapport. Het project kan gevolgen hebben voor milieuaspecten. Hierna volgt per aspect een beschrijving.

Luchtkwaliteit Naast zuurstof en tijdelijke beperkte emissies van waterstof worden er tijdens normaalbedrijf bij het produceren en/of comprimeren van waterstof geen emissies veroorzaakt. In de toelichting op de aanvraag is een indicatie opgenomen van de jaarlijkse waterstofemissies. Het proces zelf geeft geen emissies van gebonden stikstof. Echter ontstaan tijdens de aanleg- en exploitatie wel stikstofemissies door onder andere transportbewegingen. Bij de berekening met de NIBM-tool (Niet In Betekende Mate) blijkt dat deze vervoersbewegingen geen overschrijding van de NIBM-grenswaarde van 1,2 μg/m³ geven. Hieruit wordt geconcludeerd dat de inrichting niet in betekende mate bijdraagt aan de concentraties van stikstofhoudende verbindingen en fijnstof. Bodemkwaliteit Er vinden activiteiten plaats die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken en daarom een risico vormen voor de kwaliteit van de bodem. De risico’s zijn echter beperkt en kunnen met eenvoudige maatregelen worden voorkomen. Op alle plaatsen waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden, worden de noodzakelijke bodem beschermende voorzieningen getroffen. Geluid Voor het project is door Sain Milieuadvies een akoestisch onderzoek verricht (‘Akoestisch Onderzoek Hydeer Edelhertweg 15 Lelystad’,

CA240025.007.R01

4 van 9

kenmerk 2023-3140-0, d.d. 31 mei 2024). Uit dit onderzoek blijkt dat de voorgenomen activiteit een beperkte geluiduitstraling kent. Daarnaast zijn er geen geluidgevoelige objecten in de directe omgeving van de inrichting aanwezig. Ten aanzien van het aspect geluid zullen geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu optreden. De rapportage van dit akoestisch onderzoek is bijgevoegd als separate bijlage. Geur Er vinden geen geurrelevante activiteiten plaats. Daarnaast zijn geen geurgevoelige objecten in de directe omgeving van de inrichting aanwezig. Er zullen hier geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu optreden.

Externe veiligheid en risico van ongevallen

Risico’s voor gezondheid

CA240025.007.R01

de

menselijke

Gevaarlijke afvalstoffen Er worden binnen de inrichting geen gevaarlijke afvalstoffen geproduceerd of ingenomen. Voor het milieu zullen er geen belangrijke nadelige gevolgen optreden. Het project is geclassificeerd als laagdrempelige Seveso-inrichting. Om de veiligheidsrisico’s te adresseren wordt een Preventiebeleid Zware Ongevallen (PBZO) opgezet samen met een Veiligheidsbeheerssysteen (VBS). Op deze wijze wordt het risico op ongevallen zoveel mogelijk beperkt. Het project leidt niet tot een significant risico op zware ongevallen of rampen in of in de omgeving van het projectgebied. Door AVIV is een risicoanalyse (QRA) uitgevoerd, welke inzichtelijk maakt wat de effecten zijn van de waterstofelekrolyse-installatie op gebied van externe veiligheid. Hierbij wordt geconcludeerd dat de contour voor de grenswaarde van het plaatsgebonden risico van 1.0 106 /jr grotendeels binnen de inrichting ligt. Er liggen geen (geprojecteerde) kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten binnen deze risicocontour. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Binnen de aandachtsgebieden bevinden zich eveneens geen (geprojecteerde) kwetsbare of zeer kwetsbare gebouwen of locaties van derden. Er worden geen risico’s voor de menselijke gezondheid verwacht.

5 van 9

4. Plaats van het project Plaats van de projecten Bij de plaats van het project wordt het volgende in overweging genomen: 1. het bestaande grondgebruik; 2. de relatieve rijkdom aan alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; 3. het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, waarbij in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: wetlands, kustgebieden, bergen bosgebieden, reservaten en natuurparken, gebieden met een bijzondere beschermingsstatus, gebieden waar normen voor luchtkwaliteit worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang; 4. gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen volgens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn, 5. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen, 6. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, 7. landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

De projectlocatie is gelegen aan de Edelhertweg 15 te Lelystad. De locatie betreft het voormalig Bio Science lab van de Wageningen – UR. Op het terrein is recentelijk een zonnepark gerealiseerd voor het opwekken van duurzame energie. De realisatie van de waterstofinstallatie is voorzien aan de noordzijde van het zonnepark, nabij de Edelhertweg. De projectlocatie ligt in het buitengebied van de gemeente Lelystad, ten noordwesten van de kern Lelystad. De locatie is omgeven door agrarische gronden. Op circa 400 meter ten westen van de locatie is het bedrijventerrein Oostervaart gelegen. De dichtstbijzijnde woonbuurten (Buitenhof en Groene Velden) zijn op ruim 2 km afstand van de inrichting gesitueerd. De planlocatie ligt niet in of nabij een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘IJsselmeer’ op ruim 3,2 km afstand. Gelet op de grote afstand tussen het plangebied en omliggende Natura 2000-gebieden worden negatieve effecten vanwege geluidverstoring, licht of trillinghinder uitgesloten. Ten behoeve van het planvoornemen is onderzocht of sprake is van een stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Daartoe is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit de stikstofberekeningen is gebleken dat de genoemde grenswaarde niet wordt overschreden. De rapportage van dit stikstofonderzoek is bijgevoegd als separate bijlage.

In het kader van voorliggend project is een QuickScan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd. Uit de toets blijkt dat het plangebied geschikt is voor kleine marterachtigen. Aanwezigheid van een verblijfplaats van wezel kan hier niet worden uitgesloten. Daarom is een mitigatieplan opgesteld dat voorziet in de aanleg van takkenrillen, takkenhoop en houtstapel. Het opgestelde compensatieplan is bijgevoegd als separate bijlage. Conclusie locatie Het bedrijventerrein ligt op voldoende afstand van hierboven genoemde gebieden. Daarbij blijkt uit de stikstofberekeningen dat de genoemde grenswaarde niet wordt overschreden. Hierdoor overwegen wij dat

CA240025.007.R01

6 van 9

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten op basis van de projectlocatie.

CA240025.007.R01

7 van 9

5. Soort en kenmerken van het potentiële effect Soort en kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking) Aard van het effect

Grensoverschrijdend karakter

Waarschijnlijkheid effect

Duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect

Toekomstige ontwikkelingen

CA240025.007.R01

Het ruimtelijk bereik en de orde van grootte is beperkt. Dit wordt voldoende geregeld door de voorschriften. De aard van de effecten zijn in het voorliggende merbeoordelingsdocument beschreven. Hierdoor heeft een nader onderzoek naar de aard van effect in het kader van een milieueffectrapport geen toegevoegde waarde. Gezien de ligging van de inrichting en de afstand ten opzichte van omringende landsgrenzen zullen geen milieueffecten optreden ten gevolge van de werking van het bedrijf. Grensoverschrijdende effecten zijn daardoor niet aan de orde. De beschreven effecten in voorliggende notitie zullen zeker optreden. Echter zijn deze van dusdanige aard dat er geen nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In hoeverre deze als hinder worden ervaren, is mede afhankelijk van de te treffen maatregelen en voorzieningen. Die maatregelen en voorzieningen worden helder verwoord in de regels van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Voor wat betreft de duur en frequentie kan worden opgemerkt dat de voorgenomen activiteit volcontinu plaatsvindt en voor onbepaalde tijd wordt aangevraagd. De effecten van de geluiduitstraling en emissies naar de lucht vanwege de activiteit zijn allen omkeerbaar: het effect houdt op als de activiteit ophoudt. Er is dus geen sprake van een bijzondere omstandigheid.

Met betrekking tot effecten naar de bodem zijn er afdoende beperkende maatregelen en voorziening te treffen. Deze en ook de overige effecten zijn gangbare effecten die aan bod komen in de regels van het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL). Gezien de bestemming van de omgeving en de aard van de effecten zijn er verder ten aanzien van de duur, frequentie en omkeerbaarheid van deze effecten geen bijzondere opmerkingen. Behalve de beschreven voorgenomen ontwikkeling, uitgevoerd onder goed management en onder restrictie van de geldende wet- en regelgeving en waar de intentie aanwezig is een volwaardig bedrijf te leiden, zijn er geen andere toekomstige ontwikkelingen.

8 van 9

6. Conclusie In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gegeven in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling. Gelet op de kenmerken van de activiteit, de locatie van de activiteit en de kenmerken van de effecten van de activiteit, wordt geconcludeerd dat deze niet leidt tot milieueffecten van dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Het doorlopen van een mer-procedure voor het project is daarom niet noodzakelijk. Het is aan de bevoegde gezagen om hierover een definitief besluit te nemen en dit bekend te maken.

Bijlagen: • Akoestisch onderzoek • Stikstofonderzoek • Compensatieplan kleine marterachtigen

CA240025.007.R01

9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=cb779225-bf84-4ec9-9133-4289b917896a