BL 5 Overzicht van wijzigingen statuten Stichting SchOOL 2023 def_
Tekst van het document
Wijziging statuten Stichting SchOOL 2023 Overzicht van wijzigingen
I
Ter inleiding
In 2014 zijn de statuten van de Stichting SchOOL voor het laatst gewijzigd. In 2022 bleek een nieuwe wijziging nodig, mede vanwege de invoering van de WBTR. Bovendien bestond er bij het college van bestuur en bij de raad van toezicht behoefte aan een duidelijkere en betere beschrijving van de taken en bevoegdheden van zowel het CvB als de RvT. In het proces van wijziging zijn alle noodzakelijke stappen gezet: de raad van toezicht en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad hebben met het wijzigingsvoorstel van het CvB ingestemd, en het wijzigingsvoorstel is voor commentaar voorgelegd aan de notaris van de stichting en aan de juridische afdeling van de gemeente Lelystad. Dit commentaar is in de voorliggende concept-wijziging verwerkt. In het onderstaande overzicht van wijzigingen worden de belangrijkste wijzigingen in de statuten, waar toepasselijk, per artikel toegelicht. Indien de wijzigingen in een artikel in hoofdzaak redactioneel zijn, of inhoudelijk van weinig gewicht, wordt volstaan met de enkele vermelding van de wijziging. Uitgangspunt is telkens de tekst van het nieuwe artikel, met, in de kop, een verwijzing naar het corresponderende oude artikel. Als bijlage bij dit overzicht is bijgevoegd de artikelsgewijze indeling van de nieuwe èn de oude statuten, waarbij per artikel is aangegeven welk onderwerp daarin wordt geregeld.
II
Overzicht van wijzigingen, artikelsgewijs
Artikel 1 Naam (artikel 1 oud) Geen wijziging. Artikel 2 Begripsbepalingen (artikel 2 oud) Enkele definities toegevoegd. Artikel 3 Zetel en tijdsduur (artikel 3 oud) Geen wijziging. Artikel 4 Doel (artikel 4 oud) Toegevoegd doel: het bevorderen en behartigen van primair onderwijs in Lelystad en omgeving (eerste lid, onder b). In het tweede lid zijn de nieuwe kernwaarden van het openbaar onderwijs opgenomen. Artikel 5 Vermogen (artikel 5 oud) Geen wijziging.
Artikel 6 Benoeming, samenstelling en arbeidsvoorwaarden van het college van bestuur (artikel 6 oud) In dit artikel worden alleen de benoeming, de samenstelling en de arbeidsvoorwaarden van het college van bestuur geregeld. Schorsing, ontslag en defungeren van het CvB, die in de oude statuten in hetzelfde artikel 6 waren geregeld, krijgen in de gewijzigde statuten een plaats in een afzonderlijk artikel: artikel 7. In het tweede lid van het artikel wordt vastgesteld dat de duur van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder gelijk is aan de duur van de benoeming, en dat de arbeidsovereenkomst de bepalingen van de voor de bestuurder geldende CAO volgt. In het derde lid wordt bepaald dat de RvT de bestuurder benoemt op grond van het door een benoemingsadviescommissie uitgebracht advies, en dat de wervings- en benoemingsprocedure in overeenstemming moet zijn met de Wet Medezeggenschap. In het zesde lid wordt bepaald dat salaris en vergoedingen van de bestuurder in het jaarverslag van de stichting moeten worden vermeld. Het zevende lid bevat de incompatibiliteitenregeling ; die ontbrak in de oude statuten. Artikel 7 Schorsing, ontslag en defungeren college van bestuur (artikel 6 oud) De bepalingen over schorsing en ontslag, die voorheen een plaats hadden in artikel 6 oud, zijn hier in gewijzigde vorm opgenomen.
De schorsingsbepaling in het eerste lid is strakker geformuleerd dan in het oude artikel 6 het geval was – een schorsing kan nooit langer duren dan drie maanden. Over de schorsing en zijn vervolg moet door de RvT binnen vier weken worden besloten. Indien dat besluit niet valt vervalt de schorsing. Het tweede lid regelt de ontslagprocedure die door de RvT te volgen is; in de oude statuten was daarover weinig bepaald. Het vierde lid regelt dezelfde materie als het negende lid van artikel 6 oud, maar in een gewijzigde vorm: de RvT heeft nu de opdracht om hoe dan ook in vervanging van de bestuurder te voorzien in het geval deze langere tijd buiten staat is om zijn functie waar te nemen. Artikel 8 College van bestuur: taken en bevoegdheden (artikel 7 oud) Artikel 7 oud beschreef de taken en bevoegdheden van het college van bestuur in wel zeer algemene termen. Er is behoefte aan een meer op de organisatie toegesneden duiding van de taken en bevoegdheden van de bestuurder. De leden 2 en 3 van artikel 8 voorzien daarin; ze beschrijven de taken en bevoegdheden van het college van bestuur in meer detail, en vormen in die zin een uitbreiding van het bepaalde in artikel 7 oud. Geschrapt is de in het derde lid van artikel 7 oud opgenomen beschrijving van de begrotingsprocedure; die is nu opgenomen in een afzonderlijk artikel, artikel 15.
De lijst van bestuursbesluiten waarvoor voorafgaande goedkeuring van de RvT nodig is (zesde lid artikel 7 oud) was niet compleet, en is aangevuld. Het achtste lid regelt de verstrekking van informatie aan de RvT door het college van bestuur. Deze bepaling was in de statuten opgenomen in het artikel over de raad van toezicht (artikel 11 lid 8 oud), maar hoort thuis in de beschrijving van de taken en bevoegdheden van het college van bestuur. In het negende lid is een bepaling opgenomen over de professionalisering van de bestuurder.
Artikel 9 College van bestuur: werkwijze (artikel 8 oud) In artikel 8 oud was een uitgebreide beschrijving opgenomen van de besluitvormingsprocedure van het college van bestuur. Daaraan is, nu het college van bestuur van de stichting uit één bestuurder bestaat, geen behoefte. Bepaald is nu, dat in het geval het college met een bestuurder wordt uitgebreid, de besluitvormingsprocedure wordt vastgelegd in een door de RvT goed te keuren reglement (lid 1). Wèl is er behoefte aan een bepaling over de bestuurlijke verhouding tussen college van bestuur en de schooldirecteuren, en over de eventueel te verlenen mandaten of volmachten. Die bepaling is nu opgenomen in het tweede lid, en regelt onder andere dat de verdeling van taken en bevoegdheden tussen college van bestuur en de schoolleiding wordt vastgelegd in een managementstatuut. In het derde lid is een bepaling opgenomen over hoe te handelen in het geval een bestuurder bij het nemen van een besluit een belang heeft dat strijdig is, of zou kunnen zijn, met een belang van de stichting. Artikel 10 Vertegenwoordiging (artikel 9 oud) Geen wijziging. Artikel 11 Raad van toezicht; benoeming, samenstelling en bezoldiging (artikel 11 oud) In dit artikel worden alleen benoeming, samenstelling en bezoldiging van de raad van toezicht geregeld.
Regelingen omtrent schorsing en ontslag van individuele raadsleden en omtrent de taken en bevoegdheden van de raad, die in artikel 11 oud waren opgenomen, worden in respectievelijk artikel 12 en 13 geregeld. In het vierde en vijfde lid wordt, in afwijking van artikel 11 oud, bepaald dat leden van de RvT in beginsel voor vier jaar worden benoemd, ook als zij in de plaats treden van een RvT-lid dat vervroegd is afgetreden. Kortere termijnen dan vier jaar blijken zowel voor kandidaten als voor de RvT zelf niet aantrekkelijk. Het rooster van aftreden kan hierdoor wijzigen. Mocht dat leiden tot een gelijktijdig aftreden van meer leden na hun tweede termijn, dan kan de raad eventueel de tweede termijn van één van hen met maximaal een jaar verlengen. Het achtste lid regelt de procedure van herbenoeming. De bepaling over bezoldiging, in het negende lid, is uitvoeriger dan wat hierover in artikel 9 oud was bepaald. De leden van de RvT worden bezoldigd. De bezoldiging wordt door de RvT vastgesteld met inachtneming van de Code Goed Bestuur in het PO, en van de WNT. Bovendien moet die bezoldiging in verhouding zijn tot de taken en veantwoordelijkheden van de de leden van de RvT. In het tiende lid is de incompatibiliteitenregeling opgenomen, met inbegrip van datgene wat daaromtrent in de Code Goed Bestuur in het PO is geregeld.
Artikel 12 Schorsing, ontslag en defungeren raad van toezicht (artikel 11 oud) De bepaling over schorsing en ontslag van leden van de raad van toezicht uit artikel 11 oud is vervangen door een regeling die gelijk is aan die welke voor de bestuurder geldt (zie artikel 7). Artikel 13 Taken en bevoegdheden raad van toezicht (artikel 10 en 11 oud) De taken van de raad van toezicht zijn in de oude statuten alleen in zeer algemene termen omschreven (zie artikel 10, tweede en derde lid; artikel 11 eerste lid). Deze weinigzeggende bepalingen verdragen zich niet meer met de behoefte aan een duidelijke beschrijving op hoofdlijnen van de taken en bevoegdheden binnen de stichting. Daarin voorziet nu artikel 13. Artikel 10 oud is daarmee vervallen.
Artikel 14 Werkwijze raad van toezicht (artikel 12 oud) In dit artikel is de kern van de bepalingen uit artikel 12 oud overgenomen. De vergaderorde echter, waaraan artikel 12 oud veel ruimte geeft, wordt niet hier geregeld, maar in het vergaderreglement van de RvT (zesde lid). Dit artikel regelt wel, anders dan artikel 12 oud, hoe de besluitvorming verloopt als er sprake is van een met het stichtingsbelang mogelijk strijdig belang bij één van de leden van de raad (derde lid). Verder is in dit artikel vastgelegd dat de raad van toezicht zich door tenminste drie uit haar leden samengestelde raadscommissies laat adviseren (zevende en achtste lid). Artikel 15 Begroting (geen corresponderend artikel oud) Artikel 13 oud bevatte alleen een regeling omtrent de jaarstukken. De bepalingen over de begroting van de stichting waren opgenomen bij de taken en bevoegdheden van het college van bestuur (artikel 7 oud, derde lid). Een afdeling begroting en jaarrekening is daar een betere plaats voor. Daarom is in artikel 15 een beknopte regeling opgenomen voor de opstelling, goedkeuring en vaststelling van de stichtingsbegroting. Artikel 16 Jaarverslag en jaarrekening (artikel 13 oud) De inhoud van het in dit artikel bepaalde is grotendeels gelijk aan het bepaalde in artikel 13 oud. Omdat de jaarrekening is opgenomen in het jaarverslag, gelden de bepalingen van dit artikel ook voor het verslag.
De termijn voor het opstellen van jaarverslag en jaarrekening is teruggebracht tot vier maanden, om de gemeenteraad in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze te geven voordat het verslag en de jaarrekening worden vastgesteld. Die vaststelling moet op grond van de wet binnen zes maanden na aanvang van het kalenderjaar plaatsvinden. De termijn van vier maanden kan eenmalig door het college van bestuur vanwege bijzondere omstandigheden worden verlengd. Artikel 17 Vrijtekening en vrijwaring (artikel 17 oud) Dit artikel is goeddeels gelijk aan artikel 17 oud. Artikel 18 Statutenwijziging (artikel 18 oud) De enige inhoudelijke wijziging in dit artikel betreft de bepaling dat een statutenwijzing de goedkeuring behoeft van de raad van toezicht, en niet van de gemeenteraad, zoals artikel 17 oud nog bepaalde. De gemeenteraad moet wel instemmen met de statutenwijziging. Daartoe wordt het wijzigingsbesluit tezamen met de gewijzigde statuten, door het college van bestuur aan de gemeenteraad toegestuurd. Eerst na instemming kan de akte van wijziging door de notaris worden gepasseerd. Artikel 19 Ontbinding en vereffening (artikel 15 oud) De enige inhoudelijke wijziging in dit artikel is, dat de bepaling over de bevoegdheid van de gemeenteraad om de stichting te ontbinden (tweede lid artikel 15 oud) is geschrapt.
Deze bevoegdheid komt de gemeenteraad reeds toe op grond van de wet (artikel 48 lid 11 WPO), en niet krachtens deze statuten.
Artikel 20 Juridische fusie en juridische splitsing (artikel 16 oud) Geen wijzigingen.
Artikel 21 Overgangs- en slotbepalingen (artikel 18 oud) De bepalingen in de eerste twee leden van artikel 18 oud over de wijze van benoeming van de leden van de eerste raad van toezicht zijn geschrapt; ze zijn niet meer opportuun.
MK/21032023