BL 5. Archeologisch bureauonderzoek
Tekst van het document
Lelystad, Edelhertweg 15 (Gemeente Lelystad, FL)
Een Archeologisch Bureauonderzoek Steekproefrapport 2019-08/13
Lelystad, Edelhertweg 15 (Gemeente Lelystad, FL)
Een Archeologisch Bureauonderzoek Steekproefrapport 2019-08/13
Lelystad, Edelhertweg 15 (Gemeente Lelystad, FL) Een Archeologisch Bureauonderzoek Een onderzoek in opdracht van Raacc adviesbureau dhr. S. Elgersma
Steekproefrapport 2019-08/13 ISSN 1871-269X
Auteur: R. Rap MA Autorisatie dr. J. Jelsma, senior KNA-archeoloog/ prospector; actorregistratie 35453178
De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek geldt protocol 4002. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, augustus 2019 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau, Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn telefoon internet e-mail kvk
050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
Inhoud Samenvatting
Administratieve gegevens van het plangebied
1. Inleiding........................................................................................................................... 1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01).........................................................................1 • 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02).................................................................................2 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06).....................................................................................3 • 2.1 Bronnen................................................................................................................ 3 • 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)..........................................................................3 • 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04)....................................................................................5 • 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).......................................................................7 • 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)....................................................8 3. Conclusies en Advies........................................................................................................ 9
Gebruikte bronnen
Lijst van figuren en tabellen
Appendix I: Archeologische periodes
Samenvatting In opdracht van Raacc adviesbureau, vertegenwoordigd door de heer S. Elgersma, is een archeologisch onderzoek bureauonderzoek uitgevoerd voor een terrein aan de Edelhertweg 15 te Lelystad, gemeente Lelystad, provincie Flevoland. De aanleiding is de ontwikkeling van een zonnepark op de locatie. De maximale verstoringsdiepte is 1,40 meter onder maaiveld. Deze ingrepen betekenen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Op de gemeentelijke beleidskaart van de gemeente Lelystad heeft het plangebied een Hoge archeologische verwachtingswaarde (Born 2008). In het Bestemmingsplan BG_Lelystad is dit vertaald naar een dubbelbestemming: Waarde – Archeologie hoge verwachting. Dit houdt in dat bij ingrepen groter dan 100 vierkante meter of dieper dan 50 centimeter onder maaiveld archeologisch onderzoek plaats dient te vinden. Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Het plangebied heeft in de top van het dekzand, op circa 9,9 meter onder NAP (5,5 meter onder maaiveld), een hoge verwachting voor archeologische waarden uit de steentijd zoals jachtkampen of nederzettingen. Indicatoren hiervan kunnen bestaan uit houtskool, vuursteen en aardewerkscherven, maar ook sporen zoals haardkuilen of paalgaten.
Hoewel de diepte van de top van het dekzand bekend is uit omliggend onderzoeken en boringen uit het DINO-loket, is het onduidelijk of er sprake is van bodemvorming in de top. Daarom blijft de hoge verwachting staan. Daarnaast is er een lage verwachting voor scheeps- of vliegtuigwrakken of delen hiervan. De locaties van onbekende wrakken kunnen niet worden voorspeld, daarom geldt de verwachting voor heel Flevoland. Resten van scheeps- en vliegtuigwrakken kunnen worden verwacht vanaf het maaiveld. Aangezien op het terrein al een gebouw stond waarvoor graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, is de kans op intacte resten van scheepswrakken klein. Selectieadvies (KNA 4.1: VS07) door J. Jelsma (senior KNA-archeoloog/KNA-prospector) De top van het dekzand bevindt zich rond 5,5 meter onder maaiveld (9,9 meter onder NAP). Aangezien de voorgenomen bodemingrepen niet dieper reiken dan 1,40 meter onder maaiveld (circa 5,8 meter onder NAP) wordt dit archeologisch niveau niet bedreigd. Hoewel er een kans bestaat op het aantreffen van scheeps- of vliegtuigwrakken, of delen hiervan, is de verwachting hiervoor niet hoger dan elders in Flevoland. Veelal zijn dit toevalsvondsten, omdat ze met gebruikelijke archeologische opsporingstechnieken zoals booronderzoek moeilijk in kaart te brengen zijn.
Wij adviseren daarom het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ingrepen, zoals beschreven in paragraaf 1.1, en voor ingrepen tot een maximale diepte van 9,4 meter onder NAP. De gemeente Lelystad moet bepalen of ze dit advies al dan niet overneemt. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikelen 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Lelystad.
Administratieve gegevens van het plangebied Tabel 1: Lelystad, Edelhertweg 15: Administratieve gegevens Provincie
Flevoland
Gemeente
Lelystad
Plaats
Lelystad
Toponiem
Edelhertweg 15
Centrumcoördinaat
165.495 / 505.565
Kaartblad
20G
Oppervlakte
ca. 29 hectare
NAP-hoogte maaiveld
ca. 4,4 meter -NAP
Huidig grondgebruik
Bebouwd en beplant
Soort onderzoek
bureauonderzoek
Bestemmingsplan
BG_Lelystad, dubbelbestemming: Waarde – Archeologie hoge verwachting
Opdrachtgever
Raacc adviesbureau dhr. S Elgersma Ringlaan 9 6961 KJ Eerbeek
Uitvoerder
De Steekproef, R. Rap MA
Bevoegde overheid
Gemeente Lelystad
Steekproef projectcode
2019-08/13
Onderzoeksmeldingsnummer
4730540100
Datum veldwerk
n.v.t.
Maximale diepte onderzoek
n.v.t.
Beheer en plaats documentatie
De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01)
In opdracht van Raacc adviesbureau, vertegenwoordigd door de heer S. Elgersma, is een archeologisch onderzoek bureauonderzoek uitgevoerd voor een terrein aan de Edelhertweg 15 te Lelystad, gemeente Lelystad, provincie Flevoland. De aanleiding is de ontwikkeling van een zonnepark op de locatie. De panelen worden gebouwd op I-profielen van 14 bij 8 centimeter en worden tot maximaal 140 centimeter onder maaiveld ingegraven. Deze staan op een rij iedere 2 meter, tussen de rijen zit 3 meter. Daarnaast worden geulen van 60 centimeter diep gegraven ten behoeve van kabels aan het eind van de opstelling richting het trafohuis. Tenslotte zal de huidige bebouwing worden gesloopt (funderingen tot 1 meter diep) en een groot deel van de beplanting verwijderd. Deze ingrepen betekenen een bedreiging voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op de aanwezigheid van archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek. Bij het bureauonderzoek is een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied gemaakt aan de hand van beschikbare fysisch-geografische, archeologische en historisch-geografische informatie.
Figuur 1: Lelystad, Edelhertweg 15: Uitsnede van een topografische kaart (opentopo.nl).
1
1.2
Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02)
Het plangebied ligt ten noordoosten van Lelystad, buiten de bebouwde kom. Het betreft het terrein van een voormalig diergeneeskundig laboratorium. Met name in het midden van de kavel was ten tijde van het onderzoek grootschalige bebouwing aanwezig. Verder ligt er aan de noordzijde van het terrein een waterpartij en zijn overige delen bestraat of beplant (Figuur 2).
Figuur 2: Lelystad, Edelhertweg 15: Luchtfoto.
2
2.
Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)
2.1
Bronnen
Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Eén van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. 2.2
Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)
Voordat oostelijk Flevoland werd ingepolderd en voordat het overspoeld raakte door de Zuiderzee was het een droog dekzandgebied. Het dekzand is afgezet aan het eind van de laatste ijstijd (ca. 12.000 jaar geleden). In die tijd stond de zeespiegel dusdanig laag dat ook een groot deel van de Noordzee droog lag. In deze periode zijn dekzanden afgezet door de wind, waardoor hoger gelegen dekzandruggen en lager gelegen vlaktes ontstonden. Het dekzand lag aan het oppervlak tijdens het mesolithicum en neolithicum. In het grootste deel van het plangebied (zuid en oost) ligt de top van het pleistocene dekzand tussen de 12 en 10 meter onder NAP. In het noordwestelijk deel van het plangebied ligt het rond de 10 en 8 meter onder NAP.
Figuur 3: Lelystad, Edelhertweg 15: Uitsnede van de bodemkaart. Sn13A=kalkhoudende vlakvaaggronden; zwak en sterk lemig, kleiig, uiterst fijn zand; Mn25A=kalkrijke poldervaaggronden; zware zavel; Mn35A=kalkrijke poldervaaggronden; zware klei.
3
Op de paleogeografische reconstructies van Vos & De Vries (2013) is zichtbaar dat het plangebied rond 9000 vC aan een uitloper van een beekdal lag (Figuur 4). Op de reconstructie van 5500 vC is te zien dat het zuiden en oosten van het gebied overgroeid was met veen. Dit correspondeert met de diepere top van het pleistocene dekzand. In het noorden en westen ligt het dekzand dan nog aan het oppervlak. Vanaf het Holoceen werd het warmer en steeg de zeespiegel en de grondwaterspiegel. Door vernatting ontstond veengroei en raakte het dekzand steeds verder overgroeid. Een deel van Flevoland was nog lange tijd een kweldergebied (Figuur 4: 3850 vC). De zeespiegel steeg steeds verder tot uiteindelijk grote delen van Flevoland onder water stonden en er een verbinding kwam met de zee (Zuiderzee). Op de geomorfologische kaart (niet afgebeeld) ligt het plangebied dan ook op een vlakte van getij-afzettingen (code 2M72). Op de bodemkaart (Figuur 3) ligt het plangebied in een zone met kalkrijke poldervaaggronden bestaande uit zware zavel. Bij het DINO-loket zijn tien boringen bekend in het plangebied. In deze boringen bestaat de bovenlaag uit klei. Veen of gyttja begint op 2,3 tot 3,1 meter onder maaiveld. De top van het dekzand varieert in de boringen van 5,4 tot 6,15 meter onder maaiveld. Dit komt overeen met de resultaten op de pleistocene zanddieptekaart.
Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 2 ligt het plangebied circa 4,4 meter onder NAP en is het redelijk vlak. Het gebied ligt in een zone met grondwatertrap VI, met een hoogste stand van 40-80 centimeter onder maaiveld en een laagste stand van meer dan 120 centimeter onder maaiveld.
Figuur 4: Lelystad, Edelhertweg 15: Paleogeografische reconstructies van Vos & De Vries (2013). 4
Ten oosten van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd voor de opwaardering van hoogspanningsmasten (Beckers et al. 2017; zaaknummer 4002463100). Drie van deze locaties grenzen aan het plangebied. Er werd tot 2,5 meter onder maaiveld geboord. Daarbinnen werd de top van het dekzand niet aangeboord. Vanaf het maaiveld bestond de bodem uit een bouwvoor van 15-50 centimeter dik. Daaronder was een sterk siltige, kalkrijke kleilaag aanwezig met zandlagen. Deze werd gevolgd door een gereduceerde zandige klei met humeuze laagjes. Hieronder was een humusrijke laag aanwezig met kleibandjes met daaronder veen. Ongeveer 900 meter ten oosten van het plangebied zijn tevens meerdere booronderzoeken uitgevoerd (Louwe & Van Munster 2013; Vissinga & Weerheijm 2016; Weerheijm & Van der Klooster 2017) . Deze laten allemaal een vergelijkbaar beeld zien: op ruim 9 meter onder NAP is de top van het dekzand aangetroffen waarin minimale bodemvorming is opgetreden. Hierop heeft zich veen gevormd met daarop een dun pakket komafzettingen met nauwelijks bodemvorming. Gezien relatief lage en natte ligging van de komafzetting heeft deze bodemlaag een zeer lage verwachting voor het aantreffen van archeologische resten. Daarboven is een laag veen aangetroffen met dik pakket gyttja erboven. Dit is afgedekt door een kleiige bouwvoor. 2.3
Archeologie (KNA 4.1: LS04)
In het plangebied zijn geen vastgestelde archeologische waarden bekend. Tegen de noorden oostgrens van het plangebied zijn archeologische onderzoeken bekend (Figuur 5; noord: zaaknummer 4673403100; oost: 3973086100 en 4002463100). Het onderzoek ten oosten van het plangebied betreft een bureau- en booronderzoek (Fens & Tolsma 2017; Beckers et al. 2017). De uitgebreide bodemopbouw is besproken in paragraaf 2.2. Op basis van de resultaten van het booronderzoek werd het deel ten oosten van het plangebied vrijgegeven. Het onderzoek ten noorden van het plangebied was een bureauonderzoek, ook hier werd de kavel vrijgegeven (Satijn & Van Puijenbroek 2019). Op 900 meter ten oosten van het plangebied zijn meerdere booronderzoeken op dezelfde kavel uitgevoerd (Louwe & Van Munster 2013; Vissinga & Weerheijm 2016; Weerheijm & Van der Klooster 2017). Ook hiervan is de uitgebreide bodemopbouw in paragraaf 2.2 besproken. De bodemopbouw duidt hier op een kleine kans op archeologische resten. Behalve vondsten uit de steentijd op de top van het dekzand en op eventuele kreekruggen, is er in heel Flevoland een verwachting voor scheepswrakken en vliegtuigwrakken. Circa 1100 meter ten noordwesten van het plangebied zijn de resten gevonden van een scheepswrak.
5
Figuur 5: Lelystad, Edelhertweg 15: Archeologische kaart van de omgeving van het plangebied (ARCHIS 3).
Tabel 2:
Lelystad, Edelhertweg 15: Archeologische waarden rondom het plangebied volgens ARCHIS 3. In de tabel staan terreinen van archeologische waarde en vondsten zoals weergegeven in Figuur 5.
Zaaknummer
Omschrijving
Datering
Referentie
paleolithicum – nieuwe tijd
Archis 3
onderzoeken 2120614100
Geen rapport beschikbaar
2132181100
Twee boorprojecten in het tracé van de N53 ter hoogte van Swifterbant. Hierbij werden in de top van het pleistocene dekzand vondsten gedaan.
2406212100
Booronderzoek: de top van het dekzand bevond zich op 9 meter onder NAP. Hierop werd veen aangetroffen met daarboven komafzetting van klei. Gezien de relatief lage en natte ligging van de komafzetting heeft deze bodemlaag een zeer lage verwachting voor archeologische resten.
Louwe & Van Munster 2013
3973086100
Bureauonderzoek voorafgaand aan zaaknummer 4002463100.
Fens & Tolsma 2017
6
3981786100
Registratie niet-rapportplichtige onderzoeksmelding
4002463100
Booronderzoek: In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren, oeverafzettingen of archeologisch relevante lagen aangetroffen, afgezien van de Zuiderzeelaag en Almerelaag, waarin zich resten van scheepswrakken kunnen bevinden.
Beckers et al. 2017
4004520100
Booronderzoek op hetzelfde terrein als zaaknummer 2406212100. Resultaten zijn vergelijkbaar.
Vissinga & Weerheijm 2016
4036970100
Booronderzoek op hetzelfde terrein als zaaknummer 2406212100. Resultaten zijn vergelijkbaar.
Weerheijm & Van der Klooster 2017
4673403100
Bureauonderzoek: vanwege de grote diepte van het pleistoceen dekzand is de bovenste 4,5 meter onder maaiveld vrijgegeven.
Satijn & Van Puijenbroek 2019
4684696100
Onderzoek nog niet gerapporteerd
4719330100
Onderzoek nog niet gerapporteerd
vondsten 3064646100
2.4
Bij een verkenning in 1963 aangetroffen resten van een schip. De locatie is bij benadering. Vermoedelijk gaat het om een Vissersschip dat gezien de verspreide ligging van het hout niet compleet is. Een gedeelte van een bundeken en van een neergeslagen boord werden waargenomen.
nieuwe tijd
Archis 3
Historische geografie (KNA 4.1: LS03)
Gedurende de gehele historische periode lag ter plaatse van Flevoland de Zuiderzee. Op de Zuiderzee zijn talrijke schepen gezonken waarvan er veel na inpoldering zijn geïnventariseerd. Van veel wrakken is de exacte locatie echter niet bekend en er is waarschijnlijk nog een groot aantal wrakken dat nooit is gekarteerd. Ook is de kans op de aanwezigheid van vliegtuigwrakken aanwezig, omdat over de Zuiderzee tijdens de Tweede Wereldoorlog een veelgebruikte aanvliegroute lag. Er is geen verwachting voor de locaties van te vinden vliegtuigwrakken gemaakt, omdat het toevalsvondsten zijn Het droogmaken van oostelijk Flevoland geschiede tussen 1950 en 1957. Daarna werd het grotendeels in gebruik genomen als landbouwgrond en werden enkele steden aangelegd, zo ook Lelystad. Op de topografische kaart uit 1966 staat het gebied nog als “in verkaveling” weergegeven (Figuur 6). Het gebied werd toen nog niet bewoond. Op de kaart uit 1977 zijn in de noordoosthoek van het plangebied enkele gebouwen van de “Afdeling Parasitologie” weergegeven. Verder was de structuur van het gebied toen gelijk als de huidige structuur. De gebouwen van Parasitologie zijn later opgenomen in het Diergeneeskundig laboratorium.
7
Figuur 6: Lelystad, Edelhertweg 15: Uitsneden van historische topografische kaarten uit 1966 en 1973 (topotijdreis.nl).
2.5
Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)
Op de gemeentelijke beleidskaart van de gemeente Lelystad heeft het plangebied een Hoge archeologische verwachtingswaarde (Born 2008). In het Bestemmingsplan BG_Lelystad is dit vertaald naar een dubbelbestemming: Waarde – Archeologie hoge verwachting. Dit houdt in dat bij ingrepen groter dan 100 vierkante meter of dieper dan 50 centimeter onder maaiveld archeologisch onderzoek plaats dient te vinden. In het plangebied zijn twee relevante archeologische niveaus. Op grote diepte is dat de top van het dekzand. Hier worden archeologische waarden verwacht uit het mesolithicum en neolithicum. Archeologische indicatoren hiervoor kunnen bestaan uit houtskool, vuursteen en aardewerkscherven. Ook kunnen grondsporen aanwezig zijn zoals paalgaten en haardkuilen. Uit voorgaand booronderzoek is gebleken dat de top van het dekzand ongeveer 5,5 meter onder maaiveld ligt (10 meter onder NAP). Vanaf de bronstijd tot de nieuwe tijd was het gebied te nat voor bewoning. In de middeleeuwen en nieuwe tijd veranderde het gebied in een druk bevaren zee. Hierdoor is de kans op de aanwezigheid van scheepswrakken groot. Resten hiervan kunnen aanwezig zijn vanaf het maaiveld. De huidige bebouwing en beplanting kan eventuele archeologische resten hebben aangetast. Tabel 3: Lelystad, Edelhertweg 15: Specificatie archeologische verwachting. datering:
steentijd
middeleeuwen – nieuwe tijd
complextype:
nederzetting
scheepswrak, vliegtuigwrak
omvang:
vanaf enkele meters
enkele tientallen meters
diepteligging:
top van het dekzand
vanaf maaiveld
gaafheid en conservering:
onbekend
onbekend
locatie:
hele terrein
hele terrein
uiterlijke kenmerken:
vuursteen, aardewerk, houtskool
hout, metaal
mogelijke verstoringen:
onbekend
bebouwing en beplanting 8
3.
Conclusies en Advies
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Het plangebied heeft in de top van het dekzand, op circa 9,9 meter onder NAP (5,5 meter onder maaiveld), een hoge verwachting voor archeologische waarden uit de steentijd zoals jachtkampen of nederzettingen. Indicatoren hiervan kunnen bestaan uit houtskool, vuursteen en aardewerkscherven, maar ook sporen zoals haardkuilen of paalgaten. Hoewel de diepte van de top van het dekzand bekend is uit omliggend onderzoeken en boringen uit het DINO-loket, is het onduidelijk of er sprake is van bodemvorming in de top. Daarom blijft de hoge verwachting staan. Daarnaast is er een lage verwachting voor scheeps- of vliegtuigwrakken of delen hiervan. De locaties van onbekende wrakken kunnen niet worden voorspeld, daarom geldt de verwachting voor heel Flevoland. Resten van scheeps- en vliegtuigwrakken kunnen worden verwacht vanaf het maaiveld. Aangezien op het terrein al een gebouw stond waarvoor graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, is de kans op intacte resten van scheepswrakken klein. Selectieadvies (KNA 4.1: VS07) door J. Jelsma (senior KNA-archeoloog/KNA-prospector) De top van het dekzand bevindt zich rond 5,5 meter onder maaiveld (9,9 meter onder NAP). Aangezien de voorgenomen bodemingrepen niet dieper reiken dan 1,40 meter onder maaiveld (circa 5,8 meter onder NAP) wordt dit archeologisch niveau niet bedreigd.
Hoewel er een kans bestaat op het aantreffen van scheeps- of vliegtuigwrakken, of delen hiervan, is de verwachting hiervoor niet hoger dan elders in Flevoland. Veelal zijn dit toevalsvondsten, omdat ze met gebruikelijke archeologische opsporingstechnieken zoals booronderzoek moeilijk in kaart te brengen zijn. Wij adviseren daarom het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ingrepen, zoals beschreven in paragraaf 1.1, en voor ingrepen tot een maximale diepte van 9,4 meter onder NAP. De gemeente Lelystad moet bepalen of ze dit advies al dan niet overneemt. In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikelen 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Lelystad.
9
Gebruikte bronnen Literatuur Beckers, I.S.J., Tolsma, J. & R. Fens. 2017. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen: Opwaardering 380kV verbinding Diemen-Lelystad (DIM-LLS380). Gemeente Lelystad. Antea Group Archeologie 2016/81. Heerenveen: Antea Group. Born, S. 2008. Archeologische Monumentenzorg in Lelystad. Fens, L. & J. Tolsma. 2017. Archeologisch bureauonderzoek Opwaardering 380kV verbinding Diemen-Lelystad (DIM-LLS380). Gemeente Lelystad (definitief revisie 03). Antea Group Archeologie 2015/131. Heerenveen: Antea Group. Louwe, E. & B. van Munster. 2013. Aanleg kapschuur Edelhertweg 1 in Lelystad, gemeente Lelystad. Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Rapportnummer V1102. Amersfoort: Vestigia BV. Satijn, O.P.N. & F.P.J. van Puijenbroek. 2019. Archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging aan de Edelhertweg te Lelystad, gemeente Lelystad. Ruimtelijk advies op basis van archeologisch bureauonderzoek. Rapportnummer V1766. Amersfoort: Vestigia BV. Vissinga, A. & W.J. Weerheijm. 2016. Aanvullend archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de aanleg van twee overkappingen aan de Edelhertweg 1 te Lelystad, gemeente Lelystad. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek. Rapportnummer V1397. Amersfoort: Vestigia BV. Vos, P. & S. de Vries, 2013.
Paleogeografische Kaarten van Nederland, tweede generatie (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 11 april 2014 gedownload van www.archeologieinnederland.nl. Weerheijm, W.J. & E. van der Klooster. 2017. Aanvullend archeologisch vooronderzoek ten behoeve van de aanleg van drie overkappingen aan de Edelhertweg 1 te Lelystad, gemeente Lelystad. Ruimtelijk advies op basis van inventariserend veldonderzoek. Rapportnummer V1467. Amersfoort: Vestigia BV.
Internet AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geoinformatie en ICT. ARCHIS 3. www.test.zoeken.cultureelerfgoed.nl Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. www.hisgis.nl www.maps.bodemdata.nl www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl
Lijst van figuren en tabellen Figuren 1
Topografische kaart
2
Luchtfoto
3
Paleogeografische reconstructies
4
Uitsnede van de bodemkaart
5
Archeologische waarden in de omgeving
6
Uitsnede van de topografische kaarten uit 196 en 1973
Tabellen 1
Administratieve gegevens
2
Specificatie archeologische verwachting
Appendix I: Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:
tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC
mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:
8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC
neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:
5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC
bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC
pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden
vC nC BP
= = =
voor Christus na Christus before present; present = 1950
ijzertijd: ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:
800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC
romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:
12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC
middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:
450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC
nieuwe tijd: nieuwe tijd A: nieuwe tijd B: nieuwe tijd C:
1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden
Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.
Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.
Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.