BL 334. INFO Opvolging Motie Doorschuifbudgetten dd. 27 juni 2023
Tekst van het document
INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD Nummer: 334
Portefeuillehouder: Portefeuille: Programma: Taakveld:
D.A. Grimbergen Financiën
Datum:
21 november 2023
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
Onderwerp: Opvolging Motie Doorschuifbudgetten d.d. 27 juni 2023. DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: De uitvoering die het college geeft aan de Motie doorschuifbudgetten van 27 juni 2023. INLEIDING Op basis van deze motie zijn in samenspraak met de Commissie van de Rekening een aantal nieuwe spelregels geformuleerd die met ingang van de decembernotitie 2023, worden toegepast. Het doel van deze nieuwe spelregels is een betere prognose te maken van de realisatie en inzicht te geven in het verloop van de budgetten. De decembernotitie heeft 4 verschillende categorieën. Categorie 1 betreft volumewijzigingen van de begroting. Categorie 2 zijn incidentele budgetten die nog niet of niet volledig zijn ingezet. Categorie 3 zijn budget neutrale verschuivingen tussen taakvelden. Categorie 4 zijn overige wijzigingen, de zgn. reparatiewijzigingen. KERNBOODSCHAP Om uitvoering te geven aan de motie zijn bij de decembernotitie een aantal aanvullende spelregels geformuleerd, die vooraf zijn afgestemd met de Commissie. Deze spelregels zijn aanvullend op de door de raad vastgestelde spelregels in de financiële verordening 2019. De financiële verordening wordt in 2024 geactualiseerd. Aanvullende Spelregels: • In de bijlage van de Decembernotitie worden voortaan subtotalen per categorie gepresenteerd.
• Vanaf de begroting 2025 worden de incidentele budgetten in de fasen van uitvoering meerjarig in de begroting op genomen (niet alles in het eerste begrotingsjaar). Prognoses per kwartaal zijn erg arbeidsintensief om te monitoren daarom is gekozen voor de invalshoek van maximaal 3 jaar in de begroting. Dit omdat in de praktijk de gemiddelde doorlooptijd van volledige besteding van een incidenteel budget 3 jaar kent. Vaak is afstemming met externen en of bewoners een belangrijke factor die van invloed is op het bestedingsritme. Over het algemeen zijn het vooral ambtelijke uren (10%) in het eerste jaar en de grootste uitgaven vallen in het 2e jaar(30%) en 3e jaar (60%). In sommige gevallen heeft de raad al eerder een andere bestedingsperiode toegekend. Dan wordt de 3 jaar bestedingsperiode niet standaard gehanteerd.
• • •
•
•
De incidentele budgetten vóór de begroting 2024 worden maximaal 3 jaar doorgeschoven, tenzij er reeds een andere uitvoeringsperiode is vastgesteld. Doorschuiven binnen de (vastgestelde) uitvoeringsperiode wordt geclusterd aan de raad in het voorstel aangeboden. Doorschuifbudgetten die na het laatste jaar niet of niet volledig zijn besteed, worden separaat aan de raad voorgelegd. Dan kan de raad beslissen om het project te staken en zo geld vrij te maken voor nieuwe initiatieven (bij de eerst volgende kadernota of begroting). Ten aanzien van categorie 3, de verschuivingen tussen taakvelden. Deze verschuivingen zijn van technische aard en soms door de wetgever geïnitieerd, maar soms ook als gevolg van een nieuw zwaartepunt van een uitvoeringstaak in een ander taakveld. Dat kan betrekking hebben op ambtelijke inzet of kosten. Versnippering van budgetten over verschillende taakvelden maakt sturing onoverzichtelijk en daarom wordt een wijziging voorgesteld. Deze wijziging past meer bij het actualiseren van de begroting en zal, voor zover dit al voor het opstellen van de programmabegroting bekend is, hierin als technische wijziging meegenomen. Wat ná de begroting bekend is wordt meegenomen in de decembernotie. Hiermee wordt het aantal wijzigingen in de decembernotitie teruggedrongen. Clusteren van categorie 1 tot één beslispunt en categorie 3 tot 1 beslispunt.
Hierdoor wordt decembernotitie compacter. De onderliggende wijzigingen worden wel allemaal benoemd zodat de raad inzicht blijft houden in de activiteiten die hieronder liggen.
Overige aandachtspunten: • Dat er meer doorschuifbudgetten zijn dat voorgaande jaren is inherent aan de systematiek dat alle incidentele budgetten via een reserve worden gedekt. Daarnaast komt het steeds vaker voor dat het Rijk gedurende het begrotingsjaar incidentele middelen beschikbaar stelt. • Middelen van het Rijk met een bestedingsverplichting moeten altijd worden doorgeschoven (technisch besluit). VERVOLG De maatregelen zijn reeds verwerkt in de Decembernotitie 2023 en zullen bij het actualiseren van de financiële verordening 2024 ook worden meegenomen. Bijlagen Decembernotitie 2023 Bijlage Decembernotitie 2023 op taakveldniveau