CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL 3. Uitbreiding Flevokust Haven Zuid_vastgesteld_1_Toelichting

Raadsvergadering 17 oktober 2023, gemeente LelystadBij agendapunt: 247. Bestemmingsplan Uitbreiding Flevokust Haven Zuid24.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Uitbreiding Flevokust Haven Zuid

Vastgesteld

Uitbreiding Flevokust Haven Zuid

Lelystad

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0995.BP00100-VG01

01-02-2023 09-02-2023 07-06-2023

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

20221479 opdrachtleider:

blz. 2

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

Aanleiding en doel Ligging en begrenzing Planologische regelingen onderzoeksgebied Leeswijzer

7 7 9 14

Bestaande en gewenste situatie

15

Bestaande situatie Gewenste situatie

15 16

Beleid

21

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

21 27 30 32

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

41

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Verkeer en parkeren Milieuzonering Geluid Geur Bodem Conventionele explosieven Archeologie Cultuurhistorie Luchtkwaliteit Externe veiligheid Kabels, leidingen en zoneringen Ecologie Water M.e.r.-beoordeling

41 44 46 48 50 52 54 54 56 59 62 62 71 81

Juridische regeling

85

Algemeen Toelichting op de bestemmingen Algemene regels Overgangs- en slotregels

85 85 87 88

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

89

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

91

Grondexploitatie Financiële haalbaarheid

91 91

1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4

7.1 7.2

(vastgesteld)

blz. 3

(vastgesteld)

blz. 4

(vastgesteld)

blz. 5

Toelichting

(vastgesteld)

blz. 6

(vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De gemeente Lelystad is voornemens om het regionale bedrijventerrein Flevokust uit te breiden. De grond is in eigendom van de gemeente en grofweg kan hier voor 55 ha netto aan bedrijfskavels worden uitgegeven. De uitbreiding is noodzakelijk om te kunnen voorzien in de regionale behoefte aan XXL-kavels. Op de toekomstige bedrijfskavels zijn havengebonden (o.a. logistieke) bedrijvigheid tot een milieucategorie 3.2 toegestaan.

Met het voorliggend bestemmingsplan wordt de openbare ruimte en één XXL-kavel voor de uitbreiding van het bedrijventerrein bestemd. In de toelichting van het voorliggend bestemmingsplan wordt ingegaan op de gehele uitbreiding, inclusief alle benodigde milieu- en omgevingsaspecten. Hiermee wordt inzicht gegeven in de totale eindsituatie van de uitbreiding. Eén individueel bedrijf doorloopt een eigen ruimtelijke procedure.

1.2

Ligging en begrenzing

In de voorliggende toelichting van het bestemmingsplan worden twee gebieden van elkaar onderscheiden, namelijk het onderzoeksgebied en het plangebied. Hieronder wordt op elk gebied afzonderlijk ingegaan. 1.2.1 Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied bestaat uit de gebieden waar ontwikkelingen plaatsvinden en waarvan milieueffecten te verwachten zijn. In afbeelding 1.1 is de begrenzing van het onderzoeksgebied weergegeven. In afbeelding 1.1 worden drie gebieden van elkaar onderscheiden. Het eerste gebied betreft de openbare ruimte (oranje gebied), het tweede gebied de kavel Zuidwest (groene gebied) en het derde gebied de kavel Zuidoost (blauwe gebied). Voor de kavel Zuidwest (groene gebied) wordt een separate procedure gevolgd.

(vastgesteld)

blz. 8

Afbeelding 1.1 Overzicht onderzoeksgebied 1.2.2 Plangebied Het plangebied is de begrenzing van de verbeelding en planregels om de openbare ruimte en één bedrijfskavel binnen de uitbreiding van het bedrijventerrein te bestemmen (zie afbeelding 1.2). Voor dit gebied wordt onderhavig bestemmingsplan opgesteld. De locatie Karperweg 8 en orgaworld zijn buiten het plangebied gelaten, aangezien deze locaties al zijn voorzien van een actueel juridisch-planologisch kader.

(vastgesteld)

blz. 9

Afbeelding 1.2 Overzicht plangebied

1.3

Planologische regelingen onderzoeksgebied

1.3.1 Geldende bestemmingsplannen onderzoeksgebied Binnen het onderzoeksgebied gelden verschillende planologische regelingen. In tabel 1.1 en in afbeelding 1.3 zijn de verschillende bestemmingsplannen weergegeven. De nummering in de tabel correspondeert met de afbeelding. Waarbij opgemerkt wordt dat nummer 5 (gedeeltelijk), 7, 8 en 9 over het gehele onderzoeksgebied ligt.

Nr. Bestemmingsplan

Status

1

Vastgesteld, 27 december 1979

Landelijk gebied Lelystad gedeelte Oostelijk Flevoland

(vastgesteld)

Bestemmingen onderzoeksgebied Viskwekerij

blz. 10

2

BG_Lelystad

Vastgesteld, 16 februari 2010

3

Lelystad - bedrijfslocatie Karperweg 8 Stadsrandgebied

Vastgesteld, 5 maart 2013 Vastgesteld, 28 mei 2013

4

5 6

7

8

9

Partiële herziening Flevokust - Vastgesteld, Geluidzone te Lelystad 17 december 2014 Lelystad Flevokust – Vastgesteld, Binnendijks 12 april 2016

Enkelbestemming 'Natuur' Enkelbestemming 'Verkeer' Functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - categorie 4' Gebiedsaanduiding 'geluidzone industrie' - Enkelbestemming 'Bedrijventerrein' - Enkelbestemming 'Groen' - Gebiedsaanduiding 'geluidzone spoor' - Gebiedsaanduiding 'wro-zone verbod houden evenhoevigen' - Gebiedsaanduiding 'geluidzone industrie' - Enkelbestemming 'Agrarisch' - Gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - dijk' - Gebiedsaanduiding 'wetgevingszone – wijzigingsgebied' Gebiedsaanduiding 'vrijwaringzone – luchtvaart 3'

Lelystad – Ontwerp, Luchthavencontouren (geen 18 mei 2017 vigerend bestemmingsplan). Wel wordt er rekening gehouden met het vigerend Luchthavenbesluit en met het ontwerp - Luchthavenbesluit Beschermingszone Centraal Vastgesteld, Gebiedsaanduiding Veterinair Instituut (WBVR/CVI) 11 september 2018 'vrijwaringszone – verbod houden van evenhoevigen en/of pluimvee' Parapluplan Algemene regels Vastgesteld, Gebiedsaanduiding 'overige zone tankstations Lelystad 26 januari 2021 – Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad'

Tabel 1.1 Overzicht geldende bestemmingsplannen, status en bestemmingen in het onderzoeksgebied

(vastgesteld)

blz. 11

Afbeelding 1.3 Geldende bestemmingsplannen in het onderzoeksgebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking Rho) 1.3.2 Beschrijving bestemmingen onderzoeksgebied 1. Landelijk gebied Lelystad gedeelte Oostelijk Flevoland In het onderzoeksgebied zijn de gronden binnen het vigerende bestemmingsplan 'Landelijk gebied Lelystad gedeelte Oostelijk Flevoland' voornamelijk bestemd als 'Viskwekerij'. De gronden met de bestemming 'Viskwekerij' zijn bestemd voor het kweken van vis in vijvers met de daarbij behorende gebouwen, dienstwoningen, bijgebouwen, andere bouwwerken ten dienste van deze bestemming.

2. BG_Lelystad In het onderzoeksgebied zijn de gronden binnen het vigerende bestemmingsplan 'BG_Lelystad' bestemd voor 'Verkeer' met een gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - categorie 4' en de bestemming 'Natuur'. Binnen de 'Verkeer' en 'Natuur'

(vastgesteld)

blz. 12

bestemming is daarnaast een gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' opgenomen. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeersdoeleinden waarbij ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - categorie 4' erftoegangswegen, met ten hoogste twee rijstroken, met bijbehorende fiets- en voetpaden, bermen en bermsloten zijn toegestaan. De bestemming 'Natuur' zijn de gebieden waar het behoud en bescherming van de aanwezige natuurwetenschappelijke waarden specifiek voorop staat. Ter plaatse van de aanduiding "geluidzone - industrie" ligt de zone waarbuiten de geluidsbelasting de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan. Onverminderd het in deze regels met betrekking tot het bouwen bepaalde, mogen op en in gronden die liggen ter plaatse van de aanduiding "geluidzone - industrie" geen nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden gebouwd.

3. Lelystad - bedrijfslocatie Karperweg 8 In het onderzoeksgebied zijn de gronden binnen het vigerende bestemmingsplan 'Lelystad - bedrijfslocatie Karperweg 8' bestemd als 'Bedrijventerrein'. Ter plaatse zijn alleen bedrijfsgebouwen voor bedrijven van milieucategorie 4 en 5, welke genoemd worden in bijlage 1 van het bestemmingsplan, toegestaan. De maximale bouwhoogte bedraagt 15 meter voor de gebouwen, waarbij één gebouw maximaal 40 meter met een oppervlakte van 500 m2 mag bedragen. Tenslotte gelden er specifieke parkeernormen welke in bijlage 2 van het bestemmingsplan Lelystad - bedrijfslocatie Karperweg 8 zijn opgenomen.

4. Stadsrandzone In het onderzoeksgebied zijn de gronden binnen het vigerende bestemmingsplan 'Stadsrandzone' bestemd als 'Groen' met daarbij de gebiedsaanduidingen 'geluidzone spoor' en 'wro-zone - verbod houden evenhoevigen'. De bestemming Groen heeft betrekking op de structurele groenelementen in het gebied. De gronden en gebouwen gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Wro-zone - verbod houden evenhoevigen' mogen niet worden gebruikt voor het houden van evenhoevigen. Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - spoor' ligt de zone waar buiten de geluidsbelasting de waarde van 48 dB(A) niet te boven mag gaan. In deze zone mogen alleen (bedrijfs)woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen gebouwd worden wanneer zij zijn voorzien van een 'dove gevel', danwel als er een hogere waarde is verleend bij vaststelling van het plan of aangetoond wordt dat aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan.

5. Partiële herziening Flevokust - Geluidzone te Lelystad Over het onderzoeksgebied ligt gedeeltelijk de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie'. De geluidzone is in een provinciaal inpassingsplan vastgelegd. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding geldt dat voor het bouwen van gebouwen een op grond van de andere daar voorkomende bestemming(en) toelaatbaar geluidsgevoelig object, of de uitbreiding daarvan, mag slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege de industrieterreinen Flevokust en de Maximacentrale en onderstation van de gevels van dit geluidsgevoelige object niet hoger zal zijn dan de voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde.

(vastgesteld)

blz. 13

6. Lelystad Flevokust – Binnendijks Binnen het onderzoeksgebied ligt een strook van het bestaande bedrijventerrein Flevokust. Dit is vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan 'Lelystad Flevokust – Binnendijks' welke is vastgesteld op 12 april 2016. Binnen het bestemmingsplan zijn de gronden in het onderzoeksgebied bestemd als 'Agrarisch'. Daarnaast is in het onderzoeksgebied de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied' en 'vrijwaringszone - dijk' opgenomen. De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische bedrijvigheid in de vorm van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Maar ook voor: instandhouding van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschapswaarden; instandhouding van het aanwezige cultuurhistorisch waardevolle verkavelingspatroon; extensieve openluchtrecreatie; fiets-, wandel- en kavelpaden; ontsluitingswegen ten behoeve van het bedrijventerrein; sloten, oevers, taluds en andere watergangen. Het onderzoeksgebied valt verder in de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone – wijzigingsgebied'. In dit wijzigingsgebied kunnen burgemeester en wethouders de bestemming 'Agrarisch' wijzigen in de bestemming 'Bedrijventerrein' als aan bepaalde voorwaarde voldaan wordt.

7. Lelystad - Luchthavencontouren Het ontwerpbestemmingsplan 'Lelystad Luchthavencontouren' legt de luchthavencontouren uit het luchthavenindelingsbesluit Lelystad planologisch vast. Omdat het een ontwerp-bestemmingsplan is, zijn de regels (nog) niet van toepassing. Wel wordt alvast rekening gehouden met deze regels, conform het vigerende luchthavenbesluit (2015) en het ontwerp-luchthavenbesluit (2018) mocht dit bestemmingsplan in werking treden. Het gehele onderzoeksgebied valt onder de gebiedsaanduiding 'vrijwaringzone – luchtvaart 3'. De voor 'vrijwaringszone - Luchtvaart 3' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een noodgebied (outer horizontaal surface) voor de bereikbaarheid van het vliegveld. Er mag hier niet hoger gebouwd worden dan 146,3 meter ten opzichte van het NAP.

8. Beschermingszone Centraal Veterinair Instituut (WBVR/CVI) Het bestemmingsplan 'Beschermingszone Centraal Veterinair Instituut (WBVR/CVI)' betreft een beschermingszone van 3 kilometer rondom het instituut Wageningen Bioveterinary Research waarbinnen het verboden is om evenhoevigen en/of pluimvee te houden.

9. Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad Het bestemmingsplan 'Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad' voorziet in een algemene regel met een verbod op nieuwe tankstations in het onderzoeksgebied.

(vastgesteld)

blz. 14

1.3.3 Verleende uitgebreide omgevingsvergunningen Binnen het onderzoeksgebied zijn daarnaast twee ontwikkelingen met een uitgebreide omgevingsvergunning mogelijk gemaakt door af te wijken van het bestemmingsplan. Deze zijn opgenomen in tabel 1.2

Omgevingsvergunninge n OrgaWorld

Zonnepark IJsselmeerdijk

Tabel 1.2 Overzicht onderzoeksgebied

1.4

Status

Vergunde situatie

Vastgesteld, Onbepaalde tijd. 17 juli 2014 • Realisatie van een installatie voor de opwerking van biogas tot groengas en levering aan het aardgasnet; • Plaatsing van een vijftal opslagtanks ten behoeve van opslag van organische reststromen afkomstig van de uitpaklijn; • Plaatsing van een expansievat ten behoeve van een gelijkmatige toevoer van biogas naar de gasmotoren; • Ombouw van de beluchte vloer naar een vijfde composteertunnel; • Realisatie van een “uitpaklijn” (inpandig); • 10.000 ton/jaar extra verwerkingscapaciteit; • Aanpassing van bedrijfstijden; • Aanpassing van het acceptatie- en verwerkingsbeleid. Vastgesteld, Tijdelijk tot 2049 voor een zonnepark met 2 november bijhorende bouwwerken. 2019

verleende

uitgebreide

omgevingsvergunningen

in

het

Leeswijzer

In het voorliggend bestemmingsplan is eerst kort ingegaan op het plan, de begrenzing en de planologisch-juridisch kader. Hoofdstuk 2 wordt de bestaande situatie en de gewenste situatie besproken. Dit wordt opgevolgd door de analyse van relevante beleidsdocumenten in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 wordt gekeken naar de milieu- en omgevingsaspecten voor het onderzoeksgebied. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de juridische toelichting van het bestemmingsplan. Waarna in hoofdstuk 6 ingegaan wordt op de maatschappelijke uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 de economische uitvoering van het plan.

(vastgesteld)

blz. 15

Hoofdstuk 2

Bestaande en gewenste situatie

Het hoofdstuk richt zich op de ontwikkelingsmogelijkheden die geboden worden binnen het onderzoeksgebied.

2.1

Bestaande situatie

Binnen het onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is op te delen in verschillende gebieden met activiteiten. In het noorden van het onderzoeksgebied worden de kavels op het bestaande bedrijventerrein Flevokust bouwrijp gemaakt. Aan de noordoostkant van het onderzoeksgebied bevindt zich een zonnepark. Ook op de dijk aan de noord westkant van het onderzoeksgebied is een zonnepark gelegen. Een deel van de gronden zijn vooralsnog ingericht als agrarische gronden. Daarnaast zijn gronden ingericht voor een voormalige viskwekerij met o.a. betonnen bakken. De viskwekerij is al lang geleden ter plaatse beëindigd, maar de infrastructuur is nog aanwezig.

Wegen- en waterstructuur Rondom het onderzoeksgebied liggen de watergangen Forellentocht en de Karpertocht. De Forellentocht en de Karpertocht zorgen samen voor een belangrijk deel van de afwatering van het onderzoeksgebied. Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich verschillende wegen. Daarnaast kent het bedrijventerrein twee in- en uitritten. Het bedrijventerrein is ontsloten via de IJsselmeerdijk op de provinciale Houtribweg (N307) en ook via de Karperweg is het terrein ontsloten op de provinciale Houtribweg (N307). Via de provinciale Houtribweg (N307) kan het verkeer direct naar de snelweg A6.

Bestaande bedrijven Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich reeds twee bedrijven namelijk OrgaWorld en 3D Metal Forming. Orgaworld heeft ter plaatse een Biocel-fabriek waar de meest uiteenlopende, sterk wisselende organische afvalstromen, zonder veel voor- en nabewerking, volledig worden vergist. 3D Metal Forming is een bedrijf dat, onder meer door middel van energetische materialen, metalen bewerkt. Ook de voor- en nabewerking van metalen en (half)fabricaten vormt deel van de bedrijfsactiviteiten.

Cultuurhistorische objecten De oudste gebouwen in het onderzoeksgebied zijn de twee viskwekerwoningen uit 1962 aan de Karperweg. De woningen zijn cultuurhistorisch van belang als de eerste woningen van Lelystad, die gekoppeld waren aan de aangrenzende viskwekerij. Architectuurhistorisch zijn de woningen van belang vanwege hun modernistische bouwstijl en bijzondere typologie van de woningen. Viskwekerwoning Karperweg 8 is inmiddels helemaal opgeknapt en weer in gebruik (als bedrijfsgebouw). In de 2e viskwekerwoning aan de Karperweg 10 brak op 9 mei 2015 brand uit en bevindt zich in slechte staat. De twee voormalige woningen hebben geen formele cultuurhistorische status.

Landschappelijke structuren

(vastgesteld)

blz. 16

Het onderzoeksgebied is in gebruik geweest als viskwekerijcomplex. Het gebied bestond tot die tijd uit grote vijverbekkens die het gehele onderzoeksgebied omvatten. Na het stopzetten van de activiteit zijn de bekkens drooggezet. De verkaveling en de afmetingen van de voormalige visvijvers zijn nog in het landschap terug te zien. De visvijvers zijn niet meer als zodanig in gebruik. De gronden worden vooralsnog gebruikt voor akkerland. Het overige deel van het gebied is met name in gebruik als grasland en voor een deel begroeid met bos.

2.2

Gewenste situatie

2.2.1 Algemeen De gemeente Lelystad wenst het bestaande bedrijventerrein Flevokust Haven uit te breiden met twee XXL-kavels van 26 en 28,8 hectare. Daarnaast zal de openbare ruimte en nieuwe natuur gerealiseerd worden. De uitbreiding betreft een havengeboden bedrijventerrein met onder andere logistieke bedrijven tot en met de milieucategorie 3.2. Voor het planvoornemen is een stedenbouwkundig plan en een natuurversterkend plan (zie paragraaf 2.2.2) opgesteld. 2.2.2 Stedenbouwkundigplan Flevokust-Haven De oorspronkelijke structuur van het viskwekerijcomplex is van belang bij de stedenbouwkundige opzet van Flevokust Haven. De structuur is nog duidelijk zichtbaar in het landschap tezamen met de rondom aanwezige bosstrook en begrenzende watergang. Deze randstrook dient zoveel mogelijk als groenzone te worden gerespecteerd.

Aan weerszijden van Flevokust bevinden zich het Houtribos en het Visvijverbos. Met de ontwikkeling van Flevokust dient een robuuste verbinding tussen beide bosgebieden tot stand te komen door de realisatie van een compleet nieuw bosgebied.

Het stedenbouwkundig plan vormt de basisstructuur van het groene en blauwe raamwerk, de infrastructuur en de verkaveling. Bij de ontwikkeling van de diverse bouwprojecten dient de basisstructuur gerespecteerd en versterkt te worden.

De interne structuur van Flevokust wordt gevormd door een centrale as (Buitenhavenweg) met een groene middenberm voorzien van wadi's en bomenrijen. Haaks op de centrale as zijn vizieren gericht op de IJsselmeerdijk en/of het omliggend landschap. Vizieren zijn brede openbare ruimten die deels samenvallen met de verkeersinfrastructuur. Eén van de vizieren verbindt de centrale as met de buitendijkse containerterminal en valt samen met de hoofdontsluiting. Het tweede vizier is een brede openbare ruimte bestaande uit waterpartijen en beplanting met bomenrijen met zicht op de IJsselmeerdijk. Het derde vizier ligt in het verlengde van de hoofdontsluiting en vormt een zichtas richting de Houtribweg. Het laatste vizier wordt gevormd door een open ruimte ter plaatse van de huidige velden met zonnepanelen. De vizieren geven ruimte en doorzicht vanuit het omliggende gebied richting het binnendijkse bedrijventerrein. Zij maken de orthogonale opzet van het gebied leesbaar. Daarnaast vormen deze openbare ruimten de verbindingen voor dieren vanuit omringende bosgebied en open landschap.

Aan de centrale as zijn de uit te geven kavels gelegen. De kavels zijn veelal in de

(vastgesteld)

blz. 17

lengterichting aan deze as gepositioneerd en worden ook (bij voorkeur) vanaf deze zijde ontsloten. De achterzijde van de kavel grenst veelal aan de omliggende groen- en waterstructuur. De maximale bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen bedraagt 25 meter, met een afwijkingsmogelijkheid tot gedeeltelijk 40 meter. Voorkomen moet worden dat er lichthinder optreed voor de scheepvaart op het IJsselmeer.

Een nieuw te ontwikkelen bos ligt aan de zijde van de Houtribweg en zorgt voor de verbinding tussen het Houtribos en het Visvijverbos. In dit nieuwe bos kan eveneens een groot deel van de wateropgave middels een nieuwe watergang gerealiseerd worden. In afbeelding 2.1 is het stedenbouwkundige opzet opgenomen. Voor het gehele rapport wordt verwezen naar bijlage 1. De onderdelen infrastructuur en groenstructuur worden hierna nader toegelicht. Er heeft ook een nadere detaillering plaatsgevonden van deze onderwerpen in een inrichtingsplan. Dit plan is opgenomen in bijlage 2 van deze toelichting.

Afbeelding 2.1 Stedenbouwkundige opzet (bron: Stedenbouwkundig plan 11 mei 2023)

Infrastructuur Om goed te kunnen aansluiten op de grote schaal van de gebouwen en om de hoeveelheid (vracht)verkeer te kunnen verwerken wordt de nog aan te leggen hoofdroute uitgevoerd in 2x2 rijstroken met een herkenbare groene middenberm voorzien van bomen en wadi's.

(vastgesteld)

blz. 18

De hoofdroute loopt vanaf de aansluiting bij de Houtribweg over de Karperweg en vormt vervolgens de centrale as. De gehele centrale as is onderdeel van de hoofdroute en wordt uitgevoerd met 2x2 rijstroken. Het bestaande tracé tussen de containerterminal en de centrale as vormt tevens onderdeel van de hoofdroute. Dit wegprofiel wordt gehandhaafd op 2x1 rijstrook met een groene middenberm. Langs/door het nieuwe bosgebied wordt de hoofdontsluiting doorgetrokken en sluit uiteindelijk aan op de IJsselmeerdijk.

De exacte dimensionering van de verschillende kruispunten binnen en aan de randen van het plangebied dient nog nader onderzocht te worden. Een eventuele route ten behoeve van het openbaar vervoer dient plaats te vinden over de hoofdroute. Langs deze route dienen dan eveneens de benodigde halten opgenomen te worden. De overige ontsluitingsstructuur bestaat uit een beperkt netwerk van secundaire wegen. Er wordt geen rekening gehouden met parkeren in de openbare ruimte. Het parkeren wordt afgewikkeld op eigen terrein. Daar waar de openbare weg grenst aan het bedrijventerrein komt flankerende heesterbeplanting.

Een vrijliggend fietspad in twee richtingen, gekoppeld aan de hoofdontsluiting vormt een belangrijke drager voor het langzaamverkeer. De fietsstructuur verbindt het hoofdfietspadennet van de stad met het fietsnetwerk van de polder.

In alle straten wordt tenminste één trottoir gerealiseerd zodat voetgangers veilig kunnen wandelen.

De aansluiting van het terrein op het omliggende wegennet is beschreven in hoofdstuk 4.1

Groenstructuur Bij de ontwikkeling van Flevokust Haven is de groene buitenruimte integraal meegenomen in het inrichtingsplan. In Flevokust Haven wordt meer gedaan dan enkel het invullen van groenzones. Er wordt gestreefd naar een robuuste, ecologische groenstructuur voor Flevokust Haven waarin iedere kans om te vergroenen wordt benut. De totale groenstructuur is verdeeld in verschillende klasses.

De primaire groenstructuur vormt de belangrijkste groene drager van het plan en omvat de hoofdwegen en de boslocatie. De centrale as door het gebied heeft uitwaaiers richting de entrees van het plangebied. Het brede profiel biedt ruimte voor waterberging, struwelen, zoomvegetatie en bomenlanen. In het zuiden van het plangebied wordt een bosgebied gerealiseerd. Het bos kent een grote variatie in natuurtypen die tezamen een ecologisch, divers gebied vormen. Tevens functioneert het bosgebied als ecologische verbinding tussen aansluitende gebieden zoals het Visvijverbos en het Houtribbos

(vastgesteld)

blz. 19

De secundaire groenstructuur omvat twee brede profielen en de groene buffer rondom het plangebied. Deze structuur omvat bos, poelen, laanbomen, struwelen en bloemrijk gras.

De tertiaire structuren kennen een smaller profiel met een enkele rijbaan. In deze profielen is ruimte voor zoomvegetatie, laanbomen en struwelen.

Ten aanzien van de invulling van de kavels geldt dat deze aan bovenstaande groene ambities bijdragen. De (randen van de) kavels worden landschappelijk ingericht en haken hiermee aan op de groene uitstraling van de openbare ruimte.

De verschillende natuurtypes in het plangebied vormen samen met de landschappelijke inpassing van de kavels een rijke biotoop waarin diverse dier- en insectensoorten foerangeren en verblijven. De opzet van de groenstructuur is weergegeven in afbeelding 2.2.

Afbeelding 2.2: groenstructuur Flevokust - Haven (bron: Stedenbouwkundig plan 11 mei 2023)

(vastgesteld)

blz. 20

(vastgesteld)

blz. 21

Hoofdstuk 3

Beleid

Het hoofdstuk beleid richt zich op de ontwikkelingsmogelijkheden die geboden worden binnen het onderzoeksgebied.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 door de minister vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte voor klimaatadaptatie en energiestrategie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten:

1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig. Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk. Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik en waar dat kan, meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten zoveel mogelijk worden beperkt. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. Ingezet

(vastgesteld)

blz. 22

wordt op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat de economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Daarbij wordt ingezet op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. Er wordt naar gestreefd dat de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid verder toeneemt.

Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio's en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie maken dat belangen soms botsen.

Om in zo'n situatie keuzes te maken worden drie afwegingsprincipes gebruikt: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoekt het Rijk naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel

(vastgesteld)

blz. 23

mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal. Daarnaast is de NOVI continu in beweging. Het is de bedoeling dat het zich continu aanpast aan ontwikkelingen, in een permanent en cyclisch proces.

Toetsing aan de ontwikkelingsmogelijkheden in het onderzoeksgebied Voorliggend plan speelt in op het thema 'Duurzaam economisch groeipotentieel'. Locaties van nieuwe kantoren, bedrijventerreinen en (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven, en zo de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken.

De uitbreiding van het bedrijventerrein en het bestaande bedrijventerrein is en zal ontsloten worden via de provinciale Houtribweg (N307) op de Rijkssnelweg A6. Voor de behoefte van het bedrijventerrein is een marktverkenning en een ladder van duurzame verstedelijking opgesteld, zie hiervoor paragraaf 3.1.3. Hieruit blijkt dat er een regionale vraag is naar bedrijventerrein met XXL-kavels. Op deze regionale vraag sluit de gemeente Lelystad aan. Door de goede bereikbaarheid en de behoefte naar nieuw bedrijventerrein met XXL-kavels kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling past binnen de ambities uit de NOVI. 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie Extra (NOVEX) en Mooi Nederland De grote opgaven voor Nederland op het terrein van onder meer de volkshuisvesting, de transitie van het landelijk gebied en de opwek van duurzame energie, worden nu door verschillende ministeries uitgewerkt in nationale programma's. De keuzes die daarin gemaakt worden, zullen in de provincies ruimtelijk gaan landen. De samenhang daarvan wordt door het rijk bewaakt door middel van de programma's NOVEX en Mooi Nederland.

NOVEX Het programma NOVEX geeft regie aan het leggen van de ruimtelijke puzzel in samenwerking met provincies, gemeenten en waterschappen. Het zorgt voor samenhang in het ruimtelijke beleid, verbindt de 22 nationale programma's en het versnelt de uitvoering door te sturen op heldere voorwaarden en concrete uitvoeringsafpraken. In het voorliggend geval ligt het onderzoeksgebied binnen het Novex-gebied Lelylijn. In het coalitieakkoord van het Rijk is afgesproken om uit te werken hoe de Lelylijn, in het kader van het Deltaplan voor het Noorden, kan bijdragen aan versterking van de economie van het Noorden, de ontsluiting van nieuw te ontwikkelen woningbouwgebieden en betere internationale treinverbindingen met het noorden van Duitsland. Dat is wat er gaat gebeuren in deze samenhangende gebiedsuitwerking. De ontwikkeling van Flevokust raakt niet de belangen van de ontwikkeling van de Lelylijn.

Mooi Nederland In het programma 'Mooi Nederland' staat ruimtelijke kwaliteit centraal. Het programma

(vastgesteld)

blz. 24

werkt aan een gedeeld beeld van de toekomst van ons land en regelt nieuwe concepten voor de inrichting van gebieden. In de regie op de ruimtelijke ordening staan drie perspectieven centraal: landbouw en natuur; netwerken voor energie en onze economie; leefbare steden en regio's. 'Mooi Nederland' schetst voor elk perspectief drie nog uit te werken concepten die op gebiedsniveau toepasbaar zijn. Daarbij wordt gedacht aan het tegengaan van 'verrommeling' door grootschalige bedrijfsvestigingen, samen met andere opgaven, mooi in het landschap op te laten gaan. Of de toepassing van 'groen' tegen hittestress en wateroverlast bij binnenstedelijke verdichting. Een ander concept in 'Mooi Nederland' is de teelt van 'biobased' bouwmaterialen zoals vezelgewassen. Het versterkt het landschap, het vermindert de CO2-uitstoot en verduurzaamt de woningbouw. Zoals uit de voorliggende motivering blijkt wordt met de ontwikkeling van het bedrijventerrein nadrukkelijk aandacht gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit op het bedrijventerrein. De programma's Mooi Nederland en NOVEX regelen de aanscherping en versnelling van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Het streven is de aangescherpte NOVI in 2024 vast te stellen als nationaal ruimtelijk beleid.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking, Besluit ruimtelijke ordening De ladder voor duurzame verstedelijking is als proces-vereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit betekent dat overheden bij het toestaan van nieuwe stedelijke ontwikkelingen in bestemmingsplannen: De behoefte moeten beschrijven; de locatiekeuze moeten motiveren, indien de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Beschrijving behoefte Voor het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Lelystad Flevokust – Binnendijks" en "DC JYSK" zijn behoeften onderzoeken uitgevoerd. Voor de verdere uitbreiding van het bedrijventerrein heeft een nadere behoefteonderzoek plaatsgevonden. Hieronder worden de conclusies weergegeven.

Behoefteonderzoek bedrijventerrein XXL-kavels Uit het behoefteonderzoek blijkt dat op basis van de laatste vraagraming uit 2019 de deelregio Almere-Lelystad een planoverschot kent. In 2022 wordt deze vraagraming opnieuw uitgevoerd. De uitgifte binnen de gehele Metropoolregio Amsterdam (hierna MRA) ligt hoger dan in de laatste vraagraming is voorzien. Op basis van een uitgevoerde gevoeligheidsanalyse in de vraagraming van 2019, kijkt ook de deelregio Almere-Lelystad in 2040 tegen een plantekort aan (-109 ha). Binnen de deelregio Almere/Lelystad zijn eerder tekorten dan planoverschotten voor het XXL-segment. De verwachting is dat na dit jaar geen harde plancapaciteit meer is voor grote ruimtevragers. De provincie Flevoland zet bovendien in op een uitbreiding van de werkgelegenheid. Lelystad is in toenemende mate in trek bij logistieke bedrijven/groothandel/Europese distributiecentra. Dit houdt verband met de ontwikkelingen rond e-commerce. Er voltrekt zich een herschikking van distributiecentra. De verwachting is dat dit tijdelijk is. Er is

(vastgesteld)

blz. 25

daarom nu sprake van momentum. De nieuwe harde plancapaciteit wordt naar verwachting direct ingevuld door nieuwe gegadigden. Wanneer één of meer van de partijen waarmee nu gesproken wordt, zou afhaken, dan zijn er meerdere gegadigden die deze plek graag zouden willen innemen.

Motivering locatiekeuze Bestaand stedelijk gebied wordt in het Bro als volgt gedefinieerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.” Hoewel het onderzoeksgebied beleidsmatig is aangemerkt als (toekomstig) stedelijk gebied, vindt de ontwikkeling volgens de definitie in het Bro plaats buiten het bestaand stedelijk gebied. Daarom moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro worden gemotiveerd waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De uitbreiding van het bedrijventerrein voorziet op XXL-kavels van tenminste 20 hectare of meer. Uit het behoefteonderzoek blijkt hier een specifieke vraag naar. Het is gelet op de noodzakelijke omvang van XXL-kavels niet mogelijk om deze behoefte op te vangen op bestaande bedrijventerreinen. Voor dit plan kan geen gebruik worden gemaakt van bestaande braakliggende of leegstaande werklocatie op voorraad. Binnen de deelregio Almere/Lelystad komen nagenoeg geen verouderde werklocaties voor die in aanmerking komen voor sanering of transformatie. Bedrijventerrein Flevokust Haven biedt een voor Lelystad unieke werklocatie. Nergens in Flevoland bevindt zich een binnenvaarthaven.

Het bedrijventerrein biedt ruimte voor bedrijven die gerelateerd zijn aan de binnenvaarthaven. Daarnaast betreft het zogenoemde XXL-kavels die nergens in de MRA voorkomen. Er is afstemming geweest met de gemeente Almere en de provincie Flevoland. De gemeenten Almere, Zeewolde en Lelystad, alsmede de provincie Flevoland zijn samen met bedrijfsleven en kennisinstellingen bezig met het inhoud geven aan het Logistiek Cluster Flevoland (https://lcflevoland.nl). Hierin passen werklocaties met XXL-kavels. De locatiekeuze voor nieuw bedrijventerrein is afhankelijk van de beleidsmatige mogelijkheden. Dit plan past al decennia lang binnen provinciale, regionale en lokale beleidsvisies. De Provincie Flevoland heeft de ontwikkeling van de binnenvaarthaven voor haar rekening genomen. Dit heeft de provincie ook onderkend in zijn overlegreactie.

Vastgesteld is, dat de ontwikkeling van het bedrijventerrein voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik en realisatie van het bedrijventerrein op een logische plek nabij Lelystad en de Rijksweg A6.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: het Barro), beter bekend als de AmvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op de doorwerking van de nationale belangen in

(vastgesteld)

blz. 26

gemeentelijke bestemmingsplannen. In het Barro worden onder andere regels gesteld omtrent de planologische bescherming van het natuurnetwerk Nederland bij provinciale verordening. Het onderzoeksgebied is niet in een natuurnetwerk gelegen. Ook worden in het Barro regels gesteld omtrent de bescherming van militaire terreinen en onveilige gebieden door het opnemen van een gebiedsaanduiding. Gelet op de ligging van het onderzoeksgebied zijn er geen militaire terreinen in de nabijheid aanwezig en is het opnemen van een dergelijke aanduiding niet nodig. 3.1.4 Toekomstvisie Binnenvaart Bij brief van 30 november 2022 heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat de toekomstvisie voor de binnenvaart aan de kamer voorgelegd. In deze visie komt het belang van de binnenvaart voor de welvaart van Nederland duidelijk naar voren. De binnenvaart is verantwoordelijk voor circa 35% van het totale goederenvervoer in Nederland en een ongeveer even groot percentage wordt via de binnenvaart naar het buitenland doorgevoerd. Het kabinet wil deze bijdrage vasthouden en evenals de Europese Commissie het aandeel binnenvaart binnen de transportketen vergroten door goederenvervoer van de weg naar het spoor en het water te verplaatsen.

Om de klimaatdoelstellingen te behalen staat er veel druk op de transportsector om te verduurzamen. Nederland heeft zich op basis van nationale en internationale afspraken gecommitteerd aan een klimaatneutrale en nagenoeg zero emissie binnenvaart in 2050.

Om economisch toegevoegde waarde te leveren, moeten goederen betrouwbaar, veilig, duurzaam en tegen concurrerende tarieven van A naar B vervoerd worden. De logistieke keten wordt daarbij steeds meer gezien als een samenhangend geheel. Ketenoptimalisatie vraagt om een brede samenwerking tussen partijen.

In zowel het coalitieakkoord als de Europese Green Deal is de modal shift ambitie opgenomen. De aanpak van het kabinet is erop gericht transporten te verplaatsen naar de binnenvaart, het spoor en de buisleidingen. Daarom wordt ingezet op het beter faciliteren van de overslag van goederen en worden opdrachtgevers van transporten gestimuleerd om te kiezen voor transport via één van de bovengenoemde modaliteiten. Het doel daarbij is de overvolle wegen te ontlasten, de transporten minder klimaat belastend uit te voeren en de transportveiligheid te verbeteren.

Met de ontwikkeling van Flevokust - Zuid worden havengebonden bedrijven gefaciliteerd. Hiermee voldoet dit bestemmingsplan aan de uitgangspunten van de toekomstvisie voor de binnenvaart, namelijk het stimuleren van het vervoer over water. 3.1.5 Conclusie rijksbeleid De uitbreiding van het bedrijventerrein Flevokust Haven Zuid vindt plaats binnen de kaders van het rijksbeleid. Binnen het onderzoeksgebied spelen geen concrete nationale ruimtelijke belangen, behalve de mogelijke Lelylijn waarvoor een MIRT-onderzoek gedaan wordt waarin integraal naar wonen, werken en mobiliteit wordt gekeken.

(vastgesteld)

blz. 27

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie FlevolandStraks (2017) De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de langetermijnvisie van de provincie Flevoland op de toekomst van het onderzoeksgebied. Het gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen, opgaven en uitdagingen er voor Flevoland liggen. Er zijn drie kernopgaven: Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving); Krachtige Samenleving (sociaal-economische omgeving); Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). Deze opgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de provincie Flevoland bij betrokken is. Zowel voor de strategische opgaven uit de Omgevingsvisie, als andere vraagstukken van de provincie Flevoland. In de strategische opgaven staan de belangrijkste vraagstukken en ambities voor de toekomst beschreven. Het gaat om de volgende opgaven: Duurzame Energie; Regionale Kracht; Circulaire Economie; Landbouw: Meerdere Smaken. In 2030 en verder heeft Flevoland een aantal voorzieningen dat op bovenregionaal niveau van excellente kwaliteit is. Voor het onderzoeksgebied is met name de opgave 'Regionale Kracht' relevant. Stedelijke regio´s zijn in toenemende mate de motoren van de economie. Regiovorming verloopt niet vanzelf optimaal. Overheden kunnen het verschil maken door op een slimme manier goede voorwaarden te creëren voor economische groei.

Dit richt zich onder meer op het zorgen voor een goede positie in het netwerk door een kwaliteit te bieden met een bovenlokale aantrekkingskracht. Doordat steden met elkaar een regio vormen, hoeft niet elke afzonderlijke stad een compleet voorzieningenaanbod te hebben. Steden in de regio kunnen zich specialiseren. Denk aan culturele hotspots, logistieke knooppunten, excellente woonsteden etc. Door specialisatie vullen steden elkaar aan.

Toetsing aan de Omgevingsvisie FlevolandStraks Het bedrijventerrein Flevokust Haven is een havengebonden logistiek knooppunt centraal in Nederland. Hier vindt zowel import als export van goederen plaats van en naar de grote (zee)havens. Door de uitbreiding van het bedrijventerrein wordt de regionale kracht van Flevoland versterkt. 3.2.2 Omgevingsprogramma Provincie Flevoland (2019) Het Omgevingsprogramma is een instrument (juridisch middel) om de opgaven uit de Omgevingsvisie uitvoeringskracht te geven en daadwerkelijk te realiseren. In het omgevingsprogramma worden de volgende thema's behandeld: Ruimte (uitgesplitst naar stedelijk gebieden landelijk gebied); Landschap en cultuurhistorie; Water; Natuur;

(vastgesteld)

blz. 28

Milieu en bodem; Energie en duurzaamheid; Mobiliteit; Recreatie, toerisme en sport; Leefbaarheid, sociale cohesie; Regionale economie. Hierna wordt ingegaan op de relevante thema's voor het onderzoeksgebied.

Ruimte (stedelijk gebied) Het belangrijkste doel van de provincie is een goede woon-, werk- en leefomgeving in heel Flevoland. Daarbij moet verstedelijking worden ingepast in een hoogwaardig landschap en passen bij de gerealiseerde en de geplande infrastructuur. Het verstedelijkingsbeleid is gericht op de ontwikkeling van vitale steden en dorpen. Het beleid maakt behoud en versterking van de kwaliteit van de fysieke omgeving mogelijk. Het gaat hierbij om efficiënt ruimtegebruik, kwaliteitsverbetering en herstructurering van het stedelijk gebied en versterking van het draagvlak voor voorzieningen. Nieuwe bebouwing wordt geconcentreerd in of aansluitend aan het bestaande bebouwde gebied. Dit ondersteunt de optimale benutting van infrastructuur en centrumvorming rondom belangrijke vervoerknooppunten. Voor werklocaties, zoals een distributiecentrum, geldt dat de ontwikkeling en realisatie hiervan een verantwoordelijkheid is van gemeenten en private partijen. De ontwikkeling is dus sterk afhankelijk van marktontwikkelingen. Met het provinciaal locatiebeleid vervult de provincie een faciliterende, ondersteunende, gebiedsvertegenwoordigende en regisserende rol.

Het locatiebeleid draagt bij aan de volgende doelstellingen: versterking van de economische ontwikkeling van Flevoland; beheersing van de mobiliteit door een goede bereikbaarheid per openbaar vervoer en fiets; efficiënt gebruik van infrastructuur en vervoermiddelen; verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Voor specifiek bedrijventerreinen geldt dat in Flevoland de vraag afneemt en verandert. Dit heeft geleid tot een herstructureringsopgave voor zowel de publieke als de private partners. Afspraken voor afstemming tussen gemeenten bij de ontwikkeling en herstructurering van werklocaties zijn vastgelegd in het 'Convenant voorraadbeheersing en afstemming werklocaties' en het 'Convenant bedrijventerreinen'. De provincie zet actief in op de realisatie van drie (boven-)regionale bedrijventerreinen: Lelystad Airport; Maritieme servicehaven Noordelijk Flevoland bij Urk; Flevokust (Lelystad). Toetsing aan de Omgevingsprogramma Provincie Flevoland Het onderzoeksgebied is aangemerkt als stedelijk gebied. Het locatiebeleid voor het stedelijk gebied is gericht op een voldoende gedifferentieerd aanbod van werklocaties in Flevoland, zodat er voor ieder bedrijf en instelling een geschikte locatie gevonden kan worden.

Daarbij moeten zowel kwantiteit als kwaliteit zodanig zijn dat het aansluit bij de regionale vraag en een optimale bijdrage levert aan de vitaliteit van steden en dorpen.

(vastgesteld)

blz. 29

3.2.3 Omgevingsverordening Flevoland Voor het onderzoeksgebied zijn verschillende regels uit de Provinciale Omgevingsverordening Provincie Flevoland relevant. Met de verordening maakt de provincie Flevoland vooraf duidelijk welke onderdelen van het provinciale beleid bindende betekenis hebben voor gemeentelijke plannen. De verordening is vastgesteld op 27 februari 2019 en heeft daarna één wijziging ondergaan. Het volgende artikel is relevant voor het onderzoeksgebied:

Artikel 7.5 Een ruimtelijk plan of besluit, voor zover het betrekking heeft op een gebied binnen of nabij de aangewezen Natuurnetwerk Nederland: a. strekt mede tot bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat gebied; b. maakt activiteiten alleen mogelijk als die ten opzichte van het ten tijde van de inwerkingtreding van deze titel van de verordening geldende bestemmingsplan, mits die per saldo niet leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. Toetsing aan de Omgevingsverordening Flevoland In de nabijheid van het onderzoeksgebied ligt een aangewezen Natuurnetwerk Nederland. In paragraaf 4.12 wordt hier nader op ingegaan. 3.2.4 Beleidsregels voor de beoordeling van Geurhinder 2008 De beleidsregels voor de beoordeling van Geurhinder is door de provinciale staten op 17 juni 2008 vastgesteld. Dit beleid geeft aan hoe de provincie het aspect geurhinder in de milieuvergunning en in de ruimtelijke ordening hanteert. In het beleid onderscheidt de provincie gevoelige bestemmingen, minder gevoelige bestemmingen en niet-gevoelige bestemmingen.

Gevoelige bestemmingen zijn gebieden waar grote aantallen mensen veelal langdurig verblijven. Hiertoe behoren woon- en leefgebieden, ziekenhuizen, verpleeghuizen, scholen, dagverblijven, winkelcentra, dag- en verblijfrecreatie (kampeerterreinen, volkstuinen met verblijfsaccommodatie, recreatiebungalows, drukbezochte recreatieobjecten) en kantoren gevestigd in algemene woon- en leefgebieden (niet op bedrijventerreinen). Daarbij geldt voor nieuwe gevoelige bestemmingen een strengere norm dan voor bestaande situaties.

Minder gevoelige bestemmingen zijn: agrarische bedrijfswoningen en op bedrijventerreinen gelegen (bedrijfs)woningen. natuurterreinen, volkstuinen zonder verblijfsaccommodatie, sportterreinen, extensieve recreatieterreinen en vergelijkbare gebieden gekenmerkt door een lage bevolkingsdichtheid en de daar gevestigde bedrijfswoningen, en verspreid liggende (niet aaneengesloten) overige woningen. bedrijven, kantoren, winkels op bedrijventerreinen tot en met categorie 3.

(vastgesteld)

blz. 30

Niet gevoelige bestemmingen zijn: Agrarisch buitengebied. Bedrijven, kantoren en winkels op bedrijventerreinen waarop bedrijven van categorie 4 en hoger zijn toegestaan. Tenslotte wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties. Aldus vindt een algemene basistoetsing plaats aan geurnormen die verschillend zijn voor gevoelige en minder gevoelige bestemmingen enerzijds en voor nieuwe en bestaande situaties anderzijds. Voor minder gevoelige bestemmingen zijn de geurnormen in bestaande en nieuwe situaties overigens hetzelfde. Voor niet gevoelige bestemmingen geldt slechts de minimum eis dat ernstige geurhinder voorkomen moet worden.

Toetsing aan de beleidsregels voor de beoordeling van Geurhinder 2008 Binnen het gehele bedrijventerrein Flevokust Haven, zijn bedrijven van categorie 4 en hoger toegestaan met een maximale geurcontour van 400 meter buiten de plangrens van het bestemmingsplan 'Lelystad Flevokust – Binnendijks'. Op basis van de beleidsregels vallen de bedrijven, kantoren en winkels op het bedrijventerrein onder de definitie niet gevoelige bestemmingen. In het kader van het ruimtelijke spoor is een nadere toetsing niet noodzakelijk gelet op het feit dat het gehele bedrijventerrein Flevokust Haven een bedrijventerrein betreft waarop bedrijven van milieucategorie 4 of hoger zijn toegestaan. Specifiek voor het onderzoeksgebied worden bedrijven tot alleen milieucategorie 3.2 mogelijk gemaakt. De kantoren bij deze bedrijven betreffen bedrijfskantoren ondergeschikt aan de aanwezige bedrijfsactiviteiten. Er worden geen zelfstandig kantoren mogelijk gemaakt. 3.2.5 Conclusie provinciaal beleid Binnen het onderzoeksgebied wordt de uitbreiding van het bedrijventerrein Flevokust Haven Zuid mogelijk gemaakt. De voorgenomen uitbreiding is niet strijdig met het provinciaal beleid zoals blijkt uit de voorgaande paragrafen.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Verstedelijkingsstrategie Binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt samengewerkt met het Rijk aan een Verstedelijkingsstrategie. Het is de ambitie dat de MRA zich toekomstbestendig en evenwichtig ontwikkelt tot een internationale topregio met een hoge leefkwaliteit. Samenwerking in MRA-verband en met de Rijksoverheid kan daarin het verschil maken. De Verstedelijkingsstrategie speelt een belangrijke rol in het verwezenlijken van die ambitie. De Verstedelijkingsstrategie vormt een van de uitvoeringslijnen van de MRA Agenda 2.0. Het Verstedelijkingsconcept, de basis van de Verstedelijkingsstrategie, is begin 2022 afgerond en onderschreven door zowel het Rijk als alle gemeenteraden en beide Provinciale Staten in de MRA. De regio werkt nu samen met het Rijk verder aan het realiseren van onze ambitie.

In het verstedelijkingsconcept is aangegeven dat op acht punten het Rijk en regio nu al een keuze maken die duidelijkheid geeft over de te volgen koers. Een daarvan is het niet inzetten van de Wijkermeerpolder voor droge bedrijventerreinen inclusief de acceptatie van de consequentie dat ruimte voor uitbreiding zal moeten worden gezocht op andere

(vastgesteld)

blz. 31

locaties. Mogelijke locaties zijn Boekelermeer in Alkmaar, Baanstee Noord Purmerend, De Vaart Almere en Flevokust Lelystad.

De transitie naar duurzame energie, de hubfunctie voor duurzame brandstof en goederenstromen en de omslag naar een circulaire economie brengen allemaal een ruimtebehoefte met zich mee, al dan niet in de overgangsfase van de oude naar de nieuwe economie. Daarnaast kent de dynamiek van het bedrijfsleven in de haven zijn eigen ruimtebehoefte en leidt de transformatie van bedrijventerreinen naar gemengde stedelijke gebieden tot een ruimtebehoefte voor bedrijven. Lelystad groeit toe naar een economisch profiel als multimodaal bereikbare hub, mede dankzij Lelystad Airport, de haven, de wind- en zonne-energie in de polder, de sterke agrifoodsector en de ligging aan een backbone voor elektriciteit en gas in het energienetwerk. Dit wordt versterkt met inzet op versterking van het onderwijs met opleidingen die aansluiten op het economisch profiel. Hier ontstaat een cluster waar andere werkgelegenheid omheen groeit. De circulaire economie kan binnen dit profiel groeien in samenhang met ontwikkelingen in het Noordzeekanaalgebied. Afhankelijk van de te kiezen ontwikkelingsrichting, kan uitwijk van watergebonden en circulaire economie naar de haven van Lelystad een optie zijn. Flevokust Haven heeft volop ruimte voor circulaire economie. Er ontstaat in dat geval zicht op de vorming van een 'circulaire as' tussen IJmuiden, Almere en Lelystad.

Afbeelding 3.1 Uitsnede verstedelijkingsconcept 2050 3.3.2 Conclusie regionaal beleid De uitbreiding van het bedrijventerrein is regionaal afgestemd. De afstemming heeft plaats gevonden via Plabeka (Platform Bedrijven en Kantoren). Binnen het platform werken 32 gemeenten, de provincies Noord-Holland en Flevoland en de Vervoerregio Amsterdam samen op het gebied van werklocaties.

(vastgesteld)

blz. 32

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Lelystad 2040 (juli 2021) Lelystad heeft een toegevoegde waarde die bijdraagt aan het realiseren van de gezamenlijke ambities. Met name als circulaire, multimodale, logistieke hub in de Oostflank van de MRA (Flevokust Haven en Lelystad Airport), als belangrijke speler in de sector toerisme en recreatie. Flevokust Haven is in de omgevingsvisie aangemerkt als bedrijventerrein.

Afbeelding 3.2 Omgevingsvisie Lelystad, visiekaart Lelystad in 2040: Sterke stad in de regio met een gespecialiseerde economie

Lelystad wil dat de economie zich specialiseert en een krachtige regionale meerwaarde levert. Lelystad wil een economie die toekomstgericht is. Lelystad richt zich voor de groei van de bedrijvigheid op de sectoren logistiek, toerisme en secundaire agrofood en wil daarin een speler worden op landelijk niveau. Om deze ambitie te bereiken zet Lelystad onder meer in op / biedt ruimte voor de duurzame ontwikkelingen van Flevokust Haven. Dit gebied ontwikkelt zich als circulair logistiek bedrijventerrein met een multimodale overslaghaven. Met het maximaal benutten van de container op- en overslag en het aantrekken van bedrijven gerelateerd aan overslag, logistiek, productie en distributie wordt Flevokust Haven een belangrijke speler in het Nederlandse/West-Europese netwerk van zeehavens en binnenhavens.

Lelystad zet het opwaarderen en verbeteren van de verbinding Alkmaar-Zwolle N307 (“N23/A23”) door de bochtafsnijding in de Baai van Van Eesteren hoog op de agenda. Dit maakt de oost-westverbinding tussen Alkmaar, Zwolle (en richting Duitsland) veiliger, sneller en betrouwbaarder. Ook ontlast het de stad op termijn van doorgaand vrachtverkeer en bevordert het de ontwikkeling van de kustzone. Het zorgt eveneens voor een directere ontsluiting van Flevokust Haven.

(vastgesteld)

blz. 33

Afbeelding 3.3 Strategie werken en leren in Lelystad 2040

Toetsing aan de Omgevingsvisie Lelystad 2040 In de Omgevingsvisie wordt specifiek gesproken over de ontwikkeling van de Flevokust tot logistiek bedrijventerrein met een multimodale overslaghaven. Met het maximaal benutten van de container op- en overslag en het aantrekken van bedrijven gerelateerd aan overslag, logistiek, productie en distributie wordt Flevokust Haven een belangrijke speler in het Nederlandse/West-Europese netwerk van zeehavens en binnenhavens. De uitbreiding van het bedrijventerrein Flevokust Haven sluit dan ook aan op de Omgevingsvisie Lelystad.

Er worden geen bedrijfsfuncties mogelijk gemaakt op de mogelijke nieuwe verbinding Alkmaar - Zwolle. Hier is in de planvorming rekening mee gehouden.

(vastgesteld)

blz. 34

3.4.2 Structuurvisie Locatiebeleid Lelystad De structuurvisie Locatiebeleid Lelystad is in 2014 vastgesteld. De structuurvisie heeft betrekking tot de verschillende werklocaties binnen de gemeente Lelystad. Het geeft duidelijkheid over de beoogde richting die de gemeente Lelystad voor de lange termijn voor ogen heeft. Dit heeft o.a. betrekking op de randvoorwaarden die daarbij gesteld worden en de toekomstige opgaven die verwacht worden. Hiermee wordt een kader voor het ruimtelijke beleid ten aanzien van werklocaties - het vestigingsbeleid - vastgelegd, waarbij rekening gehouden is met de uitgangspunten die voortvloeien uit de verschillende relevante beleidskaders die op rijks-, regionaal-, provinciaal en lokaal niveau opgesteld zijn en actuele trends en ontwikkelingen. De nadruk in deze visie ligt op de formele werklocaties; bedrijventerreinen en kantorenlocaties in het stedelijk gebied. De belangrijkste en relevante uitgangspunten van dit vestigingsbeleid zijn: Zorgen voor voldoende aanbod aan werklocaties voor de kansrijke sectoren (industrieellogistiek complex), waarbij het van belang is dat de functionaliteit van de locaties op orde blijft door zorgvuldig om te gaan met functiemenging en milieuzonering; Duurzaamheid op werklocaties wordt bevorderd door: 1.

de wensen van gebruikers te faciliteren door planologische beperkingen voor duurzaamheidsinitiatieven op individuele basis waar mogelijk weg te nemen; 2. de energieprestatiecoëfficiënt (EPC-norm) te handhaven en het hanteren van duurzaamheidslabels bij nieuwbouw op bedrijventerreinen en kantorenlocaties te stimuleren, en; 3. permanente monitoring van de kwaliteit van de werklocaties door middel van de kwaliteitskaarten zorgt voor duurzaam beheer en onderhoud van de werklocaties. Flevokust wordt ook specifiek genoemd in de structuurvisie. Flevokust wordt een industrieterrein dat ruimte moet bieden aan industrieel-logistieke sectoren. Om dit profiel en de functionaliteit voor de toekomst op orde te houden is een restrictief toelatingsbeleid gewenst. Het grootste deel van het terrein zal ingericht worden als (nat) industrieterrein. Een kleiner deel van het terrein wordt ingericht als regulier bedrijventerrein om de logistieke bedrijvigheid te kunnen huisvesten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=fded196f-dad8-4c83-a6d8-27e3334069c4