CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL 3 - Onderbouwing besluit volgorde der wijken

Raadsvergadering 11 oktober 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 216. Energietransitie: Uitvoeringsbesluit Volgorde der wijken7.321 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BIJLAGE 3 Onderbouwing Besluit Volgorde der Wijken 1. Samenvatting a. Besluittekst 2. Kaderstelling a. Volgorder der wijken b. Voorkeurstechniek 3. Participatie a. Professionele stakeholders b. Bewonersgroep 4. Onderzoek a. CEGOIA b. Flankerende fysieke opgaven 4a. Uitkomsten onderzoek CEGOIA 4b. Inventarisatie van doelstellingen die raken aan de Volgorde der wijken 5. Keuze van de fasering a. Peiljaren b. Keuze fase 1 Keuze fase 2 Keuze fase 3 6. Voorkeurstechniek a. Wijkuitvoeringsplannen b. Collectieve warmte als gespreksstarter voor fase 1 c. Warmtenetten in Lelystad d. Geothermie 7. Handelingsperspectief wijken na 2032 8. Integrale besluittekst Kadernota “Op weg naar nieuwe energie”, 18 mei 2021 9.

Overzicht status besluiten Kadernota 'Op weg naar nieuwe energie'

1. SAMENVATTING

In deze onderbouwing wordt toegelicht op basis waarvan het voorstel Volgorde der Wijken en de keuze voor een voorkeurstechniek voor de wijken in fase 1 tot stand zijn gekomen. De onderbouwing leidt tot het volgende voorstel aan de gemeenteraad: 1. Doorlopend in de gehele stad (na)isolatieprogramma’s aan te bieden. 2. Ter uitvoering van de energietransitie, de Lelystadse wijken tot 2050 in fasen af te koppelen van het aardgasnetwerk. 3. De fasen als volgt te definiëren: - Fase 1: van 2022 tot en met 2032; - Fase 2: van 2030 tot en met 2040; - Fase 3: van 2040 tot en met 2050. 4. De wijkindeling over de drie fasen vast te stellen conform de bij dit besluit behorende bijlage 1. 5. Met een vertegenwoordiging van de bewoners van de wijken die vallen onder fase 1, Wijkuitvoeringsplannen op te stellen 6. Bij de start van het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen als voorkeurstechniek een warmtenet gebaseerd op geothermie als gesprekstarter aan de wijken voor te leggen

2. KADERSTELLING Op 18 mei 2021 heeft de gemeenteraad de Kadernota ‘Op weg naar nieuwe energie’ vastgesteld. Aanleiding daartoe is het Klimaatakkoord waarin verdeeld over vijf sectoren (“tafels”) de opgave is bepaald die moet leiden tot het overgaan naar niet-fossiele en duurzame energie. Het gaat om de tafels voor: - Gebouwde omgeving - Industrie - Elektriciteit - Landbouw/landgebruik - Mobiliteit. Voor de tafel “gebouwde omgeving’ is bepaald dat gemeenten de regie nemen in het opstellen van wijkuitvoeringsplannen waarin voor de wijken en bedrijventerreinen wordt aangeven wanneer en met welke techniek de overgang naar nieuwe energie wordt doorlopen. Daarvoor zijn drie deelbesluiten nodig: - Vastleggen van de kaders in een kadernota; - Bepalen van de volgorde der wijken en de voorkeurstechniek bij de wijken in fase 1 - Vaststellen van de wijkuitvoeringsplannen. Deze besluiten worden elke vijf jaar geactualiseerd. Het eerste besluit is genomen op 18 mei 2021, het tweede besluit ligt nu voor.

In de door de raad vastgestelde kadernota is aangegeven op welke wijze de gemeente Lelystad invulling wil geven aan de overgang van aardgas naar een duurzaam energiesysteem. Praktisch betekent dit dat er een alternatief voor aardgas moet komen in alle gebouwen binnen de gemeente om ruimtes te verwarmen, warm water te maken, voor het koken op aardgas en om

bedrijfsprocessen uit te kunnen voeren. In Lelystad staan 25.216 gebouwen met een aardgasaansluiting (peildatum 2021). Deze kunnen niet gelijktijdig overstappen en daarom vindt de energietransitie gefaseerd plaats. In deze onderbouwing wordt bepaald in welke volgorde de wijken overgaan op een nieuwe energiebron. In het besluit van 18 mei 2021 heeft de raad kaders vastgesteld waarbinnen het college is gekomen tot de voorgestelde Volgorde der wijken en tot de keuze van een techniek waarmee in de eerste wijken het gesprek aangegaan kan worden. De integrale besluittekst is opgenomen onder paragraaf 8 van deze onderbouwing. De kaders die van belang zijn voor het kunnen bepalen van de Volgorde der wijken en de Voorkeurstechniek luiden als volgt: Kaders voor de Volgorde der wijken: 5a In de vast te stellen “volgorde der wijken” wordt tot 2030 een aantal wijken geselecteerd en opgepakt tot op techniekniveau.

Voor de overige wijken wordt handelingsperspectief geboden; 6a bij het bepalen van de volgorde der wijken wordt rekening gehouden met andere fysieke projecten in de stad; 6b bij het bepalen van de volgorde der wijken wordt rekening gehouden met de karakteristieken van de verschillende buurten waaruit een wijk is opgebouwd; 6c voor de periode tot 2030, worden voor de uitwerking tot op techniekniveau, de wijken en buurten geprioriteerd die ten minste voldoen aan een van de volgende kaders: i. wijken en buurten waar de grootste energiewinst door isolatiemaatregelen te behalen is (in termen van energiebesparing/CO2 reductie); ii. wijken en buurten die voor 2030 al van het gas af kunnen zonder de inzet van een op fossiele brandstoffen en of biomassa gestookt warmtenet; 6d voor wijken die worden aangepakt in de periode vanaf 2030 wordt per direct gestart met het aanbieden van een handelingsperspectief; 6e buurten die vooruit willen lopen op de gemeentelijke planning en dit op eigen kracht en binnen de kaders zelf kunnen organiseren, wordt daarvoor ruimte geboden. Kaders voor het bepalen van de voorkeurstechniek: 2. als doelstelling voor de warmtetransitie vast te stellen dat: Lelystad in 2050 voor warmte in de gebouwde omgeving geen gebruik meer maakt van fossiele brandstoffen en houtsoortige biomassa; 3. bij de doelstelling hierboven de volgende drie subdoelen vast te stellen: a.

zoveel mogelijk energiebesparing te bereiken door isolatie en besparingsmaatregelen; b. zoveel mogelijk energieopwekking te bereiken door plaatsing van zonnepanelen en zonnecollectoren op daken; c. houtsoortige biomassa als energiebron uitsluiten voor nieuwe installaties en het huidige gebruik (zo spoedig mogelijk) af te bouwen. 5a.In de vast te stellen “volgorde der wijken” wordt tot 2030 een aantal wijken geselecteerd en opgepakt tot op techniekniveau. Voor de overige wijken wordt handelingsperspectief geboden; 5f. de woningisolatie van bestaande woningen wordt zoveel mogelijk naar het LT-isolatieniveau gebracht zodat er een zo breed mogelijke keuze van warmtetechnieken mogelijk wordt; 5i. de individuele lasten voor de woningeigenaar van de te nemen verduurzamingsmaatregelen en de toekomstige energiekosten (onderhoud, afschrijving, kapitaalslasten en gebruikerskosten), mogen niet hoger zijn dan de huidige lasten gerekend naar het prijsniveau van 1 januari 2021. Inflatiecorrectie vindt hierbij wel plaats; 5k. In overleg met de producenten van warmte in onze gemeente wordt ernaar gestreefd de uitfasering van het gebruik van houtsoortige biomassa te versnellen; 5l. Aardgas kan worden toegepast als transitiebrandstof als daarmee het transitieproces richting een warmtevoorziening die vrij is van fossiele brandstof en houtvormige biomassa kan worden bevorderd; 5m.

Nieuwe biomassacentrales, dan wel het vergunnen van capaciteitsuitbreiding van bestaande biomassacentrales zijn niet toegestaan;

7a. Ten dienste van de Wijkuitvoeringsplannen de volgende kaders vast te stellen: a. goede communicatie met de bewoners en eigenaren van een wijk / buurt over het ‘Wijkuitvoeringsplan’ is essentieel voor draagvlak en uitvoering. Het informeren van en het ophalen van inbreng van de eigenaren / bewoners vindt bijvoorbeeld plaats via een digitaal informatieportaal en spreekuren in de wijken. Er dient voldoende rekening gehouden te worden met de laaggeletterde of niet internetvaardige inwoner; 7c. we onderscheiden in de wijkuitvoeringsplannen twee fasen, deze kunnen waar mogelijk in een doorlopende lijn genomen worden, maar kunnen ook met een tussenpauze plaatsvinden: Fase 1: het nemen van kleine maatregelen, isoleren, ventileren en opwekken (zonnepanelen en/of zonnecollectoren) Fase 2: vervolgen met de omschakeling naar elektrisch koken en de daadwerkelijke warmtetransitie; Eerder (2014) heeft de raad bepaald dat Lelystad vanaf 2025 energieneutraal is, waarbij de energie benodigd voor mobiliteit niet wordt meegerekend. Dat besluit is in 2018 nogmaals bekrachtigd.

3. PARTICIPATIE STAKEHOLDERS EN BEWONERSGROEP Het voorstel is tot stand gekomen in goede en nauwe samenwerking met de professionele stakeholders die ook betrokken zijn bij de Kadernota “Op weg naar nieuwe energie”. Daarnaast is gestart met bewonersparticipatie. Er zijn drie avonden georganiseerd, waarvan één op voorspraak van de huurdersvereniging HvOB en Centrada, en twee specifiek gericht op de wijkraden en Lelypanelleden en particuliere woningeigenaren. Daarin is toegelicht wat de energietransitie inhoudt, wat we doen en waarom en welke rol woningeigenaren kunnen spelen. Alle avonden hadden een goede respons. We hebben vanuit deze avonden een bewonersgroep van 26 mensen kunnen samenstellen. Deze groep is bijeen geweest en heeft een verdiepende sessie meegemaakt over het tot stand komen van de Volgorde der wijken. Er is gevraagd te reageren op de aanpak en daarvan is goed gebruik gemaakt. Dat geeft het vertrouwen dat het voorliggende voorstel op steun van de professionele stakeholders en de bewonersgroep kan rekenen. Bijlage 4 geeft een overzicht van de participatiemomenten. 4. ONDERZOEK Om te komen tot een goed onderbouwde Volgorde der wijken is een aantal onderzoeken uitgevoerd: a) Technische analyse op basis van een kostenmodel (CEGOIA) b) Inventarisatie van gemeentelijke doelstellingen die raken aan de Volgorde der wijken 4A.

UITKOMSTEN ONDERZOEK CEGOIA Het CEGOIA1 model is ontwikkeld door CE Delft en het berekent: o voor een aantal energietechnieken hoeveel energie er voor die technieken nodig is en aan welke voorwaarden voldaan moet worden om deze technieken te kunnen toepassen (beschikbaarheid energiebron, bouwkundige staat woningen, warmte-afgiftesystemen, etc); o de maatschappelijke kosten, de eindgebruikerskosten en de CO 2-reductie.

1

CEGOIA staat voor: CE (Delft) Gebouwde Omgeving Interactieve Applicatie

Met dit model kunnen verschillen in de gehanteerde uitgangspunten worden berekend. De volgende scenario’s zijn doorgerekend: o Onbeperkt beschikbare elektriciteit ▪ Om inzichtelijk te maken wat de laagste kosten zijn voor individuele huishoudens; o Energieneutraal zonder isolatieminimum ▪ Om de gemeentelijke doelstelling van energieneutraliteit inzichtelijk te maken op het totale energiegebruik; o Minimaal isoleren tot label B ▪ Om inzichtelijk te maken hoeveel energie er verbruikt wordt met enkel lage temperatuurverwarmingssystemen; o Minimaal isoleren tot label A ▪ Om inzichtelijk te maken hoeveel energie er minimaal gebruikt kan worden als alle gebouwen maximaal zijn geïsoleerd. Deze scenario’s zijn gekozen omdat deze de invloed weergeven van de uitgangspunten die de raad heeft vastgesteld in de Kadernota “Op weg naar nieuwe energie”. Voor een toelichting op deze scenario’s en de uitkomsten van de doorrekeningen wordt verwezen naar de bijgevoegde managementsamenvatting (bijlage 3). In onderstaande tabel worden de uitkomsten van de doorrekeningen getoond:

De uitkomsten laten zien dat de gewenste optimale combinatie van de vastgestelde kaders “hoge isolatiegraad” en “laagste individuele kosten” leidt tot een keuze voor scenario “energieneutraal zonder isolatieminimum”. De scenario’s waarbij wordt ingezet op grote mate van na-isolatie (minimaal label B en minimaal label A) leiden tot 28% resp. 79% hoger kosten ten opzichte van het scenario “energieneutraal zonder isolatieminimum”. Terwijl de reductie in CO2 uitstoot vrijwel ongewijzigd is. Bij het scenario “onbeperkte elektriciteit” wordt het kader van de raad inzake energieneutraliteit los gelaten. Bij het scenario “energieneutraal zonder isolatieminimum” houden gebouweigenaren uiteraard wel de mogelijkheid om de woning verder te isoleren, maar is het geen noodzaak om over te kunnen stappen op een nieuwe energietechniek. De uitkomsten laten ook zien dat de technische analyse niet leidt tot een nadrukkelijke volgorde bepaling. Het kaartje op bijlage 2 behorend bij het voorstel “energietransitie: uitvoeringsbesluit Volgorde der wijken” toont de gemiddelde CO2 uitstoot als gevolg van het gebruik van aardgas voor woningen in de verschillende buurten.

NB: Bij het kaartje moet de opmerking worden geplaatst dat de uitkomsten voor bijvoorbeeld het buiten gebied zijn bijgesteld omdat door de (zeer) lage woningaantallen in die gebieden de uitkomst een vertekend (te hoog) beeld zouden geven vanwege een individueel bedrijf dat veel aardgas verbruikt in het betreffende gebied.. Dat kaartje laat zien dat er weliswaar wat onderlinge verschillen zijn, maar dat deze niet groot genoeg zijn om een volgorde op te kunnen baseren. Dat komt omdat Lelystad een relatief korte bouwtijd kent en daardoor, energetisch gezien, redelijk homogeen is samengesteld. De wijken die daar echt van afwijken zijn niet aangesloten op het aardgasnet. Dat maakt dat de volgordebepaling vooral tot stand komt door de combinatie te zoeken met andere gemeentelijke doelstellingen, in dit geval andere fysieke projecten zoals door de raad bepaald. 4B. INVENTARISATIE VAN DOELSTELLINGEN DIE RAKEN AAN DE VOLGORDE DER WIJKEN De overstap naar nieuwe energie is niet de enige doelstelling die Lelystad de komende jaren wil bereiken en om die reden is gekeken naar doelstellingen die de opgave versterken (oid). In de afwegingen is meegenomen: o Grootschalige herstructurering van (delen van) de stad (Integrale Gebiedsaanpak Lelystad Oost) ▪ Aanpak i.k.v.

Volkshuisvestingsfonds o Lelystad Next Level o Lelystad hoofdstad van de nieuwe natuur o Ontwikkelingen in de energie-infrastructuur in Lelystad (gasnet en warmtenetten) Deze inventarisatie laat zien dat door in de fase tot 2030 de aansluiting te zoeken met IGLO er werk met werk gemaakt kan worden en er bundeling van budgetten mogelijk wordt. Het voorkomt ook dat in deze wijken kort na elkaar hinder wordt ondervonden als gevolg van de bijbehorende werkzaamheden. Daarnaast kunnen andere projecten weer aansluiten bij het aardgasvrij maken van de wijken. Zoals vergroening, asbestsanering, gebiedsversterking

5. KEUZE VAN DE FASERING a. Peiljaren Bij de Volgorde worden drie peiljaren gehanteerd: 2032, 2040 en 2050. Dat zijn de jaren waarin we er naar streven in de desbetreffende wijken de aansluiting op het aardgasnet af te koppelen. Het is noodzakelijk de aanpak te faseren omdat het niet mogelijk is alle woningen in één keer aan te pakken. Omdat de uitvoering van een dergelijke transitie ongeveer 10 jaar duurt, zijn deze peiljaren gekozen. Ten aanzien van het daadwerkelijk kunnen en mogen afkoppelen van wijken van het aardgasnet is recent concept wetgeving gepubliceerd (Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) die beoogt dat juridisch mogelijk te maken. De Transitievisie warmte wordt dan een programma onder de Omgevingswet. Op basis van de genoemde onderzoeksresultaten zijn de wijken verdeeld over de peiljaren. Toegelicht wordt hoe deze fasering tot stand is gekomen, te beginnen met fase 1, dan wordt fase 3 verklaard en tot slot hoe gekomen is tot fase 2. Dit lijkt een onjuiste volgorde, maar uitgelegd wordt hoe deze volgorde tot een juiste fasering leidt. b. Fase 1 Geconcludeerd uit het onderzoek van CE Delft (CEGOIA) is dat de techniek of wijkkarakteristieken niet leiden tot een nadrukkelijke voorkeur voor een volgorde.

Dat is te verklaren door het gegeven dat Lelystad in een relatief korte bouwtijd is ontstaan en de wijken daardoor in hoge mate vergelijkbaar zijn in energieprestatie en gemiddeld gasverbruik. De

jongere wijken zijn grotendeels aangesloten op een warmtenet en vallen daarmee buiten de opgave.

De koppeling met IGLO biedt grote kansen. In het project IGLO wordt namelijk groot ingezet op het verbeteren van de woonkwaliteit en de bouwkundige opwaardering van de woningen in Lelystad-Oost. Hierin is het op minimaal label B brengen van de woningen één van de prestatieafspraken voor de Rijksbijdrage van het Volkshuisvestingfonds. Voor deze woningen moet wel bekend zijn welke nieuwe energietechniek er in de wijk beschikbaar komt. De gebouwgebonden investering is per woning wezenlijk hoger bij een all-elektric oplossing dan bij een collectief warmtenet oplossing. De keuze voor de techniek zal in de wijkuitvoeringsplannen in gezamenlijkheid met de gebouweigenaren worden bepaald. De participatietrajecten van IGLO en Wijkuitvoeringsplan kunnen op deze wijze gecombineerd worden. Vanwege de uitvoeringsagenda van IGLO is het logisch deze wijken in fase 1, tot 2030, aan te pakken. c. Fase 3 Dat roept de vraag op wanneer de wijken die niet onder IGLO vallen, aangepakt worden. Ook daar zijn de technische staat van de woningen en de wijkkarakteristieken niet duidelijk richtinggevend. Voor deze wijken is gekeken naar de techniek, zoals die op basis van de huidige inzichten als voorkeurstechniek naar boven komt. Dan blijkt dat de wijken zoals die zijn opgenomen in fase 3 bij alle scenario’s uitkomen op all-electric oplossingen.

Dat zijn voornamelijk de wijken waar de leeftijd van woningen net wat gunstiger uitpakt zodat niet of minder geïsoleerd hoeft te worden om de techniek toe te kunnen passen en waarbij de woningen vaak wat verder van elkaar afstaan zodat een warmtenet verhoudingsgewijs duurder wordt. Omdat individuele technieken niet per sé afhankelijk zijn van een collectieve aanpak door de gemeente worden deze wijken in fase 3 geplaatst. Deze individuele aanpak maakt geen onderdeel uit van het Besluit Volgorde der wijken. Die besluitvorming vindt plaats bij het vaststellen van de wijkuitvoeringsplannen voor de wijken in fase 3. Wel geeft de onderbouwing duidelijkheid aan de individuele gebouweigenaar welke opties voor zijn gebouw met de kennis van nu technisch-economisch het meest haalbaar is. Bij de periodieke actualisaties zal dat beeld steeds duidelijker worden en/of waar nodig aangepast.

d. Fase 2 Na het bepalen van fase 1 en fase 3 blijft fase 2 over. Dat zijn de woningen die niet in fase 1 of 3 zijn opgenomen, en waarvan de keuze van de techniek niet eenduidig uit het rekenmodel komt. De kosten liggen erg dicht bij elkaar. Elke vijf jaar moet de transitievisie warmte worden geactualiseerd. De verwachting is dat bij de actualisatie in 2026/2027 duidelijker is welke technieken voor de nog resterende wijken de voorkeur hebben. Om die reden wordt voor deze wijken ook geen voorkeurstechniek benoemd. 6. VOORKEURSTECHNIEK Naast het vaststellen van de Volgorde der wijken vergt dit besluit ook een uitspraak over de techniek die het gebruik van aardgas gaat vervangen waarmee in de wijken het gesprek wordt gestart. In deze paragraaf wordt toegelicht hoe tot deze voorkeurstechniek is gekomen. a. Wijkuitvoeringsplannen Nadat de Volgorde der wijken is bepaald, start het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen voor de wijken die in fase 1 (tot 2032) zijn opgenomen. Om de gesprekken met de wijken aan te kunnen gaan is het nodig een uitgangspunt te bepalen voor de nieuwe energietechniek. In de Kadernota is aangegeven dat het aan te bieden energiesysteem fossielvrij moet zijn en er gestreefd wordt naar versnelde afbouw van biomassa. De keuze voor het nieuwe energiesysteem ligt primair bij de gebouweigenaar.

De gemeenteraad bepaalt welke (collectieve) energietechnieken er aangeboden worden, de gebouweigenaar besluit om daar wel of geen gebruik van te maken. Andersom is dat niet mogelijk. Als de raad bepaalt dat er bijvoorbeeld geen biogas of warmtenet in de wijk komt, kan de individuele gebouweigenaar niet afdwingen dat die systemen beschikbaar komen. Een individuele gebouweigenaar behoudt te allen tijde het recht de aangeboden collectieve techniek te weigeren. Dat ontslaat de gebouweigenaar niet van de plicht een alternatief voor aardgas te kiezen, waarbij dat alternatief wel dient te voldoen aan voorwaarden die door de raad worden vastgesteld in het wijkuitvoeringsplan. Om het gesprek met de individuele gebouweigenaren te kunnen starten, heeft de gemeente vooronderzoek gedaan naar de beschikbare alternatieven. Deze informatie wordt gebruikt als gespreksstarter voor de betreffende wijk, maar nadrukkelijk wordt benoemd dat dit volledig vrijblijvend is. De keuze voor de alternatieve techniek wordt in samenspraak met de wijk bepaald en vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld in het Wijkuitvoeringsplan. Bij die keuze kan de raad elke ontwikkeling in die betreffende wijken meenemen in de overwegingen. Hier zal pas het definitieve besluit van de raad genomen worden welke energiesystemen er aangeboden worden in de betreffende wijk. b.

Collectieve warmte als gespreksstarter voor fase 1 Op basis van de doorrekeningen van het CEGOIA komt bij elk van de doorgerekende scenario’s een collectief warmtenet als beste optie (goedkoopste oplossing voor de individuele gebouweigenaar) uit de bus voor de wijken uit fase 1. Daarop op is verder onderzocht of een collectief warmtenet een realistische optie is in de wijken van fase 1. c. Warmtenetten in Lelystad In Lelystad zijn momenteel twee warmtenetten in bedrijf die beiden worden gevoed door biomassa. De raad heeft als kader meegegeven dat warmtenetten in 2050 geen biomassa meer mogen gebruiken en dat nieuwe warmtenetten niet verwarmd mogen worden op basis van biomassa. Tegelijkertijd wordt er naar gestreefd biomassa versneld uit te faseren.

d. Geothermie HVC is houder van een opsporingsvergunning voor geothermie in Lelystad. Zij onderzoeken op dit moment de potentie van deze warmtebron en de uitkomsten van die onderzoeken zijn zeer positief. Er ligt op een relatief ondiep niveau een groot vermogen aan warmte, van een temperatuur waarmee een groot deel van de stad van warmte voorzien kan worden. Deze warmte kan ter beschikking worden gesteld aan bestaande warmtenetten, maar ook nieuwe, door derden, aan te leggen netten kunnen daar gebruik van maken. Waarbij die warmtenetten volgens aanbestedingswetgeving in de markt worden gezet en het nadrukkelijk geen gegeven is dat de netten door de huidige aanbieders zullen worden geëxploiteerd. Door de beschikbaarheid van geothermie kan worden voldaan aan de kaders die raad stelt aan de bron van een warmtenet. Het college heeft de raad inmiddels een informatiesessie aangeboden waarin de laatste stand van zaken rond het haalbaarheidsonderzoek van geothermie zal worden toegelicht, en waarbij ook ruim de gelegenheid zal zijn vragen te stellen over de techniek en de gevolgen voor de omgeving. Het presidium plant deze informatieavond in. e. Toetsing keuze collectief warmtenet op basis van geothermie aan de kaders van de raad: Door gebruik te maken van geothermie kan op relatief korte termijn het gebruik van fossiele brandstoffen en houtsoortige biomassa worden afgebouwd.

Dat is in lijn met de kaders: o als doelstelling voor de warmtetransitie vast te stellen dat: Lelystad in 2050 voor warmte in de gebouwde omgeving geen gebruik meer maakt van fossiele brandstoffen en houtsoortige biomassa; o houtsoortige biomassa als energiebron uitsluiten voor nieuwe installaties en het huidige gebruik (zo spoedig mogelijk) af te bouwen. o nieuwe biomassacentrales, dan wel het vergunnen van capaciteitsuitbreiding van bestaande biomassacentrales zijn niet toegestaan Uit de technisch-economische analyse blijkt dat een collectief warmtenet gemiddeld genomen tot lagere kosten leidt voor de individuele gebouweigenaar dan een all-electric oplossing. Dit wordt verder uitgewerkt in de WUP. Dat is in lijn met het kader: o de individuele lasten voor de woningeigenaar van de te nemen verduurzamingsmaatregelen en de toekomstige energiekosten (onderhoud, afschrijving, kapitaalslasten en gebruikerskosten), mogen niet hoger zijn dan de huidige lasten gerekend naar het prijsniveau van 1 januari 2021. Inflatiecorrectie vindt hierbij wel plaats; Een groot deel van de kosten die gepaard gaan met de energietransitie is nodig om de woning geschikt te maken voor de alternatieve techniek.

Voor geselecteerde wijken in fase 1 geldt in algemene zin dat deze voor het toe kunnen passen van een all-electric oplossing grondig nageïsoleerd moeten worden en veelal voorzien van een laag temperatuurafgiftesysteem. Bij het toepassen van een warmtenet kan het nog steeds wenselijk zijn om de woning na te isoleren (bijvoorbeeld uit comfort oogpunt), maar noodzakelijk is het niet. Het geeft de gebouweigenaar daarmee veel meer ruimte om onderscheid te maken tussen noodzakelijke kosten en individuele, persoonlijke wensen. Dit past bij het kader: o de woningisolatie van bestaande woningen wordt zoveel mogelijk naar het LTisolatieniveau gebracht zodat er een zo breed mogelijke keuze van warmtetechnieken mogelijk wordt; Conclusie: De conclusie is dat de keuze voor een collectief warmtenet op basis van geothermie past binnen de door de raad gestelde kaders voor het bepalen van de voorkeurstechniek.

Met de keuze voor een collectief warmtenet wordt een aantal doelen bereikt: o Collectieve warmtelevering leidt tot de laagste individuele kosten, waarbij Lelystad energieneutraal kan worden en blijven; o Het inzetten van een warmtenet leidt tot een beperktere noodzaak om het elektriciteitsnet te verzwaren en dat leidt tot lagere maatschappelijke kosten. o Geothermie kan worden benut als duurzame en volhoudbare energiebron; ▪ Onderzoek door HVC heeft laten zien dat onder Lelystad een geschikte geothermiebron aanwezig is die een groot deel van Lelystad van duurzame warmte kan voorzien. o Biomassa kan versneld worden uitgefaseerd voor het warmtenet van Vattenfall; ▪ De biomassacentrale van Vattenfall bereikt in 2025 het einde van de technische en economische levensduur. Door vanaf 2025 warmte uit geothermie af te nemen van HVC kan een stevige bijdrage worden geleverd aan het minimum aantal gebouwen dat nodig is om geothermie economisch haalbaar te laten zijn. o Het doel om in 2030 op 20% van de opgave te bereiken kan worden gehaald ▪ Tot 2032 gaan ongeveer 8600 gebouwen over naar een duurzame energiebron. In Het Klimaatakkoord is afgesproken om in 2030 meer dan 20% van de bestaande aardgasaansluitingen afgekoppeld te hebben. Dit is de bijdrage van de sector Gebouwde Omgeving aan de landelijke doelstelling om 50% minder CO2 uit te stoten.

Met de Lelystadse bijdrage wordt hier ruim aan voldaan en is er tevens zicht op realisatie van de eindopgave om in 2050 geheel aardgasvrij te zijn. 7. HANDELINGSPERSPECTIEF WIJKEN NA 2032 Omdat niet alle wijken tegelijkertijd aangepakt kunnen worden, is het noodzakelijk handelingsperspectief te bieden aan de wijken die in een latere fase aan bod komen. Met het Energieloket Lelystad (uitgevoerd door het Regionaal Energieloket) heeft elke gebouweigenaar de mogelijkheid zich te laten informeren over alles wat met de energietransitie te maken heeft. Het Energieloket Lelystad gaat ook collectieve acties organiseren voor het verduurzamen van gebouwen. Zo is recent de zeer succesvolle cadeaubonnenactie gestart. De 3300 bonnen waren binnen een uur op. We zijn op zoek naar een manier om die actie een vervolg te geven. Gebouweigenaren kunnen aan dergelijke acties meedoen zodat de woning alvast voorbereid wordt op de overgang naar nieuwe energie.

8. INTEGRALE BESLUITTEKST KADERNOTA “OP WEG NAAR NIEUWE ENERGIE ” , 18 MEI 2021. In deze paragraaf is de integrale besluittekst van 18 mei 2021 opgenomen. Daar waar het besluit kaders betreft die raken aan het Besluit Volgorde der wijken en de keuze voor de voorkeurstechniek is geduid hoe deze kaders zijn vertaald in het voorstel.

Raadsbesluit Nummer: 354 De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 24 november 2020; B E S L U I T: 1. kennis te nemen van de kadernota Transitievisie Warmte Lelystad 2020-2050; 2. als doelstelling voor de warmtetransitie vast te stellen dat: Lelystad in 2050 voor warmte in de gebouwde omgeving geen gebruik meer maakt van fossiele brandstoffen en houtsoortige biomassa; Hieraan wordt invulling gegeven door als alternatieve technieken te kiezen voor all-electric oplossingen en warmtenetten uit duurzame bronnen (zoals geothermie) 3. bij de doelstelling onder 2. de volgende drie subdoelen vast te stellen: a. zoveel mogelijk energiebesparing te bereiken door isolatie en besparingsmaatregelen; Dit kader is ingevuld door het starten van het Energieloket Lelystad en door een goede afweging te maken tussen de te kiezen alternatieve techniek, de noodzaak om de woning daarvoor na te isoleren, de CO2 winst en de kosten/baten verhouding daartussen. b. zoveel mogelijk energieopwekking te bereiken door plaatsing van zonnepanelen en zonnecollectoren op daken; Bij het inwerkingtreden van de Omgevingswet zal de raad worden voorgesteld zon op dak te verplichten bij nieuwbouw.

Daarnaast wordt het gebruik van zonne-energie op daken gestimuleerd door het aanbieden van de lening toekomstbestendig wonen en informatie over de geschiktheid van daken via www.zonnekaart.nl. c. houtsoortige biomassa als energiebron uitsluiten voor nieuwe installaties en het huidige gebruik (zo spoedig mogelijk) af te bouwen. Hieraan wordt invulling gegeven door als alternatieve technieken te kiezen voor all-electric oplossingen en warmtenetten uit duurzame bronnen (zoals geothermie) 4. De volgende groepen kaders te hanteren: - Strategie / Transitievisie Warmte; - Het bepalen van de volgorde waarin wijken overgaan naar een aardgasloze energievoorziening; - De Wijkuitvoeringsplannen; - Het bieden van handelingsperspectief.

5. Ten dienste van “Strategie” de volgende kaders vast te stellen: a. In de vast te stellen “volgorde der wijken” wordt tot 2030 een aantal wijken geselecteerd en opgepakt tot op techniekniveau. Voor de overige wijken wordt handelingsperspectief geboden; Dit kader wordt in dit besluit uitgewerkt in de besluitpunten 1,2,3,4 en 5. b. de gemeente kiest voor een regie- en faciliterende rol bij de uitvoering; c. de gemeente vervult een voorbeeldfunctie voor het eigen gemeentelijk vastgoed; d. de gemeente bevordert lokale initiatieven door tijdige informatieverstrekking; e. er komt een separate aanpak voor bedrijventerreinen, hierbij worden de bedrijven betrokken; Dit kader is inmiddels vertaald in een plan van aanpak bedrijventerreinen dat door het college is vastgesteld. f. de woningisolatie van bestaande woningen wordt zoveel mogelijk naar het LT-isolatieniveau gebracht zodat er een zo breed mogelijke keuze van warmtetechnieken mogelijk wordt; Dit kader maakt onderdeel uit van de afwegingen rond de keuze van de technieken. Daarbij is ook onderzocht welke CO2 reductie vergaand isoleren bereikt tegen welke kosten. g. bij asbestwoningen wordt er zoveel mogelijk “werk met werk gemaakt” door asbestsanering te combineren met de isolatieopgave en waar van toepassing het plaatsen van zonnecollectoren en/of zonnepanelen; h.

met ontwikkelaars van reeds vergunde woningbouwbouwprojecten die nog op gas aangesloten mogen worden gaat de gemeente in gesprek om hierover alsnog afspraken te maken; Er zijn geen woningbouwprojecten in ontwikkeling waarbij wordt aangesloten op aardgas. i. de individuele lasten voor de woningeigenaar van de te nemen verduurzamingsmaatregelen en de toekomstige energiekosten (onderhoud, afschrijving, kapitaalslasten en gebruikerskosten), mogen niet hoger zijn dan de huidige lasten gerekend naar het prijsniveau van 1 januari 2021. Inflatiecorrectie vindt hierbij wel plaats; Dit kader maakt onderdeel uit van de afwegingen die leiden tot de keuze van de voorkeurstechniek. j. de gemeenteraad wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de mogelijkheden en risico’s van de inzet van aardwarmte in Lelystad, zodat zij hierover een richtinggevende uitspraak kan doen; Het college heeft de raad in december 2021 aangeboden een informatiesessie te organiseren over de stand van zaken rond het opsporingsonderzoek naar geothermie in Lelystad. k. in overleg met de producenten van warmte in onze gemeente wordt ernaar gestreefd de uitfasering van het gebruik van houtsoortige biomassa te versnellen; Hierover zijn gesprekken gaande met de producenten van warmte in Lelystad. l.

Aardgas kan worden toegepast als transitiebrandstof als daarmee het transitieproces richting een warmtevoorziening die vrij is van fossiele brandstof en houtvormige biomassa kan worden bevorderd; m. nieuwe biomassacentrales, dan wel het vergunnen van capaciteitsuitbreiding van bestaande biomassacentrales zijn niet toegestaan; Aan dit kader wordt invulling gegeven door het warmtenet dat voor fase 1 als voorkeurstechniek is benoemd, te verwarmen op basis van geothermie. n. binnen de wettelijke mogelijkheden te streven naar scheiding van productie en warmtetransport/beheer van de warmtenetten. Bij een warmtenet dat wordt gevoed uit geothermie wordt hieraan invulling gegeven. HVC kan als bronhouder de warmte produceren, warmnetbeheerders kunnen deze warmte aankopen en distribueren naar de aangesloten panden.

6. Ten dienste van “Volgorde der Wijken” de volgende kaders vast te stellen: a. bij het bepalen van de volgorde der wijken wordt rekening gehouden met andere fysieke projecten in de stad; Dit kader is leidend geweest bij het bepalen van de Volgorde der wijken door de koppeling met het project IGLO. b. bij het bepalen van de volgorde der wijken wordt rekening gehouden met de karakteristieken van de verschillende buurten waaruit een wijk is opgebouwd; Dit is een kernuitgangspunt geweest bij de CEGOIA studie. c. voor de periode tot 2030, worden voor de uitwerking tot op techniekniveau, de wijken en buurten geprioriteerd die ten minste voldoen aan een van de volgende kaders: i. wijken en buurten waar de grootste energiewinst door isolatiemaatregelen te behalen is (in termen van energiebesparing/CO2 reductie); Dit is onderzocht in de CEGOIA studie en liet zien dat er weinig onderscheidend vermogen is in de bestaande wijken van Lelystad. Daarvoor verschillen de bouwperioden en de bouwstijlen te weinig. De jongere wijken zijn veelal niet op aardgas aangesloten. ii. wijken en buurten die voor 2030 al van het gas af kunnen zonder de inzet van een op fossiele brandstoffen en of biomassa gestookt warmtenet; Aan dit kader wordt invulling gegeven doordat het beoogde warmtenet met geothermie wordt verwarmd. d.

voor wijken die worden aangepakt in de periode vanaf 2030 wordt per direct gestart met het aanbieden van een handelingsperspectief; Dit kader is ingevuld door onder meer het Energieloket Lelystad op te richten. Daarnaast wordt van de wijken in fase 1 en 3 aangegeven welke techniek nu als beste alternatief naar voren komt, zodat in deze wijken daarop geanticipeerd kan worden e. buurten die vooruit willen lopen op de gemeentelijke planning en dit op eigen kracht en binnen de kaders zelf kunnen organiseren, wordt daarvoor ruimte geboden. Dit kader is vertaald naar het bieden van ondersteuning aan wijken die vooruit willen lopen. De wijze van ondersteuning hangt af van de ondersteuningsvraag . 7. Ten dienste van de Wijkuitvoeringsplannen de volgende kaders vast te stellen: a. goede communicatie met de bewoners en eigenaren van een wijk / buurt over het ‘Wijkuitvoeringsplan’ is essentieel voor draagvlak en uitvoering. Het informeren van en het ophalen van inbreng van de eigenaren / bewoners vindt bijvoorbeeld plaats via een digitaal informatieportaal en spreekuren in de wijken. Er dient voldoende rekening gehouden te worden met de laaggeletterde of niet internetvaardige inwoner; b.

de keuzes voor de voorkeursenergiesystemen, met name daar waar die een collectieve verplichting inhouden, zijn gebaseerd op criteria zoals gesteld in dit besluit en de hierop nog volgende door de gemeenteraad te nemen besluiten; c. we onderscheiden in de wijkuitvoeringsplannen twee fasen, deze kunnen waar mogelijk in een doorlopende lijn genomen worden, maar kunnen ook met een tussenpauze plaatsvinden: Fase 1: het nemen van kleine maatregelen, isoleren, ventileren en opwekken (zonnepanelen en/of zonnecollectoren) Fase 2: vervolgen met de omschakeling naar elektrisch koken en de daadwerkelijke warmtetransitie; d. de aanleg van nieuwe warmtenetten vindt niet eerder plaats dan: i) vaststaat dat hiervoor een warmtebron beschikbaar komt die vrij is van het gebruik van fossiele brandstoffen en houtsoortige biomassa; ii) de kosten voldoen aan het criterium onder 5.i.; iii) de raad een besluit over de aanleg en de wijze van transitie (van toepassing binnen de bestaande stad) heeft genomen; e. de gemeente stelt, voor zover nog niet aanwezig, (aanvullende) regels op ter handhaving

van de in dit besluit gestelde kaders en ten behoeve van het voorkomen van overlast voor de omgeving als gevolg van uitstoot (luchtkwaliteit), geluidshinder, geuroverlast, trillingen, enz.; f. er worden met bewoners/eigenaren “pilotwoningen” gerealiseerd, met name in buurten met veel eenvormige woningen. Zij worden hierin (financieel) ondersteund. Dit om inzicht te verkrijgen in de technische en financiële mogelijkheden, de aanpak, de kosten en de besparingen; g. Naast technische oplossingen aan particuliere woningeigenaren organiseren we ook financiële oplossingen (bijv. duurzaamheidsleningen, lease en huur/koop constructies vanuit de markt, etc.); h. de wijze waarop particuliere woningeigenaren de daadwerkelijke transitie kunnen (laten) uitvoeren, kan variëren van het ontvangen van informatie door de doe-het-zelver tot het compleet worden ontzorgd, deze keuze ligt uiteindelijk bij de woningeigenaar zelf; i. particuliere woningeigenaren en bedrijven krijgen de ruimte voor een eigen individuele en of collectieve oplossing. Dit op voorwaarde dat deze geen gebruik maakt van een fossiele brandstof of op een houtsoortige biomassa gebaseerde energiebron. Dit binnen de mogelijkheden die de landelijke en lokale regelgeving biedt. Wanneer zij dat realiseren worden zij niet verplicht om aan een algemene voorziening deel te nemen.

(Zij maken hier dan dus ook geen additionele kosten voor.); j. de inzet van lokale aanbieders van producten en diensten heeft de voorkeur. Aan de kaders onder 7 wordt invulling geven bij het opstellen van de Wijkuitvoeringsplannen. Dat start zodra het Besluit Volgorde der wijken is genomen. 8. Ten dienste van “handelingsperspectief” voor periode 2030 tot 2050 de volgende kaders vast te stellen: a. we geven ruimte voor individuele/collectieve initiatieven voor de warmtetransitie, aan inwoners/eigenaren in de wijken die in die periode 2030 tot 2050 gepland zijn, mits voldaan wordt aan de in dit besluit door de raad gestelde kaders; Deze ruimte wordt geboden in het Besluit Volgorde der wijken en zal verdere worden vertaald in de Wijkuitvoeringsplannen. b. er wordt inzicht geboden in de maatregelen die door bewoners/eigenaren vooruitlopend op een wijkaanpak getroffen kunnen worden, zonder dat dit latere deelname aan een algemeen aangeboden voorziening bij de warmtetransitie in de weg staat; Hiertoe is onder meer het Energieloket Lelystad opgericht. c. we informeren bewoners/eigenaren actief via een website samen met de transitieambassadeurs (zoals de bewoners van de pilotwoningen) over de ontwikkelingen van de warmtetransitie, de mogelijkheden tot het nemen van verduurzamende maatregelen en subsidie- en financieringsmogelijkheden.

Dit maakt onderdeel uit van het takenpakket van het Energieloket Lelystad. 9. In 2021 ontvangt de raad een plan welke inzichtelijk maakt hoe binnen redelijke termijn1 het gemeentelijk vastgoed (grotendeels) ‘van het gas los’ te maken.

Lelystad, 18 mei 2021

9. OVERZICHT STATUS BESLUITEN KADERNOTA ‘OP WEG NAAR NIEUWE ENERGIE ’

Bijlage - Overzicht status besluiten Kadernota 'Op weg naar nieuwe energie' 1. kennis te nemen van de kadernota Transitievisie Warmte Lelystad 2020-2050;

Afgerond

2. als doelstelling voor de warmtetransitie vast te stellen dat: Lelystad in 2050 voor warmte in de gebouwde omgeving geen gebruik meer maakt van fossiele brandstoffen en houtsoortige biomassa;

Onderdeel van besluit VDW

3. bij de doelstelling onder 2. de volgende drie subdoelen vast te stellen: a. zoveel mogelijk energiebesparing te bereiken door isolatie en besparingsmaatregelen; b. zoveel mogelijk energieopwekking te bereiken door plaatsing van zonnepanelen en zonnecollectoren op daken; c. houtsoortige biomassa als energiebron uitsluiten voor nieuwe installaties en het huidige gebruik (zo spoedig mogelijk) af te bouwen. 4. De volgende groepen kaders te hanteren: - Strategie / Transitievisie Warmte; - Het bepalen van de volgorde waarin wijken overgaan naar een aardgasloze energievoorziening; - De Wijkuitvoeringsplannen; - Het bieden van handelingsperspectief.

Onderdeel van besluit VDW en energieloket Onderdeel van concept zonneveldenbeleid. (in afwachting Omgevingswet en provinciaal beleid) Doorlopende actie Afgerond Onderdeel van besluit VDW Moet nog opgestart worden in WUP Doorlopende actie

5. Ten dienste van “Strategie” de volgende kaders vast te stellen: a. In de vast te stellen “volgorde der wijken” wordt tot 2030 een aantal wijken geselecteerd en opgepakt tot op techniekniveau. Voor de overige wijken wordt handelingsperspectief geboden;

Onderdeel van besluit VDW

b. de gemeente kiest voor een regie- en faciliterende rol bij de uitvoering;

Doorlopende actie

c. de gemeente vervult een voorbeeldfunctie voor het eigen gemeentelijk vastgoed;

Doorlopende actie Doorlopende actie via energieloket

d. de gemeente bevordert lokale initiatieven door tijdige informatieverstrekking; e. er komt een separate aanpak voor bedrijventerreinen, hierbij worden de bedrijven betrokken;

Afgerond en in uitvoering

f. de woningisolatie van bestaande woningen wordt zoveel mogelijk naar het LT-isolatieniveau gebracht zodat er een zo breed mogelijke keuze van warmtetechnieken mogelijk wordt; g. bij asbestwoningen wordt er zoveel mogelijk “werk met werk gemaakt” door asbestsanering te combineren met de isolatieopgave en waar van toepassing het plaatsen van zonnecollectoren en/of zonnepanelen; h. met ontwikkelaars van reeds vergunde woningbouwbouwprojecten die nog op gas aangesloten mogen worden gaat de gemeente in gesprek om hierover alsnog afspraken te maken; i. de individuele lasten voor de woningeigenaar van de te nemen verduurzamingsmaatregelen en de toekomstige energiekosten (onderhoud, afschrijving, kapitaalslasten en gebruikerskosten), mogen niet hoger zijn dan de huidige lasten gerekend naar het prijsniveau van 1 januari 2021. Inflatiecorrectie vindt hierbij wel plaats; j. de gemeenteraad wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de mogelijkheden en risico’s van de inzet van aardwarmte in Lelystad, zodat zij hierover een richtinggevende uitspraak kan doen;

Onderdeel van besluit VDW

Afgerond Afgerond

Beleidsuitgangspunt/ onderdeel van besluit VDW gesprek met de raad inzake geothermie is aangevraagd. Agendaverzoek ligt bij presidium

k. in overleg met de producenten van warmte in onze gemeente wordt ernaar gestreefd de uitfasering van het gebruik van houtsoortige biomassa te versnellen;

Lopende actie/ onderdeel van besluit VDW

l. Aardgas kan worden toegepast als transitiebrandstof als daarmee het transitieproces richting een warmtevoorziening die vrij is van fossiele brandstof en houtvormige biomassa kan worden bevorderd;

Beleidsuitgangspunt/ onderdeel van besluit VDW

m. nieuwe biomassacentrales, dan wel het vergunnen van capaciteitsuitbreiding van bestaande biomassacentrales zijn niet toegestaan; n. binnen de wettelijke mogelijkheden te streven naar scheiding van productie en warmtetransport/beheer van de warmtenetten. 6. Ten dienste van “Volgorde der Wijken” de volgende kaders vast te stellen: a. bij het bepalen van de volgorde der wijken wordt rekening gehouden met andere fysieke projecten in de stad; b. bij het bepalen van de volgorde der wijken wordt rekening gehouden met de karakteristieken van de verschillende buurten waaruit een wijk is opgebouwd; c. voor de periode tot 2030, worden voor de uitwerking tot op techniekniveau, de wijken en buurten geprioriteerd die ten minste voldoen aan een van de volgende kaders: i. wijken en buurten waar de grootste energiewinst door isolatiemaatregelen te behalen is (in termen van energiebesparing/CO2 reductie);

Beleidsuitgangspunt/ onderdeel van besluit VDW Beleidsuitgangspunt

Onderdeel van besluit VDW Onderdeel van besluit VDW Onderdeel van besluit VDW Onderdeel van besluit VDW

ii. wijken en buurten die voor 2030 al van het gas af kunnen zonder de inzet van een op fossiele brandstoffen en of biomassa gestookt warmtenet; d. voor wijken die worden aangepakt in de periode vanaf 2030 wordt per direct gestart met het aanbieden van een handelingsperspectief; e. buurten die vooruit willen lopen op de gemeentelijke planning en dit op eigen kracht en binnen de kaders zelf kunnen organiseren, wordt daarvoor ruimte geboden. 7. Ten dienste van de Wijkuitvoeringsplannen de volgende kaders vast te stellen:

Onderdeel van besluit VDW Onderdeel van besluit VDW en energieloket Onderdeel van besluit VDW

a. goede communicatie met de bewoners en eigenaren van een wijk / buurt over het ‘Wijkuitvoeringsplan’ is essentieel voor draagvlak en uitvoering. Het informeren van en het ophalen van inbreng van de eigenaren / bewoners vindt bijvoorbeeld plaats via een digitaal informatieportaal en spreekuren in de wijken. Er dient voldoende rekening gehouden te worden met de laaggeletterde of niet internetvaardige inwoner;

Onderdeel van besluit VDW

b. de keuzes voor de voorkeursenergiesystemen, met name daar waar die een collectieve verplichting inhouden, zijn gebaseerd op criteria zoals gesteld in dit besluit en de hierop nog volgende door de gemeenteraad te nemen besluiten;

Nog niet van toepassing

c. we onderscheiden in de wijkuitvoeringsplannen twee fasen, deze kunnen waar mogelijk in een doorlopende lijn genomen worden, maar kunnen ook met een tussenpauze plaatsvinden: Fase 1: het nemen van kleine maatregelen, isoleren, ventileren en opwekken (zonnepanelen en/of zonnecollectoren) Fase 2: vervolgen met de omschakeling naar elektrisch koken en de daadwerkelijke warmtetransitie; d. de aanleg van nieuwe warmtenetten vindt niet eerder plaats dan: i) vaststaat dat hiervoor een warmtebron beschikbaar komt die vrij is van het gebruik van fossiele brandstoffen en houtsoortige biomassa; ii) de kosten voldoen aan het criterium onder 5.i.; iii) de raad een besluit over de aanleg en de wijze van transitie (van toepassing binnen de bestaande stad) heeft genomen; e. de gemeente stelt, voor zover nog niet aanwezig, (aanvullende) regels op ter handhaving van de in dit besluit gestelde kaders en ten behoeve van het voorkomen van overlast voor de omgeving als gevolg van uitstoot (luchtkwaliteit), geluidshinder, geuroverlast, trillingen, enz.;

Onderdeel van besluit VDW Onderdeel van besluit VDW Onderdeel van besluit VDW Onderdeel van besluit VDW Onderdeel van besluit VDW Onderdeel van besluit VDW Nog niet van toepassing Moet nog opgestart worden in WUP

f. er worden met bewoners/eigenaren “pilotwoningen” gerealiseerd, met name in buurten met veel eenvormige woningen. Zij worden hierin (financieel) ondersteund. Dit om inzicht te verkrijgen in de technische en financiële mogelijkheden, de aanpak, de kosten en de besparingen;

Moet nog opgestart worden in WUP

g. Naast technische oplossingen aan particuliere woningeigenaren organiseren we ook financiële oplossingen (bijv. duurzaamheidsleningen, lease en huur/koop constructies vanuit de markt, etc.);

Doorlopende activiteit

h. de wijze waarop particuliere woningeigenaren de daadwerkelijke transitie kunnen (laten) uitvoeren, kan variëren van het ontvangen van informatie door de doe-het-zelver tot het compleet worden ontzorgd, deze keuze ligt uiteindelijk bij de woningeigenaar zelf;

Iis onderdeel van WUP

i. particuliere woningeigenaren en bedrijven krijgen de ruimte voor een eigen individuele en of collectieve oplossing. Dit op voorwaarde dat deze geen gebruik maakt van een fossiele brandstof of op een houtsoortige biomassa gebaseerde energiebron. Dit binnen de mogelijkheden die de landelijke en lokale regelgeving biedt. Wanneer zij dat realiseren worden zij niet verplicht om aan een algemene voorziening deel te nemen. (Zij maken hier dan dus ook geen additionele kosten voor.);

Beleidsuitgangspunt

j. de inzet van lokale aanbieders van producten en diensten heeft de voorkeur. 8. Ten dienste van “handelingsperspectief” voor periode 2030 tot 2050 de volgende kaders vast te stellen:

Doorlopende beleidsopgave

a. we geven ruimte voor individuele/collectieve initiatieven voor de warmtetransitie, aan inwoners/eigenaren in de wijken die in die periode 2030 tot 2050 gepland zijn, mits voldaan wordt aan de in dit besluit door de raad gestelde kaders;

Doorlopende activiteit en onderdeel van WUP

b. er wordt inzicht geboden in de maatregelen die door bewoners/eigenaren vooruitlopend op een wijkaanpak getroffen kunnen worden, zonder dat dit latere deelname aan een algemeen aangeboden voorziening bij de warmtetransitie in de weg staat;

Doorlopende activiteit via energieloket

c. we informeren bewoners/eigenaren actief via een website samen met de transitieambassadeurs (zoals de bewoners van de pilotwoningen) over de ontwikkelingen van de Doorlopende activiteit via warmtetransitie, de mogelijkheden tot het nemen van verduurzamende maatregelen en subsidie- energieloketen en financieringsmogelijkheden. Klankbordgroep 9. In 2021 ontvangt de raad een plan welke inzichtelijk maakt hoe binnen redelijke termijn1 het Budgetclaim voor onderzoek gemeentelijk vastgoed (grotendeels) ‘van het gas los’ te maken. is opgenomen in Kaderbrief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=592c19f5-3b75-44a0-a324-f285604ea348