BL 3 Gewijzigde statuten Stichting SchOOL def. maart 2023
Tekst van het document
Versie datum 6 februari 2023
GEWIJZIGDE STATUTEN STICHTING SCHOOL [Aanhef aanpassen] Vandaag, ..................... , verscheen voor mij, ..................., notaris te .................: mevrouw J.E.A.M. Merkx, geboren te .............. op ..................., woonplaats houdende...................., handelend namens de stichting: Stichting scholengroep openbaar onderwijs Lelystad, statutair gevestigd te Lelystad, feitelijk gevestigd te 8233 BR Lelystad, Het Ravelijn 50, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 51350963. De volmacht is opgenomen in de aan deze akte gehechte notulen. De voormelde stichting wordt hierna ook genoemd: de stichting. De verschenen persoon verklaart vooraf het volgende. INLEIDING [tekst aanpassen] 1. De stichting werd opgericht bij akte verleden op vierentwintig november tweeduizend tien voor mr. A.J.P. Beijers-Willems, notaris te Horst, gemeente Horst aan de Maas. 2. De statuten zijn na de oprichting eenmaal gewijzigd bij akte van één april tweeduizend veertien. 3. In de vergadering van het college van bestuur van de stichting, heeft het college van bestuur op ................ besloten tot een tweede wijziging van de statuten. Bij het besluit werd aan de verschenen persoon volmacht gegeven voor de passering van de akte zorg te dragen.
Volgens de nog geldende statuten was voor het besluit tot statutenwijziging goedkeuring vereist van de raad van toezicht en de gemeenteraad. De goedkeuring door de raad van toezicht is verleend op ............., waarvan blijkt uit een aan deze akte te hechten bijlage. De goedkeuring door de gemeenteraad is verleend op ............, waarvan blijkt uit een aan deze akte te hechten bijlage. 4. Het besluit tot statutenwijziging werd overeenkomstig de statutaire voorschriften (artikel 14) genomen. De notulen van dit besluit zijn aan deze akte gehecht. BEPALINGEN OVER DE STICHTING NAAM Artikel 1 De stichting draagt de naam: Stichting scholengroep openbaar onderwijs Lelystad, afgekort stichting SchOOL. BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 2 In deze statuten wordt verstaan onder: a. stichting: de Stichting scholengroep openbaar onderwijs Lelystad; b. gemeente: de gemeente Lelystad; 1
c. college van B&W: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad; d. gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Lelystad; e. jaarverslag: het bestuursverslag en de jaarrekening van de stichting tezamen; f. scholen: de openbare scholen voor primair onderwijs en scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, die onder het bestuur van de stichting ressorteren; g. WPO: de Wet op het primair onderwijs; h. WEC: de Wet op de expertisecentra; i. WMS: Wet Medezeggenschap op Scholen; j. GMR: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad; k. college van bestuur: het statutaire bestuur van de stichting, tevens belast met de uitoefening van het bevoegd gezag van de scholen namens de stichting; l. bestuurder: ieder lid van het college van bestuur; m. schooldirecteur: de directeur van een school of van meerdere scholen behorende tot de stichting; n. raad van toezicht: de intern toezichthouder van de stichting. ZETEL EN TIJDSDUUR Artikel 3 1 De stichting is gevestigd in de gemeente Lelystad. 2 De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. De stichting dient conform het bepaalde in artikel 48 lid 12 van de WPO minimaal voor vijf jaar in het leven te worden geroepen. DOEL Artikel 4 1 Het doel van de stichting is: a.
het stichten en in stand houden van openbare scholen voor primair onderwijs en openbare scholen voor speciaal- en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 48 van de WPO en artikel 49 van de WEC en b. het bevorderen en het behartigen van (primair) onderwijs in Lelystad en omgeving; c. en het verrichten van al hetgeen daartoe bevorderlijk kan zijn. 2 Het openbaar onderwijs dat wordt verzorgd door de door de stichting in stand gehouden openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de kernwaarden van het openbaar onderwijs, te weten: gelijkwaardigheid; vrijheid; ontmoeting. VERMOGEN Artikel 5 Het tot verwezenlijking van het doel van de stichting bestemde vermogen wordt gevormd door: a. de rijksbekostiging; b. de vergoedingen voor de door de stichting verleende diensten; c. subsidies, giften en donaties; d. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten, met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van 2
boedelbeschrijving; e. hetgeen op andere wijze verkregen wordt.
HET COLLEGE VAN BESTUUR BENOEMING, SAMENSTELLING EN ARBEIDSVOORWAARDEN COLLEGE VAN BESTUUR Artikel 6 1 De stichting wordt bestuurd door een college van bestuur, bestaande uit een door de raad van toezicht te bepalen aantal van ten hoogste twee natuurlijke personen. 2 De leden van het college van bestuur worden benoemd voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. De duur van de arbeidsovereenkomst is gelijk aan de duur van de benoeming. Op de arbeidsovereenkomst zijn de bepalingen omtrent het dienstverband in de voor het de bestuurder toepasselijke CAO van toepassing. 3 De leden van het college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht, op basis van het advies van een door de raad van toezicht ingestelde benoemingsadviescommissie. De werving, selectie en benoeming van de leden van het college van bestuur geschiedt met inachtneming van het bepaalde in de WMS. De raad van toezicht benoemt de voorzitter van het college van bestuur. Indien het college van bestuur slechts uit één lid bestaat, is dit lid tevens voorzitter.
4 Bij de samenstelling van het college van bestuur wordt, onverminderd het in het vijfde lid bepaalde, door de raad van toezicht gelet op diverse facetten die de aandacht van het college van bestuur vragen, waarbij het college van bestuur in ieder geval wordt samengesteld op basis van algemene bestuurlijke kwaliteiten, affiniteit met de doelstelling van de stichting en met een spreiding van deskundigheden en achtergronden. De aandachtspunten met betrekking tot de van een lid van het college van bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. De raad van toezicht kan -indien overgegaan moet worden tot de vervulling van een vacature- besluiten tot een aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor de betreffende zetel in het college van bestuur. 5 Het college van bestuur kan vaststellen welk collegelid welke bevoegdheden in het bijzonder zal uitoefenen. Een zodanige taakverdeling laat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle leden van het college van bestuur voor het gehele bestuur onverlet. 6 De arbeidsvoorwaarden en de bezoldiging van de individuele bestuurders, alsmede de aard en de omvang van de bijzondere vergoedingen waarop die bestuurders aanspraak kunnen maken, worden vastgesteld door de raad van toezicht.
De bezoldiging en de toegekende bijzondere vergoedingen van de bestuurders worden jaarlijks overeenkomstig de geldende regelgeving in het jaarverslag vermeld. 7 Een bestuurder: a. is niet tevens lid van de raad van toezicht van de stichting en heeft daarvan gedurende een 3
periode van vier jaar voorafgaande aan zijn of haar benoeming geen deel uitgemaakt; b. is niet, binnen een periode van vijf jaren voorafgaande aan de voorgenomen benoeming, als bestuurder of toezichthouder door de rechtbank ontslagen. Deze bepaling is niet van toepassing, indien de bestuurder mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken, geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. c. is niet krachtens een aanstelling, door een bestuurslidmaatschap, door eigenaarschap of op enige andere wijze verbonden aan een bedrijf, stichting of andere organisatie met een met het doel van de stichting strijdig of incompatibel belang. d. heeft geen nevenwerkzaamheden, die aan zijn of haar functioneren in de weg kunnen staan of die de belangen van de stichting kunnen schaden – één en ander ter beoordeling van de raad van toezicht. SCHORSING, ONTSLAG EN DEFUNGEREN COLLEGE VAN BESTUUR Artikel 7 1 De raad van toezicht kan een bestuurder schorsen voor een termijn van maximaal drie maanden indien een onderzoek naar het functioneren van de bestuurder wordt ingesteld op grond waarvan tot het ontslag van deze bestuurder kan worden besloten. Het besluit tot schorsing treedt in werking na schriftelijke aanzegging aan de bestuurder onder opgave van redenen.
De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld om ten overstaan van de raad van toezicht zijn of haar zienswijze te geven op de aangezegde schorsing en zich daarbij desgewenst te laten bijstaan door een raadsman. Binnen vier weken na de ingang van de schorsing besluit de raad van toezicht of de schorsing wordt opgeheven, wordt verlengd, of dat aan de bestuurder ontslag wordt verleend. Een schorsing kan in geen geval langer duren dan drie maanden. Als binnen vier weken niet is besloten tot verlenging van de schorsing, of bij ommekomst van de termijn van drie maanden de bestuurder geen ontslag is aangezegd, vervalt de schorsing. 2 De raad van toezicht is bevoegd een bestuurder ontslag te verlenen anders dan op eigen verzoek. Het besluit tot ontslagverlening wordt genomen in een bijzondere vergadering van de raad van toezicht, waarvoor de leden van de raad van toezicht volgens het reglement van orde van de raad van toezicht behoorlijk zijn geroepen. Het besluit tot ontslag wordt genomen met meerderheid van stemmen. Tenzij er sprake is van ontslag op staande voet, stelt de raad van toezicht de betrokken bestuurder schriftelijk op de hoogte van zijn voornemen tot ontslagverlening met vermelding van zijn overwegingen.
De bestuurder wordt in ieder geval in de gelegenheid gesteld om ten overstaan van de raad van toezicht zijn of haar zienswijze te geven op het voorgenomen ontslag en zich daarbij desgewenst te laten bijstaan of te laten vertegenwoordigen door een raadsman. 3 Een lid van het college van bestuur defungeert: a. door zijn of haar overlijden; b. door zijn of haar vrijwillige opzegging van de arbeidsovereenkomst; c. door het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd; d. door zijn of haar ontslag door de rechtbank op verzoek van het openbaar ministerie of van een belanghebbende; e. door zijn of haar ontslag door de raad van toezicht; f . door het verstrijken van de duur van zijn of haar arbeidsovereenkomst. 4 4
In vacatures van bestuursleden wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Het overblijvende lid van het college van bestuur blijft volledig bevoegd. Indien het enig lid van het college van bestuur dan wel het voltallige college van bestuur gedurende langere tijd niet in staat is zijn/haar of hun functie uit te oefenen voorziet de raad van toezicht in tijdelijke vervanging door aanwijzing van ten minste één bestuurder. De tijdelijke bestuurder treedt in alle taken en bevoegdheden van het college van bestuur. COLLEGE VAN BESTUUR; TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 8 1 Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richten de leden van het college van bestuur zich naar het belang van de stichting en de daarmee verbonden organisatie, alsook naar het belang van de leerlingen en hun ouders of verzorgers, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden, het belang van Lelystad bij goed en voor alle kinderen toegankelijk openbaar onderwijs. 2 Het college van bestuur verzekert de rechtmatige en doelmatige besteding van de aan de stichting toevertrouwde middelen en richt de bedrijfsvoering van de stichting daarop in.
Het college van bestuur bevordert de kwaliteit van het onderwijs van de tot de stichting behorende scholen en houdt zicht op de ontwikkeling van de onderwijskwaliteit via een daartoe ontwikkeld kwaliteitskader. Het college van bestuur benoemt en ontslaat de schooldirecteuren en ziet toe op hun professionele ontwikkeling. Het college van bestuur heeft in ieder geval de volgende taken: a. het opstellen van de jaarlijkse begroting; b. het opstellen en vaststellen van het jaarverslag; c. het opstellen en vaststellen van het strategisch meerjarenplan (Koersplan); d. de zorg voor de ontwikkeling en de kwaliteit van het passend onderwijs binnen de stichting; e. het onderhouden van de contacten met partners in de regio, met de gemeente en met belangenorganisaties voor het primair en secundair onderwijs. Voor het overige oefent het college van bestuur al die taken en bevoegdheden uit die niet bij of krachtens deze statuten aan anderen zijn toegekend. Alle bevoegdheden die het college van bestuur toekomen, komen ook de afzonderlijke leden van het college toe. 3 Het college van bestuur verzekert de uitvoering van het stichtingsbeleid binnen de afzonderlijke scholen van de stichting, ziet toe op de bedrijfsvoering van de afzonderlijke scholen en geeft leiding aan de schooldirecteuren en aan het bedrijfsbureau, met inachtneming van het bepaalde in artikel 9, tweede lid.
4 Het college van bestuur draagt zorg voor de vaststelling van de doelstellingen van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden, daarbij rekening houdend met de belangen van hen die bij die scholen zijn betrokken en rekening houdend met de eisen die de samenleving aan onderwijs stelt. Het college van bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin die doelstellingen zijn gerealiseerd. 5 Het college van bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk 5
maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De in dit lid bedoelde besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van deze goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het college van bestuur en zijn individuele leden aan en kan jegens derden worden ingeroepen. 6 Het college van bestuur heeft voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. de vaststelling van het jaarverslag; b. de vaststelling van de begroting; c. de vaststelling of wijziging van het strategisch meerjarenplan van de stichting; d. indien van toepassing, de goedkeuring van het reglement van het college van bestuur als bedoeld in artikel 9; e. de wijziging van de statuten van de stichting; f. het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten, welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur meegedeeld bedrag; g. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; h. een ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; i. een aanvraag tot faillissement van de stichting of van surséance van betaling; j.
de ontbinding van de stichting; k. de juridische fusie van de stichting met een andere instelling, of de juridische splitsing van de stichting; l. opheffing of afsplitsing van (een deel van) door de stichting in stand gehouden scholen; m. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of de in stand te houden scholen. 7 Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht en de individuele leden daarvan tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en stelt de raad van toezicht tenminste eenmaal per jaar schriftelijk op de hoogte van de hoofdlijnen van strategisch beleid, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen. Het college van bestuur verleent aan de raad van toezicht op zijn verzoek toegang tot boeken, documenten, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting, alsmede toegang tot de bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 8 Elk lid van het college van bestuur draagt er zorg voor dat zijn professionele ontwikkeling in overeenstemming is met de deskundigheid en kennis die van hem mag worden verlangd.
COLLEGE VAN BESTUUR; WERKWIJZE Artikel 9 1 Indien het college van bestuur uit twee leden bestaat, wordt de wijze waarop het college van bestuur zijn werkzaamheden en vergaderorde regelt en zijn taken onderling verdeelt in een door het college van bestuur vast te stellen reglement vastgelegd. In het reglement wordt in ieder geval opgenomen dat, in het geval bij het nemen van besluiten in het college van bestuur
6
de stemmen staken, het voorstel wordt verworpen en het college van bestuur gehouden is een gewijzigd voorstel op te stellen. Het reglement wordt, voor vaststelling, door de raad van toezicht goedgekeurd. 2 Het college van bestuur legt de bestuurlijke inrichting van de stichting en de verdeling van taken en bevoegdheden tussen het college van bestuur en de directeuren van de scholen vast in een managementstatuut. Het college van bestuur legt in dat statuut vast welke bevoegdheden het krachtens volmacht of mandaat door de directeuren van de scholen wil laten uitoefenen en regelt tevens de wijze waarop en de voorwaarden waaronder mandaten of volmachten aan de directeuren worden verleend. De verleende mandaten of volmachten worden vastgelegd in een mandatenregister. 3 Een lid van het college van bestuur neemt geen deel aan beraadslaging en besluitvorming indien hij of zij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, of indien daardoor de schijn kan worden gewekt van belangenverstrengeling. Als daardoor geen besluit door het college van bestuur kan worden genomen, maar een dergelijk besluit wel noodzakelijk of wenselijk is, kan het besluit worden genomen door de raad van toezicht, onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen.
VERTEGENWOORDIGING Artikel 10 1 Het college van bestuur, alsmede ieder lid van het college van bestuur afzonderlijk, vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de WPO en de WEC niet anders voortvloeit. 2 Het college van bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. DE RAAD VAN TOEZICHT BENOEMING; SAMENSTELLING EN BEZOLDIGING Artikel 11 1 Onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde omtrent het toezicht in stichtingen is het toezicht op het functioneren en het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de stichting opgedragen aan een raad van toezicht. De raad van toezicht bestaat uit ten minste vijf en ten hoogste zeven natuurlijke personen. De raad van toezicht bepaalt uit hoeveel leden de raad van toezicht bestaat. 2 In vacatures binnen de raad van toezicht wordt zo spoedig mogelijk voorzien. In geval van vacatures blijven de overige leden van de raad van toezicht volledig bevoegd. 3 De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad op voordracht van de raad van toezicht, met inachtneming van het hierna in lid 6 bepaalde.
Voordracht en benoeming geschieden op basis van vooraf door de raad van toezicht vastgestelde en openbaar gemaakte profielen, als bedoeld in artikel 17a, tweede lid WPO, waarin de noodzakelijke competenties van de raad van toezicht en de afzonderlijke leden van de raad 7
van toezicht worden beschreven. De voordracht vermeldt in elk geval de leeftijd en het beroep van de kandidaat, alsmede de betrekkingen die hij of zij bekleedt of heeft bekleed, voor zover deze van belang zijn voor de vervulling van de taak van toezichthouder. De werving, selectie en benoeming van de leden van de raad van toezicht geschiedt met inachtneming van het bepaalde in de WMS. 4 Leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een termijn van vier jaar volgens een rooster van aftreden. Een lid treedt af na ommekomst van deze termijn, tenzij het lid aansluitend op deze termijn wordt herbenoemd. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk opnieuw benoembaar voor een nieuwe termijn van vier jaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. 5 Indien de raad van toezicht zulks in het belang van de continuïteit van de raad van toezicht noodzakelijk oordeelt, kan de tweede termijn van een lid met ten hoogste één jaar worden verlengd. Een besluit tot verlenging wordt met algemene stemmen door de raad van toezicht genomen. 6 De oudergeleding van de GMR wordt in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor ten minste één derde gedeelte, doch geen meerderheid van het aantal zetels in de raad van toezicht.
De GMR wordt voorts in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor één zetel in de raad van toezicht, waarbij geldt dat bij het opmaken van deze voordracht ten minste de meerderheid van de oudergeleding van de GMR met die voordracht dient in te stemmen. Bij convenant of reglement worden met de oudergeleding van de GMR en de GMR nadere afspraken gemaakt over de wijze van uitoefening van deze voordrachtsrechten. Voor de zetels in de raad van toezicht waarvoor de oudergeleding van de GMR respectievelijk de GMR geen voordrachtsrecht hebben, heeft de raad van toezicht een voordrachtsrecht. 7 De leden van de raad van toezicht vervullen hun taak zonder last of ruggespraak en onafhankelijk van bij de stichting en de door haar in stand gehouden scholen betrokken deelbelangen. 8 Zittende leden kunnen onmiddellijk na hun eerste termijn worden herbenoemd door de raad van toezicht. Voordat tot herbenoeming wordt besloten, vraagt de voorzitter van de raad van toezicht over het voornemen tot herbenoeming de zienswijze van het college van bestuur en van de GMR. Van de herbenoeming wordt de gemeenteraad schriftelijk op de hoogte gesteld. 9 De bezoldiging van leden van de raad van toezicht wordt bij besluit door de raad van toezicht vastgesteld, na raadpleging van het college van bestuur.
De raad van toezicht zorgt ervoor dat de hoogte van de bezoldiging in overeenstemming is met de aard en omvang van de taken en verantwoordelijkheden van elk lid, met de bepalingen van de Wet normering topinkomens (WNT) en met de Code Goed bestuur in het PO. De in ieder jaar uitgekeerde bezoldiging aan de leden van de raad van toezicht wordt verantwoord in het jaarverslag van dat jaar. 10 Een lid van de raad van toezicht: a. is niet tevens lid van het college van bestuur van de stichting en heeft daarvan gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan zijn of haar benoeming ook geen deel 8
uitgemaakt; b. is niet, binnen een periode van vijf jaren voorafgaande aan de voorgenomen benoeming, als bestuurder of toezichthouder door de rechtbank ontslagen. Deze bepaling is niet van toepassing, indien de toezichthouder mede gelet op de aan anderen toebedeelde taken, geen ernstig verwijt kan worden gemaakt; c. is niet krachtens een aanstelling, door een bestuurslidmaatschap, door eigenaarschap of op enige andere wijze verbonden aan een bedrijf, of een andere organisatie met een met het doel van de stichting strijdig of incompatibel belang; d. heeft geen nevenwerkzaamheden, die aan zijn of haar functioneren in de weg kunnen staan of die de belangen van de stichting kunnen schaden – één en ander ter beoordeling van de raad van toezicht; e. voldoet overigens aan alle eisen die de Code Goed Bestuur in het PO aan de onafhankelijkheid van een lid van de raad van toezicht stelt. SCHORSING, ONTSLAG EN DEFUNGEREN RAAD VAN TOEZICHT Artikel 12 1 Ingeval de raad van toezicht het ontslag van een lid van de raad van toezicht overweegt of zou kunnen overwegen, kan hij dit lid schorsen voor een termijn van maximaal drie maanden. Het besluit tot schorsing treedt in werking na schriftelijke aanzegging aan dat lid onder opgave van redenen.
Het lid wordt in de gelegenheid gesteld om ten overstaan van de raad van toezicht zijn of haar zienswijze te geven op de aangezegde schorsing en zich daarbij desgewenst te laten bijstaan door een raadsman. Binnen vier weken na de ingang van de schorsing besluit de raad van toezicht of de schorsing wordt opgeheven, wordt verlengd, of dat aan het lid ontslag wordt verleend. Een schorsing kan in geen geval langer duren dan drie maanden. Als binnen vier weken niet is besloten tot verlenging van de schorsing, of bij ommekomst van de termijn van drie maanden de bestuurder geen ontslag is aangezegd, vervalt de schorsing. 2 De raad van toezicht is bevoegd een lid van de raad van toezicht ontslag te verlenen anders dan op eigen verzoek. De raad van toezicht stelt het betrokken lid schriftelijk op de hoogte van zijn voornemen tot ontslagverlening met vermelding van zijn overwegingen. Het lid wordt in de gelegenheid gesteld om ten overstaan van de raad van toezicht zijn of haar zienswijze te geven op het voorgenomen ontslag, en zich daarbij desgewenst te laten bijstaan door een raadsman.
3 Ontslag kan aan een lid van de raad van toezicht worden verleend onder meer vanwege: - verwaarlozing van zijn of haar taak of onvoldoende functioneren; - de onverenigbaarheid van functies of belangen, mede in aanmerking genomen de Code Goed Bestuur in het PO; - wijziging van omstandigheden of andere redenen op grond waarvan zijn of haar handhaving als lid redelijkerwijs niet van de stichting kan worden verlangd. 4 Het besluit tot ontslagverlening als in het tweede lid bedoeld wordt door de raad van toezicht in vergadering buiten aanwezigheid van het betrokken lid in unanimiteit genomen. 5 Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden; 9
c. door het verstrijken van zijn benoemingstermijn, daaronder begrepen de verlenging als bedoeld in artikel 11 lid 5 van deze statuten; d. door zijn ontslag hem of haar verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht, met uitzondering van het desbetreffende lid; e. door zijn ontslag door de rechtbank op verzoek van het openbaar ministerie of van een belanghebbende. 6 Indien alle leden van de raad van toezicht defungeren, dan wel geen van de leden van de raad van toezicht in staat is de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waar te nemen, worden die taken en bevoegdheden waargenomen door één of meer personen, door de gemeenteraad aangewezen. De gemeenteraad wordt daartoe zo spoedig mogelijk na het ontstaan van de situatie schriftelijk door het college van bestuur op de hoogte gesteld. Het college van bestuur licht tevens de GMR in. Gaat de gemeenteraad niet binnen vier weken nadat zij van de gemelde situatie op de hoogte is gesteld over tot aanwijzing van een toezichthouder, dan is het college van bestuur, dan wel indien het college van bestuur daartoe niet in staat is, de GMR bevoegd om het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) te verzoeken om één of meer waarnemende toezichthouders aan te wijzen. De waarnemende toezichthouders treden in de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht.
TAKEN EN BEVOEGDHEDEN RAAD VAN TOEZICHT Artikel 13 1 De raad van toezicht houdt toezicht op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting en de met haar verbonden organisatie. De raad van toezicht treedt op als werkgever van het college van bestuur en houdt toezicht op en beoordeelt de uitoefening van de taken en bevoegdheden van het college van bestuur en zijn individuele leden. De raad van toezicht stelt zich tevens op als raadgever en klankbord voor het college van bestuur. 2 Bij de vervulling van zijn taken en bevoegdheden richten de leden van de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie, alsook naar het belang van de leerlingen en hun ouders of verzorgers, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van goed openbaar onderwijs in Lelystad. 3 Onverminderd het in het eerste lid bepaalde heeft de raad van toezicht in elk geval de volgende taken en bevoegdheden: a. de goedkeuring van de jaarlijkse begroting van de stichting; b. de goedkeuring van het jaarverslag van de stichting; c. de goedkeuring van het strategisch meerjarenplan (Koersplan) van de stichting; d. de goedkeuring van de bestuurshandelingen als bedoeld in artikel 8, zevende lid onder d tot en met j; e.
de goedkeuring van het reglement van het college van bestuur als bedoeld in artikel 9, eerste lid; f. het toezicht op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de stichting;
10
g. het toezicht op de naleving door het college van bestuur van de wettelijke verplichtingen van de stichting en van de Code Goed Bestuur voor het primair onderwijs; h. het aanwijzen of doen aanwijzen van de accountant voor de controle van en het verklaren over de jaarrekening van de stichting en voor eventueel door het college van bestuur of de raad van toezicht gewenste overige controles; i. de vaststelling van een reglement waarin de procedure voor de werving, selectie en benoeming van nieuwe leden, alsmede voor de herbenoeming van zittende leden is vastgelegd. 4 De raad van toezicht is bevoegd om zonder toestemming en buiten aanwezigheid van het college van bestuur met de controller van de stichting overleg te voeren en van deze alle informatie inzake de financiën van de stichting te verlangen waaraan de raad van toezicht behoefte heeft. 5 De raad van toezicht legt de wijze waarop hij zijn taken en bevoegdheden uitvoert, vast in een periodiek bij te stellen toezichtsvisie en een toezichtskader. De raad van toezicht raadpleegt hierbij het college van bestuur. 6 De raad van toezicht doet ieder jaar verslag van de wijze waarop hij in dat jaar zijn taken heeft uitgevoerd en van zijn bevoegdheden gebruik heeft gemaakt. Het verslag wordt opgenomen in het jaarverslag.
7 Elk lid van de raad van toezicht draagt er zorg voor dat zijn of haar professionele ontwikkeling in overeenstemming is met de deskundigheid en kennis die van dit lid mag worden verlangd. 8 De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. WERKWIJZE RAAD VAN TOEZICHT Artikel 14 1 De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. 2 De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Besluiten van de raad van toezicht kunnen alleen geldig worden genomen als er ten minste een meerderheid van de in functie zijnde leden van de raad van toezicht bij de vergadering aanwezig is. Tenzij bij of krachtens deze statuten anders is bepaald, worden besluiten genomen met meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. 3 Een lid van de raad van toezicht neemt geen deel aan beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden organisatie, of indien daardoor de schijn wordt gewekt van belangenverstrengeling.
Het besluit wordt alsdan genomen door de overige leden van de raad van toezicht, met inachtneming van het bepaalde in dit artikel en het in het reglement bepaalde. Indien alle leden van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang hebben dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de daaraan verbonden 11
organisatie, of indien daardoor de schijn wordt gewekt van belangenverstrengeling, wordt het besluit genomen door de collectieve raad van toezicht, met algemene stemmen en onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. 4 Elk lid van de raad van toezicht is bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 5 Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 6 De raad van toezicht legt zijn vergaderorde en zijn wijze van besluitvorming in een reglement vast. 7 De raad van toezicht kan uit zijn midden commissies instellen die de raad van toezicht over specifieke onderwerpen van toezicht adviseren en de besluitvorming over die onderwerpen voorbereiden. De raad van toezicht stelt in elk geval de volgende adviescommissies in: a. de auditcommissie; b. de remuneratiecommissie; c. de commissie Kwaliteit en HR. 8 De commissies vergaderen ten minste tweemaal per jaar. De raad van toezicht kan het college van bestuur, de controller van de stichting en ondersteuners van het college uitnodigen om de commissievergaderingen bij te wonen.
Elke commissie regelt zijn werkwijze en vergaderorde in een door de raad van toezicht vast te stellen commissiereglement. BEGROTING EN JAARSTUKKEN BEGROTING Artikel 15 1 Het college van bestuur stelt jaarlijks de begroting op. Het college van bestuur zendt, na advies van de raad van toezicht, de ontwerpbegroting vóór één oktober aan het college van B&W. Het college van B&W zendt zijn zienswijze over de ontwerpbegroting uiterlijk éénendertig oktober aan het college van bestuur toe. Het college van bestuur stuurt daarop de begroting samen met de ontvangen zienswijze en zijn commentaar daarop voor goedkeuring toe aan de raad van toezicht. 2 Na goedkeuring door de raad van toezicht wordt de begroting door het college van bestuur vastgesteld. Het college van bestuur zendt de begroting binnen vier weken na vaststelling ervan met zijn reactie op de ontvangen zienswijze aan het college van B&W. JAARVERSLAG EN JAARREKENING Artikel 16 1 Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar. De jaarrekening maakt deel uit van het jaarverslag van de stichting. 2 12
Jaarlijks binnen vier maanden na afloop van het boekjaar van de stichting, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vier maanden door het college van bestuur op grond van bijzondere omstandigheden, stelt het college van bestuur het jaarverslag op over dat boekjaar. Het college van bestuur stelt de raad van toezicht tijdig van zijn voornemen tot verlenging op de hoogte. 3 Na advies van de raad van toezicht stuurt het college van bestuur de ontwerpjaarrekening voor één mei aan het college van B&W. Het college van B&W maakt zijn zienswijze over de ontwerpjaarrekening uiterlijk eenendertig mei schriftelijk aan het college van bestuur kenbaar. 4 Het jaarverslag wordt, na verkregen goedkeuring door de raad van toezicht, uiterlijk op dertig juni vastgesteld door het college van bestuur. Het jaarverslag wordt door ieder lid van het college van bestuur en ieder lid van de raad van toezicht ondertekend. Indien de ondertekening van een lid ontbreekt wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 5 Het college van bestuur stuurt het jaarverslag binnen vier weken na vaststelling ervan aan de gemeenteraad. Het college van bestuur voegt bij het jaarverslag de controleverklaring van de accountant en de reactie van het college van bestuur op de van het college van B&W ontvangen zienswijze. Het college van bestuur zorgt voor de openbaarmaking van het jaarverslag.
VRIJTEKENING EN VRIJWARING Artikel 17 1 Waar in dit artikel wordt gesproken over lid, wordt daaronder begrepen een lid van het college van bestuur of een lid van de raad van toezicht. 2 Vrijtekening De stichting zal een lid niet aansprakelijk stellen ter zake van schade die de stichting lijdt als gevolg van enig handelen of nalaten van een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur respectievelijk lid van de raad van toezicht. 3 Vrijwaring De stichting zal een lid schadeloos stellen ter zake van het bedrag dat dit lid aan een derde dient te vergoeden voor de schade die derden lijden als gevolg van enig handelen en/of nalaten van een lid in diens hoedanigheid van lid van het college van bestuur of lid van de raad van toezicht van de stichting. De stichting zal tot vergoeding overgaan van het bedrag dat een lid gehouden is op grond van een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk of arbitraal vonnis of van een met die derde(n)overeengekomen vaststellingsovereenkomst, mits de verdediging in de desbetreffende procedure door of namens de stichting is gevoerd, respectievelijk de desbetreffende vaststellingsovereenkomst is gesloten met de uitdrukkelijke schriftelijke goedkeuring van de stichting en het lid volledige medewerking aan de stichting heeft gegeven bij het voeren van de verdediging respectievelijk de desbetreffende schikkingsonderhandelingen.
4 Het in het tweede en derde lid bepaalde is van toepassing voorzover dwingend recht of de uitleg door de rechter van de toepasselijke wet- en regelgeving niet anders bepalen. 13
5 Aan de in lid 2 van dit artikel omschreven vrijtekening en de in lid 3 van dit artikel opgenomen vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen indien de desbetreffende schade het gevolg is van diens opzettelijk handelen of nalaten. Van een zodanig handelen en/of nalaten is in ieder geval sprake wanneer dat handelen en/of nalaten het gevolg heeft of met dat handelen of nalaten werd beoogd het desbetreffende lid en/of anderen verbonden aan de stichting en/of derden, in welk opzicht dan ook onrechtmatig te bevoordelen. 6 Aan de in lid 2 omschreven vrijtekening en de in lid 3 omschreven vrijwaring kan een lid geen rechten ontlenen voor zover de schade als bedoeld in dit artikel is verzekerd en wordt vergoed door een verzekeraar. 7 Onder schade in de zin van dit artikel wordt mede verstaan de over enig te vergoeden bedrag verschuldigde wettelijke rente, de proceskosten welke een lid gehouden is te voldoen en/of de ten behoeve van de verdediging van het lid gemaakte rechtsbijstandkosten, mits deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt en in redelijke verhouding staan tot de omvang van de schade.
8 Kosten door een lid gemaakt voor het voeren van verweer zullen door de stichting worden voorgeschoten tijdens een actie of procedure, mits het betreffende lid zich schriftelijk en onherroepelijk jegens de stichting heeft verbonden tot terugbetaling daarvan indien uit een in kracht van gewijsde gegaan vonnis volgt dat hij geen aanspraak kan maken op de vrijwaring door de stichting. De stichting kan nadere voorwaarden aan de uitbetaling verbinden, zoals het stellen van zekerheid. 9 De vrijtekening en vrijwaring als bedoeld in dit artikel blijven gelden voor een persoon die geen lid meer is en komen ook ten goede aan de erfgenamen of legatarissen van het lid. 10 Dit artikel kan zonder toestemming van de personen die aanspraak maken op vrijtekening en vrijwaring gewijzigd worden. Deze personen kunnen echter aanspraak blijven maken op de bescherming als geboden door dit artikel voor schade als gevolg van handelen of nalaten tijdens de periode dat dit artikel van kracht is. STATUTENWIJZIGING Artikel 18 1 Het college van bestuur is bevoegd om de statuten van de stichting te doen wijzigen. Het besluit tot wijziging van de statuten vermeldt alle in de statuten voorgestelde wijzigingen of verwijst naar het ontwerp van de gewijzigde statuten waarin deze wijzigingen zijn opgenomen. Dit ontwerp maakt daarmee deel uit van het besluit.
2 Het besluit tot wijziging behoeft de voorafgaande en uitdrukkelijke goedkeuring van de raad van toezicht. 3 Het besluit van de raad van toezicht tot het goedkeuren van het besluit van het college van bestuur tot statutenwijziging wordt genomen in de vergadering van de raad van toezicht, waarin alle leden van de raad van toezicht (digitaal) aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Is de vergadering van de raad van toezicht waarin een besluit tot verlening van goedkeuring aan een voorgenomen statutenwijziging aan de orde niet (digitaal) voltallig als hiervoor bedoeld, 14
dan zal een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee, en niet later dan vier weken na de bedoelde vergadering. In deze vergadering kan een geldig besluit over de statutenwijziging worden genomen ook indien niet alle leden van de raad van toezicht (digitaal) aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 4 Bij de oproeping tot de vergadering van de raad van toezicht waarin een voorstel tot verlening van goedkeuring aan een voorgenomen statutenwijziging zal worden gedaan, dient zulks steeds te worden vermeld. Tevens dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, bij de oproeping te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. 5 De vastlegging van de gewijzigde statuten in een notariële akte behoeft de instemming van de gemeenteraad. Daartoe zendt het college van bestuur, na verkregen goedkeuring van de raad van toezicht, het wijzigingsbesluit tezamen met de gewijzigde statuten aan de gemeenteraad. 6 De gewijzigde statuten zijn van kracht zodra van de wijziging een notariële akte is opgemaakt. Elk lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden.
7 De leden van het college van bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. ONTBINDING EN VEREFFENING Artikel 19 1 Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het bepaalde in artikel 18 lid 3 en lid 4 is van overeenkomstige toepassing op ten aanzien van de besluitvorming over ontbinding. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de goedkeuring van de gemeenteraad. 2 Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het college van bestuur met de vereffening belast. 3 De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 4 Voorzover een resterend overschot bestaat uit publieke middelen vloeit het terug naar de Staat. De raad van toezicht stelt de bestemming van het resterende private vermogen van de stichting vast. 5 Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.
In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 6 Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de 15
door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 7 van het voorgaande artikel vermelde register. JURIDISCHE FUSIE EN JURIDISCHE SPLITSING Artikel 20 1 Het college van bestuur is bevoegd te besluiten tot juridische fusie en juridische splitsing van de stichting. Een dergelijk besluit is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad. 2 Het bepaalde in artikel 18, leden 3 en 4 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de besluitvorming over juridische fusie en splitsing. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 21 1 In alle gevallen waarin de bepalingen van deze statuten in strijd mochten zijn met de wet, prevaleert de wet. 2 In alle gevallen de stichting betreffende waarin deze statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur, tenzij in het concrete geval de aangelegenheid in de sfeer van de bevoegdheden van de raad van toezicht ligt. In dat geval beslist de raad van toezicht, het college van bestuur gehoord. SLOT Deze akte is opgemaakt te ........................... op de datum als in het begin van deze akte vermeld. De verschenen persoon is aan mij, notaris, bekend. Haar identiteit is door mij, notaris, aan de hand van het hiervoor gemelde en daartoe bestemde document vastgesteld.
De inhoud van de akte is aan de verschenen persoon opgegeven en toegelicht. Zij heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen en met de inhoud van de akte in te stemmen. Zij heeft tijdig voor het ondertekenen van de akte een ontwerp van deze akte ontvangen. Zij is gewezen op de gevolgen die uit de akte voortvloeien. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend door de verschenen persoon en vervolgens door mij, notaris.
16