BL 3 25.446 RB Besluitvorming verordeningen 2026 incl bijlagen en verordeningen
Tekst van het document
€ 64,40
Een bedrag minder dan € 64,40 wordt niet teruggegeven.
Hoofdstuk 3 Europese dienstenrichtlijn Artikel
Omschrijving
tarief
Paragraaf 3.1 Toezicht op openbare inrichtingen hoofdstuk 2, afdeling 4, Algemene plaatselijke verordening 2021 (APV) Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting 3.1.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
€ 855,20
tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet 3.1.2
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding
€ 68,55
als bedoeld in artikel 30 en artikel 30 a van de Alcoholwet 3.1.3
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een beperkte
€ 68,55
wijziging van een Alcoholwetvergunning 3.1.4
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
€ 68,55
tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet 3.1.5
Het tarief bedraagt ter zake voor het in behandeling nemen van een
€ 855,20
aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning horecabedrijf op grond van artikel 2:28 van de APV 3.1.6
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een beperkte
€ 68,55
wijziging van een exploitatievergunning (bijvoorbeeld: wijziging van de persoon van de beheerder) 3.1.7
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van
€ 228,95
een ontheffing als bedoeld in artikel 2:29, 3e lid van de APV (ontheffing sluitingsuur) Paragraaf 3.2 Organiseren evenementen of markten Artikel 3.2 Organiseren evenementen of markten 3.2.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren, toe te laten of feitelijk leiden van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de APV (evenementenvergunning), indien het betreft:
3.2.1.1
Evenement met een laag risico (A)
€ 227,05
3.2.1.2
Evenement met een gemiddeld risico (B)
€ 534,05
3.2.1.3
Evenement met een hoog risico (C)
3.2.1.4
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van de verleende evenementenvergunning 50 % van de in artikel 3.2.1 1, 3.2.1.2. of 3.2.1.3 genoemde leges
3.2.1.5
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om:
€ 2.137,25
3.2.1.6
een vergunning tot het innemen van een vaste standplaats op een
€ 40,20
weekmarkt 3.2.1.7
een vergunning tot het innemen van een standplaats op een jaarmarkt
€ 40,20
3.2.1.8
Een eerste inschrijving of handhaving van de inschrijving voor een
€ 40,20
kalenderjaar op de wachtlijst als bedoeld in artikel 7 van de vigerende Marktverordening Lelystad, per markt, per branche 3.2.1.9
een vergunning voor het organiseren van een particuliere markt
€ 85,30
Paragraaf 3.3 Prostitutiebedrijven Artikel 3.3 Prostitutiebedrijven 3.3.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3:3, van de APV
3.3.1.1
voor een seksinrichting
€ 1.821,05
3.3.1.2
voor een escortbedrijf
€ 431,90
3.3.2
Indien de vergunning als bedoeld onder artikel 3.3.1.1 en artikel
€ 231,65
3.3.1.2 wordt aangevraagd, uitsluitend in verband met wijziging van een leidinggevende of wijziging van de inrichting, dan bedraagt het tarief: Paragraaf 3.4 Coffeeshop Artikel 3.4 Coffeeshops 3.4.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
€ 2.648,15
tot het voorbereiden van een gedoogbeschikking ten behoeve van de exploitatie van een coffeeshop 3.4.2
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om
€ 555,45
verlenging van de geldigheidsduur van een gedoogbeschikking ten behoeve van de exploitatie van een coffeeshop 3.4.3
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot
€ 555,45
wijziging van een gedoogbeschikking ten behoeve van de exploitatie van een coffeeshop Paragraaf 3.5 Kinderopvang Artikel 3.5 Kinderopvang 3.5.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
3.5.2
tot het registreren van een gastouder, gastouderbureau, kinderdagverblijf of locatie voor buitenschoolse opvang per adres of locatie
Paragraaf 3.6 Opkoopbescherming Artikel 3.6 Opkoopbescherming 3.6.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
€ 185,85
3.6.1.1
tot het verlenen van een vergunning om een woonruimte in gebruik te
€ 265,75
geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014: Paragraaf 3.7 In deze titel niet genoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Artikel 3.7 Overige 3.7.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
Lelystad, 16 december 2025 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
€ 97,35
Raadsbesluit Nummer: 25.446 De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 4 november 2025; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026 (Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2026). Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. begraafplaats : de algemene begraafplaats te Lelystad; b. eigen graf : een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van overledenen; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; c. algemeen graf : een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder de gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overledenen; d. eigen urnengraf : een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten of bijgezet houden van twee asbussen met of zonder urnen; e. algemeen urnengraf : een graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; f. asbus : een bus ter berging van de as van een overledene; g.
urnennis : een nis, waarvoor voor onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen of urnen; h. urn : een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; i. verstrooiingsplaats : een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waar voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien; j. wandgraf : een bovengronds graf in een daartoe bestemde wand op de begraafplaats waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het begraven van een overledene; k. jaar : een periode van 365 dagen. Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats.
Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Vrijstelling
De rechten worden niet geheven voor het begraven van doodgeboren kinderen of van overleden zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven of gecremeerd. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingtijdvak 1. Het belastingtijdvak voor de rechten genoemd in hoofdstuk 2, de onderdelen 2.1, 2.1.1, 2.1.2, 2.1.3 en 3.5 van de tarieventabel is gelijk aan de periode waarover wordt afgekocht. 2. Na afloop van deze belastingtijdvakken worden de vorenbedoelde rechten niet opnieuw geheven. Artikel 7 Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening, bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen of bij de aanvang van het belastingtijdvak. Artikel 9 Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 10 Kwijtschelding Bij de invordering van de rechten wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11 Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2025” van 19 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2026”. Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Tarieventabel bij Verordening lijkbezorgingsrechten Lelystad 2026 1. Begraafrechten Begraven en bijzetten Tarief 2026 1.1.
1.2.
1.3.
1.4.
1.5.
1.6. 1.7
Voor het begraven van een overledene van 12 jaar of ouder wordt geheven
€
1.125,75
Voor het begraven van een overledene beneden de leeftijd van 12 jaar wordt geheven
€
1007,30
Voor het bijzetten van een asbus of urn in een urnengraf wordt geheven
€
571,65
Voor het bijzetten van een asbus of urn in een urnennis wordt, indien deze bijzetting in aanwezigheid van nabestaanden geschiedt, geheven
€
180,25
Voor het bijzetten van een asbus of urn in een urnennis wordt, indien deze bijzetting niet in aanwezigheid van nabestaanden geschiedt, geheven
€
48,40
Voor het afhalen en/of opbrengen van een gedenkteken van een eigen graf ten behoeve van een 2e bijzetting in dat graf wordt geheven
€
97,85
Voor het begraven van een overledene in een wandgraf wordt geheven
€
456,25
Lichten en herbegraven 1.8.
Voor het lichten van een overledene wordt geheven
€
1120,60
1.8.1.
Voor het na lichting weer begraven in hetzelfde graf wordt geheven
€
286,30
1.8.2.
Voor het na lichting opnieuw begraven in een ander graf wordt het recht geheven naar de tarieven vermeld in de onderdelen 1.1 en 1.2
1.9.
Voor het lichten van een asbus of urn uit een urnengraf wordt geheven
€
571,65
1.9.1.
Voor het na lichting weer bijzetten in hetzelfde urnengraf wordt geheven
€
188,45
1.9.2.
Voor het na lichting weer bijzetten in een ander urnengraf wordt het recht geheven naar het tarief vermeld in onderdeel 1.3
1.9.3.
Voor het lichten van een asbus of urn uit een urnennis wordt geheven
€
48,40
1.9.4.
Voor het na lichting weer bijzetten in dezelfde urnennis wordt geheven
€
48,40
1.9.5.
Voor het na lichting weer bijzetten in een andere
urnennis wordt het recht geheven naar de tarieven vermeld in de onderdelen 1.4 en 1.5
Diensten verricht op buitengewone uren worden verhoogd met: 25% 50% 50% 100% 100%
voor diensten verricht van maandag tot en met vrijdag van 16:00 tot en met 17:00 uur; voor diensten verricht van maandag tot en met vrijdag van 17:00 tot en met 19:00 uur; voor diensten verricht op zaterdag van 09:00 tot en met 12:00 uur; voor diensten verricht op zaterdag van 12:00 tot en met 16:00 uur; Voor diensten verricht op zondag en algemene feestdagen.
2. De aanleg en onderhoudsrechten 2.1.
Voor het begraven van een overledene of het bijzetten van een asbus of urn in een eigen graf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 20 jaren een begraafplaatsrecht geheven van
€
1817,95
€
453,20
€
1.439,90
€
907,40
Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 20 jaren tot het doen begraven en begraven houden van overledenen of het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een eigen graf wordt bij de eerste begraving of bijzetting in dat eigen graf een grafrecht geheven van
€
907,40
Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 20 jaren tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen in een eigen urnengraf wordt bij de eerste bijzetting in dat eigen urnengraf een grafrecht geheven van
€
453,20
€
907,43
2.1.0.
Het onder 2.1 vermelde recht wordt verhoogd met 100% indien het een begraving betreft waarbij een overledene in zittende houding wordt begraven waardoor het bovengraf niet meer benut kan worden
2.1.1.
Voor het bijzetten van een asbus of urn in een algemeen of eigen urnengraf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 10 jaren een begraafplaatsrecht geheven van
2.1.2.
2.1.3.
2.2.
2.2.1.
2.2.2.
Voor het begraven van een overledene in een wandgraf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 10 jaren een begraafplaatsrecht geheven van Voor het begraven van een overledene of het bijzetten van een asbus of urn in een algemeen graf wordt in de vorm van een afkoopsom voor een periode van 10 jaren een begraafplaatsrecht geheven van
Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van 10 jaren tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen in een urnennis wordt bij de eerste bijzetting in de urnennis een urnennisrecht geheven van
2.2.3.
Voor het verkrijgen van het uitsluitend recht voor een periode van
20 jaren tot het doen begraven en begraven houden van overledenen in een wandgraf wordt een grafrecht geheven van
€
2.328,80
Voor het gebruik van de verstrooiingsplaats wordt indien hierbij nabestaanden aanwezig zijn, per verstrooiing van de as van één gecremeerde overledene een strooirecht geheven van
€
140,05
Voor het verkrijgen van het recht op een verstrooiingsplaats wordt geheven
€
92,70
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het aanbrengen van een gedenkteken wordt geheven
€
163,75
Voor het door of vanwege de gemeente aanbrengen van een herdenkingsplaatje met naamsvermelding ten behoeve van de gedachtenisplek voor een periode van tien jaren wordt geheven
€
124,60
€
19,55
€
50,45
2.3.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging van het in de onderdelen 2.2. en 2.2.1. bedoelde uitsluitend recht met een periode van 10 jaren, worden dezelfde tarieven geheven als bij die onderdelen staan vermeld.
2.3.1.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot verlenging van het in onderdeel 2.2.2. bedoelde recht met een periode van 5 jaren, wordt 50% geheven van het tarief dat bij dat onderdeel staat vermeld.
Strooirecht en verstrooiingsrecht 2.4.
2.5.
3. Overige rechten 3.1.
3.2.
3.3.
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot overschrijving van een uitsluitend recht zoals vermeld in de onderdelen 2.2, 2.2.1, 2.2.2 en 2.2.3 wordt geheven
Onderhoud grafbeplanting 3.4.
3.5.
Voor het door of vanwege de gemeente aanbrengen en onderhouden van de grafbeplanting wordt per jaar geheven
Het onder 3.4. bedoeld recht kan voor een periode van 10 jaren worden afgekocht. De afkoopsom wordt vastgesteld door middel van de berekening van de contante waarde van de onderhoudskosten voor de periode waarover wordt afgekocht. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een kostenstijgingspercentage van het prijsindexcijfer per jaar.
Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
€
485,10
Raadsbesluit Nummer: 25.446 De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 4 november 2025 gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van de liggelden Bataviahaven 2026 (Verordening liggelden Bataviahaven 2026). Artikel 1. Begripsomschrijvingen Schip Elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water; onder vaartuig wordt mede verstaan drijvende werktuigen, zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard, alsmede glijboten en ponten. Passagiersvaartuig Elk schip, dat door de eigenaar bestemd is om meer dan twaalf passagiers te vervoeren, dan wel een schip, dat meer dan twaalf passagiers vervoert, veerboten daaronder begrepen.
Charterschip Een passagiersvaartuig dat door de eigenaar is bestemd om meer dan twaalf passagiers te vervoeren of meer dan twaalf passagiers vervoert en dat daadwerkelijk en aantoonbaar wordt gebruikt ten behoeve van de beroepsmatige chartervaart en waarvan de gezagvoerder/eigenaar/reder als charterondernemer staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dat is te boek gesteld overeenkomstig artikel 785 van boek 8 van het Burgerlijk Wetboek en waarvoor een Certificaat van Onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenvaartwet of Certificaat van deugdelijkheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Schepenwet is afgegeven en waarvan de gezagvoerder/eigenaar/reder heeft voldaan aan de verplichting als bedoeld in artikel 36 lid 2 van de Binnenvaartwet. Pleziervaartuig Een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsmatige, sportieve of recreatieve doeleinden. Onder niet-bedrijfsmatig wordt tevens verstaan het al dan niet structureel tegen betaling of enige andere tegenprestatie vervoeren van 12 of minder passagiers.
Charterjacht Een pleziervaartuig dat gebruikt wordt door een natuurlijke persoon die niet de eigenaar van dat jacht is, maar dat tegen betaling in gebruik heeft van een derde, terwijl de gebruiker zelf optreedt als gezagvoerder op dat jacht en de derde van die verhuur zijn beroep of bedrijf heeft gemaakt, een en ander blijkend uit een inschrijving bij de Kamer van Koophandel en het feit dat het jacht daadwerkelijk en aantoonbaar voor dat doel wordt gebruikt. Passanten Belastingplichtigen voor ligplaatsen waarvoor geen abonnement is afgegeven ten behoeve van het schip waarmee ligplaats wordt ingenomen en die geen deelnemer aan een evenement zijn of dat evenement op een of andere wijze met een schip faciliteren.
Bataviahaven Het water, gelegen in de gemeente Lelystad tussen het Schoonzicht en de wegen, de steigers en de kunstwerken, welke vanaf het Schoonzicht in zuid-westelijke richting zijn aangebracht, welke tezamen een dam vormen, met inbegrip van die dam, een strook water in het Oostvaardersdiep ter breedte van 20 meter ten noordwesten van die dam en de bij, op of aan die dam aangebrachte werken en voorzieningen, alsmede de monding van die haven met inbegrip van de in die monding aangebrachte remmingwerken, lichtopstanden, boeien en andere kunstwerken en voorzieningen, de naast en in de haven gelegen pontons en de daarin en daarop aangebrachte voorzieningen, een en ander met inbegrip van het appartement dat plaatselijk bekend is onder het adres Schoonzicht 404 met de daarbij behorende inventaris en aanhorigheden (havenkantoor met bijbehorende sanitaire voorzieningen), een en ander zoals is vastgelegd op de bij de vigerende Havenverordening Bataviahaven van de gemeente Lelystad behorende en daarvan onderdeel uitmakende kaart met het nummer SW-907262-AL-4. Artikel 2. Belastbaar feit Ter zake van het hebben van een ligplaats in de Bataviahaven en het in verband daarmee door of vanwege de gemeente verlenen van diensten wordt onder de naam "liggelden" rechten geheven. Artikel 3. Belastingplicht 1.
Belastingplichtig is degene die een ligplaats heeft ingenomen, dan wel degene voor wie diensten als bedoeld in artikel 2 worden of zijn verricht. 2. Bij voortgezet innemen van een ligplaats na afloop van de termijn waarvoor liggeld is voldaan, ontstaat opnieuw de belastingplicht. Artikel 4. Vrijstelling Het recht wordt niet geheven ter zake van het innemen van een ligplaats met een schip dat voor onderhoudswerkzaamheden aan gemeente-eigendommen wordt gebezigd. Artikel 5. Belastinggrondslag Voor de berekening van het recht wordt: a. als lengte van een vaartuig aangemerkt de lengte over alles van het vaartuig met inbegrip van een vaste boegspriet, een papegaaienstok, het trimvlak en een roer, waarbij een gedeelte van een meter wordt gerekend voor een hele meter; b. als breedte van een vaartuig aangemerkt de breedte over alles van het vaartuig met inbegrip van overhangen en balkons, waarbij een gedeelte van een meter wordt gerekend voor een hele meter; c. als m² aangemerkt de hoeveelheid ingenomen wateroppervlakte, zijnde het product van de lengte en de breedte over alles; waarbij een gedeelte van een m² wordt gerekend voor een hele m². Artikel 6. Tarieven Het recht wordt geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 7.
Verlaten ligplaats Het college is gerechtigd de ligplaats die wordt ingenomen met een abonnement aan een ander schip toe te wijzen bij afwezigheid van het schip waarvoor het abonnement is afgegeven. Daarnaast is de havenmeester gerechtigd om bij evenementen, aanwijzingen te geven aan de houders van abonnementen. Artikel 8. Het belastingjaar 1. Met betrekking tot de rechten genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2. Met betrekking tot de overige rechten genoemd in de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor een ligplaats wordt ingenomen. Artikel 9. Opzeggen recht Ingeval een ligplaats wordt ingenomen voor een kalenderjaar en de gebruiker wenst deze ligplaats het volgende jaar niet in te nemen, dient deze gebruiker dit vóór 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar dat hij van de ligplaats geen gebruik wenst te maken aan het college mede te delen. Indien de gebruiker niet voor bedoelde datum heeft opgezegd, wordt het recht voor het volgende kalenderjaar automatisch verlengd.
Artikel 10. Beëindiging belastingplicht 1. Indien de belastingplicht, voor een vaartuig dat een ligplaats inneemt met een abonnementstarief voor een kalenderjaar, eindigt gedurende de periode waarvoor dat abonnement is verstrekt, wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet ontheffing verleend over zoveel delen van het recht als er nog volle kalenderkwartalen in de periode van dat abonnement resteren. 2. Indien de belastingplicht, voor een vaartuig dat een ligplaats inneemt met een abonnementstarief voor een zomer- of winterperiode, eindigt gedurende de periode waarvoor dat abonnement is verstrekt, wordt op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet ontheffing verleend over zoveel delen van het recht als er nog volle maanden in de periode van dat abonnement resteren. Artikel 11. Wijze van heffing en termijnen van betaling 1. Het recht wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een gedagtekende bon, nota of ander schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld. 2. Het recht is verschuldigd zodra een ligplaats wordt ingenomen en moet worden betaald op het moment van de mondelinge kennisgeving of het uitreiken van de kennisgeving, dan wel in het geval van toezending van de kennisgeving binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 3.
Bij voortgezet verblijf na afloop van de termijn waarover liggeld is betaald begint een nieuwe termijn en is met betrekking tot deze nieuwe termijn het recht opnieuw verschuldigd, alsdan dient betaling opnieuw overeenkomstig het tweede lid plaats te vinden. Een en ander laat onverlet het verbod van voortzetting van de termijn door passanten, zoals dat is bepaald in de vigerende Havenverordening Bataviahaven van de gemeente Lelystad. 4. Abonnementen dienen te worden betaald binnen dertig dagen na dagtekening van de nota. 5. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12. Kwijtschelding Bij de invordering van de liggelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13. Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de liggelden. Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening liggelden Bataviahaven 2025" van 19 november 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4.
Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening liggelden Bataviahaven 2026”. Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Tarieventabel Bataviahaven Lelystad 2026, behorende bij de Verordening liggelden Bataviahaven 2025. Geldig vanaf 1 januari 2025. Prijzen inclusief 21% omzetbelasting. tarief Omschrijving
Categorie
periode
1
1.1
Passant
Dag, zijnde een tijdvak van maximaal 24:00 uur, gerekend vanaf 12:00 uur
1.2
Winter-maandabonnement 1 november tot 1 april
Aaneengesloten periode van 30 of 31 dagen (afhankelijk van de “startmaand”)
lengte
m
€ 9,70
1.3
Winterabonnement
Van 1 november tot 1 april
lengte
m
€ 37,05
70 overnachtingen tussen 1 april en 1 november 210 overnachtingen tussen 1 april en 1 november
lengte
m
€ 83,95
lengte
m
€ 252,35
Charterschepen
1.4 Zomerabonnement 1.4.1 schepen met logies 1.4.2 dagschepen
2
Vrachtschepen
berekenings- eenheid prijs per grondslag eenheid lengte m € 1,70
1.5
Zomer-weekabonnement
7 dagen aaneengesloten van 24 uur
lengte
m
€ 8,40
1.6
Dagdeel passant
Dagdeel, maximaal 4 uur of een lengte gedeelte daarvan tot uiterlijk 17:00 uur
m
€ 0,90
2.1
weekbriefje
Weekbriefje op basis van tonnengeld is 7 dagen, 24 uur geldig voor vrachtschepen die actief in de vrachtvaart zijn.
ton ton laadvermogen
€ 0,25
3
Riviercruiseschepen
3.1
Passant
3.1.1 Passant dagdeel
3.2 Passant 3.2.2 Passant dagdeel
4
Botenhelling
m
€
2,65
m
€
1,35
april en mei Maximaal 4 uur
m m
€ €
3,85 1,95
lengte lengte
3.3
Reserveringskosten per aanlanding
aanlanding
3.4
Milieuheffing o.b.v. passagierscapaciteitsschip
capaciteit
4.1
Passant
Dag, zijnde een tijdvak van maximaal 24:00 uur, gerekend vanaf 12:00 uur
lengte
per € persoon per dag m €
4.2
Zomer-week-abonnement
7 dagen aaneengesloten van 24 uur
lengte
m
4.3
Dagdeel passant
Dagdeel, zijnde een tijdvak van maximaal 4 uur tot uiterlijk 17.00 uur
schip
per € 8,95 schip per keer € 10,00
Pleziervaartuigen
5
Januari t/m maart en juni t/m lengte december Dagdeel, maximaal 4 uur of een lengte gedeelte daarvan tot uiterlijk 17:00 uur
In en uit het water halen
boot
€ 140,50
Verhaalswerkzaam- Indien voor een ligplaats, door nalatigheid van de belastingplichtige door of vanwege de gemeente heden verhaalwerkzaamheden moeten worden verricht, worden de hiervoor vermelde rechten verhoogd met € 105,85 per uur dat deze verhaalwerkzaamheden in beslag nemen, waarbij een gedeelte van een uur voor een vol uur wordt gerekend.
De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
2,60
€ 15,80
Voor multi-hulls geldt een toeslag op het recht van 50% 6
0,80
Raadsbesluit Nummer: 25.446 De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 4 november 2025; gelet op artikel 225 van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026 (Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2026). Artikel 1. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen; c.
houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aan te houden register van opgegeven kentekens (Kentekenregister) als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; d. parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Lelystad een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel; f. vergunning: een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren zoals bepaald in de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad; g. abonnement: een van gemeentewege verleend abonnement, voor het parkeren zoals bepaald in de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad.
Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting terzake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting terzake van een van gemeentewege verleende vergunning/verleend abonnement voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning/dat abonnement aangeven plaats en wijze. Artikel 3. Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig met dien verstande dat: 1. indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd; 2.
indien blijkt dat een ander in het Kentekenregister als bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op grond van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig gebruik heeft gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning/het abonnement heeft aangevraagd. Artikel 4. Vrijstellingen 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor het parkeren van een motorvoertuig op de parkeerlocatie wordt niet geheven van een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, indien deze kaart duidelijk zichtbaar achter het voorraam is geplaatst. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid geldt de genoemde vrijstelling niet in parkeergarages of bij parkeren achter slagbomen. Artikel 5. Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende Tarieven- en kostentabel. Artikel 6.
Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt in dit geval aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. 3. Bij de voldoening op aangifte moet het kenteken van het motorvoertuig waarmee wordt geparkeerd, of waarvoor de vergunning geldt, worden opgegeven. Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdgelang 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij bij de aanvang van het parkeren het in werking stellen van de centrale parkeerapparatuur geschiedt door het halen van een toegangskaartje waarvoor na afloop van het parkeren betaald moet worden of door het inloggen via een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel op de centrale computer. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning/het abonnement wordt verleend.
3. 4.
Indien de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar aanvangt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na de aanvang van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. Indien de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, in de loop van het jaar eindigt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na beëindiging van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. De over deze resterende volle kalendermaanden betaalde belasting wordt op verzoek gerestitueerd, voor zover het te restitueren bedrag hoger is dan € 10,00.
Artikel 8. Termijnen van betaling 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van het bepaalde in het vorige lid moet de belasting worden betaald vóór het verlaten van het terrein, waarbij betaling plaatsvindt met behulp van het toegangskaartje in de centrale parkeerapparatuur te stoppen. 3. Indien het in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt via een mobiele telefoon of een ander communicatiemiddel moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van het parkeren. 4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning/het abonnement wordt verleend. Voldoening via een daartoe afgegeven machtiging tot automatische incasso wordt met betalen gelijkgesteld. 5. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 9. Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college bij openbaar bekend te maken besluit. Artikel 10. Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 75,56. Artikel 11.
Kwijtschelding Bij de invordering van de parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 12. Nadere regels door het college van de gemeente Lelystad Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting. Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2025” van 19 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2026”. Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Tarieven- en kostentabel, behorende bij en aangeduid in artikel 5 en artikel 10 van de Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2025. A.
Tarieventabel
Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze tabel wordt verstaan onder: a. dag: periode van 00.00 uur tot 24.00 uur; b. maand: een kalendermaand; c. kwartaal: drie aaneengesloten kalendermaanden; d. jaar: kalenderjaar. Artikel 2. Parkeergebieden Met betrekking tot het parkeren als bedoeld in artikel 2, onderdelen a, van de Verordening parkeerbelastingen Lelystad 2021 bestaan er binnen de gemeente Lelystad gedifferentieerde belastingtarieven voor verschillende locaties. Deze locaties zijn gelegen in het Stadshart, in het winkelcentrum Lelycentre en Batviahaven. Parkeergebied Stadshart De Middenweg, De Waag, Zuigerplasdreef, Agoraweg, Agorawagenplein, Stationsweg en Neringweg (incl ABC-locatie) (straatparkeren). Parkeergarage Zilverpark, Parkeergarage Neringweg, Parkeergarage De Waag, Parkeergarage Agoradek, Parkeerterrein ziekenhuis (garage- en terreinparkeren). Parkeergebied Lelycentre Noorderwagenplein, het Snijdershof en Maerlant. Parkeergebied Bataviahaven Langparkeerterrein Bataviahaven, P6. Artikel 3. Tarieven voor parkeerautomaten Parkeergebied Tijdstippen Maximale en dagen parkeerduur Stadshart van 9.00 – Geen limiet (straatparkeren) 18.00 uur maandag, De Middenweg, De Waag, dinsdag, Zuigerplasdreef, woensdag, vrijdag, Agoraweg, Agorawagenplein, zaterdag Stationsweg en Neringweg (incl.
ABC- donderdag locatie) van 9.00 – 21.00 uur Stadshart (garage- en terreinparkeren) Parkeergarage Zilverpark, Parkeergarage Neringweg, Parkeergarage De Waag, Parkeergarage Agoradek, Parkeerterrein ziekenhuis
van 9.00 – 18.00 uur: maandag, dinsdag, woensdag, vrijdag, zaterdag donderdag van 9.00 – 21.00 uur
14 dagen
Tarief € 1,80 per uur
€ 1,80 per uur € 8,00 per dag
Vergunninghouders abonnementhouders Toegestaan
Toegestaan
Lelycentre Noorderwagenplein Snijdershof De Maerlant Bataviahaven Langparkeerterrein Bataviahaven P6
van 9.00 – 18.00 uur maandag t/m zaterdag
Geen limiet
van 00.0023.59 uur maandag t/m zondag en feestdagen
Geen limiet
€ 1,00 per uur
Toegestaan
€ 4,00 per dag € 4,50 per dag
Beperkt toegestaan
Uitgezonderd in het parkeergebied Bataviahaven is in de parkeergebieden Stadshart en Lelycentre op zon- en feestdagen geen parkeergeld verschuldigd. Als feestdagen worden aangemerkt: nieuwjaarsdag, Goede Vrijdag, Pasen, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, Pinksteren en Kerstmis. Voor een verloren parkeerticket dient het reguliere tarief te worden betaald, dat op basis van het kenteken van het voertuig wordt vastgesteld. Indien het kenteken niet kan worden vastgesteld bedraagt het tarief voor een verloren kaart € 10,00. Tussen 00.00 uur en 07.00 uur worden aanvullend op dit tarief, voor het openen van de garage de kosten van het voorrijden/openen garage door het beveiligingsbedrijf in rekening gebracht, zijnde € 75,00 per keer. Deze kosten dienen contant te worden voldaan. Artikel 4.
Tarieven voor parkeervergunningen/parkeerabonnementen
De tariefstructuur volgt de indeling in categorieën van de vigerende Parkeerverordening van de gemeente Lelystad. De tarieven per categorie bedragen dan: Categorie
Soort
Tijdvak
Tarief
I
Bewonersvergunning/-abonnement
Jaar
€ 55,00
II
Bedrijfsvergunning/-abonnement
Jaar
€ 60,00
III
Autodate
Jaar
€ 55,00
IV
Abonnement: Stadshart, garage- en terreinparkeren
Kwartaal
€ 75,00
Jaar
€ 300,00
Vergunning: Parkwijk
Kwartaal
€ 50,00
Jaar
€ 200,00
Parkeerbundel 80 uur: Stadshart, garage- en terreinparkeren
Maand
€ 20,00
Jaar
€ 200,00
Parkeerkraskaart/bezoekersdag vergunning/barcodedagkaart Bezoekersvergunning
Stuk
€ 3,00
Stuk
€ 55,00
VI
Zorgvergunning- /abonnement
Jaar
€ 55,00
VII
Abonnement vrijwilligers van de Bataviawerf, Het Flevolands Archief en KNRM Bewonersvergunning/bedrijfsvergunnin g in De Stelling Bezoekersvergunning De Stelling
Jaar
€ 0,00
Jaar
€ 55,00
Jaar
€ 55,00
Vergunning Havendam Bataviahaven, bij een Zomerabonnement
De periode waarvoor een zomerabonnement, als bedoeld in de vigerende
€ 40,00
V
VIII IX X
Verordening liggelden Bataviahaven van de gemeente Lelystad, geldig is. De periode waarvoor een winterabonnement, als bedoeld in de vigerende Verordening liggelden Bataviahaven van de gemeente Lelystad, geldig is.
Vergunning Havendam, bij een Winterabonnement
B.
€ 30,00
Kostenopbouw naheffingsaanslag parkeerbelastingen
Op grond van artikel 2, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen kunnen de gemeentelijke kosten ter zake van het opleggen van een naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 234, zesde lid, van de Gemeentewet ten hoogste bestaan uit de volgende onderstaande componenten, voor zover deze rechtstreeks voortvloeien uit de inning van niet betaalde parkeerbelastingen: De opbouw van de naheffingsaanslag parkeerbelastingen voor jaar 2025 is als volgt:
Gedetailleerde kostenopbouw naheffingsaanslag parkeerbelastingen Licentie handhavingsapparatuur € 32.000 Byspy software € 5.000 Kosten mobiliteit: lease, brandstof, belasting € 30.650 Opleiding € 2.264 Kleding € 4.800 Kosten inhuur € 13.000 Formatie 2 fte parkeerhandhavers € 124.692 Formatie 0,2 fte juridisch + 0,2 fte belastingmedewerker € 33.935 Overhead 2,4 fte 50% van € 170.280 * € 85.140 Kosten naheffingsaanslagen € 3,50 per naheffingsaanslag (Porto kosten, enveloppen, papier, printkosten, kosten betalingsverkeer) Begroot aantal naheffingsaanslagen 3600 € 12.600 Bijdrage verwerkingskosten (aanmaning, dwangbevelen, verwerken betalingen) Totaal € 344.081 Aantal naheffingen Kosten per naheffing
€
3.600 95,58
* overhead is € 70.950 per fte (totaal € 170.280) , maar mag volgens het Besluit gemeentelijke parkeerbelasting slechts 50% van de loonkosten zijn. Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Raadsbesluit Nummer: 25.446 De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 4 november 2025 gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; B E S L U I T: vast te stellen de navolgende VERORDENING op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2026 (Verordening toeristenbelasting Lelystad 2026). Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. vakantieonderkomens: roerende of onroerende woningen en andere verblijven, zoals vakantiebungalows, vakantiewoningen, watervilla’s en vakantieappartementen welke al dan niet zijn verbonden aan een (vakantie)park, gelegen op grond of water, welke in hoofdzaak zijn bestemd voor en gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens, chalets of stacaravans; b. mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn en gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; c. kampeerterrein: een terrein dat geheel of nagenoeg geheel bestaat uit plaatsen met of voor vakantie-onderkomens en/of mobiele kampeeronderkomens; d. vaartuig: een vaartuig dat in hoofdzaak is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; e.
lengte: de lengte over alles; f. etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur; g. dag: kalenderdag h. maand: een aaneengesloten tijdvak van minimaal 4 weken; i. seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober; j. jaar: kalenderjaar k. maand stand-/ligplaats: een terrein of terreingedeelte of een ligplaats in het water, dat bestemd is voor het gedurende een maand plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, vakantie-onderkomen of vaartuig, gebruikt door dezelfde perso(o)n(en); l. seizoen stand-/ligplaats: een terrein of terreingedeelte of ligplaats in het water, dat bestemd is voor het gedurende het seizoen plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, vakantie-onderkomen of vaartuig, gebruikt door dezelfde perso(o)n(en); m. jaar stand-/ligplaats: een terrein of terreingedeelte of ligplaats in het water, dat bestemd is voor het gedurende een jaar plaatsen van eenzelfde mobiel kampeeronderkomen, stacaravan, vakantieonderkomen of vaartuig, gebruikt door dezelfde perso(o)n(en); n. arrangement: een reservering op een stand-/ligplaats voor een vooraf vastgelegde periode van minimaal vier weken voor een vast huurbedrag. o.
groepsaccommodatie: een verblijfsobject dat bedoeld en geschikt is voor het gezamenlijk overnachten door groepen van 20 of meer personen en beschikt over een gezamenlijke bedrijfsruimte voor minimaal 20 personen; p. ‘in georganiseerd verband verblijf houden’: verblijf onder leiding van een of meer meerderjarige begeleiders. Het betreft hier bijvoorbeeld scholen, sportverenigingen of scouting. Familie- en vriendengroepen vallen hier niet onder. Artikel 2 Belastbaar feit
Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen of door het ter beschikking stellen van ligplaatsen en/of vaartuigen. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. 4. De belastingplichtige die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 2, in hem daartoe ter beschikking staande ruimten, dan wel ter beschikking staande terreinen of door het ter beschikking stellen van ligplaatsen of vaartuigen kan ter zake van elk van die ruimten, terreinen en/of ligplaatsen of vaartuigen afzonderlijk in de heffing worden betrokken. Artikel 4 Aanmeldplicht 1.
De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij (voor de eerste maal) na het in werking treden van deze verordening gelegenheid biedt tot het houden van verblijf, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. 2. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is. Artikel 5 Vrijstellingen De belastingen wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijf houdt in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van degene die verblijf houdt aan boord van een vaartuig dat: a. is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; b. een lengte heeft van ten hoogste vier meter; c. zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt. 3.
van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. 4. voor groepen van meer dan 10 personen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar, die in georganiseerd verband, als bedoeld in artikel 1 letter p, verblijf houden. De vrijstelling geldt ook voor de begeleiders vanaf 18 jaar. 5. In geval de gemeente ingevolge deze verordening op dezelfde dag ter zake van het houden van verblijf door dezelfde persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven meer dan eenmaal toeristenbelasting kan heffen, wordt slechts eenmaal toeristenbelasting geheven. In geval er verschillende tarieven gelden, wordt in dit geval het hoogste tarief gehanteerd; 6. Voor personen van 0 tot en met 12 jaar. Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt, voor zover het verblijf wordt gehouden op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente, geheven naar het aantal etmalen verblijf in het belastingtijdvak. Het aantal etmalen verblijf wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden.
Voor de toepassing hiervan wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid kan, op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige, de belasting voor het houden van verblijf door dezelfde persoon of
personen naar vaste bedragen per ligplaats worden geheven indien er sprake is van een arrangement, zoals bepaald in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 3. De belasting wordt, voor zover het verblijf betreft dat niet wordt gehouden op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente, geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten, dat zij verblijf houden. 4. In afwijking in zoverre van het derde lid kan, op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige, de belasting voor het houden van verblijf op een kampeerterrein door dezelfde persoon of personen naar vaste bedragen per standplaats worden geheven indien er sprake is van een arrangement, zoals bepaald in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 5. Het vaste bedrag voor standplaatsen, als bedoeld in het vierde lid, geldt eveneens voor accommodaties die gebruikt worden voor huisvesting van arbeidsmigranten, waarbij berekening plaatsvindt op basis van het aantal appartementen. Artikel 7 Belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Delen van maatstaven of eenheden worden voor de toepassing van deze verordening en de bij de verordening behorende tarieventabel voor volle maatstaven of eenheden gerekend. Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als de maatstaf van heffing in het belastingjaar minder dan tien heeft belopen. Artikel 11 Termijn van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag. 3. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijn. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Aangifteplicht 1.
De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, indien hij niet binnen vier weken na afloop van het belastingjaar een uitnodiging heeft ontvangen tot het doen van aangifte, binnen twee weken na afloop van deze termijn schriftelijk aan de aangewezen ambtenaar, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet, te verzoeken tot een uitnodiging tot het doen van aangifte. 2. De gemeente behoudt zich te allen tijde het recht voor alsnog een uitnodiging tot het doen van aangifte te verzenden, dan wel, bij gebrek aan een aangifte door belastingplichtige, de grondslag voor de berekening van de toeristenbelasting ambtshalve te schatten en op basis daarvan een aanslag op te leggen. Artikel 14 Verblijfsregister 1. De belastingplichtige is verplicht per belastingjaar een verblijfsregister bij te houden. 2. Van iedereen aan wie gelegenheid tot overnachting wordt gegeven dient in het verblijfsregister ten minste de volgende gegevens worden opgenomen:
a. naam, adres en woonplaats; b. datum van aankomst en datum van vertrek; c. het aantal overnachtingen ter zake waarvan toeristenbelasting verschuldigd is; d. het aantal overnachting dient ook daadwerkelijk te worden genoteerd. 3. De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover de belastingplichtige gebruikmaakt van de vaste tarieven van de heffingsmaatstaf als bedoeld in artikel 6, lid 2 en lid 4 van deze verordening. In dit geval is de in het eerste lid genoemde verplichting beperkt tot de in het tweede lid onder sub a en b genoemde gegevens tezamen met de aanduiding (naam of nummer) van de lig- of standplaats. Artikel 15 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel 16 Inwerkingtreding en citeertitel 1. De “Verordening toeristenbelasting Lelystad 2025” van 5 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting Lelystad 2026”.
Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Bijlage I - Tarieventabel 2026 behorend bij de Verordening toeristenbelasting Lelystad 2026 Hoofstuk 1 – Tarieven basis 1. Het tarief A voor de belasting als bedoeld in artikel 6, derde lid, bedraagt bij een verblijf in mobiele kampeeronderkomens, per persoon per overnachting 2. Het tarief B voor de belasting als bedoeld in artikel 6, eerste lid, bedraagt bij een verblijf op het water, per persoon per etmaal 3. Per overnachting per persoon, anders dan genoemd in tarief A en/of B, zoals een hotel, pension, B&B, vakantiebungalow, vakantiewoning of vakantieappartement
Tarief 2025 € 1,25 € 1,25 € 3,10
Hoofdstuk 2 – Vaste bedragen 4. Arrangementen ligplaatsen a. Seizoenligplaats b. Maand ligplaats
€ 62,50 € 18,75
5. Arrangementen standplaatsen c. Jaarplaats d. Seizoenplaats e. Maandplaats
€ 285,00 € 225,00 € 45,00
Lelystad, De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
Publicatie Openbare bekendmaking In zijn vergadering van 16 december 2025 heeft de gemeenteraad de volgende verordeningen en regelingen vastgesteld: 1. 2.
de Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2026; de Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026; 3. de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026; 4. de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2026; 5. de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2026; 6. de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026; 7. de Regeling tot vaststelling van de tarieven voor de huur van gemeentegrond door de ambulante handel 2026; 8. de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026; 9. de Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026; 10. de Verordening op de heffing en de invordering van de liggelden Bataviahaven 2026; 11. de Verordening op de heffing en de invordering van de parkeerbelasting 2026; 12. de Verordening op de heffing en de invordering van de toeristenbelasting 2026. Het gaat hier om de invoering per 1 januari 2026 van de nieuwe tarieven. De verordeningen en de regeling worden formeel bekendgemaakt in het Elektronisch Gemeenteblad op dezelfde datum van als die van deze publicatie.
De verordeningen en regeling zijn raadpleegbaar op zowel de website van de gemeente Lelystad (www.lelystad.nl) als op de website van overheid.nl, tevens liggen ze kosteloos ter inzage bij de informatiebalie van de Stadswinkel en zijn op verzoek voor een ieder verkrijgbaar.