BL 2 Nota Dierenwelzijn
Tekst van het document
Nota Dierenwelzijn Lelystad 2016 De basis op orde
Inhoud 1
2
3
Dierenwelzijn op de agenda................................................................................2 1.1
Beleidskader ............................................................................................................................2
1.2
Visie op dierenwelzijn ..............................................................................................................4
Speerpunten dierenwelzijnsbeleid .....................................................................5 2.1
Voorkomen toename zwerfdieren ............................................................................................5
2.2
Beperken overlast wilde dieren, ganzen en zwanen ...............................................................6
2.3
Adequaat vervoeren en opvangen van dieren .........................................................................6
2.4
Euthanaseren opvangdieren als laatste middel .......................................................................7
Implementatie.......................................................................................................9
Bijlage I: Onderwerpen buiten beleidskader .........................................................10
Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina i
Dierenwelzijn op de agenda
In het Raadsprogramma voor de periode 2014-2018 is in het onderdeel Leefbare Stad is het volgende opgenomen: “het dierenwelzijnsbeleid wordt verder ontwikkeld en verbreed”. Om uitvoering te geven aan dit programmaonderdeel, heeft het college in 2015 een voorbereidende inventarisatie laten uitvoeren met betrokken (plaatselijke) partijen, zijn de beleidskaders aangegeven en is onderzoek gedaan naar de diverse aspecten, ontwikkelingen en belangen binnen het programmaonderdeel van het dierenwelzijnsbeleid. Dit heeft geleid tot de Startnotitie Dierenwelzijnsbeleid, die door de raad in haar vergadering van 1 december 2015 is vastgesteld. Op basis van de raadsbehandeling van de startnotitie heeft het college het dierenwelzijnsbeleid uitgewerkt. Daarbij vormt de leidraad van de Dierenbescherming een belangrijke basis.
Beleidskader In de Startnotitie Dierenwelzijnsbeleid is een aantal uitgangspunten aangegeven voor het op te stellen beleid. Het college heeft dit nader uitgewerkt in de volgende kaders voor het te formuleren beleid: Uitvoeren wettelijke taken De gemeente heeft enkele wettelijke taken op het gebied van dierenwelzijn:
-
de opvang van zwerf- en gevonden dieren; de opvang van dieren bij huisuitzettingen en ontruimingen; het vervoer van zieke en gewonde dieren; de opvang van huisdieren (c.q. niet bedrijfsmatig gehouden dieren) bij rampen; het uitvoeren van bepaalde aspecten van de Flora- en Faunawet, waaronder de bescherming van beschermde dieren; de algemene zorgplicht voor dieren die geldt voor iedereen en dus ook voor de gemeente; het bestrijden van ratten.
De wettelijke taken dienen goed en efficiënt/effectief geregeld te zijn. De gemeente geeft daar prioriteit aan. Op een aantal aspecten kan de gemeente wat extra doen. Hiervan zijn de mogelijkheden en wensen in de Startnotitie reeds toegelicht. In deze beleidsnota wordt vastgelegd welke extra taken de gemeente de komende jaren uitvoert. Duidelijk zijn in wat wel en wat niet kan Regelmatig wordt aan de gemeente meer invloed toegedacht dan de gemeente feitelijk heeft op het gebied van dierenwelzijn. De gemeente heeft beperkte bevoegdheden. Veel is geregeld in nationale wetgeving. Het is niet zinvol of gewenst beleid vast te stellen voor zaken waarover de gemeente geen zeggenschap heeft of waarop de gemeente geen invloed heeft. Als de gemeente hier wel beleid voor zou vaststellen zou dit verwachtingen bij inwoners en betrokken (externe) partijen kunnen wekken die niet worden waargemaakt, verwarring over bevoegdheden oproepen en tot discussies leiden waarin de gemeente geen effectieve rol kan vervullen. Met deze nota wordt duidelijk gemaakt wat de gemeente wel doet en wat de gemeente niet doet.
Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 2
Bestaand beleid integraal meenemen De gemeente begint niet vanuit een nulsituatie. Er is al veel bestaand beleid op verschillende aspecten en beleidsvelden die raken aan het dierenwelzijnsbeleid. In deze Nota Dierenwelzijn wordt dergelijk bestaand beleid niet onnodig herschreven maar wordt duidelijk aangegeven welke plek dit bestaande beleid inneemt ten opzichte van het dierenwelzijnsbeleid. Bestaand beleid dat onderdeel vormt van het dierenwelzijnsbeleid wordt opgenomen en waar nodig geactualiseerd. Hiermee blijft deze Nota Dierenwelzijn overzichtelijk en geeft het een integraal beeld van de verschillende aspecten die raken aan dierenwelzijn. Samen met de raad en dierenwelzijnsorganisaties De gemeente hecht veel waar aan het actief bij de beleidsvorming betrekken van organisaties op het gebied van dierenwelzijn. Enerzijds omdat daar veel kennis over en betrokkenheid bij het onderwerp aanwezig is. Anderzijds omdat deze partijen straks direct met het vastgestelde beleid te maken krijgen, onder andere bij het uitvoeren (van onderdelen) daarvan. Het college constateert dat veel vrijwilligers en professionele partijen gepassioneerd actief zijn in dit werkveld en heeft daar veel waardering voor. De raad heeft aangegeven in een vroeg stadium betrokken te willen worden bij nieuwe ontwikkelingen.
Voor het dierenwelzijnsbeleid blijkt dit uit de input bij de collegevorming en het vaststellen van het Raadsprogramma 2014-2018. Maar ook uit de latere inbreng vanuit diverse fracties. Om deze reden is bij het opstellen van de Startnotitie in het vroegste stadium betrokkenheid gevraagd van de raad en externe partijen. Hiervoor zijn diverse partijen geïnterviewd en zijn twee BOB-sessies gehouden. De door de raad en externen genoemde punten zijn bij het opstellen van deze beleidsnota betrokken. Lokaal regelen en uitvoeren wat lokaal kan Op dit moment worden soms dieren noodgedwongen over grotere afstanden vervoerd, omdat er binnen Lelystad geen goede opvangmogelijkheden voor bepaalde dieren/diersoorten zijn. Dit is niet altijd in het belang van het dier omdat dieren vaak gewond en/of gestrest zijn, daardoor lijden en dus baat hebben bij een zo kort mogelijke transporttijd. Daarom is het college van mening dat verplaatsen van gewonde/gestreste dieren over grotere afstanden niet gewenst is als er een goede opvangmogelijkheid voor het betreffende dier aanwezig is binnen Lelystad. Uitvoering zoveel mogelijk aan “de markt” overlaten Er zijn al diverse (plaatselijke) partijen/organisaties actief op het gebied van dierenwelzijn, waarbinnen ook veel vrijwilligers actief zijn. Er ontstaan ook regelmatig nieuwe initiatieven van bij dierenwelzijn betrokken inwoners.
In het verleden en uit de huidige praktijk is gebleken dat het werkveld doorgaans goed in staat is de meeste taken op het gebied van dierenwelzijn uit te voeren. De gemeente wil dit functioneren van en met marktpartijen/organisaties in stand houden en bevorderen.
Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 3
Afspraken praktisch en effectief blijven vastleggen Het inschakelen van derden voor het uitvoeren van taken kan via subsidies, opdrachten of een samenwerkingsovereenkomst. De gemeente Lelystad kiest voor samenwerking op basis van een concrete opdracht. Tot op heden hebben gemeente en marktpartijen of vrijwilligersorganisaties op het gebied van dierenwelzijn altijd prettig samengewerkt via de verhouding opdrachtgever/opdrachtnemer. De gemeente vraagt hierbij een partij een bepaalde (wettelijke) taak uit te voeren en betaalt daarvoor een van te voren afgesproken (jaarlijks) bedrag op basis van de afspraken/geleverde prestaties. De wijze van verantwoording over de verrichtte taken wordt op inhoudsniveau concreet vastgelegd. Dit geeft beide partijen helderheid, zonder grote administratieve inspanningen en doet recht aan de verantwoordelijkheden van partijen. De gemeente blijft deze manier van praktische en effectieve afspraken maken prefereren boven het verlenen van subsidies. Het aanvragen/verlenen van subsidies is immers voor alle betrokken partijen arbeidsintensief. Het stelt veel eisen aan de financiële verantwoording door de ontvanger van de subsidie. Inhoudelijke prestatieafspraken worden daarentegen doorgaans minder gemaakt. Aanpak en kosten inzichtelijk Vastgesteld beleid dient ook uitgevoerd te kunnen worden.
Daarom zijn in deze beleidsnota de aanpak en kosten, indien van toepassing, meegenomen. Daarmee is direct inzichtelijk hoe het beleid wordt uitgevoerd en welk budget daarvoor benodigd is.
Visie op dierenwelzijn Het beleidskader heeft het college vertaald in de volgende beleidsvisie op dierenwelzijn: Het welzijn van dieren waarborgen door de wettelijke taken goed en effectief uit te (laten) voeren en een aantal specifieke bovenwettelijke taken uit te (laten) voeren, door bewustzijn te creëren met voorlichting en educatie, samenwerking te bevorderen met en tussen dierenwelzijnsorganisaties (“de marktpartijen”) voor het uitvoeren van de taken en bevorderen dat deze taken waar mogelijk lokaal worden uitgevoerd.
Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 4
Speerpunten dierenwelzijnsbeleid
Op basis van hetgeen in de Startnotitie Dierenwelzijn is geformuleerd, het beleidskader wat nu nader is uitgewerkt en aan de hand van de visie die het college heeft op dierenwelzijn, worden de volgende speerpunten in het dierenwelzijnsbeleid opgenomen:
A. B. C. D.
Voorkomen toename zwerfdieren; Beperken overlast wilde dieren, ganzen en zwanen; Adequaat vervoeren en opvangen van dieren; Euthanaseren opvangdieren als laatste middel
Deze speerpunten lopen van preventie naar curatieve maatregelen en zijn bewust in die volgorde weergegeven. Voorkomen is ook hier beter dan genezen. De speerpunten worden hieronder toegelicht en concreet gemaakt. Daarbij is waar relevant aangegeven op welke wijze een onderwerp wordt aangepakt en welke financiële consequenties dat heeft.
Voorkomen toename zwerfdieren Zwerfdieren zijn vaak verwilderde huisdieren. Het beleid richt zich dan ook enerzijds op de houders van gezelschapsdieren ter voorkoming van nieuwe zwerfdieren. Daarnaast is het van belang de populatie van niet-resocialiseerbare zwerfdieren te laten afnemen. Deze twee activiteiten vormen de preventieve kant van het dierenwelzijnbeleid. Chippen en steriliseren Het chippen van huisdieren en het stimuleren van sterilisatie van dieren kan overlast van met name (verwilderde) katten verminderen. Bovendien kan bij gechipte huisdieren de eigenaar beter achterhaald kunnen worden. Dit kan de gemiddelde verblijftijd in het asiel verminderen, het aantal zwerfkatten op termijn verminderen en op termijn dus kosten besparen. In het kader van dierenwelzijn is het dan ook van belang informatie te geven over het belang van chippen en steriliseren van huisdieren (honden en katten). In Nederland worden 3,6 miljoen katten, 2 miljoen honden en 1,2 miljoen konijnen en andere knaagdieren als huisdier gehouden (bron Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren 2013). In totaal 20 miljoen huisdieren (bron Dierenbescherming). De regels worden gesteld in de wet Dieren. Honden dienen vanaf 1-4-2013 gechipt te worden. Voor katten is dit momenteel niet verplicht. Concreet: Kosten:
opzetten en uitvoeren voorlichtingsprogramma voor chippen en steriliseren. structureel € 1.500 per jaar voor voorlichting.
Verkleinen populatie verwilderde zwerfkatten Zwerfkatten leiden over het algemeen een marginaal bestaan maar geven wel aanleiding tot overlast en klachten. Verwilderde katten kunnen doorgaans niet meer geresocialiseerd worden en dus moeilijk in een asiel geplaatst worden. De kans op terugplaatsing is daardoor zeer klein waardoor feitelijk alleen euthanaseren over zou blijven voor het asiel. Daarom worden deze verwilderde katten doorgaans gevangen, gesteriliseerd/gecastreerd en op de locatie teruggeplaatst (de zogenaamde TNR-methode (Engels voor vangen, castreren en terugplaatsen). Op deze manier neemt bij goede uitvoering van de maatregelen de problematiek na enkele jaren af, omdat de katten geen jongen meer krijgen. De aanwas komt dan alleen nog van nieuwe verwilderde katten. Het beheren van de verwilderde zwerfkattenpopulatie is geen wettelijke taak. Het college is van mening dat de populatie Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 5
beheerd/verkleind moet worden en ziet dat als een aanvullende taak van de gemeente in het kader van de algemene zorgplicht en het voorkomen van overlast. Concreet: Kosten:
uitvoeren aanpak van zwerfkatten conform de TNR-methode. structureel € 6.000 per jaar voor uitvoering aanpak door derden.
Beperken overlast wilde dieren, ganzen en zwanen Inwoners van Lelystad ervaren soms overlast door in het wild levende dieren. Veel mensen weten niet goed hoe om te gaan met deze dieren. Dit vormt een risico voor mens en dier. Door goede voorlichting en adequaat populatiebeheer wordt de overlast beperkt. Samenleven met in het wild levende dieren Door voorlichting te geven aan inwoners van de stad over (in het wild levende) dieren in de stad, hoe daarmee moet worden “samengeleefd” worden overlast en schade door dieren voorkomen of verminderd. Er wordt momenteel al informatie verstrekt over de diersoorten vos, bunzing, konijn, ekster, stadsduif en spreeuw. De gemeente ontvangt echter regelmatig vragen over een groter aantal diersoorten, zoals wespen/bijen/hommels, ganzen en zwanen, ratten en muizen en sinds kort ook de bever. Met betrekking tot beschermde diersoorten is er al een samenwerking met Landschapsbeheer Flevoland, die op verzoek voorlichting aan de betrokkenen geeft, bijvoorbeeld hoe om te gaan met ‘inwonende’ vleermuizen en steenmarters/bunzings. Concreet: Kosten:
uitbreiden voorlichtingsprogramma samenleven met dieren. structureel € 1.500 per jaar voor voorlichting.
Beperken overlast van ganzen en zwanen De populatie zwanen en ganzen in de stadswateren groeit al enige jaren, wat leidt tot klachten en risico’s voor de verkeersveiligheid en aanrijdingen met deze dieren. Bij ernstige klachten (denk aan geluidsoverlast en agressie) wordt momenteel een bedrijf ingeschakeld voor het beheer van de populatie (vangen en wegplaatsen). In het verleden gebeurde dat door vrijwilligers van de Dierenambulance. De maatregelen richten zich op de bebouwde kom van Lelystad. Concreet: Kosten:
maatregelen met betrekking tot populatiebeheer van ganzen en zwanen. structureel € 1.500 per jaar voor uitvoering aanpak.
Adequaat vervoeren en opvangen van dieren Het opvangen van dieren is een wettelijke taak van de gemeente. Dit geldt zowel voor zieke en gevonden dieren als dieren die moeten worden opgevangen bij calamiteiten of rampen. De kern van dit beleidsonderdeel richt zich op het daar waar mogelijk lokaal binnen Lelystad vervoeren en opvangen van de dieren. Lokaal vervoeren en opvangen zieke en gevonden dieren Vervoer en opvang van zieke en gevonden dieren is een wettelijke taak van de gemeente. In gemeentes met een dierenambulance wordt deze doorgaans door een vrijwilligersorganisatie gerund. Deze ambulance vervoert vaak gevonden dieren, al dan niet gewond en al dan niet met tussenkomst van een dierenarts, naar het dierenasiel of een andere passende opvangmogelijkheid. Dit wordt in Lelystad sinds 2013 verzorgd door de Dierenambulance van de Stichting Dierennoodhulp Flevoland. Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 6
De gemeente vergoedt momenteel maar een deel van de kosten van vervoer en opvang van (wilde) dieren. De Dierenambulance heeft aangegeven de tekorten niet langer te willen en kunnen dragen. Er is daarnaast een tekort aan erkende mogelijkheden van plaatselijke opvang van de dieren, waardoor deze soms over grotere afstanden moeten worden verplaatst. Dit zorgt voor hogere vervoerkosten en extra stress bij de dieren. Katten en honden worden naar het dierenasiel gebracht. Wilde (gewonde) en andere huisdieren dan honden en katten worden, als er binnen Lelystad geen geschikte opvangmogelijkheid aanwezig is, buiten de gemeente ondergebracht. Naast dat het een wettelijke taak van de gemeente is, is het college van mening dat het belangrijk dat zieke en gewonde dieren worden vervoerd over zo kort mogelijke afstand en lokaal worden opgevangen. Uit dat oogpunt is het van belang te verkennen of het mogelijk is plaatselijke opvang te bereiken die voldoet aan de eisen met betrekking tot dierenwelzijn en aan de wettelijke eisen. Het welzijn van dieren dient hierbij prevaleren boven de efficiency. De maatregelen bestaan uit het vergroten van de plaatselijke mogelijkheden voor opvang; hiertoe wordt samenwerking gezocht met marktpartijen. Concreet: Kosten:
vergroten plaatselijke mogelijkheden voor opvang zieke en gevonden dieren. structureel € 93.600 per jaar voor vervoer en opvang.
Evacueren en opvangen van dieren bij calamiteiten en rampen In het “handboek acute bevolkingszorg” van de Veiligheidsregio is opgenomen dat de gemeente ervoor zorgt dat mensen die bij een ramp op straat komen te staan en niet op eigen gelegenheid weg kunnen komen, worden verplaatst naar een veilige plek. Ditzelfde geldt voor huisdieren. Dit is een wettelijke taak. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de evacuatie van bedrijfsmatig gehouden dieren. Dit laatste is een verantwoordelijkheid van de eigenaar. De gemeente werkt momenteel aan een lokale uitwerking van deze wettelijke taak, waarbij deze wordt afgestemd op de lokale mogelijkheden. Concreet: Kosten:
inbedding opvang bij calamiteiten en rampen in werkwijze Veiligheidsregio. implementeren aanpak valt binnen begroting personeelslasten.
Euthanaseren opvangdieren als laatste middel Voor zwerfdieren (meest honden en katten) geldt een wettelijke opvangtermijn van 14 dagen, die op kosten van de gemeente verzorgd dient te worden. In Lelystad wordt deze opvang, net als in veel andere gemeentes, uitbesteed aan een dierenasiel. In de praktijk komen daar ook dieren uit huisuitzettingen/afstandsdieren terecht, omdat die anders op straat terecht kunnen komen en vervolgens alsnog in een asiel. Voor deze opvang is een meerjarencontract afgesloten tussen het plaatselijke dierenasiel en de gemeente. Gedurende de bewaarperiode van 14 dagen kan de eigenaar het dier op eigen initiatief ophalen en wordt getracht de eigenaar van het dier te achterhalen. Na 14 dagen wordt de gemeente (formeel) eigenaar van het gevonden dier en kan het dier aan een ander worden overgedragen of kan - op basis van de wet - euthanasie op het dier worden toegepast. Deze bevoegdheden zijn in het contract aan het dierenasiel overgedragen. Zowel de gemeente als het asiel zijn geen voorstander van euthanasie op gezonde dieren. Echter, het vinden van een goede plaats voor het dier is, vooral voor katten, vaak moeilijk.
Als er voor de dieren na lange tijd echter geen goede eigenaar is gevonden ontstaat er wel een dilemma en wordt incidenteel toch tot euthanasie overgegaan als het dier gezondheidsproblemen heeft of al oud is (en Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 7
daardoor zeer moeilijk plaatsbaar). Maar ook voor deze categorie dieren dienen zich soms nog oplossingen aan. Het dierenasiel heeft hierdoor een gemiddelde opvangtermijn van 41 dagen voor honden en 63 dagen voor katten. Voor wilde dieren geldt de wettelijke opvangplicht niet. Wilde dieren kunnen via de dierenambulance in een (gespecialiseerd) asiel worden geplaatst (bijvoorbeeld ter voorkoming van schade). De gemeente heeft hierin geen rol. Concreet: Kosten:
uitvoeren euthanasie bij niet plaatsbare opvangdieren. vallen binnen de kosten voor opvang dieren.
Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 8
Implementatie
De speerpunten van het dierenwelzijnsbeleid geven aanleiding voor een aantal activiteiten op de korte termijn. Deze activiteiten zijn erop gericht dat het beleid adequaat en efficiënt tot uitvoering komt. In de navolgende alinea’s worden de activiteiten in 2017 beschreven. Voorlichting en educatie In 2017 wordt gewerkt aan vernieuwde voorlichtingsmaterialen voor de inwoners van Lelystad. Vervolgens wordt gezamenlijk met de partners een permanent voorlichtingsprogramma uitgerold, waarmee de preventieve kant van het dierenwelzijnsbeleid op orde is. Samenwerken en delegeren Op dit moment werkt de gemeente samen met de Stichting Dierennoodhulp Flevoland en de dierenopvang van Gaus (honden en katten), konijnenopvang Kaatje Keutel en de stichting Vogelopvangcentrum. Binnen Lelystad zijn momenteel nog slechts weinig opvangmogelijkheden voor overige soorten huisdieren en wilde dieren aanwezig, maar er zijn wel enkele hoopgevende initiatieven om deze dieren binnen de stad op te vangen en te verzorgen. Samenwerking tussen de huidige en de nieuwe organisaties is er nu nog niet of nauwelijks. Bestaande organisaties hebben vaak al jarenlang bestaande samenwerkingsverbanden, veelal met opvang/asielen buiten Lelystad.
Daarbij heeft iedere organisatie vaak eigen specifieke opvattingen over dierenwelzijn en opvang van dieren, waardoor samenwerking tussen partijen niet altijd vanzelfsprekend is. Het college vindt het wenselijk dat er zo goed mogelijk en zo veel mogelijk op lokaal niveau samengewerkt wordt ten behoeve van het dierenwelzijn. Dan kan het vrijwilligerspotentieel zo optimaal mogelijk ingezet worden ten behoeve het dierenwelzijn. De gemeente zal daarom bij het aanbesteden van de wettelijke dierenwelzijnstaken de mate van aangeboden samenwerking tussen (lokale) organisaties waar mogelijk meewegen in de beoordeling voor de gunning. Informatie-uitwisseling Tenslotte is actuele informatie over taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, voor een goede samenwerking tussen gemeente en partners dierenwelzijn en voor de organisaties op het gebied van dierenwelzijn onderling, onontbeerlijk. Hiertoe wordt in 2017 een digitaal handboek samengesteld met taken, bevoegdheden en werkafspraken tussen de organisaties die werkzaam zijn op het gebied van dierenwelzijn onderling en met de gemeente.
Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 9
Bijlage I: Onderwerpen buiten beleidskader Op de volgende onderwerpen heeft de gemeente ofwel geen bevoegdheid, ofwel het is goed geregeld binnen een ander beleidsveld, ofwel er is geen aanleiding hiervoor apart beleid op te stellen binnen het dierenwelzijnsbeleid. Het wordt hier wel benoemd zodat een volledig integraal beeld ontstaat van alles wat aan dierenwelzijn raakt en op welke wijze dat geregeld is. Onderwerp Verwijderen dode dieren Evenementen /vermaak met dieren Dierenweides Welzijn huisdieren Faunabeheer, bescherming wilde dieren jacht en schadebestrijding Visserij en hengelsport Welzijn landbouwdieren/proefdieren
Waarom geen onderdeel van beleid Betreft reguliere beheertaak Geregeld in nationale wetgeving Dierenweides zijn geprivatiseerd; bevoegdheid ontbreekt. Geregeld in nationale wetgeving Faunabeheer valt onder nota jacht- en wildbeheer Geregeld in nationale wetgeving, specifieke regels geregeld in visvergunning en Vispas Geregeld in nationale wetgeving
Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op deze onderwerpen en waarom deze geen onderdeel zijn van de Beleidsnota Dierenwelzijnsbeleid Verwijderen dode dieren Het verwijderen van dode dieren is een wettelijke taak van de gemeente. Dode dieren worden door of vanwege de afdeling Beheer Openbare Ruimte uit de openbare ruimte binnen het stedelijk gebied verwijderd. Dit wordt beschouwd als een reguliere beheertaak en wordt dan ook uit de betreffende onderhoudsmiddelen bekostigd. Deze taak is deels “uitbesteed” aan de dierenambulance omdat deze vaak al ter plaatse komt. Deze werkwijze voorkomt dat gemeentepersoneel of een aannemer hiervoor speciaal moet rijden. Tamme dieren worden door deze organisatie en, bij uitvoering door de gemeente, door de gemeentemedewerkers geregistreerd en gemeld bij Amivedi en enige tijd bewaard, zodat de eigenaar het dode dier eventueel kan ophalen. Daarna wordt het dode dier voor destructie aangeleverd bij de gemeente. In het buitengebied worden de dode dieren niet door en op kosten van de gemeente opgehaald. Wilde (kleine) dieren worden niet actief opgeruimd en kunnen vaak blijven liggen omdat dit acceptabel wordt geacht en past in de natuurlijke kringloop. Dode landbouw(huis)dieren en hobbyhuisdieren worden door en op kosten van de eigenaar afgevoerd en vernietigd.
Er is geen aanleiding deze beheerstaak als specifiek onderwerp ook in het dierenwelzijnsbeleid op te nemen of het bestaande beleid aan te passen. Evenementen /vermaak met dieren Incidenteel bezocht een circus dat met “wilde” dieren werkt Lelystad. De gemeente verleende daarvoor op basis van de APV een vergunning. Per 15 september 2015 is het gebruik van “wilde” (zoog)dieren in circussen via landelijke wetgeving, zodat er geen aanleiding meer bestaat voor gemeentelijk beleid hierover. Rond kerst worden soms “levende kerststallen” bij vieringen betrokken. Dit betreft in Lelystad doorgaans (hobbymatig) gehouden dieren van plaatselijke (hobby)boeren/ zorg- en educatieve boerderijen. Deze zijn over het algemeen al gewend aan drukte en aangeraakt worden, zodat ze niet of minder stressgevoelig zijn. Verder zijn geen vermakelijkheden waar dierenwelzijn aan de orde is bekend. Lelystad heeft hierin geen tradities. Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 10
Er is geen aanleiding specifiek beleid te ontwikkelen omdat de noodzaak in het kader van dierenwelzijn hiervoor ontbreekt. Dierenweides De twee plaatselijke dierenweides zijn in 2013 geprivatiseerd naar de Stichting Dierenweiden Lelystad. Het stichtingsbestuur is integraal verantwoordelijk, dus ook voor het dierenwelzijn van dieren op de kinderboerderijen. De Stichting beschikt vanuit de gemeentelijke periode over het keurmerk van de Samenwerkende Kinderboerderijen Nederland (SKBN). Het stichtingsbestuur is doende om het Keurmerk Kinderboerderijen te verkrijgen. Er is geen aanleiding specifiek beleid te ontwikkelen omdat de noodzaak en bevoegdheid hiervoor ontbreekt. Welzijn huisdieren In Nederland worden 3,6 miljoen katten, 2 miljoen honden en 1,2 miljoen konijnen en andere knaagdieren als huisdier gehouden (bron: Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren 2013). In totaal 20 miljoen huisdieren (bron: Dierenbescherming). De regels worden gesteld in de wet Dieren. De gemeente heeft hierin geen bevoegdheid. Wel wordt binnen het dierwelzijnsbeleid beleid ontwikkeld ten aanzien van voorlichting over het chippen, steriliseren en castreren van huisdieren. Bescherming wilde dieren Er is geen specifiek beleid met betrekking tot de bescherming van in het wild levende dieren.
In de praktijk zijn er wel werkafspraken met het bestuur van de dierenambulance hoe er met gewonde/ zieke dieren omgegaan wordt, maar er wordt geen vergoeding voor wilde dieren verstrekt omdat dit niet tot de primaire wettelijke taken van de gemeente behoort. De gemeente heeft altijd als beleidsuitgangspunt gehanteerd om zo min mogelijk in te grijpen in de wilde fauna (nota jacht en wildbeheer 1992 en evaluatie 1998). Het college is van mening dat pas moet worden ingegrepen als een wild dier gewond is geraakt als direct gevolg van menselijk handelen (bijvoorbeeld door aanrijding). Eventueel ingrijpen zou erop gericht moeten zijn het lijden van dieren tot een minimum te beperken. Er is geen aanleiding hiervoor specifiek beleid te ontwikkelen. Faunabeheer, jacht en schadebestrijding De gemeente Lelystad heeft zich op het terrein van faunabeheer altijd actief opgesteld. Lelystad was een van de eerste gemeenten die een eigen faunabeleid ontwikkelde, gebaseerd op een terughoudend ingrijpen in de natuurlijke processen. Slechts als ingrijpen een verplichting was op basis van wetgeving, optredende ernstige schade of dierenwelzijn werd overgegaan op ingrijpen, in eerste instantie via preventie/verjaging. De gemeente heeft vanaf het begin zitting in het bestuur van de provinciale Faunabeheereenheid en vertegenwoordigt daarin vijf van de zes Flevolandse gemeenten.
Op basis van het vastgestelde beleid wordt er in feite op gemeentelijke terreinen al ruim 25 jaar niet meer gejaagd in de traditionele zin van het woord. Wel is de jacht (pro forma) verhuurd aan twee beheersjagers die eventueel de noodzakelijke ingrepen uitvoeren. De gemeente verzamelt actief data over flora en fauna, veelal met hulp van vrijwilligers. De gemeente werkt eveneens al jaren conform de landelijke gedragscodes “beheer” en “ontwikkeling”. Voor monitoring, advisering en uitvoeren van noodzakelijke maatregelen met betrekking tot (zwaar) beschermde dieren (o.a. marterachtigen en vleermuizen) heeft de gemeente een overeenkomst met Landschapsbeheer Flevoland, die deze taken onder verantwoordelijkheid van de gemeente uitvoert. De wettelijke taken met betrekking tot “ongediertebestrijding” worden vanuit bestaand, specifiek budget uitgevoerd door gemeente en waterschap. De gemeente ziet toe op bestrijding van bruine rat in woningen en bestrijdt zelf zo nodig ratten in het openbaar gebied. Als gevolg van het vele water in de stad komt de bruine rat op veel plaatsen en verspreid over de stad voor. Waar dit lijdt tot overlast Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 11
en/of risico’s voor de volksgezondheid wordt de rat bestreden. Daarvoor wordt een gespecialiseerd bedrijf ingeschakeld. Verder wordt zeer terughoudend “ongedierte” bestreden. Slechts de Eikenprocessierups wordt indien nodig vanwege aspecten van volksgezondheid actief bestreden. Wespen in het openbaar gebied worden alleen bestreden als er direct gevaar bestaat voor de omgeving of voor uitvoerenden van onderhoudswerkzaamheden. Muskus- en beverratten worden in Flevoland door het Waterschap Zuiderzeeland bestreden. De gemeente heeft daarover geen zeggenschap. Het Waterschap werkt hierbij conform de landelijke gedragscode muskus- en beverratten. Een aparte categorie betreft de verwilderde postduif (ook wel stadsduif genoemd). Deze komen plaatselijk in grote aantallen voor en leveren schade op door vervuiling van gebouwen en winkelgalerijen en overlast voor winkelend publiek. Het bijvoeren van deze dieren door goedwillende stadsbewoners levert het gevaar op van kan uitbreiding van de populatie bruine ratten tot gevolg hebben. De dieren worden soms door eigenaren van gebouwen weggevangen en gedood. Het huidige faunabeleid en het beleid ten aanzien van jacht en ongediertebestrijding wordt gehandhaafd en vormt geen specifiek onderdeel van het dierenwelzijnsbeleid.
Visserij en hengelsport Van de (vis)wateren die in eigendom of beheer van de gemeente Lelystad zijn, is het visrecht sinds jaren (minimaal 25 jaar) verpacht aan de Hengelsport Vereniging Lelystad (HSVL). Hengelaars mogen als ze in het bezit zijn van visvergunning en een Vispas gebruik maken van het viswater. Eén van de voorwaarden in de overeenkomst is dat inwoners van Lelystad onder voorwaarden (gratis) mogen vissen op zogenaamde witvis. Ook worden voorwaarden gesteld aan het type aas. Op basis van landelijke wetgeving is het verboden om zonder redelijk doel bij een vis pijn of letsel te veroorzaken. De (landelijke) Vispas stelt regels die - bij juiste toepassing - pijn of letsel zo veel mogelijk moeten voorkomen. Dierenbescherming Nederland stelt zich op het standpunt dat hengelen en viswedstrijden als een vorm van niet noodzakelijke plezierjacht moeten worden beschouwd en is hier om die reden op tegen. Anderzijds wordt vissen van oudsher beschouwd als een “recht”, een recreatiesport en een manier om de jeugd met de natuur vertrouwd te maken. De hengelsport is door de rijksoverheid in de Visserijwet geregeld. Dit heeft tot gevolg dat de gemeente slechts beperkte bevoegdheden heeft. De keuze die de gemeente heeft is alleen het al dan niet verpachten van het viswater.
Zo nodig kunnen wel voorwaarden gesteld worden in de vergunning voor een evenement met betrekking tot openbare orde en veiligheid. Het huidige hengelsportbeleid wordt voortgezet, waarbij er aandacht blijft voor het geven van voorlichting over een verantwoorde manier van vissen. Er is geen aanleiding om in het kader van dierenwelzijnsbeleid specifiek beleid op te stellen. Welzijn landbouwdieren/proefdieren Regels voor landbouwhuisdieren zijn vastgelegd in Europees verband en uitgewerkt in de Wet Dieren en de daarbij horende Algemene Maatregelen van Bestuur. Voor proefdieren is het vastgelegd in de Europese Richtlijn dierproeven. De gemeente heeft alleen beperkte invloed op veehouderij/bioindustrie via eventuele beperkingen die in bestemmingsplannen zouden kunnen worden opgelegd en via Ruimtelijke Ordening als geheel. Via bouwvoorschriften bij aanvragen voor nieuwe stallen/bedrijven zou de gemeente enige invloed kunnen uitoefenen op dierenwelzijn met betrekking tot eisen voor brandveiligheid (aandacht hiervoor is een wens van Dierenbescherming). Vanuit Dierenbescherming wordt aandacht gevraagd voor mogelijkheden om schuilstallen in het buitengebied aan te brengen, zodat dieren bij slechte weersomstandigheden een schuilmogelijkheid hebben. Vanuit organisaties voor dierenwelzijn c.q.
de sector paardenhouderij wordt er voor gepleit geen zogenaamde megastallen of nieuwe vestigingen voor bio-industrie toe te staan en aandacht te besteden aan een natuurlijke manier van het houden van paarden.
Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 12
Gezien de zeer beperkte mogelijkheden / bevoegdheden van de gemeente op het gebied van landbouwdieren en proefdieren wordt voor dit onderwerp in het kader van het dierenwelzijnsbeleid geen specifiek beleid opgesteld.
Nota Dierenwelzijn Lelystad 20 december 2016
Pagina 13