BL 2 Bijlagenboek RO Hotel Lelystad Airport
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Hotel Lelystad Airport Gemeente Lelystad Bijlagenboek
Ruimtelijke onderbouwing Hotel Lelystad Airport Gemeente Lelystad Bijlagenboek
Rapportnummer:
P01808
Datum:
7 juni 2022
Contactpersoon opdrachtgever:
Caransa Groep
Projectteam BRO:
PZ, NL, JCJV
Concept:
19 juni 2020
BRO Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 1999 E info@bro.nl
Inhoudsopgave
Bijlagen Bijlage 1:Quickscan externe veiligheid Bijlage 2: Quickscan flora en fauna Bijlage 3: Rapport milieuhygiënisch vooronderzoek Bijlage 4: Waterparagraaf Bijlage 5: Aanmeldingsnotitie Bijlage 6: Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 7: Aerius berekening Bijlage 8: Bezonningsstudie Bijlage 9: Beoordeling geur
BIJLAGEN
Bijlage 1: Quickscan externe veiligheid
QUICKSCAN EXTERNE VEILIGHEID HOTEL LELYSTAD AIRPORT TE LELYSTAD
quickscan externe veiligheid Hotel Lelystad Airport te Lelystad Opdrachtgever
BRO Postbus 4 5280 AA Boxtel
Rapportnummer Versienummer
9908.003 D2
Status
Eindrapportage
Datum
6 januari 2021
Vestiging
Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 088 5001600 Zwolle@Econsultancy.nl
Opsteller
ing. M. de Loos
Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
Q. Duong, BEng
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
BELEID EN REGELGEVING ...................................................................................................... 1 2.1 2.2 2.3 2.4
3
INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED ......................................................................... 2 3.1 3.2 3.3
4
Wet- en regelgeving ......................................................................................................... 1 Plaatsgebonden Risico ..................................................................................................... 1 Groepsrisico...................................................................................................................... 2 Verantwoordingsplicht ...................................................................................................... 2
Inrichtingen ....................................................................................................................... 3 Transport .......................................................................................................................... 3 Buisleidingen .................................................................................................................... 3
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................... 3
9908.003
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van BRO opdracht gekregen voor het uitvoeren van een onderzoek naar externe veiligheid voor het plan op Lelystad Airport. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het voornemen om op het perceel een hotel te realiseren. Doel van het onderzoek is het identificeren van mogelijk relevante risicovolle activiteiten in de omgeving en de effecten van deze activiteiten op het plan.
Figuur 1.1 Aanduiding locatie
2
BELEID EN REGELGEVING
2.1 Wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op het vervoer en transport van gevaarlijke stoffen en bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen via wegen en spoorlijnen wordt geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Voor transport middels buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing. Voor externe veiligheid staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd. 2.2 Plaatsgebonden Risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Voor het plaatsgebonden risico geldt dat er geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden binnen de 10-6/jaar-contour (wettelijk harde grenswaarde). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Voor de definitie van de begrippen kwetsbare, en beperkt kwetsbare objecten wordt verwezen naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
Rapport 9908.003 versie D2
Pagina 1 van 3
2.3 Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. 2.4 Verantwoordingsplicht In de Besluiten externe veiligheid inrichtingen, transportroutes en buisleidingen is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. In de verantwoording moet worden ingegaan op de mogelijkheden ter bestrijding en beperking van de omvang van calamiteiten en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen. Tevens moet worden ingegaan op de aanwezige en te verwachten dichtheid van personen binnen het invloedsgebied van de leiding en het groepsrisico in relatie tot de oriëntatiewaarde. Dit valt onder de ‘beperkte verantwoording’.
Aanvullend moet worden ingegaan op: - maatregelen getroffen door de beheerder van de activiteit ter beperking van het groepsrisico; - mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico; - mogelijkheden en voorgenomen maatregelen ter beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst.
3
INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED
Met behulp van de risicokaart kan een eerste indruk van de risicobronnen in de omgeving van een plangebied worden gemaakt. In figuur 3.1 is een uitsnede weergegeven van de risicokaart. Het plangebied is in de figuur zwart omcirkeld. In de volgende paragrafen worden de genummerde bronnen nader toegelicht.
Figuur 3.1 Uitsnede risicokaart met aanduiding locatie
Rapport 9908.003 versie D2
Pagina 2 van 3
3.1 Inrichtingen Op circa 500 meter ten zuidwesten van het plangebied is de inrichting van Rodenburg gelegen (1). De inrichting beschikt over een bovengrondse propaantank met een capaciteit van 3.000 liter. Er is geen sprake van een Bevi-inrichting. Deze inrichting is dan ook niet relevant met betrekking tot het planvoornemen. Lelystad Airport wordt op de risicokaart niet vermeld als zijnde een risicovolle inrichting. In het ontwerp-bestemmingsplan Lelystad – Luchthavencontouren (2017) zijn diverse gebiedsaanduidingen vastgelegd, waaronder veiligheidscontouren. Het plan is gelegen buiten deze contouren. In het kader van de MER Lelystad Airport (2014) is het plaatsgebonden risico berekend. Hieruit volgt dat het plaatsgebonden risico ter plaatse het plangebied lager is dan 10-6/jaar en voldoet aan de grenswaarde. Andere inrichtingen zijn gelegen op meer dan 1 kilometer afstand en zijn evenmin relevant. 3.2 Transport De rijksweg A6 (2), gelegen op circa 3,4 kilometer van het plangebied, is op de risicokaart aangeduid als transportroute voor gevaarlijke stoffen. Volgens het Basisnet is sprake van transport in categorie LF1, LF2, LT1 en LT2. Uit tellingen blijkt dat ook in categorie GF2 en GF3 transporten plaatsvinden. Het invloedsgebied van deze categorieën bedraagt ten hoogste 880 meter. Er is geen sprake van invloed op het plangebied.
3.3 Buisleidingen Binnen relevante afstand tot het plan zijn geen buisleidingen aanwezig.
4
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
Econsultancy heeft van BRO opdracht gekregen voor het uitvoeren van een onderzoek naar externe veiligheid voor het plan op Lelystad Airport. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het voornemen om op het perceel een hotel te realiseren. Doel van het onderzoek is het identificeren van mogelijk relevante risicovolle activiteiten in de omgeving en de effecten van deze activiteiten op het plan. Het plan is niet gelegen binnen invloedsgebieden van omliggende inrichtingen, transportroutes of buisleidingen. Vanuit oogpunt van externe veiligheid is er geen belemmering voor het plan.
Econsultancy Zwolle, 6 januari 2021
Rapport 9908.003 versie D2
Pagina 3 van 3
Bijlage 2: Quickscan flora en fauna
Quickscan flora en fauna 'Hotel Lelystad Airport' te Lelystad Caransa Groep B.V.
Quickscan flora en fauna 'Hotel Lelystad Airport' te Lelystad Caransa Groep B.V.
Rapportnummer:
P01765
Datum:
5-1-2021
Contactpersoon opdrachtgever:
De heer M. Caransa
Projectteam BRO:
Martijn van der Schoot, Marcel Koen
Trefwoorden: Bron foto kaft:
BRO
Beknopte inhoud:
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de sloop en nieuwbouw van het Hotel Lelystad Airport, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd.
Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 26 april 2019 tussen 11.00-12.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 14°C, vrijwel geheel bewolkt, zonder neerslag, met een zuidwestenwind van 3 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiele aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Flevoland geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden. Planbeschrijving Het plangebied is gelegen direct ten zuidwesten van het vliegveld Lelystad Airport, op de hoek van de Eendenweg, Airport Plaza en Roadrunnerlaan. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven.
1
BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.
2
Figuur 1. Topografische kaart ligging van het plangebied (1:25.000)
Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een verouderd, reeds gesloten hotel. Het hotel heeft een plat dak en metalen beplating tegen de muren. Rondom het hotel is een gazon gelegen en direct ten westen van het hotel staat een groepje bomen. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 3 t/m 8 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie Opdrachtgever is voornemens het gebouw te slopen en hiervoor in de plaats een nieuw hotel te realiseren.
3
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving
Figuur 3. Gebouw vanuit oosten
Figuur 4. Gebouw vanuit zuiden
4
Figuur 5. Gebouw vanuit noordwesten
Figuur 6. Detail beplating hotel
Figuur 7. Gebouw vanuit zuiden
Figuur 8. Bomen ten westen van hotel
5
Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Oostvaardersplassen”, bevindt zich op circa 7,3 kilometer afstand ten westen van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Het dichtstbijzijnde PAS-gebied betreft de Veluwe, op circa 15,3 km ten zuidoosten van het plangebied. Bij de werkzaamheden vindt een toename aan stikstofuitstoot plaats.
Ondanks de geruime afstand is volledige zekerheid omtrent een toename aan stikstofdepositie binnen het plangebied alleen verkrijgbaar middels een berekening in AERIUS Calculator. Daarom wordt het uitvoeren van een dergelijke berekening geadviseerd. Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN (zie figuur 9).
Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt ongeveer 775 meter ten noordoosten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
6
Figuur 9. Ligging NNN (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)
Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien binnen het plangebied geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.
7
Toetsing soortenbescherming De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming); Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet natuurbescherming); Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming). Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn.
In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Tabel 1. Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten Vogels (artikel 3.1 Wnb)
Europees beschermde soorten
Nationaal beschermde soorten
(artikel 3.5 Wnb)
(artikel 3.10 Wnb)
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen
Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art. 3.5 lid 3
-
Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben
Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort
Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren
-
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
-
8
De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen. Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend.
Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken. Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 1-4 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend.
Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’). Het hotel bevat door de metalen beplating zonder geschikte kieren geen geschikte nestlocaties voor soorten met jaarrond beschermd nest als kerkuil, huismus en gierzwaluw. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als houtduif en koolmees tot broeden komen. Daarnaast kan op het dak van het hotel mogelijk een soort als scholekster tot
9
broeden komen. Het plangebied biedt geen essentieel leefgebied voor soorten met jaarrond beschermde nesten, gezien het plangebied met name bestaat uit gazon, verharding en maar enkele bomen. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status verloren. Bij het de werkzaamheden kunnen wel nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen en de sloop van het gebouw buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten.
Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis. Het gebouw bevat geen geschikte doorgangen naar potentiele verblijfplaatsen als open stootvoegen of randen onder de gevelbeplating. De gevel bestaat geheel uit metalen beplating. Er zijn geen plekken om vast te houden en naar binnen te kruipen. In de naastgelegen bomen zijn eveneens geen potentiele verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen als boomholtes, kieren en loshangend schors. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. Toetsing Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rust- of verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageerhabitat voor vleermuizen. Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren, aangezien het gazon en de verharding zeer weinig ecologische waarde bieden. Soorten als egel en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen.
Door het ontbreken van kwalitatief hoogwaardig habitat en de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens
10
de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten boommarter, bever en otter voor. Gezien de afstand tot geschikte waterwegen is de aanwezigheid van bever en otter uitgesloten. De verspreiding van boommarter beperkt zich tot het Larserbos en de verbindingszone naast de Larservaart. Door de ligging, de beperkte omvang en het relatief stenige habitat, betreft het hier tevens geen geschikt habitat voor deze soort. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren.
Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen. Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend van de ringslang. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving zoals de Oostvaardersplassen. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten. Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van deze soort binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Vanuit de vijver direct ten noorden van het hotel zou incidenteel een individu van een algemene (vrijgestelde) soort binnen het plangebied kunnen worden waargenomen.
Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de
11
Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen. Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten. Ongewervelde diersoorten In de ruime omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van beschermde soorten vlinders of libellen. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn geen beschermde soorten vaatplanten bekend. Gezien het aanwezige biotoop is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.
12
Conclusie Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen:
Middels een AERIUS-berekening dient de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden door toedoen van de werkzaamheden te worden berekend; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.
13
Samenvatting In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen. Tabel 2. Overzicht (potentiele) aanwezigheid beschermde soorten/gebieden en te nemen vervolgstappen
Soortgroep
Potentieel
Sprake van
Vervolgtraject / maatre-
Bijzonderheden / opmerkin-
aanwezig
overtreding
gelen
gen
Ja
Te voorkomen
Kap en sloop buiten Algemeen
broedseizoen of na controle
Broedvogels Jaarrond
Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus
Nee
Nee
-
-
Nee
Nee
-
-
Nee
Nee
-
-
Nee
Nee
-
-
Grondgebonden zoogdieren
Minimaal
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Reptielen
Nee
Nee
-
Amfibieën
Minimaal
Te voorkomen
Zorgplicht afdoende
Vissen
Nee
Nee
-
-
Ongewervelden
Nee
Nee
-
-
Vaatplanten
Nee
Nee
-
-
Afstand tot
Sprake van
gebied
aantasting
Natura 2000
ca. 7,2 km
Mogelijk
Natuurnetwerk Nederland
ca. 775 m
Nee
-
Houtopstanden
-
Nee
-
beschermd Verblijfplaatsen Vleermuizen
Foerageerhabitat Vliegroutes
Gebiedsbescherming
Vervolgtraject
Heeft betrekking op een soort als de egel Heeft betrekking op een soort als de gewone pad
Bijzonderheden / opmerkingen
AERIUS-berekening uit-
Enkel doorgang bij toename
voeren
van 0,00 mol/ha/j Wezenlijke ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk Niet van toepassing
14
Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur
Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.
Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.
Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.
Algemene websites
Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten).
Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden).
Floron.nl (soortgegevens planten).
Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen).
Sovon.nl (soortgegevens vogels).
Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden).
Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten).
Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen).
https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming).
Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren).
Bronnen Flevoland
https://www.flevoland.nl/loket/kaarten.
15
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Tegelen www.bro.nl
16
Bijlage 3: Rapport milieuhygiënisch vooronderzoek
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK AIRPORT PLAZA 1 (HOTEL LELYSTAD AIRPORT) TE LELYSTAD
Rapportage milieuhygiënisch vooronderzoek Airport Plaza 1 (Hotel Lelystad Airport) te Lelystad Opdrachtgever
BRO Boxtel Postbus 4 5280 AA Boxtel
Rapportnummer Versienummer
9908.001 D1
Status
Eindrapportage
Datum
11 juni 2019
Vestiging
Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 038 - 7820540 zwolle@econsultancy.nl
Opsteller
drs. M.S.H. Niemarkt
Paraaf
Kwaliteitscontrole
ing. H. Boesveld
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Opgemerkt wordt dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK ................................................ 1
3
GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................. 1
4
HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE ............................................... 2
5
TOEKOMSTIGE SITUATIE ........................................................................................................ 3
6
CALAMITEITEN .......................................................................................................................... 3
7
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE..................... 4
8
AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN .................................................................... 4
9
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN ........................................ 4
10
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ............................................................................... 4
11
TERREININSPECTIE ................................................................................................................. 5
12
SAMENVATTING EN CONCLUSIES ......................................................................................... 6
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3. 4.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto’s onderzoekslocatie - Omgevingsrapportage - Voorgaand bodemonderzoek
1
INLEIDING
BRO Boxtel heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek op de locatie Airport Plaza 1 (Hotel Lelystad Airport) te Lelystad. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen herontwikkeling (sloop en nieuwbouw van het hotel) op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek heeft tot doel te komen tot een adequate invulling van het velden laboratoriumonderzoek (bepaling van de te volgen onderzoeksstrategie) voor het uitvoeren van een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en/of NEN 5707, door middel van een archiefonderzoek, een interview met de eigenaar/gebruiker en een terreininspectie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek".
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 3.058 m²) is gelegen aan Airport Plaza 1 te Lelystad (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Lelystad, sectie B, nummers 192 (ged.), 203 (ged.), 300, en 556 (ged.). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 3,6 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 164.500, Y = 496.200.
3
GERAADPLEEGDE BRONNEN
In tabel I zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie en verhardingen. Specifieke informatie met betrekking tot de ligging van kabels en leidingen is vooralsnog niet opgevraagd.
Rapport 9908.001 versie D1
Pagina 1 van 6
Tabel I.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever (contactpersoon de heer T. Au ), 7 mei 2019
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Gemeente Lelystad, (contactpersoon mevrouw M. van Eunen), 23 mei 2019 + Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV), 8 mei 2019
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie
4
Bron
- bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl https://flevoland-bbkweb.lievense.com https://flevoland.omgevingsrapportage.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl nog niet geraadpleegd (info via www.kadaster.nl/klic-wion)
Terreininspectie
Uitgevoerd door medewerker Econsultancy, 7 mei 2019
HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE
De Oostelijke Flevopolder is aangelegd tussen 1950 en 1957; de locatie was destijds nog in de ontginningsfase. Volgens (historisch) kaartmateriaal en luchtfoto’s (zie figuren1 t/m 4 en bijlage 3) vanaf 1960, is de locatie, alsmede de omgeving ervan, gedurende de periode 1960 – 1986 steeds grotendeels in agrarisch gebruik (akkerland) en is dit deel van de polder tot heden steeds extensief bewoond. Vanaf 1987 tot ongeveer 2002 is het uiterste zuidwestelijk deel van de locatie in gebruik geweest als toegangsweg naar het vliegveld.
Figuur 1. Situatie 1984
Rapport 9908.001 versie D1
Figuur 2. Situatie 1996
Pagina 2 van 6
Figuur 3. Situatie 2006
Figuur 4. Situatie 2015
De onderzoekslocatie is bebouwd met een hotel (± 360 m²) daterend van 2005. De directe omgeving van het hotel is voor een klein deel voorzien van een tegelverharding. De locatie is verder grotendeels onverhard en in gebruik als grasveld / openbaar groen, behorend bij het hotel. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente / Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek (OFGV) bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. Bij de gemeente Lelystad / OFGV zijn geen gegevens aanwezig waaruit blijkt of er asbesthoudende materialen zijn toegepast op of in de (voormalige) bebouwing. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Echter wegens het voormalige gebruik van het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie als toegangsweg, is het mogelijk dat er een (puin)fundatie onder het asfalt heeft gelegen, welke gezien de periode van aanleg in principe asbestverdacht is. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.
5
TOEKOMSTIGE SITUATIE
De initiatiefnemer is voornemens het bestaande hotel op de locatie te slopen en deze in een grotere omvang en gedeeltelijk op een ander terreindeel te herbouwen. Afgezien van de nieuwbouw zullen de huidige bedrijfsactiviteiten grotendeels worden voortgezet. Voor een deel van het terrein zal de bestemming wijzigen van de bestemming ‘Bos’ en ‘Verkeer’ naar ‘Specifieke vorm van horeca-1’.
6
CALAMITEITEN
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Lelystad / OFGV blijkt, niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.
Rapport 9908.001 versie D1
Pagina 3 van 6
7
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE
Op het momenteel bebouwde terreindeel is in 2004 door Grontmij Advies & Techniek bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapportnummer 162340, d.d. 9 februari 2004, zie bijlage 4). Destijds zijn er 5 boringen verricht, waarvan 1 boring is afgewerkt als peilbuis. In de zintuiglijk schone bovengrond is destijds een lichte verontreiniging met minerale olie aangetroffen. In de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met benzeen.
8
AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN
In hoofdstuk 4 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Aan de zuidwestzijde van de onderzoekslocatie bevindt zich een bosperceel. In de overige richtingen grenst de onderzoekslocatie aan de openbare wegen en/of groenstroken. Iets verder ten noordoosten bevindt zich een blusvijver. Van de direct aangrenzende percelen / terreindelen zijn, binnen 25 meter van de onderzoekslocatie, geen bodemonderzoeksgegevens bekend. De huidige eigenaar van de onderzoekslocatie is niets bekend omtrent potentieel bodembedreigende activiteiten op direct aangrenzende percelen / terreindelen. De onderzoekslocatie bevindt zich op circa 300 meter ten zuidoosten van Lelystad Airport. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten.
9
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN
In maart 2012 is de Nota bodembeheer van de provincie Flevoland vastgelegd. Hieronder valt onder andere de gemeente Zeewolde. Op de bodemkwaliteitskaart is de landbodem van de provincie Flevoland ingedeeld in zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Lelystad dateert van 16 november 2017 (LievenseCSO 17M1206.RAP001). Van de onderzoekslocatie is de boven- en ondergrond gelegen binnen het deelgebied “Bovengrond/Ondergrond overige gemeentelijk grondgebied”. De verwachte bodemkwaliteitsklasse is AW2000 (schoon).
10
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
Bodemopbouw De originele bodem bestaat volgens de digitale bodemkaart van Nederland uit Kalkrijke poldervaaggronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk zijn opgebouwd uit lichte of zware klei. De afzettingen, waarin deze bodems zijn ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Naaldwijk.
Rapport 9908.001 versie D1
Pagina 4 van 6
Geohydrologie De onderzoekslocatie is gelegen in het zeekleigebied en bevindt zich in het voormalige Zuiderzeegebied. De toplaag is gevormd door Holocene mariene afzettingen en heeft een dikte van circa 1,5 meter. Hieronder begint het eerste watervoerend pakket bestaande uit fijn tot grof zand, kleiig zand en grind (Formatie van Boxtel en Eem Formatie) met een gezamenlijke dikte van circa 16 meter. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door een kleiige afzettingen van de Eem Formatie. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 5,5 m -NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,9 m -mv zou bevinden. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerend pakket is niet éénduidig; de locatie bevindt zich centraal in een kwelzone. De grondwaterstand binnen de onderzoekslocatie staat onder invloed van polderbemaling. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
11
TERREININSPECTIE
Op 7 mei 2019 is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen.
Rapport 9908.001 versie D1
Pagina 5 van 6
12
SAMENVATTING EN CONCLUSIES
BRO Boxtel heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek op de locatie Airport Plaza 1 (Hotel Lelystad Airport) te Lelystad. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen herontwikkeling (sloop en nieuwbouw van het hotel) op de onderzoekslocatie. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Echter wegens het voormalige gebruik van het zuidwestelijk deel van de onderzoekslocatie als toegangsweg, is het mogelijk dat er een (puin)fundatie onder het asfalt heeft gelegen, welke gezien de periode van aanleg in principe asbestverdacht is. Ter plaatse van de voormalige toegangsweg naar het vliegveld op de zuidwestzijde van de onder2 zoekslocatie (circa 400 m ), waar in het verleden mogelijk een puinverharding/-fundatie heeft gelegen, wordt verwacht dat er wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn asbest en mogelijk ook metalen, PAK en minerale olie.
Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, dat dit deel van de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de NEN 5740 en NEN 5707; strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de vermoede verontreinigende stof de achtergrondwaarde of het geldend achtergrondgehalte overschrijdt. Uit het vooronderzoek blijkt dat er op het overige deel van de onderzoekslocatie (± 2.658 m²) geen sprake is van bodembelasting anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op dit deel van de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de achtergrondwaarde of boven het in het betreffende gebied geldende achtergrondgehalte. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat dit deel onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de NEN 5740 strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV-NL).
Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is.
Econsultancy Zwolle, 11 juni 2019
Rapport 9908.001 versie D1
Pagina 6 van 6
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Legenda Symbolen:
Polygonen:
Boringen:
Asfalt
Ontgravingsvak
Boring tot 0,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Klinker
Saneringslocatie
Boring tot 1,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Beton
Partij ontgraven grond
Boring tot 1,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Ontgravingsdiepte (m -mv)
Toekomstige bebouwing
Boring tot 2,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Partijhoogte (m +mv)
Voormalige bebouwing
Boring tot 2,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Opnamerichting foto
Asfaltverharding
Boring tot 3,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Vloeistofdichte vloer
Reparatievak asfalt
Boring tot 3,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Prefab betonnen vloerplaat
Opslagtank (bovengronds)
Boring tot 4,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Tegels
Opslagtank (bovengronds in lekbak)
Boring tot 4,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Golfplaat (asbest verdacht)
Opslagtank (ondergronds)
Boring tot 5,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Boom
Struweel
Peilbuis (diep)
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis (diep)
Bos
Haag
Peilbuis
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis
Boring voorgaand onderzoek tot 0,5 m -mv
Kernboring 80 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,0 m -mv
Kernboring 120 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 2,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv
Struiken Gras
Lijnen:
Water
Bebouwing
Braak
Grens onderzoekslocatie
Grind
Toekomstige bebouwing
Onverhard
Voormalige bebouwing
Puinverharding
Beschoeiing
Talud
Hekwerk
Boring voorgaand onderzoek tot 3,5 m -mv
Spoorlijn
Boring voorgaand onderzoek tot 4,0 m -mv
Wandmonster
Boring voorgaand onderzoek tot 4,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 5,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv
Spoorbaan Fietspad Parkeerplaats
Verontreiniging:
Trafo Pomp Olie/vetafscheider Mangat Riool inspectieput Zinkput Ontluchting Vulpunt Sleuf asbestonderzoek 200x40x50cm
Boring voorgaand onderzoek tot 3,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv
Peilbuis voorgaand onderzoek (diep)
Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv
Niet verontreinigd
Peilbuis voorgaand onderzoek
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv
Gehalte >AW/S-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv
Gehalte >T-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv
Gehalte >I-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,5 m -mv
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 5,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis (diep)
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis (diep)
Boring tot 0,5 m -waterbodem
Licht verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis
Boring tot 1,0 m -waterbodem
Matig verontreinigd
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm
Duiker Voormalige duiker
Boring voorgaand onderzoek tot 2,5 m -mv
Sterk verontreinigd Verontreinigingsgraad onbekend Vindplaats asbestverdacht materiaal op maaiveld
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Foto 8.
Bijlage 3
Omgevingsrapportage
9908.001MNi Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 28
-
08-05-2019
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Roadrunnerweg 1 (Luchthaven) Pelikaanweg Kaarten Disclaimer Toelich ng
Pagina 2 van 28
-
08-05-2019
Leeswijzer In Flevoland worden regelma g verontreinigingen in de bodem aangetroffen. In het kader van de Wet Bodembescherming (WBB) hee de provincie Flevoland een aantal we elijke taken. De provincieverkrijgt in het kader van deze we elijke taken bodemgegevens. Deze administra eve gegevens worden opgeslagen in een bodeminforma esysteem. Bij het plannen en uitoefenen van werkzaamheden is het van belang dat men al vroeg jdig rekening houdt met de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. In dit document wordt een overzicht gegeven van loca es binnen het geselecteerde gebied, waarover bij de provincie Flevoland bodeminforma e bekend is. De informa e in dit document is verdeeld over twee delen: 1. Algemene informa e: Het geselecteerde gebied, Bodemverontreinigingloca es en Poten eel bodemverontreinigende ac viteiten 2. Detailinforma e (per loca e): Algemene gegevens, Afgegeven beschikking(en), Historische bedrijfsac viteit(en), Uitgevoerde bodemonderzoek(en), Aangetroffen verontreinigingen, Uitgevoerde saneringen en Restverontreiniging 3. Overige informa e: Topografie, Luch otos en Asbest Het kan voorkomen dat bepaalde informa e niet beschikbaar is. In dat geval wordt daar melding van gemaakt. Als u vragen hee over de geleverde bodeminforma e, kunt u emailen naar info@ofgv.nl of bellen naar 088-6333000.
Pagina 3 van 28
-
08-05-2019
Locatie: Roadrunnerweg 1 (Luchthaven)
Loca e Adres
Eendenweg
Loca ecode
AA099500399
Loca enaam
Roadrunnerweg 1 (Luchthaven)
Plaats
Lelystad
Loca ecode bevoegd gezag WBB
FL099500353
Status Vervolg WBB
Uitvoeren OO
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NVN 5740
Beschikking
Nee
Eigenaar
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Flevoland
Uitgevoerde onderzoeken Datum 09-02-2004
Type
Naam
Auteur
Referen e
Verkennend onderzoek NVN 5740
Verkennend Onderzoek 1
Grontmij
162340
Verontreinigende ac viteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Saneringsoort Zorgstatus Uiterste start Werkelijke start Werkelijke einddatum
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 4 van 28
-
08-05-2019
Locatie: Pelikaanweg
Loca e Adres
Pelikaanweg Lelystad
Loca ecode
AA099500659
Loca enaam
Pelikaanweg
Plaats
Lelystad
Loca ecode bevoegd gezag WBB
FL099500613
Status Vervolg WBB
Uitvoeren OO
Beoordeling
Status rapporten
Verkennend onderzoek NVN 5740
Beschikking
Nee
Eigenaar
Status besluiten
Status asbest
Is van voor 1987
Flevoland
Uitgevoerde onderzoeken Datum 31-07-1994
Type
Naam
Auteur
Referen e
Verkennend onderzoek NVN 5740
Verkennend Onderzoek 1
Grontmij Flevoland
48748-00
Verontreinigende ac viteiten Geen gegevens beschikbaar
Geconstateerde verontreinigingen Geen gegevens beschikbaar
Besluiten Geen gegevens beschikbaar
Sanering Saneringsoort Zorgstatus Uiterste start Werkelijke start Werkelijke einddatum
Saneringscontouren Geen gegevens beschikbaar
Zorgmaatregelen Geen gegevens beschikbaar
Pagina 5 van 28
-
08-05-2019
Asbest loca es
Pagina 6 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2006
Pagina 7 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2008
Pagina 8 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2009
Pagina 9 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2010
Pagina 10 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2011
Pagina 11 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2012
Pagina 12 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2013
Pagina 13 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2014
Pagina 14 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2015
Pagina 15 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2016
Pagina 16 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 1947
Pagina 17 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 1949
Pagina 18 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 1960
Pagina 19 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 1971
Pagina 20 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 1981
Pagina 21 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 1989
Pagina 22 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2000
Pagina 23 van 28
-
08-05-2019
Luch oto 2003
Pagina 24 van 28
-
08-05-2019
De bodeminforma e is met de grootste zorg ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat deze informa e verouderd is, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Flevoland acht zich niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informa e. U helpt de provincie door eventuele geconstateerde fouten of gebreken te melden. Per 1 januari 2013 wordt, in opdracht van de provincie Flevoland, de bodeminforma e bijgehouden door de omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek.
Pagina 25 van 28
-
08-05-2019
Toelich ng Toelich ng op overzicht historisch bodembestand (HBB) Tussen 2005 en 2007 hee de provincie Flevoland een inventarisa e laten uitvoeren van poten eel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen. Voor de inventarisa e is gebruik gemaakt van twee archie ronnen, te weten: 1. Het archief van de Kamers van Koophandel in de provincie. 2. De op grond van de Hinderwet aan bedrijven verleende vergunningen. Met beide bronnen wordt ruwweg de jdsperiode 1950 tot 2000 gedekt. Uit de enorme hoeveelheid informa e die in de genoemde bronnen ligt opgeslagen, is een selec e gemaakt. Met deze inventarisa e kan worden bekeken of er in het verleden bodembedreigende bedrijfsac viteiten op een perceel hebben plaatsgevonden. Naast informa e over poten eel verontreinigde voormalige bedrijfsterreinen is bij de Provincie Flevoland ook andere informa e bekend over het (historische) bodemgebruik. Het betre de: De historische luch oto’s van Flevoland (h p://historische-luch oto.flevoland.nl); De asbestverdenkingenkaart (h p://kaart.flevoland.nl/asbestverdenkingen/).