BL 1. Samen beter buiten spelen - Speelruimtebeleid 2024
Tekst van het document
Samen Beter Buiten Spelen Speelruimtebeleid 2024 Gemeente Lelystad September 2024
0
Inhoudsopgave
1. Inleiding 1.1 Aanleiding 03 1.2 Doel en scope 03 1.3 Werkwijze 03
2. Beleidskaders 2.1 Het belang van een goede speelruimte 2.2 Wettelijke kaders (landelijk) 2.3 Raadsakkoord Lelystad 2022 - 2026 2.4 Omgevingsvisie Lelystad 2040: Hoofdstad nieuwe natuur 2.5 Sport en beweegvisie 2030 2.6 Lelystadse Inclusie Agenda 2022-2025
04 04 04 05 05 05
3. Speelruimteonderzoek 3.1 Werkwijze 06 3.2 Buurten en kernen 06 3.3 Bevindingen en conclusies 07
4. Samen Beter Buiten Spelen Thema 1. Aanbod op orde Thema 2. Diversiteit en speelbeleving Thema 3. Aandacht voor specifieke doelgroepen Thema 4. Participatie en communicatie
10 11 12 13
5. Bijlagen B1 - Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte extern B2 - Natuurlijk spelen en vergroenen extern B3 - Nieuwbouw extern B4 - Inrichtingsvoorbeelden extern B5 - Onderzoeksrapport openbare sport- en speelruimte extern
2
Dankwoord
Colofon
Dit plan voor betere speel- en sportruimte in Lelystad is voor een belangrijk deel te danken aan de inzet, het enthousiasme en de zinvolle input van de kinderen die tijdens het onderzoek hebben meegewerkt. Daarom een speciaal dankwoord voor alle kinderen die de moeite namen om de enquête in te vullen en in het bijzonder de kinderen die ons rond hebben geleid in Lelystad tijdens een van de acht wijkwandelingen.
Uitgave Gemeente Lelystad September 2024
Dus bij deze; Iza, Randy, Abdulsamed, Safa, Usein, Shaediem, Sana, Elif, Jamayra, Nora, Dylan, Skye, Aylin, Kimora, Louie, Nola, Jesse, Tess , Fleur, Bahira, Myron, Ella, Selina, Evi, Bryan, Daniel, Mila, Vesper, Kiara, Evi, Liam, Fleur, Thiago, Aron, Anisha, Skylar, Dhivalia, samen met de leerlingen van basisscholen de Tjalk en de Sluis.
Hartstikke bedankt!
Tekst - onderzoek - vormgeving Speelplan b.v.: Ferdi Tillema & Amber van Dillen
Samenwerking Gertjan Knol (beheerder spelen) Walther Schram (Assetmanager TI&Objecten)
1
Inleiding
1.1 Aanleiding De gemeente Lelystad vindt het belangrijk dat de openbare ruimte uitnodigt tot gebruik op een actieve, leuke en gezellige manier. Hierin wordt voorzien door goede, uitdagende en veilige speel- en sportplekken in te richten en te onderhouden. Het is noodzakelijk om regelmatig te peilen hoe de zaken ervoor staan. Dit gebeurt jaarlijks, door het uitvoeren van veiligheidsinspecties. Deze inspecties geven echter weinig inzicht in het daadwerkelijke gebruik of de waardering van bewoners. Ook geeft het geen richting aan voor toekomstige herinrichtingen, wenselijke veranderingen of de wijze waarop omgegaan kan worden met nieuwe trends en bewonersparticipatie. Hiervoor is dit beleid opgesteld. Een plan om: Samen Beter Buiten te Spelen.
Er is gewandeld met kinderen van verschillende basisscholen, er is overleg met verschillende groepen jongeren van 12-18 jaar en er is een online enquête voor bewoners uitgezet. Ook zijn leidende richtlijnen en relevante kaders voor spelen en sporten vanuit de gemeente geïnventariseerd door relevante beleidsstukken te bestuderen en te kijken of en naar de wijze waarop raakvlakken benut kunnen worden. Tezamen met de uitkomsten van het speelruimteonderzoek vormen deze de basis voor de verbeterpunten en aanbevelingen uit dit rapport.
Dit plan is ontwikkeld in samenwerking met verschillende partijen zoals scholen, jongerenwerk en uiteraard bewoners van Lelystad. Hiermee is een breed gedragen plan ontstaan dat de basis vormt voor toekomstige veranderingen in de openbare speel- en sportruimte van Lelystad.
1.2 Doel en scope Dit speelruimtebeleid dient de komende jaren als leidraad voor de invulling van de openbare speel en sportruimte. In dit plan staan richtlijnen voor de toekomstige (her)inrichting en het beheer van de speel- en sportplekken. Bij het opstellen van dit beleid zijn de speel- en sportplekken die door de gemeente beheerd worden in Lelystad geanalyseerd. Daarnaast is er een analyse gemaakt van de bespeelbaarheid van de gehele openbare ruimte (parken, natuurgebieden, hofjes, pleinen en straten). Deze analyse van de formele en informele speelruimte vormt de basis voor dit beleid. Niet openbare voorzieningen (bijvoorbeeld sportverenigingen) zijn niet meegenomen in het uitgevoerde veldwerk, wel is de aanwezigheid van deze voorzieningen en het gebruik ervan verwerkt in de bevindingen en verbeterpunten.
1.3 Werkwijze
3
In de periode januari 2024- mei 2024 is een uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Hierbij is gekeken naar de huidige situatie (kwantiteit) als ook naar de waardering en behoefte vanuit de samenleving (kwaliteit). Een samenvatting hiervan is te vinden op de volgende pagina’s. Een volledige verwerking van het onderzoek is als bijlage bij dit rapport gevoegd.
01 - Speelplan met de jongerenwerkers van Welzijn tijdens een ambulante ronde
3
2
Beleidskaders
Een aantrekkelijke openbare ruimte helpt kinderen met hun ontwikkeling, het zet inwoners aan tot bewegen en het zorgt ervoor dat er ontmoetingen plaatsvinden tussen verschillende inwoners. In Nederland, maar zeker ook in Lelystad, vinden we een aantrekkelijke (en veilige) openbare ruimte belangrijk. Dit laten we in dit hoofdstuk zien door relevante wettelijke- en beleidskaders toe te lichten.
2.1. Het belang van een goede speelruimte Spelen is voor de ontwikkeling van kinderen van groot belang. Door te spelen ontwikkelen kinderen motorische, cognitieve, sociale, creatieve en emotionele vaardigheden die belangrijk zijn om deel te nemen aan de samenleving. Buitenspelen is gezond, draagt bij aan de sociale contacten in de buurt en biedt spelmogelijkheden die binnen niet mogelijk zijn. Het is niet voor niets dat de overheid al decennialang een rol speelt in het voorzien van voldoende en aantrekkelijke, veilige speelplekken. Buitenspelen is niet alleen goed voor de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Voldoende en aantrekkelijke speelruimte is ook goed voor de positieve beleving en leefbaarheid van een wijk. Zeker als er gekozen wordt voor de juiste inrichting, kunnen speel- maar ook sportplekken een belangrijke ontmoetingsfunctie vervullen. Voor (groot)ouders van jonge kinderen is het bijvoorbeeld fijn als er bankjes bij een speelplek staan. Tieners kunnen goed ingerichte speelplekken of trapveldjes gebruiken als ontmoetingsplek om na schooltijd af te spreken, samen te gaan sporten en/of spelen of om op ontdekkingstocht te gaan.
2.2 Wettelijke kaders (landelijk) Er bestaat geen wettelijke verplichting voor gemeentes om speelplekken aan te leggen. Buitenspelen zelf is wel (en niet voor niets) een recht! Jeugdigen hebben net als volwassenen behoefte aan en recht op mogelijkheden om te ontspannen en te recreëren. Dit recht is vastgelegd in artikel 31 van het Internationale Verdrag voor De Rechten van het Kind, dat in 1995 door de Nederlandse overheid is geratificeerd.
4
Artikel 31 van de Rechten van het Kind (Verenigde Naties): “Het kind heeft recht op rust en vrije tijd, om te spelen en op recreatie, en om deel te nemen aan kunst en cultuur. Kinderen moeten daarvoor de tijd hebben en er moet ongevaarlijk en leuk speelgoed zijn en veilige speelplekken. Dit geldt voor alle kinderen, dus ook voor kinderen in ontwikkelingslanden, of voor kinderen met een handicap. Speelplekken moeten er niet alleen voor kleine kinderen zijn. Er moeten ook plekken zijn voor tieners om zich te kunnen vermaken.” Het voorzien in formele speelplekken is een aanbeveling om buitenspelen te faciliteren en te stimuleren. Een gemeente is vrij om hier invulling aan te geven. Voor de inrichting van de formele speelplekken is wel specifieke wetgeving vastgesteld in de vorm van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Hierin staat onder andere: • Iedereen die te maken heeft met de ontwikkeling, het beheer of de (veiligheid) inspecties van speelruimte en -toestellen moet zich aan het WAS houden. • In het WAS staat dat speelplekken en de toestellen veilig moeten zijn, bij plaatsing en in beheer. • Hierbij wordt verwezen naar de Europese normen voor speeltoestellen (o.a. EN 1176). Als een toestel voldoet aan de gestelde normen, wordt verondersteld dat het toestel veilig is.
Een producent of beheerder kan ook op een andere wijze voldoen aan het vereiste veiligheidsniveau (bijv. door een risicoanalyse uit te laten voeren). Dit dient dan wel te worden geregistreerd. • Om tijdens de levensduur van een speelplek te voldoen aan het WAS moeten speeltoestellen periodiek geïnspecteerd en goed onderhouden worden. • Van elke speelplek en elk speeltoestel moet een registratie bijgehouden worden van de inspecties en het onderhoud maar ook van bijv. reparaties en ongevallen.
2.3 Raadsakkoord Lelystad 2022 - 2026 Na de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 heeft de gemeenteraad met alle partijen een raadsakkoord opgesteld. In het raadsakkoord is met ca. 140 speerpunten op verschillende hoofdopgaven (bijv. onderwijs, voorzieningen en sociaal domein) een breed gedragen visie vormgegeven.
2
Beleidskaders
Voor de hoofdopgaven voorzieningen zijn enkele speerpunten van groot belang voor de openbare speel- en sportruimte. Zo vindt de gemeenteraad het belangrijk dat de inwoners van Lelystad tussen 2023 en 2030 meer gaan bewegen, om te te komen tot een gezonde en fitte stad. Ook wil de raad dat er specifiek aandacht is voor voorzieningen voor jeugd en jongeren. Dit blijkt uit de uitgesproken ambitie om in 2026 de meest kind- en jeugdvriendelijke stad te zijn. Een aantrekkelijke openbare speel- en sportruimte kan hier een onderdeel van zijn.
2.6 Lelystadse Inclusie Agenda 2022-2025
2.4 Omgevingsvisie Lelystad 2040: Hoofdstad nieuwe natuur
In de agenda staan 35 aandachtspunten verdeeld onder 9 thema's. De volgende aandachtspunten hebben invloed op de openbare sport- en speelruimte. • Algemene toegankelijkheid en veiligheid openbare ruimte: Uitgangspunt is dat de openbare ruimte waarvan de gemeente eigenaar/beheerder is, voor iedereen toegankelijk is. • Ontwikkel gezamenlijke speelgelegenheden voor kinderen met en zonder beperking: Beweegplekken moeten “te bereiken zijn voor” en “te gebruiken zijn door” kinderen en volwassenen met een beperking. Stichting GOL wil hier graag zijn ervaringsdeskundigheid bij aanbieden.
In de omgevingsvisie staan drie vragen centraal: 'Hoe ziet Lelystad er in 2024 uit? Hoe zorgt de stad samen voor een aangename leefomgeving en hoe blijft de gemeente welvarend?' Om deze vragen positief te kunnen beantwoorden zijn er strategieën vormgegeven vanuit vier verschillende invalshoeken: 'Wonen & voorzieningen', 'Werken & leren', 'Groen & omgevingskwaliteit' en 'Mobiliteit & bereikbaarheid'. In de strategie 'Wonen & voorzieningen' worden verschillende belangrijke raakpunten beschreven die invloed hebben op de openbare speel- en sportruimte. • In de bevolkingsprognose van Lelystad wordt uitgegaan van vergrijzing. De groep inwoners van 65+ zal toenemen van 13% (2020) naar 19% (2025). Voor deze groep zijn voorzieningen in de buurt nodig. • Lelystad zal zich inzetten op actieve gezondheidsbevordering door een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving te creëren. Hierin zijn wandelen en fietsen prioritaire vervoerswijzen, is er sport en spel in de woonomgeving en zijn er natuurspeelplaatsen. • Lelystad gaat een strategische wijkaanpak gericht op stedelijke vernieuwing opstellen. Dit is een stap voor stap, buurt tot buurt benadering.
In 2016 is het VN-verdrag over de rechten van personen met een beperking door Nederland ondertekend. Daarom is elke Nederlandse gemeente nu verplicht om een lokaal inclusiebeleid te ontwikkelen en uit te voeren. In Lelystad is daarom de Inclusie Agenda opgesteld door stichting GOL (gehandicaptenoverleg Lelystad).
2.5 Sport en beweegvisie 2030 In de sport en beweegvisie zijn vijf ambities vormgegeven. Een beweegvriendelijk ingerichte openbare ruimte kan positief bijdragen aan twee van deze ambities. • Ambitie 1: Bewegen en sporten zorgen ervoor dat steeds meer van onze inwoners zich fit voelen en gezond zijn. Voor iedereen is er een passend, aantrekkelijk en toegankelijk sport en beweegaanbod. • Ambitie 3: Onze groeiende stad biedt voor iedereen voldoende ruimte om te bewegen en te sporten.
5
Stichting GOL, voor mensen met een beperking in Lelystad © Fotostudio Wierd
3
Speelruimteonderzoek
In het voorjaar van 2024 heeft een onderzoek plaatsgevonden. Samen met bewoners en ketenpartners is de speel- en sportwaarde van de openbare ruimte per wijk in kaart gebracht en beoordeeld. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste bevindingen uit dit onderzoek benoemd. Het volledig onderzoek is als externe bijlage toegevoegd aan dit beleid.
3.1 Werkwijze Het onderzoek omvat een analyse van de speelruimte, een schouwing van de demografie en verschillende participatiemethoden. Analyse speelruimte Voor analyse en beoordeling van de speelruimte is per wijk een rondgang langs de speelplekken gedaan. De gemeente heeft momenteel 333 speel- en sportplekken in beheer. Deze zijn gecategoriseerd op doelgroep (leeftijdsgroep) en bereik (direct omwonende, buurt of wijk/ stad). Ook zijn de locaties beoordeeld op: ligging, inrichting, huidige staat, klimaatbestendigheid en inclusiviteit. Ook naar de bespeelbaarheid van de hele openbare ruimte is gekeken. Hierbij is gelet op o.a. vrije speelruimtes zoals grasvelden, parken, pleintjes, brede stoepen en barrières als wegen en watergangen. We gebruiken de volgende termen om de grootte en het bereik van speelplekken aan te duiden: • Wijk/ stads voorzieningen • Buurtplekken • Kleine speelplekken • Spelen door de buurt (buurt initiatieven) Wijkwandelingen Om een goed beeld te krijgen van hoe en waar kinderen in de gemeente Lelystad spelen en sporten zijn er met kinderen van acht basisscholen (verdeeld over de stad) wijkwandelingen georganiseerd. Per school, liep er een ‘expert-panel’ van kinderen mee die de wijk op hun duimpje kennen. Tijdens de wandelingen zijn de speeltuintjes, grasveldjes, bosjes, pleintjes en andere plekken bezocht waar kinderen vaak spelen.
Kinderen hebben verteld en laten zien hoe zij spelen, wat zij goed vinden en wat beter kan.
6
Jongerenoverleg (WelZijn) Om in contact te komen met de jongeren in Lelystad en om hun gebruik van de openbare ruimte te begrijpen hebben we aan verschillende activiteiten van jongerenorganisatie WelZijn deelgenomen. Onderzoekers zijn bijvoorbeeld meegegaan met een ambulante ronde en er waren we aanwezig tijdens de activiteit: 'Jachtseizoen'. Tijdens de sessies zijn verschillende groepen jongeren gesproken. Inwonerspeiling Kennis en ervaringen van bewoners is onmisbaar in een speelruimteonderzoek. Door middel van een online enquête is de waardering van bewoners geïnventariseerd. De enquête is door meer dan 1000 inwoners ingevuld. De inwoners hebben o.a. kunnen reageren op 'wat is volgens u het belangrijkste bij een speelplek?' en 'wat is volgens u het belangrijkste doel van een speelplek?'.
3.2 Bevindingen en conclusies Onderstaande conclusies zijn opgedaan uit de speelruimteanalyse en de verschillende participatievormen. Wijkstructuur - Lelystad wordt in wijken verdeeld door de spoorlijn en verschillende doorgaande autowegen. Deze autowegen kunnen door fietsers en wandelaars worden overgestoken via verschillende bruggen. Binnen de wijken zijn verschillende, kleinere barrières voor kinderen, waardoor de wijken in 'speelbuurten' verdeeld worden. Binnen de wijken zijn dit vaak waterwegen, fietspaden of parken. Kinderen kunnen deze barrières snel zelfstandig oversteken, om bijvoorbeeld naar school of de sportvereniging te gaan. Spreiding aanbod- De meeste speelbuurten beschikken over één grotere, centraal gelegen speelplek, oftewel 'een buurtplek'. In sommige speelbuurten functioneert een schoolplein als buurtplek. Dit was al onderdeel van het oude speelruimtebeleid. Vaak zijn, binnen een straal van 200 meter van een woning, twee of zelfs drie ingerichte speelplekken te vinden. Dit zijn voornamelijk 'kleine speelplekken'. Speelplekken ingericht met enkele speeltoestellen met een enkele speelfunctie (bijvoorbeeld een glijbaan of schommel). Alleen in Hollandse Hout en in het Stadshart is deze spreiding niet terug te zien.
3
Speelruimteonderzoek
Skatebaan in stadshart
In Lelystad zijn er ruim voldoende speelplekken, vaak is er zelfs sprake van een "overaanbod". Een overaanbod ontstaat wanneer vergelijkbaar ingerichte locaties dicht bij elkaar liggen. Voor kleine speelplekken (bedoeld voor direct omwonende) is het bereik ongeveer 200 meter. Voor buurtplekken (bedoeld als ontmoetingsplek voor de speelbuurt) is het bereik 500 meter. Wanneer een groot deel van de woningen meerdere kleine speelplekken of buurtplekken binnen bereik hebben ontstaat een overaanbod. Een overaanbod is niet bevorderlijk voor het speelgedrag van kinderen. Door de vele locaties ontstaat er versnippering en komen kinderen elkaar minder tegen, terwijl juist samenspelen een van de belangrijkste redenen is voor kinderen om buiten te spelen. Inrichting speelplekken- Het formele speelaanbod bestaat voornamelijk uit kleine speelplekken. Veel locaties zijn ingericht met speeltoestellen, zonder dat er aandacht is voor de omgeving rond de toestellen. De toestellen zijn geplaatst op gras of op een valdempende ondergrond en hebben weinig interactie met elkaar of de omgeving waarin ze staan. Op dit soort speelplekken is weinig speelbeleving gecreëerd. In de keuze van speeltoestellen, is weinig variatie tussen de geplaatste speeltoestellen, dit is vooral zichtbaar in de wijken waar de speelplekken 10 tot 15 jaar geleden zijn geplaatst. Er staan bijvoorbeeld veel T-schommels.
Ligging- De ligging van de speelplekken is gemiddeld goed beoordeeld. De speelplekken hebben vaak een veilige ligging (geen drukke wegen of geparkeerde auto's), er is goed toezicht op de speelplekken waar dit nodig is en als dit er niet is zijn er gerichte maatregelen genomen.
Voorbeeld inclusief-speeltoestel
Klimaatbestendigheid - Op of rond de speelplekken wordt vaak gebruik gemaakt van natuurlijke ondergronden (gras). Buiten dat gras zorgt voor een natuurlijke omgeving, zorgt het er ook voor dat (regen)water goed kan weglopen. Hierdoor is de kans op wateroverlast kleiner. Op de speelplekken is ruimte voor verbetering op het gebied van biodiversiteit en hittestress. De biodiversiteit kan verbeterd worden door het plaatsen van verschillende beplanting rond en op speelplekken. De hittestress kan worden tegengegaan door het planten van bomen. Inclusiviteit - Op het gebied van inclusiviteit is ruimte voor verbetering. De meeste speelplekken scoren hier niet goed op. Dit komt omdat de toestellen vaak niet goed toegankelijk zijn voor inwoners met een fysieke beperking. Op locaties waar de toegankelijkheid goed is zijn vaak geen speelaanleidingen die samenspel mogelijk maken. Een verharde padenstructuur (langs toestellen) en het kiezen van speeltoestellen die samenspel stimuleren is een waardevol uitgangspunt voor buurt- en wijkplekken in de gemeente.
Calisthenics in Boswijk
7
Sporten en bewegen - De meeste speelbuurten in Lelystad beschikken over minstens één sportvoorziening, vaak in de vorm van een trapveld. Naast de mogelijkheid om te voetballen zijn er door de wijken ook tafeltennistafels en basketbalveldjes (of losse baskets). Opvallend in de verdeling is dat voetbal en basketbal vaak van elkaar gescheiden is (de baskets en voetbaldoel delen niet hetzelfde veld). Hierdoor is het mogelijk om de sporten tegelijkertijd te spelen.
3
Speelruimteonderzoek
3.3 Buurten en kernen Om de bevindingen in het juiste perspectief te plaatsen is gekeken naar de karakteristieken per wijk. Het veldwerk en de participatie zijn hierin leidend, maar de demografie geeft een indicatie van de (huidige) vraag naar speelruimte. Omdat speelplekken meestal voor langere tijd (15-20 jaar) worden aangelegd is de huidige vraag geen leidende maatstaaf.
8
23 11 31
111 542
71 111
239
.. ..
Aantal kinderen per speelplek 102 20 17 23 13 6 56 37 15
..
101 262
118 125
.. ..
gemiddeld in Lelystad
94 292
22 13 51
WaterwijkLanderijen
13 t/m 16 17 t/m 20
Lelystadhaven
59 13 77
Boswijk
17 10 34
Atol
Leeftijd 1 t/m 4 5 t/m 8 9 t/m 12
Wijk
Bolder
Het is voor kinderen (en jongeren, en volwassenen) goed mogelijk om zich door de wijk heen te bewegen. De speelplekken zijn goed bereikbaar. Er is een groot netwerk aan autovrije fietspaden die als aders door de wijken heen lopen. Binnen de wijken zijn er ook vaak autoluwe en/of autovrije paden die kinderen kunnen gebruiken om zich door de wijk te verplaatsen. Langs deze routes zijn nu geen speelaanleidingen te vinden. Met het creëren van een ingerichte 'kinderroute' is het mogelijk om de beweegvrijheid van kinderen te vergroten, waarmee ze uitgedaagd worden om verschillende plekken te bezoeken.
Warande
Door de analyse van de speelruimte en de demografische analyse per wijk met elkaar te vergelijken krijgen we inzicht in welke wijken veel of weinig aanbod heeft voor een bepaalde doelgroep kinderen. In onderstaande tabel is het aantal kinderen per wijk, gedeeld door het aantal speelplekken voor deze doelgroep. De tabel houdt geen rekening met type spel, vrije speel- en sportruimte en activiteiten. Het geeft enkel een inzicht in de verhouding van de formele plekken tegenover het aantal kinderen. In de wijk Kustwijk is er bijvoorbeeld 1 speelplek voor elke 17 kinderen met een aanbod voor kinderen van 1 t/m 4 jaar.
Havendiep
Informeel speel- en sportaanbod - In Lelystad is het goed mogelijk om informeel te spelen in het groen. Binnen de wijken zijn veel groenstroken (plantsoenen) en parken waar ruimte is om vrij te spelen, sporten en om te ontmoeten. Sommige locaties zijn ook ingericht met enkel groene speelaanleidingen, waardoor het een andere manier van spelen voor kinderen mogelijk maakt. Het is moeilijker om pleintjes te vinden waar het goed mogelijk is om informeel te spelen. De beste pleintjes zijn vaak te vinden op de schoolpleinen. Hier wordt wel direct de combinatie gemaakt met traditioneel spel.
Zuiderzee wijk
Demografische analyse • In de gemeente Lelystad wonen, spelen en sporten ruim 84.000 inwoners (januari 2024, CBS). Waarvan ca. 20.000 kinderen in de leeftijdsgroep 0-20 jaar (23%). • Het percentage kinderen (0-20 jaar) zit in de meeste wijken rond de 23%. Er zijn twee uitschieters in Lelystad-haven (19%) en Warande (32%). • Binnen de groep kinderen is er een gelijke verdeling over alle leeftijden. De grootste groep is 13 t/m 16 jaar (22%) en de kleinste groep is 1 t/m 4 jaar (18%).
Kustwijk
Het aanbod van trapveldjes is divers, er zijn trapveldjes op gras, beton (of steen) en kunstgras. Daarnaast beschikt de gemeente over een grote skateplek aan de rand van het stadscentrum en faciliteert verschillende openbare fitness/ calisthenics/ beweegtuinen. De diversiteit van het huidige sportaanbod is daardoor erg traditioneel. Het sportaanbod kan meer divers worden ingericht en worden uitgebreid met Urban-sports zoals: calisthenics, 3x3-basketbal, freerunning en een pumptrack. De buurtplekken en de "groter" opgezette sportplekken hebben hier voldoende ruimte voor.
64 25 36
32 9 13
40 14 39
92 87
92 158
4
Beleidsthema's
Op basis van het onderzoek, en aan de hand van een serie thema’s zijn verbeterpunten benoemd om de kwaliteit en gebruikswaarde van de openbare ruimte te vergroten en vorm te geven aan de beleidsambitie: 'Samen Beter Buiten Spelen'.
Thema 1 - Aanbod op orde Hoe is het nu? • Speelplekken worden 1 op 1 vervangen, zonder rekening te houden met het aanbod in de speelbuurt en wijk. • Binnen 200 meter van een woning liggen vaak 2 of 3 gelijkwaardig ingerichte speelplekken. • Buurtplekken zijn onevenredig verdeeld over de wijken. Er is weinig afstemming in het aanbod van buurtplekken en schoolpleinen. • Bij nieuwbouw en inbreiding zijn er geen duidelijke richtlijnen voor spelen en sporten in de openbare ruimte.
Speelinrichting zonder speeltoestellen
Waar willen we naar toe? • Een op de wijk afgestemd speel- en sportaanbod met goede spreiding (netwerk) van kleine speelplekken en buurtplekken. Welke acties kunnen daaraan bijdragen? • Wijk- of buurtspeelplannen: het speelruimte-onderzoek verder uitwerken naar wijkspeelplannen, waarin locaties een duidelijk buurtfunctie krijgen en ook zo worden ingericht. De inrichting kan zijn met of zonder speeltoestellen, als ravotplek of als speelpleintje. • Spreiding: Binnen de wijkspeelplannen is aandacht voor de spreiding van de speelplekken. Richtlijn is dat 90% van de woningen moet beschikken over speelruimte binnen 200 meter en een buurtplek (of schoolplein) binnen 500 meter. • Nieuwbouw: In nieuwe stedenbouwkundige plannen moet rekening gehouden worden met voldoende ruimte voor formeel- en informeelspel. Richtlijnen voor nieuwbouw zijn opgesteld en als bijlage 3: 'Richtlijnen nieuwbouw' toegevoegd. Besluitpunt(en): • Spreiding: Om de gewenste spreiding te krijgen gaan we wijkspeelplannen opstellen. Binnen de wijkplannen zetten we in op kwaliteit boven kwantiteit. • Nieuwbouw: Voor nieuwe stedenbouwkundige plannen zijn richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn de leidraad voor spelen bij toekomstige plannen.Alleen in overleg met afdeling spelen mag er worden afgeweken van deze richtlijnen.
9
Buurtplek met contacttoestellen
Autoluwe wandelroute met speelhoekjes
Thema 2 - Diversiteit en speelbeleving Hoe is het nu? • Speelplekken zijn vaak vergelijkbaar ingericht en met beperkte speelbeleving. • Veel speelplekken zijn ingericht met een natuurlijke ondergrond (gras of Dekowood). Er is weinig schaduw (tegen hittestress) of diverse beplanting (biodiversiteit). • Er is weinig verblijfswaarde (bankjes, watertappunten en schaduwplekken) op speelplekken. • Via 'Mensen Maken de Buurt' zijn er locaties ingericht met (natuurlijke) speelaanleidingen. • Op speelplekken is weinig uitdaging voor tieners (9+ jaar). • Een sportaanbod dat voornamelijk bestaat uit traditionele sporten zoals voetbal en basketbal. "Groene" informele speelplek
Waar willen we naar toe? • Divers ingerichte speelplekken met veel speel- en verblijfswaarde en uitdaging voor alle kinderen.
Speelplek met schaduw dankzij bomen
Pumptrackbaan
10
Welke acties kunnen daaraan bijdragen? • Speelbeleving: om de kwaliteit van de inrichting van de speelplekken te waarborgen zijn richtlijnen en een scorekaart opgesteld voor verschillende type speelruimte (bijlage 1, hoofdstuk 2.1 & 3.5). Door het volgen van deze richtlijnen zal er een divers en uitdagend aanbod ontstaan voor alle kinderen in Lelystad • Vergroenen: Om de klimaatbestendigheid op speelplekken te verbeteren wordt ingezet op het vergroenen van speelplekken. Groene speelplekken zijn prettigere verblijfsplekken en ze dragen bij aan de vergoeningsopgaven van de gemeente Lelystad in samenwerking met beleidsterrein groen. • Natuurlijk spelen: Vergroenen en spelen kunnen goed gecombineerd worden op één locaties. Voorbeelden hiervan zijn speelbomen, eetbare planten en waterspeelplekken. Hiervoor zijn goede richtlijnen nodig, zodat de locaties voldoen aan het WAS (Warenwetbesluit attractieen speeltoestellen). Handvaten hiervoor staan in bijlage2: 'Factsheet vergroenen'. • Urban sports: met het (her)inrichten van sportplekken wordt gekeken naar het sportaanbod in de wijk. Waar mogelijk, wordt er vaker gekozen voor een Urban Sport, zoals freerunnen of 3x3 basketbal. Ook komen er meer stedelijke sportvoorzieningen, zoals een pumptrack. Momenteel wordt de aanleg van een pumptrack onderzocht door de beleidsafdeling Sport.
Besluitpunt(en): • Voor het herinrichten van speelplekken en het vormgeven van de wijkspeelplannen is vanaf 2025 dit beleidsstuk, inclusief richtlijnen en voorwaarden zoals opgesteld in bijlage 1: 'Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte' leidend.
4
Beleids Thema's
Thema 3 - Aandacht voor specifieke doelgroepen Inclusieve jongerenplek
Hoe is het nu? • In het oude beleidsplan is weinig tot geen oog voor specifiek onderbelichte doelgroepen. • Op speelplekken wordt vaak gebruik gemaakt van een grasondergrond, zonder dat er een verhard pad is richting de toestellen, meestal zijn er geen goede zitfaciliteiten en er zijn geen speeltoestellen die samenspel stimuleren. • Er zijn geen speciaal ingerichte "samenspeelplekken" in Lelystad. • Het aanbod voor jongeren in de openbare ruimte bestaat uit verschillende voetbalplekken. Er zijn weinig goede formele ontmoetingsplekken voor jongeren in de openbare ruimte. • Het huidige beweeg- en ontmoet aanbod voor oudere inwoners in de openbare ruimte bestaat voornamelijk uit enkele jeu de boules banen. Waar willen we naar toe? • Een buitenruimte waar extra rekening wordt gehouden met specifieke doelgroepen, die nu vaak onderbelicht blijven. Welke acties kunnen daaraan bijdragen? • Toegankelijkheid: Bij het inrichten van speelplekken wordt rekening gehouden met de 100-70-50 richtlijn uit de inspiratiebundel 'Aan de slag met samenspelen' van de VNG. Op deze plekken voelt 100% van de inwoners zich welkom, is 70% de toestellen bereikbaar voor alle inwoners en bij 50% van de toestellen houden we rekening met bespeelbaarheid voor inwoners met een fysieke handicap. (Toelichting bijlage 1: hoofdstuk 3.2).
• Samenspeelplekken: Stads- en wijkplekken worden ingericht als samenspeelplekken. Kleine speelplekken of buurtplekken kunnen bij initiatieven uit de buurt ingericht worden als samenspeelplek. • Jongeren: Binnen het wijkaanbod (wijkspeelplan) wordt ook aanbod gecreëerd voor jongeren. Een plek voor jongeren wordt ingericht met ontmoetings- en sportaanleidingen. De sportaanleidingen hebben een professionele uitstraling. Bij het inrichten van deze plekken wordt WelZijn en Sportbedrijf Lelystad betrokken. • Ouderen: Bij het inrichten van speelplekken wordt extra gelet op goede toegankelijkheid de speelplek in en naar de ontmoetingsaanleidingen. Dit kunnen ook sportaanleidingen zijn zoals een sportbank.
11
Besluitpunten • Toegankelijkheid: Toegankelijkheid is een belangrijk uitgangspunt voor het inrichten van speel- en sportplekken. Toegankelijkheid gaat om het mogelijk maken en stimuleren van samenspel tussen verschillende doelgroepen. We willen niet aparte hoekjes creëren waar bijvoorbeeld speciale rolstoeltoegankelijke speeltoestellen worden geplaatst.
•
Jongeren: In elke wijk zorgen we voor één jongerenplek. Er wordt zoveel mogelijk gecombineerd met de wijk- en stadsbrede locaties en de locaties die nu al geschikt zijn voor jongeren.
Thema 4 - Participatie en communicatie Hoe is het nu? • Participatie met inwoners rond het herinrichten van speelplekken bestaat nu uit één ronde waarbij inwoners de keuze krijgen uit twee ontwerpen. • Via het platform 'mensenmakendebuurt.nl' kunnen inwoners een initiatief aanvraag doen om een natuurlijke speelplek zonder speeltoestellen te creëren. • Verschillende beleidsterreinen (bijvoorbeeld groen en sport) weten elkaar te vinden binnen het gemeentehuis. Er zijn geen afspraken vastgelegd over domein overstijgende thema's, zoals vergroening van de stad. • Stakeholders (zoals sportbedrijven, welzijn organisaties en sportverenigingen) die gebruik maken van de openbare speel- en sportplekken worden niet betrokken bij de herinrichting van speelplekken. • Er wordt weinig gecommuniceerd naar de inwoners over het bestaande speel- en sportaanbod in Lelystad. Waar willen we naar toe? • Lelystad vindt het belangrijk dat de openbare ruimte aansluiten op de wensen van inwoners. Als inwoners betrokken worden bij de inrichting van de openbare ruimte zal het gebruik en de zorg voor de openbare ruimte toenemen. Hierin zijn ook stakeholders een belangrijke partij. • Om de betrokkenheid van inwoners te vergroten heeft de gemeente de taak om meer te communiceren over het huidige aanbod.
Welke acties kunnen daaraan bijdragen? • Participatie richtlijnen: per type locatie worden richtlijnen voor participatie opgesteld. Hierin is de rol van inwoners, stakeholders en andere beleidsterreinen beschreven. De richtlijnen zijn terug te vinden in bijlage 1. • Jaarlijksoverleg: elke jaar, nadat de her in te richten speelplekken zijn vastgesteld, wordt er een intern overleg georganiseerd om de locatie door te nemen met verschillende beleidsterreinen om domein overstijgende thema's te bespreken. • Aanbod kenbaar maken: door mee te doen aan landelijke evenementen (bijv. de 'Nationale Buitenspeeldag') en hier veel over communiceren op verschillende kanalen van sociaalmedia. Besluitpunten: • Aanbod kenbaar maken: Om het aanbod beter kenbaar te maken gaat de gemeente de online buitenspeelkaart (www.buitenspeelkaart.nl/lelystad) promoten op de eigen kanalen. • Participatie richtlijnen: De participatie is aangepast naar het type locatie, zoals beschreven in bijlage 1: 'Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte'.
12