CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL 1. FlevoGolf Resort Lelystad_Motivering

Commissie Ruimte Ontwikkeling en Bereikbaarheid 10 februari 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.074 Bindend advies BOPA Flevo Golf Resort: realisatie 44 woningen15.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

FlevoGolf Resort Lelystad

Motivering

FlevoGolf Resort Lelystad

FlevoGolf Resort Lelystad

Inhoudsopgave

Motivering

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Leeswijzer

7 7 7

Hoofdstuk 2 Huidige en toekomstambitie 2.1 Huidige situatie 2.2 Beschrijving strijdigheid 2.3 Toekomstige situatie

9 9 12 13

Hoofdstuk 3 Visie en beleid op locatie 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

17 17 17 20

Hoofdstuk 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.2 Klimaatadaptatie en duurzaamheid 4.3 Water 4.4 Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren 4.5 Ecologie 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Geluid 4.8 Geur 4.9 Hinder door (bedrijfsmatige) activiteiten 4.10 Omgevingsveiligheid 4.11 Trillingen 4.12 Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.13 Bodem 4.14 M.e.r.-beoordeling

23 23 24 27 33 36 38 41 43 44 44 46 46 48 49

Hoofdstuk 5 Haalbaarheid 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 5.2 Financiële haalbaarheid

51 51 51

Hoofdstuk 6

53

Conclusie

3

FlevoGolf Resort Lelystad

4

FlevoGolf Resort Lelystad

Motivering

5

FlevoGolf Resort Lelystad

6

FlevoGolf Resort Lelystad

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op het Flevo Golf Resort, ten noorden van Lelystad, is een initiatief voor woningbouw gestart. Initiatiefnemer is van plan om 44 woningen te bouwen ter plaatse van de golfbaan Flevo Golf Resort. De voorliggende motivering gaat in op de vraag of deze ontwikkeling bijdraagt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De huidige vorm van de 18-holes golfbaan op het plangebied heeft geen toekomst meer. De Bewonersvereniging Flevo Golf Resort en de Golfclub Flevoland zijn al geruime tijd in gesprek met het college van burgemeester en wethouders over de toekomst van de golfbaan. Hieruit is het voorliggende plan naar voren gekomen, waarbij de nieuwbouw van 44 woningen, aan de noordzijde van het Flevo Golf Resort, mogelijk wordt gemaakt.

Globale ligging plangebied

1.2

Leeswijzer

Deze motivering is als volgt opgebouwd. In Hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie en wordt de toekomstambitie uiteengezet. In Hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling getoetst aan het beleid. Hoofdstuk 4 worden de aspecten getoetst die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In Hoofdstuk 5 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde en Hoofdstuk 6 is ten slotte het concluderende hoofdstuk.

7

FlevoGolf Resort Lelystad

8

FlevoGolf Resort Lelystad

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige en toekomstambitie

Huidige situatie

Lelystad is een van de jongste woonplaatsen van Nederland. Bij de inpoldering van Oost-Flevoland werd het land op een rationele en efficiënte manier vormgegeven. Dit is in het buitengebied te zien aan de rechte wegen en kavelstructuur. Maar ook in de opbouw van Lelystad zelf is deze rechte structuur terug te vinden. De hoofdwegen die de verschillende (woon)wijken ontsluiten, vormen een recht raamwerk. Binnen dit raamwerk liggen verschillende wijken die zijn omsloten door groen. De wijken hebben allemaal een andere opbouw, passend bij de tijd waarin zij ontworpen zijn. Door deze opzet van de stad zijn de vele wijken van Lelystad min of meer zelfstandig functionerende gebieden. Elk gebied bestaat uit ongeveer 1.000 tot 2.700 inwoners en heeft tot op zekere hoogte een eigen voorzieningenniveau. Voor de woongebieden in Lelystad gelden de volgende kenmerken: 1. 2. 3.

een volledige scheiding tussen het doorgaande autoverkeer en fietsers en voetgangers; een relatief lage woningdichtheid, met eengezinswoningen als meest voorkomend woningtype; een ruimtelijke scheiding tussen wonen en werken.

Het Flevo Golf Resort is onderdeel van het Kustpark. Het Kustpark wordt beschouwd als een overgangsgebied tussen het landelijke gebied, de stad en het IJsselmeer. Het is een gebied met enkele woonbuurten in een groene en waterrijke omgeving. In het gebied zijn, in tegenstelling tot de meeste "eilanden" in Lelystad, geen voorzieningen aanwezig. De verschillende woonbuurten zijn relatief jong (vanaf eerste helft jaren '90). Het Flevo Golf Resort is in drie fasen aangelegd tussen 1996 en 2006. De wijk heeft een herkenbare opzet. De opzet wordt verderop in de motivering besproken.

9

FlevoGolf Resort Lelystad

Overzicht jonge woonbuurten Lelystad

Huidige omgeving Het resort is gelegen tussen het Houtribbos (noord), Zuigerplasbos (oost), Golfpark (zuid) en de Parkhaven aan het Markermeer (west). De twee bossen zorgen voor een natuurlijke en groene omlijsting van het plangebied. Vanuit de wijk is er de mogelijkheid om te voet of met de fiets deze groene gebieden te bereiken.

10

FlevoGolf Resort Lelystad

Aanzicht plangebied vanaf de Parlaan

Aanzicht plangebied vanaf de Houtribweg (reliëf ter afscheiding)

11

FlevoGolf Resort Lelystad

Aanzicht op het plangebied vanaf de Albatroslaan

2.2

Beschrijving strijdigheid

Het geldende bestemmingsplan 'Stadsrandgebied' is overgenomen in het tijdelijk omgevingsplan van de gemeente Lelystad, dat voor het laatst is gewijzigd op 28 februari 2024. De regels staan slechts op een klein deel van die locatie woningbouw toe. Grotendeels ligt het plangebied buiten het bouwvlak, waardoor er geen woningen gebouwd mogen worden. Tussen de lanen liggen nog grote bouwvlakken dit niet als zodanig zullen worden aangewend. Bij de entree van het FGR zorgt een brede groenstrook voor een betere groenbeleving. Het initiatief past niet binnen het geldende omgevingsplan. Vanwege deze afwijkingen is deze motivatie opgesteld ten behoeve van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Deze motivatie onderbouwt de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het 'afwijken van het bestemmingsplan', waarmee de beoogde ontwikkeling van 44 vrijstaande woningen planologisch mogelijk wordt gemaakt. Doel van de motivatie is het onderbouwen van het project. Concrete bouwaanvragen, de navolgende fase, voor de ontwikkeling van vrije kavels worden hieraan en aan de bijbehorende stukken getoetst.

12

FlevoGolf Resort Lelystad

\ Uitsnede voormalig geldend bestemmingsplan

2.3

Toekomstige situatie

Stedenbouwkundig plan De opzet van de huidige woonwijk is in de vorige paragraaf besproken. Een uitbreiding van de wijk zal logischerwijs deze opzet volgen waardoor de wijk één geheel blijft zowel qua uiterlijk als qua aangeboden woningtypologieën. Daarom is ervoor gekozen de verkaveling te oriënteren op basis van de aanwezige

13

FlevoGolf Resort Lelystad

waterstructuren in het gebied. Aan weerszijden van de weg liggen groenstroken waarin ruimte is voor bomen. Hierdoor blijft de groene uitstraling van de wijk behouden. De wijk kent verschillende groenstructuren. Dit zijn bestaande groenstructuren die in het ontwerp behouden zijn gebleven. Hierdoor heeft de wijk na aanleg meteen volgroeide groenstructuren. Daarnaast zorgt deze opzet en woningdichtheid ervoor dat er gefocust kan worden op meer groenbeleving en hoogwaardige woonkwaliteit. Het clubhuis kan ruimte bieden voor gezamenlijke buurtvoorzieningen zoals bridge, yoga en schilderclubs. Bij de woningen zelf wordt voldoende ruimte gereserveerd voor 4 minicontainers per huishouden. Het stedenbouwkundige ontwerp is opgenomen in Bijlage 1.

14

FlevoGolf Resort Lelystad

Beeld vanuit de omgeving

15

FlevoGolf Resort Lelystad

Het oostelijke deel van het plan is gelegen nabij de Houtribweg. Door het bestaande bosschage zo veel mogelijk te behouden, blijft het zicht vanaf de Houtribweg en de dijk op het plangebied groen. Nadere uitwerking In Bijlage 2 is een nadere uitwerking van de verkaveling opgenomen, waarin ook containeropstelplaatsen zijn opgenomen en calamiteitenroutes. Voor de ontsluitingsweg aan de westzijde is daarin ook voorzien in het doortrekken van de weg aan de noordwestkant, zodat de brandweer en vuilnisophalers niet hoeven te draaien aan het eind van de weg. Duurzaamheid en energie In het kader van de nieuwe Omgevingswet wordt geconcludeerd dat een goede toekomstbestendigheid essentieel is voor de slagingskans van een plan. Om die reden is bij het ontwerp rekening gehouden met de energievoorziening en duurzaamheid van de woningen. De woningen worden gebouwd conform de BENG-norm (Bijna Energie Neutraal Gebouw) en voorzien van een lucht-waterwarmtepomp. Er wordt gewerkt met hoge isolatiewaarden voor het dak en de muren. Tevens zullen de woningen worden uitgerust met zonnepanelen. Ook zullen loze leidingen worden meegenomen om een laadpaal bij de woning te kunnen realiseren voor de eventuele (toekomstige) elektrische auto van de bewoners. Optioneel zal worden aangeboden dat de woningen 'recycle-ready' kunnen worden opgeleverd.

Hierbij zou op elk gewenst moment door de toekomstige bewoner een systeem (Hydraloop) kunnen worden aangesloten op het leidingwerk dat reeds in de woning is meegenomen, zodat het water in de woning twee keer gebruikt kan worden en zeker 45% van het water wordt bespaard. Er zal ook nadrukkelijk aandacht zijn voor het waar mogelijk terugdringen van reststromen in het bouwproces. Waar het zinvol, mogelijk en haalbaar wordt geacht, zal gebruik worden gemaakt van biobased en circulaire materialen. Uiteraard zal ook worden gewerkt met hout dat het FSC-keurmerk heeft. Er wordt eveneens gekeken waar het echt toegevoegde waarde heeft om aspecten van klimaatadaptief bouwen toe te voegen, zoals het verminderen van hittestress en het vergroten van de biodiversiteit. Tevens zal aandacht zijn voor het inspelen op mogelijkheden om natuurinclusief te bouwen, met als doel een zinvolle bijdrage te leveren aan de biodiversiteit en de algemene natuurwaarden ter plaatse. Ook zal worden onderzocht of het zinvol is om bij de te realiseren woningen te werken met zogenaamde infiltratiekratten in de grond, waardoor het regenwater ter plaatse wordt opgevangen en geleidelijk infiltreert in de bodem, wat kan bijdragen aan het tegengaan van verdere verdroging.

Verder zal worden gekeken naar de mogelijkheden om op de kavel zelf te werken met halfverharding, waardoor ook het regenwater lokaal kan worden opgevangen en kan infiltreren in de bodem. Bouwen en gebruik Het geldende omgevingsplan bevat al adequate bouw- en gebruiksregels voor de woningen in het Flevo Golf Resort. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de maximale bouwhoogte van 10 m voor hoofdgebouwen, de regeling voor aan-huis-gebonden beroepen of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, de regeling voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen en afstanden ten opzichte van andere woningen. Deze regels blijven van toepassing en vormen daarmee een goed beheerskader voor de nieuwe woonwijk. De golfvereniging is voornemens om een 12 holes golfbaan te gaan exploiteren, waardoor er voldoende ruimte is voor een nieuwe drivingrange.

16

FlevoGolf Resort Lelystad

Hoofdstuk 3

Visie en beleid op locatie

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. Het ontwerp van de NOVI is gericht op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hangen sterk met elkaar samen en hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten: Ruimte creëren voor klimaatverandering en de energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Onze steden en regio’s sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgeving-inclusieve benadering vorm krijgt en de afwegingsprincipes worden benut. De NOVI geeft dus weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten worden gesteld bij de inrichting van Nederland en hoe keuzes worden gemaakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven.

Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dit in samenhang plaatsvindt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en wordt gezorgd voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen eromheen. Met de NOVI presenteert het Rijk een integrale, op samenwerking gerichte aanpak. De NOVI geeft een gebiedsgericht afwegingskader en sturende visie, gericht op het realiseren van een gezond, leefbaar, herkenbaar en economisch sterk Nederland. Conclusie Het projectgebied ligt in een zone waaraan de NOVI een speciale functie heeft gegeven, namelijk de Lelylijn. Het beleid rondom de Lelylijn moet bijdragen aan de versterking van de economie in het Noorden, de ontsluiting van nieuwe woningbouwgebieden en betere internationale treinverbindingen met Noord-Duitsland. Het plangebied zelf heeft geen specifieke nationale belangen toegerekend gekregen van de overheid. Wel zet de NOVI in op verbetering van de woon-werkbalans in grootschalige woningbouwplannen en op het meer integraal en volwaardig betrekken van gezondheid in het nationale en lokale beleid voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. De beoogde ontwikkeling is niet in strijd met de ambities van de Nationale Omgevingsvisie en zal dus geen belemmeringen ervaren op basis van de NOVI.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Flevoland Straks

De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van dit gebied. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities er zijn voor de toekomst. Flevoland nu Flevoland heeft 1.400 vierkante kilometer ingericht land en ruim 400.000 inwoners. In Flevoland is het vroegere ideaal van een maakbare wereld herkenbaar: lange lijnen, strakke functiescheiding en grootschalige gebiedsontwikkeling. Flevoland heeft zo de verschillende landbouw-, recreatie-, natuur- en

17

FlevoGolf Resort Lelystad

stedelijke gebieden gekregen. Sterkste troeven Almere en Lelystad leunen op de Noordvleugel met onder andere Amsterdam, het Gooi en Utrecht. Dagelijks pendelen vele mensen op en neer. De welvaart en economie in beide steden ademen mee met het oude land. In beide steden is er een economie die zich nog verder moet ontwikkelen tot een stabiele kracht. De sterkste troef van beide steden is het rustige wonen in een groene omgeving. In beide steden is er een grote groep mensen die de voordelen van de nabijgelegen krachtige economische regio weet te benutten. Nieuwe inwoners en bedrijven vestigen zich daarom hier. Hiertegenover staat dat in beide steden ook groepen inwoners zijn die een minder gunstig sociaal-economisch perspectief hebben. Zij profiteren nog niet van de kansen die de regio biedt. Krachten in de samenleving De provinciale organisatie van Flevoland richt zich voornamelijk op de wettelijke taken en realisatie van een aantal ontwikkelopgaven. Het accent ligt op fysieke ontwikkelingen zoals Marker Wadden, Almere 2.0 en Lelystad Airport. Met de ruim 400.000 inwoners in Flevoland en tal van organisaties zijn er vele krachten die de ontwikkeling van Flevoland bepalen.

Het zwaartepunt voor de provincie verschuift steeds meer richting het – in sociaal-economisch opzicht – profijtelijk maken van de fysieke inrichting en het optimaal ruimte geven aan de krachten in de samenleving. Het is de stap van de maakbare samenleving naar de samenleving die het zelf wil, kan en gaat maken. FlevolandStraks In 2030 en verder is Flevoland de kroon op de Nederlandse poldertraditie. Bij nieuwe ontwikkelingen is er evenwichtige aandacht voor fysieke, sociale en economische aspecten. De provincie koestert de eigenzinnige schoonheid van de oorspronkelijke opzet van de polders en benut het in Flevoland aanwezige talent, evenals de potenties, kracht en ondernemerschap van de samenleving. Belofte In Flevoland is de belofte van bestuurlijke vernieuwing ingelost. De maatschappelijke opgaven staan centraal. De provincie treedt met gemeenten en waterschap op als één bestuur (complementair bestuur). Periodiek worden de opgaven en oplossingen van de provincie voorgelegd aan een representatieve groep Flevolanders. Flevoland biedt ruimte voor ondernemingen en mensen die hun ideaal willen realiseren. De tijd van de bepalende overheid en de maakbare samenleving ligt achter ons. Iedereen die wil bijdragen aan de toekomst van Flevoland is van harte uitgenodigd. De stap van “nee tenzij” naar “ja mits” wordt gezet.

Door deze opstelling zijn er meer mogelijkheden voor initiatieven van inwoners en bedrijven. . Excellent Flevoland draait grotendeels op duurzame energievoorziening. Overal – in stad en land – zijn de gevolgen van de energietransitie merkbaar. Huishoudens en bedrijven zijn energieneutraal. Energie wordt duurzaam opgewekt. Nieuwe woonwijken zijn aangelegd zonder gasnet. De energierekeningen van de inwoners zijn fors gereduceerd en er zijn vele Flevolandse bedrijven gespecialiseerd in duurzame energie en energiebesparing. Flevoland heeft in economisch, maatschappelijk en fysiek opzicht geprofiteerd van de energietransitie. In Flevoland zijn vele nieuwe economische activiteiten ontstaan. Ondernemers pakken de kansen van de veranderende economie. Hieronder valt ook de circulaire economie. Het woord "afval" heeft een andere betekenis gekregen: het is nu een grondstof voor productie. Groene grondstoffen en gebruikte materialen worden zodanig bewerkt dat ze hun weg vinden naar afzetmarkten.In 2030 en verder onderscheidt Flevoland zich bovenregionaal met een aantal voorzieningen die van excellente kwaliteit zijn. Voorzieningen met een aantrekkingskracht en reputatie die zich over de provinciegrenzen heen uitstrekken. Het gaat onder meer om de toplandbouw, de ontwikkeling van Almere en Lelystad (o.a. Lelystad Airport) tot

18

FlevoGolf Resort Lelystad

knooppunten in de regionale netwerken, excellente woonmilieus in Almere en Lelystad, en prachtige groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de waterrijke randen van de Flevopolders. Het zijn de authentieke krachten van Flevoland die naar een volgend – hoger – niveau zijn doorontwikkeld. Liggend aan het IJmeer, Markermeer en IJsselmeer zijn Almere en Lelystad de buitenplaatsen voor de Noordvleugel: de nationale economische motor. De pracht en kracht van de jonge natuur dringen met het Nationaal Park Nieuw Land door tot in het hart van beide steden. De steden vormen de (inter)nationale toegangspoort voor woningzoekenden in de metropoolregio. De agrarische sector staat er ondanks de onzekerheden op de wereldmarkt sterk voor. Flevoland – en in het bijzonder de Noordoostpolder, Dronten, Lelystad en Zeewolde – staat bekend om haar toplandbouw. Of het nu gaat om grootschalige productie, de biobased economy, natuur-inclusieve landbouw of de koppeling met gezondheid. In Flevoland zitten de voorlopers van de sector, die worden gesteund door onderzoek, onderwijs en de overheid. Ruimte voor duurzame ontwikkeling In heel Flevoland is een samenleving ontstaan waarin mensen met elkaar optrekken en naar elkaar omkijken. Flevoland biedt in 2030 en verder ruimte voor duurzame ontwikkelingen met oog voor fysieke, sociale en economische aspecten.

Deze toekomst maken we samen: inwoners, bedrijven, organisaties en overheden. De Omgevingsvisie is een uitnodiging van de provincie Flevoland aan iedereen die wil bijdragen. Samen vormen we de omgeving van deze visie: de Omgevingsvisie FlevolandStraks. Conclusie De provincie noemt als kracht van steden als Almere en Lelystad het groene wonen. De beoogde ontwikkeling is een versterking van deze typologie en sluit aan bij het provinciale beleid voor Flevoland.

3.2.2

Omgevingsverordening

De omgevingsverordening omvat drie soorten regels. Ten eerste regels die gericht zijn tot burgers en bedrijven, zoals algemene regels en vergunningstelsels. Ten tweede regels die zijn gericht tot het uitvoerend bestuur, zoals omgevingswaarden en beoordelingsregels voor vergunningaanvragen. En ten derde omvat het instructieregels over de uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen. De provincies hebben van het Rijk geen overgangstijd gekregen, hetgeen inhoudt dat de omgevingsverordening gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking zal moeten treden. Dit heeft geleid tot een eerste aanzet voor een omgevingsverordening zoveel als mogelijk in lijn met de Omgevingswet en digitaal ontsloten volgens de op dit moment geldende regelgeving in standaarden. Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland 2012 In 2012 hebben de Provinciale Staten van Flevoland de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland 2012 (hierna: VFL 2012) vastgesteld. De VFL 2012 omvat (grotendeels) de provinciale regels op het gebied van de fysieke leefomgeving.

De VFL 2012 betrof een actualisatie van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland uit 2007, waarin een eerste integratieslag had plaatsgevonden van de daarvoor geldende provinciale regelgeving (Provinciale milieuverordening Flevoland, Grondwaterverordening Flevoland 1996, Ontgrondingenverordening Flevoland 2002, Verordening waterhuishouding Flevoland, Verordening waterkering Noord-Nederland en Landschapsverordening Flevoland 2004). Sinds de vaststelling in 2012 is de VFL 2012 zeven keer gewijzigd. Eind 2017 is de voorbereiding gestart om vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet te komen tot een omgevingsverordening die ziet op alle elementen van de fysieke leefomgeving, en op activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Conclusie Dit plan is in overeenstemming met de gestelde doelen en streefpunten, en wordt niet in strijd geacht met

19

FlevoGolf Resort Lelystad

de belangen die voor de Provincie gelden. Zaken die provinciale belangen in het geding brengen zijn hier niet aan de orde.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Lelystad 2040

In de omgevingsvisie geeft het gemeentebestuur van Lelystad richting aan de toekomstige ontwikkeling van de stad. Het is een integrale visie over onderwerpen die iedereen in Lelystad raken. Er wordt samenhang gezocht naar fysieke, ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen van de stad. In de omgevingsvisie worden de ambities van de stad geformuleerd op basis van participatie en de thema's uit het 'koersdocument 2040' dat de gemeente in januari 2020 vaststelde. Stadsbrede strategie: groene verstedelijking. Lelystad zet in op een duurzame manier van ontwikkeling. Natuurinclusief, energieneutraal, klimaatbestendig en circulair. Hierbij is het landschap de drager. Veel groen in Lelystad ondergaat een kwaliteitsimpuls en biedt daardoor ruimte voor nieuwe stedelijke en maatschappelijke oplossingen. Wie in Lelystad woont, leeft dicht bij de natuur. Dit levert onderscheidende, groene woonmilieus op. Daarnaast werkt de gemeente hard aan een aardgasvrij en energiezuinig Lelystad. Lelystad heeft de ambitie om in 2025 energieneutraal te zijn (exclusief verkeer en vervoer). Dit wordt gedaan door in te zetten op de vermindering van energieverbruik met in name bestaande bouw en lokale industrie. Maar ook door het opwekken van duurzame energie door zonnevelden en windparken te realiseren, en te focussen op biomassa en slimme technische concepten.

Om de stad leefbaar te houden en het risico op schade ten gevolge van klimaatverandering te beperken, is het belangrijk dat de gemeente zich aanpast. Dit wil Lelystad bewerkstelligen door klimaatadaptatie en circulariteit te stimuleren en stelt een uitvoeringsagenda op om dit voor elkaar te krijgen. Wonen en voorzieningen in Lelystad Lelystad ontwikkeld zich naar een zelfstandige stad met unieke woonmilieus. De stad gaat groeien naar 100.000 inwoners en de ontwikkelingen in Lelystad moeten meer in lijn met de natuur gebeuren. In de omgevingsvisie beschrijft de gemeente dat er ingezet wordt op een gerangschikte voorzieningenniveau. Tevens moet er versterking van de bestaande stad plaatsvinden die hand in hand gaat met benutting van mogelijke uitbreidingskansen. Deze uitbreidingen van de stad moeten zodanig plaatsvinden dat het aanzicht van de stadsrand geen jarenlange bouwput is in relatie tot de bestaande stad. Ook wil de gemeente haar bewoners helpen door een gezonde woonomgeving te maken die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten, zodat mensen langer gezond thuis kunnen blijven wonen. Ten slotte moet het cultuurhistorische erfgoed worden behouden door en ondanks ontwikkelingen. Werken en leren in Lelystad. Lelystad zet in op een circulaire economie en technologische innovatie.

Lelystad richt zich voor de groei van de bedrijvigheid op de sectoren logistiek, toerisme en secundaire agrofood. Hierdoor wil Lelystad een nationale speler worden op gebied van deze thema's. De gemeente wil van de A6 zone een economische as maken met de belangrijkste werkgebieden LABm Lelystad Airport en Flevokust Haven. Ook wordt de vrijetijds economie verder uitgebouwd door in de kustzone ontwikkelingen te laten plaatsvinden. Het stadshart en het Bataviakwartier genereren werkgelegenheid in de detailhandel, horeca en leisure/(water)recreatie. Dit wil de gemeente stimuleren. De gemeente wil ook duurzame landbouw stimuleren en faciliteren om zo mogelijkheden te bieden voor werkgelegenheid in de secundaire agrofood sector. Ten slotte wordt de campuszone door ontwikkeld voor onder andere onderwijs- en sportvoorzieningen. Groen en omgevingskwaliteit

20

FlevoGolf Resort Lelystad

De Marker Wadden, de eilandengroep in het Markermeer, het Schiereiland en de toekomstig tussengelegen eilanden moet de kustzone versterken. Deze gebieden moeten mede met het Bataviakwartier en het werkeiland zorgen voor een grotere toeristische aantrekking. Hiervoor wordt het stationsgebied en het Nationaal Park Nieuwland ook voor ingezet. Deze toegangspoorten moeten als entree aantrekkelijk zijn voor zowel bewoners als gasten. Het groen van 'de Dreven' moet in de toekomst worden ingezet voor klimaatadaptatie. Daarnaast wordt vanuit de provincie een strategische opgave voor de Landbouw geformuleerd waar Lelystad een verbindende en faciliterende rol in gaat spelen. De aandacht moet gericht worden op natuurinclusiviteit en de toename van biodiversiteit. Mobiliteit en bereikbaarheid in Lelystad Gelet op het thema wil Lelystad inzetten op een duurzaam mobiliteitssysteem waarbij lopen, fietsen en openbaar vervoer prioriteit vervoersmiddelen zijn. Het openbaar vervoer ondergaat in de toekomst een schaal- en kwaliteitssprong met onder andere een HOV-verbinding tussen het Bataviakwartier, Stadshart en Lelystad Airport. Maar ook wordt er ingezet op de Lelylijn, de spooraansluiting met de Flevokust Haven, en bochtafsnijding N23-A23 en fietssnelwegen. De gemeente wil Lelystad Airport laten ontwikkelen tot een regionale luchthaven.

Ten slotte moet het grid van dreven de basis blijven voor het interne autonetwerk. De structuur blijft hierbij in tact, maar de functie kan veranderen door het aanbrengen van hiërarchie. Conclusie Het plangebied biedt ruimte voor de gemeente om hun ambitie, de groei van Lelystad naar 100.000 inwoners, te realiseren. De groene, ruime opzet van de beoogde ontwikkeling sluit aan bij het groene karakter van de stad, waar de beoogde groene omgevingskwaliteit goed vorm kan krijgen.

21

FlevoGolf Resort Lelystad

22

FlevoGolf Resort Lelystad

Hoofdstuk 4 4.1

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze verplichte toetsing is verder vastgelegd in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De Ladder houdt in dat overheden nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten motiveren met oog voor de onderliggende vraag in de regio, de beschikbare ruimte binnen het bestaande stedelijke gebied en een multimodale ontsluiting. Per 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing als er sprake is van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' als bedoeld in artikel 5.129g Bkl: een ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is. Als een ruimtelijk besluit voorziet in nieuwe planologische bouwmogelijkheden voor woningen (namelijk woningbouwlocaties), dan kwalificeren deze bouwmogelijkheden in beginsel als een "stedelijke ontwikkeling". Het moet wel gaan om een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is.

Voor zover er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met de behoefte aan de ontwikkeling. Daarnaast moet overwogen worden of, indien het initiatief buiten stedelijk of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied valt, de mogelijkheden die daar wel binnen vallen in de behoefte voorzien.

4.1.1

Plangebied

De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bkl is geen ondergrens vastgelegd voor de omvang van de ontwikkeling. Of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 dat: 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Lelystad geeft de hoogste prioriteit aan woningbouwontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied (onder meer het Lelycentre en Stadshart/Theaterkwartier), en zijn de mogelijkheden voor uitbreiding van binnenstedelijke woningen beperkt en moeten de meeste nieuwe woningen buiten bestaand gebied gerealiseerd worden. Voorliggend plangebied is binnen bestaand stedelijk gebied gelegen en vormt daarmee een geschikte locatie voor woningbouw. Binnen het plangebied worden meer dan 11 extra woningen mogelijk gemaakt, dus is sprake van een Ladderplichtige stedelijke ontwikkeling.

Het rapport 'Kwalitatief Versnellen' uit het najaar 2018, onderbouwt het woningbouwprogramma 2019-2022 van de gemeente Lelystad. Het rapport beschrijft de versnellingsopgave voor woningbouw binnen de MRA: Lelystad maakt onderdeel uit van de MRA (Metropool Regio Amsterdam). De ligging van Lelystad en de steeds verbeterde ontsluitingen in combinatie met de aantrekkende economie biedt Lelystad kansen voor de (nabije) toekomst. Vanuit de MRA is de gemeente gevraagd een bijdrage te leveren aan de opgave om

23

FlevoGolf Resort Lelystad

tot 2025 extra woningen in aanbouw te nemen: de zogenaamde versnellingsopgave. Lelystad heeft in gesprekken met de MRA kenbaar gemaakt dat zij hiertoe bereid is. Basis voor de woningbehoefte in kwantitatieve zin vormt de demografische prognose voor Lelystad van de MRA: het MRA-scenario. Deze prognose laat tussen 2017 en 2030 een huishoudensgroei met 3.680 huishoudens zien. Als kwantitatief vertrekpunt voor de komende jaren kan een gemiddeld aantal opleveringen van netto 400 tot 500 woningen als realistisch gezien worden. Om meer grip te krijgen op de vraagkant is onderzoeksbureau RIGO gevraagd een realistische inschatting te maken van de groeipotentie van Lelystad. De resultaten van dit onderzoek zijn vastgelegd in het RIGO rapport 'Groeipotentie en woningbehoefte Lelystad' (20 maart 2018). De uitkomst van dit onderzoek is een onderbouwde schatting van de hierboven besproken kwantitatieve woningbehoefte, maar ook van de kwalitatieve woningbehoefte in termen van woningtypen, eigendom en prijsklassen voor de periode tot 2030 voor de gehele stad. In onderstaande tabel is de behoefte weergegeven naar segmenten volgens het MRA -scenario, uitgedrukt in gemiddelden per jaar (over de dertien jaar tussen 2017 en 2030). Het overgrote deel van de behoefte in dit scenario bestaat uit ééngezins koopwoningen. De vraag naar huurappartementen neemt ook sterk toe.

De behoefte aan ééngezins huurwoningen neemt in dit scenario licht af. In de praktijk betekent dit niet dat deze woningen leeg komen te staan, maar dat ze sneller beschikbaar komen. (p.23 RIGO rapport)

4.1.2

Conclusie

De ladder vormt geen verdere belemmering voor het initiatief. Er is behoefte aan de ontwikkeling van woningen in Lelystad. Deze wijk geeft invulling aan deze behoefte.

4.2

Klimaatadaptatie en duurzaamheid

Kader Wanneer gesproken wordt over klimaatadaptatie houd dat in dat er bij ontwikkelingen vooraf rekening wordt gehouden met de effecten van het (veranderende) klimaat en daar dus op wordt geanticipeerd. Een landelijk voorbeeld hiervan is de richtlijn 'bodem en water sturend'. Door deze principes als uitgangspunt te nemen kan er ook in de toekomst een prettig woon- en leefklimaat gegarandeerd worden. Dit wordt gerealiseerd door rijk, provincies, gemeenten en particulieren door in te zetten op meer biodiversiteit, het voorkomen van de gevolgen van droogte, overstromingen en ander wateroverlast, maar ook rekening houden met hitte-problematiek.

24

FlevoGolf Resort Lelystad

Plangebied Het plangebied ligt in Lelystad. Er is veel informatie beschikbaar over de klimaatscenario's voor het plangebied. Het opvallendst zijn de neerslag/wateroverlast scenario's en de bodemdaling. Omdat het gebied voor deze twee klimaateffecten gevoelig is, is het plan klimaatadaptief ontworpen. In het kader van wateroverlast/hevige neerslag is het plangebied waterrijk ingericht, met een groot deel oppervlaktewater. De watercompensatieregels van het waterschap zijn ruim genomen, wat inhoudt dat het plan dubbel zoveel capaciteit heeft om water op te slaan dan nodig is. Met het oog op de toekomst zorgt dit voor meer wateropvang en heeft het een groot verkoelend effect op de wijk. Voor de omgeving is bodemdaling ook een beoogd probleem. Dit probleem ontstaat door het verlagen van het grondwaterpeil, of verzwaring van de bodem. De bouw van woningen is een relatief zware activiteit voor de bodem. Door middel van de ruime opzet van de wijk.

Waterdiepte bij intense neerslag

25

FlevoGolf Resort Lelystad

Bodemdaling wordt-case scenario 2050

Duurzaamheid Duurzaamheid gaat over de huidige en toekomstige generatie. De energietransitie, het hergebruik van grondstoffen en asbest sanering zijn belangrijke elementen. Evenals onderwerpen als duurzaam wonen, gezondheid en biodiversiteit. Als randvoorwaarden voor de ontwikkeling gelden de volgende bepalingen: RANDVOORWAARDEN Energie- en warmtetransitie

De nieuwe woning wordt energieneutraal gerealiseerd.

Openbare ruimte

Het initiatief voorziet niet in de realisatie van nieuwe openbare ruimte.

Circulaire economie

De nieuwe woning wordt waar mogelijk circulair gebouwd.

Een en ander met betrekking tot duurzaamheid is verder uitgewerkt in paragraaf 2.3. Conclusie De ontwikkeling houdt rekening met mogelijke ontwikkelingen in de toekomst als gevolg van klimaatverandering. Er is sprake van een duurzame en klimaatadaptieve woonwijk.

26

FlevoGolf Resort Lelystad

4.3

Water

In een omgevingsplan wordt rekening gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. De watertoetsprocedure kan op drie manieren gevolgd worden: de procedure geen waterschapsbelang, de korte procedure en de normale procedure. Welke procedure gevolgd moet worden hangt af van de implicaties van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De procedure geen waterschapsbelang en de korte procedure zijn bedoeld voor ruimtelijke plannen met beperkte gevolgen voor de waterhuishouding. Bij deze twee procedures kan de watertoets volledig digitaal doorlopen worden. De normale procedure is gericht op ruimtelijke plannen met relatief vergaande consequenties voor de waterhuishouding. In dit geval is actieve betrokkenheid van Waterschap Zuiderzeeland nodig. De digitale watertoets is doorlopen. De resultaten hiervan zijn in Bijlage 3 opgenomen. Hieruit volgt dat een normale procedure doorlopen dient te worden. De vergunningsaanvraag is in het kader van het vooroverleg aan het waterschap voorgelegd en akkoord bevonden.

4.3.1

Kader

Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de implementatie van de Omgevingswet verandert de wet- en regelgeving voor ruimtelijke projecten. De wet vervangt een veelheid aan wetten en gaat uit van een integrale benadering van alle aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals ruimtelijke ordening, milieukwaliteit, natuur, bodem én water. Voor de Omgevingswet stellen provincies en gemeenten omgevingsvisies en omgevingsplannen op. Alle ambities en keuzes over het beheer, beschermen en benutten van de leefomgeving staan hierin. Omgevingsvisies en omgevingsplannen komen in de plaats van de bestaande structuurvisies en bestemmingsplannen. Uiterlijk in 2032 dienen alle bestaande plannen vervangen te zijn. Water is een essentieel onderdeel van onze leefomgeving. Belangrijke opgaven zijn het voorkomen en beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste. Zeker in samenhang met het beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit. De Omgevingswet beschrijft wat onder het beheer van een watersysteem valt. Het beheer is gericht op: het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met; het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van die watersystemen en; de vervulling van de aan die watersystemen toegekende maatschappelijke functies.

Een waterschap neemt regels over waterstaatswerken op in haar waterschapsverordening. Hierin is aangegeven wat wel en niet mag bij waterkeringen en wateren, de zogenaamde waterstaatswerken en beheer en onderhoud. Vanaf 1 januari 2024 heeft deze de Keur en de Algemene regels bij de Keur vervangen. Waterwet De Waterwet stelt integraal waterbeheer op basis van de 'watersysteembenadering' centraal. De verantwoordelijkheden in het oppervlaktewater- en grondwaterbeheer van Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten zijn in de Waterwet helderder vastgelegd. De Waterwet is bijna volledig opgegaan in de Omgevingswet. De bepalingen rondom het huidige deltaprogramma en de financiële bepalingen over de verontreinigingsheffing en de provinciale grondwaterheffing gaan later over naar de Omgevingswet.

27

FlevoGolf Resort Lelystad

Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) is in 2000 ingevoerd en heeft als doelstelling het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand voor alle oppervlaktewaterlichamen en het beschermen en herstellen van alle grondwaterlichamen (verbinding infiltratie- en kwelgebieden). Door de inrichting van watergangen af te stemmen op de ecologie kan de ecologische toestand verbeterd worden. De KRW heeft het streven om emissies naar oppervlakte- en grondwater terug te dringen. Daarnaast zal de onttrekking van grondwater in evenwicht worden gebracht met de aanvulling van het grondwater. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. Een andere aanpak in het licht van verwachte ontwikkelingen inzake zeespiegelstijging, toenemende neerslag en rivierwaterafvoer en verdergaande bodemdaling is noodzakelijk. De adviezen van de commissie staan in het rapport Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw(WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes(drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren; schoonhouden, scheiden en zuiveren.

Programma's Water en Ruimte In een programma leggen het Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten maatregelen vast om de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving te bereiken. Het onderwerp 'ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water' is daarbij een belangrijk onderdeel. Centraal hierin staat het werken aan schoon, veilig en voldoende water, dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de natuur, de landbouw en de scheepvaart. Programma's zijn, in tegenstelling tot omgevingsvisies, meer gericht op uitvoering op korte termijn. En waar in de omgevingsvisie vooral een integrale benadering van belang is, richten programma's zich vaak op slechts één of een paar onderdelen van de fysieke leefomgeving. De vastgestelde maatregelen in programma's zijn een uitwerking van het globale beleid dat in omgevingsvisies over water en ruimte is opgenomen.

Er zijn een aantal verplichte programma's waarin maatregelen over ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot water kunnen staan: Nationaal waterprogramma (Rijk) – gericht op het beheer van rijkswateren Regionaal waterprogramma (provincie) – gericht op regionale oppervlaktewaterlichamen, grondwaterlichamen en waterwinlocaties Waterbeheerprogramma (waterschap) – gericht op de watersystemen in beheer bij het waterschap Watervisie en Waterbeheerprogramma Waterschap Zuiderzeeland De Watervisie verbindt waterthema's en maatschappelijke opgaven. Voor een gezonde en duurzame ontwikkeling van het gebied is het nodig om het natuurlijke systeem (bodem en water) en de ruimtelijke en economische ontwikkelingen met elkaar te verbinden in een gezamenlijke aanpak. Niet met maakbaarheid als vertrekpunt, maar toekomstbestendigheid. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 bevat de strategische en tactische doelen voor de komende planperiode en beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen het waterschap neemt om deze doelen te behalen. Het beheergebied wordt waterrobuust en klimaatbestendig ingericht. Investeringen in het watersysteem zorgen dat er ook in de toekomst voldoende water is bij langdurige droogte én voldoende bescherming bij hoogwater.

28

FlevoGolf Resort Lelystad

4.3.2

Plangebied

Veiligheid Het plangebied ligt niet buitendijks. Op basis van dit aspect zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Het plangebied ligt ook niet in een beschermingszone van een overige waterkering. Op basis van dit aspect zijn er geen uitgangspunten voor het thema veiligheid van toepassing. Primaire waterkeringen op orde Streefbeeld Het buitenwater is een reële bedreiging voor de veiligheid in Flevoland. Waterkeringen beschermen Flevoland tegen deze bedreiging. Het waterschap wil de veiligheid ook in de toekomst blijven waarborgen. Door te werken aan veilige, robuuste en duurzame waterkeringen anticipeert het waterschap op sociale, ruimtelijke, economische en klimatologische ontwikkelingen. Uitgangspunt Het plangebied is gelegen in een beschermingszone van de primaire waterkering. Om de veiligheid met primaire keringen te waarborgen wordt bij ruimtelijke planvorming rekening gehouden met waterhuishoudkundige eisen voor de korte en lange termijn. Ten behoeve van de veiligheid, beheerbaarheid en de benodigde ruimte voor toekomstige ontwikkelingen geldt een beperking voor handelingen op of in de nabijheid van de waterkering. Daarvoor zijn een kering en zijn omgeving in zones opgedeeld. Dit betreffen de kern, binnen-, tussen- en buitenbeschermingszones van de waterkeringen.

In sommige gevallen worden gebouwen, windmolens, kabels en leidingen en beplanting toch toegestaan. Voor nader bepaalde handelingen wordt dan ontheffing verleend op het verbod met een watervergunning. Per zone zijn hier voorwaarden voor geformuleerd. De belangrijkste voorwaarde is dat het waterkeringbelang en het beheer en onderhoud niet in het geding komen. Meer informatie over de in beginsel toegestane activiteiten en voorwaarden staat in de Waterschapsverordening Waterschap Zuiderzeeland. Randvoorwaarde(n) Om voldoende rekening te houden met de waterstaatkundige belangen worden aan de gronden die zijn gelegen in genoemde beschermingszone(s) van de primaire waterkering de juiste bestemming of gebiedsaanduiding toegekend in een ruimtelijk plan. De inperking van de bouwmogelijkheden op grond van de Waterschapsverordening Waterschap Zuiderzeeland (uitgewerkt in de Legger, het waterschapsbeleid en het waterbeheerprogramma) geldt ongeacht of dit in een ruimtelijk plan is opgenomen. De gemeente zal een leggerwijziging uiteindelijk verwerken in de relevante bestemmingsplannen. Dit plan is (deels) gelegen in de een buitenbeschermingszone van een de primaire waterkering. In dit kader zijn geen maatregelen nodig. Met de uitvoering van de ontwikkeling worden geen diepe ontgrondingen in de buitenbeschermingszone van de IJsselmeerdijk uitgevoerd.

Bij het ontwerp en realisatie van de waterberging wordt de afvoer van de kwelsloot van de primaire waterkering te allen tijde geborgd. Afhankelijk van de planning van de uitvoering van voorliggend plan moet mogelijk rekening gehouden worden met de uitvoering van de versterking van de primaire waterkering, de IJsselmeerdijk. Voldoende water Wateroverlast Streefbeeld Het watersysteem, zowel in landelijk als in stedelijk gebied, is op orde. Het hele beheergebied voldoet aan de vastgestelde normen. Uitgangspunten Het verharden van grond met bebouwing of bestrating leidt tot een versnelling van de afvoer van neerslag naar het watersysteem. Waar het verharde oppervlak als gevolg van een ruimtelijke ontwikkeling toeneemt,

29

FlevoGolf Resort Lelystad

dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken. Afwenteling op omliggende gebieden wordt voorkomen en de bergingsruimte in het watersysteem blijft behouden. Bij de nieuwe ontwikkeling dient de initiatiefnemer de toename in verharding te compenseren door middel van open water en/of alternatieve berging. Daarnaast kan de initiatiefnemer zelf maatregelen nemen tegen ongewenste gevolgen van inundatie op het woongebruik. Bijvoorbeeld door het voldoende ophogen van het gebied. Het plangebied is gelegen in het stedelijk gebied. Het verhard oppervlak neemt als gevolg van de ontwikkeling met meer dan 750 m² toe. Compensatie is noodzakelijk. Ontwerprichtlijnen compensatie toename verharding De oppervlakte te realiseren waterberging is gerelateerd aan de maximaal toelaatbare peilstijging in het peilvak en de netto oppervlakte nieuw te realiseren verharding. Het plangebied is gelegen in een peilgebied waarbij 5,5% van de netto toename aan verharding als open water moet worden gecompenseerd. De beleidsregel 'Compensatie toename verhard oppervlak en versnelde afvoer' is begin 2013 door het waterschap vastgesteld. De situatie van het beheergebied begin 2013 is de nulsituatie. De compensatieplicht geldt voor de netto toename van het verhard oppervlak vanaf de nulsituatie. Genoemde beleidsregel wordt herzien met een verwachte vaststelling rond 2027.

Daarbij wordt ook de bergingsnorm geactualiseerd in lijn met de meest recente KNMI-klimaatscenario's en neerslagstatistieken. De bestaande statistische norm maakt dan plaats voor de methodiek in de vorm van een universele norm die toepasbaar is voor open water én alternatieve waterberging. Voor een klimaatbestendige leefomgeving, nu en in de toekomst, is voldoende ruimte voor water cruciaal. In dit licht is het nadrukkelijk advies om uit te gaan van de toekomstige bergingsnorm. Deze is gebaseerd op KNMI-klimaatscenario's van 2023 en bijbehorende neerslagstatistiek: 11 m³/100 m² toename verhard oppervlak. Oplossingen voor eventuele waterhuishoudkundige problemen worden bij voorkeur in het eigen projectgebied gevonden. Als dit niet mogelijk is, wordt dichtbij het projectgebied compensatie gezocht. Dit moet binnen hetzelfde peilgebied zijn of eventueel benedenstrooms. De compensatie wordt niet later gerealiseerd dan de uitvoering van de rest van het plan. De reeds aanwezige ruimte voor berging mag niet afnemen. Bij de aanleg van oppervlakkige berging in de vorm van infiltratiebermen of wadi's is de bergingsnorm niet toepasbaar. Met behulp van een maatwerkberekening moet worden aangetoond dat de alternatieve berging bij maatgevende gebeurtenissen voldoende compensatie biedt. De huidige afvoersituatie mag niet verslechteren.

Aandachtsgebied Wateroverlast 2050 Het waterschap streeft naar een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. De planontwikkeling is gelegen binnen een aandachtsgebied voor wateroverlast door inundatie en verminderde drooglegging. Omdat het gebied niet voldoet aan de wateroverlastnorm is sprake van een wateropgave. Bij de nieuwe ontwikkeling dient de initiatiefnemer de toename in verharding te compenseren door middel van open water en/of alternatieve berging. Daarnaast kan de initiatiefnemer zelf maatregelen nemen tegen ongewenste gevolgen van inundatie op het woongebruik. Bijvoorbeeld door het voldoende ophogen van het gebied. Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) gewenste grond- en oppervlaktewaterwaterregime (GGOR) mogelijk. Waterschap Zuiderzeeland streeft er naar dat de feitelijke

30

FlevoGolf Resort Lelystad

situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger. Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Randvoorwaarde(n) goed functionerend watersysteem Het waterschap streeft naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem met grote peilvakken. Versnippering van het watersysteem is een ongewenste situatie. Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan op bestaande peilvakken en de inrichting wordt afgestemd op de functie van het water. In nieuwe watersystemen wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers en/of andere kunstwerken en zonder doodlopende einden. Het watersysteem wordt dusdanig ingericht dat het goed controleerbaar en beheersbaar is. Met het oog op de uiteindelijke overname van het beheer en onderhoud van nieuw (stedelijk) water is het nodig dat het waterschap betrokken wordt bij de uitwerking van een plangebied naar een definitieve ontwerp van het watersysteem. Dit definitieve ontwerp behoeft de ambtelijke goedkeuring van het waterschap om overname uiteindelijk mogelijk te maken. Als de planontwikkeling gevolgen heeft voor het streefpeil in of in de omgeving van het plangebied dan zal het waterschap de effecten beoordelen en afwegen of hieraan meegewerkt kan worden.

Dit laatste betekent dat het waterschap een herziening van het peilbesluit zal voorbereiden en een besluitvormingsprocedure in gang zal zetten. Afstemming met de ruimtelijke procedure is dan nodig. Bij het opstellen van nieuwe dan wel herziening van bestaande peilbesluiten wordt de GGOR methodiek in een aantal gevallen toegepast om te komen tot een afweging van het peilbesluit als de drooglegging minder dan 1,2 meter is, als grote tegenstrijdige belangen bestaan, als sprake is van complexe situaties, en als het om een natuurgebied gaat. Als de drooglegging in geval van landbouw, bebouwing en infrastructuur groot genoeg is en als geen sprake is van grote tegengestelde belangen, wordt het toetsingskader uit de beleidsregel peilbesluiten gevolgd om te komen tot een afweging voor het peilbesluit. Meer informatie is te vinden in de beleidsregel peilbesluiten op www.zuiderzeeland.nl(zoek naar Beleidsregel peilbesluiten, 2018). In het gebied is sprake van kwelwater van slechte kwaliteit. Bij het ontwerp en de uitvoering van de waterberging wordt hier rekening mee gehouden. Dit wordt nader afgestemd met het waterschap in het vooroverleg voor de benodigde omgevingsvergunning. Anticiperen op watertekort Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen.

Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen. Uitgangspunt In het hele beheergebied streeft het waterschap na dat de aanwezige functies worden gefaciliteerd door goed en voldoende water. Echter binnen een klimaatbestendig en robuust watersysteem past afhankelijkheid van wateraanvoer niet. Met het oog op toekomstige watertekorten is het wenselijk de hoeveelheid aanvoerwater zoveel mogelijk te beperken. Randvoorwaarde(n) Nieuwe watersystemen worden dusdanig ingericht dat ze zelfvoorzienend zijn. Uitbreiding van wateraanvoer bij de huidige functies is niet wenselijk. De afweging van wateraanvoer vindt plaats op basis van robuustheid, effectiviteit en efficiency. Hierbij geldt als uitgangspunt dat herverdeling van water binnen de polder de voorkeur heeft boven wateraanvoer van buiten de polder. Schoon Water Goede structuurdiversiteit

31

FlevoGolf Resort Lelystad

Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Uitgangspunt Bij de inrichting van het watersysteem wordt gestreefd naar het realiseren van een ecologisch gezond watersysteem. Oevers worden bij voorkeur duurzaam en indien passend bij de functie natuurvriendelijk ingericht. Bij de dimensionering van het watersysteem wordt rekening gehouden met de te verwachten waterkwaliteit. Goed omgaan met afvalwater Streefbeeld Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling of regulering van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Uitgangspunt(en) Voor nieuw te ontwikkelen terreinen geldt dat het hemelwater niet naar een centrale rioolwaterzuivering wordt afgevoerd maar in of in de nabijheid van het plangebied wordt verwerkt. Bij voorkeur door infiltratie in de bodem. Als infiltratie niet kan dan door lozing in oppervlaktewater, waarbij vervuild hemelwater vooraf gezuiverd wordt. Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. Goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied.

De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor. Uitgangspunten In het ontwerp van het watersysteem wordt uitgegaan van het principe 'schoon houden, scheiden, zuiveren'. Verontreinigingen worden voorkomen of aangepakt bij de bron. Voor het plan wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak. Het ombouwen van bestaande stelsels naar "zuiverend" gescheiden stelsels heeft een sterke voorkeur. Afstromend regenwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd. Verontreinigingen door afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. In het gebied is sprake van kwelwater van slechte kwaliteit. Bij het ontwerp en de uitvoering van de waterberging wordt hier rekening mee gehouden. Dit wordt nader afgestemd met het waterschap. Toelichting ontwikkeling Watercompensatie De ontwikkeling voorziet in een grote toename van het verharde oppervlak ter plaatse. Hierdoor wordt neerslag versneld afgevoerd naar het oppervlaktewater. Om te grote peilstijgingen te voorkomen is het van belang dat er in het gebied voldoende waterberging beschikbaar is. Om deze reden is voldoende watercompensatie noodzakelijk. In het stedenbouwkundig ontwerp is rekening gehouden met de aanleg van watergangen. Hiermee wordt watercompensatie en waterretentie gerealiseerd. Bij dit ontwerp is tevens een waterberekening opgesteld.

In deze berekening is uitgewerkt hoeveel verharding er wordt toegevoegd en hoeveel water er gecompenseerd wordt in het ontwerp. De berekening is opgenomen in Bijlage 4. Het waterschap rekent met een waterberging van 10,2 m3 per 100 m2 verharding. Op een netto toename

32

FlevoGolf Resort Lelystad

verhard oppervlak van 23.058 m2 betekent dit een waterbergingseis van 2.351,9 m3 . In het plan is 4.701 m3 waterberging opgenomen. Dit is voldoende waterberging op basis van de vereisten van het waterschap. In het plan is daarnaast sprake van de verlegging/ demping van een watergang. Hiervoor is circa 1.800 m3 aan extra waterberging nodig. Aangezien in dit plan meer waterberging is opgenomen dan vereist is, is er ruimte om de verharding te compenseren. De ruimte in de watercompensatie bedraagt meer dan 1.800 m3 en is daarmee inpasbaar. Wanneer in een later stadium blijkt dat toch extra watercompensatie vereist is, heeft de initiatiefnemer de mogelijkheid om op de golfbaan ten zuiden van de wijk deze compensatie te realiseren. De golfbaan bevindt zich in hetzelfde peilvak als de woonwijk. Ook staan deze watergangen met elkaar in contact via een systeem van duikers. Met het plan is geen sprake van aanpassing van het streefpeil of het maken van een nieuw peilgebied. Voor het wijzigen van het watersysteem worden te zijner tijd de noodzakelijke vergunningen aangevraagd. Bij deze vergunningsaanvraag wordt onderzocht hoeveel water er precies wordt gedempt, en of er in dat kader nog nadere compensatie noodzakelijk is.

Het beheer en onderhoud van het deel van de watergangen met taluds dat binnen de uit te geven kadastrale eigendommen ligt zijn de verantwoordelijkheid van de toekomstige eigenaren van die eigendommen. De te vergraven watergang ten zuiden van de Houtribweg zal in beheer en onderhoud zijn van gemeente of provincie. Kunstwerken Ter plaatse van kruisingen met infrastructuur worden bruggen aangelegd dan wel duikers. Riolering en afkoppeling Het plangebied wordt voorzien van een gescheiden rioolstelsel. De droogweerafvoer wordt afgevoerd naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie. Het regenwater wordt afgevoerd naar open water, waarbij het minder schone regenwater separaat wordt behandeld (lokale zuivering/infiltratie) en afgevoerd naar het oppervlaktewater. Waterkwaliteit Ten einde de kwaliteit van het afstromende hemelwater te verbeteren zal moeten worden voorkomen dat verontreinigingen in het water terecht komen. Het is van belang in de bouw duurzame, niet-uitlogende materialen toe te passen. Verontreinigingen kunnen ook via de verharding in het water terecht komen (bijvoorbeeld door het wassen van auto's op straat en chemische onkruidbestrijding). Daarom verdient het de aanbeveling om naast deze zogenaamde bronmaatregelen tevens maatregelen te nemen om te voorkomen dat verontreinigingen via de verharding in het water kunnen belanden.

De filterende werking van de wegcunetten heeft een positieve invloed op de kwaliteit van het afstromende hemelwater. Ook kan worden gedacht aan infiltratiebermen, wadi's en waar niet anders mogelijk afvoeren naar het vuilwaterriool.

4.3.3

Conclusie

De watertoets is doorlopen en het plan is afgestemd met het waterschap. Er wordt voldaan aan de eisen die het waterschap stelt. Er wordt genoeg watercompensatie gerealiseerd. Waar noodzakelijk vindt bij de verdere uitwerking nadere afstemming plaats met het waterschap. Het aspect water staat een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie niet in de weg.

4.4

Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren

In deze paragraaf wordt getoetst of het planvoornemen de verkeer- en parkeersituatie niet nadelig beïnvloed.

33

FlevoGolf Resort Lelystad

4.4.1

Plangebied

4.4.1.1 Parkeren Voor het vaststellen van de parkeerbehoefte en het aantal verkeersbewegingen van en naar deze locaties is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381 – Toekomstbestendig parkeren, december 2018. Op grond van deze publicatie kan de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie van het plan berekend worden aan de hand van de stedelijkheidsgraad, de stedelijke zones (centrum, schil rond centrum, rest bebouwde kom en buitengebied) en het type woningen worden berekend. Door het CROW worden voor de stedelijkheidsgraad de volgende klassen aangehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=66118949-3c06-42f8-83de-12ad12338676