BL 1 Aanvullende notitie bij AV vervolg op weg naar de participatieverordening
Tekst van het document
BIJLAGE BIJ AGENDAVERZOEK “VERVOLG OP WEG NAAR DE PARTICIPATIEVERORDENING”
Portefeuillehouder: Portefeuille:
P. van Dijk en S. Kruis Omgevingswet en -visie; Coördinatie participatie
Datum: 30 september 2025 Onderwerp: Vervolg "Op weg naar de participatieverordening" INLEIDING Op dinsdag 10 juni 2025 heeft uw raad in de commissie Bestuur, Middelen en Economie de eerste stap gezet richting een participatieverordening. Tijdens deze sessie zijn twee fundamentele vragen besproken: 1. Bent u bereid om vooraf de besluitvorming (deels) uit handen te geven aan inwoners? 2. Op welke criteria toetst u de participatie? De commissie gaf aan graag verder te willen praten over dit onderwerp. In het gesprek kwamen waardevolle inzichten en aandachtspunten naar voren. Zo bleek er brede steun voor het idee om inwoners vooraf invloed te geven op besluitvorming, mits dit zorgvuldig wordt vormgegeven. Ook werd het belang benadrukt van inclusieve participatie, waarbij niet alleen de ‘usual suspects’ worden betrokken. Ook ging het over het goed kunnen beoordelen van de opbrengsten van participatie. Daarnaast werd aandacht gevraagd voor de benodigde middelen en personele inzet, en voor het zorgvuldig omgaan met signalen die buiten de directe projectscope vallen. Vandaag zetten we een volgende stap in dit traject. We willen met u richting bepalen over twee belangrijke onderdelen van de participatieverordening: 1. De modelverordening van de VNG: Hoe kijkt u aan tegen de keuze voor variant 1 van de VNG-modelverordening als basis voor onze concept participatieverordening? 2.
Het uitdaagrecht: Hoe willen we als gemeente omgaan met het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om taken van de gemeente over te nemen? De invoering van de participatieverordening is niet alleen een wettelijke verplichting, maar vooral een kans om de betrokkenheid van inwoners structureel te versterken. KERNBOODSCHAP 1. Variant 1 van de VNG-Modelverordening vormt de basis voor onze concept participatieverordening 2. Richting over hoe we omgaan met het uitdaagrecht TOELICHTING KERNBOODSCHAP Ad 1. Variant 1 van de VNG-Modelverordening vormt de basis voor de concept participatieverordening
We zijn verplicht om de inspraakverordening om te zetten naar een participatieverordening. Deze verordening legt vast hoe participatie binnen onze gemeente wordt vormgegeven: welke spelregels gelden voor het betrekken van inwoners en maatschappelijke organisaties bij gemeentelijke plannen, projecten en beleid. De wet biedt ruimte voor maatwerk. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe zij participatie juridisch vastleggen, zolang aan de minimale wettelijke eisen wordt voldaan. Om gemeenten hierin te ondersteunen, heeft de VNG twee varianten van een modelverordening opgesteld. Voor onze concept participatieverordening maken we gebruik van variant 1 van de VNGmodelverordening. Deze voldoet aan de minimale wettelijke vereisten en zorgt voor transparantie en duidelijkheid richting inwoners en maatschappelijke organisaties. Met variant 1 maken we inzichtelijk hoe zij betrokken worden bij gemeentelijke projecten, programma’s en plannen, op welke taken inwoners en organisaties de gemeente kunnen uitdagen en op welke manier zij dit kunnen doen. Variant 2 van de VNG-modelverordening is uitgebreider en bevat naast het uitdaagrecht ook bepalingen over bewonersinitiatieven en initiatieven van maatschappelijke partijen.
Het verschil is dat het uitdaagrecht betrekking heeft op bestaande gemeentelijke taken, terwijl een bewonersinitiatief ook een nieuwe activiteit kan zijn, zoals het organiseren van een buitenspeelmiddag in de wijk. Voor dit soort initiatieven zijn binnen onze gemeente al werkende processen ingericht, namelijk het loket Mensen Maken de Buurt en het loket Nieuwe Initiatieven. Door gebruik te maken van variant 1 voldoen we aan de wettelijke vereisten, zorgen we voor helderheid en transparantie, zonder bestaande en goed functionerende processen juridisch te verankeren waar dat niet nodig is. Ad. 2 Richting over hoe we omgaan met het uitdaagrecht Het uitdaagrecht, ook wel right to challenge genoemd, betekent dat inwoners en maatschappelijke partijen de gemeente kunnen uitdagen om een taak over te nemen die de gemeente uitvoert. Omdat zij denken deze taak slimmer, beter of bijvoorbeeld goedkoper uit te kunnen voeren. Dit kunnen bijvoorbeeld taken zijn die gaan over het beheer of onderhoud van de openbare ruimte of taken waarbij de gemeente diensten verleent aan inwoners zoals dagbesteding of activiteiten voor jeugd. Vaak zit bij deze taak ook een budget. Het uitdaagrecht kan ook gepaard gaan met het overnemen van bijbehorende budgetten of middelen. Het doel van het uitdaagrecht is om inwoners meer invloed te geven op de uitvoering van beleid.
In de verordening moeten duidelijke spelregels worden opgenomen over hoe we omgaan met het uitdaagrecht door antwoord te geven op de volgende vragen: - Welke taken zijn uitdaagbaar? - Hoe wordt een verzoek beoordeeld? - Welke ondersteuning biedt de gemeente? - Wat gebeurt er met initiatieven die buiten bestaande processen vallen? Eerdere besluiten uitdaagrecht U heeft in september 2014 het besluit genomen om te experimenteren met het uitdaagrecht (zie bijlage 3: Raadsbesluit burgerinitiatief, bijlage 4: Brief burgerinitiatief). VERVOLG Na deze commissievergadering zal er een conceptverordening worden uitgewerkt waarin nog verschillende keuzes te maken zijn. Deze conceptverordening met keuzemogelijkheden zullen voorgelegd worden aan uw raad in Q4 2025. Vervolgens zal er een definitieve participatieverordening opgesteld worden, welke begin 2026 aan uw raad wordt voorgelegd ter besluitvorming.
Bijlagen - Bijlage 2: Model participatieverordening VNG - Bijlage 3: Raadsbesluit burgerinitiatief
-
Bijlage 4: Brief burgerinitiatief buurtrechten