CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL 1.5. - Quickscan ecologie

Raadsvergadering 14 oktober 2025, gemeente LelystadBij agendapunt: 25.361 Bindend advies vergunning plaatsen zendmast nabij IJsselmeerdijk4.810 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport

Quickscan Ecologie IJsselmeerdijk te Lelystad

Rapport

Quickscan Ecologie IJsselmeerdijk te Lelystad

Opdrachtgever:

INNSO Services B.V. Vlietweg 17s 2266 KA Leidschendam

Projectnummer Mateboer:

Projectnummer INNSO Services B.V.:

Datum:

Status:

EC237005/SK Opgesteld door:

Paraaf:

8 februari 2023 Gecontroleerd door:

Concept Paraaf:

D.J. Kollen MSc

J. Tiesinga BSc

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 3 1.1

Aanleiding en doel ................................................................................................................................. 3

1.2

Huidige situatie en voorgenomen plannen ........................................................................................... 3

1.3

Verantwoording en gebruik gegevens ................................................................................................... 4

1.4

Opbouw rapport .................................................................................................................................... 4

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................ 5 2.1

Toetsingskader Wet natuurbescherming .............................................................................................. 5

2.2

Toetsingskader Provinciaalbeleid .......................................................................................................... 7

2.3

Onderzoeksmethode ............................................................................................................................. 7

GEBIEDSBESCHERMING............................................................................................................................ 9 3.1

Natura 2000-gebieden ........................................................................................................................... 9

3.2

Natuurnetwerk Nederland .................................................................................................................. 10

SOORTENBESCHERMING ........................................................................................................................ 11 4.1

Flora ..................................................................................................................................................... 11

4.2

Vleermuizen ......................................................................................................................................... 11

4.3

Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................................ 11

4.4

Broedvogels ......................................................................................................................................... 12

4.5

Amfibieën ............................................................................................................................................ 13

4.6

Reptielen.............................................................................................................................................. 13

4.7

Vissen................................................................................................................................................... 13

4.8

Ongewervelden ................................................................................................................................... 13

5

HOUTOPSTANDEN ................................................................................................................................. 14

6

SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES ...................................................................................... 15

7

GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................................. 16

BIJLAGEN Bijlage 1: Verbodsartikelen soortenbescherming Bijlage 2: Foto's veldwerk en bijzonderheden plangebied

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel

Mateboer Milieutechniek B.V. heeft van INNSO Services B.V. opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan ecologie in verband met het realiseren van een telecommast ter plaatse van de IJsselmeerdijk te Lelystad. De ecologische quickscan is uitgevoerd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Met als doel inzichtelijk maken van de potentiële aanwezigheid van beschermde natuurwaarden (flora, fauna en natuurgebieden) en de (mogelijke) negatieve effecten op deze natuurwaarden. Daarnaast is getoetst of de voorgenomen ingreep een negatief effect hebben op eventuele houtopstanden.

1.2

Huidige situatie en voorgenomen plannen

Het plangebied is gelegen aan de IJsselmeerdijk te Lelystad (figuur 1.1). Het plangebied betreft een oppervlak (336 m2) van een bosperceel met loofboomsoorten welke beheerd wordt door Staatsbosbeheer (zie figuur 1.2). Rondom dit bosperceel bevindt zich een kortgemaaide groenstrook en ten noorden het IJsselmeer. Het bosperceel wordt verder omsloten door kleine en ondiepe slootjes. Tot slot zijn ten oosten en zuiden van het bosperceel verharde wegen aanwezig (IJsselmeerdijk en Houtribweg). Ten oosten van het plangebied is een grote beek (Forellentocht) aanwezig. De beoogde plannen bestaan uit het (deels tijdelijk) verwijderen van 336 m2 aan bomen en groen, bouwrijp maken van de locatie en realiseren van een telecommast.

Figuur 1.1 Ligging van het plangebied (binnen de blauwe belijning).

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

3

Figuur 1.2 Overzichtsfotos van het plangebied.

1.3

Verantwoording en gebruik gegevens

Voorliggend onderzoek is uitgevoerd door D.J. Kollen MSc. Hij is door opleiding, ervaring en zelfstudie gekwalificeerd voor het doen van ecologisch onderzoek. Dit rapport is uitsluitend samengesteld voor gebruik door de opdrachtgever. Het rapport is alleen geldig in originele en volledige vorm. Ieder ander dan de opdrachtgever, die het rapport gebruikt zonder specifieke referentie, doet dit op eigen risico. Mateboer Milieutechniek B.V. accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door Mateboer Milieutechniek B.V. uitgevoerde onderzoek. De gebruikte informatie betreffende de verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de Nationale Databank Flora en Fauna en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden. In het algemeen kan gesteld worden dat een ecologisch onderzoek geldig is voor een periode van drie jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming of de inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan drie jaar wordt aanbevolen de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen.

1.4

Opbouw rapport

In hoofdstuk 2 wordt een korte toelichting gegeven op de Wet natuurbescherming en wordt beschreven welke onderzoeksmethode is toegepast. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de beschermde natuurgebieden en in hoofdstuk 4 op de soortenbescherming. In hoofdstuk 5 worden houtopstanden behandeld. Een samenvatting van de belangrijkste conclusies is te vinden in hoofdstuk 6. Afgesloten wordt met hoofdstuk 7 waarin de bronnen staan vermeld.

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

4

2

TOETSINGSKADER EN ONDERZOEKSMETHODE

2.1

Toetsingskader Wet natuurbescherming

In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. De provincie is (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met gevolgen voor Natura 2000-gebieden én voor beschermde dier- en plantensoorten. Daarmee zorgt zij tevens voor de verlening van vergunningen en ontheffingen. Bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag. De wettekst van de Wet natuurbescherming is te vinden op https://wetten.overheid.nl/. Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming kent een zorgplicht. Deze houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de beschermde natuurgebieden en in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Bij de uitvoering van handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing. Gebiedsbescherming (hoofdstuk 2) Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd middels de Wet natuurbescherming. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden en de flora en fauna binnen deze gebieden.

De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitatten kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Zodoende dienen plannen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor de Natura 2000-gebieden. Als uit de beoordeling blijkt dat geen effecten optreden dan is het aanvragen van een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig (bijvoorbeeld een voortoets en/of passende beoordeling). Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Soortenbescherming (hoofdstuk 3) De Wet natuurbescherming kent drie categorieën van beschermde soorten:  Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1) Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels, zoals genoemd in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.

Deze groep wordt vaak onderverdeeld in soorten met een jaarrond beschermd nest en soorten waarvan het nest alleen in het broedseizoen (nestopbouw, ei-leg, broeden en voeren van jongen in het nest) beschermd is;  Soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Soorten, niet zijnde vogels, van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I;  Overige soorten (artikel 3.10) Soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven, genoemd in onderdeel A van de bijlage bij artikel 3.10. Hieronder vallen ook de soorten waarvoor provincies vrijstelling hebben verleend. Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

5

De verbodsbepalingen voor vogel- en habitatrichtlijnsoorten zijn letterlijk overgenomen uit de Vogelen Habitatrichtlijn. Voor de nationaal beschermde soorten gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In bijlage 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Plannen/ingrepen dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor beschermde soorten. Als uit de beoordeling blijkt dat geen verbodsartikelen worden overtreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot het overtreden van de verbodsartikelen, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing) wel nodig. Houtopstanden (hoofdstuk 4) In hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming is de bescherming van houtopstanden geregeld. De kern is dat er een herplantplicht geldt als houtopstanden worden geveld en dat velling alleen is toegestaan na melding. De wet geldt niet voor onder andere houtopstanden binnen de bebouwde kom, erven of tuinen, uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden (artikel 4.1). Voor herplant op een andere locatie is een ontheffing nodig. Houtopstanden zijn gedefinieerd als zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a.

Een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. Bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaalaantal rijen. Dit onderdeel van de wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. Houtopstanden op erven of in tuinen; c. Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. Kweekgoed; f. Uit populieren of wilgen bestaande: 1. Wegbeplantingen; 2. Beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. Het dunnen van een houtopstand; h. Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. Ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. Zijn aangelegd na 1 januari 2013

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

6

2.2

Toetsingskader Provinciaalbeleid

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 2.10.4., eerste lid, Barro): dat geen activiteiten worden mogelijk gemaakt die per saldo leiden tot (significante) aantasting van de wezenlijk kenmerken en waarden, of tot een (significante) vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN. Tenzij, sprake is van een groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn en negatieve effecten worden gecompenseerd. De provincies zijn verantwoordelijk voor de bescherming van het NNN. Zij hebben beleid omtrent het NNN uitgewerkt in provinciale verordeningen. Plannen/ingrepen in het NNN dienen beoordeeld te worden op hun gevolgen voor het NNN. Als uit de beoordeling blijkt dat geen (significante) negatieve effecten optreden dan is het nemen van vervolgstappen niet nodig. Leidt de ingreep (mogelijk) wel tot (significante) negatieve effecten, dan is het nemen van vervolgstappen (bijvoorbeeld aanvullend onderzoek of het aanvragen van een vergunning) wel nodig.

Flora- en fauna Voor wat betreft de soortenbescherming geldt sinds januari 2019 dat in de provincie Flevoland kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) niet meer op de vrijstellingenlijst van soorten staan, omdat de staat van instandhouding onvoldoende vast staat (Provincie Flevoland, 2019). Sindsdien is het voor deze soorten nodig een ontheffing aan te vragen als blijkt dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden. Voor een aantal algemeen voorkomende soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren vallend onder ‘Beschermingsregime andere soorten’ heeft de provincie Flevoland vrijstelling verleend voor handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden (Wnb Art 3.10 lid 2a). Daarnaast heeft de provincie Flevoland broedvogelsoorten aangewezen waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (ook buiten het broedseizoen). Deze soorten zijn beschreven in de Beleidsregels Uitvoering Wet Natuurbescherming Flevoland (Provincie Flevoland, 27 januari 2021).

2.3

Onderzoeksmethode

Het onderzoek is uitgevoerd middels een bureauonderzoek en een veldbezoek. Bureauonderzoek Middels een bureauonderzoek is in beeld gebracht of het plangebied in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden ligt. Tevens is nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten bekend zijn in het plangebied en directe omgeving. Hiervoor is gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp1, eerder

1

Quickscanhulp.nl stelt gegevens uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) op een praktische manier beschikbaar voor ecologen en andere professionals. Met de geleverde gegevens kan op een snelle en makkelijke manier een inschatting worden gemaakt van de aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij 1 Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

7

uitgevoerde onderzoeken, verspreidingsatlassen, kennisdocumenten en soort specifieke rapporten. De geraadpleegde bronnen zijn te vinden in Hoofdstuk 7. Veldbezoek De informatie uit het bureauonderzoek is als basis gebruikt bij het veldbezoek dat is uitgevoerd op 12-2023 (7 graden Celsius; volledig bewolkt; 4-5 Bft; droog ). Tijdens dit veldbezoek is zowel het plangebied als de directe omgeving hiervan onderzocht op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij is ook aandacht besteed aan de mogelijke relatie tussen het plangebied en beschermde natuurgebieden. Op basis van het bureauonderzoek en het veldbezoek is inzicht verkregen in de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten (geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten) in of rondom het plangebied. Vervolgens is beoordeeld welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of het nemen van vervolgstappen (zoals het uitvoeren van vervolgonderzoek of het aanvragen van een ontheffing) nodig is.

Quickscanhulp.nl stelt gegevens uit de NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna) op een praktische manier beschikbaar voor ecologen en andere professionals. Met de geleverde gegevens kan op een snelle en makkelijke manier een inschatting worden gemaakt van de aanwezige beschermde flora en fauna in en nabij een plangebied. De NDFF verzamelt natuurgegevens in Nederland en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens (ndff.nl). Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

8

3

GEBIEDSBESCHERMING

In dit hoofdstuk worden de mogelijke effecten van de voorgenomen plannen op nabijgelegen natuurgebieden beschreven. Daarnaast wordt beschreven of een vervolgtraject (zie ook hoofdstuk 2) noodzakelijk is.

3.1

Natura 2000-gebieden

Het plangebied ligt in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft het “IJsselmeer” op circa 350 meter afstand hemelsbreed ten noordoosten van het plangebied (figuur 3.1).

Figuur 3.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebied IJsselmeer

Gezien de tussenliggende afstand kan, als gevolg van de voorgenomen ingreep, alleen sprake zijn van negatieve effecten op IJsselmeer door externe werking2. Externe negatieve effecten kunnen ontstaan door stikstofdepositie, geluidsoverlast en grondwaterontrekking. Om na te gaan of daadwerkelijk sprake is van negatieve effecten, is vervolgonderzoek (zoals een Aerius berekening en een voortoets) in het kader van de Wet natuurbescherming nodig.

2

Van externe werking is sprake als een activiteit niet plaats vindt binnen een Natura 2000-gebied, maar er wel negatieve effecten op heeft. Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

9

3.2

Natuurnetwerk Nederland

Het plangebied ligt op grote afstand (circa 500 meter) van een gebied dat onderdeel uitmaakt van het NNN. De ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN is weergegeven in figuur 3.2.

Figuur 3.2 De ligging van het onderzoekgebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland

Gezien de tussenliggende afstand zijn als gevolg van de voorgenomen plannen/ingreep/ werkzaamheden geen (significante) negatieve effecten op de kenmerken en waarden van het NNN te verwachten. Vervolgonderzoek ten aanzien van het NNN is niet nodig.

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

10

4

SOORTENBESCHERMING

Dit hoofdstuk beschrijft de aangetroffen en te verwachten beschermde soorten en leefgebieden binnen het plangebied en de directe omgeving. Tevens is beschreven of de voorgenomen plannen effecten hebben op beschermde soorten en leefgebieden en is getoetst aan de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Wanneer het nemen van vervolgstappen (zoals het soortgericht onderzoek dan wel het aanvragen van een ontheffing) nodig is, is dit tevens vermeld.

4.1

Flora

Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen beschermde plantensoorten waargenomen. Tijdens het veldbezoek zijn eveneens geen beschermde plantensoorten waargenomen in het plangebied. Deze worden op basis van het aanwezige biotoop ook niet verwacht. Aangetroffen plantensoorten betreffen niet-beschermde soorten zoals els, wilg, populier, braam, esdoorn, vlier, brandnetel en diverse grassoorten. Het nemen van vervolgstappen is voor flora niet aan de orde.

4.2

Vleermuizen

Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer geen vleermuizen waargenomen. Voor zover zichtbaar zijn in de bomen in het plangebied geen ruimten (zoals boomholten en/of loszittend schors) aangetroffen die kunnen fungeren als verblijfplaats voor vleermuizen. De randen van het bosperceel, aan de rand van het plangebied, zijn wel geschikt als onderdeel van een vliegroute en/of foerageergebied voor vleermuizen. Aangezien de rand van het plangebied (tijdelijk) verwijderd/onderbroken zal worden voor het uitvoeren van de werkzaamheden is er mogelijk een negatief effect te verwachten doordat er een vliegroute en/of foeragebied wordt verwijderd (al dan niet tijdelijk). Derhalve dient voorafgaand aan de werkzaamheden eerst onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het plangebied (bosrand) door vleermuizen.

4.3

Grondgebonden zoogdieren

Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer meerdere grondgebonden zoogdieren te verwachten. Hieronder vallen de bever, otter, egel en boommarter de in de Provincie Flevoland vrijgestelde soorten woelrat en vos. Woelrat Tijdens het veldbezoek zijn net buiten het plangebied, aan de oever van naastgelegen ondiepe sloot, sporen aangetroffen welke mogelijk duiden op de aanwezigheid van de woelrat. (bijlage 2, figuur 1) Hier was een groot netwerk van holen aanwezig die net buiten het plangebied stopten. Tevens, is het plangebied en de directe omgeving geschikt als leefgebied voor woelrat. Verder zijn ter plaatse geen sporen aangetroffen die duidelijkheid geven of het daadwerkelijk om woelrat of dan wel een ander knaagdier gaat. Aangezien de woelrat onder de vrijgestelde soorten valt binnen de Provincie Flevoland en ter plaatse van het plangebied geen netwerk van holten aanwezig is wordt geen negatief effect verwacht en daarmee zijn geen vervolgstappen vanuit de Wet Natuurbescherming (WnB) noodzakelijk. Wel dient ten allen tijde de zorgplicht gehandhaafd te worden. Bever

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

11

Bevers komen voor op het overgangsgebied tussen land en water. Hierbij is het essentieel dat bossen met wilg, es, els en populier in de nabije omgeving aanwezig zijn. Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn veel jonge wilgen en elzen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied twee naastgelegen vraatsporen van vermoedelijk een bever aangetoond (bijlage 2, figuur 2). Ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving zijn verder geen sporen van bever (burchten, dammen, wissels, recente vraatsporen of beverhoutjes) aangetoond. Ook is binnen het plangebied en de directe omgeving geen permanent oppervlaktewater aanwezig, welke directe toegang geeft voor bever tot het plangebied. Desondanks, vormen de Forellentocht en naastgelegen groenstrook zeer geschikt leefgebied voor de bever op circa 75 m ten oosten van het plangebied. Aangezien er sporen van bever zijn aangetoond, is de aanwezigheid van bever binnen het plangebied niet uit te sluiten. Derhalve zijn naar aanleiding van de voorgenomen werkzaamheden mogelijk negatieve effecten te verwachten. Er dient een verkennend onderzoek naar bever uitgevoerd te worden. Hierbij moet geïdentificeerd worden welke functie(s) het plangebied vervuld voor beschermde voortplantings- en rustplaatsen zoals (essentieel) functioneel leefgebied (routes of foerageergebieden).

Boommarter, Egel en Otter In het plangebied en de directe omgeving ervan zijn tijdens het veldbezoek geen waarnemingen (zoals sporen, uitwerpselen en verblijfplaatsen) gedaan die duiden op de aanwezigheid van verblijfplaatsen of andere functionele elementen van boommarters (holen, holle bomen, latrines), egel (slakkenhuisjes, bladerhopen), otter (krabhopen, ottertunnels, ottergeil of uitwerpselen). Daarnaast vormt het plangebied geen mogelijk essentieel leefgebied voor deze soorten (ontbreken permanent oppervlaktewater, bomen met holtes of holen) en zijn en blijven in de omgeving ruim voldoende alternatieven aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn eveneens geen waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van andere beschermde (en niet vrijgestelde) zoogdieren. Vervolgstappen zijn in deze situatie niet noodzakelijk voor deze grondgebonden zoogdieren.

4.4

Broedvogels

Broedvogels met een jaarrond beschermd nest Op basis van de gegevens van Quickscanhulp zijn binnen een straal van één kilometer diverse jaarrond beschermde soorten (blauwe reiger, boerenzwaluw, boomkruiper, boomvalk, brilduiker, buizerd, ekster, gierzwaluw, groene specht, grote bonte specht, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, ijsvogel, kerkuil, koolmees, oeverzwaluw, ooievaar, pimpelmees, ransuil, sperwer, spreeuw, tapuit, torenvalk, wespendief, zwarte kraai en zwarte mees) te verwachten. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied en directe omgeving geen waarnemingen gedaan van jaarrond beschermde nesten. Tevens zijn binnen het plangebied alleen erg kleine bomen (stakenfase) aanwezig die ongeschikt zijn als potentiële nestlocatie voor de meeste vogels met jaarrond beschermde nesten. In de omgeving zijn wel jaarrond beschermde nesten te verwachten. Zo zijn op de nabijgelegen bospercelen nesten van bijvoorbeeld buizerd en boomvalk te verwachten. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden zijn geen negatieve effecten te verwachten op broedvogels met een jaarrond beschermd nest. Zo worden geen nesten verwijderd en is geen sprake van verstorende werking door de werkzaamheden. De werkzaamheden vinden plaats op een locatie waar in de bestaande situatie reeds verstoring aanwezig is door wegverkeer.

Overige broedvogels Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

12

In en rondom het plangebied zijn diverse meer algemeen voorkomende vogelsoorten waargenomen, zoals koolmees, pimpelmees, merel, blauwe reiger, aalscholver en houtduif. Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten van broedvogels waargenomen. Desondanks, bestaat er wel de mogelijkheid dat algemene broedvogels broeden binnen het plangebied tijdens het broedseizoen. Om overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van half maart tot en met half juli) uitgevoerd te worden of kan voorafgaand aan werkzaamheden (wanneer in het broedseizoen wordt gestart met de werkzaamheden) een broedvogelcheck worden uitgevoerd.

4.5

Amfibieën

Op basis van de gegevens van Quickscanhulp is binnen een straal van één kilometer de amfibie gewone pad waargenomen. Tijdens het veldbezoek is in het plangebied en de directe omgeving geen geschikt voortplantingsbiotoop (permanent oppervlakte water) vastgesteld voor deze soort. In de slootdelen ten oosten van het plangebied is voortplanting te verwachten van vrijgestelde amfibieënsoort als gewone pad en bastaardkikker. In het plangebied is het door de aanwezige strooisellaag wel aannemelijk dat amfibieën overwinteren in het plangebied. Echter zijn de te verwachten soorten door de provincie Flevoland vrijgesteld in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Het nemen van vervolgstappen voor deze soortgroep is niet nodig.

4.6

Reptielen

Uit de gegevens van Quickscanhulp wordt binnen een straal van één kilometer ringslang verwacht. Tijdens het veldbezoek is in het plangebied en directe omgeving geen geschikt leef- en foerageergebied voor ringslang waargenomen door het ontbreken van permanent oppervlakte water. Binnen het plangebied zijn geen geschikte overwinteringsplaatsen of broeihopen waargenomen. Overwinteringsplaatsen zijn niet aannemelijk omdat ringslangen overwinteren op vorstvrije plekken zoals diep weggekropen in dijken, in verlaten konijnenholen of onder takkenbossen en braamstruiken. Deze of gelijkende elementen zijn niet in het plangebied of omgeving waargenomen. Het nemen van vervolgstappen is voor deze soortgroep niet nodig

4.7

Vissen

Uit de gegevens van Quickscanhulp worden binnen een straal van één kilometer geen beschermde vissoorten verwacht. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat in het plangebied geen permanent oppervlaktewater aanwezig is. Hierdoor kan worden uitgesloten dat vissen aanwezig zijn in het plangebied. Het nemen van vervolgstappen is voor deze soortgroep niet nodig.

4.8

Ongewervelden

Op basis van de gegevens van Quickscanhulp blijkt dat binnen een straal van één kilometer geen beschermde ongewervelden zijn waargenomen. Geschikt leefgebied voor deze ongewervelden is eveneens niet binnen het plangebied aanwezig. Zowel negatieve effecten op als het nemen van vervolgstappen voor deze soortgroep is niet aan de orde.

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

13

5

HOUTOPSTANDEN

In dit hoofdstuk wordt beschreven of in het plangebied houtopstanden aanwezig zijn. Wanneer hiervan sprake is wordt beoordeeld of deze onderhevig zijn aan de voorgenomen ontwikkeling. Vervolgens vindt een toetsing aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming plaats. Tot slot wordt bepaald of het nemen van vervolgstappen nodig is. In hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming is de bescherming van houtopstanden geregeld. De kern is dat er een herplantplicht geldt als houtopstanden worden geveld en dat velling alleen is toegestaan na melding. De wet geldt niet voor onder andere houtopstanden binnen de bebouwde kom, erven of tuinen, uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden (Wnb, Art 4.1). Ter plekke van het plangebied wordt een oppervlak van 336 m2 aan ruigte met kleine boompjes verwijderd. Het plangebied is volgens de definitie van de Wet natuurbescherming onderdeel van een houtopstand (> 10 are) buiten de bebouwde komt van Lelystad. Derhalve, geldt bij de verwijdering van de ruigte met kleine boompjes, naar aanleiding van de aanleg van de telecommast, een herplantplicht binnen 3 jaar (Wnb, Art 4.3). De nieuwe beplanting moet van dezelfde kwaliteit zijn als het groen dat wordt verwijderd. Voor herplant op een andere locatie is een ontheffing nodig.

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

14

6

SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES

In onderstaande tabel (6.1) is overzichtelijk weergegeven welke beschermde natuurgebieden, soort(groep)en en houtopstanden aanwezig dan wel te verwachten zijn in het plangebied en directe omgeving. Tevens is weergegeven of de voorgenomen ontwikkeling mogelijk negatieve gevolgen heeft op deze beschermde natuurwaarden en wat de te nemen vervolgstappen zijn. Tabel 6.1 Overzichtstabel aanwezigheid beschermde natuurwaarden en vervolgstappen. Gebied aanwezig

Ingreep verstorend

Aanvullend onderzoek

Vergunningplicht

Natura 2000

Ca. 350 m

Mogelijk

Ja

Mogelijk

AERIUS berekening uitvoeren

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 500 m

Nee

-

-

-

Geschikt habitat

Ingreep verstorend

Aanvullend onderzoek

Overtreding Wet natuurbescherming

Gebiedsbescherming

Soortgroep

Vervolgstappen

Algemeen

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Uitvoeren broedvogelcheck indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen (globaal van half maart tot en met half juli) worden uitgevoerd. Indien buiten broedseizoen dan voldoen aan zorgplicht

Jaarrond beschermd

Mogelijk

Nee

-

-

-

Verblijfplaatsen

Nee

-

-

-

-

Foerageergebied Mogelijk

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Vliegroutes

Mogelijk

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Ja

Mogelijk

Mogelijk

Mogelijk

Nee

Mogelijk

Aanwezig

Ingreep verstorend

Aanvullend onderzoek

Vergunningplicht

Broedvogels

Vleermuizen

Vervolgstappen

Grondgebonden zoogdieren (Bever) Grondgebonden zoogdieren (overig) Houtopstanden

Ja

Ja

Nee

Mogelijk

Nader onderzoek naar vleermuizen Nader onderzoek naar vleermuizen Verkennend onderzoek naar bever Voldoen aan zorgplicht Vervolgstappen Herplant van 336 m2 met dezelfde kwaliteit. Voor herplant op een andere locatie is een ontheffing nodig.

Voor niet genoemde beschermde soorten/gebieden zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Wel dient altijd rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 2). Met betrekking tot beschermde gebieden en houtopstanden worden bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen herontwikkeling op de onderzoeklocatie.

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

15

7

GERAADPLEEGDE BRONNEN

BIJ12. (2017). Kennisdocument Bever (Castor fiber). Versie 1.0. Publicatienummer BIJ12-2017-001. Utrecht: BIJ12. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Leiden: Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. © NDFF - quickscanhulp.nl 26-01-2023. Netwerk Groene Bureaus. (2017). Soorteninventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming. Werkgroep 'Standaarden en protocollen'. Netwerk Groene Bureaus. Opgehaald van www.netwerkgroenebureaus.nl Natura 2000 gebieden. Geraadpleegd via https://www.natura2000.nl/gebieden, op 03-02-2023. Provincie Flevoland. (2021). Toelichting beleid kleine marterachtigen. SOVON algemene site. Geraadpleegd via https://www.sovon.nl/nl , op 03-02-2023 Ravon.nl Website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen zoals ringslang. Geraadpleegd op 03-02-2023. Tercera. Omgevingsverordening Provincie Flevoland. Geraadpleegd via: https://stateninformatie.flevoland.nl/Vergaderingen/Provinciale-Staten/2019/27februari/15:30/DOCUVITP-2349000-v4-Omgevingsverordening-Flevoland-definitief-incl-bijlagen-enkaarten.PDF op 08-02-2023. Telmee.nl. Website met soortenverspreidingsinformatie Geraadpleegd op 03-02-2023. Vergeer, J., Dijk, A. van, Boele, A., Hustings, F. & van Bruggen, J. (2016). Handleiding Sovon broedvogelonderzoek.

Sovon Vogelonderzoek Nederland en Centraal bureau voor de Statistiek, Nijmegen. Zoogdiervereniging.nl. Website met informatie over zoogdieren. Geraadpleegd 03-02-2023.

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

16

Bijlage 1: Verbodsbepalingen soortenbescherming Overzichtstabel met verbodsbepalingen op soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming Vogelrichtlijn (§ 3.1)

Habitatrichtlijn (§ 3.2)

Overige soorten (§ 3.3)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

17

Bijlage 2: Foto’s veldwerk en bijzonderheden plangebied

Figuur 1: ingang(en) van holen van vermoedelijk woelrat

Figuur 2: Vraatsporen van bever

Quickscan Ecologie, IJsselmeerdijk Lelystad, EC237005/SK

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=fa361545-97d9-46e3-973b-eef3df2b822c