Bijlages 1 tm 4 - Speelruimtebeleid 2024
Tekst van het document
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte Introductie Lelystad wil graag de kindvriendelijkste gemeente van Nederland zijn. Daarvoor wordt er beleid gemaakt, waarin deze ambitie vertaald wordt op hoofdlijnen. Over de concrete inrichting wordt in dit document verdere invulling aan gegeven en een standaard gesteld. In deze standaard zijn veel aandachtspunten verwerkt en zet een minimaal streefniveau neer. De hoofddoelstelling is het aanzetten tot nadenken over de verschillende aspecten gezondheid, uitdaging en beleving in spelen. Inhoud 1. Proces/ werkwijze groot onderhoud 2. Verschillende type speelruimte 2.1 Streefniveau per type speelruimte 2.2 Gewenste spreiding per type speelruimte 2.3 Richtlijnen voor speeltoestellen 2.4 Spelen door de buurt 3. Voorwaarden voor inrichting 3.1 Participatie 3.2 Inclusief spelen 3.3 Rookvrij 3.4 Scoringskaarten voor speelplekken 3.5 Ondergronden op speelplekken 3.6 Gebruik materialen (circulariteit) 3.7 Kwaliteitseisen overige elementen speelruimten
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte 1. Proces/ werkwijze groot onderhoud speelruimte Onderstaande afbeelding is een stroomschema van de betrokken afdelingen bij het proces groot onderhoud van de speelruimte. De renovaties die de komende jaren uitgevoerd gaan worden, worden opgenomen in een meerjaren onderhoudsplan. Na vaststelling van het beleid wordt deze opgesteld. Het moment van uitvoeren wordt bepaald door de veiligheid van speeltoestellen, waarin de theoretische en praktische vervaningsjaren een leidraad zijn. In de basis gaan we uit van een vervaningstermijn van ‘levensduur fabrikant + 5 jaar’. In theorie zal dit een levensduur zijn van 20 jaar, wat goed haalbaal is door het uitvoeren periodiek onderhoud. In de praktijk zullen we de speeltoestellen en buget spelen speelplekken goed monitoren door het doen van veiligheidsinspecties. Periodiek laten we Groot onderhoud inspecties uitvoeren door een extern bedrijf waarin de praktische vervaningsjaren zullen budget extern worden geinventariseerd. Zo kunnen we toestellen monitoren en de levensduur van Extern bv. Beheer openbare ruimte speeltoestellen (en gehele locaties) bijstellen motiemarkt waar nodig.
BOR
Het hoofddoel is dat toestellen ten alle tijden veilig zijn voor gebruik en dat er geen onnodige kosten worden gemaakt. Wanneer speeltoestellen daarom niet meer veilig zijn en de reparatie kosten van een toestel niet meer in verhouding staan tot de restwaarde van het toestel, worden toestellen altijd vervangen.
butget woon consulenten
Beleid en beheer
Informeel spelen
Overige
Opdracht vorming
IB
Ingenieursburo
vastgoed beheer stadsontwikkeling vergroening alg.
Ontwerp en participatie
Toetsing door BOR
Werkvoorbereiding en aanbesteding Uitvoering
Toezicht door IB
Oplevering
Toezicht door BOR
Acceptatie en registratie BOR
2
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte 2. Verschillende typen Speelruimte
2.2 Gewenste spreiding per type speelruimte
2.1 Streefniveau per type speelruimte Om het speel- en sportaanbod op wijkniveau op orde te krijgen (beleidsthema 1: aanbod op orde) en om binnen een wijk diversiteit en speelbeleving te creëren (beleidsthema 2: diversiteit en speelbeleving) identificeren we verschillende type speelruimte. We maken gebruik van de volgende type formele voorzieningen:
We streven ernaar dat het grootste deel van alle woningen (≈ 90%) twee speeltypes binnen loopafstand heeft. Op 200 meter is er een kleine speelplek en binnen 500 meter is er een buurtplek aanwezig. Wijk / stads brede voorzieningen hebben geen actieradius, omdat deze voorzieningen voor de hele stad zijn. Wel worden ze eerlijk verspreid over de verschillende wijken.
1. 2. 3. 4.
In sommige gevallen is deze niet haalbaar, doordat er fysiek geen geschikte plek is of niet wenselijk (te veel weerstand) is om een speelplek te maken binnen de gestelde afstand. In dat geval wordt er gezocht naar de dichtbij zijnde mogelijke locatie. Eventueel kan er ter compensatie een speelruimte in de directe omgeving worden aangevuld, zodat er wel een balans in de wijk blijft.
Stads- / wijkbredevoorzieningen Buurtplekken Kleine speelplekken Spelen door de buurt (buurt initiatief)
Hieronder een tabel met de richtlijnen per type speelruimte. De richtlijnen voor spelen door de buurt volgen in H2.4. kleine speelplek
buurtplek
wijk / stadsbrede voorzieningen
Leeftijden (primair)
3-8 jaar
3-12 jaar
alle leeftijden
Actieradius (streefafstand)
200 mtr
500 mtr
geen
Streefomvang
500 m2
1500 m2
Project specifiek
Doelgroep primair
direct omwonende
buurt
gehele wijk of stad
Speeltoestel gebruik
Niveau 1
Niveau 2
Project specifiek
Rookvrij
Ja, atlijd
Ja, altijd
Ja, altijd
Participatie bewoners
Niveau 1
Niveau 2
Project specifiek
Participatie intern
Niveau 1
Niveau 2
Project specifiek
Inclusief spelen
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 2
Gevaren 3-8 jarigen
Zo veel mogelijk beperken
Zo veel mogelijk beperken
Zo veel mogelijk beperken
Minimale score uitdaging/verblijf**
50% van de max. punten
70% van de max punten
80% van de max punten
Minimale score natuur/milieu**
50% van de max. punten
70% van de max punten
80% van de max punten
evt. Intern
evt. extern
extern
Ontwerp
*Indien het gaat om een speelplek met specifieke doelgroep of themas is afwijking mogelijk, zoals bijvoorbeeld een skatepark. **Punten kunnen worden verkregen door het invullen van de scoringskaarten. Deze kaarten kunnen veranderen wanneer de ambities veranderen (zie H 3.4).
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte 2.3 Richtlijnen voor speeltoestellen Onder toestellen verstaan wij speeltoestellen die vallen onder het WAS (Warenbesluit Attractie en speeltoestellen), zoals schommels/glijbanen/etc. Om meer speelbeleving te creëren wordt er meer ingezet wordt op een groenere omgeving en andere speelaanleidingen dan alleen toestellen. Toestellen blijven wel een onderdeel van de speelplekken, omdat dit voor bewoners een belangrijk en herkenbaar onderdeel is van speelplekken. Hiervoor hebben we een richtlijn opgesteld per type speelruimte. Voorwaarden voor minimaal aantal speeltoestellen: Kleine speelplek (niveau 1) vanaf Buurtplekken (niveau 2) 250 m2 vanaf 2000m² Diversiteit aanbod: kijken naar de speelruimten in de buurt. 1x toestel met meerdere speelfuncties 1x ondersteunend speeltoestel 2 speelaanleidingen, zonder dat het een toestel is Stimulatie sport/bewegen wenselijk
Richtlijn: 50% van de speelaanleidingen is bespeelbaar voor mindervaliden.
2x toestel met meerdere functies 1x ondersteunend speeltoestel 3x speelaanleiding, zonder dat het een toestel is. Er is duidelijke stimulatie voor sport en beweging aanwezig.
De speelaanleidingen zijn er vooral om meer uitdaging en diversiteit te creëren op de speelplekken. Deze aanleidingen bestaan uit elementen die niet onder de wetgeving voor speeltoestellen vallen. Zo stimuleren we dat een speelplek niet alleen bestaat aan toestellen geplaatst op een grasveld. Levensduur De levensduur van een nieuw toestel is belangrijk. Hiervoor is een minimale levensduur van 15 jaar. Toestellen van hout mogen niet rechtstreeks in de grond worden geplaatst. Deze dienen op een voet te worden geplaatst zodat er geen direct contact is tussen het hout en de aarde.
4
Duidelijke typeplaatjes Toestellen dienen te worden voorzien van duidelijke typeplaatjes, waarop de juiste informatie staat vermeld, verplichting (wetgeving WAS, artikel 4 en 6). Om ervoor te zorgen dat de informatie gedurende de gehele levensduur leesbaar blijft, accepteert de gemeente Lelystad alleen typeplaatjes met een gegarandeerde levensduur van 20 jaar, die kras en stootvast zijn en vandalismebestendig. Typeplaatjes van stickermateriaal worden niet geaccepteerd. Documentatie Voor in gebruik name van de speelplek wordt er een door een externe instantie een opleverinspectie uitgevoerd. Bij overdracht dient alle documentatie ontwerp/ kostenoverzicht/overige over gedragen aan beheer. Elk speeltoestel dient een certificaat van goedkeuring te hebben dat is afgegeven door een aangewezen instantie (AKI). Toestellen met waarbij de stabiliteit afhankelijk is van 1 staander: Deze zogenoemde ‘one post’ toestellen worden alleen geplaatst in ‘losse valondergronden’, zoals valdempend zand. De toestellen mogen alleen in vast ondergronden (bijvoorbeeld kunstgras) worden geplaatst wanneer de fundering zichtbaar boven de grond geplaats kan worden. Wanneer dergelijke toestellen ouder worden, dienen deze periodiek te worden gecontroleerd op stabiliteit, waarbij de fundering zichtbaar moet zijn of gemaakt worden.
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte 3. Voorwaarden voor inrichting Naast de verschillende type speelruimte hebben we ook voorwaarden opgesteld voor de inrichting van de speelruimte. 3.1 Participatie De inbreng van bewoners maakt een speelplek beter. Door de betrokkenheid van bewoners wordt er meer draagvlak gecreëerd en voelen bewoners zich meer medeeigenaar van de speelplek. Een plek kan immers de afspiegeling zijn van de wensen en van wat er leeft in de buurt. Daarom is bewonersparticipatie belangrijk. Bewoners zijn de gebruikers van hun leefomgeving. Zij hebben ervaring met de plek en kunnen direct aangeven waar mogelijkheden in de plek zijn en waar mogelijk knelpunten kunnen ontstaan. De bewoners vormen een groep met veel inzichten, kennis en ideeën. De participatie is gericht op de gebruikers van de betreffende speelplek: kinderen. Zij vormen onze belangrijkste doelgroep. Daarnaast moeten ook de ouders/verzorgers worden betrokken. Het begrip bewoners heeft dus betrekking op jong én oud uit de buurt. Soms is een plek ook niet alleen voor de kinderen. Maar voor verschillende groepen, kinderen, jongvolwassenen, volwassenen, ouderen, valide, mindervalide en andere achtergronden.
Participatie bewoners niveau 1 I t em
Uitvoering
Vooraankondiging middels schrijven (informeren).
Bewoners in een straal van 50 mtr en ophalen informatie bewoners. (Digitaal platform gewenst) Informeren betrokken groepen Voorbeelden:
Interne participatie Delen van een of meerdere ontwerpen waarin de opgehaalde informatie in overweging is genomen.
- Keuze uit verschillende ontwerpen - Commentaar geven aangaande leefbaarheid Informeren over uitvoering en mogelijkheid tot uitvoering Voorbeelden participatie bewoners: participatie bewoners - Schoonhouden locatie - Actieve toezicht - Beschikbaar stellen materialen voor bijvoorbeeld vogelhuisjes maken
Participatie bewoners niveau 2 I t em
Uitvoering
Vooraankondiging middels schrijven (informeren)
Bewoners in de wijk en uitnodiging voor informatie avond. Actief benaderen en betrekken buurtcoaches, woonconsulenten en andere mogelijke betrokkenen Bij voldoende animo, anders niveau 1 - Delen voorlopig ontwerp - Commentaar aangaande leefbaarheid - Mogelijke problemen en gevaren - Bespreken mogelijke actieve participatie - Speciale behoeften vanuit de wijk - Invaliden woonachtig en behoeften
Interne participatie
Informatieavond
Vaststellen definitief ontwerp
Voor elk type project moet de juiste afstemming worden gevonden, zodat de juiste informatie wordt opgehaald en gedeeld met de verschillende doelgroepen. Daarnaast is het altijd goed om betrokkenen deelgenoot te maken van het project. Dit zouden we eventueel kunnen doen door een actieve bijdrage te vragen. Het is natuurlijk niet mogelijk bij elk klein project mogelijk om de maximale gereedschapskist voor participatie open te trekken, omdat dit meer dan een dagtaak zou zijn. Toch willen we de volgende minimale standaard neerzetten
Delen definitief ontwerp met deelnemers informatieavond
Participatie bewoners wijk / stads voorzieningen Dit zijn voorzieningen voor de hele stad en soms voor speciale doelgroepen. Hiervoor moeten de verschillende doelgroepen voor participatie worden geïdentificeerd. Voor de stadsvoorzieningen wordt niveau 2 als basis gebruikt en indien zinvol en mogelijk wordt er gewerkt met een focusgroep van 6-12 personen. Deze groep wordt actief betrokken en gevraagd om actieve inbreng in het ontwikkelen van de voorziening. 3.2 Inclusief spelen Hoe klein of groot de groep ook is, iedereen moet mee kunnen doen. Mensen met en beperking hebben op dit moment weinig kans om buiten te spelen, bewegen en anderen te ontmoeten. Nog meer dan andere inwoners lopen zij tegen sociale en fysieke drempels aan waardoor zij weinig buiten zijn in de eigen wijk.
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte Door in de directe woonomgeving al in te zetten op plekken voor iedereen, kan samen spelen en dus inclusie al vanaf jonge leeftijd worden gestimuleerd. Dit vergt soms enige aanpassingen aan een speelplek, maar belangrijk is dat er vooral niet gedacht moet worden in speciale toestellen in een aparte hoek. Het gaat immers vooral om samenspel en inclusiviteit. Om dit belang te benadrukken is eind 2019 ook het SamenSpeelAkkoord getekend door onder andere de branchevereniging Spelen en Bewegen en het ministerie van VWS. In dit akkoord laten de ondertekenaars zien gezamenlijk op te trekken om samen spelen voor alle kinderen mogelijk te maken en roepen ze gemeentes op om hier ook aan mee te doen. Ter inspiratie voor toepassing van het Samenspeelakkoord heeft de VNG een bundel uitgebracht “Aan de slag met samenspelen” (VNG: 2019). Hierin wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde 100-70-50-richtlijn voor goede samenspeelplekken: • Een kind of inwoners met een handicap moet zich 100% welkom voelen. • 70% van de speelplek moet voor iedereen toegankelijk zijn (paden, ondergronden) • 50% van de speelaanleidingen moet bespeelbaar zijn voor ieder kind. Deze richtlijn is geen verplichting, maar een voorbeeld van hoe toegankelijkheid in de openbare speelruimte kan worden toegepast.
Het gaat daarbij dus om meer dan alleen het plaatsen van rolstoelvriendelijke speeltoestellen. Inclusief spelen: niveau 1 De behoefte aan inclusief spelen halen we op tijdens het uitvoeren van de participatie. Er wordt speciaal gevraagd en gekeken naar de behoefte van de omwonende kinderen en deze worden verwerkt in de speeltuin. Ook indien er tijdens de levensduur van een speelruimte een behoefte komt vanuit de wijk (bijvoorbeeld een gehandicapt kind komt in de buurt wonen) worden er indien nodig aanpassingen gedaan om het samenspelen mogelijk te maken. Op deze manier kunnen we de behoeften van de specifieke invalide persoon op een meest optimale manier toepassen. Op de kleine locaties zal de focus altijd liggen op de toegankelijkheid van locaties en het mogelijk maken van samenspelen. Het gaat niet om het creëren van een aparte hoek, waar een rolstoeltoegankelijk speeltoestel wordt geplaats. Inclusief spelen: niveau 2 Deze locaties zijn voor alle inwoners van Lelystad. Er wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de 100-70-50 richtlijn (VNG: 2019). Op deze locaties ligt de focus op het stimuleren van samenspel en het bij elkaar brengen van verschillende doelgroepen.
6
3.3 Rookvrij De Gemeente Lelystad omarmt het gedachtegoed van de beweging Rookvrije Generatie en sluit zich hier graag bij aan. Er wordt ingezet op het creëren van meer rookvrije speelplekken in de stad. Naast het plaatsen van rookvrij-borden op het terrein en bij de entree, zal er aandacht besteed worden aan het betrekken en informeren van buurtbewoners en bezoekers. Bestaande communicatiekanalen worden ingezet om het rookvrij beleid bekend te maken. Het betreft geen wettelijk verbod op roken, aangezien dit niet mogelijk is. De beweging Rookvrije Generatie richt zich op gedragsverandering en op het goede gesprek over dit onderwerp. Door de aanduidingen wordt het voor bezoekers gemakkelijker om elkaar aan te spreken op rookgedrag, zonder hierbij in conflict te raken. Het doel van gemeente Lelystad is om binnen 3 jaar alle speelplekken in Lelystad rookvrij te krijgen. Dit draagt bij aan de ambitie om de meest kindvriendelijke stad van Nederland te worden. Daarnaast sluit het aan op de doelstelling van het Lokaal Preventieakkoord, waar wordt ingezet op meer rookvrije zones op plekken waar kinderen in de openbare ruimte zijn, zoals speelplaatsen en sportgelegenheden . De concrete invulling van de Rookvrije speelruimte is als volgt:
Het plaatsen van een bord en/of tegel bij elke toegang van de speelplaats.
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte 3.4 Scoringskaarten voor speelruimte
De scorekaart wordt ingevuld door de ontwerper van de speelruimte. De beheerder en/of beleidsmedewerker spelen zal de scorekaart controleren samen met het ontwerp van de speelruimte. Bij afwijkingen wordt hierover overlegd. Scoringskaart: speelbeleving en verblijfswaarde Op het actief aanwijzen en inrichten van speelruimte niveau moet er breder gekeken worden dan alleen het plaatsen van een toestel. Bij het invullen van de speelruimte moet juist gekeken worden naar andere speelaanleidingen en de algehele beleving van de ruimte. Zonder aandacht voor deze aspecten zal een speelruimte niet optimaal worden benut. Om een uitdagende speelruimte en een prettig verblijf ook een onderdeel te maken van het denk- en ontwerpproces is er een scoringskaart gemaakt. Door het invullen van een bepaalde score per onderdeel, komt er een totaal uit. Voor het totaal aantal punten is een minimum vastgesteld. Scoringskaart: Klimaat Door de huidige ontwikkelingen in de wereld op het gebied van klimaat en gemeentelijk beleid is dit ook een aandachtspunt geworden binnen de openbare speelruimte. Door rekening te houden met het klimaat wordt ook de verblijfswaarde op speelplekken verbeterd. Om het klimaat onderdeel te maken van het denk- en ontwerpproces is er een scoringskaart gemaakt.
Locatie en directe omgeving
Wanneer een item niet relevant is voor het ontwerp hoeft deze niet te worden ingevuld en meegenomen worden in het totaal aantal punten.
Scorekaart klimaat
Voor renovatie en aanleg
Ecologisch
Het invullen van de scoringskaart (zie volgende pagina’s) gebeurt door punten toe te kennen per item op de scoringskaart. De volgende punten kunnen toegekend worden per item: • 20 punten – voldoet 100% • 10 punten – voldoet deels • 5 punten – iets aanwezig, maar nog onvoldoende Voor elke type speelruimte is een percentage vastgesteld dat minimaal behaald moet worden (zie hoofdstuk 2.1). Wanneer de punten van alle items bij elkaar worden opgeteld, moet dit percentage behaald worden. Voorbeeld: Een buurtspeelruimte wordt opnieuw ingericht. Volgens de scoringskaart ‘speelbeleving en verblijfswaarde’ scoort de inrichting 310 punten. De maximale score is 520 (26 items x 20 punten). Het behaalde percentage is daarmee 60% (310 / 520 X 100%). De nieuwe inrichting volstaat daarmee op speelbeleving en verblijfswaarde.
max score per item: 20 punten
Algemeen/Omgeving Voor de omgeving is een ecologische doelstelling gefomuleerd en past de speelruimte in deze doelstelling? De ruimte fungeert als stapsteen tussen omliggende natuurgebieden, en er is duidelijk een relatie met omliggende omgeving 70% van de toegepaste materialen is duurzaam geproduceerd of vanuit hergebruik Bodem De bovenlaag is voorzien van een goed verteerde strooisel / humuslaag er is voldoende bodemleven in de strooisellaag aanwezig Bij regenpieken wordt overtollig water in de omgeving opgeslagen, er staan geen plassen op de verharding; er is geen wateroverlast. Afvoer van regenwater is afgekoppeld van het riool en er is een opslag capaciteit voorzien? Inrichting Oppervlakte bestrating / gesloten verharding is maximaal 50% van het van het totale speeloppervlak (Hittestress/Klimaat adaptief) Er is een gezonde gevarieerde vegetatie aanwezig met voldoende structuur (hoog - laag, open - gesloten en jong-oud) Er wordt alleen gebruik gemaakt van natuurlijke ondergronden? Er s 1 of meer bomen ouder dan 25 jaar aanwezig Er is dood loofhout aanwezig (staand/liggend) (Biodiversiteit) Wordt de afbakening van de speelruimte voorzien in een natuurlijke vorm, anders dan een statisch hekwerk? Wordt de aangebrachte beplanting dusdanig beschermd dat het de kans krijgt om groot te groeien en niet onder de voet wordt gelopen door gebruikers van de speelruimte?
Voedsel/vocht/veiligheid en voortplanting (de speelplek of nabije omgeving) Er is voldoende voedsel leverende inheemse beplanting aanwezig (nechtarbloemen / bessen / vruchten / noten) Voorziet in een permanente drinkplaats, makkelijk toegangkelijk voor dieren? Er zijn voldoende opgaande dichte struiken eventueel met stekels / doornen die schuilmogelijkheden (veiligheid bieden voor vogles en zoogdieren en/of luwte voor vlinders min. 30% van het terrein De oppervlakte beplanting is minimaal 30% van het terrein Er is een uitkijkpost (veiligheid) voor vogels aanwezig 1 per 100 m2 Zorgen de buurtbewoners voor een actieve bijdrage aan de speelplek, door bijvoorbeeld een actieve bijdrage in het onderhouden van de speelplek, gezamelijke moestuin of het verzorgen van insectenhotels/nestkasten Er zijn nestkastjes (voortplanting) voor vogels, zoogdieren en insecten aanwezig (totaal minimaal 1 per 200 m2 Totaalscore natuur/milieu
Waarde
dan de speeltoetellen? Is er vrije ruimte om eigen creatiefspel ten uitvoer te brengen, naast de ingerichte ruimte met speeltoestellen Stimulans tot ontmoeting verhoging tot speelactiviteit Nodigt de speelruimte uit tot meer ontmoeting voor verschillende leeftijdsgroepen boven de 19 jaar? Er is een samenwerking en afspraken met andere organisaties (bijv. stichting/school/kinderdagverblijf/bewoners) waarbij het gebruik van de speelruimte wordt bevorderd. Omgeving Is de speelruimte afgestemd op de directe omgeving. Past deze hier goed in en zijn er verbindende elementen terug te vinden? Is het een Leerzame speelplek door educatieve elementen toe te voegen?
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte Scorekaart speelbeleving en verblijfswaarde
max score per item: 20 punten Veiligheid en bereikbaarheid Waarde Toegangswegen van en naar de speelplek zijn veilig voor kinderen vanuit de doelgroep? Is er een goede bariaire tussen mogelijke gevaren vanuit de omgeving en de
Voor renovatie en aanleg
Uitdaging en verblijf
Speelplek specifiek
speelruimte, waardoor ouders kinderen vrij kunnen laten spelen? Er is een parkeerverbod straatzijde aangrenzend aan de speelruimte of er is een stoep van minimaal 5 mtr breedte? Er is voldoende zicht op de speelruimte om sociale controle mogelijk te maken vanuit de directe omgeving? Er is gedacht aan de mogelijkheid voor het parkeren van fietsen en eventueel auto's van bezoekers (indien van toepassing) De speelruimte is ingericht om vandalisme zoveel mogelijk te voorkomen. Schoon Is er een verbod voor honden in de speelruimte en is dit ook actief zichtbaar? Er zijn afspraken gemaakt met bewoners/school/stichting of overige betrokkenen over het dagelijks schoonhouden van de speelruimte? Prettig spelen en verblijf Er is voldoende er een balans tussen zon en schaduw tijdens voor kinderen tijdens het spelen. Zijn er meerdere speelaanleidingen buiten de speeltoestellen om, die creatief spel bevorderen. Zorgt deze speelruimte voor meer diversiteit in de directe speelomgeving (afgezet tegen andere speelruimten in de nabije omgeving) De speelplek ligt minimaal 50 mtr van een drukke straatweg (meer dan 10.000 voertuigen per etmaal) en 100 mtr van een eventuele rijksweg? Heeft de speelruimte voldoende obstakels voor spannende speelruimte en geborgenheid voor de kinderen van de doelgroep? (bijvoorbeeld hagen) Wordt er gebruikgemaakt van 4 of meer verschillende ondergronden?
8
Heeft de speelruimte een groene uitstraling? Zijn er hoogteverschillen die bijdagen aan meer spanning in het beeld, anders dan de speeltoetellen? Is er vrije ruimte om eigen creatiefspel ten uitvoer te brengen, naast de ingerichte ruimte met speeltoestellen Stimulans tot ontmoeting verhoging tot speelactiviteit Nodigt de speelruimte uit tot meer ontmoeting voor verschillende leeftijdsgroepen boven de 19 jaar? Er is een samenwerking en afspraken met andere organisaties (bijv. stichting/school/kinderdagverblijf/bewoners) waarbij het gebruik van de speelruimte wordt bevorderd. Omgeving Is de speelruimte afgestemd op de directe omgeving. Past deze hier goed in en zijn er verbindende elementen terug te vinden? Is het een Leerzame speelplek door educatieve elementen toe te voegen?
Wordt er een programma opgesteld door buurtconsulenten en jongerenbegeleiders waarbij er actief gebruik wordt gemaakt van de speelruimte? Inclusief en verbinding Is er voldoende zitgelegenheid? Voldoet de speelruimte aan de Norm van de VN voor toegankelijkheid voor minder validen? Zijn er afspraken gemaakt met bewoners/school/stichting over het onderhoud van de speellocatie. Bijvoorbeeld: bijhouden groen, watergeven aanplant en Wordt er actief deelgenomen met de aanleg van de speelruimte door bewoners/school/stichting, bijv. door het maken van een insectenhotel of gelijkwaardig? Totaalscore uitdaging/verblijf
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte De keuze in ondergronden is ook een belangrijk onderdeel in het omgaan met het milieu. Hierbij willen we zo veel mogelijk natuurlijke ondergronden toepassen. Zo is bijvoorbeeld kunstgras niet bevorderend bij hitte stress en de biodiversiteit. Toch ontkomen we er niet aan om voor bepaalde doeleinden uit te wijken naar niet natuurlijke materialen, voor bijvoorbeeld een cruijf court of op slijtplekken bij schommels. Om richting te geven aan de keuze voor ondergronden is het naastgelegen keuzemodel vorm gegeven. Kwaliteitseisen toepassen van ondergronden Regelgeving betreffende laagdiktes en te gebruiken materialen zijn van toepassing op onderstaande. Item Do's Don't Koude overgangen naar andere Kunstgras Indien mogelijk rondom afsluiten met 10x20 band ondergronden Denk aan goede vocht afvoer, zodat er geen drijvend kunstgras onstaat. Snippers Beperkt toepassen Toepassen waar water zich verzameld Rekening houden met toegangelijkheid (minder validen) Overmatig puin eerst uit grond zeven (indien Bouwgrond 1 op 1 gebruiken zonder Gazon nodig) grondverbetering toe te passen Rekening houden met mogelijke slijtageplekken. Toepassen van doorgroeitegels 65 mm bij shommels minimaal 1x2 mtr per zitje of gelijkwaardig.
Rekening houden met toegangelijkheid (minder Valzand validen) Denk aan goede vocht afvoer Rubberen Onder rubberen vloeren een basis van 30x30 Plaatsen en vervaardigen rechtstreeks op vloer tegels toepassen of gelijkwaardig zand/grond onderlaag
Keuzemodel ondergronden Is er in de ruimte een specifiek toestel voor minder validen of is er overgang voor mindervalide JA benodigd?
NEE
Is er een groot risico op slijtage plekken, die gevaar opleveren voor de veiligheid
JA
Gebruik niet natuurlijke ondergronden mogelijk tot 110% van de verwachte slijtageplekken, overige natuurlijk houden Voorbeelden:
NEE
Schommel in het zwaaistuk Uiteinde glijbaan Opstap speeltoestel
JA
Toepassen van niet natuurlijke ondergrond mogelijk tot 25% buiten de benodigde valruimte toestel toegestaan.
Is er spelvorm waardoor een niet natuurlijke ondergrond nodig is?
JA
Toepassen van niet natuurlijke ondergrond mogelijk. mits deze wordt gecopenseerd door 20 extra punten op scoringskaart onderdeel
NEE
Moet er een valhoogte van meer dan 60 cm worden
NEE
Is er een sportdoelstelling anders dan een trapveld
JA
mogelijkheid om af te wijken van natuurlijke ondergrond indien de sport dit verlangt.
JA
Voorbeelden: basketbal of cruyf court gazon vanaf 150 cm niet meer toepasbaar
Moet er een valhoogte van meer dan 150 cm worden opgevangen?
NEE
JA
Betreft het hier een speelplek meer dan 60 m2
NEE
Toepassen van niet natuurlijke ondergrond mogelijk tot 40% buiten de benodigde valruimte toestel. Speelplek is te klein
JA
NEE
Natuurlijke ondegrond gebruiken
3.5 Ondergronden op speelplekken
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte 3.7 Gebruik materialen (circulariteit)
3.8 Kwaliteitseisen overige elementen speelruimten
Hergebruik Hierbij kan men denken aan het minimaliseren van transportbewegingen, hergebruiken van bestratingsmaterialen, grondkeringen, toestellen opnieuw gebruiken en eventueel is het ook mogelijk om toestellen op te knappen voor nog een speelronde. Om de belasting zoveel mogelijk te beperken op het milieu kiezen we ervoor om materialen zoveel mogelijk her te gebruiken. Voorwaarden voor toepassen hergebruikte materialen • Minimale restlevensduur 7-10 jaar (eventueel met toepassing van een revisie/ upgrade) • Veilig voor mens en dier • Van toepassing voor de doelgroep Toepassen van nieuwe materialen De toepassing van nieuwe materialen is onontkoombaar, hierbij hebben natuurlijke, duurzaam geproduceerde of materialen vervaardigd uit gerecycled materiaal de voorkeur. Onderstaande tabel geeft daarom de mogelijkheid om een te kort aan punten voor natuur/milieu score op te hogen. De correctiepunten kunnen gebruikt worden om het eventueel te kort aan punten voor natuur/milieu score op te hogen. Item Hergebruik van een speeltoestel klein (afkomstig van deze locatie of van een andere locatie) Alle grondsoorten blijven in het project en worden verwerkt. Hergebruik van materialen met een omvang van minimaal 10% van het project (financieel gezien)
10
correctie 20 pnt 15 pnt 20 pnt
Toepassen van nieuw materiaal dat is gemaakt van gerecycled materiaal, met een waarde van minimaal 10% van het project. (alleen toepasbaar als alternatieve niet mogelijk zijn)
20 pnt
Het recyclen van materialen die afkomstig zijn van de locatie of uit de directe omgeving. Minimaal 10% van de projectwaarde.*
20 pnt
Het toepassen van duurzaam geproduceerde nieuwe materialen, met een waarde van minimaal 10% van het project.
10 pnt
Item Hekwerken Beplanting
Hoogteverschillen
Afstanden
Zitelementen
Do's Dubbelstaafsmat hekwerk Spijlen hekwerk Gebruik soortenlijst groen Beschermen zodat het de kans krijgt om te groeien en niet plat wordt gelopen Onderhoudsplan Grastaluds 1/50 toepassen (maaien)
Afvoer van water algemeen Min. 1 toegang 3 mtr breedte voor onderhoudswerkzaamheden Gazonbreedtes van minimaal 2 mtr aanhouden (grasmaaien) Goed zicht creëren voor sociale controle (hangjongeren) Gebruik materialen voorgeschreven team objecten
Don't Schapenhekwerk (vandalisme) Fragiele beplanting gebruiken Elementen plaatsen onder de kruin van bomen
Toestellen plaatsen op lager gelegen grond, waar water zich kan verzamelen
Bijlage 1: Werkwijze groot onderhoud en nieuwe speelruimte
Bijlage 2: Factsheet - Natuurlijke spelen en vergroenen In deze bijlage wordt dieper ingegaan op de veiligheidskaders voor natuurlijk spelen, aandachtspunten van verschillende vormen van vergroening voor o.a. beheer en veiligheid en toepassingskaders, -kanttekeningen én -tips voor de vergroening van openbare (speel) ruimte. Actuele status Met betrekking tot de veiligheid op natuurlijke speelplekken is veel onduidelijkheid en wordt regelmatig gesproken over het “grijze gebied” tussen wens (vooral lekker ravotten) en de realiteit (aansprakelijkheid, veiligheid). In 2008 is door de VWA de factsheet Speelbossen opgesteld. Hierin zijn de kaders geschetst voor de toepassing van natuurlijke speelaanleidingen in de openbare ruimte. In bepaalde gevallen geldt namelijk dat het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) van toepassing is. Het WAS behandelt de wet- en regelgeving voor speelvoorzieningen en schrijft voor op welke wijze de veiligheid op deze plekken geborgd kan worden (o.a. certificering, inspecties, onderhoud).
12
Scope Hoewel er veel overeenkomsten zijn (beiden groen) is het belangrijk om onderscheid te maken tussen het vergroenen van de openbare (speel)ruimte en het omvormen van speelplekken naar natuurspeelplaatsen. Waar het eerste vooral gaat over het plaatsen van extra bomen, beplanting of het toepassen van gras als (val)ondergrond, gaat het toepassen van natuurlijk spelen een stapje verder. Hier zijn vanuit de wet- en regelgeving ook (aanvullende) richtlijnen opgesteld om de veiligheid te borgen. Door goede afstemming met beheer en veiligheid kunnen beide processen bijdragen aan een leefbare en aantrekkelijkere openbare (speel)ruimte.
Certificeren en inspecteren Op plekken waar het WAS van toepassing is, is het nodig om de veiligheid te borgen door de certificering van speelobjecten en/ of het terrein. Dit laatste wordt vaak gedaan bij natuurlijke speelterreinen waar het onbegonnen werk is om elke speelaanleiding afzonderlijk te laten certificeren. Met de certificering kan aangetoond worden dat de speelplek veilig is ingericht.
Wanneer geldt het WAS? Voor de veiligheidsrichtlijnen is het belangrijk of een plek met natuurlijke speelaanleidingen gezien wordt als een speelplek. Op dergelijke locaties geldt immers de volgende reikwijdte van het WAS:
Borden en verantwoordelijkheden Regelmatig wordt de vraag gesteld of een bord met de tekst “spelen op eigen risico” meer juridische mogelijkheden geeft om de verantwoordelijkheden met betrekking tot het spelen op openbare speelplekken over te dragen aan gebruikers van de speelplek.
Om de veiligheid ook na aanleg te borgen is het nodig om goed beheer uit te voeren en daarbij de speelplek ook regelmatig te laten inspecteren op veiligheid. Gekoppeld aan een goede registratie kan vervolgens worden aangetoond dat voldaan is aan Op deze pagina wordt eerst verder ingegaan de verantwoordelijkheden die het WAS op de veiligheidsaspecten bij natuurlijk spelen. voorschrijft.
De factsheet Speelbossen staat ter discussie. Volgens veel deskundigen gaat de factsheet te ver in de regelgeving en moet er meer ruimte zijn voor natuurlijk spel. Het is daarom goed mogelijk dat er een nieuwe factsheet wordt ontwikkeld.
Doelbewust op een speelterrein geplaatste natuurlijke materialen die zijn bewerkt of verwerkt in een constructie met meerdere/ andere (natuurlijke) materialen én door deze bewerking of verwerking uitnodigen tot spelen.
Voor deze bijlage bij het Speelruimtebeleid 2024 is de factsheet uit 2008 het leidende document om de veiligheidskaders te schetsen voor natuurlijk spelen in de openbare ruimte. Bij het opstellen van deze bijlage is dan ook uitgegaan van dit document.
Of iets een speelterrein is of niet, wordt bepaald door de communicatie/definitie erover vanuit de gemeente (Speelbossen, Speeljungle, Speelplek) maar ook de inrichting zelf (wel of geen speeltoestellen). Meer uitleg hierover is te vinden in het WAS zelf.
Op dit moment is dit nog niet het geval. Natuurlijk kunnen borden op een (natuurlijke) speelplek gebruikers wijzen op andere risico’s die samenhangen met het spelen in een natuurlijke speelomgeving (zie ook pagina 3 van deze bijlage). Kinderen kunnen hier vies worden, een schram oplopen of een nat pak halen. Het is echter niet zo dat dergelijke borden de verantwoordelijkheid verminderen voor de beherende partij. Certificeringen en inspecties blijven daarmee nodig en een taak van de gemeente/beheerder.
Wel een speelplek, maar geen certificering Voor natuurlijke speelaanleidingen die niet als constructie kunnen worden aangemerkt (los materiaal), geen duidelijke speelwaarde of risico’s kennen (doolhoven, wilgenvlechtwerk) of door de natuur zelf zijn ontstaan (speeleilanden, tegen elkaar aangevallen bomen) geldt dat deze niet onder het WAS vallen (zie voorbeelden hieronder). Geadviseerd wordt om in dit geval wel een risico-analyse uit te voeren en deze voorzieningen toch mee te nemen in de reguliere inspecties.
Factsheet - Natuurlijke spelen en vergroenen Bij het vergroenen van speelplekken gaan de thema’s spelen, klimaat, biodiversiteit en gezondheid hand in hand. Speelplekken zijn bij uitstek geschikt voor vergroening en vervullen een belangrijke rol bij de klimaatadaptatie van de openbare ruimte. Anders dan tuinen en de meeste daken heeft de gemeente hier zelf de regie over de inrichting. Groene speelplekken zijn er in soorten en maten. Van een grasveld met speeltoestellen tot een natuurlijk speelterrein waarin gebruikers in en mét de natuur kunnen spelen. Buiten de officiele speelplekken, spelen kinderen ook in bosjes, parken en ander gemeentelijk groen. Het creëren van een groenere speelomgeving heeft niet alleen betrekking op de speelplekken met toestellen, maar op de hele openbare ruimte. Dit betekent natuurlijke speelmaterialen, ondergronden en de mogelijkheid om zelf vorm te geven aan de speelruimte en zo de fantasie en exploratiedrang te prikkelen. Toestellen zijn hierbij niet uitgesloten, maar zeker niet noodzakelijk om toe te voegen.
Groen voor SPEL EN VERBLIJF
Groen voor GEZONDHEID
Voordelen: • Groene ruimtes zijn prettige verblijfsplekken tijdens warme dagen • Goede groene speelruimte is uitdagend en stimuleert exploratief en creatief spel omdat kinderen er zelf vorm aan kunnen geven
Voordelen: • Bevorderen motorische/cognitieve ontwikkeling • Vermindering blootstelling UV-straling • Mentale ontspanning en betere concentratie in de klas
Zichtbaar groen versterkt de aantrekkingskracht van de buitenruimte bij zowel volwassenen als kinderen. Een groene omgeving daagt kinderen uit om een eigen spel te bedenken en op avontuur te gaan.
Een groene omgeving heeft een positief effect op het welzijn van inwoners. Ze voelen zich gelukkiger in een groene omgeving en meer groen draagt bij aan de ontwikkeling en gezondheid van kinderen1+2. Daarbij biedt groen bescherming tegen de zon2.
Groen voor BIODIVERSITEIT
Groen voor KLIMAAT
Voordelen: • Ruimte voor flora en fauna • Natuurlijke plaagbestrijding, bijv. processierups en muggen door vogels en gaasvliegen • Natuureducatie en ander type spel
Voordelen: • Minder wateroverlast, betere afwatering • Meer groene speelplekken zorgen voor een verkoelend effect op de directe omgeving.
Met groen op speelplekken zorgt voor nestplaatsen en schuilplaatsen voor insecten, vogels en andere dieren om zo in de stad te leven en overleven2. Meer biodiversiteit bevordert het ecologisch evenwicht en draagt bij aan natuureducatie (beestjes zoeken, bloemen plukken, wisseling van seizoenen etc.).
Groene speel- en sportplekken kunnen een rol spelen in het hitte- en watermanagement van de stad2. Vergroening van speelplekken in woonwijken helpt om (lokaal) hitte tegen te gaan en water sneller af te voeren, of juist tijdelijk vast te houden. De stad wordt op deze manier beter bestand tegen weersextremen.
Overwegingen - vergroening en veiligheid
Overwegingen - vergroening en speelcultuur
Vergroening heeft soms consequenties voor de (omgang met) veiligheid op een speelplek. Op een speelplek wordt bijvoorbeeld anders omgegaan met de toepassing van eenvoudige natuurlijke speelomleidingen. Dit heeft te maken met de reikwijdte van het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS).
Vergroening van speelplekken is aantrekkelijk en nuttig, maar is niet overal haalbaar of gewenst. Het kan zelfs ten koste gaan van de waardering en het gebruik van een plek door bewoners. Bijvoorbeeld omdat ouders bang zijn voor de risico’s van natuurlijk spelen zoals tekenbeten of kapotte of vieze kleding. Kinderen vinden het daarom ook zelf niet altijd even leuk om buiten te ravotten. Draagvlak en betrokkenheid vanuit de buurt is van belang en niet vanzelfsprekend.
In parken, (speel)bossen en buitengebied (plekken waar jonge kinderen in de regel niet zelfstandig komen) wordt aanbevolen op een informatiebord aan te geven dat er sprake kan zijn van andere speelrisico’s. Bij voorkeur wordt dit op een positieve manier gebracht (je kunt hier lekker ravotten, vies worden en met takken slepen!). Hiermee informeer of waarschuw je de gebruiker voor eventuele risico’s en heb je meer inrichtingsmogelijkheden. Het vervangt echter niet je beheerof veiligheidsverantwoordelijkheden en bij toepassing van speeltoestellen geldt ook nog steeds het WAS. Het blijft daarom altijd nodig om wel langs te gaan.
Per buurt moet daarom gekeken worden naar de meest geschikte vorm om te ‘vergroenen’, er zijn immers veel verschillende vormen. Van eenvoudige speelaanleidingen in een grasveld met bomen tot een plek met zand, water, verschillende soorten beplanting en niveauverschillen als ultieme ravotplek. Het maken van een goed ontwerp en goede afstemming met de buurt en buurtprofessionals is essentieel voor het laten slagen van een groene speelplek.
Factsheet - Natuurlijke spelen en vergroenen
Speelgroen en speelaanleidingen Kinderproof beplanting: niet giftig, zonder scherpe stekels, robuust en snelgroeiend. Voorbeelden: haagbeuk, wilgen, kornoelje, hazelaar, olifantengras en bloemrijk hooiland. • Plant bij voorkeur in groepen om goede speelbosjes te creëren. • Laat snoeiafval, vooral van de wilg en hazelaar, (deels) liggen zodat kinderen hier mee kunnen spelen en bouwen. Hier moet je wel geschikte locaties voor kiezen, een stedelijke omgeving leent zich hier duidelijk minder goed voor. Natuurlijke speelaanleidingen: kunnen worden aangelegd om de diversiteit van het speelaanbod te vergroten. Bijvoorbeeld: heuvels/glooiingen, stapstammen, zwerfkeien, palenbos, wilgenhutten- of tunnels. Rioolbuizen en autobanden vallen niet helemaal onder de categorie ‘natuurlijk’, maar worden wel vaak in combinatie met natuurlijk spelen toegepast. • Speelaanleidingen geplaatst op officiële speelplekken moeten voldoen aan de veiligheidseisen van het WAS. • Voor natuurlijke speelaanleidingen die extra en/of specifiek beheer vragen is bewonersparticipatie noodzakelijk. Bijvoorbeeld bij wilgenhutten en stapstammen van lokaal kaphout.
14
Speelbomen: zoals vleugelnoten, wilgen en haagbeuken zijn voorbeelden van goede snelgroeiende klimbomen die weinig bevattelijk zijn voor ziektes. Ook (andere) notenbomen kunnen extra speelwaarde toevoegen door de noten in de herfst. • Kroon speelbomen niet op. • Plaats bomen niet te dicht bij toestellen en paden (wortelgroei) • Plant alleen op plekken waar de bomen volop mogen groeien • Plant geen tamme kastanjes op speelplekken of tenminste een eind bij de toestellen vandaan. Ondanks de onschuldige naam en eetbare binnenkant hebben deze noten een stekelige buitenkant. Eetbare beplanting: zoals appels, peren, kersen, noten, bessen, etc. • Een combinatie met participatie en beheer door bewoners is hierbij een must. • Plant eetbare soorten niet te dicht op de toestellen/het ‘speelgedeelte’ van een speelplek. • Bramen en frambozen zijn prikkelaars en woekeraars (en geven vlekken) en moeten enigszins in toom worden gehouden om een plek bespeelbaar te houden. Regelmatig onderhoud (door bewoners) is hierbij noodzakelijk. • Gevallen appels en peren moeten tijdig worden geraapt om overlast door wespen te voorkomen. LET OP! - zoals de benoemde punten aangeven is het belangrijk dat bewoners onderdeel zijn van het beheer van een groene speelplek. Zonder draagvlak heeft (onderhoudsintensief) groen vrijwel geen kans van slagen.
Schaduw en groenbuffer Op grote speelplekken: kunnen bomen met een grote kroonomvang worden geplant. Positioneer bomen (of de speelplek) zo dat de toestellen op het heetst van de dag in de schaduw liggen. • Zorg dat (kunststof en houten) toestellen en ondergronden niet de hele dag in de schaduw liggen om groene aanslag te voorkomen. • Zorg dat bomen zo worden geplaatst dat zo min mogelijk bladafval op de toestellen en ondergronden terecht komt. dit komt de gebruiksduur en levenduur ten goede. Op kleine speelplekken/ruimtes: kunnen dak- en leibomen worden gebruikt voor het creëren van schaduw. Het voordeel is dat deze bomen minder ruimte innemen en minder hoog worden (mits regelmatig gesnoeid). • Alternatieven zijn een prieel of pergola met begroeiing of een schaduwdoek (bij scholen). Een goed ingerichte groenbuffer op speelplekken langs drukke wegen verbetert de beleving (optisch). Ook kan groen geluidshinder dempen2 op een speelplek. • Het is belangrijk om met de groenbuffer een wal te creëren. Een rij opgekroonde bomen heeft bijvoorbeeld weinig effect. • Kinderen moeten niet vanuit het groen direct op de drukke weg kunnen komen. Het is
daarom belangrijk om in dat geval ook een hekwerk of andere begrenzing toe te passen.
Water en ondergronden Wadi’s en slootjes: kunnen water bergen of juist zorg dragen voor een goede afwatering naar sloten of de bodem. Gecombineerd met speelaanleidingen zoals stapstenen of touwen bieden ze extra avontuurlijke speelwaarde. Met name op drassige plekken zijn wadi’s ideale oplossingen die tevens speelwaarde bieden. • Zorg ervoor dat de staanders van toestellen tegen water kunnen. Plaats geen houten toestellen of speelaanleidingen in de wadi, of tenminste op RVS-voetjes. • Gebruik zwerfkeien of betonnen poefs als parcours door het water, geen stapstammen van hout. • Waterspeelplekken ( fontijntjes, pierenbadjes, waterpompen) zijn erg in trek en gewenst. voor verkoeling en plezier in de zomer. Juist hier is een combinatie met schaduwgroen essentieel voor prettig verblijf. LET OP! - Wadi’s kennen naast veel speelwaarde ook enkele risico’s. Zorg daarom dat deze niet te diep zijn of snel het water afvoeren in de bodem (infiltratie). Water in wadi’s mag niet (te lang) stilstaan om gezondheidsrisico’s te beperken (algengroei).
Factsheet - Natuurlijke spelen en vergroenen
LET OP! - Bij vochtige bodems worden losse ondergronden als snippers afgeraden omdat het snel verteert en daarmee zijn functie verliest. Wanneer wel een kunstondergrond of verharding: als een plek intensief wordt bespeeld waardoor een grasondergrond te snel uitslijt en niet voldoende tijd heeft voor herstel, of als toegankelijkheid voor rolstoelgebonden bewoners nodig is, kan toch (deels) een kunstmatige ondergrond of verharding nodig zijn (o.a. sportvelden, schoolpleinen). • Halfverharding kan een compromis zijn tussen waterdoorlaatbaarheid en toegankelijkheid. • Op sportplekken kan gewerkt worden met een waterbassin. Bij (extreme)regenval kan deze gebruikt worden als kunstmatige waterberging. • Let op de nieuwe milieucriteria van de Rijksoverheid voor de aanschaf van nieuwe toestellen en ondergronden. Ook het vrijkomen van PAK’s is aan richtlijnen gebonden (REACH richtlijn). • Soms is het niet nodig om onder het gehele
• •
•
toestel een kunstondergrond te plaatsen, maar enkel de plekken waar de ondergrond het hardst slijt. Kies lichtere kleuren als ondergrond, die worden minder warm. Het (her)gebruik van betontegels op sportveldjes is een duurzaam alternatief voor kunstgras. Betontegels zijn ook her te gebruiken als bijvoorbeeld stapstenen in gras. Wanneer de grond verontreinigd is kan een kunstmatige valondergrond een uitkomst zijn.
LET OP! - ‘Groene speelplekken’ betekent niet dat er geen sprake meer is van veiligheidseisen zoals die op andere speelplekken gebruikelijk zijn. Zeker bij gebruik met speeltoestellen geldt gewoon het Warenwetbesluit Attracties en speeltoestellen (WAS). Wel biedt een groene inrichting veel mogelijkheden om hierbinnen de acceptabele risico’s op te zoeken en avontuurlijke speelvormen aan te bieden.
•
•
•
Door pimpel- en koolmezen of boomklevers aan te trekken, krijgt de eikenprocessierups er een natuurlijke vijand bij. Groenblijvende beplanting als hulst (geen stekels), laurier en naaldbomen bieden beschutting voor dieren in de herfst/winter. Hoge grassen zijn ideaal als schuilplek voor veel kleine dieren, insecten en vlinders.
LET OP! - Fijne plekken voor beestjes betekent vaak ook een hoger risico op teken; een bekend bezwaar tegen groene speelplekken. Hier is in de inrichting weinig aan te doen. Het RIVM adviseert om bij het buitenspelen in de bosjes je broek in je sokken te doen, shirts met lange mouwen te dragen en vooral na het buitenspelen je lichaam te (laten) controleren op eventuele teken4. Bloemrijke mengsels inzaaien: op grasvelden bij speelplekken ziet er fleurig uit en zijn tegelijkertijd belangrijk voedsel voor hommels, bijen en andere insecten. • Het zaaien van bloemen en het onderhouden hiervan kan vaak prima door bewoners gebeuren. Wel is het belangrijk dat dit wordt afgestemd met het gemeentelijk maaibeleid. • Kies voor inheemse bloemen- en kruidenmengsels, dat is belangrijk om de overlevingskansen van insecten te vergroten.
•
•
•
Laat snoei- ook bladafval liggen, maak takkenrillen of schuif het onder struiken en bomen. Dit is waardevol voor de (bodem) biodiversiteit. Het zorgt voor voedsel en beschutting voor verschillende dieren en insecten én beschermt de bodem tegen erosie. Nestkastjes, vleermuizenkasten, insectenhotels nodigen dieren uit om te nestelen op de speelplek. Ook leuk in het kader van natuureducatie. Met groene verbindingen tussen speel- en sportplekken en de randen van de wijk of stad kunnen fijne routes worden aangelegd voor recreatie en sport maar worden tegelijkertijd ook (kleinschalige) ecoroutes gecreëerd.
LET OP! - Groene speelplekken lijken vaak minder onderhouden. Dit is meestal bewust en maken de Diervriendelijk inrichting en beheer: komt de speelplek ook interessanter. Belangrijk is wel dat leefbaarheid voor dieren en insecten ten goede en hiervoor de juiste plekken worden gekozen. stimuleert biodiversiteit.
Blije beestjes Diervriendelijke beplanting: komt redelijk overeen met de voor mensen eetbare beplanting, zoals kers, kornoelje en verschillende bessensoorten (uiteraard geen giftige soort toepassen als speelgroen).
Meer weten?
Natuurlijke ondergronden: zoals gras, zand, houtsnippers en boomschors op speel- en sportplekken zorgen voor meer verkoeling en een betere afwatering dan kunstmatige ondergronden. Daarnaast hebben natuurlijke ondergronden een (veel) lagere CO2-impact. • Natuurlijke ondergronden zijn goedkoper in aanschaf dan kunstmatige ondergronden. Losse ondergronden moeten sneller vervangen/verschoond worden en zijn duurder in onderhoud. • Bewoners kunnen eerder overlast ondervinden van hondenpoep op grasvelden en kattenpoep in losse ondergronden.
1. W. Leufgen, M. van Lier; Vrij Spel voor Natuur en Kinderen. Uitgeverij Jan van Arkel, Utrecht, 2007, p.152. 2. Groen in de stad; WUR; https://www.wur.nl/nl/Dossiers/dossier/Groen-in-de-stad.htm 3. R. Louv; Het laatste kind in het bos – Hoe we onze kinderen weer in contact brengen met de natuur. Uitgeverij Jan van Arkel, Utrecht, 2007. 4. www.rivm.nl/tekenbeten-en-lyme/teek
Factsheet - Natuurlijke spelen en vergroenen Wijze van vergroening Aandachtspunten voor:
Meerwaarde bij inrichting
Beheer
Toevoegen bomen en beplanting
Gras als ondergrond
Toepassen waterberging
Bieden o.a. beschutting en extra speelmogelijkheden. Nemen CO2 op, bufferen regenwater en verrijken biodiversiteit.
Zorgt voor een gezonde bodem, verrijkt biodiversiteit, verkoelend effect en kan bijdragen aan betere regenwaterafvoer.
Zorgt voor waterberging en kan extra (avontuurlijke) speelwaarde bieden.
Niet te dicht op toestellen en/of valondergronden. + Gebruik voorkeurslijst beplanting van domein Groenbeleid
Mogelijk kostbaar(der) maaibeheer, afhankelijk van bespeling en bereikbaarheid voor grasmaaier.
Goede aanleg is noodzakelijk voor goede infiltratie en voorkomen stilstaand water (algengroei).
Afhankelijk van toegepast materiaal. Regelmatig controleren en waarschijnlijk kortere levensduur. Met beheer veiligheid waarborgen. Buiten formele speelplekken en/of bij betrokken bewoners is buurtbeheer mogelijk.
Afhankelijk van toegepast materiaal. Regelmatig controleren en waarschijnlijk kortere levensduur. Met beheer veiligheid waarborgen. Beheer door bewoners wordt niet aanbevolen.
Natuurlijke speelaanleidingen: Natuurlijke speelaanleidingen: niet binnen het WAS
wel binnen het WAS
Bieden extra speelwaarde, zowel op speelplekken als daarbuiten.
Certificering en inspecties
Niet van toepassing met betrekking tot speelbeleid.
Toegestaan bij toestellen met een valhoogte tot 1,5 meter.
Als er sprake is van structureel water onderdeel van risicoanalyse speelterrein
Meenemen in risico-analyse speelterrein. (stuks)Certificering is niet nodig. Op formele speelplekken wel meenemen in de periodieke inspecties.
Certificering is (nu nog) nodig. Een terreincertificering kan afzonderlijke stukscertificering vervangen. Meenemen in periodieke inspecties.
Wanneer wel?
Bij voorkeur overal waar voldoende ruimte en afstand tot speeltoestellen kan worden gehouden.
Vooral op de kleinere plekken met lage toestellen en op plekken met veel verharding.
In buurten met wateroverlast en/of een lage grondwaterstand.
Speelaanleidingen die niet binnen het WAS vallen kunnen in principe overal worden toegepast. Toepassing afstemmen op locatie (incl. omgeving) en de beoogde doelgroep. Op plekken met buurtbeheer goede toevoeging!
Per definitie op formele speelplekken. Bij voorkeur op plekken waar goed en regelmatig beheer mogelijk is. Toepassing afstemmen op locatie (incl. omgeving) en de beoogde doelgroep.
Wanneer beter niet?
Op heel smalle/kleine speelplekken.
Op plekken waar veel kinderen (tegelijk) spelen of waar een grasmaaier niet of nauwelijks kan komen.
Afhankelijk van type waterberging en herkomst te bergen water.
Locatie middenin (hoog)stedelijke buurten lenen zich minder goed voor ravotplekken, losse materialen en/of snoeiafval. Op plekken zonder beheer van bewoners heeft kwetsbaar groen en vlechtwerk weinig kans van slagen. Verder natuurlijke speelaanleidingen vooral niet toepassen zonder kennis van de regelgeving en/of afstemming met beheer en groen.
Bijlage 3: Kaders nieuwbouw Om ervoor te zorgdragen dat de openbare speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte ook in onze nieuwbouwwijken goed wordt ingericht, heeft de gemeente Lelystad een aantal verplichte kaders opgesteld voor o.a. het ontwerp, planning en de participatie. Projectontwikkelaars zijn verplicht om zich aan deze kaders te houden. De kaders sluiten aan bij de visie en ambities die opgenomen staan in het de speelruimtevisie. Algemene kaders • De beleidsafdelingen spelen, sporten en beheer moeten tijdens alle fases van het nieuwbouwproject betrokken worden. • Alle ontwerpen (ook tijdelijke) moeten goedgekeurd worden door de afdelingen Spelen, Sporten en Beheer. • Bij inbreidingsprojecten moet in overleg met de afdeling Spelen, besloten worden of het noodzakelijk is dat er een nieuwe speelplek komt of dat de speelplekken in de omliggende wijken uitgebreid moeten worden om de verhoogde speeldruk op te vangen. • Participatie met (toekomstige) wordt uitgevoerd zoals beschreven in bijlage 1 (H3.1). • De speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken moeten binnen 12 maanden, na oplevering van omliggende woningen, voltooid zijn. Hier mag alleen in overleg met de afdeling Spelen, vanaf geweken worden. Als alternatief kan er dan tijdelijke speelruimte gecreëerd worden. Ruimtelijke kaders • Deze openbare speelruimte is zo min mogelijk versnippert door de speelbuurt.
• Locaties aangelegd in wadi’s tellen niet mee als formele speelruimte. • Een kleine speelbuurt (tot 10 ha) heeft minimaal één kleine speelplek (ingericht met speeltoestellen) van minimaal 500 m2 groot. Deze plek ligt op minimaal 200 meter afstand van iedere woning. • Een grote speelbuurt (10ha of meer) heeft minimaal één grote speelplek van minimaal 1500 m2 groot. Deze plek ligt op minimaal 500 meter afstand van iedere woning. • Een grote speelbuurt heeft daarnaast minimaal één grote beweegplek, waar meerdere sporten gespeeld kunnen worden, van minimaal 1500 m2 groot en tenminste één trapveldje (gras ondergrond). • Aanvullend heeft een grote speelbuurt een netwerk van kleine speelplekken (afwisselend ingericht) op minimaal 200 meter van iedere woning. • Speelplekken liggen op minimaal 10 meter afstand van woningen, beweeg- en jongerenplekken op minimaal 50 meter.
•
Bij het kiezen van de locatie van een speelplek wordt rekening gehouden met sociaal toezicht. Bijvoorkeur zijn speelplekken voor of naast woningen gelegen en goed bereikbaar zijn via een voetpad.
Kaders voor inrichting • De scoringskaarten uit bijlage 1 (H2.4) gelden ook als richtlijn voor speelplekken in nieuwbouw. • Binnen een speelbuurt is voldoende variatie in (valdempende)ondergronden. Zodat speelplekken goed toegankelijke blijven, zonder het groene karakter te verliezen. • De beplanting is (deels) bespeelbaar. • Er moet zitgelegenheid aanwezig zijn. • Op een grote speelplek moet rekening gehouen worden met de 100-70-50 richtlijn. • Een grote speelplek heeft minimaal 8 verschillende speelwaarden, een kleine speelplek minimaal 5. Bij meerdere speelplekken in één speelbuurt moeten verschillende speelwaarden gebruikt worden. • De doelgroep voor een kleine speelplek is 0-8 jaar, de doelgroep voor een grote speelplek 0-12 jaar. • Wanneer er in een speelbuurt ook veel seniorenwoningen aanwezig zijn (>20%) wordt er bij de inrichting van de speel-, beweeg- en ontmoetingsplekken specifiek rekening gehouden met deze doelgroep. Er komt meer zitgelegenheid en in de ontwerpen worden opties voor jeu de boulesbanen, beweegtuinen en/ of speltafels meegenomen.
Bijlage 3: Kaders nieuwbouw
Speelbuurten De speelbuurt is het deel van de buurt waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn barrières voor kinderen. Een buurtgrens is soms ook vooral een nietfysieke afspraak. Kinderen komen of mogen dan simpelweg niet uit hun eigen buurtje. In elke speelbuurt geldt dat kinderen binnen 200 meter (actieradius) van hun woning kunnen spelen. Het type locatie (kleine speelplek, grote speelplek of wijkplek) hangt af van de grootte van de speelbuurt. Om de speelbuurt te bepalen wordt er in de plannen gekeken of de volgende barrières aanwezig zijn: Drukke wegen Watergangen (sloten/vijvers/kanalen) Industrie- en bedrijventerreinen Spoorlijnen en busbanen Parkgebieden Na intekening van deze barrières ontstaat een raster dat de speelbuurten aangeeft. Zie onderstaand voorbeeld: Barrières: Spoorlijn Watergang Parkgebied Drukke(re) weg
Speelbuurt 1
Speelbuurt 3 Speelbuurt 2
18
In nieuwbouwwijken zijn grofweg 3 opties mogelijk: 1. Er worden één of meerdere nieuwe speelbuurten toegevoegd Er wordt een compleet nieuwe wijk gerealiseerd. Hierdoor ontstaan één of meerdere nieuwe speelbuurten. Afhankelijk van de oppervlakte van de speelbuurt komen er één of meerdere speel- en beweegplekken. 2. Er wordt een bestaande speelbuurt uitgebreid Door toevoeging van nieuwe woningen aan de rand van een bestaande wijk groeit een bestaande speelbuurt en moet deze opnieuw beoordeeld worden. De speeldruk neemt toe en er moet in overleg met de gemeente gekeken worden of er nieuwe speel- of beweegplekken nodig zijn. Deze nieuwe plekken kunnen zowel in het nieuwbouwdeel als in de bestaande speelbuurt worden gerealiseerd. 3. Er wordt een bestaande speelbuurt aangepast Door toevoeging van nieuwe woningen binnen een bestaande wijk (inbreiding) wordt een bestaande speelbuurt aangepast. De vraag neemt toe (meer inwoners), maar de ruimtelijke mogelijkheden nemen juist af (minder beschikbare ruimte). Bestaande locaties moeten mogelijk uitgebreid of verbeterd worden of er moet gezocht worden naar openbare ruimte die ingericht kan worden als nieuwe speel- of beweeglocatie. Dit gebeurt in overleg met de gemeente.
Bijlage 4: Inrichtingsvoorbeelden INRICHTINGSVOORBEELDEN
19
C
O
N
C
E
P
T
Bijlage 4: Inrichtingsvoorbeelden
C
O
N
C
E
P
T
INRICHTINGSVOORBEELDEN
Gemeente Lelystad
20