CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij Kamerbrief Werkprogramma Storten 2024-2029

Commissie Ruimte Beheer, Energie en Duurzaamheid 25 juni 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: 24.046 AV VVD e.a. Afvalzorg10.099 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In de praktijk ziet het ministerie hierbij een situatie ontstaan die een ongelijk speelveld oplevert. Dit gaat om verschillen in de vergunningen, maar ook om het hanteren van verschillende rekenrentes. Door verschillen in de gehanteerde rekenrente ontstaan bijvoorbeeld (grote) financiële discrepanties in het benodigde doelvermogen voor het overdragen van stortplaatsen. Dit levert een ongelijk speelveld op omdat exploitanten met een hogere nazorgheffing met het door hun gehanteerde poorttarief moeten concurreren met exploitanten die een lagere nazorgheffing moeten afdragen. Alle bovengenoemde zaken komen voort uit weeffouten in het stelsel en leiden tot de conclusie dat de mogelijkheid tot wijzigingen in het stelsel onderzocht moeten worden. Dit onderzoek moet de problematiek in kaart brengen en bekijken hoe een eventuele stelselwijziging er uit zou kunnen zien. Dit gaat om de brede problematiek, dus zowel financieel, bestuurlijk als organisatorisch. Het is noodzakelijk om dit nu te bezien om te zorgen dat ook straks in de circulaire economie, waarin stortplaatsen waarschijnlijk lang(er) open zullen zijn, het bijbehorende nazorgstelsel past bij de praktijk. De roep om een ander nazorgstelsel komt bij alle belanghebbenden nadrukkelijk naar voren.

Zowel door het bevoegd gezag als door de exploitanten wordt de huidige systematiek, om variërende redenen, als niet goed passend ervaren. Om de consequenties van aanpassingen te kunnen overzien moeten verschillende scenario’s onderzocht worden waarbij gekeken wordt naar de verdeling van risico’s en bevoegdheden. Met de Greendeal introductie Duurzaam Stortbeheer wordt al bezien of de nazorg op stortplaatsen fysiek anders kan worden georganiseerd dan nu het geval is. Dit zou ook een besparing in de nazorgkosten op kunnen leveren indien het regime voor de bovenafdichting minder zwaar kan worden uitgevoerd dan op dit moment vereist is. Het is belangrijk om de mogelijke effecten hiervan mee te nemen in het uit te voeren onderzoek Als laatste element voor de nazorg is er de regelgeving voor stortplaatsen die gesloten zijn vóór de Nazorgregeling Wet Milieubeheer in werking trad in 1996. Dit zijn de zogenaamde NAVOSstortplaatsen 9. Deze stortplaatsen worden goed gemonitord volgens het NAVOS-advies, maar veranderende omstandigheden (o.a. klimaatverandering) vragen om meer inzicht in de veranderende risico’s voor deze NAVOS-stortplaatsen. Er zal in de komende jaren onderzoek gedaan worden naar deze veranderende risico’s en of dit om een beleidsaanpassing vraagt.

9 NAVOS verwijst naar het uitgebrachte Advies Nazorg Voormalige Stortplaatsen door de NAVOS-stuurgroep met

vertegenwoordiging vanuit IenW, IPO, VNG, DGM en Rijkswaterstaat. Advies Nazorg Voormalige Stortplaatsen (NAVOS) Bodem+ (bodemplus.nl)

18

Werkprogramma Storten 2024-2029

5.3 Afvalstoffenbelasting Over elke ton afval die nu gestort wordt, wordt nu afvalstoffenbelasting betaald. Dit betreft een generieke belasting op zowel het verbranden als het storten van afvalstoffen. Afvalverbranding en het storten van afval staan op een andere trede in de afvalhiërarchie en zijn daarmee in beginsel geen concurrerende vormen van verwerking van afvalstoffen. Het ministerie wil hierbij verkennen of en hoe een verhoging van de afvalstoffenbelasting kan leiden tot meer hoogwaardige verwerking van afvalstoffen en vooral of hiermee kan worden voorkomen dat stromen laagwaardiger verwerkt worden dan strikt noodzakelijk. Denk hierbij bijvoorbeeld aan stromen die nu met ontheffing gestort worden maar eigenlijk verbrand zouden kunnen worden. Op dit moment wordt door het ministerie van Financiën onderzocht of de afvalstoffenbelasting een effectief instrument is. Mocht deze evaluatie daar aanleiding toe geven, dan zal er vervolgonderzoek plaatsvinden om verder invulling te geven aan het mogelijk sturende karakter van de afvalstoffenbelasting. Daarbij moet wel de kanttekening geplaatst worden dat de afvalstoffenbelasting er niet toe mag leiden dat de kosten van storten maatschappelijk onaanvaardbaar worden.

In het geval van het eerder genoemde afvalmining en terugneembaar storten wordt momenteel wel afvalstoffenheffing geïnd maar wordt deze niet ‘terugbetaald’ op het moment dat er afval uit de stortplaats gehaald wordt. Indien vervolgonderzoek plaatsvindt naar aanleiding van de evaluatie van de afvalstoffenbelasting, zal dit aspect hierin worden meegenomen. Het ministerie wil daarnaast op Europeesniveau ook een gelijk speelveld creëren voor storen door te pleiten voor het financieel belasten van storten binnen de EU.

Overzicht van acties om storten betaalbaar te houden • • • •

Onderzoek naar mogelijke scenario’s voor aanpassing nazorgstelsel Mogelijk verder onderzoeken afvalstoffenbelasting naar aanleiding van evaluatie Uitvoering Greendeal introductie Duurzaam Stortbeheer In EU-verband inzetten op gelijk speelveld voor belasten van storten

19

Werkprogramma Storten 2024-2029

6. Planning en acties in de tijd

Zoals hierboven beschreven zijn er verschillende acties die opgepakt moeten worden. Deze zien toe op het in stand kunnen houden en beschermen van de nutsfunctie van storten. Deze acties kunnen niet allemaal tegelijkertijd uitgevoerd worden en er zit ook een zekere volgordelijkheid in de acties. De prioritering hiervan is in verschillende stakeholderbijeenkomsten in het najaar van 2023 met de sector besproken, waarbij het uitgangspunt is dat de grootste ervaren knelpunten het eerst worden aanpakt. In 2024 zal het ministerie op basis van prioritering daarom starten met de onderstaande onderwerpen: • • • •

•

Onderzoek nutsfunctie betreffende het instrumentarium voor beschikbaarheid en betaalbaarheid van storten Nazorgstelsel Technische richtlijnen In het CMP: o Afvalmining o Terugneembaar storten o Voorraadcapaciteit o Voorwaardelijk vergunnen van capaciteit Capaciteit bij calamiteiten

Het onderzoek naar het instrumentarium om de nutsfunctie goed te kunnen verankeren heeft prioriteit omdat het instrumentarium om de nutsfunctie te borgen nu niet afdoende is en dit betekent dat we als Rijk niet in kunnen grijpen indien noodzakelijk. Dit is een onwenselijke situatie. Het onderzoek hiervoor zal het ministerie daarom halverwege 2024 uitzetten. Het ministerie verwacht dan in de loop van 2025 de resultaten hiervan. Op basis van de uitkomsten kan dan besluitvorming plaatsvinden, waarna de gekozen oplossingsrichting zal worden geïmplementeerd en de hiervoor benodigde (wettelijke) trajecten zullen worden gestart. Parallel zal het ministerie starten met het onderzoek naar het nazorgstelsel. Er ontstaan nu problemen in de markt en bijvoorbeeld de keuzes die het ministerie moet gaan maken voor het moratorium worden hierdoor beïnvloed. Dit onderzoek moet daarom eerst uitsluitsel bieden voordat er stappen gezet kunnen worden met betrekking tot het moratorium. Dit onderzoek zal daarom halverwege 2024 uitgezet worden, waarin verschillende scenario’s worden bekeken. De resultaten hiervan zullen in de loop van 2025 opgeleverd worden. Hierna zal op basis van de uitkomsten besluitvorming plaatsvinden, gevolgd door implementatie van de gekozen oplossingsrichting de start van de benodigde (wettelijke) trajecten.

Dit onderzoek zal ook als input dienen voor de vervolgstappen voor het moratorium. Voor de technische richtlijnen zal eerst in kaart gebracht worden hoe dit stelsel er nu uitziet onder de Omgevingswet waarna in samenspraak met de sector bepaald zal worden welke richtlijnen, meer specifiek welke artikelen, verouderd zijn en herzien moeten worden. De volgende stap is dan het formuleren van de benodigde technische aanpassingen en het traject starten om de richtlijnen te wijzigen. Daarnaast worden verschillende zaken opgenomen in het CMP. Dit betreft: de termijn voor voorraadcapaciteit, het voorwaardelijk vergunnen, verduidelijking van de kaders rond afvalmining en terugneembaar storten. Voor de voorraadcapaciteit zal een termijn opgenomen worden waarna deze capaciteit zal vervallen. Hierbij ontmoedigt het ministerie ook het voorwaardelijk vergunnen van capaciteit. Deze acties zijn erop gericht om het moratorium goed te kunnen borgen. Voor afvalmining en terugneembaar storten wordt het huidige beleidskader meegenomen in het CMP en zal dit duidelijk worden geschetst. De laatste actie die nog 2024 opgepakt zal worden, is de capaciteit op stortplaatsen bij calamiteiten. Dit zal in samenhang worden bezien met de andere treden in de afvalhiërarchie. De benodigdheden om ook in geval van calamiteiten adequate afvalverwerking te kunnen garanderen staan hierbij voorop.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=e5b2a1bc-a390-468d-b977-319106326086