Bijlage bij brief min BZK en Fin inzake financiële situatie gemeenten nav coronacrisis
Tekst van het document
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Mevrouw drs. K.H. Ollongren Postbus 20011 2500 EA ‘S-GRAVENHAGE
uw brief van
uw kenmerk
behandeld door
doorkiesnummer
ons kenmerk U19-114681 bijlagen
onderwerp Doorwerking meicirculaire 2019 op gemeentelijke financiën
datum 22 juli 2019 CS-CA dossiernummer pr-nummer
Geachte mevrouw Ollongren, In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de gemeentelijke financiën onder druk zijn komen te staan. Deze geluiden uit het land zijn het afgelopen jaar steeds vaker te horen en naderen met het verschijnen van de meicirculaire 2019 een climax. Zonder het doorvoeren van verregaande en zeer ingrijpende bezuinigingen is het onmogelijk voor de gemeente Lelystad een sluitende begroting en meerjarenraming op te stellen. Afgaande op de contacten in het land en de berichtgeving in de media wordt duidelijk dat Lelystad helaas geen uitzondering is. In de op te stellen programmabegroting 2020 – 2023 zal de gemeenteraad van onze gemeente ingrijpende keuzes moeten maken, die direct ingrijpen in de basisinfrastructuur van deze stad. Waardevolle voorzieningen op het gebied van welzijn, zorg, sport en cultuur dreigen op deze wijze te verdwijnen. Vertegenwoordigers van het ministerie benadrukken misschien dat er onder aan de streep nog steeds sprake is van ‘positieve accressen’ in de jaren 2019 en verder. Met deze stellingname wordt echter volledig voorbij gegaan aan de problematiek waar gemeenten in de praktijk mee worden geconfronteerd. De financiële vooruitzichten van veel gemeenten waren namelijk al niet rooskleurig tegen het einde van de vorige gemeenteraadsperiode en een enorme aanvullende bezuinigingsopgave hing dan ook in de lucht.
Deze financiële problematiek is in belangrijke mate het gevolg van besluitvorming vanuit Den Haag (zie bijlage 1 voor een opsomming van besluitvorming die hieraan ten grondslag ligt). De opluchting was dan ook groot toen de maartcirculaire 2018 werd gepubliceerd: eindelijk een circulaire met positieve financiële vooruitzichten. Op basis van deze circulaire was het de verwachting dat ingrijpende bezuinigen voor een aanzienlijk deel konden worden voorkomen. Gemeenten hebben op basis van deze informatie vervolgens de handschoen opgepakt om in gezamenlijke verantwoordelijkheid aan de slag te gaan met de uitvoering van het Interbestuurlijk programma (IBP). Het is inmiddels anderhalf jaar later en het beeld ziet er heel anders uit.
ons kenmerk
datum
pagina
22 juli 2019
2
De realiteit van de meicirculaire 2019: 1. Er resteert praktisch geen ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds. In zowel de maart-, mei- als septembercirculaire 2018 was er nog sprake van een sterk oplopende ruimte onder het plafond (tot ruim €900 miljoen met ingang van 2022). Diverse gemeenten hebben in samenspraak met de provinciaal toezichthouders rekening gehouden met een deel van deze financiële ruimte. In de meicirculaire 2019 valt echter te lezen dat gemeenten maximaal kunnen rekenen op een bedrag van €39 miljoen aan ruimte onder het plafond. Wellicht wordt het plafond zelfs overschreden in de aankomende jaren, wat inhoudt dat er zelfs wordt overgegaan tot een uitname uit het gemeentefonds. 2. De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt wederom naar beneden toe bijgesteld. Ten opzichte van de maartcirculaire 2018 is dat steevast het beeld geweest: -
de meicirculaire 2018 liet een verslechtering zien ten opzichte van de maartcirculaire 2018; de septembercirculaire 2018 liet een verslechtering zien ten opzichte van de meicirculaire 2018; de meicirculaire 2019 laat een verslechtering zien ten opzichte van de septembercirculaire 2018.
Onder aan de streep kan er weliswaar nog steeds sprake zijn van ‘positieve accressen’ in de jaren 2019 en verder, maar in de praktijk kopen gemeenten daar niets voor. Op basis van de vooruitzichten uit de maartcirculaire 2018 hadden gemeenten misschien weer de hoop het financieel te kunnen bolwerken, maar daar is inmiddels weinig zicht meer op. De accressen lopen wederom sterk terug, terwijl de ‘opschalingskorting’ almaar verder oploopt (in 2025 lopen gemeenten jaarlijks €965 miljoen mis als gevolg van deze rijks bezuiniging). 3. Uitvoering van de taken binnen het sociaal domein komen verder onder druk te staan. Met het vaststellen van het interbestuurlijk programma is afgesproken dat indexatie van het sociaal domein niet langer separaat zal worden toegekend. De stijging van lonen en prijzen dient met ingang van 2020 te worden opgevangen via de accressen van de algemene uitkering. Zoals hierboven al steeds beschreven zijn deze accressen in de afgelopen circulaires steevast naar beneden toe bijgesteld. Dat terwijl er op gemeentelijk niveau juist sprake is van een inhaalslag op het gebied van de lonen en de prijzen: forse prijsstijgingen in de markt gecombineerd met nieuwe cao afspraken. Dat er een aanvullende bijdrage voor de jeugdhulp is toegekend in de meicirculaire 2019 is in deze context haast een druppel op de gloeiende plaat.
Dit is slechts een eerste stap naar een echte structurele oplossing voor de daadwerkelijke tekorten. Resumerend Het uitgangspunt van het Interbestuurlijk programma is een gedeelde en gezamenlijke verantwoordelijkheid tussen alle overheidslagen. Het is niet uit te leggen dat gemeenten in economisch gunstige tijden gedwongen worden waardevolle en noodzakelijke voorzieningen weg te bezuinigen, terwijl de belangrijkste partner, in de vorm van de rijksoverheid, een begrotingsoverschot heeft van meer dan 10 miljard euro. Het college van de gemeente Lelystad wil u dan ook dringend vragen om de bijdrage die gemeenten ontvangen vanuit het gemeentefonds weer in overeenstemming te brengen met de verwachting en afspraken van begin 2018. Hoogachtend, het college van de gemeente Lelystad, de secretaris,
de burgemeester,
ons kenmerk
datum
pagina
22 juli 2019
3
BIJLAGE 1 – Negatieve doorwerking besluitvorming rijksoverheid In de afgelopen jaren heeft besluitvorming vanuit de Rijksoverheid er steevast toe geleid dat de gemeentelijke financiën verder onder druk zijn komen te staan. In de volgende alinea’s volgen een aantal concrete voorbeelden: Generieke kortingen op het gemeentefonds in de afgelopen jaren: - Opschalingskorting (€960 miljoen in 2025; effect Lelystad op termijn -€4,25 miljoen per jaar) - Korting op onderwijshuisvesting (€256 miljoen; effect Lelystad -€1,25 miljoen per jaar) - Korting BTW Compensatiefonds (500 miljoen; effect Lelystad -€2,25 miljoen per jaar) Bezuinigingen op de gedecentraliseerde taken, terwijl het volume toeneemt: - Wmo en huishoudelijke hulp (€1 miljard; effect Lelystad -€4,5 miljoen per jaar) - Jeugdhulp (€450 miljoen; effect Lelystad -€3 miljoen per jaar, los van volumegroei) - Re-integratieactiviteiten binnen Participatiewet (budgetten gehalveerd, doelgroep wordt moeilijker) Verdeelsystematiek biedt geen stabiliteit: - Op basis van de startnota van het nieuwe kabinet gaf de maartcirculaire 2018 zicht op enige financiële verlichting. Dit vormde de basis voor het gezamenlijk optrekken in het Inter Bestuurlijk Programma (IBP) waar de gemeenten ‘ja’ tegen hebben gezegd. De beschikbare financiële ruimte is inmiddels voor een groot deel verdwenen, zoals viel te lezen in navolgende circulaires.
- Eerder gepresenteerde ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds lijkt niet te bestaan. Gemeenten hebben zekerheid nodig over de beschikbaarheid van middelen. Ingewikkelde constructies zoals dit voorbeeld zorgen voor onzekerheid en forse schommelingen. - De aanpassingen van diverse verdeelmodellen zorgen voor veel onzekerheid en forse financiële schommelingen. Wat in het ene jaar is opgebouwd moet in het volgende jaar gedwongen worden afgebroken. Gemeenten zijn gebaat bij stabiliteit. - De uitkomsten van verdeelmodellen sluiten in bepaalde gevallen totaal niet aan bij de werkelijkheid. De switch van een historisch naar een objectief verdeelmodel binnen de Jeugdhulp heeft ervoor gezorgd dat Lelystad ruim 25% van het budget moest inleveren (bovenop de Rijks bezuiniging). Overige besluitvorming: - Het afschaffen van de precariobelasting per 1 januari 2022 zorgt er daarnaast voor dat een significante inkomstenbron wegvalt (effect Lelystad - €1,6 miljoen per jaar). - Het invoeren van een abonnementstarief binnen de Wmo zorgt voor een forse aanzuigende werking (effect Lelystad nog niet precies in te schatten, maar de toename wordt al duidelijk zichtbaar in de eerste helft van 2019). - Lelystad ontvangt al vele jaren een aanvullende bijdrage van het Rijk als tegemoetkoming in de beheerlasten die samenhangen met de over dimensionering van de openbare ruimte.
Deze zogeheten ICL bijdrage wordt deels afgebouwd in de aankomende 10 jaar (effect Lelystad – op termijn €3,5 miljoen per jaar).