Bijlage beantwoording technische vraag 136. vraag 3.1 - Verzonden brief beschikking ICL-bijdrage brief gemeenteraad Lelystad
Tekst van het document
Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
> Retouradres 2511 DP Den Haag Ministerie van Binnenlandse
De gemeenteraad van Leiystad
Zaken & Koninkrijkrelaties
Postbus 91
8200 AB Leiystad
Turfmarkt 147
2511 DP Den Haag Contactpersoon Arslan Guclii T
0611732029
arslan.guclu@minbzk.nl
Kenmerk 2018-0000312973 Uw kenmerk
Betreft
Bijlage(n):
1 JUN 2018
Datum
2
Beschikking ICL-bijdrage
Naar aanleiding van de evaluatie van de ICL-bijdrage voor Leiystad door de artikel 12-inspecteurs, uw reactie op het rapport van de inspecteurs ter zake van 1 november 2017, alsmede de adviezen van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland en de Raad voor het openbaar bestuur, doe ik u hierbij een afschrift toekomen van mijn besluit en toelichting daarop. Kortheidshalve verwijs ik u naar de inhoud van besluit en toelichting. Afschriften zijn tevens verzonden aan het college van B&W van uw gemeente, Gedeputeerde Staten van Flevoland en de Raad voor het openbaar bestuur. Hoogachtend, De Minister van Binnenlandse
en en Koninkrijksrelaties,
namens deze,
\
" Zhps Kuijpers cteur-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen
Pagina 1 van 1
Ministerie van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties
AFSCHRIFT
DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Directoraat-Generaal Bestuur, Ruimte en Wonen, Directie Bestuur, Financien en Regio's, mede namens de Staatssecretaris van Financien
Directoraat-generaal Bestuur, Ruimte en Wonen
Bestuur, Financien en Regio's Contactpersoon Arslan Guclu
Arslan.guclu@minbzk.nl T
0611732029
Datum
1 juni 2018
besluit
Kenmerk
Bijlage(n): 1
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan
degene wiens belang
Gelet op het besluit van de gemeenteraad van de gemeente Leiystad, ingediend per brief van 17 oktober 1994, om een verzoek te doen tot het toepassen van artikel 12 van de Financiele-verhoudingswet ten behoeve van de verstrekking van een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds voor het jaar 1994;
rechtstreeks bij dit besluit betrokken is, binnen zes
weken na de dag van
uitreiking of toezending ervan, bezwaar maken bij de
Gelet op de beschikking van de fondsbeheerders van 23 april 1996 tot het toepassen van artikel 12 van de Financiele-verhoudingswet ten behoeve van de verstrekking van een aanvullende uitkering uit het gemeentefonds;
Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties, t.a.v. het hoofd van het
Expertisecentrum
Gelet op artikel 12 van de Financiele-verhoudingswet;
arbeidsjuridisch, Postbus
20011, 2500 EA Den Haag.
Gelet op het Besluit financiele verhouding 2001;
Het bezwaarschrift moet zijn gedateerd en ondertekend,
Gelet op het besluit per brief van de Minister van Binnenlandse Zaken en
Koninkrijksrelaties van 15 mei 2012 om de ICL-bijdrage te laten evalueren;
en moet de gronden van het bezwaar bevatten; tevens dient een afschrift van het
Gelet op het evaluatierapport van de inspecteurs van de Directie Bestuur, Financien en Regio's van 26 juni 2017;
bestreden besluit te zijn bijgevoegd. 2018-0000312933
Gelet op de reactie van de gemeente Leiystad van 1 november 2017 op het voormelde evaluatierapport; Gelet op de adviezen van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland van 5 oktober 2017 en van de Raad voor het Openbaar Bestuur van 23 januari 2018;
BESLUIT:
1.
de ICL-bijdrage voor Leiystad over 2016, na de gebruikelijke indexatie, vast te stellen op € 15.675.000;
2.
de ICL-bijdrage voor Leiystad over 2017, na de gebruikelijke indexatie, vast te stellen op € 15.779.000;
3.
de ICL-bijdrage voor Leiystad over 2018, na de gebruikelijke indexatie, vast te stellen op € 16.105.000; Pagina 1 van 2
Datum
Kenmerk
2018-0000312933
4.
de ICL-bijdrage voor Leiystad over de jaren 2019 t/m 2028 geleidelijk af te bouwen. Het bedrag waarmee en de wijze waarop deze afbouw wordt gerealiseerd is nader beschreven in de toelichting op dit besluit;
5.
jaarlijks de ICL-bijdrage, na inachtneming van de gebruikelijke indexatie en de werkelijke korting per extra inwoner, middels een brief/beschikking vast te stellen;
6.
in 2019 de (mogelijke) effecten van Leiystad Next Level op de ICLbijdrage op hoofdlijnen te evalueren;
7.
in 2023 en 2028 de ICL-bijdrage voor Leiystad integraal te evalueren waarbij ook een definitieve afbouw wordt onderzocht;
8.
deze beschikking te zenden aan de Raad van de gemeente Leiystad;
9.
een afschrift van deze beschikking te zenden aan burgemeester en wethouders van de gemeente Leiystad, Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland en aan de Raad voor het Openbaar Bestuur.
Voor een nadere toelichting op dit besluit wordt verwezen naar de bijlage.
Hooga8htend, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
namer/s deje,
A-
Chris Kuijaers C irecteur-
eneraal Bestuur, Ruimte en Wonen
Pagina 2 van 2
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Directie Bestuur, Financien en Regio's Afdeling Financiele Regelgeving en Toezicht 22 mei 2018
Toelichting bij het besluit tot een aanvullende uitkering ex. Artikel 12 Financiele verhoudingswet voor de gemeente Leiystad, naar aanleiding van de evaluatie van de ICL-bijdrage. 1.
Algemeen
Aanleiding ICL-bijdrage en start evaluatie
De ICL-bijdrage is onderbouwd door het advies uit 1987 van de Interdepartementale Commissie Leiystad (ICL) over de financiele problematiek van de gemeente Leiystad. De ICL-bijdrage is te verklaren uit de extra kosten door de ruime aanleg van de openbare ruimte door de Rijksoverheid en de achterblijvende bevolkingsgroei ten opzichte van de verwachtingen. In de ICL-beschikking door de fondsbeheerders van april 1996 is vastgelegd dat de evaluatie van de ICL-bijdrage zou plaatsvinden bij een inwonertal dat ligt tussen de 70.000 en 80.000 inwoners. In 2004 zijn hier in de brief FO2004/58177 ambtelijk nadere afspraken over gemaakt waarbij ervan is uitgegaan dat de ICL-bijdrage niet zou worden geevalueerd voordat Leiystad vermoedelijk in 2010 de 80.000 inwonersgrens zou overschrijden. Voorgesteld is om drie jaar daaraan voorafgaand in 2007 de ICL-evaluatie samen te starten.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) Met echter in 2012, ruim 5 jaar later dan toen voorzien, weten dat in het licht van de afnemende groei van Leiystad het mogelijk nog tientallen jaren zou duren voordat het aantal van 80.000 inwoners zou worden bereikt. Per 1
januari van dat jaar bedroeg het inwoneraantal van Leiystad 75.332 bij een groei in 2011 van 219 inwoners.
Gegeven het feit dat een dermate lange periode zonder vorm van evaluatie na de laatste inhoudelijke ICL-beschikking uit april 1996 door niemand was voorzien, was de minister van oordeel dat een evaluatie van de ICL-bijdrage nodig was. Het rapport naar aanleiding van de evaluatie is in juni 2017 afgerond. Op basis van de evaluatie en de readies van de gemeente, de provincie en de Raad voor het openbaar bestuur (Rob), neemt de fondsbeheerder de Minister van BZK, mede namens zijn collega de Staatssecretahs van Financien, een beslissing over de ICL-bijdrage. In deze beschikking worden ook de geindexeerde ICL-bijdragen voor de jaren 2016, 2017 en 2018 vastgesteld. 2.
Hoofdpunten uit de rapportage en advies van de inspecteurs
De vraag die in de evaluatie voorlag is of en zo ja hoeveel extra financiele middelen de gemeente Leiystad ook in de toekomst nodig heeft voor de extra uitgavenposten waarvoor de ICL-bijdrage indertijd werd ingesteld. De inspecteurs komen op basis van deze onderzoeksvraag tot de volgende conclusies: A. Op basis van deze ICL-evaluatie kan worden geconcludeerd dat het nu niet mogelijk is om de ICL-bijdrage volledig te beeindigen. B. Wei zien de inspecteurs mogelijkheden tot afbouw van de ICL-bijdrage: 1. Op basis van concrete maatregelen met betrekking tot aanpassing omvang beheerslasten openbare ruimte (totaal € 2 miljoen), verminderen onderhoudskosten stadhuis (totaal € 0,15 miljoen), ruimten verhuren stadhuis (totaal € 0,875 miljoen) en Agora theater/De Kubus (totaal € 0,66 miljoen).
2.
3.
Op basis van inwonersgroei, waarbij voor elke inwoner meer de ICL-bijdrage kan dalen conform de berekeningssystematiek van tabel 9.2.2.1 in het rapport (paragraaf 9.2.2) op basis van werkelijke inwonersaantallen en -groei per jaar. Vanaf 2023 € 750.000 per jaar op basis van toekomstige aanpassingen van het baten- of lastenniveau beheer openbare ruimte. Deze toekomstige aanpassingen
C.
dienen nog ingevuld te worden door Leiystad en op basis daarvan wordt bekeken hoe hoog de korting uiteindelijk kan uitvallen. Als de toekomstige omvang van de ICL-bijdrage uitsluitend wordt gerelateerd aan (de verwachte groei van) het aantal inwoners betekent dit dat de facto het grootste deel van de ICL-bijdrage zonder einddatum wordt voortgezet. Daarom wordt ook voorgesteld dat: 1. De uitkeringsvorm van de ICL-bijdrage wordt gewijzigd van een artikel 12- uitkering in een decentralisatie-uitkering. 2. De fondsbeheerders verkennen of een methodiek mogelijk is waardoor de verantwoordelijkheid voor een grotere financiele zelfstandigheid (meer) bij de gemeente wordt gelegd om zo te komen tot een verdere reductie van de ICL-bijdrage.
Bovenstaande conclusies (A t/m C) zijn verder ingevuld via een 25-tal adviezen. Voor een nadere beschrijving van deze adviezen verwijs ik u naar het rapport. 3.
Reactie gemeente Leiystad op rapport inspecteur
De raad van de gemeente Leiystad heeft per brief van 1 november 2017 gereageerd op het advies van de artikel 12-inspecteurs. De belangrijkste punten worden hieronder beschreven. De gemeente vindt dat de evaluatie -gelet op eerdere afspraken- te vroeg is gehouden. De gemeente vindt dat ze niet alleen hogere kosten heeft in het fysiek domein maar ook in het sociaal domein. De gemeente vindt de reikwijdte van de evaluatie dan ook te klein.
De gemeente is het eens dat het inwonergroei kan leiden tot een lagere ICL-bijdrage, maar de afname moet niet € 360 per extra inwoner zijn maar het verschil tussen de extra inkomsten (uit het gemeentefonds) en de extra kosten van een extra inwoner.
De gemeente merkt op dat bovengenoemde advies maar een kant op werkt, namelijk alleen bij inwonergroei en vindt dat dit dan ook moet gelden bij een daling: dus trap op, trap af. In een van de adviezen wordt de gemeente Leiystad de mogelijkheid en tijd geboden meerjarenprogramma's op te stellen om op die manier de voorgestelde
stimuleringsmaatregelen in gang te kunnen zetten. Bij de eerstvolgende evaluatie in 2022 kunnen dan de concrete financiele effecten worden beoordeeld en kan bezien worden of de
eerdere genoemde getalsmatige afbouw van de ICL-bijdrage realistisch en haalbaar is. Gemeente adviseert om het onderzoek naar mogelijke kostenreductie op de terreinen waarvoor de ICL-bijdrage geldt, gezamenlijk op te pakken.
Leiystad vindt het ongepast om op voorhand opbrengsten aan onderzoeksuitkomsten te koppelen en deze alvast in te boeken. Het gaat hier om het advies van de inspecteurs om met ingang van 2023 de ICL-bijdrage verder af te bouwen met € 750.000 per jaar. De inspecteurs adviseren de verantwoordelijkheid voor deze reductie allereerst neer te leggen bij de gemeente via meerjarenprogramma's en concrete onderzoeksopdrachten. Op basis van een nieuwe ICLevaluatie in 2022 kan worden beoordeeld of de voorgestelde afbouw met ingang van 2023 realistisch en haalbaar is. Leiystad stelt voor om deze post als PM op te nemen.
De gemeente tekent bezwaar aan tegen het vooraf korten van de ICL-bijdrage op grand van nog te realiseren bezuinigingen. Dit geldt voor de ingeboekte verhuuropbrengsten van het stadhuis. Daarnaast is Leiystad het niet eens met de manier waarop de mate van
overcapaciteit en daarmee het te verhuren oppervlak is bepaald. De gemeente stelt voor om ook deze post als PM op te nemen.
De gemeente constateert dat de planning voor de evaluatie ernstig is opgeschoven als gevolg van een niet aan de gemeente Leiystad verwijtbare doorlooptijd. Gemeente vindt het niet
opportuun (en haalbaar) de effecten nog te vertalen in het boekjaar 2018. Gemeente stelt daarom voor om de inwerkingtreding van de besluiten te verschuiven van 2018 naar 2019 en
in lijn daarmee ook het volgende evaluatiemoment op te schorten van 2022 naar 2023. 4.
Advies van de provincie
Op 5 oktober 2017 heeft de provincie Flevoland geadviseerd over het rapport van de inspecteurs. De belangrijkste punten worden hieronder beschreven.
De provincie is het eens met de meeste voorstellen van de artikel 12-inspecteurs en geeft aan tevreden te zijn met de wijze waarop het rapport tot stand is gekomen. De inspecteurs hebben 25 adviezen uitgebracht die zorgvuldig ambtelijk zijn afgestemd in het Tripartite Overleg (ambtelijk overleg tussen het Ministerie van BZK, Leiystad en Flevoland). De provincie heeft wel opmerkingen op enkele adviezen uit hoofdstuk 9 van het rapport. Het gaat hierbij allereerst om het door de inspecteurs gehanteerde methodiek voor de korting per inwoner. De provincie merkt op dat deze korting per inwoner (nog) geen draagvlak heeft gevonden bij Leiystad. De provincie hecht wel aan dat draagvlak. Daarnaast adviseert de provincie om bij sommige voorgestelde bezuinigingen (toekomstige bezuinigingsmaatregelen en verhuuropbrengst stadhuis) dat het risico niet bij de gemeente maar bij het Rijk zou moeten blijven. Tenslotte adviseert de provincie om de inwerkingtreding van de bezuinigingsvoorstellen te verschuiven van 2018 naar 2019.
De provincie vindt de overige adviezen acceptabel.
5.
Advies van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob)
Op 23 januari 2018 heeft de Rob geadviseerd over het rapport van de artikel 12-inspecteurs. De belangrijkste punten worden hieronder beschreven. Overweqinqen Rob nav advies artikel 12-inspecteurs en reactie gemeente:
De Rob constateert dat de ICL-bijdrage sinds 1996 niet meer is geevalueerd. Het is redelijk de evaluatie nu te houden, omdat de verwachtingen van 2004 over de bevolkingsgroei niet zijn uitgekomen. De gemeente is vrij eigen beleidskeuzes te maken maar de ICL-bijdrage ontslaat Leiystad niet van de plicht om efficient te werken. De Rob vindt dat de sociale structuur niet meetelt: er zijn meer gemeenten met een slechte sociale structuur, en omdat het gemeentefonds corrigeert voor extra kosten die voortkomen uit de slechte sociale structuur.
De Rob concludeert dat op de onderbouwing en het realiteitsgehalte van de verschillende onderdelen wellicht het een en ander valt af te dingen maar de bezuinigingsmogelijkheden dienen als een pakket te worden beoordeeld. Met de nodige kanttekeningen ligt er naar het oordeel van de Rob alles afwegende een redelijk en voldoende onderbouwd voorstel. De Rob erkent wel dat het een redelijk forse opgave betreft op een totale begroting van bijna € 250 mln., maar acht deze haalbaar.
Rob is het eens dat Leiystad nog meer kan bezuinigen. Maar het voorstel van de artikel 12inspecteurs om ervan uit te gaan dat Leiystad vanaf 2023 elk jaar € 750.000 extra kan bezuinigen, (in 5 jaar structured € 3,75 miljoen), is onvoldoende onderbouwd. Ook vindt de Rob het procedurevoorstel daarvoor onrealistisch. Als Leiystad beweert dat het dat bedrag niet kan bezuinigen, dan zou het dat moeten aantonen (bewijslast gemeente), waarna de artikel 12-inspecteurs dat bewijs weer beoordelen. "Op deze manier bemoeit het Rijk zich in detail met de financien van de gemeente Leiystad", "en dat hoort niet". De voorgestelde maatregelen uit het rapport van de inspecteurs leveren bij elkaar opgeteld een halvering van de ICL-bijdrage op in 10 jaar. In de nu voorliggende voorstellen is dit overigens
afhankelijk van de vraag of de gemeente erin slaagt de € 750.000 te realiseren. Het is aan de gemeente om dit op te vangen door bezuinigingen, het aanwenden van andere middelen of uit de groei van de algemene uitkering.
Het uitgangspunt moet zijn dat Leiystad als een normale gemeente moet kunnen functioneren. De Rob is van oordeel dat het Rijk zich in het verdere vervolg niet moet inlaten met een
beoordeling van concrete bezuinigingen van de gemeente. Een herhaling van zetten waarbij het Rijk op basis van concrete besparingsmogelijkheden een verdere afbouw moet verdedigen of waarbij de gemeente Leiystad moet aantonen dat de beoogde besparingsmogelijkheden niet gerealiseerd kunnen worden acht de Raad niet wenselijk. Dit is ook niet passend in een volwassen relatie tussen het Rijk en een zelfstandige gemeente. De gemeente Leiystad is tenslotte geen artikel-12 gemeente.
De Rob constateert dat er op basis van dit het advies van de artikel 12-inspecteurs geen reeel perspectief is op een volledige afbouw van de ICL-bijdrage binnen een tijdsbestek van 25 jaar zonder dat de gemeente daar anderszins door in de financiele problemen zou komen. De Rob acht volledige afbouw binnen een dergelijk tijdsbestek wenselijk en komt met een alternatief voorstel. Alternatief voorstel Rob:
Rob adviseert een andere wijze van afbouw van de ICL-bijdrage om na 25 jaar tot een volledige afbouw te komen. Een deel van de afbouw kan door invulling van besparingsvoorstellen de komende 10 jaar, maar wel af te zien van de taakstellende bezuiniging van € 3,75 mln. (5 * € 750.000) en in plaats daarvan de bijdrage af te bouwen op basis van inwonersgroei (€ 650 per inwoner) uitgaande van een volledig afbouw bij het bereiken van 100.000 inwoners met als laatste stap eventueel het na 15 jaar komen tot een afkoop van de resterende jaarlijkse bijdrage. Bijvoorbeeld in 5 jaarlijkse termijnen. Het kenmerkende verschil tussen de benadering van de Rob en het voorstel uit de evaluatie is dat de beoordeling van de taakstellende bezuiniging van € 3,75 min (5* € 750.000) komt te vervallen en er volgens de Rob een perspectief op een beeindiging van de ICL-bijdrage wordt geboden. Er is in deze benadering ook geen reden voor het monitoren door de provincie. Het voorstel uit de evaluatie leidt tot een korting van € 7,4 min op de huidige ICL-bijdrage van € 15,2 mln. over een periode van 10 jaar. De door de Rob voorgestelde benadering leidt tot een afbouw van € 4,8 mln. over dezelfde periode. Daarbij valt te overwegen om bij de jaarlijkse indexatie te matigen door rekening te houden met te behalen efficiency voordelen.
Toelichting Rob hierop: Dit voorstel betekent weliswaar een hogere korting op het bedrag per inwoner bij groei, maar de taakstellende korting van € 750.000 zoals nu in het voorstel is opgenomen komt te vervallen.
De gemeente Leiystad heeft de komende jaren de gelegenheid om zich voor te bereiden op een geleidelijke afbouw van de ICL-bijdrage. De gemeente kan deze korting opvangen door een deel van de accressen daarvoor te benutten, door de OZB te verhogen of door te bezuinigen. Om geen valse start te maken met de aanpassing van de ICL-bijdrage ligt uitstel van de uitvoering tot 2019 voor de hand. Van de gemeente mag dan worden verlangd dat de ruimte die daardoor ontstaat benut wordt voor het opvangen van de korting in de volgende jaren. 6.
Conclusie van de fondsbeheerders
Het inspectierapport heeft geresulteerd in reacties van Leiystad en de provincie Flevoland. Ook de Rob heeft gereageerd alsook een alternatief voorstel gepresenteerd. Er liggen in feite twee benaderingen voor: het advies uit het inspectierapport en het advies van de Rob. Het kenmerkende verschil tussen de twee benaderingen is dat er in het advies van de Rob de nadruk wordt gelegd op de gewenste verhoudingen tussen Rijk en gemeenten. Van daaruit wordt een perspectief op beeindiging van de ICL-bijdrage geboden waarbij de verantwoordelijkheid daarvoor vooral bij de
gemeente ligt. Terwijl de inspecteurs-aanpak de afbouw baseert op concrete maatregelen (en/of onderzoeken) aangevuld met een afbouw gekoppeld aan inwonersaantal, te weten het in de verre toekomst gelegen, inwonersaantal van 120.000. Zowel in de evaluatie van de ICL-bijdrage als in het Rob-advies wordt geadviseerd een strategische
agenda op te stellen, een programma om Leiystad naar een hoger niveau te tillen. Daarom heeft Leiystad het initiatief genomen om samen met de provincie Flevoland en in overleg met het ministerie van BZK te werken aan de vervolgstappen. Dit vervolg is erop gericht om de gemeente
Leiystad de definitieve stap te laten naar een aantrekkelijk en duurzaam Leiystad, dat financieel gezond en zelfstandig is. Inzet daarbij is om in gezamenlijkheid (gemeente Leiystad, provincie Flevoland en Rijk) een proces in te gaan, waarin Leiystad het voortouw neemt en dat leidt naar een
oplossing waarbij Leiystad ook financieel weer op eigen benen kan staan en de ICL-bijdrage verder kan worden afgebouwd.
Dit initiatief sluit aan bij de gedachte van de Rob, namelijk dat een volledige afbouw op termijn het uitgangspunt moet zijn, waarbij primair de verantwoordelijkheid bij Leiystad zelf ligt en waarbij er
tot een globale afspraak over afbouw wordt gekomen zonder gedetailleerde beoordeling vanuit het Rijk over de onderliggende bezuinigingen. De fondsbeheerders delen het uitgangspunt van de Rob: dat het van belang is dat er een reeel perspectief komt op een volledige afbouw van de ICLbijdrage binnen een realistisch tijdsbestek, waarbij het tegelijk van belang is dat de gemeente daar anderszins niet door in de financiele problemen komt. Tevens onderschrijven zij dat een globale systematiek die de zelfstandigheid van Leiystad benadrukt van belang is. Gelet op bovenstaande besluiten de fondsbeheerders om ten aanzien van de ICL-bijdrage als uitgangspunt de benaderingswijze van de Rob te kiezen waarbij deze geleidelijk wordt afgebouwd over een periode van 10 jaar. De keuze hiervoor is ingegeven vanuit de afspraken die zijn gemaakt over het opstarten van Leiystad Next Level waarbij Leiystad primair verantwoordelijk is en dat er mede op gericht is te komen tot afbouw van de ICL-bijdrage. De Rob-systematiek met globale afspraken over de verlaging van de uitkering, waarbij niet meer in detail wordt gekeken zoals bij de laatste evaluatiepast binnen de rolverdeling zoals deze thans uitgerold gaat worden bij Leiystad Next Level. Dit besluit betekent dat het jaarlijkse provinciaal verslag, uitgevoerd conform de beschikking dd.
april 1996, waarin de provincie Flevoland verslag doet aan de minister van Binnenlandse Zaken over besteding van de ICL-gelden komt te vervallen. De fondsbeheerders wijken op drie punten af van het advies van de Rob. Namelijk het evaluatiemoment om tot verdere afbouw te komen, de geadviseerde korting per extra inwoner en de verhuuropbrengst van het stadhuis. Hieronder wordt nader toegelicht waarom op deze punten wordt afgeweken. Evaluatie om tot afbouw te komen:
Ten opzichte van het advies van de Rob wordt niet na 15 jaar gesproken over de mogelijkheid van een verdere afbouw (en afkoop) van de bijdrage, maar wordt al na 1 jaar, na oplevering van het (strategisch) meerjarenprogramma Leiystad Next Level, een eerste evaluatie gedaan van de mogelijke effecten hiervan op de ICL-bijdrage en wordt na vijf en tien jaar een evaluatie gedaan waarbij in beide gevallen ook een definitieve afbouw wordt onderzocht. Dit is in het kader van Leiystad Next Level reeds afgesproken tussen Leiystad en BZK. Korting per extra inwoner:
De fondsbeheerders zien hier grond om af te wijken van het advies van de Rob en kiezen voor wat betreft de korting per inwoner voor de methodiek zoals geadviseerd door de artikel 12-inspecteurs, oftewel ongeveerC 360 per extra inwoner. Uitgangspunt hierbij is dat de ICL-bijdrage tot nul is gereduceerd bij 120.000 inwoners. Voor een verdere toelichting op deze methodiek wordt verwezen naar het evaluatierapport van de artikel 12-inspecteurs. De werkelijke korting per jaar met betrekking tot de groei van inwoners wordt jaarlijks achteraf bepaald op basis van werkelijke aantallen inwoners per jaar. Deze beslissing hangt samen met het initiatief van de gemeente om
'Leiystad Next Level' te starten alsook de afspraak om na vijf en tien jaar (in 2023 en 2028) ook een verdere (en definitieve) afbouw te onderzoeken. Verhuuropbrengst stadhuis:
De gemeente tekent bezwaar aan tegen het vooraf korten van de ICL-bijdrage op grond van nog te realiseren bezuinigingen. Dit geldt voor de ingeboekte verhuuropbrengsten van het stadhuis (€ 0,875 mln.) Daarnaast is Leiystad het niet eens met de manier waarop de mate van overcapaciteit en daarmee het te verhuren oppervlak is bepaald. De gemeente stelt voor om deze post als PM op te nemen.
Deze door de inspecteurs geschatte verhuuropbrengst is gebaseerd op een verkenning van Royal Haskoning DHV (RHDHV). De gemeente Leiystad heeft naar aanleiding van deze verkenning een second opinion laten uitvoeren door Veldhoen Company. Veldhoen Company constateert een lager aantal verhuurbare vierkante meters dan RHDHV. Daarnaast wordt de ruimte op de begane grond
grotendeels beoordeeld als potentieel verhuurbare ruimte door RHDHV. De gemeente ziet deze ruimte echter als verkeersruimte en daardoor niet verhuurbaar.
Inspecteurs en Rob acht deze besparingsmogelijkheid (€ 0,875 mln.) niet onredelijk of onrealistisch. Desondanks zien de fondsbeheerders ruimte om op dit punt Leiystad tegemoet te komen. Inspecteurs gingen bij dit bedrag uit van monitoring van realisatie, daarmee is het geen harde inboeking. De Rob is niet specifiek ingegaan op deze bezuiniging maar gaf met betrekking tot een andere bezuinigingsmaatregel (taakstellende bezuiniging van € 3,75 mln.) aan een dergelijke procedure niet realistisch te vinden. Dit omdat de bewijslast bij dergelijke afspraken bij de gemeente ligt. De fondsbeheerders besluiten daarom om het bedrag te verlagen, maar dan wel als harde bezuinigingsmaatregel zonder een toets. Dit past beter bij de gekozen Rob-benadering (zonder monitoring). De fondsbeheerders stellen deze bezuinigingsmaatregel vast op € 0,3 mln. Dit kan zonder PM-post (eventuele meeropbrengst is voor gemeente) en wordt structureel ingeboekt vanaf2021.
Overige beslissingen fondsbeheerders:
De fondsbeheerders vinden -net als de Rob- dat het redelijk is dat de ICL-bijdrage is geevalueerd. De Rob constateert dat de ICL-bijdrage sinds 1996 niet meer is geevalueerd. Het is redelijk de evaluatie nu te houden, omdat de verwachtingen van 2004 over de bevolkingsgroei niet zijn uitgekomen. Leiystad vindt dat ze niet alleen hogere kosten heeft in het fysiek domein maar ook in het sociaal domein. Gemeente vindt de reikwijdte van de evaluatie dan ook te klein. De fondsbeheerders delen het advies van de Rob. De Rob vindt dat de sociale structuur niet
meetelt: er zijn meer gemeenten met een slechte sociale structuur. Daarnaast corrigeert het gemeentefonds voor extra kosten die voortkomen uit de slechte sociale structuur. De gemeente merkt op dat korting op inwonergroei maar een kant op werkt, namelijk alleen bij
inwonergroei en vindt dat dit dan ook moet gelden bij een daling: dus trap op, trap af. Het advies van de gemeente wordt niet overgenomen. Hierbij speelt mee dat gemeente al veel voordeel heeft genoten door bijvoorbeeld geen korting te hebben gekregen op de groei van 16.000 inwoners (periode 1996-2016). Dit wordt ook geconcludeerd door de Rob. De evaluatie is significant opgeschoven. Daarom wordt -conform verzoek Leiystad en de Robbesloten om de inwerkingtreding van de besluiten te verschuiven van 2018 naar 2019 en in lijn daarmee ook het volgende evaluatiemoment op te schorten van 2022 naar 2023. Leiystad vindt het ongepast om op voorhand opbrengsten aan onderzoeksuitkomsten te koppelen en deze alvast in te boeken. Met het volgen van het Rob-advies valt de stelpost voor toekomstige bezuinigingen van € 3,75 mln. weg. De huidige manier van indexering wordt -in tegenstelling tot advies Rob- nu niet gematigd. Dit betekent dat de gebruikelijke methodiek wordt aangehouden: oftewel dat bij de berekening van de ICL-bijdrage er alleen een indexatie wordt toepast als de nominale ontwikkeling van de algemene uitkering van het gemeentefonds in de vorm van het accres positief is. Dit is conform het gestelde in mijn brieven van 27 januari 2016 (kenmerk 2016-0000027656), 14 mei 2012 (kenmerk 2012-0000269434) en van 2 november 2012 (kenmerk 2012-0000631388).
De inspecteurs en de ROB adviseren de ICL-bijdrage niet via artikel 12, maar als decentralisatie-uitkering te verstrekken. Dit zal bij de 1-jaarsevaluatie betrokken worden. Er wordt naar gestreefd om vanaf 2020 de ICL-bijdrage als een decentralisatie-uitkering aan Leiystad beschikbaar te stellen. De ICL-bijdrage is van origine bedoeld als een bijdragen in de kosten van de overmaat. Met Leiystad Next Level wordt mede beoogd om bij te dragen aan het mogelijk maken van de afbouw van de ICL-bijdrage. Daarom kan in overleg worden afgesproken dat een deel van de resterende ICL-middelen wordt ingezet ten behoeve van Leiystad Next Level. Daarbij dient ten behoeve van de evaluaties wel zicht te blijven op de uitgaven. Vaststelling ICL-bijdrage 2016 tot en met 2018:
Bij de berekening van de ICL-bijdrage voor de jaren 2016 t/m 2018 is de gebruikelijke indexatie toegepast, omdat de nominale ontwikkeling van de algemene uitkering van het gemeentefonds in de vorm van het accres in de jaren 2015 t/m 2017 positief was. ICL-bijdrage 2016
(brief 27-1-2016, kenmerk 2016-0000027656): Bij: 0,9% (2/3 van prijsstijging overheidsconsumptie zoals
€
15.531.000
vermeld in septembercirculaire 2015 paragraaf 5.4 van 1,4%: ICL-bijdrage 2016 (afgerond op 1000 naar beneden) ICL-bijdrage 2017 ICL-bijdrage 2016: Bij: 0,7% (2/3e van prijsstijging overheidsconsumptie zoals vermeld in septembercirculaire 2016 paragraaf 5.3 van 1,0%): ICL-bijdrage 2017 (afgerond op 1000 naar beneden) ICL-bijdrage 2018 ICL-bijdrage 2017: Bij: 2,1% (2/3e van prijsstijging overheidsconsumptie zoals vermeld in septembercirculaire 2017 paragraaf 5.3 van 3,1%): ICL-bijdrage 2018 (afgerond op 1000 naar beneden)
€ 144.000 C 15.675.000
€
15.675.000
€ €
104.000 15.779.000
€
15.779.000
€ €
326.000 16.105.000
Dit besluit betekent een harde afbouw van de ICL-bijdrage van ongeveer € 3,1 mln. over een periode van 10 jaar. Daarnaast wordt jaarlijks gekort per extra inwoner. De werkelijke korting per jaar -met betrekking tot de groei van inwoners- wordt jaarlijks per brief/beschikking achteraf bepaald op basis van werkelijke aantallen inwoners per jaar. Hierbij wordt ook de jaarlijkse indexatie (volgens gebruikelijke methode) meegenomen.
De geleidelijk afbouw van de ICL-bijdrage over de jaren 2019 t/m 2028 is weergegeven in tabel 1 op de volgende pagina. Hierbij is uitgegaan van een stijging van 175 inwoners per jaar op basis van Bevolkingsprognose 2016-2031.
(7 =
6/4)
inwoner
376
16.105.000**
0
42.825
369
15.729.189
65.811
42.650
358
15.214.649
64.539
42.475
120.000
340
14.401.964
62.685
42.300
120.000
331
13.942.381
59.583
42.125
120.000
326
13.684.460
57.921
41.950
321
13.427.374
57.087
41.775
120.000
317
13.171.125
56.249
41.600
120.000
312
12.915.718
55.407
41.425
120.000
307
12.661.155
54.562
41.250
120.000
basis van werkelijke inwonersaantallen per jaar op basis van CBS-cijfers. ** Op basis van ge'mdexeerde ICL-bijdrage 2018.
302
12.407.441
53.714
41.075
120.000
78.925
78.750
78.575
78.400
78.225
78.050 120.000
200.000
2028
200.000
2027
200.000
2026
200.000
2025
200.000
2024
200.000
2023
* Uitgegaan van een stijging van 175 inwoners per jaar op basis van Bevolkingsprognose 2016-2031. Uiteindelijke korting a.g.v. inwonersstijging dient plaats te vinden op
(6)
Benodigde daling ICL-bijdrage per
(5)
3-2)
stijging inwoners
bijdrage na maatregelen en
Restant ICL-
inwoners
Daling ICL-bijdrage a.g.v. stijging
Verschil inwoners
120.000
(3)
ICL-bijdrage NUL bii aantal inwoners
120.000
77.875
77.700
77.525
77.350
77.175
(2)
Aantal inwoners*
(4 =
400.000
750.000
450.000
2022
310.000
2021
0
2020
(1)
2019
Daling ICL-bijdrage a.g.v. maatregelen
2018
Tabel 1