-Bijlage 9 Ontheffing beschermde soorten
Tekst van het document
>
PROVINCIE FLEVOLAND
loilms00 GescP,--4 qs0°
Postbus 55 8200 AB Lelystad Telefoon (0320)-265265 Fax
21 SEP 2023
(0320)-265260 E-mail provincie@Flevoland.nt
Staatsbosbeheer Mevrouw G.A. Horssen Smallepad 5 3811 MG AMERSFOORT
Website www.flevoland.nl
110111 1111 iu Verzenddatum
Bijlagen
Uw henmerh
18 SEP. 2023
Ons henmerh
3159382
Onderwerp
Wet natuurbescherming: ontheffing voor het aanleggen van een slenk in de Hollandse Hout to Lelystad Geachte mevrouw Horssen, Op 23 juni 2023 (aangevuld op 29 juni, 31 juli en 22 augustus) hebben wij uw aanvraag ontvangen, voor een ontheffing van artikel 3.5 Wet natuurbescherming voor het verstoren van de bever en het verstoren van verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis en van artikel 3.10 voor het verstoren en vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de wezel, bunzing en boommarter vanwege het aanleggen van een slenk in de Hollandse Hout to Lelystad. Het project of handeling vindt plaats op het grondgebied van de provincie Flevoland. Gedeputeerde Staten van Flevoland zijn daarom gelet op artikel 1.3 lid 1 en 4 van de Wet natuurbescherming het bevoegd gezag. Wij hebben uw aanvraag beoordeeld op basis van de in artikel 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbescherming genoemde voorwaarden en criteria, op grond waarvan een ontheffing kan worden verleend. Bijgevoegd treft u ons besluit aan. Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Flevoland, de s cretaris, de voorzitt r,
drs. D.J. Tiji - L. Verbeek
lnlichtingen bij
Doorhiesnummer
Bezoehadres
N. Bolt
0320-265778
Visarendd reef 1 Lelystad
Bladnummer
2 Ons kenmerh:
3159382
Besluit van GEDEPUTEERDE STATEN VAN FLEVOLAND op een verzoek voor een ontheffing op grond van artikel 3.8 en 3.10 Wet natuurbescherming Inhoudsopgave A. Besluit B. Motivering besluit B1. Wettelijk kader Wet natuurbescherming B2. Beleid B3. Aanvraag B4. Inhoudelijke beoordeling B5. Conclusie C. Kennisgeving en afschriften D. Bezwaar E. Ondertekening Bijlage 1: overzicht mitigerende maatregelen Bijlage 2: Informatieblad bezwaarprocedure Gedeputeerde Staten van Flevoland
A. Besluit Gedeputeerde Staten van Flevoland hebben besloten, op grond van artikel 3.8 en 3.10 van de Wet natuurbescherming, aan Staatsbosbeheer een ontheffing te verlenen: van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5 lid 2 van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het verstoren van de bever, van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.5 lid 2 en 4 van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het verstoren van verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis en van de verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.10 lid 1 b van de Wet natuurbescherming voor wat betreft vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de wezel, bunzing en boommarter, vanwege aanleg van een slenk in de Hollandse Hout te Lelystad. Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden: Algemene voorschriften 1. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder of haar rechtsopvolgers blijven daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing. 2. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing en de bijbehorende brief op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren.
3. Een week voordat wordt begonnen met de uitvoering van de werkzaamheden moet hiervan melding worden gedaan bij de OFGV via handhaving@ofgv.nl hierbij dient het onderwerp en kenmerk van de ontheffing vermeld te worden. 4. Deze ontheffing is geldig vanaf datum van afgifte tot en met 30 september 2026. Specifieke voorschriften 5. Ter mitigatie van nnogelijk optredende verstoring zijn er, verspreid over het gebied reeds 16 vleermuiskasten opgehangen (zie bijlage 1). De vleermuiskasten zijn reeds op 24 juni 2022 opgehangen. De kasten blijven na de werkzaamheden hangen om de functionaliteit van het gebied voor vleernnuizen te versterken en hiermee een gunstig effect op de lokale staat van instandhouding te krijgen. Aanvullend worden nog 5 vleermuiskasten opgehangen in het bos nabij het bezoekerscentrum. 6. Eerst zal de slenk worden aangelegd gevolgd door de benodigde stuw. Vervolgens wordt het waterpeil ingeregeld, daarna worden er 5 takkenhopen voor de bever geplaatst (zie bijlage 1). Als alle hiervoor beschreven acties gereed zijn wordt de oude burcht geruimd.
Bladnummer
3 Ons henmerh:
3159382
7. Graafwerkzaamheden vinden plaats van september tot half maart buiten de kwetsbare periode van de bever en op tenminste 50 m afstand van de beverburcht. 8. Voor de wezel en bunzing worden voordat er graafwerkzaamheden plaatsvinden aan de bosranden vier takkenhopen aangelegd om de wezel en bunzing extra rustgelegenheden te geven. Tevens wordt een kast voor wezelvrouw en een kast voor bunzingvrouw in een takkenhoop geplaatst. 9. Er worden twee kasten voor boommarter geplaatst voordat de werkzaamheden plaatsvinden. 10. Na plaatsen van de kasten voor vleermuizen, boommarter, wezel en bunzing en takkenhopen voor de bever, wezel en bunzing wordt er 1 kaart geleverd waarop de locatie van deze voorzieningen is weergegeven. Deze kaart wordt binnen 3 maanden na afgifte van deze ontheffing naar wetnatuurbescherming@flevoland.nl en handhaving@ofgv.nl gestuurd onder vermelding van het kenmerk van de ontheffing. 11. De takkenhopen voor marters worden aangelegd zoals aangegeven in de Beheerwijzer landschappelijke maatregelen voor kleine marterachtigen van de Zoogdiervereniging. De inen de uitgangen van de takkenhopen dienen dekking te bieden en in verbinding te staan met takkenrillen of al aanwezige dekking of geleiding biedende structuren zoals dichte struiken of ruigte.
Ook dienen de takkenhopen het hele jaar een droge standplaats te hebben (bijvoorbeeld bestaande uit droop zand en verhoging met dikke takken). De nestkamer dient tegen inregenen te zijn beschermd (waterdicht) en minimaal twee ingangen te hebben zodat er genoeg vluchtmogelijkheden zijn. De takkenhoop heeft een minimale lengte van 3 meter, is tenminste 2 meter breed en 1 meter hoog. De takkenhopen met kasten dienen functioneel te blijven voor wezel en bunzing, zolang de kasten functioneel zijn. De takkenhopen worden daartoe regelmatig (om de 3 jaar) aangevuld met nieuw materiaal om ze hun minimale afmetingen te laten behouden. 12. Er vinden tussen zonsondergang en zonsopkomst geen werkzaamheden plaats. 13. De werkzaamheden en inrichting van het terrein vinden plaats onder ecologisch deskundige begeleiding. 14. Als tijdens de werkzaamheden beschermde soorten worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden onmiddellijk te worden stopgezet en dient de begeleidend ecoloog ingeschakeld te worden. Tevens dient hiervan binnen 24 uur melding te worden gedaan via handhaving@ofgv.nl. B. Motivering besluit B1.
Wettelijk kader Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) is het nationale wettelijke kader voor de toetsing van activiteiten, plannen, projecten en handelingen met mogelijke gevolgen voor de belangrijkste natuurwaarden van de Natura 2000-gebieden en voor de soortenbescherming van in Nederland in het wild levende planten en dieren. De Wnb geeft algemene beschermingsmaatregelen ten aanzien van de zorgplicht (artikel 1.11 lid 1 en 2) en de actieve soortenbescherming (artikel 1.12). Artikel 1.3 lid 1 luidt: ingeval Gedeputeerde Staten ingevolge het bepaalde bij of krachtens deze wet bevoegd zijn tot het nemen van een besluit met betrekking tot projecten of handelingen, zijn, tenzij anders bepaald, bevoegd Gedeputeerde Staten van de provincie waar het project of de handeling wordt gerealiseerd, onderscheidenlijk verricht. Gedeputeerde Staten van Flevoland zijn gezien artikel 1.3 lid 1 het bevoegd gezag voor de onderhavige handeling. In hoofdstuk 3 van de Wnb (betreft soortenbescherming) zijn drie beschermingsregimes opgenomen: de Vogelrichtlijn (artikel 3.1 tot en met 3.4); de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 tot en met 3.9); en de Andere soorten (artikel 3.10 tot en met 3.11).
Bladnummer
4 Otis henmerrn
3159382
De soorten (bever en ruige dwergvleermuis) waarvoor ontheffing is aangevraagd van de in de Wnb genoemde verboden, vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. Hiervoor gelden de navolgende verboden: artikel 3.5, lid 1: Het opzettelijk doden of vangen; artikel 3.5, lid 2: Het opzettelijk verstoren; artikel 3.5, lid 3: Het opzettelijk vernieten of rapen van eieren; artikel 3.5, lid 4: het beschadigen of vernieten van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; artikel 3.5, lid 5: het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernieten van beschermde plantensoorten. De soorten (wezel, bunzing en boommarter) waarvoor ontheffing is aangevraagd van de in de Wnb genoemde verboden, vallen onder het beschermingsregime van de Andere soorten. Hiervoor gelden de navolgende verboden: artikel 3.10, lid 1a: het opzettelijk doden of vangen; artikel 3.10, lid 1 b: het beschadigen of vernieten van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; artikel 3.10, lid 1c: het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernieten van beschermde plantensoorten.
Gedeputeerde Staten kunnen op basis van artikel 3.8 Wnb ontheffing verlenen, indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: er bestaat geen andere bevredigende oplossing; zij is nodig: o in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; o ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; o in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid, of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; o voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of, o om onder strikt gecontroleerde omstandigheden op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben. er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van Instandhouding te laten voortbestaan.
Tevens is artikel 3.10 lid 2 van toepassing: Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a.in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde; b.ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;
Bladnummer
5 Ons henmerh:
3159382
d.ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e.in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f.in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g.in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; h.in het algemeen belang, of i.bestendig gebruik. Bevoegdheid en overeenstemming met andere provincies Artikel 1.3 lid 4 luidt: ingeval een project of handeling mede wordt gereatiseerd, onderscheidenlijk verricht in een andere provincie, wordt een besluit als bedoeld in het eerste lid genomen door Gedeputeerde Staten van de provincie waar het project of de handeling in hoofdzaak wordt gereatiseerd, onderscheidenlijk verricht, in overeenstemming met gedeputeerde staten van die andere provincie. Gedeputeerde Staten van Flevoland zijn gezien artikel 1.3 lid 1 en 4 van de Wnb het bevoegd gezag voor onderhavig project. De gevraagde activiteit vindt uitsluitend plaats op grondgebied van de provincie Flevoland; overeenstemming met andere provincies is niet noodzakelijk. B2.
Beleid Provincie Flevoland Omgevingsverordening Flevoland In de verordening zijn door Provinciale Staten regels gesteld ter invulling van de taken die de provincie Flevotand heeft voortvloeiende uit de Wet natuurbescherming. Beleidsregels uitvoering Wet natuurbescherming Flevoland 2019 De beleidsuitgangspunten voor het verlenen van ontheffingen van de Wet natuurbescherming zijn opgenomen in de Beleidsregels Wet natuurbescherming. B3. Aanvraag Op 23 juni 2023 (aangevuld op 29 juni, 31 juli en 22 augustus) hebben wij uw aanvraag ontvangen, voor een ontheffing van artikel 3.5 Wet natuurbescherming voor het verstoren van de bever en het verstoren van verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis en van artikel 3.10 voor het verstoren en vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de wezel, bunzing en boommarter vanwege het aanleggen van een slenk in de Hollandse Hout te Lelystad. Bij de aanvraag behoren de volgende bijlagen: Aanvraagformulier Wet natuurbescherming (3137409); Activiteitenplan (3139815), Nader onderzoek Landschapsbeheer Flevotand (3137427) Emails (3139812, 3140099, 3152942, 3158814, 3163190). De voorgenomen werkzaamheden bestaan uit: Het voornemen is om watergangen (slenk) te realiseren in het noordoostelijk deel van de Hollandse Hout. Aan deze slenk zijn plannen in ontwikkeling voor de realisatie van een natuurcamping.
De slenk loopt van oost naar west en van noord naar zuid. Voor de aanleg van de wateren en de ontgronding is in 2022 ter ptekke bos gekapt en gerooid. Een groot deel van de vrijgekomen grond zal worden afgevoerd. Met een deel van de grond wordt het maaiveld opgehoogd om zo een aantal heuvelstructuren in het bos aan de oevers van de slenk te creeren. Er bevinden zich geen verblijfplaatsen van de otter in het plangebied, de otter zal uiteindelijk vooral profiteren van de ontwikkeling, een ontheffing is niet nodig. Verblijfplaats van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis blijven gespaard, een ontheffing is niet nodig voor het aantasten van verblijfplaatsen, alleen voor mogelijke verstoring. De slenk is
Bladnummer
6 Ons kenmerh:
3159382
aangepast in verband met aanwezige horsten van buizerd en havik, deze jaarrond beschermde nesten en bomen rondom worden gespaard, een ontheffing is niet nodig. B4. Inhoudelijke beoordeling De beoordeling van de aanvraag en de bijbehorende belangenafweging vindt plaats in 3 stappen: 1. alternatieven afweging; 2. wettelijk belang; 3. gunstige staat van instandhouding. Ad. 1: Alternatieven afweging Er is geen alternatief voor de slenk in het Hollandse hout. De gekozen locatie is mede ingegeven door de Jigging van de reeds aanwezige Torenvalktocht. Daarbij is het trace dusdanig geprojecteerd dat duurzame houtopstanden behouden blijven en vooral op de percelen met Essen (ivm essentaksterfte) en populier (korte levensduur) terecht komt. Op het definitieve ontwerp is een aanpassing gedaan in het trace van de Torenvalktocht en bij het buitencentrum, zodat de verblijfplaatsen van vleernnuizen behouden blijven. Het definitieve ontwerp van de slenk is gebruikt voor het natuuronderzoek dat uitgevoerd is door Landschapsbeheer Flevoland. Hierbij is op een enkele plek een probleem gevonden met beschermde natuurwaarden. Deze bestaan uit verschillende vleermuisverblijfplaatsen en twee beverburchten. Bij de huidige plannen dreigen twee vleermuisverblijfplaatsen te verdwijnen en moet een (oude) beverburcht verdwijnen ten behoeve van een aanlegplaats voor recreanten.
Door Staatsbosbeheer is interne afstemming geweest en heeft een alternatievenafweging plaats gevonden. Het alternatief voor het verwijderen van de beverbucht is het verplaatsen van de waterscheiding (stuw) richting het zuiden. Hierdoor kan de oude beverburcht behouden blijven. Uit nader onderzoek blijkt echter dat deze beverburcht niet bewoond is. Rondom de bewoonde (nieuwe) burcht wordt een watergang gegraven, waardoor deze op een eiland komt te liggen en hierdoor meer beschut ligt voor recreanten en honden. Reden om de werkzaamheden uit te voeren zoals nu voorgesteld: Extra maatregelen zijn genomen om de effecten op de beschermde soorten te minimaliseren en om zeker te zijn dat de soorten behouden blijven voor het gebied. Op de langere termijn zullen de beschermde soorten en de kenmerkende waarden van het NNN-gebied meer kansen krijgen. De voorgestelde ingreep, in combinatie met de mitigerende maatregelen, is de beste ecologische oplossing voor alle beschermde soorten. Periode Het project wordt gestart buiten de kwetsbare periode van bever, wezel, bunzing, boommarter en ruige dwergvleermuis. Mitigerende maatregelen worden van te voren getroffen om verstoring zoveel mogelijk te beperken. Om ervoor te zorgen dat kleine marterachtigen duurzaam beschermd worden, wordt gemitigeerd en gecompenseerd conform de Beheerwijzer Kleine Marterachtigen (Zoogdiervereniging, 2018).
De voorgestelde maatregelen zijn te beschouwen als best mogelijke alternatief. Ad. 2: Wettelijk belang Er wordt ontheffing aangevraagd voor het wettelijk belang: Volksgezondheid of de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. Poort Lelystad is een belangrijke schakel in de ontwikkeling van het Nationaal Park Nieuw Land. Met zijn Jigging in het Hollandse Hout, tussen het stedelijk gebied van Lelystad en de Oostvaardersplassen, wordt het een aanlandingsplek voor bezoekers van het Nationaal Park. Het wordt een uitvalsbasis om het gebied in te trekken en tegelijkertijd een aantrekkelijke bestemming
Bladnummer
7 Ons kenmerk:
3159382
op zichzelf. Grote aantallen bezoekers kunnen hier kennismaken met, en genieten van de natuur van het Nationaal Park. In de ontwikkelingsvisie Nationaal Park Nieuw Land is opgenomen dat het Hollandse Hout de overgangszone vormt tussen het stedelijk gebied van Lelystad en de Oostvaardersplassen, een van de natuurkernen binnen het Nationaal Park. Als poortgebied groeit het toe naar (volgens het onderbouwingsdocument) "een uitgebreid aanbod aan natuurbeleving, fiets- en wandelroutes en recreatieve voorzieningen en activiteiten". Kernkwaliteiten zijn rust, groen, ruimte en water. De nabijheid van de Oostvaardersplassen wordt de komende jaren veel nadrukkelijker zichtbaar. De houtproductiefunctie van het bos wordt teruggedrongen, ten gunste van een meer gevarieerd en waterrijk natuurbeeld. Dat past in het concept van een poortgebied en Levert ecologische winst op. Het poortgebied wordt een entree tot het gehele Nationale Park en ook andere vrijetijdsbestemmingen in Lelystad zullen met de poort verbonden zijn. Ecologische en landschappelijke verbetering Doel van de verbetering is het creeren van een beleefbaar en gevarieerd landschap dat betekenis heeft voor het ecosysteem van Nationaal Park Nieuw Land en de mogelijkheden van natuurbeleving te versterken. Dit wordt bereikt door inrichtingsmaatregelen gericht op gradienten tussen bos, moeras en open water.
De ecologische verbetering wordt tangs twee sporen gerealiseerd: • De aanleg van slenken, waarmee met name de oevers een impuls aan de natuurkwaliteit geven. • In het beheer in zetten op omvorming van het bos en het te verrijken met structuren (mantel/zoom vegetaties e.d.) en objecten (poelen, takkenrillen e.d.) die leefgebied zijn voor flora en fauna. Hierdoor ontstaat een bos waar natuurbeleving, natuur en houtproductie met elkaar in evenwicht zijn. Op grond van het voorgaande zijn wij van oordeel dat het wettelijk belang afdoende is onderbouwd. Ad. 3: Gunstige staat van instandhouding Bever De bever staat niet meer genoteerd op de rode lijst sinds 2022 (Zoogdiervereniging, 2020). Volgens de beoordeling heeft de bever tegenwoordig een gezonde populatie (Zoogdiervereniging, 2020). Bevers koloniseren steeds meer gebieden in Nederland en de verspreiding van de soort neemt toe in Nederland. De staat van instandhouding van de bever in Nederland is gunstig. Er is geen reden te veronderstellen dat de situatie in Flevoland wezenlijk anders is dan landelijk. In de winter van 1990-1991 zijn enkele bevers ontsnapt uit het beververblijf van het Natuurpark Lelystad. Sindsdien Leven er vrije bevers in Flevoland. Landschapsbeheer Flevoland houdt de beverstand sinds 2000 bij door de beverburchten in kaart te brengen.
Per bewoonde burcht wordt verondersteld dat er gemiddeld drie bevers Leven. Daarmee is het aantal bevers in Flevoland vastgesteld op 255 in 2020. In Oostelijk en Zuidelijk Flevoland komt de soort voor in alle 5-kilomerhokken. De bever komt in Flevoland ook voor in dorpen en steden, bijvoorbeeld in Zeewolde, Lelystad en Almere. De SVI in Flevoland is beoordeeld als gunstig, de staat van instandhouding in de Oostvaardersplassen en omgeving is ook gunstig. Er is voldoende voedsel, vestigingslocaties en uitwisseling met andere gebieden in Flevoland. Er worden specifieke maatregelen genomen om de bever als bewoner te behouden voor het gebied: burchten en voedselbronnen blijven beschikbaar. Ruige dwergvleermuis De ruige dwergvleermuis is een algemene verschijning in Nederland, met name in de trekperiode (najaar). De mannetjes van de ruige dwergvleermuis verblijven veelal jaarrond in Nederland, de vrouwtjes vliegen vanuit Oost-Europa naar Nederland om hier te paren. Er is slechts een keer in ons land een kraamkolonie aangetroffen. De staat van instandhouding van de ruige dwergvleermuis is matig ongunstig. Verblijfplaatsen worden vooral aangetroffen in spleten en gaten in bomen, in nesten vleermuiskasten, in gebouwen achter betimmeringen, achter daklijsten, onder dakbedekking en op zolders.
Solitaire mannetjes of kleine groepen zijn gevonden in spleten en gaten in bomen, achter loshangend schors en in kasten. Roepende territoriale mannetjes en paarverblijven zijn gevonden in nest- en vleermuiskasten, in boomholtes en achter daklijsten en betimmeringen. Vaak liggen er veel paarplaatsen of -territoria in een klein gebied bijeen. Oude gatenrijke loofbossen in
Bladnummer
8 Ons henmerk:
3159382
de buurt van waterpartijen kunnen echte ruige dwergvleermuispaargebieden zijn, waar haast in elke boom een mannetje zit te roepen. De nationale staat van instandhouding van de ruige dwergvleermuis is matig ongunstig. Uit onderzoek van Landschapsbeheer Flevoland blijkt dat de ruige dwergvleermuis een algennene verschijning is in Flevoland, data uit de NDFF ondersteunt dit (NDFF, 2020). Ook lokaal zijn meerdere waarnemingen van de ruige dwergvleermuis in Lelystad en het Hollandse Hout (www.waarneming.nl). Paarverblijven van ruige dwergvleermuizen worden veelvuldig aangetroffen tangs de Zuidermeerdijk. Er is geen reden om aan te nemen dat de lokale en regionale staat van instandhouding afwijkt van de landelijke staat van instandhouding. De regionale lokale staat van instandhouding wordt, vergelijkbaar met de landelijke trend, dan ook als matig ongunstig beschouwd. Doordat afdoende mitigerende maatregelen worden getroffen komt de lokale staat van instandhouding niet in het geding. Wezet De wezel staat genoteerd op de rode lijst van 2020 als `gevoelig' (Zoogdiervereniging, 2020). Aantallen en verspreiding van de wezel neemt sterk af. De staat van instandhouding van de wezel in Nederland is ongunstig-slecht.
De wezel wordt bedreigd door aantasting van het leefgebied, het toenemende verkeer, intensivering van de landbouw en door gebrek aan schuilmogelijkheden (Zoogdiervereniging, 2020). Er is geen reden te veronderstellen dat de situatie in Flevoland wezentijk anders is dan landelijk. De SVI in Flevoland is beoordeeld als ongunstig-stecht. Uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en de Atlas van de Nederlandse Zoogdieren blijkt dat de wezel verspreid voorkomt in de provincie (Provincie Flevoland, 2021). De staat van instandhouding van de wezel in het leefgebied Hollandse Hout volgt de svi van Flevoland en is ongunstig-slecht. Qua oppervlak en huidige kwatiteit van het leefgebied vormt het gebied wel een mogelijk kerngebied voor de soort. Door de ontwikkeling van takkenritlen en mantel-zoomvegetaties en een wezetkast wordt het gebied geschikter voor de soort. Doordat voldoende mitigerende maatregelen worden genomen komt de staat van instandhouding niet in het geding. Bunzing De bunzing kan in veel landschapstypen worden aangetroffen. Kleinschalig landschap met voldoende schuilnnogelijkheden en water in de nabijheid lijkt echter de voorkeur te genieten. Aantatlen en verspreiding van de bunzing nemen sterk af. De bunzing staat genoteerd op de rode lijst van 2020 als kwetsbaar (Zoogdiervereniging, sd).
De staat van instandhouding van de bunzing in Nederland is ongunstig-slecht (Bij12, 2014). Er is geen reden te veronderstellen dat de situatie in Flevoland anders is dan landelijk. De SVI in Flevoland is beoordeeld als ongunstig-stecht. Volgens de NDFF en de Atlas van de Nederlandse Zoogdieren komt de bunzing verspreid voor in de provincie Flevoland. Er zijn drie gebieden die er uitspringen met wat meer waarnemingen. Het gaat hier om de Oostvaardersplassen, Lelystad en het Kuinderbos (Provincie Flevoland, 2021). De staat van instandhouding van de bunzing in het leefgebied Hollandse Hout volgt de svi van Flevoland en is ongunstig-slecht. Qua oppervlak en huidige kwatiteit van het leefgebied vormt het gebied wel een mogelijk kerngebied voor de soort. Door de ontwikkeling van takkenritten en mantel-zoomvegetaties en een bunzingkast wordt het gebied geschikter voor de soort. Doordat voldoende mitigerende maatregelen worden genomen komt de staat van instandhouding niet in het geding. Boommarter De landelijke staat van instandhouding wordt door de Zoogdiervereniging als gunstig beoordeelt in de periode van 2013-2018. In 2005 (Zoogdiervereniging, 2009) werd geschat dat op dat moment 300 tot 400 dieren aanwezig zijn in Nederland. In 2019 is een schatting gedaan dat 750 tot 1500 volwassen boommarters in Nederland leven (European Environmental Agency, 2019).
Een landelijke trend kan niet bepaald worden vanwege het ontbreken van absolute aantallen boommarters. Uit losse waarnemingen lijkt de soort echter in aantalten toe te nemen. De trend wordt daarom beoordeeld als verbeterend. De toename in verspreiding van de soort laat zien dat het huidige
Bladnummer
9 Ons kenmerk:
3159382
leefgebied voldoende van kwaliteit is voor een duurzame populatie. Dit kan dan ook beoordeeld worden als gunstig. Door het ouder worden van de bossen in Flevoland is plaatselijk de situatie voor deze soort verbetert, met name in de Flevopolder. De Hollandse Hout ligt in een van de kansengebieden van Flevoland. Verwacht wordt dat de lokale trend daarom niet afwijkt van de landelijke trend. Door het uitvoeren van de voorgestelde maatregelen zal geen afbreuk worden gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de boommarter in Nederland. Met de mitigerende maatregelen wordt de functionaliteit van het projectgebied voor boommarter behouden. Mitigatie De volgende mitigerende maatregelen worden getroffen:
-
-
Als gevolg van de ingreep verdwijnen geen verblijfplaatsen van vleermuizen, de plannen zijn aangepast op aanwezigheid van deze verblijfplaatsen en de slenk is verlegd zodat de verblijfplaatsen niet worden geschaad. Ter mitigatie van mogelijk optredende verstoring zijn er, verspreid over het gebied, 16 vleermuiskasten opgehangen die dienst doen als (tijdelijke) verblijfplaats voor vleermuizen. Hierdoor kunnen vleermuizen trillingen van de werkzaamheden ontvluchten en kiezen voor een rustigere omgeving. De vleermuiskasten zijn reeds op 24 juni 2022 opgehangen. Deze blijven na de werkzaamheden hangen om de functionaliteit van het gebied voor vleermuizen te versterken en hiermee een gunstig effect op de lokale staat van instandhouding te krijgen. Er blijven binnen de directe omgeving te alien tijde verblijfplaatsen voor vleermuizen beschikbaar door geschikte bomen met holtes te laten staan. Aanvullend worden nog 5 vleermuiskasten opgehangen in het bos nabij het bezoekerscentrum. Er is gekozen voor het plaatsen van de VK WS 04 Vleermuizenkast van Vivara (boommodel) Deze kast is geschikt als zomer en/of paarverblijf. Deze kast is gemaakt van het duurzame materiaal houtbeton. Dit is een natuurlijk materiaal waar geen chemische toevoegingen (of dampen) zijn gebruikt. Houtbeton heeft ook als voordeel dat de binnentemperatuur stabieler blijft.
Door een ruwer oppervlak geeft het de vleermuizen een goede grip. Door de inrichtingswerkzaamheden worden nieuwe waterpartijen aangelegd en wordt het biotoop voor de bever verbeterd. Wel zal, door de inrichting, de oude (niet bewoonde) burcht verdwijnen. Om schade aan het leefgebied van de bever zoveel mogelijk te voorkomen worden er tangs de nieuwe waterpartijen 5 takkenhopen aangebracht die dienst kunnen doen als tijdelijke verblijfplaatsen voor de bever. Graafwerkzaamheden vinden plaats buiten de kwetsbare periode van de bever van september tot half maart en op tenminste 50 m afstand van de beverburcht. De geplande atternatieve beverhopen zijn gevisualiseerd in bijlage 1. Qua werkvolgorde zal als eerste de slenk worden aangelegd gevolgd door de benodigde stuw. Vervolgens worden het waterpeil ingeregeld, daarna worden de takkenhopen geplaatst. Als &le hiervoor beschreven acties gereed zijn wordt de oude burcht geruimd. Het leefgebied van de wezel en bunzing wordt door de werkzaamheden aangetast. Een deel van het leefgebied verdwijnt, maar door de aanleg van de slenk ontstaat tevens nieuw leefgebied in de vorm van rietzomen en grasoevers. Voor de wezel en bunzing worden aan de bosranden diverse takkenhopen aangelegd om de wezel extra rustgelegenheden te geven. Tevens wordt een kast voor wezelvrouw en een kast voor bunzingvrouw in een takkenhoop geplaatst.
Er worden twee kasten voor boommarter geplaatst. Na plaatsen van de kasten voor vleermuizen, boommarter, wezel en bunzing en takkenhopen voor de bever wordt er 1 kaart geleverd waarop de locatie van deze voorzieningen is weergegeven. Deze wordt verstrekt aan zowel Provincie als Omgevingsdienst. De werkzaamheden bij de Lage Dwarsvaart worden alleen bij daglicht uitgevoerd. Er is daarom geen sprake van lichtvervuiling.
Bladnummer
10 Ons trenmerk:
3159382
Ecologische begeleiding is vooral in de begin periode van de werkzaamheden van belang. Bij het afgraven van de bovengrond (roofgrond) is het risico op overtreding van de Wet natuurbescherming het grootst. Hierbij wordt de eerste laag afgegraven, waar soorten als wezel in voor kunnen komen. Ook bij het ptaatsen van tijdelijke voorzieningen voor wezel en bever is ecologische begeleiding van belang. De ecologisch deskundige kan adviseren waar de takkenhopen voor wezel en bever het beste kunnen worden geplaatst.
B5. Conclusie De aanvraag past binnen de wettelijke regels. Door de nnaatregelen komt de gunstige staat van instandhouding van de ruige dwergvleermuis, bever, wezel, bunzing en boommarter niet in gevaar. De aanvraag past binnen de door de provincie Flevoland vastgestelde beleidsregels. Wij zijn van mening dat de gevraagde ontheffing kan worden verteend. C. Kennisgeving en afschriften Van dit besluit zal conform artikel 3.42 tweede lid van de Algemene wet Bestuursrecht door ons kennis worden gegeven door middel van publicatie op de website van de provincie Flevoland. Afschriften van dit besluit worden verzonden aan: - OFGV, info@ofgv.nl
D. Bezwaar Tegen dit besluit kunt u binnen zes weken na datum van verzending van deze brief schriftelijk bij ons bezwaar maken. Uw bezwaarschrift dient ondertekend to zijn en voorzien van uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. Nadere informatie over de bezwaarprocedure treft u aan in het hierna volgende informatieblad.
E. Ondertekening Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Flevoland, de voorzit de sec etaris,
drs. D.J. Tip - L. Verbeek
Bladnummer
11 Ons henmerk
3159382
Bijlage 1: overzicht mitigerende maatregelen
Er worden 5 takkenhopen voor bever aangelegd ter mitigatie
Locaties reeds geptaatste vleermuiskasten, in totaal 16 stuks
Bladnummer
12 Ons henmerte
3159382
Bijlage 2: Informatieblad bezwaarprocedure Gedeputeerde Staten van Flevoland Bezwaar Tegen onze besluiten kunt u op grond van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na datum van verzending ervan bij ons schriftelijk bezwaar maken. Uw bezwaarschrift dient ondertekend en voorzien te zijn van uw naam en adres, de datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. U dient het bezwaar in op onze website https://www.flevoland.nl/loket/producten/bezwaar-teRen-beslissing-provincie-6365. Verzoek om voorlopige voorziening Wanneer u van mening bent dat, in afwachting van de behandeling van uw bezwaarschrift, een voorlopige voorziening moet worden getroffen, kunt u een verzoek daartoe indienen bij de voorzieningenrechter. Het adres is Rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, voorlopige voorzieningen, Postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Uw verzoek om voorlopige voorziening wordt pas in behandeling genomen wanneer u griffierecht heeft betaald. De rechtbank laat u weten hoe hoog het griffierecht is en op welke wijze u dit kunt overmaken. Overslaan van de bezwaarschriftenprocedure Op grond van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht kunt u in uw bezwaarschrift aangeven dat u de bezwaarschriftenprocedure wilt overslaan en rechtstreeks in beroep wilt gaan bij de bestuursrechter.
In artikel 7:1 a tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat wij een dergelijk verzoek in ieder geval moeten afwijzen wanneer: A) het bezwaarschrift is gericht tegen het niet op tijd nemen van een besluit. B) tegen het besluit door een andere belanghebbende ook een ander bezwaarschrift is ingediend waarin zo' n verzoek niet is gedaan en dit bezwaarschrift ontvankelijk is. Wij stemmen alleen in met het verzoek om de bezwaarschriftenprocedure over te slaan, wanneer de zaak daarvoor geschikt is. Wanneer dit het geval is, zenden wij het bezwaarschrift door aan de bevoegde rechter. Proceskostenvergoeding Tot slot wijzen wij u er nog op dat u op grond van artikel 7:15, tweede lid van de Algemene wet bestuursrecht bij ons - voordat wij een besluit hebben genomen op uw bezwaarschrift - een verzoek kunt indienen om de kosten die u redelijkerwijs in verband met de behandeling van uw bezwaarschrift moet maken, te vergoeden. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om kosten van rechtsbijstand, kosten van een getuige/deskundige; reis- en verblijfkosten, kosten van uittreksels uit openbare registers, telefoongesprekken. Bij het indienen van zo'n verzoek moet u het bedrag van de vergoeding aangeven en stukken overleggen waaruit blijkt dat u deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt.
Bij het besluit dat wij op het bezwaarschrift nemen, wordt tegelijkertijd een besluit genomen op een ingediend verzoek om vergoeding van de kosten.