-Bijlage 8 Ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Soortbescherming Ongewervelden Door uitvoering van de plannen ontstaat mogelijk een conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van Grote weerschijnvlinder. Dit kan worden voorkomen door tijdens de bomenkap wilgensoorten te sparen. Indien dit niet mogelijk is dient er aanvullend onderzoek naar de soort te worden uitgevoerd. Amfibieën Ten aanzien van Rugstreeppad is het plangebied momenteel nog ongeschikt. Wel dient te worden voorkomen dat er geschikte biotopen voor de soort ontstaan in de aanlegfase van het project. Dit kan worden gedaan door geen losse grond te laten ontstaan gedurende de actieve periode van de Rugstreeppad (globaal van 1 april tot 15 oktober). Reptielen Om te voorkomen dat er een conflict ontstaat met de Wet natuurbescherming ten aanzien van Ringslang dient er aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van (broedhopen van) Ringslang te worden uitgevoerd. Vogels Door uitvoering van de plannen ontstaat geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van vogels, mits het verstoren van broedende vogels en hun nesten wordt voorkomen. Maatregelen om aan deze voorwaarde te voldoen zijn in §5.2.5 beschreven. Vanwege de aanwezigheid van soorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn dient er voorafgaand aan de kapwerkzaamheden aanvullend onderzoek naar jaarrond beschermde nestplaatsen te worden uitgevoerd.
A&W-rapport 21-264 - Ecologische beoordeling Hollandse Hout voor de realisatie van Natuurcamping Huttopia en natuurontwikkeling
27
Vleermuizen In het plangebied en eromheen komen diverse soorten vleermuizen voor die mogelijk op meerdere wijzen gebruik maken van het plangebied, namelijk in de vorm van verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. Om dit in kaart te brengen dient er aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar het gebiedsgebruik van vleermuizen. Overige zoogdieren Ten aanzien van Boommarter wordt geadviseerd om aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om de aan- of afwezigheid en vaste rust- en verblijfplaatsen van Boommarter vast te stellen. Ook in het geval van de overige marterachtigen wordt geadviseerd om aanvullend onderzoek uit te voeren naar de aan- of afwezigheid en vaste rust- en verblijfplaatsen. In het geval van Otter dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd naar het al dan niet voorkomen van otters in het plangebied. Ten aanzien van Bever adviseren wij om nader onderzoek te doen naar de aanwezigheid van beverburchten in de Hollandse Hout en de directe omgeving. Dit kan ook middels literatuuronderzoek. Op basis van de locaties van beverburchten dient door een ter zake kundig ecoloog te worden beoordeeld of er sprake is van het aantasten of verstoren van beverburchten en de bijbehorende functionele leefomgeving. Zorgplicht Ten aanzien van alle vrijgestelde vissen, amfibieën- en zoogdiersoorten dient de Zorgplicht in acht te worden genomen (§5.2.2, §5.2.3, en §5.2.7).
Ten aanzien van overige, beschermde soorten geldt dat de geplande werkzaamheden geen conflict met de Wet natuurbescherming veroorzaken.
28
A&W-rapport 21-264 - Ecologische beoordeling Hollandse Hout voor de realisatie van Natuurcamping Huttopia en natuurontwikkeling
Literatuur Doef, L. 2020. KRW-Visstandonderzoek Waterschap Zuiderzeeland 2020. Rapport 20190830/rap02 ATKB voor Natuur en Leefomgeving. Heemskerk, R. 2011. Verspreidingsatlas van de zoogdieren van Flevoland. Werkatlas, oktober 2011. Plantinga J. E. 2011. Bosstructuur- en vegetatieonderzoek Hollandse Hout 2010. A&W-rapport 1571 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden Strijkstra R., E. van der Heijden, P. Biezenaar 2015. Ecologische beoordeling herinrichting Hollandse Hout, Lelystad. A&W-rapport 2115 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden
● ● ● ● ● ● ●
Websites NDFF.nl NNN.Flevoland.nl FLORON.nl RAVON.nl Vlinderstichting.nl Zoogdiervereniging.nl
Adres Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden Telefoon 0511 47 47 64 info@altwym.nl
www.altwym.nl
Adres Amsterdam Gebouw Matrix II, Science Park 400/K1.08/1.09 1098 XH Amsterdam