Bijlage 7 Luchtkwaliteitsonderzoek Zuiderhage Lelystad
Tekst van het document
Haskoning Nederland B.V. Mobility & Infrastructure
Notitie Aan: Van: Datum: Kopie: Ons kenmerk: Classificatie: Gecontroleerd door
Gemeente Lelystad GL, Haskoning 10 november 2025 MK & RZ, Haskoning BJ7064-HAS-NT-001-F3.0 Vertrouwelijk JV, Haskoning
Onderwerp:
Gebiedsontwikkeling Zuiderhage - Luchtkwaliteitsonderzoek
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever.
1
Inleiding
Gemeente Lelystad en het Rijksvastgoedbedrijf werken samen aan de uitbreiding van Lelystad met een nieuw stadsdeel, Zuiderhage. Het Rijksvastgoedbedrijf, de provincie Flevoland en de gemeente Lelystad willen met de ontwikkeling van Zuiderhage een bijdrage leveren aan maatschappelijke opgaven, zoals de woningbouw, de klimaatopgave, de energietransitie en een circulaire economie. De eerste fase bestaat uit Buurtschap 6, 7 en 10a en bevat ongeveer 2.500 woningen. Figuur 1 laat de ligging van het plangebied zien. De ingebruikname van de ontwikkeling zal in fasen plaatsvinden. In 2030 zal een deel van het gebied (Fase 1) met ongeveer 2.500 woningen in gebruik worden genomen. Dit onderzoek richt zich alleen op Fase 1 in de zichtjaren 2030 en 2040. De ontwikkeling leidt tot een gewijzigde verkeerssituatie. Gemotoriseerd wegverkeer stoot stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) uit waardoor het plan invloed heeft op de luchtkwaliteit in de omgeving. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing is met modelberekeningen het effect op de luchtkwaliteit in beeld gebracht.
Figuur 1. Locatie plangebied en buurtschappen fase 1.
10 november 2025
BJ7064-HAS-NT-001-F3.0
1/7
In deze notitie worden de gehanteerde uitgangspunten en resultaten beschreven en wordt de ontwikkeling getoetst aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit.
2
Wettelijk kader
2.1
Huidig beoordelingskader
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels over omgevingswaarden, instructieregels, beoordelingsregels en regels voor monitoring van de kwaliteit van de leefomgeving. Het Bkl biedt de volgende grondslagen voor de onderbouwing dat een plan of project voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit: 1. De projectlocatie bevindt zich niet binnen een aandachtsgebied voor NO 2 of PM10. De beoordeling van de luchtkwaliteit is beperkt tot deze aandachtsgebieden, omdat er buiten de aandachtsgebieden geen sprake is van een dreigende overschrijding van NO 2 en PM10 (art. 5.51 Bkl)1 2. Het plan of project leidt niet tot overschrijding van (rijks)omgevingswaarden zoals vastgelegd in paragraaf 2.2.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 3. Het plan of project draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 5.53 en 5.54 Bkl); Wanneer een plan of project voldoet aan één van bovenstaande grondslagen, kan het wat luchtkwaliteit betreft doorgang vinden. De gemeente Lelystad ligt niet binnen een aandachtsgebied voor NO2 of PM10 (zie Figuur 2). Daarmee voldoet het plan aan artikel 5.51 van het Bkl en is het formeel niet nodig om een luchtkwaliteitsberekening uit te voeren. Toch is er uit voorzorg een berekening gemaakt om te controleren of de luchtkwaliteit binnen de geldende omgevingswaarden blijft.
1
Voor enkele activiteiten moet de overheid de luchtkwaliteit ook buiten aandachtsgebieden beoordelen (artikel 5.50 Bkl). Het gaat om aanleg of wijziging van een wegtunnel en de aanleg van een auto(snel)weg.
10 november 2025
BJ7064-HAS-NT-001-F3.0
2/7
Figuur 2. Aandachtsgebieden voor NO2 of PM10
2.2
Herziening regelgeving vanaf 2030
In oktober 2024 is de herziene richtlijn voor luchtkwaliteit voor de EU aangenomen met strengere grenswaarden vanaf 2030. De nieuwe grenswaarden zijn nog niet geïmplementeerd in de Nederlandse wet- en regelgeving en daarmee nog niet van kracht. Implementatie in nationale wetgeving volgt in 2026 en op dit moment hoeft nog niet formeel getoetst te worden aan de nieuwe EU-grenswaarden voor luchtkwaliteit. In deze notitie worden de concentraties wel alvast vergeleken met deze herziene richtlijn. De exacte wijze van beoordelen op deze herziene omgevingswaarden is nog onbekend, er is daarom uitgegaan van een beoordeling op dezelfde locaties (toetspunten) en op dezelfde wijze als de huidige toetsing aan de rijksomgevingswaarden. Mocht blijken dat de nieuwe EU-grenswaarden niet gehaald worden, moet Nederland vóór 2030 een routekaart opstellen met maatregelen (SLA) om alsnog aan de normen te voldoen. Na 2030, bij overschrijdingen, moeten binnen 2 jaar aanvullende maatregelen worden vastgelegd in een luchtkwaliteitsplan. Lidstaten kunnen daarna eventueel ook nog uitstel aanvragen.
3
Maximale concentratiewaarden rond het plangebied
Uit het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) 2 zijn de concentraties in een straal van 1 kilometer rond het plangebied verkregen. De maximale concentratiewaarden zijn, voor drie zichtjaren, in onderstaande Tabel 1 weergegeven. 2
Het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) is het instrument voor de ondersteuning van monitoring van de luchtkwaliteit in Nederland onder de Omgevingswet (Ow). In het CIMLK worden jaarlijks de concentraties van luchtverontreinigende stoffen langs de grotere wegen in Nederland berekend. De berekeningen worden uitgevoerd voor het gepasseerde jaar en twee prognosejaren (2025 & 2030). De heersende concentraties zijn overgenomen uit het CIMLK. De actuele versie (2024) bevat 2023 als gepasseerd zichtjaar.
10 november 2025
BJ7064-HAS-NT-001-F3.0
3/7
Tabel 1. Maximale concentratie waarden rond plangebied uit het CIMLK Concentratie NO2 [g/m3]
Concentratie PM10 [g/m3]
Concentratie PM2,5 [g/m3]
Omgevingswaarde (tot 2030)
40
40
253
Nieuwe EU-richtlijn (vanaf 2030)
20
20
10
2023
23,5
15,7
7,9
2025
22,5
15,1
7,4
2030
20,5
14,7
6,8
WHO-advieswaarde
10
15
5
Zichtjaar
Tabel 1 laat zien dat er rond het plangebied geen overschrijdingen van de jaargemiddelde omgevingswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 voorkomen en dat de concentraties in de toekomst zullen dalen. Deze daling is met name het gevolg van strengere emissie-eisen aan wegverkeer, scheepvaart en industrie. Daarnaast voldoen de concentraties PM10 en PM2,5 in de omgeving aan de nieuwe EU-richtlijn. Voor NO2 worden de nieuwe normen in 2030 echter nog niet gehaald. Vanaf 2030 voldoet alleen de concentratie van PM10 aan de gezondheidskundige advieswaarden van de WHO4.
4
Planbijdrage
4.1
Uitgangspunten
Om de luchtkwaliteit in de beoogde situatie in beeld te brengen zijn berekeningen uitgevoerd met de CIMLK-Rekentool 2024. Het CIMLK is een implementatie van de wettelijk voorgeschreven rekenmethoden voor wegverkeer en bevat de emissiefactoren en achtergrondconcentraties. De verkeersgegevens5 die als basis voor het model voor fase 1 gebruikt zijn, hebben als zichtjaar 2030 en 2040. De geleverde verkeerscijfers betreffen weekdaggemiddelde etmaalintensiteiten, onderverdeeld naar personenauto’s, middelzwaar verkeer en zwaar vrachtverkeer. Op het moment van rekenen6 is het jaar 2030 het verst in de toekomst gelegen jaar waarmee gerekend kan worden met het CIMLK. Gelet op de dalende trend in de emissiefactoren en achtergrondconcentraties wordt er, met het gebruik van 2030 als rekenjaar en de verkeerscijfers uit 2040, een overschatting gegeven van de effecten in 2040. Om een afbakening te maken van de wegvakken die worden meegenomen, zijn de volgende criteria opgesteld: • Alle wegvakken met een toename of afname van minstens 1.000 motorvoertuigen per etmaal worden meegenomen; 3
De omgevingswaarden in de tabel gelden voor decentrale overheden. Daarnaast geldt voor het Rijk voor PM 2,5 ook een (3jaargemiddelde) blootstellingsconcentratieverplichting voor stedelijke bevolking van 20 µg/m3 (resultaatsverplichting) en 14,4 µg/m3 (inspanningsverplichting). Lokale overheden hoeven niet te toetsen aan deze blootstellingsconcentratieverplichting. 4 Voor beoordeling worden de concentratiewaarden afgerond naar het dichtstbijzijnde hele getal (artikel 8.14 van de Omgevingsregeling). 5 Bron: “250624 shapes zuiderhage.zip” van Antea, ontvangen d.d. 24-06-2025. 6 De berekeningen zijn uitgevoerd in augustus 2025.
10 november 2025
BJ7064-HAS-NT-001-F3.0
4/7
•
En alle wegvakken binnen het plangebied worden meegenomen.
In de Rekentool zijn verschillende rekenpunten en wegvakken opgenomen om de beoogde situatie in beeld te brengen. De rekenpunten en wegvakken die in het model zijn toegevoegd zijn weergegeven in Figuur 3 (2030) en figuur 4 (2040). Voor de concentratiebijdrage van de snelwegen en overige SRM2 wegen in de omgeving is gebruik gemaakt van de verkeersgegevens uit het CIMLK (MT2024, zichtjaar 2030, alle SRM2 wegvakken binnen 5 km vanaf de rekenpunten zijn meegenomen).
Figuur 3. Rekenpunten en wegvakken voor fase 1 zichtjaar 2030.
10 november 2025
BJ7064-HAS-NT-001-F3.0
5/7
Figuur 4. Rekenpunten en wegvakken voor fase 1 zichtjaar 2040.
4.2
Resultaten
De maximale concentraties die zijn berekend zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2. Berekende maximale jaargemiddelde concentratie (NO2, PM10 en PM2,5) op de wettelijke toetspunten. Concentratie NO2 [g/m3]
Concentratie PM10 [g/m3]
Concentratie PM2,5 [g/m3]
Omgevingswaarde (tot 2030)
40
40
25
Nieuwe EU-richtlijn (vanaf 2030)
20
20
10
Beoogde situatie Plan 2030
18,8
13,5
6,4
Beoogde situatie Plan Fase 1 2040*
19,9
13,7
6,5
Zichtjaar
*
Betreft de verkeersprognoses van ontwikkeling van fase 1 in zichtjaar 2040, echter resultaten bepaald met emissiefactoren 2030. Worst case scenario.
Uit de resultaten van de modelberekeningen blijkt dat in beide situaties wordt voldaan aan de omgevingswaarden voor de NO2-, PM10- en PM2.5-concentraties. Daarnaast voldoen de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving aan de nieuwe EU-richtlijn. Verder vindt bij een jaargemiddelde concentratie PM10 van 32,5 μg/m3 en hoger een overschrijding van de dagnorm (24-uurgemiddelde) plaats. In geen van beide zichtjaren wordt een jaargemiddelde concentratie PM10 van meer dan 32,5 μg/m3 berekend. Hiermee voldoet de concentratie PM10 ook aan de 24-uurgemiddelde.
5
Conclusie
De beoordeling van de luchtkwaliteit is sinds de invoering van de omgevingswet beperkt tot de aandachtsgebieden voor NO2 of PM10. Het plangebied bevindt zich niet binnen een aandachtsgebied,
10 november 2025
BJ7064-HAS-NT-001-F3.0
6/7
waaruit volgt dat het plan voldoet aan artikel 5.51 van het Besluit kwaliteit leefomgeving en daarmee ook voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit. Uit het CIMLK blijkt dat de huidige jaargemiddelde concentraties (zichtjaar 2023) in en rond het plangebied onder de rijksomgevingswaarden uit het Bkl liggen en dat de concentraties, onder invloed van dalende achtergrondconcentraties en emissiefactoren, in de toekomst (zichtjaren 2025 en 2030) verder zullen dalen. Op basis van verkeersgegevens uit het plan zijn luchtkwaliteitsberekeningen uitgevoerd. De berekeningen tonen aan dat de concentraties NO2, PM10, en PM2,5, ook na uitvoering van het plan, onder de rijksomgevingswaarden liggen. De toename van de concentraties als gevolg van de ontwikkeling leidt niet tot overschrijding van de nieuwe EU-richtlijn voor NO2, PM10 en PM2,5 die vanaf 2030 van kracht worden. Op basis van deze gegevens is aannemelijk gemaakt dat het plan voldoet aan de luchtkwaliteitseisen uit het Bkl.
10 november 2025
BJ7064-HAS-NT-001-F3.0
7/7