Bijlage 2.3 -Reactienota concept zonneveldenbeleid definitief.
Tekst van het document
Bijlage 3 - Reactienota Ingekomen reacties n.a.v. bijeenkomst concept zonneveldenbeleid gemeente Lelystad 24 en 25 november 2020.
Nummer Bedrijfsnaam/naam 1 N.N.
2
Vattenfall
Samenvatting reactie Inspreker stelt voor om de Zonnevelden mee te laten rouleren in bouwplannen zowel op akkerbouw als in de veehouderij. Met dit initiatief kunnen mogelijk zonnevelden en agrarische bedrijven beter gecombineerd worden. 1. inspreker stelt dat de 350 meter afstand tot alle wegen leidt tot bepaalde beperkingen: • Langs Rijkswegen en N-wegen is er vaak sprake van incourante stukken grond die tegen de wegen aanliggen. Met deze regel kunnen de incourante stukken niet anders en optimaal ingevuld worden. • Als er percelen ingeklemd worden door twee wegen, kan een zonnepark alleen gesitueerd worden op het middenstuk van het perceel. Hierdoor treden verschillende beperkingen op.
Antwoord Ter kennisgeving aangenomen en de gemeente Lelystad onderschrijft dit soort initiatieven die mogelijk met de innovatiebox in behandeling genomen kunnen worden.
Inspreker adviseert o.a. het volgende: Om bovenstaande beperkingen te verminderen, maar toch het “open” gevoel van het landschap te behouden is ons voorstel om een minimale afstand van 100 meter te hanteren en daarbij de maximale hoogte van bouwwerken te verlagen naar 2,5 meter.
Wat betreft het verlagen van de hoogte naar 2,5 meter: dit heeft geen invloed op de 350 meter afstand. Daarvoor moet sprake zijn van een constructiehoogte die op zijn minst lager is dan gemiddelde ooghoogte staand persoon. Dat is ca 1.60 m. Concreet: als de constructies lager zijn dan 1,5 meter zou er gekeken kunnen worden wat de invloed op de afstand van de weg is. En of die kleiner kan.
2. Inspreker is voor een afwijkingsmogelijkheid op het maximale ha aaneengesloten zonnepark. Volgens inspreker wordt het door de gemeente wenselijk geacht om gebruik te maken van bestaande infrastructuur zoals al aanwezige kabels en aansluitingen van bijvoorbeeld te saneren
1. Het klopt dat het vanuit het exploitatiebelang niet optimaal is om 350 meter vrije zone te houden. Vanuit Landschap volgt vanuit onze analyse op basis van wetenschappelijk onderzoek dat er zeer grote negatieve effecten optreden bij plaatsing objecten binnen afstanden tot 100 meter en significante negatieve effecten bij plaatsing van objecten binnen afstanden tot 500 meter. De effecten betreffen in beide gevallen direct negatieve invloed op de waardering van de openheid van het landschap. Vanuit deze ruimtelijke analyse in combinatie met ruimtelijke 3D testen komen wij daarom tot een afstand van 350 meter afstand.
2. Net als bij de afstanden klopt het dat een aaneengesloten maximale grootte van een zonnepark niet de meest optimale situatie vanuit de exploitatie oplevert. Toch geldt ook hier dat er prioriteit gelegd wordt bij de openheid van het landschap. Toch kan het
windmolens. Inspreker is van mening dat het wat dat betreft zonde en niet efficiënt is als een bestaande aansluiting door het maxima aan hectare aaneengesloten zonnepark in een gebied niet optimaal benut kan worden. Door ruimtelijk maatwerk te leveren wordt Liander ontlast en de energietransitie versneld. Dit bespaart maatschappelijke kosten.
3
Biertafel
4
N.N.
Inspreker adviseert om het optimaal benutten van een vrijgekomen aansluiting als afwijkingsmogelijkheid (bijvoorbeeld in de innovatiebox) op te nemen, waardoor onder deze voorwaarde het maximaal ha aaneengesloten zonnepark in dat gebied overschreden mag worden. 1. Inspreker stelt voor om af te wijken van de 350 meter afstand norm, waarbij inspreker van mening is dat het zonneveld dan achter de erven komt te liggen en vanaf de weg visueel niet meer impact heeft dan wanneer er minimaal 350 meter norm wordt gehanteerd 2. Inspreker stelt voor om eerst prioriteit te geven aan zon op daken, en daarna pas een zonneveld te realiseren. Inspreker is van mening dat het plaatsen van zonnevelden om meerdere redenen een slecht idee is. Zo heeft het volgens inspreker o.a. een negatieve impact op het landschap en landbouw. Ook kunnen volgens inspreker beter andere (publieke) gebouwen worden benut voor het opwekken van zonne-energie (zon op daken).
voorkomen dat in bijzondere situaties er maatwerk geleverd moet worden waarbij wellicht andere onderbouwde afwegingen een rol spelen. Daar is echter geen algemene regel voor te maken in het beleid. Mogelijkheid van maatwerk is in incidentele gevallen onderbouwd mogelijk.
Wij ondersteunen de opgave om zon op dak optimaal te gebruiken. Wij willen hier echter geen volgordelijkheid op van toepassing verklaren. Vanuit onze analyse, gestoeld op wetenschappelijke onderzoeken, komen wij tot de 350 meter vrije zone. Het klopt dat vanuit een stilstaand standpunt voor het erf dit minder opvalt. Echter in de 350 meter bepaling is tevens rekening gehouden met een bewegend standpunt (auto, fiets, wandelend over een weg) waardoor toch de 350 meter als minimaal noodzakelijk wordt gezien. Vanuit onze opgave is er onvoldoende potentieel voor zon op dak. Er is simpelweg niet voldoende dakoppervlak. Wij willen hier optimaal gebruik van maken maar houden dan een restopgave. Vanuit onze analyses, gestoeld op wetenschappelijke onderzoeken, komen wij tot de 350 meter afstand en de hoogte beperking
5
N.N.
Inspreker vind het een slecht idee om op landbouwgrond zonneparken te ontwikkelen en is van mening dat dit een negatieve impact kan hebben op onze voedselproductie. Inspreker ziet liever zonnepanelen op daken en de ontwikkeling van zonneparken op het Markermeer.
6
Solarvation
De inspreker heeft de volgende vragen: 1. Betreft de 350 meter afstand van de weg. Geldt dit ook wanneer er al een object staat dat het zicht van het te bouwen zonnepark blokkeert? Bijvoorbeeld een huis/bedrijfsgebouw of achter een bestaand zonnepark? 2. Ook betreft de 350 meter afstand van de weg. Wat als het nieuwe zonnepark dichter dan 350 meter bij de weg komt maar door landschappelijke inpassing eigenlijk niet te zien
Wij zijn ons bewust van de ethische discussie over het gebruik van goede landbouwgronden. De discussie over voedselproductie voor consumenten versus energie is in deze beleidsnotitie geen onderwerp van overwegingen gezien de raadsopgave voor energieneutraliteit, zoals vastgelegd in het huidige raadsprogramma. In basis is dit voor het beleid geen overweging geweest gezien de raadsopgave om als gemeente energieneutraal te zijn. In onze analyse hebben we aangegeven zorgvuldig om te willen gaan met het inzetten van gronden waar consumentenvoedsel wordt geproduceerd. We zien daarom een grote rol voor Zon op Dak, Zon in Stedelijk Gebied en aanvullend zon in het buitengebied (waar ook gebieden zonder voedselproductie onder vallen) Projecten voor het Markermeer zullen met een maatwerkbeoordeling behandeld worden omdat hier sprake is van één gebiedsbeheerder (Rijkswaterstaat). Voor dit soort specifieke gebieden is geen generiek beleid noodzakelijk. 1. In de 350 meter bepaling is rekening gehouden met een bewegend standpunt (auto, fiets, wandelend over een weg. Het blokkeren van het zicht is altijd vanuit een specifiek standpunt. We houden daarnaast ook rekening met de mogelijkheid van het verdwijnen van beeld blokkerende objecten. Oogsten van mais, afbreken van opstallen en dergelijke. 2.
Ook als een zonnepark uit het zicht onttrokken wordt door bv houtwallen is er een effect op de openheid van het landschap. Het gaat hierbij dus niet om het zicht op een zonneveldeninstallaties maar het effect van een nieuw object in het landschap waarmee het zicht op de horizon belemmert wordt.
is? Bijvoorbeeld door middel van het plaatsen van een groenstrook. 3. Wat voor gevolgen heeft het nieuwe beleid van de gemeente op deelgebied West? Kan hierdoor een besluit geforceerd worden? 4. Heeft de toevoeging van recreatie een meerwaarde of vergroot het de kansen in het realiseren van een project? Neem bijvoorbeeld ons Hommel project. 7
N.N.
1. Inspreker pleit voor aandacht voor de haalbaarheid van de energietransitie. Wek niet de indruk dat Nederland fossielvrij kan worden. 2. Inspreker is van mening dat door dit soort beleid de economische druk op de agrarische gronden groter wordt. Volgens inspreker kan dit de verdere ontwikkeling van gezonde bedrijven remmen omdat door zon een hogere economisch rendement behaald kan worden en agrarische bedrijfsuitbreiding lastiger is. 3. Inspreker vraag zich af of het effect van langjarig onthouden van hemelwater op de ondergrond bekend is?
3. Het beleid voorziet in mogelijkheden om zonneparken te ontwikkelen, ook in het gebied waar Windplan West wordt uitgewerkt. Windplan West heeft primair de ontwikkeling van windturbines tot opgave volgens de principes van saneren en opschalen. 4. Nee, recreatie staat niet opgenomen als toetsingscriterium. Wel worden integrale plannen met dubbel grondgebruik vaak positief ontvangen in het kader van draagvlak.
1. In het Parijsakkoord, de Klimaatwet en het Klimaatakkoord zijn juist hierover afspraken gemaakt. Voor het overgrote deel van de huidige inzet van fossiele energie zijn volgens de laatste stand der technieken duurzame alternatieven beschikbaar. Bovendien komen er door innovatieve ontwikkelingen steeds betere alternatieven. De betaalbaarheid en beschikbaarheid hiervan zijn echter nog wel punten van aandacht. 2. Wij herkennen de grote aandacht van investeerders in het landelijk gebied voor de schaarse ruimte die beschikbaar komt. Wij zijn echter van mening dat dit valt onder de vrije keuze van de landeigenaar om hier zelfstandig keuzes in te maken. 3. De gronden in Lelystad zitten allen in een watersysteem van actieve bemaling door het waterschap. Complete verdroging van gronden zien wij daarom niet gebeuren. Daarnaast zullen de zonnepanelen niet één groot aaneengesloten dak vormen maar zal hemelwater langs de panelen op de bodem vallen en infiltreren. Juist het ontbreken van
actieve landbewerking zorgt voor een rustperiode van de ondergrond (geen verdichting door zware landbouwmachines) waarbij hemelwater makkelijker kan infiltreren.