CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 18 Beschermde soorten Project Warande

Raadsvergadering 30 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.309 Vaststelling wijziging Omgevingsplan gemeente Lelystad: Zuiderhage, fase 14.121 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport

Landschapsbeheer Flevoland Botter 14-03, 8232 JP Lelystad 0320-294939 flevoland@landschapsbeheer.net www.landschapsbeheerflevoland.nl

Nader onderzoek natuurwaarden Zuider C 2.0 – Warande Lelystad Klik of tik om tekst in te voeren.

Jeroen Reinhold Oktober, 2025

Landschapsbeheer Flevoland

Onze Missie Zorg voor ons landschap Met gedrevenheid werken we aan het behoud en de versterking van het unieke landschap van Flevoland. Dit doen we samen met bewoners, vrijwilligers, grondeigenaren, bedrijven en maatschappelijke partners. Want een landschap leeft pas echt als mensen er zelf actief bij betrokken zijn. We koesteren de natuur en het erfgoed die Flevoland bijzonder maken. We verbinden mensen met hun landschap en versterken ook de onderlinge verbindingen binnen het landschap zelf. Onze vrijwilligers vormen hierbij het kloppend hart. We ondersteunen overheden, bedrijven, organisaties en particulieren met advies, projecten en samenwerking op maat, zodat we samen kunnenbouwen aan een gezond, waardevol en toekomstbestendig landschap voor alle Flevolanders.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

1

Landschapsbeheer Flevoland

Titel Auteur Datum Rapportnr. Versie Geldigheid

: Nader onderzoek natuurwaarden : Jeroen Reinhold : Oktober, 2025 : LBF-2025-073 : :

☎

Landschapsbeheer Flevoland Botter 14-03 8232 JP Lelystad 0320-294939

✉

flevoland@landschapsbeheer.net

🌐

www.landschapsbeheerflevoland.nl

📍

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

2

Landschapsbeheer Flevoland

Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................................................. 4 1.1.

Locatie........................................................................................................................ 4

2. Materiaal-methode ............................................................................................................... 6 2.1. Onderzoek ...................................................................................................................... 6 2.1.1 Huiszwaluw en Grote bonte specht........................................................................ 6 2.1.2 Boommarter ............................................................................................................. 7 2.1.3 Boombewonende vleermuizen ............................................................................... 7 2.1.4 Vliegroute vleermuizen ........................................................................................... 8 2.1.5 Otter ......................................................................................................................... 8 2.1.6 Bever ........................................................................................................................ 8 2.1.7 Ringslang ................................................................................................................. 9 2.1.8 Rugstreeppad .......................................................................................................... 9 2.1.9 Vlinders (Teunisbloempijlstaart, Grote weerschijnvlinder & Grote vos) ............ 9 3.

Resultaten .......................................................................................................................... 10 3.1. Jaarrond beschermde nesten van grote bonte specht ............................................ 10 3.2. Huiszwaluw ................................................................................................................. 10 3.3. Boombewonende vleermuissoorten.......................................................................... 11 3.4. Vliegroutes vleermuizen ............................................................................................. 11 3.5. Bunzing en wezel ........................................................................................................ 13 3.6. Boommarter ................................................................................................................ 15 3.7. Otter ............................................................................................................................. 15 3.8. Bever ........................................................................................................................... 16 3.9. Ringslang ..................................................................................................................... 17 3.10.

Rugstreeppad ........................................................................................................... 17 3.11. Vlinders ..................................................................................................................... 17 4. Hoe nu verder? ................................................................................................................... 19 Nadere bepaling ontwerp .................................................................................................. 19 Sterke planning maken ...................................................................................................... 21 Activiteitenplan ................................................................................................................... 21 Overleg met Provincie Flevoland ....................................................................................... 21 Literatuur ................................................................................................................................ 22 Bijlage 1: Overzicht veldwerk................................................................................................. 22

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

3

Landschapsbeheer Flevoland

1. Inleiding De gemeente Lelystad is voornemens om een deel van de Warande (Zuider C 2.0) anders in te richten en te beheren door er een woonwijk van te realiseren. Dit betekent dat het gehele gebied verandert qua inrichting en gebruik. Bestaande natuurwaarden kunnen bepalend zijn voor de inrichting en gebruik van het gebied zodat de gemeente Lelystad graag wil weten welke (beschermde) natuurwaarden nu aanwezig zijn. Mogelijk zijn er ook omgevingsvergunningen voor flora- en fauna-activiteiten benodigd. Om te kunnen starten met de activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, moeten een aantal stappen en onderdelen worden doorlopen: Stap 1 Ecologisch onderzoek Stap 1a

Natuurtoets/QuickScan Nader onderzoek (indien nodig)

Stap 2 Plan van aanpak Stap 2a

Activiteitenplan of Ecologisch werkprotocol opstellen Alternatieve verblijfplaatsen realiseren (indien nodig)

Stap 3

Vergunningsaanvraag

Vergunningsaanvraag indienen Beoordeling en verlening Omgevingsvergunning

Stap 4

Start activiteiten

Mitigerende maatregelen toepassen (indien nodig)

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft aan Landschapsbeheer Flevoland gevraagd om de natuurtoets (Stap 1) uit te voeren (LBF-2025-0xx) waaruit bleek dat nadere onderzoek (Stap 1a) nodig is om verschillende soorten te beoordelen op hun aanwezigheid. Landschapsbeheer Flevoland is dan ook gevraagd om Stap 1a uit te voeren en om dus nader onderzoek te doen naar de volgende soorten: • Huiszwaluw • Grote bonte specht • Wezel en Bunzing • Boommarter • Boombewonende vleermuizen • Vliegroute vleermuizen • Otter • Ringslang • Rugstreeppad • Teunisbloempijlstaart • Grote weerschijnvlinder • Grote vos

1.1. Locatie Het studiegebied betreft de directe omgeving van Warande (figuur ). Het bestaat uit gewaspercelen en ruigere bossen waaronder het Walnotenbos, Vlierbos en Wilgenbos.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

4

Landschapsbeheer Flevoland

Figuur 1: Het studiegebied Warande tussen de Buizerdweg-Lage Dwarsvaart en Havendiep.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

5

Landschapsbeheer Flevoland

2. Materiaal-methode 2.1. Onderzoek 2.1.1 Huiszwaluw en Grote bonte specht Binnen het studiegebied zijn mogelijkheden gevonden voor huiszwaluw (zie Figuur 2.1) en grote bonte specht (zie figuur 2.3). Huiszwaluwen en grote bonte spechten zijn soorten die jaarlijks terug kunnen keren naar hetzelfde nest. De nesten van de huiszwaluw en de grote bonte specht zijn dan ook op niveau 5b beschermd wat inhoud dat de nesten niet jaarrond beschermd zijn, tenzij door aantasting de lokale staat van instandhouding van de soort in het geding komt, bijvoorbeeld omdat er geen of onvoldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn. Om te achterhalen of de werkzaamheden effect zullen hebben op de lokale staat van instandhouding is het gebied gedurende de gehele onderzoeksperiode geïnventariseerd op huiszwaluwen en grote bonte spechten door bij elk bezoek waarnemingen in te voeren op waarnemingen.nl. De waarnemingen kunnen vervolgens gebruikt worden om het aantal broedparen te bepalen en het effect op de staat van instandhouding van de lokale populaties te beoordelen.

Figuur 2: Mogelijkheden voor de vestiging van huiszwaluw

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

6

Landschapsbeheer Flevoland

2.1.2 Boommarter De eventuele voortplantingsfunctie van het studiegebied voor boommarter is middels het plaatsen van wildcamera’s uitgezocht. In het voorjaar is de kans op het aantreffen van een boommarter groot omdat de vegetatie dan nog laag is en de trefkans daarmee hoger. Jongen dieren verlaten in juni meer en meer hun nestruimte. Reden om ook in juli-augustus nog camera’s te plaatsen zodat ook de reproductiefunctie in kaart wordt gebracht. De wildcamera's zijn tussen 14-04-25 en 12-05-25 gedurende minimaal een week opgehangen verspreid over het studiegebied (Figuur x). En ook periode 23 juli-6 augustus.

Figuur 3: Wildcameralocaties in studiegebied Warande

2.1.3 Boombewonende vleermuizen Middels de quickscan (LBF-2025-0xx) zijn er enkele holen en scheuren gevonden in het studiegebied (Figuur x). Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

7

Landschapsbeheer Flevoland

Deze holten zijn vier keer gedurende het actieve seizoen van de vleermuizen bezocht om te bepalen of het verblijf gebruikt wordt.

Figuur 4:Waargenomen holtes/scheuren in studiegebied Warande.

2.1.4 Vliegroute vleermuizen Vliegroutes zijn bepaald langs de lijnvormige structuren in en om het studiegebied. Dit is tweemaal in kaart gebracht: in de schemerperiode 2 juni, 1 september en 10 september. Gepost is op de route om vervolgens te onderzoeken of er veel dieren de route gebruiken om zich langs te verplaatsen. Daarnaast zijn belangrijke lijnstructuren van dit gebied opgenomen in de monitoringsroutes die binnen het project Natuurrijk Lelystad plaatsvinden. Deze geven meer inzicht over het belang van deze structuren als jachtgebied gedurende meer jaren. Het betreft vooral eventuele vliegroutes van gewone dwergvleermuis en laatvlieger. Van meervleermuis is duidelijk dat deze route er is.

2.1.5 Otter Sporen van otter zijn gezocht in het gebied. Het betreft dan vooral spraints. Tevens is in kaart gebracht welke delen van het onderzoeksgebied potentieel geschikt zijn voor voortplanting. Het is namelijk vrij arbeidsintensief om de voortplantingsplaats vast te stellen en de dieren hebben geen vaste verblijfplaats zodat de dieren in het volgende voortplantingsseizoen weer een nieuwe locatie zoeken.

2.1.6 Bever Sporen van bever zijn in kaart gebracht en bekeken is in hoeverre de bever zich voort kan planten in het gebied.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

8

Landschapsbeheer Flevoland

2.1.7 Ringslang De aanwezigheid van de ringslang is erg aannemelijk in het gebied . De vraag is meer of de soort zich ook (in grote getalen) overwintert of eieren afzet. Om dit te achterhalen is gezocht naar poteniele locaties voor voortplanting en reproductie . Met behulp van 17 ijzeren platen waar dieren graag onder schuilen is in de periode van 12-03-2025 tot 15 september periodiek bekeken of ringslangen onder de platen lagen (Figuur x).

Figuur 5: Plaatlocaties in studiegebied Warande

2.1.8 Rugstreeppad Om te achterhalen of de rugstreeppad zich voortplant in het studiegebied zijn er in de periode van april tot en met juli verschillende telrondes uitgevoerd om kooractiviteit waar te nemen.

2.1.9 Vlinders (Teunisbloempijlstaart, Grote weerschijnvlinder & Grote vos) De waardplanten van de Teunisbloempijlstaart is vooral teunisbloem en harig wilgenroosje. Van grote weerschijnvlinder betreft het bos- en grauwe wilg en van grote vos zijn het ook de grootbladige wilgen, iep en ratelpopulier. Bekeken is of deze waardplanten aanwezig zijn en of er aanleiding kan zijn dat ze van belang zijn voor voortplanting.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

9

Landschapsbeheer Flevoland

3. Resultaten 3.1. Jaarrond beschermde nesten van grote bonte specht Er zijn geen extra nesten gevonden van grote bonte specht buiten de holte die in het eerste veldbezoek gevonden is. Specht zelf is slecht incidenteel gezien in het gebied. Het gebied lijkt daarmee geen belangrijk gebied te zijn voor de soort. In combinatie met de aanwezigheid van het nabijgelegene Hollandse Hout en de woonwijk met dezelfde naam zijn er veel mogelijkheden voor de grote bonte specht om (tijdelijk ) uit te wijken. Er is geen reden om extra maatregelen te nemen voor deze soort.

3.2. Huiszwaluw Onder de woonhavenbrug waren dit jaar 7 nesten van huiszwaluw. Onder de brug van de Buizerdweg betrof het 40 nesten. Samen is dit ongeveer 12% van de populatie die in stedelijk gebied voorkomt (figuur). Daarmee is het een vrij zware aantasting van de lokale populatie.

Figuur 6: Broedlocaties huiszwaluw met aantal nesten.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

10

Landschapsbeheer Flevoland

Figuur 7: Verspreiding van nesten huiszwaluw in en rond bebouwde kom Lelystad 2025 en de twee verblijven in het studiegebied. De huiszwaluwen profiteren nu van de aanwezige akkers (modder) en aanwezigheid van muggen nabij de Lage Dwarsvaart. Bij de ontwikkeling van een woonwijk zal op langere termijn de kansen voor de huiszwaluw sterk afnemen. Dit wordt vooral veroorzaakt door het verdwijnen van de modder waarmee de dieren hun nest opbouwen. Huiszwaluw vraagt dus wel aandacht bij de verdere planvorming van de deze woonwijk omdat de dieren ook niet kunnen uitwijken naar andere gebieden.

3.3. Boombewonende vleermuissoorten Naar aanleiding van de vier veldbezoeken wordt geconstateerd dat er een paarverblijf van ruige dwergvleermuis in het bos met de walnotenbomen aanwezig is.

3.4. Vliegroutes vleermuizen De monitoringsroute Zuid West is de afgelopen jaren tweemaal per jaar gereden. Een in de periode dat vleermuizen jongen hebben en een in de paarperiode van de dieren. Het aantal waarnemingen is een indicatie van het belang van het gebied voor vleermuizen.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

11

Landschapsbeheer Flevoland

2021 voorjaar

najaar

2022 voorjaar

najaar

2023 voorjaar

najaar

Figuur 8: Verspreiding van verschillende vleermuissoorten bij de monitoringsroute gedurende verschillende jaren en jaargetijden. Binnen het studiegebied is te zien dat er meestal meer dieren boven Havendiep en Lage Dwarsvaart vliegen in het najaar dan in de lente-zomer. Voor een belangrijk deel wordt dit verklaart door de doortrek van de ruige dwergvleermuis in het najaar. Het zijn de watergangen in combinatie met bomen die de vleermuizen aantrekkelijk vinden als jachtgebied. De Buizerdweg speelt daarin met de huidige vormgeving geen rol. Uit de inventarisatie van de vliegroutes komt eenzelfde beeld naar voren als bij de monitoringsroutes: Havendiep met de hoge bomen en Lage Dwarsvaart met de bomen aan de overzijde zijn belangrijk voor de dwergvleermuizen. Ook meervleermuizen zijn boven het water waargenomen: niet verwonderlijk met een kolonie van meer dan 150 dieren in de woonwijk Hollandse Hout op geringe afstand van de brede vaarten.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

12

Landschapsbeheer Flevoland

Figuur 9: Aanwezigheid van gewone dwergvleermuis kort na zonsondergang

3.5. Bunzing en wezel Op 6 augustus zijn 4 ringslangplaten ter hoogte van het fietsviaduct gecontroleerd tijdens het ophalen van de wildcamera’s. Onder een plaat had een veldmuis een nestje gebouwd. Onder de andere drie platen waren resten van woelmuis te vinden in combinatie met keutels van wezel. De ringslangplaten illustreren dat de woelmuizen deze platen interessant vinden om onder te schuilen maar ook dat ze daar een makkelijke prooi zijn voor wezel. Het levert in elk geval de bevestiging dat wezel op deze dijk voorkomt. Iets waar al van werd uitgegaan gezien het habitat (figuur) .

Figuur 10: Fietspadtalud met meerdere ringslangplaten in combinatie met wezelkeutels

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

13

Landschapsbeheer Flevoland

Verder onderzoek aan wezel en bunzing is niet uitgevoerd omdat gekozen is om in te zetten op de habitatbenadering. Dit betekent dat voor de kleine marterachten een ecoloog een inschatting kan maken over het oppervlak leefgebied dat de dieren beschikbaar hebben.

Figuur 11: Leefgebied van Bunzing (groen) en Wezel (groen en blauw). Daadwerkelijk sporen wezel (geel) In totaal bedraagt het optimale leefgebied van de wezel (oppervlak groen + blauw) en dat van bunzing (oppervlak groen).

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

14

Landschapsbeheer Flevoland

Bij de ontwikkeling van de woonwijk in dit gebied zal rekening gehouden moeten worden dat het oppervlak leefgebied aandacht vraagt. Een kwaliteitsverbetering zit er voor deze gebieden niet in omdat het leefgebied voor beide soorten optimaal is: veel dekking, grote productie aan muizen mogelijk in het kruidenrijk grasland en in bosranden.

3.6. Boommarter Meerdere boommarters zijn op camera vastgelegd. In de periode april-mei werden minimaal twee individuen vastgesteld en in juli werd een jong dier op camerabeeld gezet. Het verlies aan leefgebied dient op een of andere manier gemitigeerd te worden. Bosrijke structuren dienen in de toekomstige woonwijk een plek te krijgen.

Figuur 12: Jonge boommarter

3.7. Otter Sporen van de otter zijn in het voorjaar gevonden aan de oever van de Lage Dwarsvaart en Havendiep gevonden. Ook in een ruimere omgeving zijn het afgelopen jaar sporen van otter vastgesteld (figuur). Otter is aan de grotere wateren van Flevoland een vrij algemene soort geworden. Goede kansen voor voortplanting zijn beperkt. De oevers zijn niet doorgraafbaar zodat ingangen van holen onder de waterlijn niet mogelijk zijn. Nesten op de oever zijn alleen mogelijk in het walnotenbos of binnen de paardenweides. In beide gebieden zijn geen sporen gevonden die zouden kunnen duiden op voortplanting van otter. De oevers van Havendiep en Lage Dwarsvaart vormen dus geen voortplantingsplek, maar zijn wel belangrijk om langs te migreren. Voor de inrichting van het gebied is het raadzaam om rekening te houden met deze zich verplaatsende dieren.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

15

Landschapsbeheer Flevoland

Figuur 13: Sporen van otter (2025) in en om het studiegebied

3.8. Bever Sporen van bever zijn te vinden nabij de Buizerdweg. Zuidelijk hiervan ligt dan ook een beverburcht. In het studiegebied zelf is gezocht naar mogelijke verblijfplaatsen. Goede kansen voor voortplanting zijn beperkt. De oevers zijn niet doorgraafbaar zodat ingangen van holen onder de waterlijn niet mogelijk zijn. Voor bever is de Lage Dwarsvaart en Havendiep vooral van belang om zich te verplaatsen, aansluiting te vinden met andere leefgebieden en om incidenteel te foerageren.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

16

Landschapsbeheer Flevoland

3.9. Ringslang De ijzeren platen voor de ringslang (figuur) moesten vooral de functie overwintering en reproductie bepalen van het gebied. Reden om vroeg in het voorjaar en in de nazomer de platen neer te leggen. In het voorjaar (overwinteringsplaats) zijn geen ringslangen onder de platen aangetroffen: het gebied is daarmee geen heel belangrijk overwinteringsgebied. De platen nabij een aangetroffen ‘composthoop’ in het gebied leverde ook geen waarnemingen op in augustus-september: de periode dat de jonge uit de voortplantingsplek tevoorschijn komen. Er is een ringslang aangetroffen onder een van de platen (8 mei), maar dit dier kan gezien de tijd van het jaar geen binding hebben met de functie overwintering of voortplanting.

Figuur 14: Subadulte ringslang onder een van de metalen platen.

3.10. Rugstreeppad Op 16 juni 2024 werd een roepend dier in het onderzoeksgebied gehoord. De precieze locatie is bij roepende dieren lastig vast te stellen maar waarschijnlijk riep dit dier vanuit een slootkant. Het onderzoek in 2025 leverde geen dieren op, maar het voorjaar van 2025 was ook extreem droog wat erg ongunstig is voor de reproductie van rugstreeppadden (en daarmee roepende dieren). De bestaande woonwijk Warande kent een lange historie van rugstreeppadden evenals de huidige woonwijk Hollandse Hout. Dit gebied ligt daar tussenin zodat aangenomen mag worden dat bij een toename van grondverzet in het gebied ook een toename van rugstreeppadden (een pionierssoort) tot gevolg heeft.

3.11. Vlinders De teunisbloempijlstaart houdt van teunisbloem en harig wilgenroosje. Teunisbloem komst slechts in enkele exemplaren voor in het studiegebied. Harig wilgenroosje veel vaker aan de hoge oever van de Lage dwarsvaart. Het beheer van hoge oever is echter vrij intensief. De planten zijn nooit tot volle wasdom gekomen en daarmee zijn de mogelijkheden voor deze nachtvlinder zeer beperkt. De grote weerschijnvlinder heeft vooral grauwe en boswilg nodig voor de voortplanting. Daarvan staan in het studiegebied slechts enkele grote exemplaren nabij de paardenwei bij de Buizerdweg. Tijdens de veldbezoeken in de periode juni-juli is in deze omgeving extra goed opgelet op deze vlindersoort. De soort is niet aangetroffen.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

17

Landschapsbeheer Flevoland

Gezien het geringe aantal geschikte waardplanten, het wat marginale potentiële leefgebied en het ontbreken van waarnemingen van de soort is er geen noodzaak om veel rekening te houden met deze soort in het vervolgtraject. Grote vos heeft net als grote weerschijnvlinder als waardplant de breedbladige wilgensoorten, maar ook iep en ratelpopulier. Alle soorten die niet of nauwelijks in het gebied voorkomen. Er zijn uiteindelijk geen dieren waargenomen.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

18

Landschapsbeheer Flevoland

4. Hoe nu verder? Nadere bepaling ontwerp Bij de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk zal rekening gehouden moeten worden met een aantal beschermde soorten. Binnen dit plan zal dus goed nagedacht moeten worden hoe de groen- en waterstructuren in de wijk aangelegd moeten worden en of deze robuust genoeg zijn om te voldoen aan de mitigatie-eisen van de betreffende soorten. Vooral voor de soorten die gebonden zijn aan bomen zal nagedacht moeten worden of de boomstructuren in het gebied niet behouden kunnen blijven. Uiteindelijk is net aangeplant bos iets anders dan een bos van 30 jaar oud.

Het is ongewenst dat de bestaande lijnstructuren voor beschermde soorten aangetast worden (paars). Juridisch gezien geldt dit zeker voor de meervleermuis waarvoor de Lage Dwarsvaart en Havendiep gezien worden als essentiële vliegroute. Aantasting van de functie als vliegroute heeft effect op de kraamkolonie in de woonwijk Hollandse Hout. Meervleermuizen zijn bijvoorbeeld gevoelig voor lichtvervuiling op het water. Goed nagedacht moet dan ook worden hoe bij de ontwikkeling van een woonwijk de hoeveelheid licht op het wateroppervlak sterk beperkt blijft. Bij verdere ontwikkeling van de woonwijk zal aangegeven moeten worden hoe schade aan deze vliegroute geminimaliseerd wordt en zal dit voorgelegd moeten worden bij de aanvraag van een Omgevingsvergunning. Juridisch gezien is dit minder noodzakelijk voor gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis omdat het aantal dieren dat daadwerkelijk gebruik maakt van de lijnstructuren als vliegroute nog

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

19

Landschapsbeheer Flevoland

beperkt is en het verdwijnen van de verbinding geen effect heeft op de staat van instandhouding van de beide algemene vleermuissoorten. Ook voor otter en bever geldt dat de vaarten vooral een functie hebben om zich langs te verplaatsen. Voor bever is duidelijk dat er geen verblijfplaatsen aanwezig zijn, voor otter is dat in het walnotenbos voor de toekomst niet geheel uit te sluiten. In dit onderzoek zijn er geen tekenen geweest dat er een dergelijk verblijf aanwezig moest zijn. Aantasting van de functionaliteit van bekende verblijfplaatsen van huiszwaluw en ruige dwergvleermuis dient bij voorkeur voorkomen te worden. Dit betekent dat de verblijfplaatsen liefst niet verdwijnen maar ook dat omgeving zodanig geschikt moet blijven dat het verblijf gebruikt kan blijven. Voor de ruige dwergvleermuis betekent dit behoud van de ene boom maar ook van de bomen in de directe omgeving. Voor huiszwaluw betekent dit behoud van de brug maar ook dat er in de toekomst voldoende modder gevonden kan worden om nesten te bouwen. Indien dit niet mogelijk is zal een Omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden met daarin een alternatief waar en hoe de dieren wel een plek behouden. Aantasting van het leefgebied voor de boommarter (groen) dient voorkomen te worden, zeker omdat er reproductie in het gebied plaatsvindt.

De precieze locatie is onbekend maar op de camera is een jong dier gefotografeerd nabij de paardenwei aan de Buizerdweg. Indien aantasting onoverkomelijk is zal een Omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden waarbij beschreven wordt waarom er geen alternatief is en hoe de schade aan de soort beperkt gaat worden. Aantasting van het leefgebied van wezel en bunzing dient ook voorkomen te worden. Indien toch in de leefgebieden van wezel en bunzing werkzaamheden verricht gaan worden zal een Omgevingsvergunning flora en fauna-activiteit nodig zijn. Daarbij moet duidelijk worden waarom er geen alternatief voor die werkzaamheden is en waar de wezel en bunzing wel een plek krijgen. Het alternatief zal niet bereikt worden door de kwaliteit van het resterende leefgebied te verhogen omdat de aangegeven gebieden al optimaal zijn voor de betreffende soorten. De rugstreeppad is eenmalig gevonden in 2024 en niet in 2025. Het agrarische deel van het gebied is ook niet optimaal. In droge voorjaren, als in 2025, is er geen oppervlaktewater waar de dieren kunnen voortplanten en waar de mannetjes dus een reden hebben om hard te kwaken. Het is aannemelijk dat een pioniersoort als de rugstreeppad bij graafwerkzaamheden in het gebied gaat verschijnen zoals het dier dat ook deed in de jaren 90 in de huidige woonwijk Hollandse Hout en in de jaren 2010 tot nu in de woonwijk Warande.

Het is daarom raadzaam om een Omgevingsvergunning aan te vragen voor deze soort waarbij aangegeven wordt hoe te handelen als de soort aangetroffen wordt op de bouwplaats. Bovenstaand gaat veel van het ontwerp vragen, maar er liggen ook oplossingsrichtingen voor dit vraagstuk: Oevergebonden soorten als bever, otter en meervleermuis zijn doelsoort van de NNN Lage Dwarsvaart/Hollandse Hout waar dit studiegebied net ten noorden ligt. Een nieuwe inrichting van het gebied biedt ook kansen om deze NNN kwalitatief te verbeteren. Een inrichting a la Ecozone zoals die bij de Lage Vaart ontwikkeld is zou voor deze doelsoorten gunstig zijn, en ook voor boommarter, ruige dwergvleermuis, wezel en bunzing. Een robuuste verbinding met bomen, struweel, (riet)ruigte biedt dekking, reduceert de uitstraling van licht en biedt jachtgebied voor de soorten En het zou de verbinding tussen de NNN-gebieden Hollandse Hout (bos) en Markermeer(water) ook verbeteren..

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

20

Landschapsbeheer Flevoland

Sterke planning maken Naast het nadenken over de toekomstige inrichting en hoe de beschermde soorten daar een plek moeten krijgen zal de uitvoering en planning van de werkzaamheden in de nieuwe woonwijk gedeeltelijk bepaald worden door de beschermde soorten. • Nieuwe leefgebieden dienen aanwezig te zijn alvorens de bestaande te verwijderen • Werken in de leefgebieden van wezel en bunzing (figuur) kan slechts beperkt plaatsvinden in de periode maart-juli. Het is het broedseizoen van veel vogels, de boommarter krijgt jongen evenals de bunzing en wezel. • Ook in de andere gebieden zal rekening gehouden moeten worden met eventueel broedende vogels. Broedende vogels mogen nooit zodanig verstoord worden dat hun voortplanting in gevaar komt. • Rekening dient gehouden te worden dat de rugstreeppad dit gebied beter weet te koloniseren. Een bouwterrein is uiteindelijk een interessant leefgebied voor de soort. Een plan hoe om te gaan met rugstreeppadden op dit bouwterrein is daarmee zinvol.

Activiteitenplan Uiteindelijk zal er een activiteitenplan gemaakt moeten worden waarin uitgewerkt is hoe om te gaan met de beschermde soorten. Afhankelijk hoe het ontwerp uiteindelijk uitpakt is een Omgevingsvergunning voor de volgende soorten waarschijnlijk nodig: • Meervleermuis • Ruige dwergvleermuis • Wezel • Bunzing • Boommarter • Rugstreeppad Dit activiteitenplan is dan de basis voor een Omgevingsvergunning activiteit Flora en Fauna die aangevraagd moet worden bij de Provincie Flevoland

Overleg met Provincie Flevoland Alvorens het activiteitenplan voor te leggen aan de Provincie is het wenselijk om een 90% versie alvast voor te leggen aan de Provincie zodat in een vroegtijdig stadium enige consensus is over de inrichting en te nemen maatregelen.

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

21

Landschapsbeheer Flevoland

Literatuur

Bijlage 1: Overzicht veldwerk

Nader onderzoek natuurwaarden

Zuider C 2.0 – Warande Lelystad

22

Landschapsbeheer Flevoland

Landschapsbeheer Flevoland Botter 14-03, 8232 JP Lelystad 0320-294939 flevoland@landschapsbeheer.net www.landschapsbeheerflevoland.nl

Na het lezen van deze rapportage kunnen er vragen zijn of punten die wat extra toelichting verdienen. We denken graag mee en lichten alles toe waar nodig is. Wil je meer weten over onze projecten, activiteiten of mogelijkheden voor andere samenwerking? Neem contact op of kijk op onze website. We praten en Nader onderzoek natuurwaarden denken graag mee Zuider overCnieuwe 2.0 – Warande ideeën. Lelystad

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=e28cbd8a-1767-4d76-8f9b-704cea954a51