Bijlage 11 Historisch onderzoek fase 1
Tekst van het document
Milieuhygiënisch vooronderzoek (water)bodem
Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad Fase 1
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Colofon Titel:
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Projectcode: Referentie: Versie: Datum: Auteur:
P05548-1 230905_114513 Definitief 2-2-2024 Eefke Vennegoor/Marleen Lievers
Opdrachtgever:
Gemeente Lelystad
Opdrachtnemer: Telefoon: Email: Website:
Greenhouse Advies bv Huismanstraat 6 6851 GT Huissen 026 2020606 algemeen@greenhouse-advies.nl www.greenhouse-advies.nl
Contactpersoon: Telefoon: Email:
Mark van den Heuij 06 15 89 89 69 mark.vandenheuij@greenhouse-advies.nl
Vrijgave
Kwaliteitsverantwoording onderzoek Soort onderzoek ☒ NEN 5725 ☐ NEN 5740 ☐ NEN 5707 ☒ NEN 5717 BRL-protocol ☐ 2001 (boorwerkzaamheden handmatig) ☐ 2002 (bemonsteren grondwater) ☐ 2003 (waterbodem) ☐ 2018 (asbest in grond)
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 2 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................................ 4
1.1
Aanleiding en doel ............................................................................................................................ 4
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid ............................................................................................ 4
1.3
Leeswijzer ........................................................................................................................................ 4
2
Vooronderzoek ................................................................................................................................. 5
2.1
Bronnen ............................................................................................................................................ 5
2.2
Locatiegegevens .............................................................................................................................. 5
2.3
Bodemgebruik .................................................................................................................................. 6
2.3.1
Bodemkwaliteitskaart ....................................................................................................................... 6
2.3.2
Bodemkwaliteit ................................................................................................................................. 7
2.3.3
Asbestdakenkaart ............................................................................................................................. 9
2.3.4
Brandstoftanks ................................................................................................................................. 9
2.3.5
Watergangen/waterbodem ............................................................................................................... 9
2.4
Uitgevoerde bodemonderzoeken ................................................................................................... 10
2.5
Terreininspectie .............................................................................................................................. 13
2.6
Activiteiten op/nabij de locatie ........................................................................................................ 13
2.7
Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................................... 15
3
Aanbevelingen ................................................................................................................................ 17
3.1
Aanbevelingen (onderzoeksstrategie)............................................................................................ 17
3.2
Bijzonderheden .............................................................................................................................. 20
3.3
Algemene opmerkingen ................................................................................................................. 21
Bijlagen Bijlage 1: Kaart regionale ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Historische informatie Bijlage 3: Tekeningen en foto’s locatiebezoek Bijlage 4: Legger profielen Bijlage 5: Situatietekeningen ligging deellocaties
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 3 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
1 Inleiding In opdracht van gemeente Lelystad is door Greenhouse Advies bv een historisch (water)bodemonderzoek conform NEN 5725 (landbodem) en NEN 5717 (waterbodem) (strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2023) uitgevoerd ter plaatse van toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad.
1.1
Aanleiding en doel
De aanleiding voor het historisch onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een nieuwe (woon)wijk nabij Warande 1.0 in het zuiden van de gemeente Lelystad. Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten en het bepalen van de verwachte onderzoeksinspanning in verband met budgettering en planning voor het vervolg van de uitvoering. Hierbij wordt ook gekeken naar de kwaliteit van de aanwezige watergangen en toegepaste bouwstoffen ter plaatse van onder andere wegen (slakken en NV-bouwstoffen).
1.2
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid
Greenhouse Advies bv of andere gelieerde bedrijfsonderdelen van DAGnl zijn geen eigenaar van de locatie en hebben geen binding met de eigenaar. Greenhouse Advies bv heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het onderzoek.
1.3
Leeswijzer
In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek. De rapportage is als volgt opgebouwd: ● ●
Vooronderzoek (hoofdstuk 2); Aanbevelingen (hoofdstuk 3).
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 4 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
2 Vooronderzoek 2.1
Bronnen
Het historisch onderzoek is uitgevoerd conform NEN 5717 en NEN 5725. Voor de NEN 5725 is aanleiding A gehanteerd: uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. In onderstaande tabel zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Nr. Bron 1 Topografische kaart, kadastrale gegevens 2 Gemeente Lelystad 3 Internet bronnen: A. Actuele luchtfoto’s en straatoverzichten B. Historische topografische kaarten C. TNO-NITG (gegevens bodemopbouw/grondwater) D. Provinciale bodematlas / omgevingsrapport E. Bodemkwaliteitskaart (Grondstromenbeleid werkgebied OFGV) F. Basis registratie adressen en Gebouwen (BAG) G. Grondwaterstroming H. Grondwaterbeschermingsgebieden I. Actueel Hoogtebestand Nederland J. Legger waterschap Zuiderzeeland 4 Locatiebezoek 31-08 en 01-09-2023, foto's onderzoekslocatie 5 Rapporten: A. Omgevingsrapportage provincie Flevoland B. Uitgevoerde bodemonderzoeken
2.2
Verwijzing/toelichting Kadaster, opgenomen in bijlage 1 en 2 Verwerkt in dit hoofdstuk www.google.nl/maps en pdokviewer.pdok.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl https://kaart.flevoland.nl/bodematlas/ https://ofgv-bbkweb.lievense.com/ bagviewer.kadaster.nl www.grondwatertools.nl/grondwatertools-viewer www.beschermjedrinkwater.nl ahn.nl/ahn-viewer https://geo-zzl.opendata.arcgis.com/pages/legger Bijlage 3
Paragraaf 2.4
Locatiegegevens
In onderstaande tabel zijn de kadastrale gegevens en andere relevante informatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Tabel 2.2: Algemene locatiegegevens Adres Gemeente Provincie Waterschap Coördinaten Kadastrale gegevens Gemeente Sectie Perceelnummers Gebruik locatie Voormalig Huidig Toekomstig
Toekomstige wijk ZuiderC fase 1 Lelystad Flevoland Zuiderzeeland X: 159.972, Y: 499.727
Lelystad A/B 3, 27, 28, 30, 37, 37, 41, 59, 62, 91, 99, 1364, 1509, 1510, 1511/32, 33, 266 enkele percelen betreffen delen van percelen en niet de gehele percelen
Agrarisch Voornamelijk agrarisch en groen (daarnaast ook in gebruik als infra) Voornamelijk wonen
Gezien de omvang van de locatie en de grote hoeveelheid aan percelen is niet van alle percelen de eigendomsinformatie opgevraagd. Voor zover bekend zijn de percelen (grotendeels) in eigendom van Rijksvastgoedbedrijf, gemeente Lelystad, Staatsbosbeheer en Waterschap Zuiderzeeland.
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 5 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
De situering van de locatie is globaal weergegeven op onderstaande kaart (afbeelding 2.3).
Afbeelding 2.3: Globale ligging onderzoeksgebied (fase 1) (rode stippellijn).
2.3
Bodemgebruik
2.3.1
Bodemkwaliteitskaart
Op de interactieve website grondstromenbeleid werkgebied OFGV zijn alle bodemkwaliteitskaarten weergegeven. Het onderzoeksgebied valt in bodemfunctie Wonen. Ter plaatse van de wegen/de spoorlijn en het oosten valt een klein gedeelte in klasse Industrie (zie afbeelding 2.4). Op zowel de ontgravings- als de toepassingskaart is zowel de boven- als de ondergrond geclassificeerd als Landbouw/Natuur (AW2000) met uitzondering van een aantal wegen en de spoorweg (zie afbeelding 2.5).
Afbeelding 2.4: Bodemfunctieklassenkaart onderzoeksgebied.
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 6 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Afbeelding 2.5: Toepassingskaar bovengrond gebiedsspecifiek
2.3.2
Bodemkwaliteit
Het inpolderen van Flevoland begon in 1924 met het afsluiten van de Zuiderzee met de Amsteldiepdijk. Daarna werd de Afsluitdijk aangelegd. De Noordoostpolder werd als eerst gecreëerd (1939), daarna volgde Oostelijk Flevoland (1957) en Zuidelijk Flevoland (1968). Op 1 januari 1986 werd Flevoland officieel de nieuwste en 12e provincie van Nederland. Op de eerste historische kaarten van Topotijdreis, hieronder in tabel 2.6 weergegeven, is dan ook nog geen bebouwing te zien, op een paar wegen na. Vanaf 1988 loopt er een spoorlijn dwars door het onderzoeksgebied. Ten noorden van de spoorlijn zijn een aantal watergangen gedempt (waarschijnlijk met gebiedseigen grond). In het westen van het gebied is een bos aangelegd. Buiten het onderzoeksgebied (voornamelijk ten noorden) verschijnt steeds meer bebouwing. Vanaf 1993 zijn er binnen het onderzoeksgebied een aantal woningen (boerderijen) te zien. Op de kaart van 1995 is te zien dat een aantal watergangen ten zuiden van de spoorweg zijn gedempt. Vanaf 2005 is er steeds meer bebouwing in de omgeving te zien en in 2007 begint de aanleg van de wijk Warande 1.0. Tabel 2.6: Historische kaarten uit Topotijdreis
1974-1987
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
1988-ca. 2004*
Pagina 7 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
2005-2006
2007-2015
2016 2022 * Vanaf 1988 tot 2004 zijn er wel kleine veranderingen geweest op de kaarten, maar dit is minimaal en daarom niet allemaal hier weergegeven.
Op onderstaande afbeelding 2.7 uit het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4 dm50) is te zien dat aan de noordzijde van de locatie, ten westen en oosten van het spoor, de bodem hoger ligt dan de omgeving (binnen het onderzoeksgebied). Waarmee dit gedeelte is opgehoogd is niet bekend. Ook in het westelijke gedeelte van het onderzoeksgebied (aan de noordzijde van de Buizerweg) is de bodem opgehoogd en is veel reliëf te vinden.
Afbeelding 2.7: Kaart van het actueel hoogtebestand Nederland. De groene vlakken liggen hoger dan de donkerblauwe.
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 8 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
2.3.3
Asbestdakenkaart
Op de asbestdakeninventarisatie kaart uit de digitale bodematlas van de provincie Flevoland blijkt dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake is van asbestverdachte daken.
2.3.4
Brandstoftanks
Binnen het onderzoeksgebied is er, voor zover bekend, geen sprake van mogelijke brandstoftanks (geweest).
2.3.5
Watergangen/waterbodem
Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn vele watergangen aanwezig. De aanwezige watergangen vallen in watertype Overig water, lintvormig conform NEN 5720. Deze watergangen zijn niet van natuurlijke oorsprong, maar zijn gecreëerd. Naar de waterbodem van de watergangen binnen het onderzoeksgebied zijn, voor zover bekend, niet eerder onderzoeken uitgevoerd. Buiten het onderzoeksgebied ter plaatse van Buizerdtocht/Havendiep/Hollandse Hout zijn waterbodemonderzoeken uitgevoerd. Deze staan in de volgende paragraaf 2.4 en in bijlage 2 beschreven. De onderzochte waterbodem valt in klasse 0 tot 2. De aanwezige watergangen worden volgens de Schouwkaart van waterschap Zuiderzeeland minstens 1x per jaar geschouwd. De kavelsloten worden onderhouden door de eigenaren van de aangrenzende percelen. De waterschap is de beheerder van de Torenvalktocht en de gemeente van de sloten die langs de openbare wegen lopen. Op de leggerkaarten zijn de leggerprofielen (vereiste afmetingen) voor de watergangen (in dit geval kavelsloten) vastgelegd (zie onderstaande afbeelding 2.8). Ook voor de overige soorten watergangen zijn leggerprofielen beschikbaar welke zijn opgenomen in bijlage 4.
Afbeelding 2.8: Leggerprofielen van de kavelsloten in het onderzoeksgebied
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 9 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
2.4
Uitgevoerde bodemonderzoeken
In onderstaande tabel zijn de bij ons bekende uitgevoerde bodemonderzoek op de locatie weergegeven, evenals de meest relevante onderzoeken direct grenzend aan de onderzoekslocatie. Verdere onderzoeken in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in bijlage 2. Tabel 3.1: Uitgevoerde bodemonderzoeken binnen/direct grenzen aan het onderzoeksgebied Titel, auteur en datum Aanleiding Conclusie
Aanbeveling
Buizerdweg ong. Verkennend bodemonderzoek Buizerdweg ong. te Lelystad
Verkoop van percelen in eigendom van de Staat.
Ingenieurs bureau BCC 27-11-2006
Verkennend bodemonderzoek op de locatie De Warande te Lelystad
Bouwaanvraag voor een noodschool op de locatie
Hunneman Milieu Advies Raalte B.V. 01-06-2006
Grond: In zowel de boven- als ondergrond zijn zintuiglijk geen bijmengingen aangetroffen.
De analyseresultaten van zowel grond en grondwater geven geen aanleiding voor Bovengrond: Zn >AW (op een deel van de locatie) een aanvullend onderzoek. De Tevens is het EOX-gehalte in verhoogde mate (> resultaten hoeven geen streefwaarde) aangetroffen. De somparameter EOX is belemmering te vormen voor echter niet uitgesplitst omdat de triggerwaarde maar net de voorgenomen overdracht wordt overschreden. Uit ervaring blijkt dat bij uitsplitsing van de locatie en van de somparameter EOX rond de 1,0 mg/kg d.s. geen voorgenomen verontreinigingen gevonden worden. herontwikkeling. Grond die tijdens graafwerkzaamheden Grondwater: As, Ni > S binnen het onderzochte Komen mogelijk van nature verhoogd voor in het locatie vrijkomt mag zonder grondwater. verdere onderzoek weer binnen het onderzoekslocatie teruggebracht worden. De licht verontreinigde grond mag niet als aanvulling voor de toplaag dienen of gemengd worden met de schone ondergrond. Indien er na de werkzaamheden funderingsmateriaal en/of grond van de locatie afgevoerd dient te worden zullen deze voor definitieve verwerking onderzocht te worden conform het Bouwstoffenbesluit. Tijdens het veldonderzoek zijn op of in de bodem De aangetoonde gehalten zintuiglijk geen indicaties waargenomen die duiden op overschrijden in geringe mate de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging.
de streefZintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen in of op (achtergrond)waarden maar de bodem aangetroffen. vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis Bovengrond: Zn, Cd > AW van de onderzoeksresultaten Ondergrond: geen verhoogde parameters (<AW) bestaan, vanuit Grondwater: Cr > S milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaren voor de voorgenomen plaatsing van een noodschool op de locatie.
Valkendreef/ Bosvalkweg Verkennend bodemonderzoek Valkendreef/Bosvalkweg ong. te Lelystad Hunneman Milieu Advies Raalte B.V.
Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen transactie en nieuwbouw op de locatie.
1-11-2007
Tijdens het veldonderzoek zijn op of in de bodem zintuiglijk geen indicaties waargenomen die duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Zintuiglijk zijn geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen. Boven- en ondergrond: geen verhoogde parameters. Grondwater: As > T; Cr > AW Het aangetoonde gehalte aan arseen overschrijdt de toetsingswaarde voor nader onderzoek. In de Gemeente Lelystad komen vaker verhoogde gehalten aan zware metalen (met name arseen) voor. De verhoogde gehalten aan zware metalen worden beschouwd als van nature aanwezige achtergrondwaarden.
Flevopoort (Minervaweg, Apolloweg)
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 10 van 21
De aangetoonde gehalten aan zware metalen zijn naar verwachting van nature aanwezig en vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaren voor de voorgenomen transactie en nieuwbouw op de locatie.
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Bodemonderzoek industrieterrein Flevopoort te Lelystad Ingenieursbureau Oranjewoud 10-6-2003
Uitgifte en de recente ophoging van het gebied. In dit kader dient de kwaliteit van de bovengrond bekend te zijn.
Plaatselijk komt een licht verhoogd gehalte aan minerale olie voor. In mindere mate dan minerale olie komen plaatselijk ook licht verhoogde gehalten aan zware metalen voor (voornamelijk cadmium, koper, lood, nikkel en zink) en zeer plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan PAK-totaal.
Op basis van de resultaten zijn er vanuit bodemhygiënisch oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen uitgifte van de clusters.
In mengmonster MM4-05 (cluster 4 - Artemisweg) zijn in eerste instantie matig verhoogde gehalten aan koper en zink gemeten en licht verhoogde gehalten aan cadmium en lood. In de individuele deelmonsters blijken de gehalten aan zware metalen lager te zijn dan de betreffende streefwaarden. Het gehalte aan EOX in de grond geeft geen aanleiding om de grond te onderzoeken op individuele organische halogeenverbindingen.
Mogelijk dient er bij nieuwbouwactiviteiten of herinrichtingswerkzaamheden grond of andere materialen van de locatie te worden afgevoerd. Het onderhavige onderzoek is niet geschikt om een uitspraak te doen over de hergebruiksmogelijkheden en de afvoerbestemming van Uit de resultaten van het onderzoek (veldwaarnemingen deze grond of andere en analyseresultaten) kan worden geconcludeerd dat de materialen. Hiervoor dient bovengrond c.q. de ophoging niet noemenswaardig een onderzoek te worden verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen bevat. Op uitgevoerd zoals omschreven basis van deze resultaten zijn er vanuit bodemhygiënisch in het Bouwstoffenbesluit. oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen Hergebruik van de uitgifte van de clusters. vrijkomende grond (zonder bijmengingen) op het onderzoeksterrein is wel mogelijk zonder verder bodemonderzoek uit te voeren.
Apolloweg VERKENNEND BODEMONDERZOEK Industrieterrein Flevopoort Poseidonweg / Artemisweg / Apolloweg Lelystad
Uitgifte van grond ten behoeve van de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein.
P&J Millieuservices B.V. 12-7-2006
Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de De vastgestelde onderzoekslocatie onverdacht is ten aanzien van milieuhygiënische bodemverontreiniging. bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de Cluster 2 Poseidonweg voorgenomen uitgifte van de Geconcludeerd wordt dat de hypothese `onverdachte grond ten behoeve van de locatie' geen stand houdt. ontwikkeling van een Zandige bovengrond van deellocatie 2: Min. olie bedrijventerrein alsmede de (vermoedelijk diesel en motorolie) > AW en een uitgifte van een verhoogde EOX aangetoond. In twee andere bouwvergunning. Aanvullend mengmonsters van de kleiïge bovengrond is de EOXof nader bodemonderzoek op waarde eveneens verhoogd aangetoond. de onderzoekslocatie is niet Grondwater van deellocatie 2: As, Cr, Ni, Zn > A noodzakelijk. Cluster 4 Artemisweg Geconcludeerd wordt dat de hypothese `onverdachte locatie' geen stand houdt. Boven- en ondergrond: geen verhoogde gehalten. Grondwater: incidenteel As, Zn > S. Opgemerkt wordt dat in peilbuis 401 de zuurgraad verhoogd is aangetoond. Cluster 5A Apolloweg Geconcludeerd wordt dat de hypothese `onverdachte locatie' geen stand houdt. Bovengrond: Ni, min. olie > AW. Grondwater: As, Ni, Zn > S. Cluster 5B Apolloweg Geconcludeerd wordt dat de hypothese `onverdachte locatie' geen stand houdt. Boven- en ondergrond: geen verhoogde gehalten. Grondwater: As > S.
Over het algemeen wordt opgemerkt dat het geleidingsvermogen van het grondwater hoog is. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt echter niet noodzakelijk geacht. De aangetoonde gehalten in het grondwater kunnen waarschijnlijk beschouwd worden als achtergrondwaarde.
Larserdreef 689 (direct grenzend aan de onderzoekslocatie) Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 11 van 21
Opgemerkt wordt dat het onderzoek niet is uitgevoerd conform bijlage F van de uitvoeringsregeling van het Bouwstoffenbesluit. Bij afvoer van grond van de locatie kan, ongeacht de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek, een aanvullende keuring van de partij af te voeren grond worden gevraagd en zijn mogelijke verwerkingskosten van toepassing.
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Evaluatierapport bodemsanering NL0683 LARSERDREEF 698 TE LELYSTAD Artelia BV Nederland 1-5-2013
Aanleiding van de bodemsanering zijn de renovatiewerkzaamheden ter plaatse van het tankstation. Tijdens deze werkzaamheden is zintuiglijk een bodemverontreiniging geconstateerd op twee posities van de locatie (pompeiland 5/6 en de OBAS).
Verontreinigingssituatie: Er is sprake van een De sanering kan als afgerond grondverontreiniging met minerale olie (maximaal 1.300 worden beschouwd. mg/kg ter plaatse van het pompeiland en maximaal 730 mg/kg ter plaatse van de OBAS). Beide spots worden geschat op circa 5 m³. De verontreinigde grond ter plaatse van zowel het pompeiland 5/6 als de OBAS is verwijderd conform de uitgangspunten. Er worden in de controlemonsters van de grond, behoudens een licht verhoogd gehalte van 40 mg/kg ds, geen verhoogde gehalten meer aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. Het licht verhoogde gehalte dat is aangetoond (putbodem van de OBAS) betreft echter geen brandstof (fractieverdeling voornamelijk C22 - C40). De bodem ter plaatse heeft een venige grondslag, hetgeen wordt bevestigd door een droge stofpercentage van 41%. Waarschijnlijk is de fractie (C22 – C40) dan ook te wijten aan de aanwezigheid van humuszuren.
Historisch Onderzoek Larserdreef 698 te Lelystad Wbb-code: FL099500033 Combinatie Consulmij Milieu & MUG Ingenieursbureau 27-11-2009
Als potentiële spoedlocatie geselecteerd door de provincie Flevoland (Afdeling Milieu en Water) in het kader van het project Identificatie Spoedlocaties provincie Flevoland.
De saneringswerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de afspraken zoals vastgelegd met de omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek en daarmee afgesproken en vastgestelde uitgangspunten. De sanering kan als afgerond worden beschouwd. De locatie kan worden bestempeld als een potentiële spoedlocatie. Tijdens voorgaand bodemonderzoek is een niet ernstige of spoedeisende verontreiniging aangetoond. Er zijn echter op basis van de vastgestelde (bedrijfs)activiteiten potentieel spoedeisende (bedrijfs)activiteiten aangetoond, die nog niet voldoende zijn onderzocht.
Hoewel van deze activiteiten wordt aangenomen dat deze gezien de wet- en regelgeving van na 1987 (ondermeer zorgplicht) geen daadwerkelijk spoedeisende locatie meer zullen opleveren, dient in het kader van andere regelgeving met voorrang een vervolgonderzoek (aanvullend onderzoek) te worden uitgevoerd. Dit omdat er in de dossiers geen bewijzen zijn aangetroffen dat het tankstation voldoet aan de regels die hiervoor gelden. De volgende (voormalige) bedrijfsactiviteiten moeten worden onderzocht in het aanvullend bodemonderzoek: Ondergrondse benzinetank (mengsmering); hbo-tank (ondergronds); ondergrondse tanks (tank 1 t/m 11); De huidige ondergrondse tanks (8 t/m 11) dienen te worden gemonitoord volgens het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer.
Woonwijk De Elzen (direct grenzen aan de onderzoekslocatie) Verkennend bodemonderzoek realisatie nieuwbouw woonwijk De Elzen, Oeverzegge te Lelystad Van Dijk geotechniek en milieu bv 19-12-2023
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Op het onderhavige perceel is de aanleg van een woonwijk voorzien. Ten behoeve van de voorziene bestemmingswijziging en aanvraag omgevingsvergunning dient de milieuhygiënische situatie
Verontreiniging grond: toplaag: licht met PCB, PFAS is niet verhoogd onderlaag: licht met PCB diepere onderlaag: eerst matig verhoogd gehalte minerale olie. Na herbemonstering opnieuw analyse daarbij licht verhoogd gehalte met minerale olie (zwaardere oliesoort) – niet toepasbaar Verontreiniging grondwater licht met barium, molybdeen, nikkel, naftaleen, som xylenen en som dichlooretheen Pagina 12 van 21
Aanbeveling rapportage: indien grond van de diepere bodemlaag vrijkomt ter plaatse van het riool, welke ‘niet toepasbaar’ is op basis van minerale olie, wordt geadviseerd een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
van de bodem (grond en grondwater) te worden vastgelegd.
Conclusie rapportage: milieuhygiënisch gezien geen bezwaar tegen voorziene nieuwbouw Opmerking: door de opdrachtgever, gemeente Lelystad, is aangegeven dat in een aanvullend onderzoek de matige verontreiniging met minerale olie niet opnieuw is aangetroffen. Hiervan is nog geen rapportage bekend.
Over het algemeen zijn er in de grond lichte verontreinigingen met zware metalen, minerale olie en PAK aangetroffen. In het grondwater worden regelmatig matig tot sterk verhoogde gehalten aan arseen gemeten. In één van de rapporten wordt door de gemeente Lelystad aangegeven dat er van nature sterk verhoogde arseengehalten in het grondwater aanwezig kunnen zijn. Er wordt, ook omdat geen andere bron van verontreiniging aanwezig is, vanuit gegaan dat dit een van nature verhoogd gehalte is dat geen aanleiding vormt voor nader onderzoek of sanerende maatregelen.
2.5
Terreininspectie
Naar aanleiding van het digitale bureauonderzoek heeft er op 30 en 31 augustus 2023 een terreininspectie, door de heer H. Verboom (werkzaam bij Greenhouse Advies bv), plaatsgevonden. Opgemerkt wordt dat deze heeft plaatsgevonden ter plaatse van zowel fase 1 als fase 2 van het onderzoek. Fase 2 wordt niet behandeld in onderhavige rapportage. Alleen de belangrijkste geconstateerde (potentiële bodembedreigende) activiteiten zijn hieronder genoemd: Langs of nabij de Buizerdweg zijn wegen met menggranulaat aanwezig. Ook zijn er recente grondwallen geplaatst. Ten noorden van de Buizerdweg ligt een weide/natuurlijk gebied welke deels opgehoogd is. Bermen van de Torenvalkweg bestaan uit gestort asfalt-menggranulaat. Op het erf, Torenvalkweg 6 (kavel C49 in voorgaande onderzoeken, nu B21), is een werkplaats, dieseltank, een stalling en betonverharding aanwezig. Deze locatie grenst direct aan fase 1, maar valt binnen fase 2. Aan de westkant van de Torenvalkweg, nabij het bos, zijn menggranulaatpaden waargenomen. Op verschillende plekken binnen het onderzoeksgebied zijn grondwallen, depots en dammen waargenomen. Daarnaast zijn er ook plekken waar veel Berenklauw (plant) aanwezig is. In bijlage 3 zijn de aantekeningen en foto’s van de terreininspectie opgenomen. Hierin is ook fase 2 meegenomen, omdat de terreininspectie ter plaatse gelijktijdig is uitgevoerd.
2.6
Activiteiten op/nabij de locatie
Uit de historische informatie blijkt dat de onderzoekslocatie grotendeels in gebruik is als agrarisch gebied met groen. Op de locatie zijn enkele wegen gelegen en hij wordt doorkruist door een spoorlijn. Aan de noordwestzijde van de locatie bevindt zich een tankstation (Larserdreef 1). Deze valt buiten de onderzoekslocatie, maar grenst er direct aan. Op de locatie bevindt zich een deel van het terrein met grote verschillen in maaiveldhoogte. Deze is gelegen ten noorden van de Buizerdweg, welke is omschreven als locatie H01 in paragraaf 3.2. Uit de informatie van ERF bv blijkt dat de locatie in het verleden vermoedelijk is gebruikt als een gronddepot in de tijd van de Rijksdienst. Daarna is de locatie beplant. Nu lopen op (een deel van) de locatie paarden. In onderstaande luchtfoto’s, afkomstig van https://kaart.flevoland.nl/luchtfoto/, zijn de locatie in het verleden en recent weergegeven.
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 13 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Tabel 2.6: Historische kaarten uit Topotijdreis
1971
1981
1986
2000
2010
2023
Ter plaatse van terreinen direct ten westen en oosten van de spoorlijn is eveneens sprake van hoogteverschillen met de omgeving. Het is niet bekend waardoor deze zijn veroorzaakt. Voor de onderzoeksopzet is voor deze terreinen de hypothese Onverdacht aangehouden, omdat hierbij zowel de bovengrond (laag tot circa 0,5 m-mv) en de ondergrond (tot ca. 2,0 m-mv) meegenomen zullen worden. Indien sprake is van een duidelijk verschil in de opgehoogde lagen wordt geadviseerd de boringen dieper door te zetten.
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 14 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
2.7
Bodemopbouw en geohydrologie
In de onderstaande afbeelding is de regionale bodemopbouw van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven. Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie zijn de boringen B26E0020 en B20D2379 van het Dinoloket gekozen. Deze boringen zijn op/direct nabij de onderzoekslocatie uitgevoerd, aan de west- en de oostzijde.
Afbeelding 1: Boorbeschrijving boring B26E0020 (bron: Dinoloket) en locatie (groene stip) van de boring
De regionale bodem, van bovenstaande boorprofiel, bestaat ten opzichte van het maaiveld tot uit zandige klei. Van 4,0 tot 7,5 m-mv bestaat de bodem uit fijn, zwak grindig, matig humeus, siltig zand. Daaronder tot 20 mmv bevindt zich grof zand (zwak grindig, zwak humeus, siltig). De globale grondwaterstroming is noordwestelijk gericht (bron: grondwatertools). Het maaiveld op de onderzoekslocatie ligt op circa -4,75 m t.o.v. NAP (Algemeen Hoogtebestand Nederland).
Afbeelding 2.2: Boorbeschrijving boring B20D2379 (bron: Dinoloket) en locatie (groene stip) van de boring
De regionale bodem, van bovenstaande profiel, bestaat ten opzichte van het maaiveld tot 3,6 m-mv uit humeuze klei. Van 3,6 tot 4,9 m-mv bevindt zich een veenlaag. Daaronder tot de einddiepte van 9,0 m-mv bestaat de bodem uit fijn zand. Op de locatie is sprake van een kwelsituatie, omdat de locatie onder NAP gelegen is. Hierdoor is sprake van peilbeheer, wat invloed heeft op de grondwaterstromingsrichting. Dit zal veelal richting de dichtstbijzijnde watergang zijn. De globale regionale grondwaterstroming van het diepere grondwaterpakket is noordwestelijk gericht (bron: grondwatertools). Het maaiveld op de onderzoekslocatie ligt op circa -4,66 m t.o.v. NAP (Algemeen Hoogtebestand Nederland).
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 15 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Het onderzoeksgebied ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning of een grondwater beschermingsgebied.
2.8
Omgevingswet
Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Onder de Omgevingswet dient elke gemeente een Omgevingsplan op te stellen. Voor het onderzoeksgebied is het Omgevingsplan gemeente Lelystad van toepassing (identificatie /akn/nl/act/gm0995/2020/omgevingsplan, gepubliceerd 27-12-2023, in werking 02-012024). In het Omgevingsplan zijn in aanvulling op de landelijk geldende normen en regels voor bodem en grondwater onder andere de volgende eisen opgenomen: - Artikel 2.1 Aanvullende beoordelingsregel aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken o 2. Er is sprake van een mobiele bodemverontreiniging als een verontreinigende stof: a. in het vaste deel van de bodem voorkomt in concentraties hoger dan de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. in het grondwater voorkomt in concentraties hoger dan de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering, bedoeld in bijlage Vd bij het Besluit kwaliteit leefomgeving. -
Artikel 22.29 Nadere invulling beoordelingsregel omgevingsplanactiviteit bouwwerken bodemgevoelig gebouw op bodemgevoelige locatie o De toelaatbare kwaliteit van de bodem is de interventiewaarde bodemkwaliteit, bedoeld in bijlage IIA bij het Besluit activiteiten leefomgeving. o Er is sprake van overschrijding van de toelaatbare kwaliteit als voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie in meer dan 25 m3 bodemvolume hoger is dan de interventiewaarde bodemkwaliteit. o Het zinsdeel «in meer dan 25 m3 bodemvolume» in het tweede lid is niet van toepassing voor zover het gaat om aanwezigheid van asbest.
-
Artikel 22.34 Aanvraagvereisten binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken o Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk worden voor de toetsing aan dit omgevingsplan in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: j. als de aanvraag betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie: 1. de onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.29, redelijkerwijs is uit te sluiten; en 2. als de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.29, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende of andere beschermende maatregel wordt getroffen, tenzij het gaat om een locatie die is aangewezen in dit omgevingsplan waar een overschrijding van de toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 22.29, redelijkerwijs is uit te sluiten
Opgemerkt wordt dat in het Omgevingsplan nog verdere aanvullingen zijn opgenomen met betrekking tot bodem, waaronder regels omtrent graven/saneren. Deze worden in onderhavige rapportage niet nader benoemd.
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 16 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
3 Aanbevelingen In opdracht van gemeente Lelystad is door Greenhouse Advies bv een historisch (water)bodemonderzoek conform NEN 5725 (landbodem) en NEN 5717 (waterbodem) (strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017) uitgevoerd ter plaatse van toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad. De aanleiding voor het historisch onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van een nieuwe (woon)wijk nabij Warande 1.0 in het zuiden van de gemeente Lelystad. Het doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten en het bepalen van de verwachte onderzoeksinspanning in verband met budgettering en planning voor het vervolg van de uitvoering. Hierbij wordt ook gekeken naar de kwaliteit van de aanwezige watergangen en toegepaste bouwstoffen ter plaatse van onder andere wegen (slakken en NV-bouwstoffen).
3.1
Aanbevelingen (onderzoeksstrategie)
Op basis van het historisch onderzoek is de locatie onderverdeeld in deellocaties. Hierbij is per deellocatie, afhankelijk van de uitkomsten van het historisch onderzoek, een strategie bepaald. Deze staan hieronder weergegeven. NEN 5740 (bodemonderzoek) Voor het overgrote deel van het onderzoeksgebied kan de strategie Grootschalige onverdachte nietlijnvormige locatie (ONV-GR-NL) conform de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek) worden gehanteerd. Hierbij is tot 5 hectare afgerond, zowel naar boven als naar beneden, op hele hectares. Verder wordt voor enkele locaties de strategie Onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL), Onverdachte lijnvormige locatie (ONV-L), Diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) of Verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) conform de NEN 5740 het meest passend geacht. Bij de strategie onverdachte lijnvormige locatie wordt geen grondwateronderzoek meegenomen, aangenomen wordt dat tot maximaal 1,0 m-mv wordt ontgraven. NEN 5720 (waterbodemonderzoek) Voor de watergangen kan de strategie Lintvormig water (LN) conform de NEN 5720 (strategie voor het uitvoeren van een verkennend waterbodemonderzoek) worden gehanteerd. Alleen de sliblaag zal worden geanalyseerd.
Analyse van de onderliggende laag als ontvangende bodem is niet meegerekend. Voor de locatie S40 wordt het deel dat gelegen is ter plaatse van het gebied ‘nieuwe school’ niet meegenomen voor bemonstering/analyse, verder wordt deze watergang wel als één geheel gezien. Maatwerk Voor de aanwezige dammen wordt maatwerk geadviseerd. Dit maatwerk bestaat uit 2 proefboringen tot 2,0 m-mv. Geadviseerd wordt bij het aantreffen van puin in de boringen op te schalen naar een asbestonderzoek door 2 gaten te graven en de boringen te plaatsen met een 12 cm boor, conform BRL 2018. Bij het aantreffen van puin wordt een mengmonster op asbest in grond en een analyse op het standaardpakket grond geadviseerd. Ook voor de gedempte sloten wordt maatwerk geadviseerd, welke zal bestaan uit het graven van 4 sleuven over de breedte van de gedempte sloot. Bij het aantreffen van verdacht (bodemvreemd) materiaal worden analyses op het standaardpakket grond en asbest in grond geadviseerd. Ter plaatse van de ‘weg met menggranulaat’ en de ‘berm Torenvalkweg verharding asfaltgranulaat’ wordt indicatief onderzoek aanbevolen, welke bestaat uit het plaatsen van boringen tot 0,5 m onder het aanwezige meng-/asfaltgranulaat. Locatie H01 Voor de locatie ‘H01 (deels opgehoogd terrein)’ blijkt uit het historisch onderzoek dat sprake is van veel hoogteverschillen.
Uit de informatie van ERF bv blijkt dat de locatie in het verleden vermoedelijk is gebruikt Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 17 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
als een gronddepot in de tijd van de Rijksdienst. Daarna is de locatie beplant. Nu lopen op (een deel van) de locatie paarden. Geadviseerd wordt deze locatie te onderzoeken middels de strategie ONV-GR-NL conform NEN 5740. Hierbij wordt geadviseerd alle boringen conform de strategie aan te houden ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld en hierbij ook boringen door te zetten in de ten opzichte van het maaiveld verhoogde delen. Hierbij wordt uitgegaan dat circa de helft van de boringen geplaatst zal worden in de ten opzichte van het maaiveld verhoogde delen, waarbij uitgegaan wordt van een gemiddelde hoogte van 1,5 meter. Geadviseerd wordt om voor de verhoogde delen ten opzichte van het maaiveld extra analyses uit te voeren van het standaardpakket grond, uitgaande van evenveel analyses als voor de bovengrond. Opsplitsing locatie Enkele locaties zijn opgedeeld in twee delen, doordat de locatie van de toekomstige provinciale weg uit het onderzoek wordt gelaten. Hier is wel rekening mee gehouden bij de te onderzoeken oppervlaktes van de desbetreffende locatie. De locaties die doorsneden worden, worden echter wel als één locatie onderzocht, omdat deze in de huidige situatie zowel kadastraal als qua gebruik één locatie betreffen. Onderzoeksstrategie en -inspanning In onderstaande tabel de diverse locaties uitgewerkt met de onderzoeksstrategie en -inspanning.
In bijlage 5 is een kaart opgenomen waarop de verschillende gebieden zijn weergegeven. Locatienummer
Onderzoeksstrategie
Oppervlakte /lengte
Veldwerk
Analyses
Agrarisch A07-1
ONV-GR-NL
15,2 ha
A10-1
ONV-GR-NL
1,25 ha
A11
ONV-GR-NL
39,6 ha
A12
ONV-GR-NL
27,2 ha
A13
ONV-GR-NL
28,6 ha
A14
ONV-GR-NL
34,7 ha
A15
ONV-GR-NL
17,8 ha
A17-1
ONV-GR-NL
2,5 ha
A18
ONV-GR-NL
15,4 ha
57 boringen tot 0,5 m-mv 8 boringen tot 2,0 m-mv 16 peilbuizen 17 boringen tot 0,5 m-mv 4 boringen tot 2,0 m-mv 3 peilbuizen 143 boringen tot 0,5 m-mv 20 boringen tot 2,0 m-mv 41 peilbuizen 99 boringen tot 0,5 m-mv 14 boringen tot 2,0 m-mv 28 peilbuizen 104 boringen tot 0,5 m-mv 15 boringen tot 2,0 m-mv 30 peilbuizen 125 boringen tot 0,5 m-mv 18 boringen tot 2,0 m-mv 36 peilbuizen 66 boringen tot 0,5 m-mv 9 boringen tot 2,0 m-mv 19 peilbuizen 20 boringen tot 0,5 m-mv 4 boringen tot 2,0 m-mv 4 peilbuizen 58 boringen tot 0,5 m-mv 8 boringen tot 2,0 m-mv 16 peilbuizen
9x STAP bovengrond 8x STAP ondergrond 16x STAP grondwater 2x STAP bovengrond 2x STAP ondergrond 3x STAP grondwater 21x STAP bovengrond 20x STAP ondergrond 41x STAP grondwater 15x STAP bovengrond 14x STAP ondergrond 28x STAP grondwater 15x STAP bovengrond 15x STAP ondergrond 30x STAP grondwater 18x STAP bovengrond 18x STAP ondergrond 36x STAP grondwater 10x STAP bovengrond 9x STAP ondergrond 19x STAP grondwater 3x STAP bovengrond 2x STAP ondergrond 4x STAP grondwater 9x STAP bovengrond 8x STAP ondergrond 16x STAP grondwater
Groen G03
ONV-GR-NL
1,6 ha
G05
ONV-GR-NL
2,3 ha
G06
ONV-GR-NL
10,5 ha
G07
ONV-GR-NL
2,9 ha
G11
ONV-NL
8.200 m2
17 boringen tot 0,5 m-mv 4 boringen tot 2,0 m-mv 3 peilbuizen 20 boringen tot 0,5 m-mv 4 boringen tot 2,0 m-mv 4 peilbuizen 41 boringen tot 0,5 m-mv 6 boringen tot 2,0 m-mv 12 peilbuizen 20 boringen tot 0,5 m-mv 4 boringen tot 2,0 m-mv 4 peilbuizen 13 boringen tot 0,5 m-mv 4 boringen tot 2,0 m-mv 2 peilbuizen
2x STAP bovengrond 2x STAP ondergrond 3x STAP grondwater 3x STAP bovengrond 2x STAP ondergrond 4x STAP grondwater 6x STAP bovengrond 6x STAP ondergrond 12x STAP grondwater 3x STAP bovengrond 2x STAP ondergrond 4x STAP grondwater 3x STAP bovengrond 2x STAP ondergrond 2x STAP grondwater
Dammen Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 18 van 21
Bijzonderheid
Te ontwikkelen gebied?
Te ontwikkelen gebied?
Te ontwikkelen gebied? Slecht uitvoerbaar i.v.m . begroeiing
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
D20
Maatwerk
nvt
2 proefboringen tot 2,0 m-mv
D21
Maatwerk
nvt
2 proefboringen tot 2,0 m-mv
D24
Maatwerk
nvt
2 proefboringen tot 2,0 m-mv
D25
Maatwerk
nvt
2 proefboringen tot 2,0 m-mv
D30
Maatwerk
nvt
2 proefboringen tot 2,0 m-mv
Weg menggranulaat F06-1 Indicatief
-
10 boringen tot 0,5m onderkant mengranulaat
Gedempte sloot F11
Maatwerk
1,0 km
4 sleuven
F12
Maatwerk
1,0 km
4 sleuven
F13-B
Maatwerk
570 m
4 sleuven
1,26 ha
17 boringen tot 0,5 m-mv 4 boringen tot 2,0 m-mv 3 peilbuizen 12 boringen tot 1,5 m boven maaiveld, gecombineerd met boringen onder maaiveld
Deels opgehoogd terrein H01-1 ONV-GR-NL met maatwerk
1x niet vormgegeven bouwstof indicatief 1x asbest quickscan
Te ontwikkelen gebied?
2x STAP bovengrond 2x STAP ondergrond 2x STAP hoogtes boven maaiveld 3x STAP grondwater
Veel hoogte verschillen op de locatie, oorzaak niet duidelijk. In het verleden vermoedelijk een gronddepot geweest.
Torenvalkweg 900 m W02-1a
N.t.b. 825 m
18 boringen tot 1,0 m-mv
4x STAP grond 4x niet vormgegeven bouwstof indicatief 4x asbest quickscan
900 m
40 boringen tot 1,0 m-mv
4x STAP bovengrond 4x STAP ondergrond
Torenvalkweg, fundatie onbekend, aantal asfaltvakken onbekend Verharding asfaltgranulaat berm Torenvalkweg, aantallen zijn totaal van beide zijden van de weg, fundatielaag en onderliggende bodem
W02-1b
Indicatief
W02-1c Woonhavenpad W04-1a
ONV-L Nader te bepalen
0,73 km
W04-1b
ONV-L
0,73 km
34 boringen tot 1,0 m-mv
4x STAP bovengrond 4x STAP ondergrond
Berm, aantallen zijn totaal van beide zijden van de weg
S18
LN
475 m
1x 10 slibsteken
1x pakket A waterbodem
Te ontwikkelen gebied?
S19
LN
350 m
1x 10 slibsteken
1x pakket A waterbodem
S20a+b
LN
700 m
2x 10 slibsteken
2x pakket A waterbodem
S26-1
LN
1,01 km
3x 10 slibsteken
3x pakket A waterbodem
S29
LN
460 m
1x 10 slibsteken
1x pakket A waterbodem
S30a+b
LN
540 m
2x 10 slibsteken
2x pakket A waterbodem
S31
LN
250 m
1x 10 slibsteken
1x pakket A waterbodem
Berm Torenvalkweg Woonhavenpad + asfalt fietspad
Watergangen
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 19 van 21
Te ontwikkelen gebied?
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
S32
LN
500 m
1x 10 slibsteken
1x pakket A waterbodem
Te ontwikkelen gebied?
S33-1
LN
840 m
2x 10 slibsteken
2x pakket A waterbodem
S34a+b+c+d+e
LN
2,2 km
5x10 slibsteken
5x pakket A waterbodem
Te ontwikkelen gebied?
S35
LN
460 m
1x10 slibsteken
1x pakket A waterbodem
Te ontwikkelen gebied?
S36
LN
480 m
1x10 slibsteken
1x pakket A waterbodem
S37a+b
LN
940 m
2x10 slibsteken
2x pakket A waterbodem
S38a+b
LN
580 m
2x10 slibsteken
2x pakket A waterbodem
S39a+b
LN
600 m
2x10 slibsteken
2x pakket A waterbodem
S40a+b
LN
930 m
2x10 slibsteken
2x pakket A waterbodem
S41a+b
LN
600 m
2x10 slibsteken
2x pakket A waterbodem
S49-1
LN
465 m
1x10 slibsteken
1x pakket A waterbodem
S50
LN
190 m
1x10 slibsteken
1x pakket A waterbodem
S51
LN
434 m
1x10 slibsteken
1x pakket A waterbodem
3.2
Bijzonderheden
Overleg Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek Bovengenoemde onderzoeksopzet is nog niet vastgesteld door de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek. Geadviseerd wordt voor uitvoer de onderzoeksopzet voor te leggen aan de omgevingsdienst. Hoogteverschillen Ter plaatse van terreinen direct ten westen en oosten van de spoorlijn is eveneens sprake van hoogteverschillen met de omgeving. Het is niet bekend waardoor deze zijn veroorzaakt. Voor de onderzoeksopzet is voor deze terreinen de hypothese Onverdacht aangehouden, omdat hierbij zowel de bovengrond (laag tot circa 0,5 m-mv) en de ondergrond (tot ca. 2,0 m-mv) meegenomen zullen worden. Indien sprake is van een duidelijk verschil in de opgehoogde lagen wordt geadviseerd de boringen dieper door te zetten. Asfaltonderzoek Onderzoek ter plaatse van de asfaltwegen is niet opgenomen in de onderzoeksopzet. Voor het asfaltonderzoek zal vooraf een schouw gedaan moeten worden voor het vaststellen van de aanwezigheid van onder andere reparatievlakken. Ook voor de onderliggende (eventuele fundatie en) bodem is nog geen strategie vastgesteld. Dit zal (grotendeels) samenhangen met het asfaltonderzoek. Arseen Arseen is niet opgenomen in de analyses. In de ‘oude’ standaardpakketten werd deze wel opgenomen, in de huidige niet meer.
Tijdens eerdere onderzoeken is arseen plaatselijk sterk verhoogd aangetoond, echter is deze telkens weggeschreven als van nature verhoogd. Geadviseerd wordt om in overleg met de gemeente Lelystad na te gaan of analyse op arseen voor zowel grond als grondwater gewenst is. Dit onder ander in verband met mogelijke afzet van de grond.
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 20 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
3.3
Algemene opmerkingen
Ondanks de zorgvuldigheid waarmee het historische onderzoek is uitgevoerd, is het altijd mogelijk dat er aanvullende historische informatie aanwezig is welke niet bij ons bekend was tijdens de uitvoer van het onderzoek.
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Pagina 21 van 21
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Bijlage 1: Kaart regionale ligging onderzoekslocatie
Bron: Google Maps
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Bijlage 2: Historische informatie Titel, auteur en datum
Aanleiding
Conclusie
Larserdreef Rapportage indicatief bodemonderzoek Locatie: P.I.L. Larserdreef te Lelystad
De bouw van de Penitentiaire Inrichting Lelystad (P.I.L.).
Het uitgevoerde onderzoek heeft de volgende resultaten Aanbevolen wordt om door opgeleverd: middel van aanvullend ‐ er hebben geen bodembedreigende activiteiten hebben onderzoek (een) mogelijke plaatsgevonden; bron(nen) en de omvang en ‐ aan het terreinoppervlak en in de bodem zijn zintuiglijk mate van de geen waarnemingen gedaan die op een mogelijke olieverontreiniging in grond en bodemverontreiniging wijzen; grondwater vast te stellen. De ‐ in de bovengrond zijn in één mengmonster aan de zijde aandacht zal vooral gericht zijn van de Flevospoorlijn lichte verhogingen aan alkanen op de verontreinigingssituatie (minerale olie) C10‐C20 en C21‐C40 waargenomen. In de van het grondwater. overige mengmonsters van de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten van de onderzochte parameters; ‐in het grondwater uit de peilbuizen 2, 12 en 16 zijn verhogingen aan alkanen (minerale olie) C10‐C20 en C21‐ C40 waargenomen. Na eerste herbemonstering is in de peilbuizen 2 en 12 geen minerale olie boven de detectiegrens gemeten. In peilbuis 16 is na eerste en tweede herbemonstering respectievelijk een sterke en matige verontreiniging met minerale olie gemeten. In het grondwater uit de overige peilbuizen zijn geen noemenswaardig verhoogde gehalten gemeten van de onderzochte parameters; ‐ risico's voor volksgezondheid en milieu niet uit te sluiten vanwege de aanwezige (olie)verontreiniging.
Grond: in geen van de onderzochte grondmengmonsters Verdere actie is niet nodig; Op basis van het uit het is minerale olie in gehalten boven de detectiegrens onderhavige onderzoek gemeten. verkregen inzicht in de milieuhygiënische Grondwater: in grondwatermonsters uit twee van de zeven bemonsterde peilbuizen is na eerste bemonstering bodemkwaliteit zijn er geen een licht tot sterk verhoogd gehalte aan minerale olie bezwaren tegen het voorgenomen gebruik van de gemeten. Na herbemonstering blijken de gehalten aan minerale olie van GC moeilijk reproduceerbaar (mogelijk onderzoekslocatie. is tetramethyl butyl phenol aanwezig. Deze organische stof kan de GC‐analyse verstoren). Bij ter verificatie uitgevoerde GC/MS‐screeningen zijn geen ernstige verontreinigingen aangetoond. Wel zijn enkele stoffen licht verhoogde aangetoond, die waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong zijn (een gealkyleerde fenol en alkanen). Grondwater: As > I Door de gemeente Lelystad is aangegeven dat van nature sterk verhoogde Grond: metalen (As, Cr, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn), PAK en arseengehalten in het minerale olie > AW grondwater aanwezig kunnen zijn. Er wordt, ook omdat geen In de toplaag en in de grond is geen asbestverdacht andere bron van materiaal waargenomen.
verontreiniging aanwezig is, vanuit gegaan dat dit een van nature verhoogd gehalte is dat geen aanleiding vormt voor nader onderzoek of sanerende maatregelen. Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren tegen de voorgenomen bouwplannen. Bij werkzaamheden op de locatie vrijkomende grond, gezien de aangetroffen verontreinigingen, is niet vrij toepasbaar. Als bij de werkzaamheden grondwater
Witteveen + Bos 1‐8‐1993
Aanvullend bodemonderzoek Locatie: P.I.L. – Larserdreef 300 Witteveen + Bos
Verhoogde gehalten aan minerale olie (GC) die tijdens het indicatief bodemonderzoek (I.O.) in het grondwater uit één peilbuis zijn gemeten
1‐2‐1994
Verkennend bodemonderzoek "PI Flevoland" aan de Larserdreef 300 te Lelystad Wareco Amsterdam 26‐7‐2004
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Aanvraag bouwvergunning.
Aanbeveling
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
VERKENNEND BODEMONDERZOEK BIOMASSACENTRALE LARSERDREEF TE LELYSTAD
Uitgifte van een deel van het terrein ten behoeve van een biomassacentrale.
Tauw Milieu B.V. 16‐5‐1997
vrijkomt, dient bepaald te worden wat de afvoermogelijkheden zijn. De gemeten gehalten zijn Grond In de verhardingslaag van het pad (boringen 30 t/m 37): dusdanig gering verhoogd dat PAK en Minerale olie > S. De verhoogde gehalten PAK en ons inziens geen risico's voor minerale olie zijn te relateren aan het materiaal (slakken, de volksgezondheid of het puin, kooldelen) waarmee de verhardingslaag van het milieu zijn te verwachten. pad is opgebouwd. De overige componenten zijn Er bestaan geen aangetoond in gehalten die de streefwaarden niet milieuhygiënische bezwaren overschrijden. voor het voorgenomen gebruik (bedrijfsbestemming) van de locatie. De dikte van de verhardingslaag van het pad varieert tussen 20 ‐ 40 cm waarbij een duidelijk onderscheid te maken valt tussen de verhardingslaag en het onderliggende bodemmateriaal. Grondwater: As >S Aangenomen wordt dat het verhoogde arseen gehalte incidenteel is en gerelateerd is aan het voorkomen van (arseenhoudend) kwelwater. De roest kleur in boring 10 (als gevolg van oxiderend ijzer in kwelwater) bevestigd dit voorkomen. De fenolindex is in geringe mate verhoogd, maar behoeft geen nadere aandacht. Grondwater peilbuis 11: Cr > S. Dit verhoogde gehalte kan op basis van de in richting en gebruik van de locatie niet verklaard worden en vormt geen indicatie voor de aanwezigheid van een locatie‐ specifieke verontreiniging.
Verkennend bodemonderzoek Larserdreef te Lelystad
Verkoop en verhuur van het terrein.
Resumerend kan worden gesteld dat op basis van de onderzoeksresultaten de locatie nagenoeg vrij is van verontreinigingen, met uitzondering van licht verhoogd gemeten gehalten in de verharding van het pad en het grondwater (> streefwaarden). De bovengrond bevat licht verhoogd gehalte aan PAK‐ totaal. De gehalten aan overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd.
Ingenieursbureau Oranjewoud In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen aangetoond.
19‐11‐1999
Uit de resultaten van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen aanwijzingen zijn dat de bodem (grond en grondwater) van de onderzoekslocatie een verontreiniging van betekenis bevat.
Verkennend bodemonderzoek Larserdreefkwartier te Lelystad Ingenieursbureau Oranjewoud 15‐2‐2001
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Uitgifte van en nieuwbouw op het terrein.
De bovengrond in het noordoostelijke deel van het terrein bevat plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan koper. De ondergrond in het noordelijke deel is licht verontreinigd met minerale olie. Plaatselijk bevat het grondwater licht verhoogde gehalten aan arseen, nikkel en/of zink. Uit de resultaten van dit onderzoek (zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten) kan worden geconcludeerd dat in de bodem geen noemenswaardig verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen gemeten zijn.
Vanuit bodemhygiënisch oogpunt bestaan er ons inziens derhalve geen belemmeringen voor de voorgenomen verkoop en verhuur van het terrein. Het onderhavige onderzoek is niet geschikt om een uitspraak te doen over de hergebruiksmogelijkheden en de afvoerbestemming van eventueel bij toekomstige activiteiten ontstane grondoverschotten. Hiervoor dient namelijk een onderzoek te worden uitgevoerd, zoals omschreven in het Bouwstoffenbesluit. Hergebruik van de vrijkomende grond op het onderzoeksterrein is wel mogelijk zonder verder bodemonderzoek uit te voeren. Er bestaan derhalve vanuit bodemhygienisch oogpunt geen belemmeringen voor de voorgenomen uitgifte van en nieuwbouw op het terrein. Voor hergebruikmogelijkheden en de afvoerbestemming van de grond dient een onderzoek te worden uitgeoverd zoals omschreven in het Bouwstoffenbesluit. Vrijkomende grond kan wel
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Verkennend bodemonderzoek Larserdreef 310 te Lelystad Ingenieursbureau Oranjewoud 11‐4‐2001
VERKENNEND BODEMONDERZOEK LARSERDREEF TE LELYSTAD
Beëindigen van de activiteiten ter plaatse. Op de locatie bevond zich een tijdelijke warmtecentrale die begin maart 2001 is verwijderd.
Uitgifte van het terrein ten behoeve van grootschalige detailhandelsactiviteiten.
Tauw Milieu B.V. 18‐11‐1996
Nulsituatie bodemonderzoek (ter plaatsen van een toekomstige ondergrondse 2m3 olietank op het terrein van peniteraire inrichting Lelystad aan de Lasersdreef 300 te Lelystad)
Plaatsing van een ondergrondse 2 m² olietank.
hergebruikt worden op het onderzoeksterrein. De kolengruishoudende bovengrond: PAK, min. olie >AW De eindsituatie met betrekking tot de bodemkwaliteit in het De ondergrond en het grondwater zijn geen verhoogde kader van de milieuvergunning gehalten aan onderzochte stoffen gemeten. is met dit onderzoek voldoende vastgesteld. Uit de resultaten van dit onderzoek (zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten) kan worden geconcludeerd dat in de bodem geen noemenswaardig verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen gemeten zijn. De eindsituatie met betrekking tot de bodemkwaliteit in het kader van de milieuvergunning is met dit onderzoek vastgesteld. In de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten Ons inziens bestaan er geen aangetoond. milieuhygiënische bezwaren voor het voorgenomen gebruik van de locatie. In het grondwater zijn verspreid over de locatie licht verhoogde gehalten aan enkele aromatische oplosmiddelen aangetoond. Daarnaast zijn locaal licht tot sterk verhoogde gehalten aan arseen aangetoond. Na herbemonstering van het grondater in de betreffende peilbuizen zijn alleen nog licht verhoogde arseengehalten geconstateerd. Aangenomen wordt dat verhoogde arseengehalten incidentele verhogingen betreffen.
De gemeten gehalten zijn dusdanig gering verhoogd dat ons inziens geen risico's voor de volksgezondheid of het milieu zijn te verwachten Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, ter plaatse van de toekomstige ondergrondse olietank met vul‐en ontluchtingspunt en leidingwerk, geen oliecomponenten waargenomen. In de vaste bodem en in het grondwater zijn analytisch geen verhoogde gehalten aan oliecomponenten aangetoond.
Hunneman Milieu Advies Raalte B.V. 1‐9‐2009 Valkendreef/ Bosvalkweg Verkennend bodemonderzoek Conform NEN‐5740, Jeugdinstelling Rentray kantoor en fietsenstalling Bosvalkweg 1 Lelystad Kadastraal gemeente Leleystad Sectie A, nr 86 (ged.)
Aanbouw van kantoorruimte en de verplaatsing van de fietsenstalling.
Grond: geen verhoogde parameters (> AW) Grondwater: naftaleen > S. De oorzaak van de verontreiniging in het grondwater is onbekend.
Ingenieurs buro BOOT 30‐7‐2007 Flevopoort (Minervaweg, Apolloweg) Verkennend bodemonderzoek Aankoop van het terrein toekomstig en de realisatie van een bedrijventerrein Lelystad‐Zuid bedrijventerrein
Bovengrond (plaatselijk): min. olie, Ni, Zn > Aw Het verhoogde gehalte aan minerale olie wordt naar verwachting veroorzaakt door humusachtige verbindingen.
Ingenieursbureau Oranjewoud 20‐10‐2000
Het grondwater bevat in het algemeen niet tot licht verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen. In het grond Grondwater van één peilbuis: As > Iw. Mogelijk betreft dit een lokaal verhoogd achtergrondgehalte. En het grondwater in twee andere peilbuizen zijn matig verhoogde gehalten aan vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen gemeten (tetrachloormethaan, dichloorbenzeen en/of cis‐1,2,‐dichloorethaan. Gezien
Projectcode: P05548-1 Versie: Definitief
Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en zijn er milieutechnisch geen belemmeringen voor de voorgenomen plaatsing van een ondergrondse 2 m³ olietank.
De verhoogde concentraties betreft een licht verhoogde waarde welke geen aanleiding geeft tot nader onderzoek. De kwaliteit van de onderzochte bodem vormt geen belemmering voor de beoogde aanbouw van een kantoor en de verplaatsing van de fietsenstalling.
Er wordt aanbevolen om de drie peilbuizen met gemeten verhoogde gehalten nogmaals te bemonsteren. Het onderhavige onderzoek is niet geschikt om een uitspraak te doen over de hergebruiksmogelijkheden en de afvoerbestemming van overtollig grond (die vrijkomt tijdens de nieuwbouwactiviteiten en of herinrichtingswerkzaamheden). Hiervoor dient namelijk een onderzoek te worden uitgevoerd zoals omschreven
Historisch bodemonderzoek Toekomstige (woon)wijk ZuiderC fase 1 te Lelystad
Verkennend Bodemonderzoek Bedrijventerrein Flevopoort, Minervaweg (Cluster 1) Lelystad Kenmerk: 0849301A / uw kenmerk: GB580000
Onroerende zaak transactie (verkoop), alsmede het vastleggen van de actuele bodemkwaliteit (nulsituatie).
het onverdachte karakter van het terrein, de resultaten van overige grondwatermonsters alsmede het ontbreken van zintuiglijke waarnemingen die duiden op een verontreiniging, wordt aangenomen dat deze verhoogde gehalten na herbemonstering niet meer aanwezig zullen zijn. Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' geen stand houdt. Bovengrond: Co, PAK > AW Ondergrond: geen verhoogde parameters Grondwater: Ba, Co, Ni, Zn, Naftaleen >S; Ba > I