Bijlage 1 Reactienota ex. artikel 2.2 overleg
Tekst van het document
Wijziging omgevingsplan Technische transitie fase 2
Reactienota art. 2.2 overleg 25-06-2025
1
Reacties artikel 2.2 overleg concept wijziging omgevingsplan Technische transitie fase 2 De conceptwijziging van het omgevingsplan “Technische transitie fase 2” is verzonden voor advies naar de volgende bestuurs- en adviesorganen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Provincie Flevoland Waterschap Zuiderzeeland Omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek Veiligheidsregio/Brandweer TenneT TSO B.V.
Gasunie 7. GGD Flevoland 8. Rijkswaterstaat 9. ProRail B.V. In navolging van het verzoek om te adviseren ten aanzien van deze wijziging heeft er op 18 juni 2025 een digitaal overleg plaatsgevonden waar de nodige punten op basis van de ingekomen adviezen zijn besproken en afgestemd. De originele brieven met inhoudelijk advies zijn in de bijlage opgenomen. Deze zijn hieronder samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. 1.
Provincie Flevoland Het advies van de Provincie gaat in op een aantal punten en bevat een aantal vragen, welke hieronder zijn opgesomd:
1. Provinciale instructieregels: De provincie geeft aan dat zij gereageerd heeft op een omgevingsplanwijziging die wordt voorbereid om provinciale instructieregels in het omgevingsplan van de gemeente Lelystad op te nemen. Daarbij vraagt zij of, in lijn met de omgevingsplanwijziging voor fase 1 van de technische transitie, ook bij voorliggende wijziging geldt dat de betreffende instructieregels hier geen onderdeel van uitmaken. Hierbij wordt al aangegeven dat de Provincie reeds via een aparte procedure heeft gereageerd op de verwerking van de provinciale instructieregels in het omgevingsplan van Lelystad. 2. Ten aanzien van geluid verzoekt de Provincie om de motivering bij de wijziging aan te vullen. De Provincie mist in de motivering aandacht voor geluid en de gevolgen van de toename van verkeer op provinciale wegen door nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast wordt verzocht een verwijzing op te nemen naar de verplichting opgenomen in artikel 4.103 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. 3. Tot slot wordt er een vraag gesteld ten aanzien van een specifiek artikel. In artikel 4.72 van het omgevingsplan staat een maximum van twee bedrijfswoningen op locatie en de Provincie wil weten waarop dat gebaseerd is. Reactie gemeente: Het verzoek voor toevoegingen aan de motivering van het aandachtspunt en de verwijzing naar de verplichting uit het besluit zullen worden overgenomen.
Met betrekking tot de eerste vraag kan bevestigd worden dat de invulling van de instructieregels via een andere 2
wijzigingsprocedure van het omgevingsplan loopt, welke vanaf 24 juni ter inzage zal liggen tot 5 augustus als ontwerp. Fase 2 van de technische transitie is net zoals fase 1 beleidsarm van aard. Met betrekking tot het verzoek te verwijzen naar 4.103 Bkl moet worden gesteld dat dit niet een artikel in het Bkl is, maar in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Deze bepaling ziet op de technische bouwactiviteit en niet de omgevingsplanactiviteit. Omdat de technische bouwactiviteit niet in het omgevingsplan geregeld wordt, ziet de gemeente geen noodzaak om er bij deze omgevingsplanwijziging specifiek naar te verwijzen. Ten aanzien van de vraag onder 3. kan het volgende worden aangegeven. Deze vraag refereert aan het derde lid van artikel 4.72, waarin regels over bedrijfswoningen staan opgenomen. Dit lid is neutraal overgenomen uit artikel 5.1 sub j en k van bestemmingsplan Hollandsehout (bestemming 'Recreatie - A'). 2. Waterschap Zuiderzeeland
Het Waterschap signaleert een aantal onvolkomenheden en verzoekt om een aantal aanpassingen door te voeren in het kader van de weging van het waterbelang. Hieronder worden de adviezen ten aanzien van de motivering, de regeling en de werkingsgebieden van regels onder elkaar gezet. 1. Ten aanzien van de motivering wordt er gewezen op het ontbreken van een ruimtelijk plan uit de opsomming van ruimtelijke plannen onder 2.2 van de motivering bij het besluit. 2. In de juridische regeling wordt verzocht om bij de verplichting om advies in te winnen bij de waterbeheerder het woord ‘schriftelijk’ toe te voegen voor advies, zodat duidelijker blijkt dat het advies gedocumenteerd moet zijn. Daarbij wordt gevraagd hoe regels uit hoofdstuk 5 zich verhouden tot de regels uit hoofdstuk 18 hierover in het omgevingsplan. 3. Ten aanzien van werkingsgebieden op de kaart wordt op verschillende plaatsen verzocht om niet het oude werkingsgebied vanuit de ruimtelijke plannen van onder de Wet ruimtelijke ordening aan te houden, maar de kernzones zoals opgenomen in het open data portal van het waterschap. Tijdens het overleg van 18 juni is namens het Waterschap nog aandacht gevraagd voor het beperkingengebied buisleidingen, welke wel in de procedure Technische transitie fase 1 was opgenomen, maar in deze procedure nog niet opgenomen is.
Het Waterschap gaat controleren of er buisleidingen in het gebied liggen die moeten worden beschermd en zal hierover contact houden met de gemeente. Reactie gemeente: De door het Waterschap verzochte toevoegingen aan het omgevingsplan zullen worden verwerkt in het omgevingsplan. De verzochte toevoegingen zijn in lijn met de aanpassingen die in fase 1 zijn opgenomen en moeten daarmee al in lijn met het omgevingsplan worden geacht. Vanwege de techniek zijn dit aparte procedures, welke nog niet op elkaar afgestemd zijn, maar dit zal bij het ontwerp recht worden rechtgetrokken. Verder is de verhouding tussen de regels uit hoofdstuk 5 en die uit hoofdstuk 18 als volgt. In hoofdstuk 5 staan bouwregels en in hoofdstuk 18 regels over bescherming van waterkeringen. Dat betekent dat er op locatie van de waterkering altijd een 3
beperkingengebiedactiviteit waterkering moet worden aangevraagd, naast de ruimtelijke bouwactiviteit (mits vergunningplichtig). In het bestemmingsplan stonden de beschermingsregels voor de waterkering opgenomen onder de bouwregels, maar die zijn in het omgevingsplan uit elkaar gehaald. Per abuis is deze splitsing niet volledig doorgevoerd in de regels van hoofdstuk 5 die het waterschap aanstipt. Beschermingsregels voor de waterkering zijn daar nog onnodig van toepassing. Dit is rechtgezet. Om de regels wel zoveel mogelijk neutraal te houden ten opzichte van het bestemmingsplan, zijn alleen de regels uit hoofdstuk 5 aangepast die volledig binnen het beperkingengebied waterkering vallen. Het gaat dan om artikel 5.19, derde lid. Artikel 5.19, tweede lid, bevat om die reden nog steeds beoordelingsregels over de waterkering. Ten aanzien van hetgeen nog aangegeven tijdens het overleg va 18 juni met betrekking tot de buisleidingen is afgesproken dat dit zal worden meegenomen als ambtshalve wijziging bij de vaststellingsfase van deze procedure.
3. Omgevingsdienst Flevoland Gooi en Vechtstreek In een eerste reactie heeft de omgevingsdienst op een aantal thema's reactie gegeven met betrekking tot de wijziging. Het gaat hierbij om de volgende thema's: Geluid, Externe veiligheid, Lucht & geur en Bodem. Het gaat hier veelal om kleine tekstuele aanpassingen en aandachtspunten. Voor het thema Lucht & geur wordt geadviseerd om een instructieregel uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.92) uit te werken in het omgevingsplan, specifiek over wat een aanvaardbare geurbelasting is. De officiële reactie van de omgevingsdienst zal nog volgen, maar tot dusver lijkt het er niet op dat er naast de verwerking van bovenstaande instructieregel nog grote wijzigingen nodig zijn. Reactie gemeente: De gemeente wacht de officiële reactie van de omgevingsdienst af, maar neemt tekstuele aanpassingen mee in de wijziging voor zover dit nodig is. Daarnaast wordt opgemerkt dat de gemeente geen eigen geurbeleid heeft. Daarom is alleen de landelijke regelgeving van toepassing, samen met de bruidsschat. De regels over geur die vanuit daar gelden, worden geacht te voorzien in een aanvaardbare geurbelasting op geurgevoelige gebouwen. Dit is verwerkt in paragraaf 6.8 van de motivering.
Ten slotte lijkt de advisering omtrent bodem gericht te zijn op het Voorbereidingsbesluit bodem gemeente Lelystad, waarvoor op dit moment een andere wijzigingsprocedure in ontwerp ligt (Ontwerp Wijziging Omgevingsplan gemeente Lelystad: Bodembepalingen en Provinciale instructieregels). De advisering zal daarom bekeken worden bij die procedure en mogelijk als ambtshalve wijziging worden betrokken bij de vaststellingsfase. 4. Veiligheidsregio/Brandweer De brandweer geeft vooral algemene punten aan die Lelystad bij de doorontwikkeling van het omgevingsplan mee dient te nemen in de afwegingen. Daarnaast geeft de brandweer dat de kaart opgenomen als figuur 6.1 in de motivering vervangen moet worden. De 4
opgenomen kaart is nog van fase 1 en is daarmee niet specifiek genoeg om de situatie in het huidige wijzigingsgebied weer te geven. Tot slot wijst de brandweer op de input zoals aangeleverd bij de procedure Technische transitie fase 1, welke ook als onderdeel de input van deze procedure moet worden gezien voor zover relevant. Reactie gemeente: Ten aanzien van de algemene opmerkingen in het advies wordt aangegeven dat omgevingsveiligheid bij iedere omgevingsplanwijziging waarbij dit relevant is, zal worden meegenomen. De aanpassing van figuur 6.1 in de motivering is doorgevoerd door twee nieuwe figuren op te nemen (6.1 en 6.2), waarin het plangebied verdeeld wordt weergegeven in een noordzijde en zuidzijde. 5. TenneT TSO B.V. TenneT vraagt in reactie op de wijziging aandacht voor de ‘Staalkaart Netbeheer Nederland’ voor de invulling van de regels rondom de hoogspanningsverbinding in het omgevingsplan. Tijdens het digitale overleg van 18 juni is er afgestemd met TenneT over de invulling van het omgevingsplan.
Hierbij is specifiek gesproken over de invulling van het beperkingengebied hoogspanningsverbinding en het toevoegen van een tweede beperkingengebied hoogspanningsverbinding (aan te duiden met I en II), welke verder reikt dan het eerste beperkingengebied, waarin enkele specifieke activiteiten worden gereguleerd, zoals het opslaan of gebruik van explosieve stoffen of de bouw van windturbines. Reactie gemeente: Tijdens het overleg van 18 juni is er een goede afstemming geweest over de huidige werkwijze van Lelystad, waarmee TenneT akkoord is. Gezien het belang van de bescherming van de hoogspanningsverbinding wordt de toevoeging van een tweede beperkingengebied acceptabel geacht. Om dit op te kunnen nemen is het echter wel noodzakelijk om duidelijk te hebben hoe groot dit gebied moet zijn en welke regels daar exact voor moeten gelden. TenneT kon dit op 18 juni nog niet aangeven. Hierover is verdere afstemming nodig. Gelet op de planning van de transitie is daarom afgesproken dat deze toevoeging zal worden meegenomen na de ontwerpfase van de wijziging. 6. Gasunie De Gasunie geeft verschillende aandachtspunten bij de verwerking van de gastransportleidng en het gasstation in het omgevingsplan. Voorop staat dat de Gasunie wijst op de ‘Staalkaart Netbeheer Nederland’, waarin voorbeeldregels staan die de Gasunie bij voorkeur terugziet in het omgevingsplan.
De Gasunie geeft vervolgens aandachtspunten ten aanzien van specifieke artikelen en werkingsgebieden mee. Met als belangrijkste punten worden hier specifiek genoemd: • • • •
In het omgevingsplan dient opgenomen te worden dat de activiteiten ten behoeve van de gasleiding voorrang hebben op andere activiteiten op locatie; er ontbreken bepalingen rondom het gasontvangststation; Bij het beperkingengebied ontbreekt een lijst met activiteiten; en Het werkingsgebied van de gasleiding dient 5 m te zijn, dit is voor de Gasunie niet te controleren op de kaart, maar kan zo nodig wel gegevens en data aanleveren. 5
Reactie gemeente: Allereerst wordt aangegeven dat de gemeente bekend is met de ‘Staalkaart Netbeheer Nederland’ en aangesloten is bij een landelijke werkgroep die mede op basis van de staalkaart tracht te komen tot een uniformering van regels rondom de energie infrastructuur. Waar de staalkaart niet in lijn is met de gekozen structuur van Lelystad is geschreven, wordt er in het kader van de werkgroep gewerkt aan een omzetting van de staalkaart naar onze structuur. De verwerking hiervan zal in de toekomst afgestemd worden vanuit de landelijke werkgroep om aan te sluiten bij de uniformering. De belangrijkste punten ten aanzien van de regels, zoals die nu in het omgevingsplan zijn opgenomen, worden hieronder van reactie voorzien. Er wordt opgemerkt dat activiteiten ten behoeve van de gasleiding voorrang dienen te krijgen ten opzichte van andere activiteiten op locatie. Nu zijn de huidige regels rondom het beperkingengebied buisleidingen (zoals opgenomen in hoofdstuk 9) om deze reden ruim opgezet. Dat betekent dat activiteiten in algemene zin binnen het beperkingengebied uitsluitend mogen worden verricht als die geen negatieve invloed hebben op het functioneren van de gasleiding. Daarmee wordt de logica van de Staalkaart Netbeheer Nederland omgedraaid, maar is vergelijkbare bescherming wel geregeld.
In plaats van het toestaan van activiteiten ten behoeve van de gasleiding en die voorrang te geven ten opzichte van andere activiteiten, worden alle andere activiteiten beperkt zodat zij geen afbreuk doen aan de gasleiding. Daarmee functioneert het beperkingengebied al op een vergelijkbare manier als een voorrangsbepaling. De gemeente acht het daarom niet noodzakelijk nog een aparte voorrangsbepaling op te nemen. Daarnaast wordt voorgesteld een lijst met activiteiten op te nemen bij het beperkingengebied. De gemeente heeft gemerkt dat deze aanpak (die voortkomt uit de aanlegvergunning zoals die in bestemmingsplannen was opgenomen) schuurt met de structuur van het omgevingsplan. Het omgevingsplan van Lelystad sorteert namelijk regels op basis van type activiteiten. Het opnemen van meerdere typen activiteiten, zoals voorgesteld in de Staalkaart Netbeheer Nederland, zou daarom betekenen dat dezelfde regels op meerdere plaatsen in het omgevingsplan terug moeten komen. Om het aantal regels te beperken, wordt het beperkingengebied breder geregeld, waarbij omgevingsplanactiviteiten in algemene zin alleen mogen worden uitgeoefend na advies van de netbeheerder. Om toch richting te geven in het soort activiteiten die mogelijk afbreuk kunnen doen aan de leiding, wordt een nadere invulling toegevoegd aan de artikelsgewijze toelichting bij het beperkingengebied.
Dit was bij andere beperkingengebieden al wel gedaan, maar nog niet bij dat voor buisleidingen; dit hiaat is hersteld. De bepalingen die opgenomen zijn rond het gasontvangststation zijn ten onrechte onderdeel van de wijziging. In deze wijziging worden namelijk locaties met als functie bedrijf of bedrijventerrein niet meegenomen. Het gasontvangststation valt dan ook buiten het plangebied. Artikel 5.19 lid 7 en artikel 5.70 lid 1 worden dus verwijderd. Deze gebieden en bijbehorende regels worden onderdeel van een latere wijziging. Ten slotte is het werkingsgebied van de gasleiding gelijk aan de zone die was opgenomen in het bestemmingsplan. De omvang van deze zone is nagemeten en bedraagt exact 10 m. Daarmee wordt geacht dat deze voldoet aan de eisen.
6
7. GGD Flevoland De reactie van de GGD beperkt zich tot het verkondigen van een drietal algemene aandachtpunten bij het wijzigen/vormgeven van het omgevingsplan, namelijk: • • •
toegankelijkheid en bereikbaarheid zorg; zelfredzaamheid; en fysieke veiligheid.
Reactie gemeente: Aangezien het gaat om algemene aandachtspunten gaat de gemeente ervanuit dat bij deze beleidsarme wijziging niet meteen reden is voor aanvullingen op basis van deze onderwerpen. Naar de toekomst toe zal bij beleidsrijke wijzigingen wel altijd oog moeten zijn voor de aangereikte onderwerpen waar deze relevant zijn.
7
Bijlage (overlegbrieven)
8
Bijlage 1 Reactie Provincie Advies d.d. 18 juni 2025
9
Bijlage 2 Reactie Waterschap Advies d.d. 9 juni 2025
10
11
Bijlage 3 Reactie Omgevingsdienst Advies (gereserveerd)
12
Bijlage 4 Reactie Veiligheidsregio/Brandweer Advies d.d. 11 juni 2025
13
Bijlage 5 Reactie TenneT Advies d.d. 26 mei 2025
14
Bijlage 6 Reactie Gasunie Advies d.d. 16 mei 2025
15
16
Bijlage 7 Reactie GGD Advies d.d. 18 juni 2025
17