beantwoordingsbrief schriftelijke vragen GL aanbesteding jongerenwerk - getekend.docx
Tekst van het document
Aan de fractie van GroenLinks
uw brief van 4 februari 2021
uw kenmerk
behandeld door doorkiesnummer K. Bliekendaal / MY. Post 14-0320
ons kenmerk bijlagen
onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen GroenLinks inzake aanbesteding jongerenwerk
datum 2 maart 2021 CS-CA dossiernummer pr-nummer
Geachte mevrouw Boertjens, Hierbij ontvangt u de antwoorden op uw schriftelijke vragen ex artikel 36 Reglement van Orde betreffende de aanbesteding jongerenwerk. Eerst wordt de vraag herhaald, daarna volgt het antwoord. 1. Vraag 1: Heeft het college overwogen om – toen er maar één geldige inschrijving was – de aanbestedingsperiode te verlengen, of de aanbestedingsopdracht terug te geven aan de raad? Zo ja: wat heeft het college doen besluiten toch anders te handelen? Zo nee: waarom niet? Beantwoording vraag 1: Een Europese aanbesteding kent wettelijke termijnen. Het is niet toegestaan wanneer er sprake is van een geldige Inschrijving om de aanbestedingsperiode te verlengen, of de aanbestedingsopdracht terug te geven. Pas op moment dat de kluis wordt geopend valt het aantal Inschrijvingen te zien. Wanneer blijkt dat er één geldige Inschrijving is ontvangen die voldoet aan de gestelde eisen, dan moet de opdracht aan deze Inschrijver gegund worden. Het teruggeven of opnieuw aanbesteden/periode verlengen levert een gang naar een rechter op door de inschrijver. 2. Vraag 2: Feitelijk kunnen we spreken over een mislukte aanbesteding, als er maar één partij overblijft.
Waarom heeft het college de raad niet vroegtijdig/tussentijds in het traject – namelijk op 5 oktober – geïnformeerd over en betrokken bij dit mislukte aanbestedingstraject? De raad was immers aanjager van de aanbesteding. Nu is de raad pas geïnformeerd op het moment dat er niets meer veranderd kon worden. Beantwoording vraag 2: Een aanbesteding is niet mislukt wanneer één partij een inschrijving doet. Wanneer deze inschrijving voldoet aan de gestelde eisen is de aanbesteding juist en correct doorlopen.
ons kenmerk
datum
pagina
2
2
Overigens blijft bij een aanbesteding altijd maar één partij over. Het college heeft te allen tijde gehandeld binnen het uitvoeringsmandaat en er was geen reden voor afwijking, omdat de raad hierin geen directe bevoegdheid heeft. U bent op een procedureel juist moment geïnformeerd over de stand van zaken. Zie ook het gestelde onder vraag 1. 3. Vraag 3: Realiseert het college zich dat de raad, als aanjager van deze aanbesteding, nu voor een voldongen feit werd gesteld? Hoe waardeert het college het eigen handelen in dezen? Beantwoording vraag 3: U gaat in uw vraagstelling uit van onjuiste aannames en veronderstellingen. Er is geen sprake van de raad “voor een voldongen feit stellen” als er een rechtmatige uitkomst van een aanbesteding is. De wettelijke spelregels van Europees aanbesteden laten nu eenmaal niet toe dat een partij, op grond van ervaringen en/of voorkeuren de opdracht niet gegund krijgt terwijl er aan alle vereisten is voldaan. Het college is van mening dat zij een procesmatig en bestuurlijk correct en rechtmatig aanbestedingstraject heeft doorlopen. 4.
Vraag 4: Heeft het college al een evaluatie van dit aanbestedingstraject in gang gezet, om na te gaan waarom slechts één partij uiteindelijk overbleef en er geen sprake meer was van een daadwerkelijke keuze voor de beste kandidaat – wat toch de hele gedachte achter een aanbesteding is? Beantwoording vraag 4: Over de aanbesteding heeft een evaluatie plaatsgevonden. Conclusie daaruit is dat de aanbesteding voldoet aan alle juridische en aanbestedingstechnische uitgangspunten en daarmee rechtmatig is. Tijdens een aanbesteding kunnen er vanuit de markt vragen worden gesteld wanneer de eisen van de opdracht disproportioneel zijn of wanneer andere basisbeginselen van het aanbestedingsrecht geweld wordt aangedaan. In deze aanbesteding was van al deze aspecten geen sprake, er is geen enkel signaal op de gestelde eisen afgegeven door externe partijen. Bij navraag achteraf bij verschillende partijen naar de reden van niet inschrijven werden genoemd het benodigd aantal fte’s, voortschrijdend inzicht of onvoldoende expertise voor uitvoering. 5.
Vraag 5: Zo nee, kan het college toezeggen dat er alsnog een evaluatie zal plaatsvinden, zowel over de kwaliteit en het proces van de aanbesteding alsook over de informatievoorziening richting de raad? Beantwoording vraag 5: Bij het antwoord op de vorige vraag hebben wij al aangegeven dat er een evaluatie heeft plaatsgevonden en dat de conclusie is dat de aanbesteding voldoet aan alle juridische en aanbestedingstechnische uitgangspunten en daarmee rechtmatig is. Er is geen aanleiding voor nog een evaluatie. Zie ook beantwoording vraag 4. 6. Vraag 6: Welke lessen vallen uit dit traject te leren voor toekomstige aanbestedingen? Beantwoording vraag 6: Wat het college betreft is de conclusie dat de gemeente zonder meer in staat is een rechtmatige Europese aanbesteding te doorlopen. Wij gaan ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris,
de burgemeester,
A. Schepers
mr. H.M. Meijdam