Beantwoording Technische vragen 92 Tussenevaluatie Armoedebeleid - CU.docx
Tekst van het document
Technische vragen Onderwerp: 92. Tussenevaluatie nota Armoedebeleid en schuldhulpverlening2019-2022 Datum: 29 maart Van: Fractie ChristenUnie Naar aanleiding van deze tussenevaluatie zouden we de volgende vragen willen stellen:
Worden er oa in de werkplaats Financiën ook ervaringsdeskundigen ingezet? De schulddienstverleningspartijen gaan gezamenlijk aan de slag met de werkplaats Financiën. Door de werkplaats Financiën kan meer integraal naar de (vaak complexe) problematiek gekeken worden, beoordeeld worden waar een inwoner het best geholpen is en wordt de capaciteit van de partijen zo efficiënt mogelijk ingezet. Door de partijen wordt gezamenlijk bekeken welke oplossing een structurele oplossing is voor de inwoner. Het kan zijn dat de inzet van ervaringsdeskundigen hier ook onderdeel van is.
Uit onderzoek blijkt dat er geen of nauwelijks aanbod is voor jongeren in de leeftijdscategorie 16-18 jaar. Dit is wel het moment dat jongeren een toename krijgen van financiële verantwoordelijkheid en juiste voorlichting hen kan helpen. Welke kansen ziet de wethouder hier en ziet hij ook mogelijkheden om deze kansen te benutten. Graag toelichten. Het onderzoek liet zien dat het formele hulpaanbod dat is onderzocht vaak jongeren boven de 18 jaar ondersteunde. Er is wel degelijk hulpaanbod voor de leeftijdsgroep 16-18 jaar. Zo zijn er laagdrempelige inloopuren (Moneytalks) -op het ROC en in de bibliotheek - voor jongeren met vragen over geld. Daarnaast is het boekje Bijna 18 uitgebracht die wordt uitgedeeld onder jongeren. Ook is er een interactief theaterprogramma voor middelbare scholieren over het thema omgaan met geld.
Het aangaan van een studieschuld is erg makkelijk voor jongeren, ook wanneer dit niet nodig is. In hoeverre ziet dit college kansen om dit bespreekbaar te maken dan wel te voorkomen? Zoals ook in de nota armoede en schuldhulpverlening beschreven staat zet het college in op het tegengaan van de overerving van armoede. Zo worden op dit moment studenten van het ROC getraind om andere studenten/scholieren meer te vertellen over het omgaan met geld. Één van de onderwerpen kan studiefinanciering zijn.
De samenwerking tussen (preventieve)partijen zullen worden versterkt: die samenwerking lijkt ook verder in het sociale domein niet altijd gemakkelijk te gaan terwijl een belangrijke insteek van de transitie is dat er integraler en meer in samenwerking zou worden gewerkt. Heeft het college zicht op waarom dit een lastig iets blijkt en op welke manier gaat deze samenwerking versterkt worden? Zoals ook in de tussenevaluatie en het onderzoek beschreven staat, zijn er al goede stappen gezet in de samenwerking tussen partijen. Een goede samenwerking vraagt om goed op de hoogte te zijn van elkaars aanbod en kwaliteiten. Daarnaast is het nodig dat partijen elkaar op casuïstiek niveau weten te vinden. Het college gaat
faciliteren dat partijen elkaar de komende tijd – door middel van Webinars en bijeenkomsten – (nog) meer ontmoeten.
Hoe wordt het Op tijd erbij-team door inwoners ontvangen? Het Op tijd erbij-team en de ondersteuning die zij aanbieden wordt over het algemeen positief ontvangen. In enkele gevallen zijn inwoners eerst zeer verrast dat er wordt aangebeld, maar bij nadere uitleg wordt het initiatief vaak positief ontvangen.
Het is mooi dat er gewerkt wordt aan Heldere taal. Voor veel mensen in de schulden is het zelf invullen van een formulier al te veel gevraagd, hoe makkelijk ook verwoord. Daarnaast is het zelf hulp zoeken of binnenlopen bij een spreekuur door oa schaamte ook vaak niet aan de orde. Op welke manier ziet het college mogelijkheid om de pro-actieve hulpactiviteiten (zoals het outreachend werken of het Op tijd erbij-team) nog meer uit te breiden? Per 1 januari 2021 is de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening aangepast, dit maakt het mogelijk om ook enkelvoudige signalen van huur, zorgverzekering en nutsbedrijven op te pakken. Met het Op tijd erbij-team wordt gekeken hoe binnen de beschikbare capaciteit zoveel mogelijk inwoners ondersteuning kan worden geboden. Naast de huisbezoeken, benadert het Op tijd erbij-team nu ook inwoners telefonisch. Op deze manier krijgt het Op tijd erbij-team ook meer jongeren met financiële stress in beeld.
Met welke verbeteraspecten uit het onderzoek (pagina 11) gaat het college actief aan de slag en wat is hiervan het tijdsbestek? Uit de aanbevelingen komt naar voren dat partijen elkaar graag regelmatig blijven treffen, zodat ze goed op de hoogte blijven van elkaars aanbod. Hiervoor worden vanuit de gemeente Lelystad op de korte termijn Webinars/digitale bijeenkomsten georganiseerd en aan het eind van het jaar vindt een fysieke bijeenkomst plaats. Ook in 2022 gaan er (digitale) bijeenkomsten plaatsvinden. In de Webinars/(digitale) bijeenkomsten komt ook het aanbieden van het hulpaanbod dichtbij de jongere aan bod (aanbeveling twee uit het onderzoek). Samen met de partijen wordt gekeken welke stappen we hierin kunnen zetten. Een andere aanbeveling uit het onderzoek gaat over de vindbaarheid van de ondersteuning, daarom wordt extra ingezet op de communicatie richting jongeren. Hier is in de Week van het Geld (22 t/m 26 maart) een start mee gemaakt. In 2021 en 2022 gaat er op verschillende momenten gecommuniceerd worden over het (ondersteunings)aanbod voor jongeren. Daarnaast is door MDF in samenwerking met stichting Welzijn en het ROC gestart met het trainen van studenten, zodat zij andere studenten/scholieren informatie kunnen verstrekken over het omgaan met geld. Doordat de studenten deze informatie verstrekken wordt meer aangesloten bij de leefwereld van de jongeren zelf.
Daarnaast gaat het college met de organisaties in gesprek om te kijken of en hoe de overige verbeterpunten in 2021 en 2022 geïmplementeerd kunnen worden.
Met welke maatregelen uit het onderzoek (pagina 11 en 12) gaat het college actief aan de slag en wat is hiervan het tijdsbestek? Bij bovenstaand antwoord staat al een deel van de maatregelen beschreven die het college actief gaat oppakken. Daarnaast gaat het college met de organisaties in gesprek om te kijken of en hoe de overige maatregelen in 2021 en 2022 geïmplementeerd kunnen worden.
Wat gaat het college actief doen om de jongeren met schulden die onzichtbaar zijn op te sporen? Er wordt extra ingezet op communicatie, zodat jongeren beter weten waar ze terecht kunnen met vragen. Deze communicatie vindt voornamelijk plaats via sociale media, om aan te sluiten bij jongeren. Daarbij wordt goed gekeken naar de communicatieboodschappen, zodat wordt benadrukt dat iedereen met geldvragen kan zitten. Om hiermee het taboe over het praten over schulden/financiën te doorbreken. Daarnaast wordt samen met de organisaties gekeken hoe het hulpaanbod nog dichter bij de jongeren georganiseerd kan worden.
In het uitgevoerde onderzoek en de informatienota wordt niet gesproken over spookjongeren. De problemen van spookjongeren gaan verder dan alleen schulden. De problemen die zij ervaren stapelen op elkaar: huisvestingsnood, armoede, werkloosheid, geen zorgverzekering etc. o In 2019 had u geen beeld, in hoeverre is er inmiddels wel een beeld van het aantal jongeren die onder deze omstandigheden moeten leven? De gegevens uit het persbericht van de NOS (2019) over spookjongeren is gebaseerd op cijfers over de Vertrokken Onbekend Waarheen (VOW) jongeren uit de Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP). Uit onze BRP is op te maken dat 49 jongeren in de leeftijd van 18 tot 27 jaar zijn Vertrokken Onbekend Waarheen. Dit wil echter niet zeggen dat deze jongeren zich nog steeds in Lelystad bevinden. Welk perspectief gaat u deze jongeren bieden waardoor ze in deze precaire toestand geen makkelijke prooi worden voor criminelen. Binnen het veiligheidsbeleid lopen diverse projecten onder het thema jeugd en veiligheid. Het college wil jeugdcriminaliteit verminderen door te voorkomen dat criminele organisaties kwetsbare jongeren (10 tot 25 jaar) uitbuiten voor de drugshandel of inzetten als katvanger of geldezel.
Naast de gebiedsgerichte aanpak in Oost worden verschillende projecten ingezet die een relatie hebben met de problematiek van spookjongeren en die zijn opgezet om deze jongeren perspectief te geven. Hieronder worden een paar voorbeelden gegeven, meer informatie over de inzet op jeugd en veiligheid staat beschreven in het Integraal Veiligheidsplan. o
-
Eropaf team: Een samenwerking tussen Welzijn Lelystad, Kwintes, IDO en de gemeente. Dit team zoekt actief contact met jongeren (vaak 18 plus) en probeert samen met de persoon te werken aan een beter toekomstperspectief. Werk, opleiding of een andere dagbesteding is het hoofddoel. Door intensief samen op te trekken komen we snel tot passende oplossingen.
-
PGA voor 18-minners. De persoonsgerichte aanpak (PGA) wordt al gebruikt voor complexe casuïstiek bij volwassenen. We gaan de PGA uitbreiden naar jongeren om zo het afglijden naar de criminaliteit te voorkomen en hardnekkige patronen van criminaliteit en overlast te doorbreken. In 2020 hebben we de basis gelegd voor effectieve samenwerking tussen jeugd, welzijn, onderwijs en veiligheid. Daarna willen we tenminste 15 jongeren per jaar bespreken in de PGA voor 18minners, onder regie van een gemeentelijke procesregisseur.
-
Preventie en vroegsignalering. Jeugdagenten, jongerenwerkers, leerplichtambtenaren, Jeugdzorg, jeugdprofessionals en scholen hebben een signaalfunctie en preventieve rol. De jongerenwerkers vinden de jongeren op straat en bouwen een relatie met ze op. De leerplichtambtenaren zetten zich in voor het recht op onderwijs en de toezicht op de naleving van de Leerplichtwet tot 18 jaar. Zij hebben een sleutelrol in de aanpak van ongeoorloofd schoolverzuim, wat een voorbode kan zijn voor het ontwikkelen van crimineel gedrag. Ook zetten zij zich in om voortijdig schoolverlaten te voorkomen onder jongeren tot 23 jaar. De medewerkers van Jeugdzorg en jeugdprofessionals zien de jeugdigen op bepaalde momenten in hun ontwikkeling. De gemeente maakt afspraken met scholen. We willen deze samenwerking en rolverdeling versterken en heldere werkafspraken maken.
-
Jongerenwerk: Op dit moment zijn vijf jongerenwerkers actief in Lelystad. Zij zijn een belangrijke schakel tussen het onderwijs, jeugdhulp, vrije tijd en veiligheid. In de praktijk zien we hoe sommige jongeren eenvoudig verdwalen of helemaal niet aankomen bij hulpverlening, hoe zij op jonge leeftijd al grote schulden maken, moeite hebben om een dak boven het hoofd te vinden en ook overlast vertonen. Het jongerenwerk is proactief in het contact leggen met jongeren op straat om negatief gedrag om te buigen naar positieve ontwikkeling en participatie.