Beantwoording technische vragen 91. informatienota Aanpak Werk Voorop - CU.docx
Tekst van het document
Beantwoording Technische vragen Onderwerp: 91. Informatienota stand van zaken Aanpak Werk Voorop Datum: 29 maart 2021 Van: Fractie ChristenUnie Lelystad
Bij deze informatienota willen we graag de volgende vragen stellen: U stelt dat iedereen "recht" heeft op bemiddeling naar werk. Aanwezige en deels ongebruikte arbeidspotentieel wordt zoveel mogelijk benut ten behoeve van de stad. In hoeverre wordt hier oprecht gekeken naar het arbeidspotentieel wat mensen hebben? Antwoord: Er wordt gekeken naar het aanwezige arbeidspotentieel, omdat aansluiting tot de kortste weg naar regulier werk leidt. Het kan echter voorkomen dat het werkelijk aanwezige arbeidspotentieel en de belevingswereld van de cliënt afwijkt van de bevindingen door de werkcoach. Tijdens de intake wordt de persoonlijke situatie van de cliënt in beeld gebracht. Hierbij wordt gekeken naar de mogelijkheden. Alle informatie wordt vastgelegd in het participatiedossier in het klantvolgsysteem de Suite. Op basis hiervan wordt een persoonlijk plan van aanpak opgesteld. Als cliënten arbeidspotentieel hebben, ook al is dit beperkt tot slechts een paar uur per week, dan bieden wij hen een traject aan die het best past bij hun persoonlijke situatie en het ontwikkelingspotentieel dat zij hebben. Hoewel de Participatiewet spreekt van ‘de kortste weg naar werk’ en ‘algemeen geaccepteerde arbeid’, proberen wij in eerste instantie (3 maanden) altijd aan te sluiten bij de wensen van de cliënt, mits deze realistisch en haalbaar zijn in de arbeidsmarkt.
Wij ontvangen signalen dat er inwoners ongeschoolde arbeid verrichten in verzorgingshuizen, kringloopwinkels etc. terwijl ze geschoold zijn als bakker/kapper/coupeuse/boekhouder/ etc. Herkent u deze signalen? Zo ja welke actie gaat u ondernemen? Antwoord: Het kan voorkomen dat cliënten, ondanks dat zij anders geschoold zijn, geplaatst worden in laaggeschoolde arbeid. Deze, meestal tijdelijke, plaatsingen hebben doorgaans 3 redenen: 1. De opleiding/scholing en/of werkervaring van de cliënt sluit niet (meer) aan op functies, functie-eisen en/of functieniveaus in de arbeidsmarkt. Dit zien we vooral bij oudere cliënten en statushouders waarbij ook vaak de taalachterstand meeweegt. Indien nodig en als het haalbaar is, bieden wij aanvullende scholing en taaltraining aan. 2. Cliënten die nog niet beschikken over voldoende passende werknemersvaardigheden en arbeidsritme worden geplaatst op deze werkplekken met als belangrijkste doel om hun vaardigheden en arbeidsritme te vergroten. 3. Door de coronamaatregelen is plaatsing bij de best passende werkgever nog niet mogelijk. Om het traject niet te vertragen wordt dan, in overleg met de cliënt, een plaatsing elders ingezet.