CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen 354 Kadernota nieuwe energie Lelystad - IP.docx

Raadsvergadering 18 mei 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 354. Kadernota "op weg naar nieuwe energie in Lelystad”1.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen 354 Document: Onderwerp: Portefeuillehouder: Datum: Indiener(s):

Kadernota Nieuwe energie Lelystad Kaderstelling transitievisie Warmte Wethouder Schoone 12 – 1 – 2021 Inwonerspartij

Op 12 januari 2021 heeft de fractie Inwonerspartij technische vragen gesteld. Hieronder herhalen wij eerst de vraag en vervolgens ons antwoord. Opmerkingen: a. De naamgeving van het besluit; b. Wat stelt de raad vast Ad a. De naamgeving van het besluit; In lid 1 staat: “de Kadernota “op weg naar nieuwe energie in Lelystad” vast te stellen met als kernbesluiten;” Het klimaatakkoord1 stelt het opstellen van een “transitievisie Warmte” voor gemeenten verplicht. Het ‘rapport’ heet op het schutblad dan ook:

“Kadernota Transitievisie Warmte Lelystad 2020-2050”, met als slogan: “OP WEG NAAR NIEUWE ENERGIE”. Op IBabs heet de sessie opeens (12 januari 2021): “Kadernota Nieuwe Energie” (354) Dat is m.i. onjuist! Het moet zijn: “Kadernota Transitievisie Warmte Lelystad 2020-2050” Ook de tekst van het voorgestelde besluit vermeldt deze onjuiste titel. In het voorgestelde besluit staat in lid.1 : “de kadernota “op weg naar nieuwe energie in Lelystad”. Dat is opnieuw onjuist. Het moet gaan over: Kadernota Transitievisie Warmte Lelystad 2020-2050”, Vraag 1.: Is het college bereid deze redactionele misser in de tekst van het voorgestelde besluit te herzien? Antwoord: Ja, de formele naam van de kadernota is “Kadernota transitievisie Warmte Lelystad 20202050” met als ondertitel “Op weg naar nieuwe energie”. De ondertitel wordt in de behandelingen gebruikt omdat deze ook voor leken duidelijk maakt waarover deze kadernota gaat. Bij het op de raadsagenda plaatsen van de kadernota is door de griffie de dossiernaam “Kadernota Nieuwe Energie” gekozen. Ad b. Wat stelt de raad vast De afspraak is dat de raad geen rapporten vaststelt maar er kennis van neemt, tenzij het juridisch onontkoombaar is. Dat laatste is hier niet het geval. Brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer dd 28-06-2019 van de minister EZ inzake “voorstel voor een klimaatakkoord” 1

Dat betekent dat de kadernota op zich niet door de raad moet worden vastgesteld, maar de raad er kennis van zou moeten nemen en het raadsvoorstel de van belang zijnde besluiten moet bevatten. (Daar komt nog bij dat op enkele plaatsen de redactie van deelbesluiten in het raadsvoorstel verschilt van de redactie van de besluiten zoals vermeld in de kadernota. (Zie: 2.c, 2.e.1) Lid 1 zou dan kunnen luiden als volgt: “De raad neemt kennis van de kadernota Transitievisie Warmte Lelystad 2020-2050”; Vraag 2.: Is het college bereid de tekst van het voorgestelde besluit te herzien zoals aangegeven? Antwoord: Nee. Het voorliggende document is niet, zoals de Inwonerspartij stelt, een rapport, maar een kadernota met daarin de kaders waarvoor de raad bevoegd gezag is. Het kennisnemen van de inhoud geeft onvoldoende basis om gefundeerd de volgende fase van het proces in te gaan (het bepalen van de Volgorde der wijken). Mocht er sprake zijn van een verschil in formulering tussen de besluitpunten in het besluit en in de nota dan geldt juridisch gezien de formulering in het besluit. Na besluitvorming zullen de formuleringen in de besluittekst overgenomen worden in de nota. In de Klimaatwet is vastgelegd dat we in 2030 49% minder broeikasgassen moeten uitstoten en in 2050 95% minder ten opzichte van 1990. Andere broeikasgassen dan CO2 rekenen we daarbij terug naar CO2-equivalenten.

Dat is in de wet vastgelegd en ieder kabinet moet zich hier dus aan houden. In de Klimaatwet staat niet hoe we dat gaan doen. Die inhoudelijke maatregelen zijn in het Klimaatakkoord afgesproken met de maatschappelijke partijen die aan het overleg deelnamen. Daarmee is er weldegelijk een juridische verplichting om de kadernota integraal vast te stellen op basis van afspraken die gemaakt zijn in het klimaatakkoord met als juridische basis de Klimaatwet. Deze afspraken zijn bekrachtigd door de VNG namens de Nederlandse gemeenten.

Verdere vragen: Ad 2.f.1 SR9: De keuzes over de voorkeursenergiesystemen met name daar waar die een collectieve verplichting inhouden zijn gebaseerd op transparante en objectieve criteria. Vraag 3: Hoe wordt (door de gemeente) bij de aanbieder(s) van een warmtenet geborgd dat de (maand)kosten voor de gebruikers niet hoger zijn dan in de situatie van aardgasgebruik? Antwoord: In de vigerende Warmtewet is het Niet Meer Dan Anders principe geborgd. Daarmee ligt er een harde bovengrens voor de tarieven die door warmteleveranciers gehanteerd mogen worden. Ook de Warmtewet 2 die nu in voorbereiding is, zal een redelijkheidstarief kennen waar de warmteleveranciers aan gehouden zijn. De gemeente wordt bevoegd warmtekavels uit te geven. Daarin worden ook afspraken gemaakt over de tariefstelling. Ad 2.f.3 SR11: Woningen worden vroegtijdig en voldoende geïsoleerd. Vraag 4.

a. Hoe en door wie wordt bepaald wat “vroegtijdig” is? b. Wat wordt verstaan onder “voldoende”? Antwoord: Dit wordt bepaald tijdens het opstellen van het Wijkuitvoeringsplan. Dan wordt met de wijk bepaald welk energiesysteem gekozen wordt. Daaruit volgt dan de opgave voor eventuele woningaanpassingen en wanneer deze getroffen moeten zijn. Woningeigenaren hebben dan zelf de keuze wanneer ze deze maatregelen treffen. Woningeigenaren worden hierbij ondersteund vanuit het spoor “handelingsperspectief”. Ad. 2.f.4 SR12: Er zullen op wijkniveau enkel bewezen technieken worden toegepast.

Vraag 5:

a.

Welke nu bekende technieken zijn wel bewezen en welke zijn dat niet? (limitatief!).

Antwoord: In grote lijnen zijn dat de individuele elektrische oplossingen en collectieve warmtelevering. Bij het vaststellen van de Wijkuitvoeringsplannen wordt met de wijk bepaald welk energiesysteem gekozen wordt. De lijst is niet limitatief, zie ook het antwoord onder 5b. Het door de gemeente gekozen voorkeursalternatief zal altijd gebaseerd zijn op bewezen technieken. Inwoners (individueel of als collectief) kunnen hiervan afwijken en zelf kiezen voor meer innovatieve technieken.

b. Wordt geen gebruik gemaakt van (innovatieve)technieken die nieuw maar op zich goed bruikbaar zijn binnen de looptijd van de periode 2021 -2030?

Antwoord: Wat tot bewezen technieken wordt gerekend is niet voor de looptijd van de transitie in beton gegoten. Als tijdens de transitie er nieuwe technieken beschikbaar komen die ook door de wijk geaccepteerd worden, dan zullen deze ook ingezet kunnen worden voor de energietransitie. Mede om deze reden wordt de kadernota elke vijf jaar herzien.

c.

Op welke wijze kan en gaat het college garanderen dat bij toepassing van warmtenetten, uitsluitend gebruik zal worden gemaakt van aanbieders waarvan 100% zeker is dat zij geen fossiele brandstoffen gebruiken?

Antwoord: In de Warmtewet is bepaald dat in 2050 de uitstoot van CO2 met 95% gereduceerd moet zijn ten opzicht van 1990. Dat geldt ook voor warmteleveranciers en de wijze waarop zij het warmtenet voeden. De gemeente wordt bevoegd warmtekavels uit te geven. Daarin worden ook afspraken gemaakt over de inzet van fossiele brandstoffen. Ad. 2.f.5 SR13: De benodigde energie die nodig is voor de uitvoering van de ‘wijkuitvoeringsplannen’ moet duurzaam en beschikbaar zijn zonder negatief effect op het energieverbruik, maatschappelijke kosten, omgevingsaspecten en infrastructuur. Vraag 6:

a.

Wat wordt verstaan onder “zonder negatief effect op het energieverbruik”?

Antwoord: Er mag geen sprake zijn van een toename van energiegebruik. De nieuwe techniek moet dus tenminste een even hoog rendement hebben als alternatieve systemen.

b. Om welke negatieve effecten gaat dat?

Antwoord: Daarbij gaat het bijvoorbeeld om dat een individuele keuze niet mag leiden tot een kostenstijging voor een energiesysteem waarvoor een wijk heeft gekozen, maar ook kan gedacht worden aan overlast voor de omgeving als gevolg van uitstoot (luchtkwaliteit), geluidshinder, trillingen, etc).

c.

Gaat het hier om een vereiste waaraan de energieleverancier moet voldoen?

Antwoord: Deze vereisten maakt onderdeel uit van de keuze van het energiesysteem bij het opstellen van het Wijkuitvoeringsplan.

d. Om welke vereisten gaat dat dan?

Antwoord: Dat zijn de in de spelregel genoemde aspecten en eventuele aanvullende voorwaarden die benoemd worden bij het opstellen van het Wijkuitvoeringsplan gebaseerd op de lokale uitgangssituatie.

e.

Of gaat het hier om een vereiste waaraan de woningeigenaar moet voldoen?

Antwoord: Dat is het geval als een woningeigenaar besluit niet aan te sluiten bij de keuze die in het Wijkuitvoeringsplan voor de wijk wordt gemaakt en de eigenaar eigen keuzes maakt om aardgasvrij te worden.

f.

Om welke vereisten gaat dat dan?

Antwoord: Zie onder d.

Ad.2.f.6 SR14: Bewoners/ondernemers hebben binnen de gestelde kaders eigen keuzevrijheid bij de te kiezen techniek. Vraag 7.

a.

Over welke concrete dan te stellen respectievelijk gestelde kaders gaat het hier?

Antwoord: Zie de beantwoording onder 6d en 6e.

b. Als de betreffende kaders nu niet bekend zijn, wordt dan door dit besluit de burger niet aan de willekeur van de overheid overgeleverd?

Antwoord: Nee, de nu vastgestelde kaders gelden, het Wijkuitvoeringsplan wordt samen met de wijk opgesteld.

c.

Betekent “binnen de gestelde kaders” dat op voorhand cart blanche wordt gegeven aan de uitvoerende/ambtelijke organisatie voor nu nog onbekende ambtelijke besluiten?

Antwoord: Nee, de gemeenteraad is bevoegd om het betreffende wijkuitvoeringsplan vast te stellen. Hierin zal worden getoetst aan de gestelde kaders en eventueel besloten worden over mogelijke aanvullende kaders voor de betreffende wijk. Er is daarmee geen sprake van carte blanche.

d. Om welke besluiten zal dat dan gaan?

Antwoord: Het wijkuitvoeringsplan.

e.

Kan dit betekenen dat eigenaren worden verplicht om deel te nemen aan een warmtenet?

Antwoord: Nee, eigenaren hebben altijd de vrijheid om deel te nemen of zelfstandige keuzes te maken om hun gebouw aardgasvrij te maken, mits deze eigen oplossing voldoet aan de gestelde voorwaarden.

f.

In hoeverre hebben eigenaren altijd vrijheid om niet deel te nemen aan een warmtenet omdat zij andere keuzen willen maken?

Antwoord: Dit is onderdeel van de Warmtewet 2.0. Hierin wordt bepaald dat eigenaren de keuzevrijheid hebben om niet deel te nemen aan een collectieve energievoorziening.

g. Is het college het eens met de stelling dat ”eigenaren” altijd eigen keuzevrijheid hebben bij de te kiezen techniek?

Antwoord: Ja. Ad 2.g.1 SR15: We ondersteunen collectieve initiatieven vanuit wijken die in de periode 2030 tot 2050 gepland zijn, mits voldaan wordt aan de overige spelregels. Vraag 8: Om welke spelregels gaat het hier specifiek? Antwoord: Alle spelregels zijn hierop van toepassing zijn en met name spelregels 13 en 14. Ad 2.g.2 SR16: Er komt inzicht in maatregelen die vooruitlopend op een wijkaanpak getroffen kunnen worden zonder dat deze de keuze voor een techniek in de toekomst negatief beïnvloeden. Vraag 9: Wat wordt met dit deelbesluit beoogd? Graag nadere specificatie van de gedachten die hierbij leven. Antwoord: Niet alle wijken zullen gelijktijdig in een wijkuitvoeringsplan worden behandeld. Ook in die gebouwen die in een later stadium op de planning staan zullen natuurlijke investeringsmomenten plaatsvinden, zoals; verhuizingen, vervangen van CV-ketels, keukenrenovaties, nieuwe vloeren, badkamers etc. Beoogd wordt ter voorkomen dat woningeigenaren in de periode dat de keuze voor het nieuwe energiesysteem nog niet is gemaakt, kosten maken die niet passen bij het uiteindelijk gekozen

systeem. Voorbeeld: veronderstel dat iemand nu zijn woning helemaal voorbereid om een warmtepomp te kunnen installeren, maar uiteindelijk kan aansluiten op een warmtenet waarbij een deel van die maatregelen overbodig zijn, dan maakt deze woningeigenaar onnodige kosten. Deze spelregel wordt verder uitgewerkt binnen het spoor “handelingsperpectief”. Met dit handelingsperspectief zal informatie worden gegeven wat in bepaalde situaties raadzaam is om te doen, onafhankelijk van het nieuwe energiesysteem.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=2a240ac7-cda5-4013-af36-a3aab6f24ece