Beantwoording technische vragen 191 Verordening Jeugdhulp 2021 - CDA.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen fractie CDA m.b.t. de Verordening Jeugdhulp 2021 Document: Onderwerp: Portefeuillehouder: Datum: Van:
Verordening Jeugdhulp 2021, Voorgesteld besluit en Was-Wordt-Lijst Verordening Jeugdhulp 2021 Madelon van Noort 07-06-2021 namens de CDA Fractie
Op 7 juni 2021 heeft de fractie CDA technische vragen gesteld. Hieronder herhalen wij eerst de vraag en vervolgens ons antwoord. 1. Vraag 1: U ontvangt graag de input vanuit de cliëntenraad op deze verordening en op welke wijze deze input is meegenomen; Als deze er niet is, kan deze alsnog worden opgevraagd? beantwoording vraag 1 De cliëntenraad is op 1 april jl. gevraagd om een advies uit te brengen t.a.v. de verordening jeugdhulp. Op 21 april is de verordening in de vergadering van de cliëntenraad besproken en op 26 mei jl. besproken met de werkgroep Jeugd van de cliëntenraad sociaal domein Bij een brief van 26 mei heeft de cliëntenraad aangegeven dat de cliëntenraad niet op korte termijn een advies kan uitbrengen over de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2021 en de Toelichting daarop. Zowel deze brief van de cliëntenraad als de reactie van het college hierop zijn bij de stukken van de verordening Jeugdhulp aan de raad toegevoegd.
2. Vraag 2: U verwijst naar pagina 3, waar het volgende staat: ‘die bedrijfsmatig jeugdhulp verlenen gekwalificeerd worden als informele zorgverlener’. U vraagt of hier formele zorgverlener wordt bedoeld ? beantwoording vraag 2 Er staat: Hiermee kan worden voorkomen dat andere familieleden die bedrijfsmatig jeugdhulp verlenen gekwalificeerd worden als informele zorgverlener. Het gaat erom dat andere familieleden dan familie in 1e en 2e graad niet als informele zorgverlener worden aangemerkt. Als een tante van de jeugdige bijvoorbeeld bedrijfsmatige jeugdhulp biedt, kan zij niet als informele zorgverlener worden gekwalificeerd. Volgens de huidige verordening zou de tante wel als informele zorgverlener worden aangemerkt. Dit is echter niet wenselijk. 3. Vraag 3: Bij overgang van de oude art. 8 naar de nieuwe art. 7 vervalt de tijdstermijn van 6 weken: o U vraagt binnen welke periode het college de leden van art. 7 beoogd uit te voeren; o U vraagt of dit in de verordening kan worden opgenomen? Zo nee, waarom niet? beantwoording vraag 3 Voor de afhandelingstermijn wordt aansluiting gezocht bij de Algemene wet bestuursrecht. Daarin is bepaald dat een aanvraag in beginsel binnen 8 weken moeten worden afgehandeld. Dit
betekent dat het besluit binnen 8 weken moet zijn genomen, wat impliceert dat ruim daarvoor de onderzoeksrapportage moet zijn opgesteld. De Awb biedt ook de mogelijkheid om de termijn in voorkomende gevallen te verlengen, wanneer het niet mogelijk is binnen 8 weken een besluit te nemen. Doordat we aansluiten bij de wettelijke afhandelingstermijn, is opnemen van een termijn in de verordening niet meer noodzakelijk. 4. Vraag 4: t.a.v. het nieuwe art. 11: U vraagt of de CDA fractie goed begrijpt dat dit geen wijziging van het huidige praktijk is? o Stel de vraag omdat in de toelichting staat dat deze bepaling in de beleidsregels staat, maar in de toelichting bij het voorgestelde besluit staat dat dit een voorstel. beantwoording vraag 4 Dat klopt. Deze bepaling staat nu in de beleids- en nadere regels. Maar wordt overgenomen in voorliggende verordening. 5. Vraag 5: T.a.v. het nieuwe art. 15: Hierin wordt verwezen naar art. 2.6: Dit artikel staat niet in de verordening. Graag de juiste verwijzing delen. beantwoording vraag 5 Dit is niet het geval. Bij het nieuwe artikel 15 wordt verwezen naar artikel 2.6 van de Jeugdwet. 6. Vraag 6: T.a.v. de nieuwe art. 15, 16 en 18: o In hoeverre wordt hierbij toestemming gevraagd van de ouders / voogden i.v.m. privacy? o Achtergrond van de vraag: Heb de indruk dat art.
6 lid 2 dit niet volledig afdekt, maar mogelijk hoeft dat ook niet beantwoording vraag 6 De wet biedt de mogelijkheid om zonder toestemming te overleggen met school. Voor overleg met andere instanties is vooraf toestemming van ouders/jeugdigen vereist. Dit zal in de praktijk ook worden gevraagd. Hiervoor is een toestemmingsformulier ontwikkeld. In de Algemene Verordening Gegevensbescherming en de Jeugdwet zijn bepalingen mbt privacy van jeugdigen opgenomen. Daarom is geen bepaling in de verordening opgenomen.